Stenogram : EU-dimensie Koninkrijksrelaties
9 EU-dimensie Koninkrijksrelaties
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 95
Te raadplegen sinds
2026-10-20Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier36800-IVToon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 95
EU-dimensie Koninkrijksrelaties
Aan de orde is het tweeminutendebat EU-dimensie Koninkrijksrelaties (CD d.d. 02/09).
De voorzitter:
Ik stel voor dat we meteen doorgaan met het volgende tweeminutendebat. Dat betreft het tweeminutendebat EU-dimensie Koninkrijksrelaties. Het woord is aan de heer … Niet de heer Van den Brink. Het woord is aan mevrouw Tseggai namens PRO. Ik dank de minister van Sociale Zaken voor zijn aanwezigheid. Het woord is aan mevrouw Tseggai voor haar inbreng namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Voorzitter, ik heb dit tweeminutendebat niet aangevraagd, dus ik ben enigszins verbaasd dat ik als eerste spreker ben, maar ik wil wel graag meedoen. Ik vind dat we een goed gesprek hebben gehad over de EU-dimensies wat betreft Koninkrijksrelaties. Ik kijk uit naar de besluitvorming die later dit jaar onze kant op komt. Het lijkt mij wel goed — dat verzoek heb ik ook tijdens de procedurevergadering gedaan — als we dit gesprek begin volgend jaar snel met elkaar voeren. Daar laat ik het voor nu bij.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Nanninga namens JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank, voorzitter. Ik heb zoals beloofd naar de beantwoording in het debat geluisterd. Eén ding viel me op. De staatssecretaris zei namelijk dat het primair aan de landen zelf is of zij verder willen als LGO of UPG. Dat verbaasde mij. Volgens mij kan alleen het Koninkrijk het verzoek indienen bij de Europese Raad, na een besluit van de Rijksministerraad. Ik ken deze staatssecretaris als iemand die dit soort feiten altijd uit zijn hoofd heel goed op orde heeft. Misschien heb ik het fout en kan hij mij uitleggen hoe dit werkt.
Het onderscheid is wel belangrijk, want de consequenties zijn heel groot. Het betrokken land moet dan veel meer EU-recht implementeren, uitvoeren en handhaven, terwijl de afspraak is om capaciteit te korten. Drie keer raden wie daarvoor verantwoordelijk wordt. Maar ik snap de pullfactoren voor de landen wel. Een UPG-status kan immers meer financieringsopties beschikbaar maken. Er is überhaupt moeite met het maximaal benutten van alle financiële instrumenten van de LGO-status wegens capaciteitsgebrek. Dan zou het een Nederlandse verplichting worden om te helpen. Dan is het capaciteitsgebrek wel opgelost. Maar laten we nu eerst eens alle huidige instrumenten goed benutten. Laten we focussen op het duurzaam inbouwen van eigen capaciteit en laten we de landen helpen om het aantrekkelijk te houden om van de LGO-status gebruik te blijven maken. Vandaar de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat volgens het kabinet nog niet alle beschikbare Europese middelen en mogelijkheden voor de Nederlandse LGO's worden benut;
constaterende dat beperkte uitvoeringscapaciteit deelname aan Europese programma's bemoeilijkt;
overwegende dat ondersteuning moet leiden tot blijvende lokale deskundigheid en minder afhankelijkheid van Nederlandse ambtenaren en externe adviseurs;
verzoekt de regering om een plan op te stellen voor het inbouwen van duurzame capaciteit binnen de landen zodat zij voortaan zelfstandig hiervan gebruik kunnen maken en daarbij een overzicht naar de Kamer sturen van de nog niet benutte Europese instrumenten als gevolg van ondercapaciteit,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.
Zij krijgt nr. 78 (36800-IV).
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Heeft de staatssecretaris behoefte aan een schorsing? Het betreft één motie. We wachten heel even totdat die is rondgedeeld en dan hervat ik de vergadering. Er is heel kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Zoals altijd had mevrouw Nanninga de data op orde en toch zijn die goed te combineren met mijn stelling in de commissie. Het is inderdaad zo dat het overstappen naar een UPG loopt via de Rijksministerraad. Wat niet kan, is dat in dit voorbeeld drie van de vier landen tegen het vierde land zeggen: je wilt het niet, maar we gaan je er wel toe dwingen. In die zin is het aan de landen zelf. Dan bereiken we consensus en dan kunnen we verder. Vandaar mijn stelling, maar mevrouw Nanninga heeft uiteraard gelijk.
Dan een reactie op haar motie. De capaciteitsontwikkeling sec is aan de autonome landen. Daar kan ik geen plan voor maken, want dan treed ik in de bevoegdheden van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Ik kijk naar de motie en ook heel aandachtig naar het hoofd van mevrouw Nanninga of het schuddend of knikkend beweegt. Wat ik wel kan doen, is dat wij gezamenlijk met z'n vieren gaan kijken hoe wij aan de gang gaan om ervoor te zorgen dat we steeds meer zelfstandigheid krijgen en de autonomie steeds meer kunnen versterken. Meneer de voorzitter, ik zie mevrouw Nanninga een knikkende beweging maken. Met die knikkende beweging geef ik de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie het ook. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 78 de appreciatie oordeel Kamer.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We lopen een beetje voor op schema. Ik zou best door willen, maar ik zie een aantal woordvoerders nog niet. Bij dezen maar even de oproep in het gebouw: als u zover bent, verzamelt u zich dan in de plenaire zaal. Dan kunnen we verdergaan met het tweeminutendebat Wet open overheid. Ik schors de vergadering tot nader order.
De vergadering wordt van 16.51 uur tot 16.59 uur geschorst.