Schriftelijke vragen : Het overlijden van een 15-jarig meisje dat onder toezicht stond van Jeugdbescherming Noord
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het overlijden van een 15-jarig meisje dat onder toezicht stond van Jeugdbescherming Noord (ingezonden 20 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Wanhopige moeder overleden 15-jarig meisje sloeg weken
geleden al alarm: «Ik wil voorkomen dat er iets ernstigs gebeurt»»?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op het overlijden van een 15-jarig meisje dat onder toezicht stond
van Jeugdbescherming Noord en verbleef bij jeugdhulpverlener La Hacienda in Groningen?
Vraag 3
Klopt het dat de moeder op 13 september 2026 haar ernstige zorgen over de veiligheid
van haar dochter schriftelijk kenbaar heeft gemaakt aan onder meer betrokken hulpverleners,
instanties en toezichthouders en daarbij expliciet waarschuwde dat zij wilde voorkomen
dat er eerst iets ernstigs moest gebeuren voordat daadwerkelijk werd ingegrepen?
Vraag 4
Welke bij de jeugdbescherming en jeugdhulp betrokken organisaties hebben deze waarschuwing
ontvangen en hoe is deze beoordeeld? Welke concrete acties zijn er vervolgens ondernomen?
Vraag 5
Is naar aanleiding van de waarschuwingen van de moeder een nieuwe of aanvullende veiligheids-
en risico-inschatting gemaakt? Zo ja, wanneer, door wie, met welke uitkomst en welke
maatregelen zijn daarop genomen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Klopt het dat de moeder stelt dat de situatie van haar dochter al ongeveer een half
jaar verslechterde, waarbij onder meer sprake was van weglopen, nachten wegblijven,
alcohol- en drugsgebruik en schoolverzuim, en dat Jeugdbescherming Noord hiervan al
langere tijd op de hoogte was? Hoe is op deze signalen gereageerd?
Vraag 7
Wie had binnen de jeugdbeschermings- en jeugdhulpketen de regie over de hulp en de
veiligheid van dit meisje? Op welke momenten is overwogen de hulp of bescherming op
te schalen?
Vraag 8
Klopt het dat het meisje op de avond voorafgaand aan haar overlijden betrokken was
bij een ernstig en gewelddadig incident en vervolgens door medewerkers van La Hacienda
is opgehaald?
Vraag 9
Welke professionele richtlijnen en protocollen gelden voor een jeugdhulpaanbieder
wanneer een minderjarige na een ernstig geweldsincident terugkeert naar een jeugdhulplocatie?
En is in deze casus overeenkomstig deze richtlijnen en protocollen gehandeld?
Vraag 10
Is na terugkomst bij La Hacienda beoordeeld of het meisje medische zorg, aanvullende
begeleiding of extra toezicht nodig had? Zo ja, welke beoordeling is gemaakt en welke
maatregelen zijn vervolgens genomen?
Vraag 11
Klopt het dat Jeugdbescherming Noord sinds juli 2025 onder verscherpt toezicht stond
vanwege grote tekortkomingen in onder meer de continuïteit, kwaliteit en veiligheid
van de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en dat dit verscherpte toezicht
op 21 mei 2026 is beëindigd? Op basis van welke concrete verbeteringen is tot beëindiging
besloten?
Vraag 12
Hoe beoordeelt u, in het licht van deze casus, het feit dat bij beëindiging van het
verscherpte toezicht nog niet alle kinderen, jongeren en ouders tijdig de bescherming,
begeleiding en hulp kregen die zij nodig hadden, de kwaliteit van de uitvoering deels
onvoldoende was en het vertrouwen van de inspecties in de verbeterkracht van Jeugdbescherming
Noord kwetsbaar bleef?
Vraag 13
Geeft deze casus u aanleiding om met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in
gesprek te gaan over de vraag of intensivering van het toezicht op Jeugdbescherming
Noord noodzakelijk is?
Vraag 14
Is het overlijden bij de IGJ gemeld? Zo ja, wanneer en door welke betrokken organisatie(s)?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 15
Bent u bereid ervoor zorg te dragen dat onafhankelijk onderzoek wordt verricht naar
het handelen van de betrokken jeugdbeschermings- en jeugdhulporganisaties voorafgaand
aan het overlijden, waarbij in ieder geval wordt onderzocht wat met de waarschuwingen
van de moeder is gedaan, of tijdig is opgeschaald en of capaciteit, caseload of de
beschikbaarheid van passende jeugdhulp daarbij een rol hebben gespeeld?
Vraag 16
Deelt u de mening dat wanneer een ouder expliciet en herhaaldelijk waarschuwt voor
de veiligheid van een kind dat onder toezicht staat, aantoonbaar moet worden beoordeeld
of onmiddellijk ingrijpen of opschaling noodzakelijk is? Hoe wordt gewaarborgd dat
dergelijke ernstige signalen niet tussen verschillende organisaties blijven liggen?
Vraag 17
Kunt u deze vragen, gezien de ernst van de zaak en het feit dat het een overleden
minderjarige betreft, met spoed beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Nicole Moinat, Kamerlid