Stenogram : Mensenhandel en prostitutie
30 Mensenhandel en prostitutie
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 94
Te raadplegen sinds
2026-10-19Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier28638Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 94
Mensenhandel en prostitutie
Aan de orde is het tweeminutendebat Mensenhandel en prostitutie (CD d.d. 20/05).
De voorzitter:
We gaan gelijk door met het laatste tweeminutendebat van deze avond. Dat betreft het tweeminutendebat Mensenhandel en prostitutie. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan mevrouw Faber namens de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u, voorzitter. Om illegale prostitutie tegen te gaan, kom ik met de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat illegale en gedwongen prostitutie bestreden moet worden;
van mening dat dit eenvoudig te bestrijden is door verplicht te stellen dat de sekswerker in loondienst is of werkt als zzp'er, zodat controle efficiënter kan worden uitgevoerd op illegaliteit en gedwongen prostitutie;
verzoekt de regering om verplicht te stellen dat de sekswerker in loondienst is bij een bedrijf, of de werkzaamheden uitvoert als zzp'er,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 265 (28638).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat daders van mensenhandel in de regel honderdduizenden euro's verdienen over de ruggen van hun slachtoffers;
overwegende dat slachtoffers dikwijls worden afgescheept met zeer lage bedragen, die niet in verhouding staan met de door hen opgebrachte verdiensten;
verzoekt de regering de opbrengsten van de opgelegde boetes en de afgenomen verdiensten van de slachtoffers uit te keren aan het betreffende slachtoffer, zodat het slachtoffer een nieuw leven kan opbouwen zonder dat de maatschappij opdraait voor deze kosten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 266 (28638).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Boomsma, die spreekt namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb er vier.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nationaal Rapporteur al jaren constateert dat er nauwelijks zicht is op minderjarige slachtoffers;
constaterende dat het kabinet werkt aan een nationaal verwijzingsmechanisme op grond van de herziene EU-richtlijn en dat GRETA heeft aanbevolen daarin een aparte route voor kinderen op te nemen;
overwegende dat bescherming van een minderjarig slachtoffer niet afhankelijk mag zijn van aangiftebereidheid of van de vraag of het kind formeel als slachtoffer is geregistreerd;
verzoekt de regering binnen het nationaal verwijzingsmechanisme een afzonderlijke, kindgerichte route voor minderjarige slachtoffers vast te leggen, waarin is bepaald wie de regie heeft, wie over veiligheid en opvang beslist en hoe schoolcontinuïteit en nazorg worden geborgd, en daarbij ook de aansluiting van vertrouwelijke online hulpverlening te regelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma, Tijs van den Brink en Bikker.
Zij krijgt nr. 267 (28638).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat seksuele uitbuiting zich steeds vaker afspeelt via seksadvertentieplatforms, en dat Europol en de Nationaal Rapporteur waarschuwen voor de groei van online mensenhandel;
constaterende dat de DSA voor veel platforms niet geldt en Nederland daarvoor zelf wetgeving kan maken;
overwegende dat in België voor platforms met seksadvertenties een meld- en informatieplicht geldt, waarbij identiteitsgegevens, telefoonnummer en betaalgegevens van adverteerders worden vastgelegd;
verzoekt de regering een wettelijke grondslag uit te werken voor een identificatieplicht voor adverteerders, met een zwaarwegende zorgplicht om advertenties van minderjarigen en van mogelijke slachtoffers van mensenhandel te weren, en een meldplicht van signalen van uitbuiting aan de politie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Bikker.
Zij krijgt nr. 268 (28638).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat al zeer geruime tijd het voornemen bestaat om de minimumleeftijd voor sekswerkers te verhogen naar 21 jaar, gezien het risico op dwang en uitbuiting en de verhoogde kwetsbaarheid op jonge leeftijd;
constaterende dat de minister heeft aangegeven dat klanten vanaf 16 jaar wettelijk gebruik mogen maken van de diensten van een prostituee terwijl die zelf straks minimaal 21 jaar moet zijn;
overwegende dat deze discrepantie een vorm van ongelijkheid en disbalans behelst, en het zeer onwenselijk is dat minderjarigen hieraan deelnemen, zeker ook gezien de vele misstanden in deze sector;
verzoekt de regering te inventariseren hoe ook voor klanten van prostitutie wettelijk een minimumleeftijd van in ieder geval 18 jaar en zo mogelijk 21 jaar kan worden vastgesteld, en daartoe een voorstel voor te leggen aan de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Bikker.
Zij krijgt nr. 269 (28638).
De heer Boomsma (JA21):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een actiedag waarbij politie en partners uit het Fieldlab Klantaanpak met lokprofielen online maar liefst 65 mannen hebben betrapt die een betaalde seksafspraak met een minderjarige wilden doorzetten;
constaterende dat het kabinet "bekijkt of het haalbaar is" om een dergelijke actie te herhalen;
overwegende dat het cruciaal is dat smeerlappen die de wet overtreden door minderjarigen in chatrooms op te sporen om ze te betalen voor seks worden afgeschrikt en ontmoedigd;
verzoekt de regering voortvarend verder te gaan met het organiseren van dergelijke acties met lokprofielen op onlineplatforms door in ieder geval dit jaar nog een nieuwe actiedag te organiseren en deze ook volgend jaar verder vorm te geven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Bikker.
Zij krijgt nr. 270 (28638).
Meneer Boomsma, ook tegen u zeg ik dat moties echt binnen twee minuten moeten worden ingediend. Als het in tweeënhalve minuut had gemogen, had het een tweeënhalveminutendebat geheten, maar het heet een tweeminutendebat. Een volgende keer kan het ook zomaar zijn dat de motie buiten de orde van de vergadering wordt verklaard.
Het woord is aan mevrouw Bikker namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van het commissiedebat heb ik een tweetal moties. U heeft gehoord dat ik een aantal moties heb meeondertekend.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat slachtoffers van mensenhandel bescherming en opvang moeten krijgen;
overwegende dat in 2026 er 160 opvangplekken waren voor 900 slachtoffers en dat reeds in 2025 de Kamer verzocht heeft om een centrale aansturing en financiering van de opvang voor deze slachtoffers;
voorts overwegende dat hierdoor zelfs minderjarige slachtoffers geen passende opvangplek hebben;
verzoekt de regering om de verantwoordelijkheid te nemen om nog dit jaar alles op alles te zetten om minderjarige slachtoffers van mensenhandel voldoende passende opvang te geven;
verzoekt de regering de Kamer in lijn met de motie-Boomsma/Van Nispen te informeren over de benodigde zorg, financiën en doelstellingen voor de komende jaren om voldoende opvang voor alle slachtoffers te organiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Boomsma en Tijs van den Brink.
Zij krijgt nr. 271 (28638).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
De tweede motie, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister van Justitie en Veiligheid in Nederland de rol van nationaal coördinator voor de bestrijding van mensenhandel invult in opvolging van artikel 19a van Richtlijn (EU) 2024/1712;
overwegende dat uit studies blijkt dat Nederland de coördinerende taak niet in nadere wet- of regelgeving heeft belegd;
voorts overwegende dat keer op keer duidelijk is geworden dat er zeer veel signalen zijn van mensenhandel, maar dat slechts 5% à 6% opvolging krijgt;
verzoekt de regering de invulling van de taak als nationaal coördinator mensenhandel ook cijfermatig te onderbouwen met daarbij doelstellingen om de opvolging in de komende jaren te verbeteren, en tweejaarlijks de Kamer over de voortgang te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Boomsma.
Zij krijgt nr. 272 (28638).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mohandis namens PRO. Gaat uw gang.
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter. Ik heb zeven moties!
De voorzitter:
Hahaha! Als het maar binnen de twee minuten is.
De heer Mohandis (PRO):
Nee hoor, voorzitter, het is één motie. Ik zal het u niet aandoen!
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter. We hebben in het commissiedebat ook stilgestaan bij het voornemen als het gaat om de leeftijdsverhoging van 18 jaar naar 21 jaar. Ik wees ook eerder op een advies van de Raad van State, waar we niet blind voor moeten zijn. We snappen ook alle argumentatie en hebben in het debat gedeeld dat er consensus is over hoe we illegaliteit en misstanden aanpakken, maar dat we niet overgaan tot de maatregelen die wellicht de illegaliteit vergroten. Vandaar de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering voornemens is om de minimumleeftijd voor prostitutie wettelijk te verhogen van 18 jaar naar 21 jaar;
overwegende dat de regering hiermee beoogt kwetsbaren in de prostitutie te beschermen;
overwegende dat de Afdeling advisering van de Raad van State er eerder al op wees dat door de verhoging van de minimumleeftijd het zeer aannemelijk is dat de illegale prostitutie en daarmee ook de kans op misstanden toeneemt;
overwegende dat onder andere ook de branche van sekswerkers zorgen heeft over de verhoging van de minimumleeftijd;
van mening dat een verhoging van de minimumleeftijd geen negatieve effecten mag hebben op veiligheid, gezondheid en werkomstandigheden van sekswerkers;
verzoekt de regering een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar de effecten van een verhoging van de minimumleeftijd voor sekswerk van 18 jaar naar 21 jaar, en de uitkomsten daarvan mee te nemen bij het wetsvoorstel ter verhoging van die leeftijd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.
Zij krijgt nr. 273 (28638).
De heer Mohandis (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Tijs van den Brink namens het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Meneer de voorzitter. Ik heb één vraag en één motie. In België geldt voor platforms met digitale seksadvertenties een meld- en informatieplicht richting de politie bij signalen van misstanden. Aanbieders moeten identiteitsgegevens, een recente foto, een telefoonnummer en betalingsinformatie vastleggen. Dit maakt het moeilijker voor mensenhandelaren om anoniem te opereren. In het commissiedebat leek de minister positief over dit idee, maar we hebben geen concrete toezegging gehoord. Daarom de vraag of de minister kan toezeggen te verkennen of een vergelijkbaar systeem in Nederland mogelijk is en de Kamer hierover te informeren.
Dan de motie. Die gaat over de leeftijdsverhoging van sekswerk en prostitutie naar 21 jaar naar aanleiding van het commissiedebat.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een wetsvoorstel om de minimumleeftijd voor prostitutie te verhogen van 18 jaar naar 21 jaar, maar dat het nog onduidelijk is of dit ook geldt voor sekswerk;
overwegende dat niet alleen prostitutie, maar ook sekswerk ingrijpende gevolgen kan hebben voor kwetsbare jongvolwassenen in de persoonlijke levenssfeer, mentale gezondheid en veiligheid;
overwegende dat juist deze kwetsbaarheid ertoe kan leiden dat jongvolwassenen binnen de sekswerkbranche gemakkelijker slachtoffer worden van misstanden, grensoverschrijdend gedrag, dwang of uitbuiting;
overwegende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat de minimumleeftijd voor sekswerk wordt verhoogd naar 21 jaar;
verzoekt de regering in de uitwerking van het wetsvoorstel de verhoging van de minimumleeftijd van 18 jaar naar 21 jaar niet alleen toe te passen op prostitutie, maar ook op sekswerk, en de Kamer te informeren over hoe dit wordt uitgevoerd in de praktijk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tijs van den Brink.
Zij krijgt nr. 274 (28638).
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Belhirch namens D66.
Mevrouw Belhirch (D66):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet de minimumleeftijd voor sekswerk verhoogt van 18 jaar naar 21 jaar;
overwegende dat de leeftijdsverhoging als doel heeft personen te beschermen en daarom moet worden voorkomen dat personen overstappen naar het onbeschermde circuit;
overwegende dat sekswerkers in de illegaliteit een aanzienlijk groter risico lopen op uitbuiting, geweld en slechte arbeidsomstandigheden;
verzoekt de regering in overleg te treden met de relevante ketenpartners en gezamenlijk te bezien welke aanvullende inzet nodig is om illegaliteit, uitbuiting en andere misstanden tegen te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Belhirch en Bikkers.
Zij krijgt nr. 275 (28638).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek blijkt dat exploitanten de voorwaarden van de opting-inregeling, die zien op autonomie, privacy en vrijwilligheid van sekswerkers, geregeld schenden;
overwegende dat sekswerkers recht hebben op een veilige werkomgeving en volwaardige arbeidsrechtelijke bescherming;
overwegende dat de opting-inregeling in haar huidige vorm dit doel niet bereikt, zolang naleving van de voorwaarden niet effectief wordt gehandhaafd;
verzoekt de regering in overleg met de sekswerkbranche de opting-inregeling en het bijbehorende voorwaardenpakket te herzien, daarbij concrete handhavingsinstrumenten uit te werken, en de Kamer hierover binnen een jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Belhirch.
Zij krijgt nr. 276 (28638).
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 22.16 uur tot 22.22 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Het laatste tweeminutendebat van vandaag.
Laat ik beginnen met de vraag van de heer Van den Brink over België, over onderzoeken of dat ook hier mogelijk zou zijn. Dat gaan we doen. Dat kan ik u toezeggen.
De motie op stuk nr. 265 van mevrouw Faber moet ik ontraden. Dit is wel erg rigoureus voor de hele sector. We denken dat er ook andere manieren zijn om de misstanden op te lossen.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag, gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
Waarom zou dit rigoureus zijn? Men moet ook een vergunning hebben om dat werk te kunnen verrichten. Dat kan je toch gewoon hieraan koppelen? Dan kan je in ieder geval heel makkelijk controleren of iemand al dan niet illegaal is.
Minister Van Weel:
Maar er wordt op dit moment ook gewerkt met andere constructies die op zich niet bijdragen aan de misstanden in de sector. De scope die u overlaat voor de mogelijkheden met loondienst of zzp is gewoon te klein. Dat heeft grote impact op de sector. Vandaar dat ik de motie ontraad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 266.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 266: oordeel Kamer. Dit kan al. De rechter volgt dit traject ook al. Deze motie kan ik dus oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 267.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 267 is van de heer Boomsma. Als ik de motie zo mag interpreteren dat er binnen het nationale verwijzingsmechanisme een aparte kindgerichte route wordt ingericht waarin aandacht is voor de rechten van het kind als het gaat om hulp, onderwijs en veiligheid, kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie dat dat mag. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 267 oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 268.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 268 gaat over de zorg- en informatieplicht. Ik moet alleen nog even checken of dit in overeenstemming is met de Europese regelgeving. Dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Kunt u daar voor de stemmingen schriftelijk op terugkomen?
Minister Van Weel:
Ik zou 'm op dit moment het oordeel ontijdig moeten geven, want ik red dat niet voor de stemmingen.
De voorzitter:
Oké. De motie op stuk nr. 268: ontijdig. Houdt u 'm aan?
Op verzoek van de heer Boomsma stel ik voor zijn motie (28638, nr. 268) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 269.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 269 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 269 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 270.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 270 over de afschrikcampagnes geef ik oordeel Kamer. Dat doe ik omdat er al een afspraak is om jaarlijks zo'n actiedag te houden. Strikt genomen kan ik dat de politie natuurlijk niet opdragen, maar die afspraak is er en daarom geef ik de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 271.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 271 van mevrouw Bikker moet ik ontraden. Dat doe ik ook mede namens de minister voor Langdurige Jeugd … Nee.
De voorzitter:
Haha, ja, een langdurige jeugd willen we allemaal.
Minister Van Weel:
Daar hopen we op, haha.
De voorzitter:
Ik denk dat u Langdurige Zorg bedoelt.
Minister Van Weel:
Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Zo, dan heb ik het volgens mij. Voor minderjarigen is er niet zozeer een aparte vorm van opvang nodig, maar vooral expertise bij hulpverleners en goede samenwerking tussen de verschillende organisaties in de hele keten. Dat is onderdeel van het actieplan mensenhandel. De collega's spannen zich, samen met de VNG, op dit moment ook in voor verbeteringen in het opvanglandschap voor minderjarige slachtoffers. Zoals in het commissiedebat is toegezegd, wordt eind dit jaar een inhoudelijk kader voor dit opvanglandschap gedeeld. Verdere uitwerking van dit kader, bijvoorbeeld wat betreft financiering en governance, is de volgende stap. Daarover wordt u aan het einde van het jaar in de volgende voortgangsbrief over het actieplan geïnformeerd.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daar wil ik nou precies een beetje vaart in, want dan komt dat verzoek om geld pas weer na de begrotingsbehandeling. Ik heb heel bewust gekozen voor de woorden "passende opvang", en dus niet "aparte opvang", maar "passende opvang". Ik hoop dus dat de minister met die toelichting bedenkt: hé, dit is eigenlijk een enorm goede uitgestoken hand van de Kamer.
Minister Van Weel:
Ja, en toch vaar ik hierbij ook op het oordeel van de collega. Ik houd het dus bij ontraden, met de duiding die ik daarbij heb gegeven. Daar kan dan ook iedereen kennis van nemen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 272.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 272 van mevrouw Bikker geef ik oordeel Kamer. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijft verantwoordelijk voor de monitoring, dus dat zijn de cijfers zoals die er komen. Maar artikel 19 van de herziene richtlijn biedt ook ruimte om dat zo in te delen. Over de resultaten van de bestrijdingsmaatregelen wordt aan de Kamer in het kader van de Veiligheidsagenda en de voortgangsbrief Mensenhandel gerapporteerd. Ik zie 'm in die zin dus als een aanmoediging, ook in mijn nieuwe formele rol.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 262 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 273.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 273, van de heer Mohandis, geef ik oordeel Kamer. We gaan dit direct in gang zetten bij het WODC in het kader van de nulmeting.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 274.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 274 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 275.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 275 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
Tot slot de motie op stuk nr. 276.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 276 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 276 krijgt oordeel Kamer. Mevrouw Bikker, omdat het vandaag uw verjaardag is, geef ik u gelegenheid voor nog een interruptie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, ik dacht even dat de minister een compliment maakte, toen hij het had over langdurige jeugd, maar ik heb een heel andere vraag en die ziet op de motie op stuk nr. 273 van collega Mohandis ten aanzien van dat onderzoek. Volgens mij is dit al vanaf het kabinet-Balkenende IV onderzocht. Moeten we dit dus nog een keer onderzoeken? En als de minister daarop "ja" antwoordt, zou ik hem willen vragen om daarbij in ieder geval te betrekken dat de G4-steden de leeftijd al naar 21 jaar hebben gedaan en wat de gevolgen zijn voor al die 18-jarigen die nu te werk worden gesteld in omliggende plaatsen in miserabele omstandigheden. Ik hoop dus dat de minister zegt: eigenlijk hebben we al best veel onderzoek en kunnen we dat geld beter besteden. Ik beluister een beetje dat hij dat niet gaat doen, maar betrek dan alsjeblieft de realiteit in plaats van de gedroomde realiteit.
Minister Van Weel:
Ik noemde het ook een nulmeting, omdat we nu aan het begin staan, nog voor het wetgevingstraject. Natuurlijk zullen we de beschikbare informatie daarbij betrekken.
De voorzitter:
Dank aan de minister. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat, eerder dan verwacht, waardoor mevrouw Bikker op haar verjaardag toch nog wat eerder thuis zou kunnen zijn.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de 66 in de afgelopen twee uur ingediende moties zal op 22 september worden gestemd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze vergaderdag van 8 september 2026. Ik sluit de vergadering.