Stenogram : Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
27 Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 94
Te raadplegen sinds
2026-10-19Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier29911Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 94
Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Aan de orde is het tweeminutendebat Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit (CD d.d. 19/03).
De voorzitter:
Ik stel voor dat we gewoon meteen doorgaan met het volgende tweeminutendebat en dat betreft het tweeminutendebat Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Ik geef daarvoor als eerste het woord aan mevrouw Coenradie namens JA21. Gaat uw gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Dank, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een groep jongeren zich herhaaldelijk schuldig maakt aan ernstige criminaliteit en ondanks eerdere interventies blijft ontsporen;
overwegende dat voor deze jongeren een stevigere aanpak nodig is die duidelijke grenzen en discipline combineert met onderwijs, gedragsverandering en perspectief op werk;
verzoekt de regering een model te ontwikkelen voor een intensief heropvoedingstraject, waarin ernstig ontspoorde minderjarigen verplicht kunnen deelnemen en waar nodig gesloten kunnen worden geplaatst en waarin discipline, onderwijs, gedragsverandering en vakopleiding centraal staan;
verzoekt de regering daarbij bewezen effectieve elementen en best practices uit binnen- en buitenland te betrekken en te onderzoeken wat nodig is om hiermee pilots te starten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 512 (29911).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat stranden, recreatiegebieden en andere drukbezochte locaties te maken kunnen krijgen met ernstige ordeverstoringen door grote en wisselende groepen jongeren;
overwegende dat bestaande persoonsgerichte maatregelen onvoldoende uitkomst kunnen bieden wanneer vooraf niet vaststaat welke individuele personen de openbare orde zullen verstoren;
overwegende dat gemeenten hierdoor bij ernstige en voorzienbare ordeverstoringen aangewezen kunnen zijn op tijdelijke noodbevoegdheden;
verzoekt de regering in overleg met betrokken gemeenten te onderzoeken welke structurele openbareordebevoegdheden nodig zijn om ernstige groepsgewijze ordeverstoringen op drukbezochte locaties preventief tegen te gaan zonder telkens noodbevoegdheden in te zetten, en zo nodig met voorstellen tot wetswijziging te komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 513 (29911).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat samenwerking tussen jeugdgevangenissen en Defensie kan bijdragen aan het bijbrengen van discipline, structuur, vakvaardigheden en verantwoordelijkheid bij jeugdige delinquenten;
overwegende dat DJI en Defensie beschikken over kennis en ervaring op het gebied van discipline, structuur, opleiding, vakmanschap en verantwoordelijkheid;
verzoekt de regering samen met DJI en Defensie een landelijk programma te ontwikkelen waarin geschikte jeugdige delinquenten tijdens en aansluitend op detentie verplicht kunnen deelnemen aan een intensief traject gericht op discipline, fysieke vorming, opleiding en arbeid, waarbij voor geschikte deelnemers ook perspectief kan worden geboden op een toekomstig traject richting een functie binnen Defensie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 514 (29911).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Nederland voor preventieve wapencontroles eerst besluitvorming door de burgemeester en het Openbaar Ministerie nodig is;
overwegende dat de politie in Zweden en Denemarken zelf tijdelijke veiligheidszones kan instellen en de politie in Noorwegen rechtstreeks preventieve wapencontroles kan inzetten;
verzoekt de regering naar voorbeeld van deze landen te onderzoeken hoe ook de Nederlandse politie bij een acute en objectief onderbouwde dreiging van ernstig wapengeweld zelfstandig tijdelijke preventieve wapencontroles kan inzetten of een tijdelijke veiligheidszone kan instellen en hiervoor zo nodig met voorstellen tot wetswijziging te komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 515 (29911).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Faber namens de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat kerken en christelijke symbolen in Nederland worden vernield en in brand worden gestoken;
overwegende dat dit geen ongelukken betreft, maar acties met voorbedachten rade;
verzoekt de regering de oorzaken, de motivatie en de achtergrond van de daders die kerken en christelijke symbolen vernielen nader te onderzoeken, en de Kamer te informeren over de resultaten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 516 (29911).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een woordvoerder van de nationale politie niet uitsluit dat de indruk kan ontstaan dat de politie het doen van aangifte ontmoedigt;
verzoekt de regering erop toe te zien dat de politie voldoet aan haar wettelijke verplichtingen om aangiftes op te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 517 (29911).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat drugscriminaliteit hard moet worden aangepakt en hoge straffen de norm dienen te zijn;
constaterende dat de rechtbank Haarlem heeft besloten drugskoeriers milder te straffen in plaats van zwaarder te straffen;
verzoekt de regering minimumstraffen in te stellen voor strafbare feiten gelieerd aan drugs,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 518 (29911).
Dank u wel, mevrouw Faber. Dan is het woord aan mevrouw Straatman namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. Het dorpje van mijn oma leek vorige week wel op een scène uit de Netflixserie Narcos. Wat in Overasselt is gebeurd, is onacceptabel en mogen we nooit normaal gaan vinden. Dit betekent dat we de strijd tegen de georganiseerde misdaad voort moeten zetten en we de duimschroeven moeten aandraaien, bijvoorbeeld op het gebied van het afpakken van crimineel verdiend vermogen. Het CDA blijft herhalen: maak zo snel mogelijk werk van de Confiscatierichtlijn. Maar we mogen ook onze ogen niet sluiten voor het feit dat drugsgebruik deze maffiapraktijken financiert. We kunnen niet genoeg zeggen wat vorig jaar in Rotterdam in het straatbeeld te lezen was: jouw lijntje, zijn liquidatie. In de media gaf de minister aan dat hij dit verband ook ziet en wil helpen om drugs te denormaliseren. Wat ons betreft start die landelijke antidrugscampagne vandaag nog. Dus hoe ziet de minister dit voor zich? Wanneer starten we met deze campagne?
Ook aan de voorkant moeten we het criminelen zo moeilijk mogelijk maken, niet alleen om te voorkomen dat er pillen worden verkocht, maar ook om te voorkomen dat er überhaupt verkopers worden geworven. Daarom willen wij nu echt vaart zetten achter het afpakken en herbestemmen van crimineel verdiend vermogen, met name in de kwetsbare wijken die hoog scoren op de ondermijningskaart. Kan de minister toezeggen om bij nieuwe herbestemmingsinitiatieven prioriteit te geven aan deze kwetsbare wijken? Kan hij de Kamer meenemen welke aanvullende initiatieven lopen of worden opgestart?
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Martens-America namens de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De beelden uit Overasselt staan ons nog vers op het netvlies: gemaskerde zware criminelen die met wapens door onze straten lopen. Burgemeesters geven terecht aan dat ze wellicht niet alles in huis hebben om te zorgen dat wij veilig blijven. Ik wil ook nog het grote compliment maken aan de politie voor haar optreden afgelopen week.
Ik wil een motie indienen met twee voorstellen. Enerzijds vraag ik de regering om te zorgen dat de burgemeesters woningen sneller kunnen sluiten dan op dit moment mogelijk is. Anderzijds vraag ik de regering om, als het echt zo is dat een burgemeester een woning niet permanent kan sluiten — in dit geval is het een woning die al vier keer gesloten is geweest — te zorgen dat dit wel mogelijk wordt. Zo zorgen we dat wij veilig blijven.
Tot slot, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat burgemeesters geen wettelijke mogelijkheden hebben om een woning permanent te sluiten en dit in uitzonderlijke gevallen, zoals in Overasselt, wel wenselijk kan zijn;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat burgemeesters meer mogelijkheden krijgen om een woning te sluiten en om indien nodig een woning permanent te sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America en Straatman.
Zij krijgt nr. 519 (29911).
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter, tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland kleinere zeehavens benoemt als concentratiepunten die extra aantrekkelijk zijn voor criminele samenwerkingsverbanden, en dat criminele netwerken steeds vaker naar deze havens uitwijken nu de beveiliging bij de mainports is aangescherpt;
constaterende dat gemeenten aangeven dat politie, Douane en Kustwacht nog steeds onvoldoende zijn versterkt om drugssmokkel en ondermijning in kleinere zeehavens effectief aan te pakken;
overwegende dat geld voor een platform zonder camera's en voldoende mensen van de politie, Douane en Kustwacht op de kade en op het water de havens niet veiliger maakt;
verzoekt de regering in kaart te brengen welke aanvullende handhavingscapaciteit van politie, Douane en Kustwacht nodig is voor een effectieve aanpak van ondermijning in kleinere zeehavens, en de Kamer hierover te informeren in het eerste kwartaal van 2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Martens-America.
Zij krijgt nr. 520 (29911).
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Schilder namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang. U heeft last van uw stem, begrijp ik, dus ik zal het volume een beetje hoger zetten.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter, op karakter dan maar.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat minderjarigen door criminelen worden ingezet voor onder meer drugshandel, explosies en andere zware criminaliteit;
overwegende dat criminelen bewust gebruikmaken van jonge uitvoerders om hun eigen handen schoon te houden en minderjarigen het vuile werk te laten opknappen;
van mening dat iemand die bewust een minderjarige de criminaliteit in trekt extra verwijtbaar handelt en daarvoor ook extra zwaar moet worden gestraft;
verzoekt de regering met een voorstel te komen waardoor het bewust ronselen of inzetten van een minderjarige voor het plegen van strafbare feiten leidt tot forsere strafverzwaring voor degene die de minderjarige ronselt of inzet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schilder.
Zij krijgt nr. 521 (29911).
Nou, karakter kan u niet worden ontzegd.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat minderjarigen worden geronseld en ingezet voor onder meer drugshandel, explosies en andere vormen van georganiseerde criminaliteit;
constaterende dat de minister stelt dat het huidige strafrechtelijke instrumentarium en de handhaving voor de aanpak van criminele ronselaars voldoen;
overwegende dat niet duidelijk is hoeveel van de personen die minderjarigen ronselen en aansturen daadwerkelijk worden opgespoord, vervolgd en veroordeeld;
van mening dat niet alleen de minderjarige uitvoerder, maar ook juist de crimineel achter de schermen die hem werft, betaalt en aanstuurt keihard moet worden aangepakt;
verzoekt de regering meer inzicht te verkrijgen in de modus operandi van ronselaars die online minderjarigen ronselen voor criminele activiteiten, de inzet van opsporing en handhaving hierop af te stemmen, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schilder.
Zij krijgt nr. 522 (29911).
Dank u wel. Ik schors een enkel ogenblik, totdat de moties zijn rondgedeeld. De vergadering is kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Wederom dank aan de leden voor hun inbreng, vragen en moties.
Ik begin met een vraag van mevrouw Straatman over een landelijke antidrugscampagne. Ja, het drugsgebruik is mij een doorn in het oog. Ik neem ook elke gelegenheid te baat om te vertellen dat alles wat we nu zien gebeuren, ook in Overasselt, zonder afname en zonder markt hier niet zou voorkomen. Er is een directe lijn tussen die liquidatie en dat lijntje, om het zo maar te zeggen. Ik vind het dan ook onbestaanbaar dat het door alle lagen van de bevolking zo genormaliseerd is om drugs te nemen, of dat nu gaat om flakka, xtc, cocaïne of anderszins. Dat is echt een probleem. Die normalisatie zorgt voor een markt. Die markt begint bij het dealertje, maar die eindigt bij Bolle Jos in Sierra Leone.
Ik ben dus een zeer groot voorstander van een landelijke antidrugscampagne, maar we moeten die wel richten op de doelgroep die we echt proberen te bereiken. Daarom hebben we nu voor het tweede jaar op rij — vorig jaar met een pilot en dit jaar met een bredere campagne, samen met de minister van VWS — met name op festivals, studentenontgroeningen et cetera ingezet op een campagne die jongeren confronteert met de nadelige effecten van drugs, inderdaad van criminaliteit tot milieuschade en anderszins. In de pilot zagen we dat de angst dat je hiermee het drugsgebruik zou normaliseren niet bewaarheid blijkt te zijn. Dat vertellen de instituten ons vaak, maar in dit geval is daar geen sprake van geweest. De boodschap komt echt aan. In die zin heeft het mensen die nog niet gebruikten, gesterkt om dat niet te doen, zoals wij in dat onderzoek lezen. Het zorgwekkende is dat degenen die al wel gebruiken, de boodschap wel tot zich nemen, maar dat dit niet leidt tot aantoonbaar ander gedrag. Dat is natuurlijk wel zorgelijk; die normalisatie is dus zover doorgedrongen dat zelfs als je weet wat de nadelige effecten zijn, dat niet direct een verandering van het gedrag tot gevolg heeft. Daar blijf ik achteraan zitten. Dat doe ik samen met de minister van VWS. To be continued, zou ik willen zeggen.
Dan de Europese Confiscatierichtlijn. We hebben inmiddels het advies van de Raad van State daarover binnen. We werken nu heel hard aan het verwerken van dat advies. We hopen het wetsvoorstel zo snel mogelijk in te kunnen dienen bij uw Kamer. Dat zal dus zeker nog dit najaar zijn. Hoe eerder hoe beter, want ik vind dit een zeer belangrijk wetsvoorstel.
Dan het maatschappelijk herbestemmen: kan ik toezeggen om prioriteit te geven aan kwetsbare wijken? Ja, dat ga ik u toezeggen. Het omzetten van iets negatiefs in een wijk in iets positiefs is een heel belangrijk sluitstuk van de aanpak van georganiseerde misdaad. Dat is waarmee mensen ofwel het goede voorbeeld ofwel het slechte voorbeeld zien. Ik wil dus nadrukkelijk kijken naar hoe we de mensen daarbij een steuntje in de rug kunnen geven. Kan ik de Kamer ook meenemen in de aanvullende initiatieven die op dit punt lopen? Dat ga ik doen in de volgende halfjaarbrief Ondermijning. Op dit moment werken we aan verschillende projecten. Ik ga daar binnenkort ook langs. Ik noem bijvoorbeeld het opnieuw inrichten van het voorplein van het sportcomplex in Nieuwegein. We treffen ook voorbereidingen voor een plan in Rotterdam, waar met de opbrengst van een afgepakt pand een herbestemmingsproject zal worden gefinancierd.
Dan kom ik bij de moties, voorzitter. Allereerst de motie op stuk nr. 512 van mevrouw Coenradie. We hebben al vaker van gedachten gewisseld over het heropvoedingstraject. De WODC-evaluatie liet zien dat dit soort kampen juist een negatief effect op de recidive hadden. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 512: ontraden. De motie op stuk nr. 513.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 513 gaat over de openbareordebevoegdheden. We hadden het zojuist met mevrouw Faber al even over het preventief fouilleren. Deze motie is wat breder opgesteld. Daarom wil ik deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 513: oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 514 moet ik ontraden. Het ernstige personeelstekort bij de DJI zorgt ervoor dat die nu echt alleen op een passend aanbod aan jongeren tijdens de detentie is gericht. Hier is op dit moment dus geen ruimte voor. Deze motie ontraad ik dus.
De motie op stuk nr. 515 ontraad ik, want die is gewoon niet in lijn met de Nederlandse verantwoordelijkheidsverdeling, waarbij de politie altijd onder het gezag van de burgemeester dan wel het OM optreedt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 515: ontraden.
Minister Van Weel:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 516 van mevrouw Faber. Ik wil kijken of ik hier in een volgend halfjaarbericht iets aan kan wijden. Daar waar daders van vernielingen gepakt worden, wordt altijd gekeken naar de achtergrond van de vernieling en de daad. Of die geregistreerd wordt op deze wijze en of dat een omvang heeft waar je iets mee zou kunnen, weet ik niet. Maar ik wil er wel naar kijken. Dus: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 516: oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 517 ontraad ik, niet omdat aangiftes niet worden opgenomen, maar gewoon omdat ik het hele signaal niet herken. Iedereen die aangifte doet, kan dat gewoon doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 517: ontraden. Er is één vervolgvraag van mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Er gaan toch echt wel geluiden op dat aangiftes niet worden aangenomen. Het kan toch niet zo zijn dat de politie zou duiken voor haar wettelijke taak? Ik begrijp dus niet dat de minister deze ontraadt. Dan gaat de minister, lijkt mij dan, mee in het niet uitvoeren van de wettelijke taken. Dat kan toch niet, vraag ik u, minister, via de voorzitter.
Minister Van Weel:
Ik ga niet mee in de indruk die de motie wekt, dus dat de politie haar wettelijke taak niet uitvoert en daarom via een motie op haar wettelijke taak zou moeten worden gewezen. Daarom ontraad ik die.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 518.
Minister Van Weel:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 518 over minimumstraffen. Daar hebben we het eerder in het debat vandaag ook over gehad. Ik ben daar vooralsnog geen voorstander van. Geen van de instanties in de strafrechtketen is er een voorstander van. Daar waar zwaardere straffen niet worden opgelegd, moeten we het debat aangaan over waarom die niet worden opgelegd. Dat doen we bijvoorbeeld daar waar het gaat om geweld tegen hulpverleners.
De voorzitter:
Daarmee is het oordeel "ontraden"?
Minister Van Weel:
Ja.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 518: ontraden.
Minister Van Weel:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 519 van mevrouw Martens-America over het sluiten van woningen door burgemeesters. Als ik de motie zo mag interpreteren dat we niet alleen kijken naar meer en nieuwe mogelijkheden, maar ook naar de vraag of bestaande mogelijkheden voor meer permanente sluiting benut kunnen worden, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Ik denk dat daar, zeker in kleine gemeentes, met een beetje steun wel meer te doen is.
De voorzitter:
Ik kijk of dat mag. Ik zie mevrouw Martens-America knikken. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 519 oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 520.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 520: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 521.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 521. Ik heb sympathie voor wat u zegt, mevrouw Schilder. Het ronselen is een groot probleem. Ik ontraad 'm wel, omdat we binnen het strafrecht op dit moment al een strafverzwaring kunnen opleggen voor het uitbuiten van minderjarigen. Het OM en de politie zeggen dat ze daarmee uit de voeten kunnen met de casuïstiek die ze tegenkomen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 521: ontraden. Tot slot de motie op stuk nr. 522.
Minister Van Weel:
Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 522: oordeel Kamer. Ik dank de minister wederom. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we meteen doorgaan met het tweeminutendebat Terrorisme/extremisme.