Stenogram : Strafrechtelijke onderwerpen
25 Strafrechtelijke onderwerpen
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 94
Te raadplegen sinds
2026-10-19Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier29279Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 94
Strafrechtelijke onderwerpen
Aan de orde is het tweeminutendebat Strafrechtelijke onderwerpen (CD d.d. 10/06).
De voorzitter:
Ik zie dat de desbetreffende leden aanwezig zijn, dus ik stel voor dat we meteen doorgaan met het tweeminutendebat Strafrechtelijke onderwerpen. Ik geef daarvoor het woord aan mevrouw Faber namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse straten en stranden worden geterroriseerd door grote groepen jongeren, die onder anderen vrouwen lastigvallen en overgaan tot vernielingen en geweld;
constaterende dat de politie enkel preventief mag fouilleren bij een concrete verdenking of vermoeden van een strafbaar feit, of indien een gebied is aangewezen als veiligheidsrisicogebied;
overwegende dat preventief fouilleren een effectieve maatregel is om de overlast in te dammen en de veiligheid te waarborgen;
verzoekt de regering met een wettelijke regeling te komen waarin is opgenomen dat de politie altijd de bevoegdheid heeft om preventief te fouilleren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 1070 (29279).
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Ellian namens de VVD. Hij staat nog niet klaar, dus ik geef eerst het woord aan mevrouw Straatman namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben zojuist in het commissiedebat gesproken over de verkeersboetes, maar ook in het commissiedebat Strafrechtelijke onderwerpen hebben we aandacht gevraagd voor de problematiek van verkeersboetes. Laten we het simpel houden: iedereen is het erover eens dat die te hoog zijn, maar tot nu toe komen we niet verder dan een discussie over de financiële dekking. Dat toont ook wel de beperkingen van de politiek aan. Wij willen graag van een "kan niet"-houding naar een "kan wel"-houding. We willen blijven zoeken naar mogelijkheden om een doorbraak te forceren. Want laten we eerlijk zijn: het mag niet zo zijn dat we moeten wachten tot de Hoge Raad ons dwingt om onder stoom en kokend water beleid aan te passen. Verantwoord bestuur vraagt dat we dat tijdig aan de voorkant doen. Daarvoor zal ik me in de komende tijd samen met PRO voor blijven inzetten.
Inmiddels zijn de signalen uit de rechtspraak helder. Zowel de basisboetebedragen als de verhogingen bij niet-betaling zijn juridisch drijfzand. Hoe kan het dat de minister en de staatssecretaris alsnog aangeven op dit moment geen stappen te zullen zetten en te wachten op uitspraken van hogere rechters? Dat betekent nu dus heel concreet dat wanneer je een boete krijgt en je bij rechter A aanklopt, je een andere uitkomst krijgt dan als je in beroep gaat bij rechter B. Mijn vraag aan de minister en de staatssecretaris is dus wat dit volgens hen betekent voor de rechtsgelijkheid. In de reactie van de minister en de staatssecretaris om op dit moment niets te doen, klinkt enigszins door dat ze verbaasd zijn over deze rechterlijke uitspraken. Maar hoe reflecteren zij in dit kader op de geluiden vanuit de rechtspraktijk en breed in de sector die al jarenlang unaniem stellen dat het verkeersboetebeleid in Nederland niet functioneert?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Abdi, die spreekt namens PRO.
Mevrouw Abdi (PRO):
Dank, voorzitter. Ik houd het ook kort, want ik heb hierover natuurlijk ook een plenair debat aangevraagd. Ik wil even op een paar punten terugkomen. Ik sluit me aan bij het betoog van collega Straatman over verkeersboetes. Dat zal jullie niet verbazen. Het advies van de ag was behoorlijk stevig. Mij bereiken signalen dat de Hoge Raad hierover dit najaar al uitspraak gaat doen. De kans is vrij groot dat de Hoge Raad dat advies opvolgt. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris en de minister even kunnen toelichten of ze de Kamer wel of niet gaan informeren over welke scenario's daadwerkelijk klaarliggen. Je kunt ervoor kiezen om de Kamer daarin niet mee te nemen. Dat kan, maar ik denk dat het wenselijk is om de Kamer wél bij deze oplossingen te betrekken. Wij zullen daar natuurlijk heel constructief tegenover staan. Ik denk dat het fijn is als er voor de uitvoering duidelijkheid komt. Welke scenario's liggen op tafel, wat betekent het en wat zijn de financiële implicaties als het advies wordt opgevolgd door de Hoge Raad? Tot slot kijken we ook na hoe we dit het liefst … Ehm, sorry! We hebben het liefst dat daar eind dit jaar op wordt teruggekomen. Excuus.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ellian namens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Volgens de klok heb ik maar 40 seconden.
De voorzitter:
We herstellen dat. U heeft twee minuten.
De heer Ellian (VVD):
Dank u wel.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat opsporingsberichtgeving succesvol wordt ingezet, bijvoorbeeld via de campagne Game Over?! en Opsporing Verzocht;
overwegende dat opsporingsberichtgeving zoals Opsporing Verzocht op dit moment nog niet wordt gebruikt om criminele vermogensbestanddelen te achterhalen;
van mening dat misdaad nooit mag lonen en dat de overheid alles op alles moet zetten om criminele machtsstructuren af te breken en crimineel verdiend vermogen af te pakken;
verzoekt de regering om de inzet van opsporingsberichtgeving uit te breiden naar criminele vermogensbestanddelen, en de noodzakelijke kaders hiervoor te creëren en/of aan te passen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ellian.
Zij krijgt nr. 1071 (29279).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer eerder heeft verzocht te onderzoeken of in de Wet politiegegevens ruimte kan worden gecreëerd om informatie die mogelijk relevant is voor het oplossen van cold cases te filteren en te bewaren;
van mening dat aanpassing van de Wet politiegegevens, en indien nodig de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, de juiste grondslag kan creëren om politiegegevens ten behoeve van een specifiek doel, zoals ook georganiseerde criminaliteit, femicide en ernstige zeden- en geweldsdelicten, langer te bewaren;
verzoekt de regering om een wetswijziging in gang te zetten die ertoe strekt de bewaartermijnen van politiegegevens te verlengen ten behoeve van een specifiek doel, en in de tussentijd niet over te gaan tot vernietiging van de betreffende politiegegevens,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellian, Struijs, Mutluer en Straatman.
Zij krijgt nr. 1072 (29279).
De heer Ellian (VVD):
Voorzitter. Dan de laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat twee Kamermoties over de verhoging van tipgelden voor personen op de Nationale Opsporingslijst zijn aangenomen, waaronder verhogingen naar bedragen van minimaal 1 miljoen euro;
constaterende dat de minister zelf de tipgeldbedragen op deze lijst moet kunnen verhogen;
verzoekt de minister de Circulaire bijzondere opsporingsgelden zo aan te passen dat de minister zelf bij voortvluchtigen op de Nationale Opsporingslijst het tipgeld kan vaststellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ellian.
Zij krijgt nr. 1073 (29279).
De heer Ellian (VVD):
Voorzitter. Bij die laatste motie begrijp ik dat het voor de minister makkelijker is als dat om personen gaat die al veroordeeld zijn, maar ik wacht even af wat hij daarover zegt.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer El Abassi namens DENK. Gaat uw gang.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Ik ga meteen beginnen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet verkeersboetes opnieuw met 2,7% wil verhogen;
overwegende dat verkeersboetes bedoeld zijn om verkeersveiligheid te bevorderen en niet om gaten in de begroting te dichten;
overwegende dat boetes proportioneel moeten zijn en in verhouding moeten staan tot de ernst van de overtreding;
verzoekt de regering af te zien van de voorgenomen verhoging van verkeersboetes,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1074 (29279).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat organisaties en netwerken openlijk haat, intimidatie en geweld tegen asielzoekers, moslims en bestuurders aanjagen;
van mening dat de overheid tekortschiet wanneer extremistische netwerken bijdragen aan bedreiging, ontmenselijking en geweldsescalatie;
verzoekt de regering te bevorderen dat de strafrechtketen hard en zichtbaar optreedt tegen rechts-extremistische organisaties en netwerken die structureel haat, intimidatie of geweld aanjagen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1075 (29279).
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Dan mijn laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat rapportages, openbare berichtgeving en beelden op sociale media ernstige aanwijzingen bevatten voor oorlogsmisdrijven, seksueel geweld, marteling en andere schendingen van het internationaal recht tegen Palestijnen;
constaterende dat Nederlanders zich hebben aangesloten bij of steun hebben verleend aan de Israëlische strijdkrachten;
overwegende dat Nederlanders die redelijkerwijs verdacht worden van betrokkenheid bij internationale misdrijven niet straffeloos mogen blijven;
verzoekt de regering te bevorderen dat signalen over betrokkenheid van Nederlanders bij oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven in Gaza en de bezette Palestijnse gebieden actief worden verzameld en beoordeeld door het Openbaar Ministerie, met het oog op strafrechtelijke vervolging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1076 (29279).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Volgens mij ben ik prima binnen de tijd.
De voorzitter:
Zeker. Dank u wel. De minister heeft aangegeven direct door te kunnen gaan met de beantwoording, maar ik schors toch een kort ogenblik, totdat de bode de moties heeft rondgedeeld aan de leden. De vergadering is een heel kort ogenblik geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng. Ik zal één vraag beantwoorden, van mevrouw Straatman. De staatssecretaris zal een vraag van mevrouw Abdi beantwoorden. Dan zal ik alle moties appreciëren. Dat doe ik overigens voordat de staatssecretaris de vraag van mevrouw Abdi zal beantwoorden, met uw welnemen, voorzitter.
Mevrouw Straatman stelde een vraag over rechtsgelijkheid. Ze zei: "Op dit moment kun je bij verschillende rechters op verschillende manieren een uitslag krijgen, daar waar het gaat om de aanvankelijke hoogte van de verkeersboetes." Dat klopt. Dat is hoe ons rechtssysteem werkt. Wat we als overheid doen, is wachten op een uitspraak van een hogere rechter om uiteindelijk uitsluitsel te geven. Dat is best wel een fundamentele vraag, namelijk: mag de regering zelf gaan over de hoogte van boetes of niet? Die vraag zien wij graag beantwoord door een hogere rechtsmacht. Daarom laten we dat op zijn beloop. Dat staat los van het traject van de Hoge Raad, als gaat om een ophoging van de verkeersboetes. Daar komt de staatssecretaris zo op terug.
De voorzitter:
Ik sta één vervolgvraag toe, gelet op de volle agenda. Gaat uw gang, mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
In principe begrijp ik het systeem van een lagere rechter, waarbij we wachten op wat een hogere rechter zegt. Maar werkelijk waar iedere partij in deze sector zegt: het boetesysteem werkt op dit moment niet. En nu zeggen de rechters dat de boetebesluiten — dat zijn niet die van dit jaar, maar uit 2024 en 2025 — onverbindend worden verklaard. Dan zijn we toch wel een beetje beland in de categorie struisvogelpolitiek als we daar niet op voortborduren.
Minister Van Weel:
Dat ben ik dus niet met u eens. Het gaat om een fundamentele vraag, namelijk: wie bepaalt de hoogte van verkeersboetes? Bovendien is het niet zo dat ons boetesysteem as such niet werkt. De discussie gaat erover of het in balans is. Uiteindelijk zien we dat de autonome verhogingen die op de verkeersboetes zijn toegepast, niet altijd op het OM-boetestelsel zijn toegepast. Daardoor is die scheefgroei ontstaan. Die kan je op verschillende manieren opheffen. Dat kan door de verkeersboetes omlaag te brengen. Dat kost een paar honderd miljoen, en die heb ik niet. Daarom wacht ik af.
De motie op stuk nr. 1070 van mevrouw Faber moet ik ontraden. De politie opereert onder het gezag van de burgemeester. Die kan het veiligheidsrisicogebied aanwijzen als hij dat nodig acht.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1070: ontraden. Eén vervolgvraag van mevrouw Faber. Gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
De minister geeft aan dat de burgemeester dat kan instellen. Maar we kunnen daar toch gewoon een wet voor laten maken, zodat het altijd kan gelden?
Minister Van Weel:
Nou, het is niet nodig, mevrouw Faber, want onder het lokaal gezag kan hiertoe al besloten worden als dat nodig is.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. motie 1071 van de heer Ellian.
Minister Van Weel:
Die motie geef ik oordeel Kamer. Ik kom in de halfjaarbrief over ondermijning terug op wat er mogelijk is, zeg ik tegen de heer Ellian.
Over de motie op stuk nr. 1072 ga ik geen korte duiding geven. Dat komt omdat dit onderwerp inmiddels een hele lange baard heeft. De duiding die ik aan de "oordeel Kamer" toevoeg, is wel van belang. Ik geef deze motie dus oordeel Kamer. Ik begrijp de wens van uw Kamer en voel sterk mee met de intentie van deze motie; dat heb ik ook vaker in de Kamer uitgesproken. Tegelijkertijd gaat het in deze motie om zeer grote hoeveelheden uiteenlopende politiegegevens, veelal van burgers die niet worden verdacht van een strafbaar feit. Het gaat hier niet om gegevens die al in verband zijn gebracht met een coldcaseonderzoek. Die zitten namelijk al in het onderzoeksdossier. Daarvoor geldt een langere bewaartermijn. De persoonlijke levenssfeer van burgers verdient ook bescherming. De politie kan niet onbeperkt enorme hoeveelheden gegevens van niet-verdachte burgers bewaren. Het langer bewaren van die gegevens vraagt om een stevige juridische onderbouwing en moet proportioneel zijn. Dat is een grote uitdaging, want voor alle gegevens moet de relatie met het doel voor de langere bewaring worden aangetoond. Op basis van de aangeleverde politiecijfers heb ik niet kunnen vaststellen in hoeverre oude politiegegevens een cruciale rol spelen bij het oplossen van cold cases. Ik heb de afgelopen anderhalf jaar echt intensief gezocht naar de juridische mogelijkheden en heb daarover gesproken met onder meer de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens. Tot nu toe heb ik geen juridische aanknopingspunten gevonden. Daarom kan ik nu geen wetgevingstraject starten, omdat ik niet zou weten waar ik moet beginnen met iets wat uiteindelijk de toets der kritiek moet kunnen doorstaan.
Ik hoor wel de oproep van uw Kamer. Daarom stel ik voor om als volgt opvolging te geven aan uw motie. Ten eerste laat ik in vier omringende EU-lidstaten een vergelijkend onderzoek doen. Ten tweede ga ik opnieuw in gesprek met de nieuwe voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens over dit onderwerp. Ten derde laat ik de politie verder werken aan een gefaseerd sorteringsplan wat betreft de omgang van politiegegevens. Zolang deze acties nog lopen, zal ik de politie vragen om de bedoelde gegevens te bewaren. Ook wil ik de Kamer vragen om zelf met de Raad van State, de Autoriteit Persoonsgegevens en de relevante organisaties in gesprek te gaan om met mij te zoeken naar alternatieve aanknopingspunten. Alleen als deze inspanningen nieuwe juridische aanknopingspunten opleveren, is het daadwerkelijk starten van een wetgevingstraject zinvol. Ik wijs er wel op dat de aanpak die ik nu voorstel, niet overeenkomt met de zienswijze van de Autoriteit Persoonsgegevens. Het is goed mogelijk dat de Autoriteit Persoonsgegevens handhavend zal optreden, waaronder door middel van het verbeuren van dwangsommen. Deze motie, de appreciatie en de verdere zoektocht die ik voorstel, schorten dat niet op. Dat is dus een risico. Dat deel ik met u. Dat nemen we dan ook min of meer in gezamenlijkheid. Met die kanttekeningen geef ik de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Meneer Ellian, kunt u als eerste indiener leven met deze appreciatie?
De heer Ellian (VVD):
Namens de indieners: ja. Ik denk dat het ook goed is als ik namens de indieners aangeef dat wij beseffen dat dat de gevolgen kunnen zijn. We zetten dit traject samen in gang. Hopelijk vinden we dan een oplossing.
De voorzitter:
Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 1072 oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1073.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 1073: oordeel Kamer. Daar kan ik korter over zijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1074.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 1074 moet ik ontraden. Daar zit geen dekking bij.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1075.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 1075 over de strafrechtketen kan ik oordeel Kamer geven met dien verstande dat het uiteindelijk aan het OM zelf is om tot vervolging over te gaan bij strafbare feiten. Maar ik snap de teneur van de motie.
De voorzitter:
De heer El Abassi knikt, zie ik. Daarmee krijgt zij oordeel Kamer. Tot slot de motie op stuk nr. 1076.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 1076 moet ik ontraden. Het internationaal recht moet natuurlijk worden nageleefd door eenieder. Straffeloosheid bij internationale misdrijven is onaanvaardbaar. Natuurlijk geldt dat ook voor gevallen waarbij Nederlanders als mogelijke verdachten in beeld komen. Maar als dat zo is, dan is het telkens aan het Openbaar Ministerie om te beoordelen of er sprake is van voldoende bewijs van mogelijke individuele strafbare betrokkenheid bij internationale misdrijven en of opsporing en vervolgens vervolging ook opportuun is.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris voor de beantwoording van de resterende vraag.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank u wel. Mij rest nog een vraag van mevrouw Abdi over de prejudiciële procedure die nu loopt ten aanzien van de ophoging van de verkeersboetes. Die zaak loopt. We hebben natuurlijk gezien dat de advocaat-generaal daar een conclusie op geschreven heeft. Wel is het zo dat we naar aanleiding van zo'n conclusie nog geen verdere conclusies trekken. Het belangrijkste is dat we ons voorbereiden op de uitspraak van de Hoge Raad. Ik wil hier graag toezeggen dat op het moment dat die er is en er aanleiding toe is — want het kan natuurlijk nog alle kanten op — ik uw Kamer zal informeren over de verschillende scenario's en natuurlijk ook over de financiële consequenties en de consequenties wat betreft de uitvoering. Ik zal de Kamer dan per omgaande informeren.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.