Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Moorman aan de staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie over het bericht dat uit PISA-scores blijkt dat de Nederlandse leesvaardigheid zeer laag is.
3 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 94
Te raadplegen sinds
2026-10-19Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 94
Vragenuur
Vragen Moorman
Vragen van het lid Moorman aan de staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie over het bericht dat uit PISA-scores blijkt dat de Nederlandse leesvaardigheid zeer laag is.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Moorman voor haar vragen namens de fractie van PRO aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die ik van harte welkom heet in ons midden. Het woord is aan mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Ik ben heel blij dat ik de gelegenheid krijg om vragen te stellen, want het is nogal wat. Vanochtend zagen wij de nieuwe PISA-scores. PISA is het internationaal vergelijkend trendonderzoek naar onder andere de leesvaardigheid van onze 15-jarigen. De vorige keer, in 2022, was het al dramatisch. Een op de drie 15-jarigen kon onvoldoende lezen. Nu is het nog erger geworden. Bijna twee op de vijf 15-jarigen kan niet genoeg lezen om mee te komen in de samenleving. Dat betekent dat je geen bijsluiter kan lezen bij een medicijn en dat je geen betalingsherinnering kan lezen, met alle gevolgen van dien.
Dat dat in een rijk land als Nederland kan bestaan, is toch eigenlijk om je helemaal kapot te schamen. Want elk kind in Nederland moet natuurlijk gewoon kunnen leren lezen. Om dat te leren zou het ook helemaal niet moeten uitmaken naar welke school je gaat. De beste school zou gewoon de school om de hoek moeten zijn. Maar in Nederland maakt het enorm uit naar welke school je gaat. Sterker nog, de schoolverschillen in Nederland zijn de grootste van Europa. U snapt dat ik, maar ik neem aan velen met mij, hier zeer, zeer, zeer verontrust over ben.
Ik heb daar een aantal vragen over aan de staatssecretaris. Uiteraard wil ik als eerste weten hoe de staatssecretaris kijkt naar de uitkomsten van deze PISA-scores. Wij hebben haar voor de zomer al horen zeggen: lezen moet op één. Dat is op zich een heel mooie uitspraak, maar we weten helemaal niet hoe ze dat gaan invullen en wat dat dan in de praktijk precies betekent. Daar zou ik graag een antwoord op krijgen van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Tielen:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan mevrouw Moorman voor het stellen van deze vraag, want ik ben het helemaal met haar eens. De PISA-scores laten zien dat bijna 40% van de 15-jarigen inderdaad onvoldoende in staat is om teksten te lezen. Mevrouw Moorman noemde al het voorbeeld van een bijsluiter, maar ook contact opnemen met de overheid of met de bank kan allemaal niet als je niet taalvaardig bent. Ook ik schrok van de cijfers die vanochtend gepresenteerd zijn door PISA, om twee redenen. Taalvaardigheid is namelijk heel belangrijk, niet alleen om te kunnen lezen, maar ook voor alle andere basisvaardigheden die belangrijk zijn, zoals rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. Alles begint met taal. Het is zorgwekkend dat zo veel kinderen van 15 dat onvoldoende kunnen.
Wat moeten we dus doen? Ik denk dat we moeten doen wat we de afgelopen jaren al in gang hebben gezet, maar dat dat nog beter moet. Dat betekent focus op taal: taal als de basis van alle basisvaardigheden. Taal moet in alle vakken terugkomen. Daar hebben we gelukkig met de Kamer kerndoelen voor vastgesteld, zodat scholen beter weten wat leerlingen moeten kunnen en kennen om taalvaardig te worden. Dat gaat enorm helpen. Heel veel scholen zijn daar ook al mee bezig. Ik zie op scholen die daar hard mee bezig zijn dat dat ook zijn vruchten afwerpt. We moeten met elkaar ook de lat hoger leggen voor de verwachtingen van leerlingen, maar ook voor die van leraren, scholen en onszelf. Wat mij betreft moet de lat omhoog om ervoor te zorgen dat we deze trend keren en dat het lezen in Nederland weer beter wordt, opdat de leervaardigheid en daarmee ook onze ontwikkeling als samenleving vooruit kan.
Mevrouw Moorman (PRO):
De staatssecretaris zegt dat ze geschrokken is. Ik ben blij dat zij hier echt mee aan de slag wil. Tegelijkertijd merk ik dat heel veel mensen niet geschrokken zijn, omdat we dit allang weten. De lerarentekorten in Nederland zijn gigantisch. De verschillen tussen scholen in lerarentekorten zijn gigantisch. We hebben een groot probleem met onze lerarenopleidingen en met de bijscholing. We doen niks aan de grote verschillen tussen scholen. Het zou bijvoorbeeld helpen om ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Daar worden al goede resultaten mee gehaald in het land. Is de staatssecretaris bereid om naar een integrale visie te gaan in plaats van alleen maar de focus op een vaardigheid te leggen?
Staatssecretaris Tielen:
In mijn beleving gaat het juist over een integrale visie. Als je je kind naar school doet, zeg je eigenlijk: mijn kind gaat nu leren lezen, schrijven en rekenen. Dat is zo'n beetje de kern van ons onderwijs. Daarom is het zo belangrijk dat we dit daadwerkelijk naar een hoger niveau brengen. Dat heeft te maken met heel veel factoren. Mevrouw Moorman noemt er een aantal. De verschillen in kwaliteit tussen scholen zijn inderdaad nergens ter wereld zo groot als in Nederland. Die schoolverschillen moeten kleiner, en in mijn beleving dan wel zodanig dat ze allemaal beter worden. Dan helpt focus en dan helpt het om met iedereen die hoge verwachtingen te ervaren. In die zin vind ik wat de sectorraden, bonden en ouders zeggen in reactie op de PISA-scores wel positief. Ze zeggen dat dit echt iets is waar we allemaal de schouders onder moeten zetten. Ik geef daar graag richting aan, maar dat kan ik zeker niet alleen. Ik ben blij dat we de urgentie zien, dat we het probleem omarmen en dat we de oplossingsrichting met z'n allen inslaan.
Mevrouw Moorman (PRO):
De staatssecretaris zegt het zelf: de verschillen tussen scholen in Nederland zijn het grootst van de wereld. Het grootst van de wereld! Wij hebben het ideaal van gelijke kansen, maar het maakt dus enorm uit naar welke school je gaat. Vaak staan de scholen die minder goed presteren, met veel grotere lerarentekorten, precies in de wijken waar kinderen al veel minder meekrijgen vanuit huis, waar kinderen in armoede opgroeien, waar de taal minder goed wordt gesproken, waar geen boeken in huis zijn. Juist die kinderen zijn zo afhankelijk van het onderwijs. Voor hen moet onderwijs het verschil maken. Moeten wij dan niet ongelijk gaan investeren, juist in die scholen? Ik heb tot nu toe nog geen enkele actie of poging van de staatssecretaris gezien om juist te investeren op de plekken waar het het hardst nodig is. Wat gaat ze daaraan doen?
Staatssecretaris Tielen:
In wat mevrouw Moorman nu zegt, kan ik me toch niet helemaal vinden. Op dit moment wordt er al ongelijk geïnvesteerd. Scholen met veel leerlingen met een achterstandssituatie krijgen al meer geld, niet alleen om te zorgen dat er een veilig schoolklimaat en een stevige sociale basis zijn, maar ook om te zorgen voor de basisvaardigheden. We werken al met scholen in die situaties en we zien en weten al wat er extra nodig is, zodat we ons daar goed op kunnen richten. Daar zijn we dus mee bezig. Er zijn ook scholen die ondanks die achterstand echt vooruitstreven en tot de beste horen. Laten we dus niet proberen om nu een soort tweedeling in het scholenlandschap te creëren, maar laten we vooral de handen in elkaar slaan om dat samen te verbeteren, met iedereen die daarbij betrokken is: schoolleiders, leraren, schoolbesturen en ook de politiek, met daarin zeker ook een rol voor mij. Dat doen we om álle kwaliteit omhoog te krijgen en te zorgen dat leesvaardigheid, maar zeker ook rekenvaardigheid gewoon op een hoog niveau komen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik krijg nu precies het antwoord waar ik al bang voor was. Ik hoor namelijk "we doen het al", maar hoe zijn we hier beland als we het al doen? We zijn het land met de grootste schoolverschillen, waar twee op de vijf kinderen niet voldoende kunnen lezen. Ik vraag echt meer. Ik vraag geen actieplan. Ik vraag niet nóg een tafel. Nee, ik vraag een integrale visie die begint bij de voorkant, waarbij we juist de leraar en de schoolleider op één zetten, want zij maken goed onderwijs. Graag wil ik daarop een reactie en vooral actie van de staatssecretaris.
Staatssecretaris Tielen:
Om heel eerlijk te zijn, vroeg mevrouw Moorman om ongelijk investeren. Ik heb gezegd: dat doen we al. Ik zeg dus niet: we doen al dingen en dat is al goed. Mevrouw Moorman stelde mij een vraag en ik zeg: dat doen we al. Alleen, dat blijkt niet genoeg. Wat nodig is, is inderdaad een integrale visie waarbij we ons allemaal bewust zijn van hoe belangrijk het is dat die lees- en taalvaardigheid omhooggaat voor elk kind, zodat je inderdaad als ouder, als je je kind naar een school stuurt, weet dat de onderwijskwaliteit hoog is. Dat betekent dat we met elkaar focus hebben, in dezelfde richting, en niet tegen elkaar in praten en met elkaar taal in alle vakken terug laten komen — dat hebben we met de kerndoelen geregeld — en met gerichte bekostiging ook zorgen dat effectieve methodes, waarvan we uit de praktijk en uit de wetenschap weten dat ze werken, worden toegepast. Zo gaan we met elkaar vooruit, om inderdaad te hopen dat we over drie jaar … Dat hopen we niet alleen, maar we werken er ook hard aan, zodat we over drie jaar kunnen zien dat 15-jarigen echt beter kunnen lezen, want daar hebben ze de rest van hun leven profijt van.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Waar het Nederlandse onderwijs kapot aan gaat, zijn visies, dus laten we dat vooral niet doen. Ook in Limburg is het een gigantisch probleem. Het is dus in heel Nederland een probleem. Het probleem is dat scholen de kerntaken niet op orde hebben. Ze houden zich met te veel onzinnige dingen bezig. Het tweede is dat het ook afhankelijk is van welk schoolbestuur er zit. Het derde is dat — daar had mevrouw Moorman het over — die kansenongelijkheid wordt gevoed doordat we de verwachtingen een beetje gaan aanpassen. Dat moeten we niet doen. De vraag aan de minister is … De vraag aan de staatssecretaris is … Ik zeg altijd minister.
De voorzitter:
Jajajaja, heel snel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dan komen ze ook nog met het plan …
De voorzitter:
Nee, dat is geen vraag.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dan komen ze met het plan om men ook nog anderstalig op te leiden op de basisschool. Dat is juist funest voor de PISA-scores.
De voorzitter:
Meneer Claassen, wat is uw vraag?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Is de staatssecretaris bereid dat onwerkelijke, ondeugdelijke, gekke plan naar de prullenbak te verwijzen?
Staatssecretaris Tielen:
Het plan waar meneer Claassen naar verwijst, is geen plan. Ik heb daar ook wat berichtgeving over gezien. Alles is erop gericht de Nederlandse taalvaardigheid te verbeteren. Dat doen we met rijkere teksten en ook leesplezier. Het is niet alleen belangrijk dat je bijsluiters kan lezen of met de bank kan communiceren; het is ook belangrijk dat je kan genieten van taal en lezen. Daar zijn de kerndoelen op ingericht, zodat ook in alle vakken de Nederlandse taal een belangrijke rol speelt.
Mevrouw Armut (CDA):
Als je een rondje loopt op een school, dan valt één ding op: heel vaak hebben boeken totaal of gedeeltelijk plaatsgemaakt voor laptops. We weten dat leerlingen beter leren uit boeken en stof ook beter weten te onthouden als ze het opschrijven. Het is wat het CDA betreft dus ook een slechte zaak dat die boeken steeds meer uit het klaslokaal verdwijnen. Ik vind het wel goed dat deze staatssecretaris bezig is met bijvoorbeeld de Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Armut (CDA):
Mijn vraag is of zij daarin ook echt expliciet wil meenemen dat we dat schermgebruik terugdringen en dat boeken en schrijven weer de norm worden op school.
Staatssecretaris Tielen:
Daar ben ik zeker toe bereid, ook omdat we in dit PISA-onderzoek zien dat scholen waar het gebruik van laptops en mobiele schermen is teruggedrongen daadwerkelijk beter presteren, onder andere op het gebied van taalvaardigheid. Er zijn al heel veel scholen waar "thuis of in de kluis" geldt. Dat betekent: geen mobieltjes in de klas, geen mobieltjes in de aula, geen mobieltjes op het schoolplein. We zullen dus zeker ook aandacht besteden aan hoe we daarmee om moeten gaan.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Het PISA-onderzoek kwam opnieuw hard binnen, want de daling zet zich voort. Dat was geen verrassing, want we zien natuurlijk al tijden dat het leesplezier daalt, dat het aantal boeken dat kinderen lezen daalt en dat het nu dus tot dit niveau is gekomen. Maar we zien ook dat het anders kan. Bij lezen gaat het niet goed, maar bij rekenen en natuurwetenschappen zien we dat de daling gestopt is. We kunnen hiermee door met het nieuwe curriculum, met extra geld voor onderwijs.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom als volgt. Zorgt zij ervoor dat er een nationale aanpak komt, samen met scholen, met leraren, met ouders, met iedereen die dit aangaat, om samen het lezen en schrijven te verbeteren?
Staatssecretaris Tielen:
Ja. Dat is ook de essentie van de versterkingsagenda. Daarom is die er ook nog niet: omdat ik die niet in mijn eentje op een kamer ergens op een ministerie ga lopen verzinnen. Die maken we samen. Daarom verwees ik er ook al naar. Ik ben heel blij dat de sectorraden, dus de onderwijsbesturen, de leraren, de ouders en de scholieren zelf, ook een reactie hebben gegeven op het PISA. Daaruit blijkt wat mij betreft heel duidelijk dat we dit samen moeten doen en dat iedereen daar een rol in heeft. Hoe we die rol richten op het verbeteren van taal en de andere basisvaardigheden, zijn we aan het opschrijven.
Mevrouw Beckerman (SP):
Bijna 40% van de 15-jarigen kan niet voldoende lezen. Dat is een schande. We horen de staatssecretaris zeggen: de lat moet hoger voor leerlingen en leraren. Daarmee leg je de schuld ook bij hen. Ik denk dat de lat voor het kabinet omhoog moet. De vorige keer kwam het kabinet met een masterplan. Dit keer komt het met een actieplan. Is dat niet veel te mager? Moeten we niet veel fundamenteler kijken naar het onderwijs? Moeten we niet kijken naar kleinere klassen, meer leraren en meer regie, en moeten we niet bovenal die gigantische ongelijkheid tussen scholen aanpakken? Zo leg je de lat voor jezelf volgens mij echt veel hoger.
Staatssecretaris Tielen:
Volgens mij heb ik expliciet gezegd "voor schoolbesturen, voor leraren, voor leerlingen, maar ook voor ons". Dat kunt u teruglezen in de Handelingen. Ik ben het daadwerkelijk met mevrouw Beckerman eens dat we het met z'n allen moeten doen om te zorgen dat het beter wordt. Of de versterkingsagenda aan de verwachtingen van mevrouw Beckerman gaat voldoen, weet ik niet. Ik zie haar al schudden. Maar daarin komt samen hoe we focus aanbrengen en hoe we gaan zorgen dat kinderen die op het vmbo zitten — dat is een van de schoolvormen waar ik me echt zorgen om maak, zeker als het gaat om taalvaardigheid — daadwerkelijk taalvaardiger worden en dus ook beter opgeleid worden om het vervolgonderwijs of de samenleving in te kunnen. Ik denk dus eigenlijk dat we heel erg aan dezelfde kant staan. Ik hoop dat ik dat aan mevrouw Beckerman kan laten zien met de versterkingsagenda.
De heer Kisteman (VVD):
Vorige week kwam het ESB-onderzoek naar buiten. Daarin wordt aangegeven dat het aantal miljarden dat extra naar onderwijs gaat, enorm is gestegen, terwijl het aantal leerlingen gelijk is gebleven. Nu nemen de PISA-scores, waarmee de kwaliteit van het onderwijs wordt gemeten, enorm af. Is de staatssecretaris het met de VVD eens dat het huidige systeem van de lumpsum het nagenoeg onmogelijk maakt om te sturen op de kwaliteit van het onderwijs? Wat gaat de staatssecretaris dan naast de Wet gerichte bekostiging doen om meer grip te krijgen op die sturing?
Staatssecretaris Tielen:
Het begint met definiëren wat kwaliteit eigenlijk is. Als het gaat om taalvaardigheid en leesvaardigheid, hebben we samen met uw Kamers de afgelopen tijd gewerkt aan de kerndoelen, waarin we vastleggen wat kinderen moeten kunnen en kennen als het gaat om taal. Daar staat veel meer concreter in. Er zijn, ook daar, hogere verwachtingen ten opzichte van de oude kerndoelen, die overigens uit 2006 stammen. Toetsen op die kwaliteit is heel belangrijk. Ook daarvoor geldt dat we er scherp op moeten zijn en moeten zorgen dat die omhooggaat. Maar het gaat niet alleen om de lat hoger leggen; het gaat ook om zorgen dat iedereen eroverheen kan. Daar is het onderwijs op gericht. Kwaliteit is daarin cruciaal. We proberen daar meer grip op te krijgen met gerichte bekostiging. Dat betekent dat scholen ook verantwoording afleggen over wat ze met het geld voor die basisvaardigheden doen en wat het heeft opgeleverd.
De heer Dassen (Volt):
Een van de punten uit de studie is dat kinderen die kunstmatige intelligentie, AI, gebruiken om essays te schrijven of om samenvattingen te maken, nog twintig punten lager scoren dan gemiddeld. Dat staat gelijk aan één jaar leren. Dat vind ik een hele zorgwekkende ontwikkeling. Ik ben benieuwd wat de staatssecretaris daaraan gaat doen, aangezien we zien dat AI steeds meer onderdeel wordt van onze samenleving, dat het steeds toegankelijker wordt en dat het steeds makkelijker gebruikt wordt. Daar heb ik nog niks over gehoord.
Staatssecretaris Tielen:
Die zorgen deel ik heel erg, juist. Zo'n uitgebreid onderzoek maakt inzichtelijk wat voor effect het heeft. Een jaar leerachterstand is echt gigantisch. Ik denk dat het gebruik van AI ook zijn voordelen kan hebben, maar dat we dat niet aan scholen en leraren zelf moeten laten, omdat het te ingewikkeld is, omdat het een grote impact heeft en omdat het voortdurend verandert. Daarom heb ik al eerder met de Kamercommissie afgesproken dat we met een regieplan komen over hoe de digitalisering en AI in het funderend onderwijs, dus op de basisscholen, de middelbare scholen en de scholen voor speciaal onderwijs, goed ingezet kunnen worden. Daarbij moeten we voorkomen dat AI het leervermogen gaat schaden. Dat is namelijk waar de heer Dassen naar verwijst. Het gaat dus om de manier waarop je AI inzet. We doen dat liever ter ondersteuning van de leraar om het onderwijs te verbeteren, en minder op zo'n manier dat het de leerling afsnijdbewegingen oplevert. Zo werd het genoemd in een van de rapportages die ik de afgelopen week heb gezien, geloof ik.
De heer Dassen (Volt):
Het is natuurlijk heel zorgwekkend. Met het gemak waarmee het te gebruiken is, is het moeilijk om erop te sturen. Ik snap dat de staatssecretaris zegt: ik kom met een regieplan; we gaan kijken hoe het de leerkracht kan ondersteunen. Ik denk wel dat het belangrijk is dat we leerlingen leren hoe om te gaan met AI, zodat ze daar daadwerkelijk in geletterd worden. Ik ben ook benieuwd hoe de staatssecretaris de vraag meeneemt hoe we bedrijven die dit soort programma's op de markt brengen, verantwoordelijk houden.
Staatssecretaris Tielen:
Dat is uiteindelijk onderdeel van het plan. Nu moet ik een beetje vooruitlopen, dus het is op details misschien wat vager dan meneer Dassen verwacht. Ik denk dat we met experts bij bedrijven en uitgevers enzovoorts moeten kijken hoe we de synergie kunnen vinden. Bij digitale geletterdheid hoort kunstmatige intelligentie. Die mag het leervermogen echter niet in de weg staan. Het zal ook te maken hebben met de manier waarop je het in lessen aanbiedt en met de manier waarop je toestaat dat leerlingen en leraren het gebruiken. Het moet allemaal gericht zijn op het omhoog krijgen van het leervermogen, zonder digitale geletterdheid links te laten liggen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Regieplan, masterplan en actieplan: het duizelt je. Ik ben heel bang voor de versnippering, maar daar moeten we het misschien op een later moment over hebben. Eén ding blijft bij mij als een graat in de keel hangen: dat de staatssecretaris over de grote verschillen tussen scholen heeft gezegd dat we al ongelijk investeren. Blijkbaar doen we dat dan dus niet genoeg. De verschillen tussen scholen worden namelijk alleen maar groter. Moeten we niet veel meer ongelijk investeren, bijvoorbeeld door leraren in moeilijke wijken meer salaris te geven?
Staatssecretaris Tielen:
Het is geen kwestie van geld. Dit gaat over focus en kwaliteit. Het platslaan tot puur financieel investeren en daarmee schoolverschillen verkleinen, gaat echt totaal voorbij aan alle inzichten die dit PISA-rapport ons geeft, denk ik. We zullen die verder verrijken. Het is namelijk belangrijk genoeg om die trend te keren.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen.