Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Wilders aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over het bericht "Syrische immigrant Mohammed K. is 18 jaar, heeft hier al 114 politieregistraties, tóch mogen ouders & broertjes naar Nederland komen".
2 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 94
Te raadplegen sinds
2026-10-19Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 94
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Wilders
Vragen van het lid Wilders aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over het bericht "Syrische immigrant Mohammed K. is 18 jaar, heeft hier al 114 politieregistraties, tóch mogen ouders & broertjes naar Nederland komen".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer Wilders voor zijn mondelinge vragen aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Asiel en Migratie. Ik heet haar natuurlijk van harte welkom in vak K. Meneer Wilders, als u zover bent, heeft u het woord.
De heer Wilders (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Eind mei ontving de politie een melding. In een woning in Amsterdam-Oost waren twee vrouwen overvallen door drie Syrische mannen. De vrouwen werden door de Syriërs aan hun haren getrokken, in hun gezicht geslagen en met een mes bedreigd. Eén vrouw kreeg zelfs het mes op haar keel. Ze werden beroofd van hun sieraden, telefoons, geld en paspoort en uiteindelijk werden ze bebloed door de politie aangetroffen. De verdachte Syriërs, Laith A., Khir Aldin B. en Mohammed K., stonden vorige week voor de rechter. Mohammed K. is nu 18 jaar oud. Hij kwam vier jaar geleden, op zijn 14de, naar Nederland. Sindsdien, in de afgelopen vier jaar, verzamelde hij maar liefst 114 politieregistraties. U gelooft het niet.
(Onrust op de publieke tribune.)
De voorzitter:
Ik schors de vergadering een enkel ogenblik. Ik verzoek de beveiliging de gast van de tribune te evacueren.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen. Het woord …
(Onrust op de publieke tribune.)
De voorzitter:
De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We hebben dit eenmaal eerder meegemaakt. Toen heb ik bij de derde keer besloten om de tribune te evacueren en de aanwezigen de gelegenheid te geven om deze vergadering op een andere plek bij te wonen. Ik zeg nogmaals: als dit nu nog één keer gebeurt, schors ik de vergadering en zullen de aanwezige gasten deze vergadering op een andere plek in het gebouw moeten bijwonen, want we gaan deze plenaire vergadering niet onderbreken omdat de volksvertegenwoordiging vanaf de publieke tribune niet in staat wordt gesteld om haar werk te doen. U bent gewaarschuwd. Het woord is aan de heer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Sindsdien, zei ik net, verzamelde hij, Mohammed K., maar liefst 114 politieregistraties. 114! Vooral …
(Onrust op de publieke tribune.)
De voorzitter:
De vergadering is geschorst. Ik verzoek de beveiliging de tribune te evacueren. De verzamelde pers kan gewoon op de tribune blijven zitten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Er was helaas een verstoring — het waren enkele verstoringen — vanaf de publieke tribune, waardoor we helaas hebben moeten verzoeken om de publieke tribune te ontruimen. De gasten zullen worden begeleid naar een plek waar de vergadering op een andere manier kan worden bijgewoond. Geaccrediteerde journalisten blijven gewoon op de publieke tribune plaatsnemen om de plenaire vergadering te volgen. Ik stel voor dat we het mondelinge vragenuur opnieuw beginnen. Ik geef het woord aan de heer Wilders voor zijn bijdrage en zijn vragen aan de staatssecretaris. Het woord is aan de heer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Dank u, voorzitter, en dank u dat ik opnieuw mag beginnen. Eind mei ontving de politie een melding. In een woning in Amsterdam-Oost waren twee vrouwen overvallen door drie Syrische mannen. De vrouwen werden door de Syriërs aan hun haren getrokken, in hun gezicht geslagen en met een mes bedreigd. Eén vrouw kreeg zelfs het mes op haar keel. Ze werden beroofd van hun sieraden, telefoons, geld en paspoort, en de vrouwen werden uiteindelijk bebloed door de politie aangetroffen. De verdachte Syriërs heten Laith A., Khir Aldin B. en Mohammed K. Vorige week stonden ze voor de rechter.
Mohammed K. is nu 18 jaar oud. Hij kwam vier jaar geleden, op zijn 14de, naar Nederland. Sindsdien verzamelde hij maar liefst 114 politieregistraties. 114! U hoort het goed. 114 in vier jaar tijd, vaak voor diefstal. Wat leven we eigenlijk in een bananenrepubliek, als iemand met 114 politieregistraties nog steeds in Nederland zit en zijn gang kon gaan. Hij zit vast voor deze gewelddadige overval, maar zover had het natuurlijk nooit mogen komen. De minister had dit gajes Nederland nooit mogen binnenlaten. Deze Mohammed K. had na het eerste misdrijf van die 114 meldingen natuurlijk meteen het land uitgezet moeten worden. Ik vraag aan de staatssecretaris: waarom is dat niet gebeurd? Kloppen de berichten dat deze crimineel nu doodleuk van plan is om zijn ouders en broertjes uit Syrië naar Nederland te halen? Klopt het ook dat ze hebben gezegd dat ze, zodra ze hier zijn, op zoek gaan naar een leuke woning in Amsterdam? Dat zullen dan waarschijnlijk twee sociale huurwoningen zijn en waarschijnlijk met voorrang, want Mohammed heeft inmiddels ook zijn vriendin bezwangerd.
Voorzitter. In wat voor ziek land leven we? Hoeveel diefstallen, hoeveel overvallen, hoeveel messen op de keel of hoeveel slachtoffers moeten er nog volgen voordat dit kabinet eindelijk voor de Nederlanders opkomt, onze grenzen sluit en een asielstop invoert? Laat het helder zijn: Mohammed K. hoort niet in Nederland. Hij moet ons land uit, net als al die andere Syriërs die hier niets te zoeken hebben. Daarom heb ik een aantal vragen voor de staatssecretaris. Eén. Hoe heeft het in hemelsnaam zover kunnen komen? Niemand in Nederland snapt dit. Iedereen die dit hoort, is daar woest over. Twee. Gaat u Mohammed K., als hij wordt veroordeeld, na zijn verdiende straf onmiddellijk het land uitzetten? Gaat u hem, als hij niet wordt veroordeeld, voor die 114 meldingen meteen het land uitzetten? Waarom heeft u dat niet gedaan en gaat u dat nu doen? Gaat u ervoor zorgen dat hij zijn familie niet naar Nederland mag laten overkomen en dat er dus ook geen woningen aan hem worden verstrekt? Wanneer begint u met het uitzetten van de Syriërs? Wanneer komt eindelijk die asielstop?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de vragensteller in dit geval, want het zijn natuurlijk berichten die we lezen en die we ook allemaal meenemen. Het is, volgens mij, heel goed dat we nu de tijd hebben om antwoorden te geven. Het is natuurlijk wel zo dat, in zijn algemeenheid, op individuele casuïstiek niet ingegaan wordt, maar ik vind het wel belangrijk om hier heel duidelijk over te zijn. Overlast en crimineel gedrag door asielzoekers zijn onacceptabel. We treden daar normerend tegen op en dat zullen we blijven doen. Wanneer een asielzoeker is veroordeeld voor een misdrijf, wordt altijd onderzocht of de asielvergunning ingetrokken kan worden of dat de verblijfsaanvraag voor asiel afgewezen kan worden op grond van de openbare orde.
De bestaande nationale aanpak van overlast bestaat uit vier pijlers: sneller beslissen over kansarme aanvragen, maatwerk in de opvang, lik-op-stukbeleid in de openbare ruimte en een stevige inzet op terugkeer. In de asielprocedure werken de IND en DTenV juist samen om bij een negatieve beschikking het vertrektraject zo snel mogelijk op te starten. Op 12 juni jongstleden is het Europese Asiel- en migratiepact in werking getreden; dat is voor uw Kamer geen nieuws. Ook dat gaat onze grip op migratie verstevigen, bijvoorbeeld met de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en het werken aan asielaanvragen buiten de Europese Unie. Op die manier spant onze minister zich in om de overlast merkbaar terug te dringen en meer rust te brengen in de migratieketen. Aanstaande donderdag is er een commissiedebat Asiel en migratie, waarin u met de minister nader in gesprek zal gaan over deze onderwerpen.
De heer Wilders (PVV):
Ik heb zelden zo'n waardeloos antwoord gehoord. "Normerend optreden" zegt de staatssecretaris: "Wij treden normerend op." U doet helemaal niks. Er zit iemand die hier 114 keer een politieregistratie heeft gehad, waaronder voor diefstal, misdrijven. Doordat u niks heeft gedaan, heeft hij vrouwen kunnen beroven, vrouwen kunnen mishandelen, vrouwen met een mes tot bloedens toe kunnen behandelen. Dat is niet "normerend optreden"; dat is helemaal niets doen. Als u niets doet, wat u blijkbaar heeft gedaan, en als u dat soort mensen niet alleen binnenlaat omdat u de grenzen weigert te sluiten maar ook nog eens zorgt dat ze niet weggaan, keert u zich tegen de Nederlandse bevolking. Dan is het goed dat dit kabinet hopelijk heel snel zijn biezen pakt.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik heb alle begrip voor de verontwaardiging over zo'n individuele casus. Eind 2024 is uw Kamer geïnformeerd door toenmalig minister Faber over een aanscherping van de openbareordecasuïstiek in het asielbeleid. Daarbij is er een beleidsaanscherping aangekondigd die nog steeds onverkort van kracht is. Na een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling onderzoekt de IND steeds of aan de voorwaarden voor weigering of intrekking van de asielvergunning is voldaan. Daar is niets aan veranderd. Daarbij hebben we te maken met hoge eisen van het Europese Unierecht. Indien een verblijfsvergunning niet kan worden ingetrokken, betekent dat ook dat rechten die daaruit voortvloeien, bijvoorbeeld rechten die betrekking hebben op gezinshereniging, niet onthouden kunnen worden. Dat is wat de Kwalificatierichtlijn van ons eist. Dat is het belangrijkste wat we in stand kunnen houden. Nogmaals, ik heb alle begrip voor de verontwaardiging over deze individuele casus.
De heer Ellian (VVD):
Sorry, dit laatste deel ontgaat mij. Iemand met 114 politieregistraties kan volgens datzelfde Europese recht gewoon uitgezet worden. Dat had ook al moeten gebeuren. Ik herhaal de vraag van collega Wilders graag. Het kan toch niet zo zijn dat deze man nu een beroep doet op nareis? Dat is toch ongelofelijk? Dat is niet uit te leggen aan de samenleving, aan slachtoffers en aan nabestaanden. We vragen dus om een simpel antwoord. Gaat het kabinet daar werk van maken, ja of nee?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Daar maken wij zeker al werk van. Ik ga niet in op een individuele casus. In zijn algemeenheid heb ik u gezegd dat de IND na een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling altijd onderzoekt of aan de voorwaarden voor het weigeren of intrekken van de asielvergunning kan worden voldaan. In zo'n geval zal dat ook het geval zijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is echt … Deze antwoorden zijn gewoon bijna niet te doen. U bent hier aan het aflezen van een door ambtenaren voorbereid papiertje. Leg dat papiertje nou eens even weg. Vertelt u gewoon in klare taal, in gewonemensentaal, wat hier precies aan de hand is. Iemand met 114 politieregistraties heeft nog recht op nareis. Ik herhaal ook de vraag van de heer Wilders: leg dat eens in klare taal uit aan de mensen in Nederland. Zij begrijpen hier totaal niets van.
De voorzitter:
De staatssecretaris vervangt vandaag de minister van Asiel en Migratie.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Zeker, voorzitter, en met liefde. Ik kan deze antwoorden vanuit mijn hart geven. Op het moment dat er sprake is van een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling zijn er voldoende mogelijkheden om te zeggen dat we de vergunning intrekken. Ik kan niet ingaan op een individuele casus en de minister zou dat ook niet doen. Dat is altijd zo in deze Kamer. Aanstaande donderdag is er een commissiedebat over asiel en migratie. Het is heel goed om dan door te vragen welke wet- en regelgeving er in een specifieke casus geldt. Daar kunt u het debat met de minister over aangaan. Ik ga niet in op dit individuele geval. In zijn algemeenheid is het zo dat een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling wel degelijk consequenties heeft in Nederland.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij zijn we het met elkaar eens dat als je 114 keer in aanraking komt met de politie, Nederland misschien niet jouw thuis is. Als jij vrouwen met messen bedreigt, is Nederland niet jouw thuis. Als je in een azc terechtkomt, gastvrij wordt behandeld en vervolgens bekeerde christenen met de dood bedreigt, is Nederland gewoon niet voor jou. De goeden lijden onder de kwaden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij bereid is om te kijken of die regeling aangescherpt kan worden. Het kan toch niet zo zijn dat je na 114 keer alsnog een verblijfsvergunning en een paspoort krijgt?
Staatssecretaris Van Bruggen:
We hebben hier te maken met hoge eisen van het Europese Unierecht. Het is dus niet zo dat wij daar als land zomaar invloed op kunnen uitoefenen. Volgens mij is het belangrijk wat ik zojuist heb gezegd. Als er redenen en onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen zijn, is er wel degelijk een grond om dit aan te pakken. Tegelijkertijd deel ik natuurlijk de verontwaardiging over de individuele casuïstiek, over dit soort voorbeelden. Ik begrijp die heel goed. Het kabinet deelt die ook met u. Tegelijkertijd hebben we te maken met wet- en regelgeving en met de manier waarop we met elkaar omgaan in Nederland. We doen er in dit kabinet alles aan om te zorgen dat we hard optreden als het gaat over het handhaven van de openbare orde en mensen die het recht niet zo nauw nemen in ons land.
De heer Van Asten (D66):
Ik schrik er heel erg van dat iemand die 18 jaar oud is al 114 keer is gepakt en een politieregistratie heeft, terwijl die pas vanaf zijn 14de in Nederland is. Dan is daar echt iets behoorlijk misgegaan. Minderjarigen worden door Nidos begeleid. Er zit ook een hele escalatie in welke begeleiding ze krijgen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: is die specialistische Nidos-begeleiding voor jongeren waar het helemaal mis mee gaat dan wel de gespecialiseerde jeugdzorg, voldoende om ervoor te zorgen dat we nooit tot deze 114 komen?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Laat ik in zijn algemeenheid zeggen dat we iets te doen hebben als samenleving als er sprake is van zo'n hoog aantal verdenkingen, zo'n hoog aantal momenten waarop een jeugdige met de politie in aanraking komt. Ik geloof dat Nidos daar haar keiharde best voor doet. Ik geloof ook dat het niet altijd eenvoudig is. Ik denk dat het belangrijk is ook dat gesprek met de minister te kunnen blijven voeren om te zorgen dat we alles kunnen doen wat er nodig is om juist deze jongeren goed te laten landen in de Nederlandse samenleving. Dan kunnen we namelijk voorkomen dat we in dit soort situaties terechtkomen.
De heer Ceulemans (JA21):
Dit gaat echt je voorstellingsvermogen compleet te buiten. De staatssecretaris heeft het over de openbare orde en het openbareordecriterium. Dit stuk ellende is gewoon één grote wandelende bedreiging voor de openbare orde met zijn 114 politieregistraties. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat de staatssecretaris zegt dat er zelfs tegen zo iemand met zo veel registraties verblijfsrechtelijk niets te doen is?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Zonder in herhaling te willen vallen, is het zo dat na een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling de IND in zijn algemeenheid de mogelijkheden heeft om de voorwaarden voor weigering of intrekking van de asielvergunning wel degelijk ter tafel te brengen. Dat is in Nederland gewoon het geval; dat kan gewoon. Op deze individuele casus kan ik niet ingaan en dat zal ik ook niet doen, maar in zijn algemeenheid zijn er wel degelijk mogelijkheden.
De heer Ceulemans (JA21):
De staatssecretaris gaat voorbij aan het punt van de openbare orde, maar laat ik het dan zo stellen: dat hij hier is, is al schandalig genoeg, maar dat hij ook nog even zijn gezin laat overkomen, is natuurlijk helemaal aan niemand uit te leggen. Is er op dit moment een beletsel, of het nou nationale of Europese wetgeving is, dat belet dat de gezinshereniging of nareis of wat dan ook wordt gestopt als de referent een bedreiging voor de openbare orde is? Is de staatssecretaris bereid om tot het uiterste te gaan om in ieder geval dat niet door te laten gaan?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik spreek hier in algemeenheden. Ik ga niet op deze individuele casus in, maar in zijn algemeenheid kunnen we, als een verblijfsvergunning niet kan worden ingetrokken, niet zomaar een stop zetten op de rechten die daarmee gemoeid zijn, zoals het recht op gezinshereniging, dat voortvloeit uit de verblijfsvergunning. Dat is in zijn algemeenheid hoe we daar in Nederland mee omgaan. Dat is ook een hoge eis die aan ons gesteld wordt vanuit het Europese Unierecht, dus daar gaan wij als Nederland ook niet zomaar andere wet- en regelgeving op los kunnen laten.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is onbegrijpelijk dat deze minister zich verschuilt achter wetten en regelgeving om criminele Syriërs niet uit te zetten, want Duitsland en Oostenrijk zetten criminele Syriërs gewoon uit naar Syrië. Waarom doet het kabinet dat dan nog niet?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat lijkt me een relevante en uitstekende vraag om in het commissiedebat met de minister te bespreken. Ik denk dat het belangrijk is om ook de minister in het commissiedebat te bevragen over randvoorwaarden en allerlei aanvullende maatregelen die wel of niet mogelijk zijn. Hij zal ook met liefde de antwoorden geven. Op dit moment en in deze casus zijn dit de antwoorden die ik u heb kunnen geven.
De heer Struijs (50PLUS):
Even een vraag vanuit het veld. Politiemensen zijn diep verontwaardigd dat ze regelmatig mensen vele malen moeten aanhouden, in dit geval 114 keer. Is het niet een oplossingsrichting dat je bij de eerste keer snelrecht toepast en dat je met een veroordeling gelijk uit het hele systeem wordt gegooid? Ik ben op zoek naar die versnelling, want dit is een uitzichtloze situatie, ook voor de mensen in de uitvoering.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Natuurlijk heeft de heer Struijs groot gelijk. We hebben ook een nationale aanpak die gaat over dat lik-op-stukbeleid. Ontstaan er dan ook nog situaties zoals degene die nu als voorbeeld worden gegeven? Ja, ongetwijfeld, ook tot mijn eigen grote verontwaardiging en tot verdriet van het kabinet. Wat kunnen we dan binnen de bestaande wet- en regelgeving naast dat we al zeggen: "We moeten sneller beslissen wat betreft kansarme aanpakken. We moeten die zaken zo snel mogelijk lik-op-stuk behandelen." Dit zijn allemaal mogelijkheden die ook het OM dagelijks oppakt, om het maar even zo te zeggen. Ik heb er alle begrip voor dat er een grote frustratie kan leven als we zien dat het aantal overtredingen en misdrijven toeneemt. Daarin hebben we als samenleving dus echt iets anders te doen. Of dat nou is wat de heer Van Asten als voorbeeld geeft of dat we daar op een andere manier nationaal manier mee om kunnen gaan, lijkt mij een uitstekend gesprek om ook met de minister te voeren tijdens het commissiedebat.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik voel veel steun voor een motie, die er aankomt. Dank u.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik hoor deze staatssecretaris, als vertegenwoordiger van de bestuurlijke en politieke elite in dit land, zich verschuilen achter wetten en verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar zullen we het eens hebben over de rechten van de Nederlanders? Het recht op leven, om niet verkracht en vermoord te worden door zo'n type. Het recht op gezinsleven als je op zoek bent naar een betaalbare huurwoning, terwijl nu weer een Syrisch gezin voorrang krijgt. Wanneer gaan D66 en het CDA, en al die mensen, PRO'ers, die hier allemaal achter staan, zich eens in Brussel inzetten voor aanpassing van dat verdrag?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat doen we elke dag. Dit kabinet werkt ontzettend hard, op nationaal, internationaal en Europees niveau, om er juist voor te zorgen dat we dit soort excessen niet tegenkomen en dat we ze het hoofd kunnen bieden. Tegelijkertijd hebben we te maken met een rechtsstaat, met Europese regelgeving, met Nederlandse wet- en regelgeving. Alles wat we kunnen doen wat bijdraagt aan de veiligheid voor Nederlanders, zullen we doen.
De heer Russcher (FVD):
Ik heb gemerkt dat de staatssecretaris graag in algemeenheden spreekt. Het gaat nu de hele tijd over één specifieke casus, van Mohammed K., die 114 politieregistraties op zijn kerfstok heeft. Dan heb ik een vrij algemene vraag. Heeft de staatssecretaris inzichtelijk hoeveel statushouders, hoeveel asielzoekers, zich in Nederland bevinden waarbij mogelijk hetzelfde het geval is, dus die meerdere politieregistraties op hun naam hebben, maar waarbij het niet lukt om ze uit te zetten en die mogelijk zelfs hun gezin naar Nederland kunnen halen?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Die cijfers heb ik nu niet bij mij. Ik denk dat het heel goed is als u donderdag, als die vraag tijdens het commissiedebat nog leeft, het antwoord op die vraag zult krijgen. Dan kunnen er ook antwoorden gegeven worden die meer in detail gaan. Ik begrijp de vraag.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen.