Schriftelijke vragen : De Nederlandse inzet voor de 31e Conferentie van Partijen van het VN-Klimaatverdrag (COP31)
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de Nederlandse inzet voor de 31e Conferentie van Partijen van het VN-Klimaatverdrag (COP31) (ingezonden 19 oktober 2026).
Vraag 1
Kunt u in meer detail dan in uw brief van 23 september 2026 toelichten1 hoe Nederland op de COP31 meer expliciet aandacht wil vragen voor de afbouw van fossiele
brandstoffendeze?
Vraag 2
Is Nederland bereid op de COP31 expliciet steun te geven aan de Braziliaanse roadmap
voor uitfasering van fossiele brandstoffen, zodat het onderwerp op de UNFCCC-agenda
blijft?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat concrete einddata en afspraken in een nationaal uitfaseerplan
essentieel zijn om te zorgen dat de Nederlandse klimaatambities waargemaakt kunnen
worden, maar ook om geloofwaardig internationaal op te treden als voorloper op dit
onderwerp?
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat het uitfaseerplan voor fossiele brandstoffen van een rijk
land met hoge historische uitstoot ten minste de volgende elementen zou moeten omvatten:
concrete einddata voor de verschillende fossiele brandstoffen, geen nieuwe gasexploratie
en productie, verdere afbouw van fossiele subsidies een beperking van reclame voor
fossiele producten, een verplichting voor bedrijven om hun plannen in lijn te brengen
met het 1,5°C-doel? Bent u bereid om deze elementen alsnog uit te werken in het Nederlandse
uitfaseerplan? Zo nee, waarom niet, en kunt u dan toezeggen dat er zo snel mogelijk
concrete einddata komen voor elke soort fossiele brandstof?
Vraag 5
Bent u bereid om in het Nederlandse uitfaseerplan in het NPE een einddatum op te nemen
voor kolen in 2030, voor gas in 2035 en voor olie in 2040? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Bent u bereid actief te pleiten voor het opnemen van deze einddata in de nog uit te
werken Europese roadmap om fossiel uit te faseren2?
Vraag 7
Hoe gaat u de plannen voor nieuwe gasexploratie, zoals onder het nieuwe verdrag met
Duitsland voor exploitatie van gas onder de Noordzee, in lijn brengen met de uitfaseerplannen
voor fossiele brandstoffen en hoe verenigt u deze stap met de anayse van het IEA dat
in het scenario waarin de wereld in 2050 netto nul uitstoot bereikt, geen nieuwe langlopende
olie- en gasprojecten nodig? Heeft u ook onafhankelijk onderzoek laten doen naar de
lock-in risico’s van het openen van nieuwe gasproductievelden? Zo niet, bent u bereid
deze risico’s in beeld te brengen?
Vraag 8
Hoe waarborgt u dat de verdere uitwerking van adaptatie-indicatoren en de coördinatie
richting COP32 leidt tot meer en betere adaptatiefinanciering, die voorspelbaar is,
als gift wordt verstrekt en lokaal kan worden ingezet?
Vraag 9
Kunt u toelichten welke afweging wordt gemaakt om de verantwoordelijkheid voor een
groot deel van de internationale klimaatfinanciering over te laten aan de private
sector, met name op het gebied van adaptatie, terwijl op adaptatie weinig winst kan
worden gemaakt in tegenstelling tot groene energie?
Vraag 10
Bent u bereid zich in het zetten voor heldere afspraken en meer duidelijkheid over
de verdrievoudiging van adaptatiefinanciering, inclusief een helder basispad?
Vraag 11
Hoe wordt de «fair share» van Nederland in klimaatfinanciering bepaald, en vindt u
dat het huidige niveau van financiering volstaat, gezien er sterk wordt uitgegaan
van private financiering, waarbij gebrek is aan perspectief op het terugverdienen
van de investeringen op adaptatieprojecten?
Vraag 12
Bent u bereid het Nederlandse aandeel in klimaatfinanciering op te schalen?
Vraag 13
Hoe kijkt u naar de resultaten uit onderzoek van ActionAid3, waaruit blijkt dat de landen die het meest kwetsbaar zijn voor klimaatverandering
vaak weinig actie in de vorm van adaptatie of mitigatie kunnen ondernemen, doordat
de kosten van hun schulden te hoog zijn?
Vraag 14
Bent u, gezien de druk van deze schulden, bereid om maatregelen op tafel te leggen
bij de aanstaande COP31 om te verzekeren dat landen met een hoge staatsschuld ook
mee kunnen doen aan klimaatmaatregelen en niet het slachtoffer worden van de effecten
van de klimaatcrisis? Zo ja, welke maatregelen zal u hierbij bespreken?
Vraag 15
Kunt u toelichten waarom een onafhankelijk Just Transition-mechanisme niet op Nederlandse
steun kan rekenen, ondanks dat zo’n onafhankelijke instantie een formele rol voor
sociale inclusie van minderheden kan verzekeren?
Vraag 16
Deelt u de opvatting dat Nederland, als land dat gedurende de geschiedenis per persoon
een relatief hoge uitstoot had, een extra verantwoordelijkheid heeft om zowel de Nederlandse
uitstoot drastisch te verminderen, als ook de initiatieven in andere landen om hun
uitstoot te verminderen moet ondersteunen?
Vraag 17
Hoe rijmt u enerzijds de lof die Nederland ontvangt door de vooraanstaande positie
in het organiseren van de TAFF-conferentie en anderzijds het Nederlandse plan rondom
fossiele subsidies, waarbij weinig sprake is van afbouw?
Vraag 18
Kunt u toezeggen dat er nieuwe stappen zullen worden gezet in de afbouw van fossiele
subsidies? Zo nee, waarom niet? Kunt u een stappenplan of ander vooruitzicht opstellen
om duidelijkheid te geven over dit proces?
Vraag 19
Herinnert u zich dat Nederland tijdens de Santa Marta conferentie andere landen heeft
aangespoord hun fossiele subsidies en voordelen in kaart te brengen volgens de methodologie
van de internationale coalitie COFFIS en landen daarvoor uitgenodigd? Kunt u inzichtelijk
maken wat de stand van zaken is?
Vraag 20
Kunt u toezeggen dat Nederland zich op COP31 actief zal inzetten tegen klimaatobstructie,
waaronder pogingen om wetenschappelijke conclusies te verzwakken, besluitvorming te
vertragen of fossiele-uitfasering van de agenda te houden?
Vraag 21
Kun u uiteenzetten of u zich herkent in de kritiek van India op de IPCC-methodologie
dat rechtvaardigheid en de verschillen in verantwoordelijkheden en mogelijkheden tussen
landen onvoldoende wordt meegenomen en bent u het met India eens dat gelijkheidsanalyses
integraal mee moeten worden genomen in IPCC-rapporten?
Vraag 22
Welke mogelijkheden ziet u om zowel deze gelijkheidsaspecten als ook de wetenschappelijke
onafhankelijkheid van het IPCC beter te beschermen?
Vraag 23
Kunt u verzekeren dat Nederland zich ondubbelzinnig uitspreekt voor een ambitieuze
Methane Pledge en zich actief inzet voor bindende, meetbare en snel uitvoerbare methaanreducties?
Vraag 24
Welke voedselgerelateerde initiatieven ondersteunt Nederland op COP31, bijvoorbeeld
rondom duurzame voedselsystemen, vermindering van emissies uit de veehouderij, voedselzekerheid
en vermindering van voedselverspilling?
Vraag 25
Is Nederland bereid zich in te zetten voor internationale afspraken die de koppeling
maken tussen voedselsystemen, methaanreductie, ontbossing en een rechtvaardige transitie?
Vraag 26
Kunt u deze vragen één voor één en voorafgaand aan COP31 op 9 november beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Indiener
Christine Teunissen, Kamerlid