Schriftelijke vragen : AI-gegenereerd seksueel beeldmateriaal van kinderen
Vragen van de leden Synhaeve, Mathlouti en El Boujdaini (allen D66) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over AI-gegenereerd seksueel beeldmateriaal van kinderen (ingezonden 13 oktober 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «AI-kindermisbruik groot probleem: beelden gaan
soms hele school door»?1
Vraag 2
Hoe kijkt u naar de signalen dat het door generatieve AI steeds eenvoudiger wordt
om seksuele beelden van kinderen te maken en deze vervolgens op grote schaal te verspreiden?
Vraag 3
Heeft u voldoende zicht op de omvang van AI-gegenereerd seksueel beeldmateriaal van
minderjarigen in Nederland en de ontwikkeling hiervan? Zo nee, welke informatie ontbreekt?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat AI-gegenereerd seksueel beeldmateriaal van een kind moet
worden gezien als een ernstige vorm van seksueel geweld, ook wanneer het beeld niet
daadwerkelijk van het kind is gemaakt?
Vraag 5
Welke ondersteuning is momenteel beschikbaar voor minderjarige slachtoffers van AI-gerelateerd
seksueel geweld en is deze hulpverlening voldoende voorbereid op deze nieuwe vorm
van slachtofferschap?
Vraag 6
Welke rol hebben jeugdhulp, Veilig Thuis en andere zorg- en hulpverleningsorganisaties
bij het signaleren en ondersteunen van kinderen die hiermee te maken krijgen en zijn
zij hiervoor voldoende voorbereid?
Vraag 7
Is er inmiddels een duidelijk handelingskader voor professionals die signalen van
online seksueel geweld onder minderjarigen, waaronder AI-gerelateerd seksueel geweld,
opvangen en zo nee, bent u bereid dit te ontwikkelen?
Vraag 8
Beschikken politie en Openbaar Ministerie over voldoende kennis, capaciteit en technische
middelen om daders die AI gebruiken voor het maken en verspreiden van seksueel beeldmateriaal
van kinderen op te sporen en te vervolgen? In hoeverre is Europol hierbij betrokken?
En in hoeverre is de overheid hierin afhankelijk van externe organisaties, zoals Offlimits?
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat de aanpak niet alleen gericht moet zijn op het verwijderen
van beelden en het vervolgen van daders, maar ook op het voorkomen dat dergelijke
beelden überhaupt kunnen worden gemaakt?
Vraag 10
In hoeverre bieden de huidige wet- en regelgeving en bevoegdheden voldoende mogelijkheden
om nu al op te treden tegen het maken en verspreiden van AI-gegenereerde seksuele
beelden van minderjarigen, en waar ziet u nog knelpunten?
Vraag 11
Welke voorbereidingen treft u momenteel om ervoor te zorgen dat het verbod uit artikel
5 van de AI-verordening op het genereren van niet-consensuele seksuele beelden en
beelden van seksueel kindermisbruik (CSAM) vanaf 2 december 2026 effectief kan worden
gehandhaafd, en beschikken de verantwoordelijke toezichthouders daarvoor over voldoende
capaciteit en expertise?
Vraag 12
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om kinderen te beschermen tegen AI-gerelateerd
seksueel geweld en ervoor te zorgen dat slachtoffers snel passende hulp krijgen?
Vraag 13
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het wetgevingsoverleg over het begrotingsonderdeel
Jeugd op 30 november 2026?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Gericht aan
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
Marijke Synhaeve, Kamerlid -
Medeindiener
Mahjoub Mathlouti, Kamerlid -
Medeindiener
Sarah El Boujdaini, Kamerlid