Schriftelijke vragen : Het lesmateriaal dat het COC aanbiedt aan basisscholen in het kader van Paarse Vrijdag.
Vragen van de leden Boomsma en Clemminck (beiden JA21) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het lesmateriaal dat het COC aanbiedt aan basisscholen in het kader van Paarse Vrijdag. (ingezonden 12 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het lesmateriaal dat het COC verspreidt op scholen in het kader
van Paarse Vrijdag, een evenement dat vrijdag 9 oktober 2026 plaatsvond?1
Vraag 2
In de Handleiding voor leerkrachten «Voorbereiding op Paarse Vrijdag» staat dat geslacht of sekse «beter gezien kan worden als een spectrum waarop ieder
mens zich ergens bevindt»; dit wordt aangeboden als achtergrondkennis, terwijl de
biologische realiteit is dat er niet meer dan twee geslachten bestaan, bent u het
eens met de vraagstellers dat de bewering «geslacht is een spectrum» een onwetenschappelijke
stellingname is? Zo nee, waarom niet?2
Vraag 3
De handleiding onderbouwt het idee dat geslacht een spectrum is met het feit dat sommige
mensen ontwikkelingsproblemen hebben, waardoor zij bij geboorte niet direct herkenbaar
zijn als meisje of jongen, hetgeen vroeger bekend stond als intersekse-condities,
waarbij personen met intersekse-condities een onderdeel vormen van de veel grotere
groep van personen met DSD’s (Differences in Sex Development): ontwikkelingsproblemen
van geslachtsdelen en vruchtbaarheid die meestal pas in de puberteit of bij een kinderwens
worden gediagnosticeerd bij vrouwen en mannen; wat vindt u ervan dat -gezien het feit
dat iedereen biologisch gezien óf man óf vrouw is- het COC leerkrachten op basisscholen
voorhoudt dat er «meer lichamen zijn dan mensen denken en dat de wereld niet op te
delen valt in jongens en meisjes en mannen en vrouwen»?3,
4
Vraag 4
Bent u het eens met de vraagstellers dat mensen behorend tot de categorie intersekse
of DSD het als discriminatie kunnen ervaren als zij te horen krijgen dat sekse een
spectrum is en dat zij dus eigenlijk geen echte man of echte vrouw zijn? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 5
«Astra op ontdekking» is een COC-lespakket voor groep 4 met een video waarin een animatiefiguurtje uitlegt
dat je een jongen kan worden als je geboren wordt als meisje, «Alles kan», zo eindigt
de video, «En het mag altijd veranderen»; meent u dat het verantwoord is om kinderen
van 7–8 jaar oud te leren dat geslacht een keuze is en dat je je lichaam zonder problemen
kunt veranderen omdat het niet bij je past? Zo nee waarom niet, zo ja, waarom wel?5
Vraag 6
De handleiding omschrijft «genderidentiteit» als hoe iemand zich voelt: de innerlijke
beleving bepaalt hoe iemand wordt benoemd, maar hoewel een gevoel echt en belangrijk
kan zijn, zegt het niet wat iemand lichamelijk feitelijk is. Bestaat er volgens u
een risico dat een voetballend meisje of een jongen die graag borduurt, door de lessen
van het COC wordt aangemoedigd in de gedachte dat hij of zij in een «verkeerd lichaam»
is geboren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
De les «Daarom heet ik zo!» uit de zogenoemde kennisbieb van het COC behandelt «het
belang van namen en erbij horen» en laat kinderen elkaar vragen stellen als «wat betekent
je naam?», «misschien past je naam niet bij je?» en «misschien past een andere naam
beter bij je?» omdat je misschien van het andere geslacht bent en in transitie gaat;
wat vindt u ervan dat kinderen van tien jaar oud op deze manier worden aangemoedigd
om na te denken over de vraag of zij misschien van het andere geslacht zijn?6
Vraag 8
Meent u dat kinderen die nog weinig feitelijke kennis hebben en die net uit de fase
van magisch denken komen en deels nog in Sinterklaas geloven in staat zijn om de claims
over «geen jongen en geen meisje zijn» of «zowel een jongen als een meisje zijn» rationeel
te bezien?
Vraag 9
Is het volgens u nodig om over «genderidentiteit» te spreken om de acceptatie te bevorderen
van lhbti en gedrag dat afwijkt van stereotypen over mannelijkheid en vrouwelijkheid?
Zo ja, waarom en zo nee, waarom niet?
Vraag 10
De vraagstellers vinden het zorgelijk dat de boodschap van Paarse Vrijdag in de loop
der jaren is verschoven van «je bent oké zoals je bent en je mag houden van wie je
wil», naar «misschien is er een probleem met je lichaam» waarbij bijvoorbeeld vrouwelijk
gedrag van een jongen wordt geproblematiseerd omdat dit een teken zou kunnen zijn
dat hij in een «verkeerd lichaam» zit; het COC leert kinderen op deze manier niet
zozeer homoseksualiteit te accepteren en jongens en meisjes vrij te laten in hun kleding,
interesses en gedrag, maar bevestigt juist genderstereotypen, deelt u deze visie?
Zo ja, waarom en zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Kunt u een overzicht geven hoeveel rijkssubsidie het COC heeft ontvangen voor alle
activiteiten rond Paarse Vrijdag en de lespakketten die gratis aan scholen worden
aangeboden en hoeveel dit precies in de afgelopen jaren was?
Vraag 12
De lespakketten voor Paarse Vrijdag willen kinderen op de basisschool niet alleen
informeren over seksuele diversiteit, een doel dat vraagstellers steunen, Paarse Vrijdag
wil leerkrachten en leerlingen ook overtuigen van het idee dat er een innerlijke «genderidentiteit»
bestaat die losstaat van het objectieve, biologische geslacht, kan dit idee volgens
u wetenschappelijk worden onderbouwd?
Vraag 13
De handleiding stelt dat de nieuwe kerndoelen voor het primair, voorgezet en speciaal
onderwijs scholen een mooie kans bieden om de inhoud van het Paarse Vrijdag-pakket
steviger te verankeren in hun onderwijs omdat seksuele diversiteit en «genderdiversiteit»
samenhangen met democratische basiswaarden, maatschappelijke diversiteit, relationele
en seksuele ontwikkeling en sociale en emotionele ontwikkeling; is dit wat u betreft
een juiste voorstelling van zaken en moeten scholen, omdat zij volgens de kerndoelen
aandacht moeten besteden aan seksuele diversiteit, ook het seksespectrummodel en het
begrip genderidentiteit als vaststaand feit onderwijzen? Zo ja, waarom, zo nee waarom
niet?7
Vraag 14
Erkent u dat het idee dat genderidentiteit kan afwijken van het biologische geslacht
een onderwerp is waar vanuit wetenschappelijk, filosofisch en maatschappelijk oogpunt
zeer verschillend over wordt gedacht?
Vraag 15
Mogen scholen wat u betreft ook bepalen dat zij niet willen meegaan in de gedachte
dat de mens een genderidentiteit heeft die losstaat van de biologische realiteit,
en dat zij conform die opvatting onderwijzen?
Vraag 16
Deelt u de opvatting dat kinderen kunnen leren homoseksualiteit te respecteren en
jongens en meisjes vrij te laten in hun kleding, interesses en gedrag, zonder hen
te leren dat hun gevoel bepaalt of zij een jongen, meisje, beide of geen van beide
zijn en welke pedagogische meerwaarde heeft die laatste boodschap voor basisschoolleerlingen
en waarop is die meerwaarde gebaseerd?
Vraag 17
Welke onafhankelijke effectevaluaties zijn beschikbaar van Paarse Vrijdag en de daarbij
aangeboden lespakketten voor het basisonderwijs en kunt u per onderzoek aangeven welke
materialen en leeftijdsgroepen zijn onderzocht, of een vergelijkingsgroep is gebruikt
en welke effecten zijn gevonden op pestgedrag, acceptatie en sociale veiligheid? Zo
nee, waarop berust dan het oordeel dat de aanpak van het COC geschikt is voor de basisschool?
Indieners
-
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Diederik Boomsma, Kamerlid -
Medeindiener
Ranjith Clemminck, Kamerlid