Stenogram : Wet inroepbevoegdheid ACM
7 Wet inroepbevoegdheid ACM
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 92
Te raadplegen sinds
2026-10-09Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier36774Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 92
Wet inroepbevoegdheid ACM
Aan de orde is de behandeling van:
-het Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM) (36774).
De voorzitter:
Dan het debat van vandaag. Aan de orde is het Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (36774). Ik heet de heer Bushoff van harte welkom in vak K. Ik wil u complimenteren met het werk dat u heeft verzet. Ons recht van initiatief is wellicht ons machtigste parlementaire instrument, maar het is ook zeker een instrument waar veel noeste arbeid en tijd in gaan zitten. Succes, en ook veel plezier, bij de verdediging van uw wet, waarbij u ook ondersteuning in vak K heeft meegenomen. Graag heet ik welkom — dat is geen onbekende in dit vak — de heer Ton Langenhuyzen, beleidsmedewerker bij de PRO-fractie, en de heer Mathijs Tollerton, wetgevingsjurist van het ministerie van Economische Zaken; hij verleent ambtelijke bijstand.
Tevens heet ik welkom in vak K de minister van Economische Zaken. Zij zal bij de behandeling van dit wetsvoorstel optreden als adviseur van de Kamer. Vandaag zullen wij aanvangen met de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Morgen zal de behandeling afgerond worden.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Ik geef nu graag het woord aan de eerste spreker van de Kamer. Dat is de heer Van der Lee, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
De heer Van der Lee (PRO):
Hartelijk dank, voorzitter. Het is inderdaad altijd een feestelijk moment als we een initiatiefwet van een van onze collega's mogen behandelen. Eigenlijk is het dubbel feest, want het komt niet vaak voor dat een oppositiefractie zo voortvarend gewerkt heeft dat die hand in hand kan werken met een coalitie, die iets opgeschreven heeft in het regeerakkoord dat heel goed past bij de inzet van deze initiatiefwet. Dat is in deze tijden van politieke fragmentatie en soms wat onnodige polarisatie echt wel een welkome en feestelijke gebeurtenis, vind ik. Daarmee geef ik natuurlijk ook graag complimenten aan mijn fractiegenoot, de heer Bushoff, maar ook aan de heer Langenhuyzen en de heer Tollerton voor de noeste arbeid die is verricht. Dat moet juridisch natuurlijk altijd degelijk in elkaar zitten. Er is ook het nodige over gewisseld. Er is natuurlijk een consultatie geweest. Er zijn overleggen geweest. Er zijn ook wat aanpassingen gedaan. Over één punt heb ik toch nog wel een kritische vraag, maar daar kom ik straks nog op terug. Het is mooi dat hier al hard aan is gewerkt.
Het is trouwens ook een inroepbevoegdheid waar onze nationale toezichthouder, de Autoriteit Consument & Markt, al vele jaren op heeft aangedrongen, dus om dat instrument te mogen krijgen. Veel toezichthouders in andere Europese lidstaten hebben die bevoegdheid namelijk al. Ik wil dat bij dezen graag nog even extra onderstrepen. Waar gaat het nou eigenlijk om?
Ik ben trouwens ook blij dat de minister er is. In eerdere debatten heb ik ook al met de minister over dit onderwerp gesproken. Ik weet dat ook zij het een warm hart toedraagt en dat zij van mening is dat de toezichthouder hier een grotere rol zou kunnen en moeten spelen. Dus dat belooft wat voor de rest van het debat.
Marktconcentratie kan op verschillende manieren ontstaan. Onze nationale trots, en ook — dat mag eigenlijk best wel vaak gezegd worden — het in termen van marktwaarde grootste Europese bedrijf, ASML, heeft één nadeel vanuit het marktdenken gezien: het is eigenlijk een monopolie. Zij zijn als enigen in staat een zeer complexe chipmachine, een machine die chips produceert, te maken, waar geen ander bedrijf ter wereld in is geslaagd. Dat geeft ze een enorme marktpositie en machtspositie, en ook de positie om de prijs vast te stellen. Zo'n natuurlijke vorm van machtsconcentratie kan voorkomen, en het is aan anderen om voldoende te investeren in R&D om te kijken of ze een concurrerend product in de markt kunnen zetten. Daar hoeft een toezichthouder niets aan te doen. Ik zie internationaal ook bedrijven die eigenlijk een vergelijkbare positie hebben met ASML, maar die positie zo graag willen behouden dat ze ook kleinere bedrijven opkopen. Niet per se om van die technologie gebruik te maken, maar — dat wordt een killer acquisition genoemd — om te voorkomen dat er een concurrent in de markt kan ontstaan. Dat is een vorm van marktconcentratie die je niet zou willen. Dit speelt zich allemaal af op het niveau van heel grote bedrijven; ik denk niet dat we het daar vandaag in die zin verder over hoeven te hebben. De ACM heeft daar een aantal instrumenten voor en die gebruikt ze naar mijn mening ook goed.
We zien helaas wel in andere markten, kleinere markten, dat daar een vorm van serieovernames heeft plaatsgevonden waarbij partijen, vaak ook met behoorlijk wat venture capital, kralen rijgen. Zij kopen dus bedrijven op in één sector. Dat concentreert zich vaak in dienstverlening waar ook een regionale component in zit. We hebben dat gezien bij huisartsenpraktijken, bij dierenartsen, in de thuiszorg. Zo brengen ze in een regio een hele serie gelijke bedrijven onder één dak, waardoor je eigenlijk de facto een monopolie creëert in dat gebied. Het is voor mensen die afhankelijk zijn van die dienstverlening namelijk heel moeilijk om die dienstverlening op veel grotere afstand te krijgen. Je gaat je kind als je in de Achterhoek woont niet naar Groningen brengen voor de kinderopvang, om maar een voorbeeld te noemen. Dat fenomeen speelde zich ook af in de zorg.
Ja, de heer Bushoff komt uit Groningen en ik kom uit de Achterhoek, vandaar dat dit voorbeeld even naar voren kwam.
We hebben dit fenomeen helaas gezien, ook vanuit de zorg. Dat heeft geleid tot dit initiatiefwetsvoorstel. Het lijkt mij een heel belangrijke en waardevolle aanvulling dat de ACM de bevoegdheid krijgt om ook in te grijpen bij wat kleinere overnames waar sprake lijkt te zijn van poging om marktconcentratie tot stand te brengen op een manier die niet alleen slecht is voor het gelijke speelveld voor andere ondernemingen, maar ook voor consumenten. Die worden namelijk met hogere prijzen geconfronteerd dan ze anders zouden moeten betalen, als er goede concurrentie is. Het is ook de taak van de ACM om te zorgen dat het gelijke speelveld overeind blijft, maar ook dat de consument wordt beschermd tegen al te hoge prijzen. Die zijn namelijk niet fair, zeker niet in een tijd waarin we al een hoge inflatie hebben. Daarom juicht mijn fractie dit initiatief van harte toe en lijkt het ook heel relevant dat we dat snel invoeren. We kunnen tempo maken, want het regeerakkoord is nog niet zo heel oud en dit kan al op heel korte termijn worden ingevoerd. Ik hoop dus op brede steun vanuit de Kamer en zeker ook vanuit de coalitiepartijen.
Er is eigenlijk één discussiepunt waar ik nog even op in wil gaan. Initieel was er geen drempel voorzien, vanuit de gedachte: de toezichthouder heeft beperkte capaciteit en gaat haar nieuwe bevoegdheid alleen gebruiken als ze echt denkt dat het nodig is en dan moet ze voldoende aanwijzingen hebben dat zich echt ergens een oneigenlijke machtsconcentratie aan het voordoen is. Tegelijkertijd is door verschillende partijen gevraagd om er toch een drempel in te leggen, een omzetdrempel. Er is al een omzetdrempel van 30 miljoen. Die gold in het verleden en nu is het idee: het hoeft niet te gelden voor alle commerciële partijen die betrokken zijn bij een fusie, maar in ieder geval wel voor één. Ik heb daar op een bepaalde manier wel een zorg bij en die zal ik verduidelijken.
Ik heb even proberen uit te zoeken en dat is best ingewikkeld, want ieder jaar verandert dat natuurlijk, maar hoeveel bedrijven in Nederland hebben nou een omzet van boven de 30 miljoen per jaar? Hoeveel zijn dat er? Dat weet ik niet exact, maar ook met hulp van verschillende AI-instrumenten kan ik u zeggen dat 99,9% van de bedrijven in Nederland geen omzet van 30 miljoen haalt. Naar schatting zijn er tussen de 3.000 à 4.000 bedrijven die een omzet van boven de 30 miljoen halen. Dat is een heel beperkte groep. Het risico van een te hoge drempel is dat het doel van de wet — oneigenlijke marktconcentratie tegengaan, ook op kleinere regionale markten — niet bereikt kan worden als er een te hoge omzetdrempel is. Ik ben dus wel benieuwd om van de initiatiefnemer te horen waarom hij toch een beweging heeft gemaakt. Ik snap politieke realiteiten — onze ideologische voorganger Den Uyl had het niet voor niets over de "smalle marges van de politiek" — maar er zit toch ook wel een zeker inhoudelijk risico, en ook als het gaat om de effectiviteit van dit instrument: pas op met een drempel en zeker met een te hoge drempel. Dat punt wil ik graag onder de aandacht brengen.
Verder heb ik nog een vraag. Ik ben namelijk ook wel benieuwd hoe dit in de praktijk gaat werken. Ik hoop dat er dan over een jaar al een uitvoeringstoets kan plaatsvinden, waarbij er niet alleen gekeken wordt of de ACM de bevoegdheid heeft gebruikt, maar ook naar wat zij is tegengekomen en of zij adequaat heeft kunnen inspelen op problemen die specifieke consumenten in een bepaalde regio hebben ondervonden door marktconcentratie. Ik hoop op dat punt graag een toezegging te krijgen, eventueel ook van de minister, want als de wet in beide Kamers wordt aangenomen is zij natuurlijk, samen met de toezichthouder, verantwoordelijk voor een goede uitvoering. Dus ik wens de initiatiefnemer en de minister veel succes, ook morgenavond, in het vervolg van het debat. Ik roep mijn collega's op om enthousiast mee te gaan in dit belangrijke voorstel.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Claassen, die spreekt namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Ten eerste wil ik natuurlijk mijn waardering uitspreken voor de heer Bushoff en de medewerkers, want het is heel veel werk om een initiatiefwet te schrijven. Daar ben ik zelf ondertussen ook achter gekomen. Ik hoop binnenkort ook een keer in vak K te zitten. Ook hoop ik dat het geen gemeengoed wordt dat meneer Bushoff in vak K terechtkomt. Het staat hem mooi volksvertegenwoordiger te zijn.
Inderdaad, zes op de tien overnames in de zorg werden in 2023 gedaan door investeringsmaatschappijen; dat staat niet in de krant, maar in de toelichting van de heer Bushoff zelf. Hetzelfde geldt voor Co-Med, opgericht in 2020, dat in het eerste jaar acht ton omzette. Drie jaar later was dat bijna 12 miljoen, door de ene na de andere huisartsenpraktijk op te kopen. Elke overname was op zichzelf te klein voor de ACM. In april 2024 kwam de aanwijzing van de inspectie. In juli 2024 volgde het faillissement, met ruim 38.000 ingeschreven patiënten en 90 medewerkers, terwijl de zorgverzekeraars de contracten al hadden ontbonden en de praktijken dicht waren. Het is dus geen theoretisch marktprobleem. Dit gaat over het gezin dat 's morgens de dokter wil bellen en niemand aan de lijn krijgt.
De heer Bushoff noemt ook de dierenartsen en de kinderdagverblijven, maar hij schrijft er zelf bij dat bij dierenartsen nog niet vaststaat of de hoge tarieven en de slechte bereikbaarheid met de overnames te maken hebben. Bij de kinderopvang betekent meer concentratie volgens hem niet automatisch een slechter aanbod. Dan is er nog iets waar ik mij zorgen over maak, zeker met het oog op onze start-ups en medtechbedrijven: grote bedrijven die een klein, veelbelovend bedrijf opkopen om een concurrent uit te schakelen voordat die gevaarlijk wordt. Dat zijn de killer acquisitions: innovaties wegkopen voordat ze überhaupt bestaan. Het doel van deze wet steunen wij dus. Het is goed dat de ACM straks kan ingrijpen bij overnames die nu onder de radar blijven. Voor ons is de vraag dan ook niet óf de ACM een instrument krijgt, maar hoe groot dat instrument gaat worden. Daar zit het probleem.
De Raad van State was er op 1 oktober vorig jaar duidelijk over. De toelichting noemt drie sectoren, maar alleen voor de huisartsenzorg is aangetoond dat er echt iets mis is. De raad noemt de reikwijdte van deze bevoegdheid daarom onevenredig breed. Het advies was helder: motiveer dat overtuigend en als dat niet lukt, pas de wet dan aan. Het lid Bushoff heeft de reikwijdte niet aangepast, dus straks kan ieder bedrijf met 30 miljoen euro omzet of meer dat een kleiner bedrijf overneemt, een brief van de ACM krijgen, ongeacht de sector: een bouwbedrijf, een supermarktketen, een ICT-bedrijf.
Wanneer die brief komt, bepaalt de ACM zelf aan de hand van een leidraad, die zij ook zelf geschreven heeft. De Raad van State adviseerde juist om de criteria zo veel mogelijk in de wet te zetten. Deze Kamer heeft bij die leidraad, die er nu komt, dus geen rol. De heer Bushoff heeft dat op de vraag van de VVD daarover geantwoord. VNO-NCW en MKB-Nederland waarschuwden daar in de consultatie al voor. Ook met de drempel van 30 miljoen erbij, zo schreef de Raad van State, neemt de rechtsonzekerheid voor ondernemers toe. De minister schrijft op 10 juli dat zij juist blij is met een generiek instrument, omdat kralen rijgen en killer acquisitions overal in de economie kunnen voorkomen. Dat zal best, en het is iets wat overal kan voorkomen, maar dat is nog geen bewijs dat het ook overal gebeurt. En bewijs is precies waar de Raad van State om vroeg. De vraag aan de minister is: hoe weegt zij het oordeel van de Raad van State dat deze reikwijdte onevenredig breed is, nu zij zelf voor een generieke bevoegdheid kiest? De heer Bushoff heeft in de nota naar aanleiding van het verslag toegezegd dat de wet niet in werking treedt voordat de leidraad er is. Dat is winst, maar de leidraad komt dus niet langs deze Kamer. Is de minister bereid de leidraad van de ACM aan de Kamer te sturen voordat het koninklijk besluit tot inwerkingtreding wordt genomen?
Voorzitter. We willen deze wet niet tegenhouden, maar juist scherper maken. Daarom heb ik een amendement ingediend. Ondertussen weet ik het nummer niet meer. Dat amendement doet drie dingen.
Ten eerste geldt de inroepbevoegdheid niet automatisch voor de hele economie, maar voor de categorieën van ondernemingen die bij algemene maatregelen van bestuur worden aangewezen. We beginnen dus waar het probleem bewezen is — dat was in de zorg — en breiden uit zodra elders hetzelfde patroon wordt aangetoond. Dat is precies de gefaseerde invoering waar de CDA-fractie in de schriftelijke ronde om vroeg.
Ten tweede komt er een wettelijke invoeringstoets na drie jaar. Die staat nu alleen in de toelichting. Een belofte in de toelichting is nog geen wet.
Ten derde gaat de evaluatietermijn in het artikel 49e van vijf naar drie jaar. Wie een toezichthouder nieuwe bevoegdheden geeft, moet niet vijf jaar hoeven wachten om te zien of het werkt en wat het ondernemers kost. Drie jaar valt keurig binnen drie tot vijf jaar, zoals de minister zelf genoemd heeft. Als dit amendement wordt aangenomen, is de minister dan bereid het ontwerpbesluit waarmee de eerste categorieën worden aangewezen, aan de Kamer voor te leggen voordat deze worden vastgesteld?
Dan kom ik bij de omzetdrempel, waar de heer Van der Lee het ook al over had. De minister wil de drempel voor de inroepbevoegdheid van 30 naar 50 miljoen euro en die voor de gewone meldplicht naar 75 miljoen euro. Daar zijn wij tegen. Bij kralen rijgen kan de koper zelf nog klein zijn. D66 wees daar in het verslag op en de heer Bushoff bevestigde dat ook. Kijk naar Co-Med. Volgens het faillissementsbeslag haalde de keten in zijn beste jaar, 2023, nog geen 12 miljoen omzet. Zelfs bij 30 miljoen was de ACM er dus niet aan te pas gekomen. Bij 50 miljoen wordt het gat natuurlijk alleen maar groter. Een wet die haar eigen aanleiding niet raakt en toch de hele economie bestrijkt, is verkeerd afgesteld.
Waarom wil de minister overigens de drempel verhogen — dat blijkt uit de kabinetsreactie van 10 juli 2026 — terwijl de zaak waarmee de wet wordt onderbouwd, er bij 30 miljoen al buiten valt? Op dat punt staan wij eigenlijk naast het lid Bushoff, dat 50 miljoen zelf te hoog noemt. Daarom vraag ik hem of hij wat betreft de reikwijdte een stap onze kant op kan zetten. Hij heeft de drempel van 30 miljoen zelf ingebouwd om ondernemers zekerheid te geven. Ons amendement zet op diezelfde lijn een stap verder. Voor de huisartsenzorg verandert er niets, want de toelichting bij het amendement wijst de zorg aan als eerste categorie.
Voorzitter, tot slot. We kiezen liever voor een gericht instrument dat raakt waar het moet, dan voor een sleepnet over de hele economie. Ik hoop dat de fracties die in de schriftelijke ronde dezelfde zorgen hadden, dit amendement willen steunen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank aan de heer Claassen voor het in principe steunen van de wet, het stellen van een aantal vragen en het voorstellen van verbeteringen. Ik heb over het punt van de reikwijdte nog een vraag. Als ik bijvoorbeeld kijk naar wat er speelt op het terrein van accountants de afgelopen periode, dan zie je daar ook het kralen rijgen. Dat fluctueert. Misschien worden er nu weer een aantal bedrijven in de verkoop gedaan, omdat door Europese wetgeving werkzaamheden van accountants op het terrein van het groene wat zullen afnemen, maar ik zie op meerdere terreinen in de economie dit soort fenomenen. De vraag is: is het nou verstandig om dit bij voorbaat toch weer te willen inkaderen, terwijl men met flitskapitaal, venture capital, nieuwe kansen ziet en heel snel kan handelen? Wij als overheid en de toezichthouder daarachter nemen heel veel tijd voordat er een instrument is om er wat aan te doen. Ik snap de zorg dus niet heel erg.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik begrijp de heer Van der Lee natuurlijk wel, want in principe willen we wel hetzelfde. Alleen, zoals ik mijn betoog ook eindigde, is het misschien niet handig om nu al bij wet van alles te regelen, terwijl het nog niet aangetoond is. Ik denk dat onze visie als volgt is. Het is beter om te bekijken waar het aangetoond is. Daar geldt dan die wet. Als het door allerlei meldingen of controles aantoonbaar is dat het op andere plekken geldt, dan zou het via een AMvB ook moeten gelden. Maar we willen niet vooruitlopen en dat al helemaal dichttimmeren. Dat is, denk ik, het grote verschil tussen ons beiden.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik begrijp dat u niet onmiddellijk van positie verandert, maar dan raad ik u wel aan om ook te kijken naar landen waar men deze bevoegdheid al langer en ook best breed heeft. Het is nou ook niet zo dat de toezichthouder daar enorm misbruik van die bevoegdheid maakt. De toezichthouder kijkt naar het belang van de markt en de marktpartijen in een eerlijk speelveld en naar dat van de consument. Hij heeft er helemaal geen belang bij om misbruik te maken van dat instrument. Hij zal echt alleen acteren als zich een oneigenlijke marktconcentratie voordoet, en dan is het fijn dat hij niet vooraf met allerlei grenzen rekening moet houden. Ik hoop dat de heer Claassen en zijn fractie hier toch nog even over na willen denken en goed willen luisteren naar wat de initiatiefnemer en hopelijk ook de minister daarover zo zullen zeggen, en dat wij hier misschien toch nog tot elkaar kunnen komen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dat zou wat zijn. Natuurlijk luisteren wij. Ik heb al eerder met de heer Bushoff over dit onderwerp gesproken. Ik denk ook dat, als je goed Kamerwerk doet, je standpunten uitwisselt en kijkt waar je elkaar kunt vinden. Dat is ook de opdracht die wij elkaar in de fractie hebben gegeven: waar het kan, moeten we het beter maken en niet bij een heleboel dingen moeilijk gaan lopen doen. Maar er is wel een verschil in waar we het dan over zouden moeten hebben. Ons standpunt is nog steeds dat de wet niet tandeloos wordt als wij het zo zouden wijzigen, maar daar kunnen we het misschien ook later over hebben. Met de wet kan men de taak gewoon netjes uitvoeren. De vraag is echter of je al bepaalde instrumenten moet geven voordat iets is aangetoond. Dat is, denk ik, een mineur verschil. Misschien is het een majeur verschil. Daar moeten we het later dan nog maar over hebben, maar dat is wel hoe wij daar nu in zitten.
De heer Schoonis (D66):
Ik wilde eigenlijk nog even verdergaan waar de heer Van der Lee was geëindigd. D66 denkt toch dat we het breder moeten pakken. Eigenlijk zijn er twee dingen. Ten eerste weet je nog niet waar het wél nodig is. Volgens mij kun je daar de ACM op vertrouwen. Ten tweede noem ik een goed voorbeeld waar wij het in deze Kamer in de toekomst ook nog weleens over zullen hebben en dat is het voorbeeld waarin PostNL Sandd had overgenomen. Uiteindelijk heeft de rechter gezegd dat dat niet mocht, maar als iets er niet meer is, kun je het niet ongedaan maken. Als we deze wet wel hadden gehad, hadden we dit probleem misschien niet gehad. Daarom vraag ik de heer Claassen nogmaals om te overwegen of de reikwijdte misschien niet toch verbeterd kan worden.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ook deze vraag begrijp ik, maar ik begrijp niet dat het voorbeeld dat door D66 wordt gegeven, niet had bestaan als we de kant op zouden bewegen die wij voorstellen. Ik zie die relatie niet helemaal. Ik denk dat de ACM juist als dingen gemeld en aangetoond kunnen worden, kan ingrijpen. Volgens mij had dat in de casus waar D66 over spreekt, ook gekund.
De heer Schoonis (D66):
Het laatste is dat je het nu veel sneller kan doen. Je kan vooraf sneller ingrijpen, waardoor het geheel niet door zou kunnen gaan. Dat is nu wel doorgegaan. Pas vijf jaar later is gezegd "dat mag niet", terwijl Sandd dan niet meer bestaat. Nou ja, dan is het kalf natuurlijk al verdronken. Daarom zeg ik dat nogmaals.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Zeker. Dat zou heel goed kunnen gelden, maar aan de andere kant staat dat je misschien onterecht keuzes maakt als je het toch generiek zou doen. Dan zeggen we hier straks in de Kamer dat de ACM iets onterecht heeft gedaan en dan vinden andere Kamerleden daar ook weer iets van: waarom wordt er te snel ingegrepen? Het is wellicht, denk ik, een wat smal perspectief waar we op moeten balanceren. Daarbij verschillen we nu nog van mening. Ik kan ook zeggen dat ik hoop dat D66 onze kant op beweegt, maar ik ben vooral benieuwd naar de visie hierop van de initiatiefnemer en natuurlijk van zijn belangrijkste adviseur, de minister.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Bühler. Zij spreekt namens de fractie van het CDA.
Mevrouw Bühler (CDA):
Dank u wel, voorzitter. En ook veel dank en waardering voor de initiatiefnemer, de heer Bushoff, voor dit wetsvoorstel. Dat agendeert een reëel probleem. Overnames kunnen in sommige gevallen problematisch zijn. Denk bijvoorbeeld aan kralen rijgen en killer acquisitions. Het CDA vindt daarom dat de ACM moet kunnen ingrijpen als daar echt aanleiding voor is, maar daar staat iets tegenover: ondernemers moeten weten waar ze aan toe zijn. Een bedrijfsovername is vaak een belangrijke stap voor een ondernemer en het toezicht van de ACM moet daarom proportioneel plaatsvinden, waarbij rechtszekerheid voor de ondernemer geborgd is. Voor het CDA draait deze wet om een balans tussen bescherming van de markt en het vestigingsklimaat. Daarom kijken wij kritisch naar deze wet en hebben wij een aantal suggesties om deze balans te borgen.
Voorzitter. Vier punten. Allereerst — u hoorde het al — is een goede leidraad van de ACM nodig. De initiatiefnemer benoemt dit ook als waarborg. Tegelijk blijft onze zorg dat we nog geen zicht hebben op de precieze invulling, de leidraad, de praktische werking van de informele zienswijze, en de voorbeeldkarakteristiek, terwijl juist deze waarborgen bepalen hoe breed of smal de bevoegdheid uitpakt in de praktijk. Daarom dien ik in tweede termijn een motie in om de leidraad breed te consulteren alvorens deze van kracht wordt.
Ten tweede willen wij goed volgen hoe de wet in de praktijk uitpakt. Ik vraag de minister daarom om toe te zeggen dat ze bij de invoeringstoets gaat kijken of de leidraad en de informele zienswijze ondernemers voldoende duidelijkheid geven en wat de gevolgen zijn voor de uitvoering door de ACM. We willen dat er in de wettelijke evaluatie dan ook gekeken wordt naar regeldruk, rechtszekerheid en ondernemers- en investeringsklimaat.
Voorzitter. Dan het derde en het vierde punt, namelijk de twee omzetdrempels. In onze zoektocht naar proportionaliteit, rechtszekerheid en regeldruk dienen wij hiervoor twee amendementen in. Allereerst verhogen wij de reguliere omzetdrempel van 30 naar 75 miljoen euro. De omzetgrens is al ruim twintig jaar niet aangepast en is door inflatie feitelijk steeds lager geworden. Ook worden door de ACM veel van deze zaken verkort afgedaan. Een hogere drempel past dus veel beter bij de praktijk en houdt rekening met regeldruk.
Ten tweede verhogen we de zogeheten asymmetrische omzetdrempel van 30 naar 50 miljoen. De voorgestelde 30 miljoen vinden wij te laag. Daarmee wordt de groep ondernemingen die met deze nieuwe bevoegdheid te maken krijgt, onnodig groot. Daarom stellen wij voor om deze drempel te verhogen. Daarmee blijft de kern van de bevoegdheid overeind. Als bijvoorbeeld een grotere ondernemer een kleine concurrent overneemt en er aanwijzingen zijn voor mededingingsproblemen, kan de ACM nog steeds ingrijpen. Tegelijk voorkomen we dat kleine en middelgrote ondernemingen onnodig breed met onzekerheid over mogelijk inroepen worden geconfronteerd. Daarbij regelen we dat deze drempel ook later bij de AMvB kan worden gewijzigd, zodat deze kan worden aangepast aan economische ontwikkelingen zoals inflatie. Met deze amendementen brengen wij wat betreft het CDA een betere balans aan: minder onnodige meldingen, een gerichte inroepbevoegdheid en meer rechtszekerheid voor ondernemers.
Voorzitter, ik rond af. Ondernemers moeten kunnen ondernemen, investeren en hun bedrijf met vertrouwen kunnen overdragen. Consumenten moeten worden beschermd tegen ongewenste marktmacht. Een inroepbevoegdheid moet daarom een gericht vangnet zijn voor overnames waarbij daadwerkelijke mededingingsrisico's bestaan, zonder onnodige regeldruk en onzekerheid voor ondernemers. Op die balans zullen wij dit wetsvoorstel beoordelen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen. Ik heb van beide heren niet gezien wie er als eerste stond. Wellicht kunt u de voorzitter helpen. De heer Schoonis. Nee, de heer Claassen was als laatste; dat had ik gezien. Meneer Schoonis, ga uw gang.
De heer Schoonis (D66):
Voorzitter. Dank aan het lid Bühler voor haar tekst. Ik wilde even terugkomen op die asymmetrische drempel, want daar zit ik het meeste mee en volgens mij hebben we het daar al een paar keer over gehad. Die wil zij op 50 miljoen zetten. 30 miljoen is nu door Bushoff ingezet. Waar baseert u, zullen we maar zeggen, die 20 miljoen extra op?
Mevrouw Bühler (CDA):
Wij vinden die 30 miljoen al een mooie geste. De indiener verzoekt om die aanvulling toe te voegen. Maar het kabinet heeft ook in zijn advies gezegd: verhoog het nou naar 50 miljoen. Wij zijn echt aan het balanceren tussen de werkbaarheid van de wet, maar ook de overnamepraktijk van partijen die hun bedrijven gaan overdragen. We zien dat er best veel onzekerheid is rondom: "Wat betekent dit als ik een kleine ondernemer ben op het moment dat ik mijn bedrijf overdraag? Word ik dan niet onnodig geraakt?" De heer Van der Lee heeft net ook al wat aantallen genoemd, maar je ziet dat het aantal bedrijven dat gaat overdragen tussen die 30 en 50 miljoen, toch nog redelijk aanzienlijk is. Daarom hebben wij gezegd: wij gaan naar de 50 miljoen. Dat is ook in navolging van hetgeen het kabinet heeft geadviseerd.
De heer Schoonis (D66):
Dank voor het antwoord. Ik snap het aan de ene kant. Aan de andere kant heeft de ACM juist 30 miljoen aangehouden. Die zal daar ook zijn goede redenen voor hebben. De overheid geeft dan 50 miljoen aan. Wij hinken toch op de gedachte dat de ACM daar de meeste kennis voor heeft en het juiste inzicht. Als we dus al zo'n drempel leggen, dan zouden we hem zo laag mogelijk willen insteken. Dat is even mijn bijdrage.
De voorzitter:
Daar hoorde ik geen vraag in. Ik kijk even opzij. Ik geef het woord aan de heer Van der Lee.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank, mevrouw Bühler, begrijp ik, voor de steun aan het wetsvoorstel. Er moet alleen een balans zijn. Ik zag dat trouwens niet per se in het regeerakkoord staan, maar ik snap dat er dan aanvullende wensen kunnen zijn vanuit partijen. Ik ben wel benieuwd … Ja, onzekerheid, het leven is vol onzekerheden. Maar hoe hard zijn nou de aanwijzingen dat er een groot probleem ontstaat als die asymmetrische drempel op 30 miljoen zou blijven? Welke concrete aanwijzingen zijn daarvoor? Ik ben ze namelijk niet tegengekomen. Ik hoor het wel, maar dat zijn abstracties, want ik ken geen enkel voorbeeld. Ze zijn ook niet bij mij gemeld. Ik ben dus wel benieuwd waar het CDA dat nou op baseert.
Mevrouw Bühler (CDA):
We baseren dat ook op gesprekken met ondernemers. Je ziet ook dat er op dit moment best wel een boost aankomt van bedrijfsoverdrachten en je merkt dat partijen zeggen: "Als ik straks mijn bedrijf ga overdragen en die brede drempel actief is, dan levert dat onzekerheid op over of ik wel de juiste overdracht kan doen. Kan ik dat dan wel uitvoeren zonder dat de ACM gaat inroepen?" Op het moment dat die situatie er is, zou je wellicht aan de voorkant bij de ACM de vraag kunnen stellen waar een overdracht onder valt. Daarin is ook nog heel veel onduidelijkheid. We zijn dus echt aan het onderzoeken hoe we ervoor zorgen dat die balans er komt. Op het moment dat de ACM een uitspraak gaat doen … Wij weten nog niet op welke wijze de leidraad wordt ingevuld. We zitten dus in een soort van cirkel die we niet kunnen doorbreken. Die kunnen we wel doorbreken door een hardheid te noemen van een drempel van 50 miljoen.
De heer Van der Lee (PRO):
Volgens mij konden wij elkaar heel goed vinden in de leidraad. Die is ook al toegezegd door de initiatiefnemer. Het lijkt me ook heel terecht dat de ACM dat concreter invult …
Mevrouw Bühler (CDA):
Ja, precies.
De heer Van der Lee (PRO):
… en dat we dat allemaal te horen krijgen, maar daar kunnen we dan ook op wachten. Wat ik nu zie, zijn niet alleen wijzigingen om het straks te kunnen regelen, maar er is nu ook al een voorstel om het op te hogen. Dat vind ik dan een beetje botsen met elkaar. Ik snap het belang: je wilt zekerheid hebben als je een bedrijf wilt verkopen. Tegelijkertijd staat ertegenover: blijft er voldoende concurrentie over en is de consument niet straks het haasje, omdat hij veel meer moet gaan betalen? Ik noemde al het getal: in Nederland zijn er minder dan 4.000 bedrijven die een omzet hebben van boven de 30 miljoen. Als je dat naar 50 miljoen tilt, hoeveel bedrijven blijven er dan nog over? Wij krijgen als PRO vaak het verwijt dat wij denken dat al het grootbedrijf slecht is. Dat denken we helemaal niet. Maar het is ook niet zo dat ieder mkb-bedrijf het beste voorheeft met Nederland, als het gaat om het uitschakelen van concurrentie of het oneigenlijk opvoeren van prijzen voor consumenten.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Van der Lee (PRO):
Waarom niet wachten op de leidraad voordat we een keuze maken over de hoogte van de drempel?
Mevrouw Bühler (CDA):
Ik gaf al aan dat wij op zoek zijn naar balans. Wij kunnen ons inderdaad vinden in de leidraad. Daar hebben we ook al iets over gezegd. Maar op het moment dat deze wet in werking treedt, hebben we nog geen zicht op de leidraad. We geven al de kaders mee aan de ACM. We geven al het poortwachterscriterium mee, wat wij als wetgever gaan vaststellen. Daarmee zou ik inderdaad zeggen: laten we dan ook vooral die drempel nu op een goede manier weergeven en vastleggen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van der Lee (PRO):
Nog één opmerking dan. Als er een toezegging ligt, niet alleen van de wetgever maar ook van de ACM, dat men bereid is pas over te gaan tot het inzetten van een bevoegdheid als de leidraad er is, dan kunnen we daar toch echt wel met elkaar op wachten? Dan hoeven we niet nu die keuze te maken over de drempel, laat staan over het ophogen daarvan. Ik hoop dus dat het CDA daar nog een keer over wil nadenken.
Mevrouw Bühler (CDA):
Ik heb geen vraag gehoord.
De voorzitter:
Dat kan de interpretatie zijn. Dan geef ik het woord aan de heer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Je kunt nadenken over wat het betekent voor bedrijven. Ik probeer zelf meer na te denken over wat het betekent voor mensen. Als je kijkt naar Co-Med, waar mensen al geen huisarts meer hadden … In het CDA vond ik een voorstander van kijken hoe we problemen als bij Co-Med kunnen oplossen. We lossen die toch niet op door de drempel ook nog een keer te verhogen? Dus wat betekent het verhogen van zo'n drempel als straks mensen afhankelijk zijn van diensten of zorg of andere dingen die ze van zo'n bedrijf afnemen? Die bedrijven kunnen dan maar gewoon hun gang gaan. Het komt op mij dus over alsof het CDA eigenlijk helemaal niks wil veranderen.
Mevrouw Bühler (CDA):
Het CDA is absoluut voorstander van ervoor zorgen dat we bevoegdheden aan de ACM geven om te kunnen ingrijpen op het moment dat het noodzakelijk is. Ondernemers zijn ook mensen, zeker op het moment dat we het hebben over mkb-ondernemers, waar we het vaak over hebben. Wij vinden het ook heel belangrijk dat zij zekerheid hebben. Daarvoor hebben wij die grens van 50 miljoen ingezet. Dat is om daar in ieder geval helderheid en rust over te geven.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Maar die helderheid en rust hebben we dus eigenlijk niet nodig, want dan houden we een bestaande situatie zo'n beetje in stand. Wat de heer Bushoff met zijn voorstel wil, en wat ik zou willen, is misschien nog veel lager gaan, juist voor die rust en zekerheid voor mensen die de diensten afnemen. Dus waarom neemt het CDA het nu zo op voor dat soort bedrijven in plaats van dat het opkomt voor mensen en de rechtszekerheid van mensen?
Mevrouw Bühler (CDA):
Volgens mij heb ik daar net ook al op geantwoord. Nogmaals, ik denk dat het heel belangrijk is om ervoor te zorgen dat op het moment dat er daadwerkelijk sprake is van bijvoorbeeld killer acquisitions of overnamen door grote partijen van kleinere ondernemingen met een marktconcentratie die niet de bedoeling is, je die op een goede manier kunt invullen. Wij hebben ook gekeken naar het advies van het kabinet en zien dat daarin wordt aangegeven dat die drempel van 50 miljoen afdoende wordt geacht. Dat is de lijn die het CDA daarin heeft gekozen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Natuurlijk, want het CDA zit in het kabinet, dus ik snap dat dat zo is. Maar er zijn andere instanties die zeggen: doe dat nu niet. Dat probeer ik duidelijk te maken. Instanties die het echt moeten doen en die het dagelijks, wekelijks of maandelijks meemaken, zeggen: doe dat nou niet; doe het anders. Dan zou je toch veel eerder geneigd zijn om te luisteren naar die mensen in plaats van naar het kabinet, waar u zelf in zit?
Mevrouw Bühler (CDA):
Misschien kunnen we die vraag straks ook nog stellen aan de minister en aan de heer Bushoff.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar de heer Kisteman, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Ik wil beginnen, net als mijn collega's, met complimenten te geven aan de heer Bushoff. Het is altijd goed als Kamerleden zelf met voorstellen komen. Ik hoop dat zelf binnenkort ook te mogen te doen, zoals de voorzitter al vertelde. Dus mijn complimenten hiervoor, helemaal als het ook nog eens in het regeerakkoord staat. De heer Van der Lee gaf dat ook al aan. Ik kan het grapje uiteraard andersom ook maken: ik reken er uiteraard dan ook op dat PRO voor veel meer voorstellen uit ons regeerakkoord zelf het initiatief gaat nemen, zodat onze samenwerking alleen maar beter kan worden.
Voorzitter. Collega Bushoff vertelt in zijn inleiding ook heel mooi hoe het ondernemerschap eruitziet. Ondernemers werken samen, fuseren, worden overgenomen en worden samengevoegd. Dat zijn heel normale cyclussen, waar veel ondernemers mee te maken krijgen. Het zijn ook belangrijke bewegingen, want als schaalvergroting plaatsvindt, ontstaat op een andere plek weer innovatie of specialisatie. Daarover heb ik dan ook mijn eerste vraag aan de minister. Hoe kijkt zij ernaar als deze economische bewegingen onderbroken worden? Heeft zij enig idee wat de economische gevolgen hiervan kunnen zijn? Heeft de minister een beeld van wat er gaat gebeuren met de economie als de ACM deze bevoegdheid krijgt? Deelt zij de mening van mijn fractie dat het goed zou zijn dit in beeld te hebben voordat de ACM deze call-inbevoegdheid zou krijgen, want we willen toch niet dat deze inroepbevoegdheid gaat leiden tot onvoorziene economische gevolgen?
Voorzitter. Ondernemers in Nederland hebben het momenteel niet makkelijk. Een van de meest gehoorde klachten is de regeldruk: het constant moeten invullen van lijstjes, het aanleveren van informatie of andere verplichtingen die ervoor zorgen dat zij niet kunnen doen waar ze goed in zijn, namelijk ondernemen. Daarom is er in dit regeerakkoord afgesproken de doelstelling voor minder regels en het voorkomen van regeldruk door te zetten. In de vorige kabinetsperiode hebben we met goede reden besloten het Adviescollege toetsing regeldruk een permanente status te geven en werd opgemerkt dat het belangrijk is het college vroeg bij besluitvorming te betrekken. In het schriftelijk overleg heeft mijn fractie de indiener ook verzocht zijn voorstel eerst aan het Adviescollege toetsing regeldruk voor te leggen. Zijn reactie daarop was echter dat hij geen grote toename verwacht van de administratieve lasten. Mocht die er toch zijn, dan is er nog altijd een invoeringstoets.
Zal ik dit blokje even afronden, voorzitter?
De voorzitter:
Ik heb zo het vermoeden dat het goed is om een klein stukje verder te gaan. Daarna ga ik de heer Schoonis en de heer Claassen het woord geven.
De heer Kisteman (VVD):
Zij zijn daarna alweer tevreden, denk ik. Mijn vraag aan de indiener is dan ook hoe hij er zo zeker van is dat de regeldruk wel zal meevallen. Hoe kijkt de minister hiernaar? Zij wil toch ook dat ondernemen weer leuk wordt? In haar beantwoording zegt ze: "In de gesprekken met stakeholders over de inroepbevoegdheid hoor ik dat zij zorgen hebben over de regeldruk en rechtsonzekerheid." Dit moet de minister toch tot actie doen overgaan? Elke regeldruk voor ondernemers zou toch te veel moeten zijn? Wat gaat de minister eraan doen om dit te voorkomen? Is deze minister er nou wel of niet voor onze ondernemers? Op deze manier komen er namelijk veel sneller regels bij dan dat ze worden afgeschaft.
De voorzitter:
Ik hoorde een punt. U bent eraan toe. Meneer Schoonis, gaat uw gang.
De heer Schoonis (D66):
Dank aan de heer Kisteman. De heer Kisteman heeft het over wat er in de markt gaat gebeuren als we dit doen. Kan hij aangeven welke signalen hij uit de markt heeft gehoord?
De voorzitter:
Het is een beetje wennen na het reces, maar we spreken elkaar aan met "meneer" en "mevrouw" en via de voorzitter. Meneer Kisteman, gaat uw gang.
De heer Kisteman (VVD):
De signalen die wij uit de markt hebben gehoord, van onder andere de ondernemersverenigingen, maar ook vanuit start-ups en scale-ups, is dat het voor veel onzekerheid gaat zorgen. Wat gaat er gebeuren bij een overname? Moet ik dan achteraf allemaal lijstjes invullen of moet ik tijdens dat hele traject alles veel meer gaan registreren, zodat ik niet achteraf te horen krijg dat ik het verkeerd heb gedaan? Ook start-ups en scale-ups vragen zich af of je dit wel moet willen, omdat het er ook voor zorgt dat er een bepaald kapitaal hun kant op komt, dat misschien straks geen zekerheid meer heeft.
De heer Schoonis (D66):
Wij gaan hier juist voor een eerlijke markt. Volgens mij is het voor al die marktpartijen juist duidelijk als er — hier hebben we het eigenlijk over de kartelrandjes — duidelijke spelregels zijn. Daar gaan wij voor. Het gaat er ook om dat al die Nederlanders die te hoge prijzen krijgen als ze naar de huisarts of de dierenarts gaan, meer keuze hebben. Daar gaat het over. Het gaat om wanneer het fout gaat, niet wanneer het goed gaat. Dat hoor ik nog steeds niet terug in het verhaal van de heer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
Volgens mij is mijn inbreng duidelijk. Het is enorm onzeker wat er gaat gebeuren met al die bedrijven als de ACM deze bevoegdheid krijgt. Daarom zeggen wij: breng nou eerst eens goed in beeld wat er kan gebeuren, wat de gevolgen zijn voor de marktwerking, wie zegt dat dit een positief effect heeft, en ga daarna pas aan de slag om dit definitief te maken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Schoonis (D66):
Maar het is de ACM zelf die dat aangeeft en die dat al tientallen jaren doet. Wat voor belang heeft de ACM erbij om de markt te gaan verstoren? Die wil juist dat er een betere markt en een eerlijke concurrentie komt. Ik snap dit verhaal van de heer Kisteman niet.
De heer Kisteman (VVD):
Het kan dat D66 mijn verhaal niet snapt. Het gaat ons erom dat de ACM een marktmeester is. Die heeft daar tools voor en die vraagt nu om een extra tool. Wij vragen ons af of die extra tool niet economische cyclussen gaat verstoren of voor meer regeldruk gaat zorgen. Dat zou niet heel raar moeten zijn, want hierover hebben we afspraken gemaakt in het regeerakkoord. Ik neem dus aan dat dat de heer Schoonis als muziek in de oren klinkt.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik ben heel erg blij met de bijdrage van de heer Kisteman, althans met het eerste stukje, want daarin sprak de heer Kisteman de zorg uit dat de reikwijdte heel breed zou worden. Juist het amendement dat wij voorstellen zorgt ervoor dat de ACM op basis van informatie keuzes kan gaan maken. Ik kan me dus niet anders voorstellen dan dat de heer Kisteman dat amendement van ons gaat steunen.
De heer Kisteman (VVD):
Ik zit ondertussen even terug te zoeken waar ik iets over de reikwijdte heb gezegd, want volgens mij heb ik dat niet zo genoemd. Het amendement van de heer Claassen gaat vrij ver, want dan ga je specifiek bepaalde sectoren aanwijzen: die wel, die niet. Wij zitten eigenlijk nog een stap daarvoor, voor het amendement van de heer Claassen: wat zijn überhaupt de gevolgen van deze call-inbevoegdheid? Laten we daar eerst eens naar kijken. Ik heb eventueel nog een motie om in te dienen in de tweede termijn. Misschien kan de heer Claassen daar eens naar kijken. Laten we eerst die stap daarvoor eens pakken, voordat we het over die amendementen hebben.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het een sluit het ander niet uit. Een amendement is een amendement en een motie is een motie. Ik heb zelf straks ook nog moties, denk ik, dus dan moeten we het daar met elkaar over hebben. Maar de interpretatie klopt niet. Het is niet zo dat aan de voorkant wordt gezegd: die wel, die niet; die wel, die niet. Volgens het amendement kan er, áls er bewijslast is en gegronde meldingen zijn, ingegrepen worden. Dat moet u toch enorm aanspreken? Want dat is eigenlijk precies wat u zelf zegt.
De heer Kisteman (VVD):
Maar wij zitten echt nog een stap daarvoor: wat zijn de gevolgen van die call-inbevoegdheid? Welke gevolgen heeft die voor de economie in Nederland? Welke gevolgen heeft die voor de regeldruk? Daar willen wij eerst eens naar kijken. Wij willen niet al sectoren gaan aanwijzen als er bepaalde signalen zijn. Wij zitten echt nog een stap daarvoor, meneer Claassen, zeg ik via de voorzitter.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ja, tot slot. In de zorg, als we VWS-debatten hebben, spreken we altijd over primaire, secundaire en tertiaire preventie. Het voorstel dat de heer Kisteman doet, betreft eigenlijk secundaire preventie. Het voorstel dat wij doen met het amendement, betreft primaire preventie. Daarmee voorkom je dat zaken gaan escaleren. Zo simpel is het. De mensen buiten en thuis moeten het ook kunnen begrijpen. Het zorgt ervoor dat de zaken escaleren op basis van signalen en aanwijzingen. Dat zijn symptomen; die moet je bestrijden. De heer Kisteman zegt: ook al zijn er symptomen, we moeten misschien toch even afwachten. Dat is eigenlijk een hele rare beweging.
De heer Kisteman (VVD):
Volgens mij heeft de ACM als marktmeester al een tool om daarop te kunnen ingrijpen. De heer Claassen stelt iets anders voor. Wij zeggen daarvóór: is de extra tool die de ACM nu wil, wel verstandig?
De heer Van der Lee (PRO):
Ik ben een beetje in verwarring, voorzitter.
De voorzitter:
Dat moeten we niet hebben.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik begrijp na deze inbreng niet zo goed waarom de VVD haar handtekening onder het regeerakkoord heeft gezet. Daarin staat namelijk dat de ACM deze bevoegdheid krijgt. Er worden hier hele fundamentele vragen gesteld en die matchen niet met de uitspraak: we willen het instrument in het regeerakkoord. Kan de heer Kisteman dat namens de VVD aan mij uitleggen?
De heer Kisteman (VVD):
Ik denk dat de heer Van der Lee redelijk goed kan lezen. Er staat nog een klein zinnetje achter. Daar staat: we beperken de regeldruk en de onzekerheid. De heer Van der Lee moet niet alleen het eerste deel van het zinnetje pakken. Lees het hele zinnetje. Dit staat er overduidelijk achter. Het is dus niet heel onverwacht dat mijn inbreng zich daarop toespitst. Het zat ook in de vragen die we hebben gesteld aan collega Bushoff. Ik denk dus dat de heer Van der Lee een gespeelde verwarring en geen werkelijke verwarring heeft.
De heer Van der Lee (PRO):
Dat is niet waar. De heer Kisteman wil dat vooraf in kaart wordt gebracht wat alle potentiële marktverstorende elementen van dit wetsvoorstel zullen zijn. Dat is heel ingewikkeld en dat is, denk ik, operationeel ook niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat we de leidraad niet kennen. Die zou je op z'n minst moeten kennen om in te kunnen schatten of er door dit instrument, dat bedoeld is om marktverstoring te voorkomen, een nieuwe marktverstoring gaat ontstaan. Dat is een hele fundamentele vraag en die zit niet gevangen in de tweede helft van dat zinnetje. Die gaat veel meer over de vraag hoe je dat instrument precies inricht. Daar hebben we discussie over. Wat de VVD nu echter doet, is ten principale de vraag opwerpen of je het instrument überhaupt moet willen. De VVD wil, in een onduidelijk traject, kennelijk heel veel tijd nemen voor de vraag hoe dat moet worden uitgezocht. Daar zit mijn verwarring; ik hoop dat die kan worden weggenomen.
De heer Kisteman (VVD):
Het is niet gek dat we tijd nemen voor wetgeving of initiatiefwetgeving om goed te kijken wat de gevolgen zijn. Het is dus helemaal niet raar — dat gebeurt met wetgeving die vanuit ministeries komt — dat het ATR ernaar kijkt en er advies over geeft. Ik zal een voorbeeldje geven dat ik verderop in mijn spreektekst heb staan. Het wetsvoorstel in verband met de aanscherping van de zorgspecifieke fusietoets is naar de Kamer gestuurd. Zorgondernemers moeten een fusie laten beoordelen door zowel de ACM als de Nederlandse zorgautoriteit. De NZa zou er met dit wetsvoorstel voortaan scherper op kunnen toetsen. Maar het ATR zegt: niet doen, het werkt niet, je moet het niet willen. Het is niet heel erg raar dat wij dan aan de heer Bushoff vragen om zijn voorstel voor de bevoegdheid van de ACM voor te leggen aan het ATR om te laten bekijken wat de gevolgen zijn.
De voorzitter:
Afrondend, de heer Van der Lee.
De heer Van der Lee (PRO):
Kan de heer Kisteman dan uitleggen hoe het ATR tot een advies moet komen als we niet eens een leidraad kennen voor wat het in de praktijk zou betekenen en wat het dan mogelijk aan administratieve lasten zou veroorzaken? Dat is op dit moment, in dit stadium toch helemaal niet te zeggen? Die zorgen zijn eerlijk gezegd een beetje spijkers op laag water zoeken, lijkt mij.
De heer Kisteman (VVD):
Die zorgen komen deels door signalen uit de samenleving. Daarnaast is het niet raar dat het ATR bij de totstandkoming van wetgeving betrokken is. Van begin af aan heeft GroenLinks-PvdA, nu PRO, in de vorige kabinetsperiode ervoor gestemd om het ATR die positie te geven. De voorganger, de heer Thijssen, was daar zeer positief over. Het is helemaal niet raar dat we dit vragen. We stellen daar helemaal niets geks mee voor.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Kisteman (VVD):
Ook schrijft de minister — ik heb dat net eigenlijk ook al gezegd — dat zij geen signalen heeft ontvangen dat dit voorstel een rem zet op de investeringen. Mijn vraag is dan ook of de minister daar selectief in is geweest, want mijn fractie heeft namelijk wel signalen ontvangen van VNO-NCW en NVP dat ze bij de consultatie bezwaren hebben ingediend. Zou de minister kunnen reageren op deze bezwaren? Waarom geeft zij in de brief aan dat zij die niet heeft ontvangen, terwijl ze er daadwerkelijk wel zijn?
Voorzitter. Dit stukje over de zorgspecifieke fusietoets kan ik wel overslaan. Het ATR is zeer kritisch op dit voorstel. Dat laat wat mijn fractie betreft zien dat een ATR-toets toegevoegde waarde heeft. Mijn vraag aan de initiatiefnemer is hoe hij ernaar kijkt dat de zorgspecifieke fusietoets door het ATR een negatief advies krijgt. Wat doet dat met het voorstel dat hij nu heeft voorliggen?
Voorzitter, ik rond af. Ik vraag nogmaals aan de indiener en de minister of het initiatief eerst ter beoordeling naar het Adviescollege toetsing regeldruk kan, zodat zij kunnen beoordelen hoeveel regeldruk hieruit voortkomt. Want minister, u weet ook dat het achteraf verminderen van regels een stuk moeilijker is dan het voorkomen ervan.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Prickaertz, die spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Prickaertz (PVV):
Dank, voorzitter. Allereerst wil ook ik graag de initiatiefnemer en de mensen die hem daarbij hebben ondersteund hartelijk bedanken voor het werk dat ze hebben verricht aan deze initiatiefwet en voor de verdediging ervan vandaag.
Laat ik vooropstellen dat de PVV het probleem herkent dat vandaag voorligt. We hebben het probleem van onwenselijke marktmacht en marktconcentratie zelf ook meerdere malen bij de minister aangekaart. Uiteindelijk zijn het de consumenten en vaak ook de kleinere ondernemers die de rekening betalen. Een schrijnend voorbeeld waarin de consument de rekening betaalt, zijn onder andere de dierenartspraktijken. Waar één grote partij in de regio steeds meer dierenartsenpraktijken opkoopt, ontstaat een concentratie waarvandaan consumenten nog nauwelijks kunnen uitwijken. Het gevolg is simpel: er is geen alternatief en de rekening blijft verhogen. Dierenliefhebbers kunnen dan moeilijk zeggen: dan ga ik wel naar de concurrent. Als die concurrent inmiddels onderdeel is van dezelfde keten, bestaat die keuze feitelijk niet meer.
Voorzitter. Dat is voor de PVV onacceptabel. Het gaat bovendien niet alleen om dierenartsen. Dit probleem speelt in meerdere sectoren en op meerdere markten. Het fundamentele probleem is wat ons betreft dat het huidige mededingingstoezicht onvoldoende aansluit bij de werkelijkheid. Marktmacht ontstaat namelijk niet alleen bij bedrijven met een miljardenomzet. Je kunt ook enorme marktmacht hebben op een lokale markt of binnen een heel specifieke niche. Juist daar schiet het huidige toezicht tekort. De PVV vindt daarom dat de ACM daadwerkelijk de mogelijkheid moet krijgen om ook onder de huidige omzetdrempels in te grijpen wanneer er sprake is van onwenselijke marktmacht. Wat ons betreft moeten we daarbij oppassen dat we het probleem niet opnieuw gaan definiëren aan de hand van omzet, want marktmacht heeft niet per definitie iets te maken met de omvang van de omzet. Een onderneming kan relatief klein zijn in absolute zin, maar tegelijkertijd een dominante positie hebben binnen een bepaalde regio of niche.
Daar zit voor de PVV wel een belangrijk aandachtspunt. De ambitie van deze initiatiefwet is helder, maar de route naar daadwerkelijk ingrijpen vinden wij nog onvoldoende concreet. Op basis waarvan kan de ACM straks precies besluiten dat er sprake is van een onwenselijke concentratie of marktmacht? Welke concrete criteria krijgt de ACM daarvoor? Ik vraag dat zowel aan de initiatiefnemer als aan de minister.
Moeten we daarbij bijvoorbeeld kijken naar het aantal overnames dat een onderneming binnen een bepaalde periode doet, of naar het aantal overnames binnen één specifieke sector? Wanneer wordt een patroon zichtbaar dat niet langer als normale bedrijfsvoering kan worden beschouwd, maar feitelijk leidt tot het wegdrukken van concurrentie? Moeten wij daar als Kamer niet nadrukkelijk bij betrokken worden?
Tegelijkertijd realiseren wij ons dat iedere sector anders is. Wat in de ene branche nog gezonde marktwerking is, kan in een andere branche al leiden tot een vrijwel monopolistische positie. Daarom mijn vraag: hoe voorkomen we dat we met één generieke norm alle sectoren over één kam scheren en hoeveel ruimte is er voor maatwerk per sector? De PVV wil voorkomen dat we een nieuwe regel optuigen die op papier stevig klinkt, maar in de praktijk onvoldoende mogelijkheden biedt om daadwerkelijk in te grijpen.
Zoals wij ook in onze schriftelijke inbreng hebben aangegeven, vinden wij daarnaast een meldpunt van groot belang. Een laagdrempelige plek, waar consumenten, maar ook bedrijven, kunnen melden dat zij het vermoeden hebben dat de marktwerking wordt verstoord of dat een ongewenste concentratie dreigt te ontstaan. Wat de PVV zorgen baart, is dat de huidige mogelijkheden vooral voelen als mosterd na de maaltijd. Een fusie of overname kan namelijk jarenlang effect hebben op een markt. Als de ACM pas achteraf constateert dat er iets mis is, kun je een eenmaal ontstane machtspositie niet zomaar terugdraaien. Kijk bijvoorbeeld naar PostNL en Sandd. Het voorbeeld is al genoemd.
Ook daarbij zien we hoe ingewikkeld en langdurig juridische procedures kunnen worden wanneer een markt eenmaal sterk is geconcentreerd. Daarom moet de vraag wat ons betreft niet alleen zijn: hoe grijpen we in als het misgaat? De veel belangrijkere vraag is wat ons betreft: hoe voorkomen we dat het überhaupt misgaat? Kan de ACM vooraf meer inzicht krijgen in mogelijke toekomstige marktconcentraties? Kan een meldpunt daarbij eventueel helpen? Kan de ACM daardoor eerder signaleren wat er binnen een bepaalde sector gebeurt en vervolgens oordelen of er risico's voor de marktwerking ontstaan? Het kan niet de bedoeling zijn dat een onderneming tien concurrenten binnen dezelfde sector kan overnemen zonder dat er op enig moment een belletje gaat rinkelen, terwijl de consument uiteindelijk met hogere prijzen wordt geconfronteerd. Dat is geen gezonde marktwerking en daar moet je niet pas achteraf iets aan willen doen.
Tot slot wil ik nadrukkelijk aandacht vragen voor de gevolgen voor bedrijven onderling. Ik heb het als ondernemer zelf ervaren. Ik heb nog steeds een onderneming waarin wij private label drinks verkopen voor de promotionele markt. "Produceren" moet ik zeggen. Voor die producten kopen wij de etiketten bij een fabrikant die gebruikmaakt van digitale printtechniek. In het verleden waren er meerdere bedrijven die deze specifieke etiketten konden leveren. Inmiddels zijn vrijwel alle concurrerende bedrijven binnen deze branche opgekocht door één pan-Europees private-equity-investeringsmaatschappij. Dan ontstaat een hele simpele situatie. Het maakt voor ons als afnemer nauwelijks nog uit bij welke leverancier we aankloppen, omdat de concurrentie feitelijk verdwenen is. Het resultaat: hogere inkoopprijzen. Uiteindelijk worden die hogere kosten natuurlijk doorberekend. Want ook daar geldt: wanneer de concurrentie eenmaal verdwenen is, komt die niet zomaar terug.
Voorzitter. In de basis steunt de PVV deze initiatiefwet. Het probleem is reëel: onwenselijke marktmacht moet worden aangepakt, de consumenten mogen niet het kind van de rekening worden, omdat er toevallig nog maar een of twee aanbieders over zijn, en ondernemers moeten niet gedwongen worden om steeds hogere prijzen te accepteren, omdat hun leveranciersmarkt is opgekocht. Maar ik wil ook duidelijk zijn over onze belangrijkste zorg. We moeten voorkomen dat we een systeem bouwen waarmee de ACM pas kan optreden nadat de schade al is aangericht. De inzet moet niet alleen zijn om achteraf marktmacht te repareren. De inzet moet zijn om die marktmacht, waar mogelijk, tijdig te signaleren en te voorkomen. Daarvoor zijn er wat de PVV betreft enkele aanpassingen noodzakelijk: voldoende bevoegdheden, inzicht in overnamepatronen en een laagdrempelig meldpunt voor consumenten en het bedrijfsleven. Uiteindelijk gaat het om één simpele vraag, namelijk hoe we ervoor zorgen dat de markt blijft werken voor de consument en de ondernemers en niet alleen voor de partij die alle concurrenten heeft opgekocht.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Prickaertz (PVV):
Was ik over mijn tijd heen?
De voorzitter:
Ja, maar ik ben vandaag in een hele gulle bui. We gaan luisteren naar de heer Schoonis, die namens de fractie van D66 spreekt. Gaat uw gang.
De heer Schoonis (D66):
Dank, voorzitter. Ik wil beginnen met een voorbeeld van een huisartsenpraktijk. In deze praktijk had je al 20 jaar dezelfde huisarts, totdat hij met pensioen ging en de praktijk werd overgenomen door een keten. Daarna werd de telefoon niet meer opgenomen, kreeg je bij elk bezoek een andere arts, kwam er uiteindelijk een aanwijzing van de inspectie en viel de keten ten slotte om. De patiënten moeten opnieuw een huisarts zoeken. Dat is de casus Co-Med. Het pijnlijke is niet dat de toezichthouder heeft gekeken en niks heeft gevonden, maar dat de toezichthouder überhaupt niet aanwezig was, omdat het te laag was ingestoken. Elke overname op zich was dus te klein. De marktmeester stond met lege handen. Hij stond buiten de zaal. Daar gaat deze wet over: een eerlijke markt. Om die reden steunt D66 deze wet.
Voorzitter. We hebben het altijd over twee woorden. Ze zijn al gevallen. Het eerste woord is "kralen rijgen". Een bedrijf koopt een praktijk, en dan nog een en dan nog een. Elke kraal op zich stelt niks voor. Pas als het snoer af is, zie je wat er is gebeurd. Er is nog maar één aanbieder in een hele regio, zoals de heer Prickaertz net ook al aangaf. We zien het bij dierenartsen en bij de kinderopvang. Wat je dan ziet, is dat de concurrentie verdwijnt, de prijzen omhooggaan en de bereikbaarheid omlaaggaat.
De tweede term is de "killer acquisition". Die is nog wat gemener. Een groot bedrijf koopt een klein bedrijf, niet om iets op te bouwen, maar om — de naam geeft het al aan — iets te killen, iets te stoppen. De veelbelovende innovatie zien wij als Nederlander nooit meer, want de grote bedrijven hebben het al gepakt.
Voorzitter. Laat ik daar nog iets over zeggen, want dit is geen aanklacht tegen overnames. De meeste overnames gaan over het algemeen gewoon helemaal goed. Opschaling kan goed zijn en investeringen, bijvoorbeeld in de zorg, zijn hard nodig. Het gaat om een handvol gevallen per jaar. Maar juist voor die handvol gevallen geldt: als het misgaat, gaat het mis in de spreekkamer, aan de balie en in de portemonnee van de mensen die daar zelf helemaal niets over te zeggen hebben.
Voorzitter. Dan kom ik bij de politiek. Ook ik wil de heer Bushoff complimenteren. Hij krijgt heel veel complimenten vandaag. Een initiatiefwet maken is monnikenwerk en deze is heel goed doortimmerd. Deze Kamer nam op 22 oktober 2024 een motie aan van mijn collega Sneller, die de regering verzocht een call-inbevoegdheid in de Mededingingswet op te nemen. In het D66-verkiezingsprogramma staat het ook onomwonden: te veel macht bij één bedrijf zorgt voor een te hoge marktmacht, waardoor je te hoge prijzen en te lage kwaliteit krijgt. Ook in het coalitieakkoord staat het letterlijk. "Om een gezonde marktwerking te bevorderen, geven we de ACM als marktmeester twee nieuwe instrumenten: de zogenaamde call-inbevoegdheid en de new competition tool." Ik zeg dit, omdat het iets moois laat zien. De heer Van der Lee gaf dat ook al aan. Hier ligt namelijk een initiatiefwet van de oppositie, die een afspraak uit het coalitieakkoord tot uitvoering wil brengen. Zo hoort het dus te werken. Goede ideeën hebben nou eenmaal vele vaders, en dat is een heel goed teken in dit politieke tijdperk.
Voorzitter. Dan mijn belangrijkste punt, want als je de afspraak in het coalitieakkoord helemaal uitleest, staat er nog iets achteraan. "In de uitwerking zorgen we voor het beperken van de regeldruk en onzekerheid." Daar mist deze wet een helft. De ACM zegt het zelf in haar reactie op de internetconsultatie. De generieke omzetdrempel is sinds 2003 niet aangepast. Dat leidt tot zo'n 120 verplichte meldingen per jaar, waarvan er maar een handvol echt zorgen oproept. De ACM stelt daarom voor, die drempel naar 50 miljoen te verhogen en de ACM de inroepbevoegdheid te geven, in samenhang dus, communicerende vaten: minder papierwerk voor overnames die niemand zorgen baren, meer aandacht voor de overnames die dat wel doen. Dat is geen cadeau aan het bedrijfsleven; dat is eerlijk boekhouden. Reken het maar na. 30 miljoen uit 2003 is met de inflatie meegerekend nu ongeveer 50 miljoen, dus de drempel is niet verlaagd door de politiek, maar gewoon door de tijd.
D66 pleitte hier al eerder voor in de agenda voor progressief kapitalisme van, wederom, mijn collega Sneller. Die omvat de drempelverhoging en de call-in binnen een en hetzelfde beslispunt. Mijn vragen aan de indiener. Waarom heeft hij deze helft buiten zijn voorstel gelaten, terwijl de toezichthouder die twee nadrukkelijk als één pakket presenteert? Hoe weegt hij dat de ACM zegt geen extra geld nodig te hebben bij dat pakket, terwijl hij nu zelf schrijft dat het budget van de ACM omhoog moet? Is dat niet precies het bewijs dat die twee eigenlijk bij elkaar horen? Aan de minister stel ik de vraag of zij het oordeel van de ACM kan ophalen over de verhoging die zij zelf voorstelde naar 75 miljoen in plaats van de 50 miljoen van de ACM.
Voorzitter. Tot slot de evaluatie. Er komt een invoeringstoets na een jaar en een evaluatie na vijf jaar. Dat is mooi, maar ik hoor in dit debat vooral vragen over wat de wet kost, terwijl ik ook wil weten of die werkt. Hoeveel concentraties zijn er ingeroepen en wat levert dat op voor consumenten, in prijs, in kwaliteit, in keuze? De vraag die mij het meest bezighoudt — daar heb ik ook meerdere interrupties op kapotgegooid — is of die drempel van 30 miljoen die vroege kralenrijger wel vangt. Ik kan het ook als vraag stellen: als dat voorbeeld van de casus Co-Med nu zou gebeuren, met de wet die nu voorligt, zou het dan weer zo gebeuren als toen of hadden we dan wel op tijd kunnen ingrijpen? Dat is echt essentieel. De indiener schrijft zelf dat hij aanvankelijk geen drempel wilde, juist om greep te houden op roll-ups in lokale markten en nichemarkten. Dat is het eerlijke antwoord en dat waardeer ik. Maar het betekent ook dat we een blinde vlek inbouwen waarvan wij weten dat die er is. Ik wil dat we kunnen gaan meten. Is de indiener bereid dat expliciet in de evaluatie te betrekken?
Voorzitter. Juist daarom kan D66 niet meegaan met het verhogen van die drempel. De generieke drempel actualiseren: graag, maar het vangnet zelf kleiner maken: nee.
Ik rond af. Een markt is natuurlijk geen natuurverschijnsel. Het is een set spelregels, door mensen gemaakt voor mensen. Vandaag repareren we er hopelijk een, vooral voor die patiënt in Brabant die zijn huisarts kwijtraakte. Dat is het verschil tussen een toezichthouder die toekijkt en een toezichthouder die een scherpe marktmeester is voor een eerlijke markt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar mevrouw Nanninga, die spreekt namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Bij economische wetgeving moeten we steeds goed kijken naar de verhouding tussen markt, gemeenschap en staat. De markt zorgt voor ondernemerschap, innovatie en economische groei; de gemeenschap zorgt voor vertrouwen, samenwerking en verantwoordelijkheid, en de staat stelt heldere spelregels vast en grijpt in wanneer dat echt nodig is. Ik heb het hier al vaker betoogt: de staat neemt de laatste jaren steeds meer ruimte in en begint de markt en de gemeenschap steeds verder te verdringen, waardoor het lijkt alsof de staat nog het enige instrument is om problemen op te lossen. Dit wetsvoorstel, met alle respect en waardering voor de moeite die erin gestoken is door de indiener, is daar wel een voorbeeld van.
Met de bevoegdheid die de ACM krijgt, worden veel meer zaken geraakt dan de vijf tot tien transacties die de ACM naar verwachting gaat onderzoeken. De onzekerheid die hiermee ontstaat, het risico dat je onderzocht kan worden, heeft een groot effect. De formule voor risico is kans maal gevolg. Hoewel de kans misschien heel klein is dat je wordt onderzocht, is het gevolg heel erg groot. Bedrijven moeten bij iedere mogelijke overname rekening houden met aanvullend onderzoek en vertraging. Kopers gaan het risico meenemen in hun bod. Financiers zullen meer voorwaarden stellen en sommige transacties worden duurder of ketsen helemaal af.
Die gevolgen zijn vooral heel belangrijk voor start-ups en scale-ups. Investeerders steken geld in jonge bedrijven en nemen daarbij grote risico's. Een latere verkoop is vaak nodig om rendement te behalen. Met die opbrengsten worden vervolgens weer nieuwe start-ups gefinancierd. Ook oprichters en medewerkers investeren na een succesvolle verkoop regelmatig zelf opnieuw in jonge ondernemingen. Voorspelbare exits zijn daarmee een belangrijk onderdeel van een goed werkend start-upklimaat.
Dit voorstel maakt deze exits een heel stuk minder zeker. De heer Bushoff wijst daarbij op de zogenoemde killer acquisitions: een bedrijf koopt een innovatieve concurrent en maakt die kapot om zo de concurrentie te ondermijnen. Zulke overnames kunnen natuurlijk schadelijk zijn. Het probleem is echter dat vooraf heel moeilijk kan worden bepaald wanneer daar sprake van is. Heel veel innovaties blijken niet levensvatbaar, gaan ten onder. Een overname kan juist ook nodig zijn om een technologie verder te ontwikkelen of internationaal op te schalen. Het is dus gewoon niet zo duidelijk waar een schadelijke nou precies begint ten opzichte van een normale start-upexit.
Het probleem is ook dat er geen heldere, juridisch bindende definitie bestaat van zo'n killer acquisition. De ACM gaat dit begrip zelf verder uitwerken in een leidraad, bijvoorbeeld met fictieve voorbeelden. Maar een uitvoeringsorganisatie heeft kaders nodig. Het is onze taak. De belangrijkste grenzen horen daarom in een wet en in een algemene maatregel van bestuur te staan. Daarin moet duidelijk worden vastgelegd wanneer de ACM de bevoegdheid mag inzetten en binnen welke termijn een bedrijf zekerheid krijgt. Start-ups, scale-ups en investeerders moeten bij de uitwerking daarvan worden betrokken, want zij weten welke gevolgen onzekerheid over een exit heeft voor investeringsbeslissingen die soms jaren eerder worden genomen.
Voorzitter. Zelfs als al deze zaken goed geregeld worden, weet ik niet of ik mijn fractie ga adviseren om voor dit wetsvoorstel te stemmen. Er kan echt wel wat aan de hand zijn. We hebben dat allemaal gezien bij de zorg en bij de dierenartsen. Als één groep alle praktijken in een regio opkoopt, dan moet je daarnaar kijken en ingrijpen, maar hier wordt dit gebruikt als reden om meteen het héle Nederlandse bedrijfsleven onder deze nieuwe bevoegdheid te schuiven. Van de huisarts tot de fietsenmaker, iedereen gaat gezellig mee in het sleepnet. Door problemen in een paar sectoren krijgt de ACM toezicht op overnames over de hele economie. Dat is veel te breed en onnodig. Het is een schot hagel.
Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over de politieke omgang met het advies van de Raad van State. De Raad van State heeft stevige kritiek op dit plan. De noodzaak voor een economiebrede bevoegdheid is onvoldoende aangetoond. De reikwijdte is onevenredig breed en de gevolgen voor ondernemers zijn onvoldoende onderzocht. De indiener heeft vervolgens heel veel extra uitleg toegevoegd, maar hij laat de kern van het voorstel overeind. De kritiek van de Raad van State komt nu politiek even slecht uit. Veel partijen doen alsof je bijl in de wortel van de rechtsstaat zet als je een advies van de Raad van State naast je neerlegt en dan is het een handig politiek punt, maar als er dan een stevig negatief verhaal ligt bij de Raad van State bij zoiets, dan zie je met name de linkse partijen dat maar even onder het tapijt vegen. Een advies van de Raad van State is een advies en dat moet je altijd op zijn merites beoordelen. Wij herinneren de partijen die dat soms niet doen herinneren daar de volgende keer graag aan.
Voorzitter, tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer en aan het einde gekomen van dit debat.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Het vervolg van dit debat vindt morgenavond plaats. Ik wens de indiener succes met de voorbereiding.
Ik schors tot 18.15 uur, dus voor alle zorgwoordvoerders die 18.30 uur in hun agenda hebben staan: ik schors tot 18.15 uur en daarna gaan we verder met het tweeminutendebat Toekomstagenda "zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking". Ik dank de sprekers van de zijde van de Kamer. Ik dank de indiener en de minister voor hun aanwezigheid. Ik schors tot 18.15 uur.
De vergadering wordt van 15.46 uur tot 18.16 uur geschorst.