Schriftelijke vragen : De stijging van verplichte zorg in de ggz
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de stijging van verplichte zorg in de ggz (ingezonden 8 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Cijfers dwang in de ggz opnieuw gestegen» en de onderliggende cijfers van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat het geregistreerde aantal ggz-cliënten dat te maken
kreeg met verplichte zorg is gestegen van 13.022 in 2024 naar 13.722 in 2025, een
stijging van ongeveer 5 procent?2,
3
Vraag 3
In hoeverre kan deze stijging volgens u worden verklaard door een daadwerkelijke toename
van verplichte zorg en in hoeverre door betere registratie? Kunt u dit zo veel mogelijk
kwantificeren?
Vraag 4
Kunt u een overzicht geven van de ontwikkeling van het aantal cliënten dat sinds de
inwerkingtreding van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) met verplichte
zorg te maken heeft gekregen, uitgesplitst per jaar en naar vorm van verplichte zorg?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u dat zorgprofessionals tegenover de IGJ aangeven dat personeelstekorten,
instabiele teams en hoge werkdruk kunnen leiden tot gevoelens van onveiligheid bij
zorgverleners, waardoor sneller tot insluiting kan worden overgegaan?
Vraag 6
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat personeelsproblemen ertoe leiden dat
patiënten eerder of vaker worden ingesloten?
Vraag 7
Klopt het dat een landelijke registratie van het feitelijke aantal separeerverblijven
en Extra Beveiligde Kamers (EBK’s) ontbreekt? Waarom bestaat deze landelijke registratie
nog steeds niet?
Vraag 8
Hoe kunt u beoordelen of het beleid om separeerverblijven en insluitingen in EBK’s
af te bouwen daadwerkelijk succesvol is als niet landelijk bekend is hoeveel van deze
ruimtes er zijn?
Vraag 9
Kunt u verklaren waarom het aantal geregistreerde toepassingen van een EBK is gestegen
van 2.529 in 2024 naar 2.893 in 2025, terwijl wordt ingezet op het terugdringen van
insluiting?
Vraag 10
Kunt u aangeven hoeveel van de 12.111 geregistreerde toepassingen van insluiting in
2025 daadwerkelijk eenzame opsluiting betroffen? Zo nee, waarom wordt dit niet geregistreerd?
Vraag 11
Wanneer wordt de aangekondigde nulmeting naar het aantal klassieke separeercellen
uitgevoerd en wanneer ontvangt de Kamer de resultaten?
Vraag 12
Welke concrete en meetbare doelstellingen hanteert u voor het verminderen van insluiting
en andere vormen van verplichte zorg in de ggz en op welke termijn moeten deze worden
bereikt?
Vraag 13
Hoeveel middelen heeft de rijksoverheid de afgelopen vijf jaar beschikbaar gesteld
voor het terugdringen van dwang en insluiting in de ggz en welke aantoonbare resultaten
zijn daarmee bereikt?
Vraag 14
De IGJ geeft aan dat de gepubliceerde trendanalyse niet alle zorgaanbieders omvat,
bent u bereid ervoor te zorgen dat er een volledig en landelijk vergelijkbaar beeld
komt van de toepassing van verplichte zorg, insluiting, separatie en het gebruik van
EBK’s?
Vraag 15
Bent u bereid de Kamer jaarlijks te informeren over de ontwikkeling van verplichte
zorg in de ggz, uitgesplitst naar de verschillende vormen daarvan, waaronder afzonderlijk
insluiting in een separeerverblijf en een EBK?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Nicole Moinat, Kamerlid