Schriftelijke vragen : Het bericht 'EU-kopstuk Von der Leyen wil vetorecht Nederland fors inperken en vaart maken met nieuwe lidstaten'
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Minister-President over het bericht «EU-kopstuk Von der Leyen wil vetorecht Nederland fors inperken en vaart maken met nieuwe lidstaten» (ingezonden 8 oktober 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht in de Telegraaf «EU-kopstuk Von der Leyen wil
vetorecht Nederland fors inperken en vaart maken met nieuwe lidstaten»?1
Vraag 2
Kunt u toelichten in hoeverre u bekend bent met de plannen om het vetorecht van lidstaten
te beperken op het gebied van belastingfraude, energiebelasting, sociale zekerheid
en tussentijdse besluiten over EU-toetreding?
Vraag 3
Klopt het dat wanneer Europese lidstaten besluiten met gekwalificeerde meerderheid
kunnen nemen over sociale zekerheid, dit ertoe leidt dat ze ook zeggenschap over onze
pensioenen krijgen? Zo ja, vindt u dat wenselijk. Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Kunt u voor de eerstvolgende bijeenkomst van regeringsleiders in de Europese Unie
aan de Tweede Kamer doen toekomen met een kabinetsappreciatie over de voornemens?
Vraag 5
Herinnert u zich dat de Minister van Buitenlandse Zaken in zijn Europatoespraak van
26 augustus 2026 aan de Universiteit Maastricht zei2: «We can make the Union more effective by moving from unanimity to qualified-majority
decision-making in some parts of the EU’s common foreign policy. We need to revise
our veto system.» Welke onderdelen van het buitenlands beleid bedoelt de Minister
precies? Geldt «revise our veto system» uitsluitend voor het buitenlands beleid?
Vraag 6
Is de toespraak van de Minister van Buitenlandse Zaken in Maastricht kabinetsbeleid?
Vraag 7
Herinnert u zich dat u op 3 maart 2026 in Brussel, naar aanleiding van het Hongaarse
veto op de lening voor Oekraïne, tegen Euronews3: «The new Dutch government is in favor of less and less decision-making by unanimity
on the European level». Bevestigt u deze uitspraak? Op welke terreinen wordt precies
gedoeld? En op welke terreinen niet?
Vraag 8
Erkent u dat concessies op het gebied van buitenlandse zaken financiële gevolgen kunnen
hebben voor Nederland, als gevolg van besluiten waarmee Nederland niet heeft ingestemd?
Vraag 9
Wil het kabinet het Nederlandse vetorecht op alle terreinen behouden, of is het kabinet
bereid dit op sommige terreinen op te geven? Kunt u hierop een duidelijk antwoord
zonder voorbehouden geven?
Vraag 10
Indien het kabinet bereid is het veto op sommige terreinen op te geven, kunt u dan
per terrein aangeven of het kabinet het Nederlandse veto wil behouden of opgeven,
ook in de context van de beleidsterreinen die worden genoemd in het voorstel van Von
der Leyen?
Vraag 11
Erkent u dat een veto dat is opgegeven, daarna alleen met unanieme instemming van
alle lidstaten kan worden hersteld, en dat het opgeven van een veto in de praktijk
dus onomkeerbaar is?
Vraag 12
Hoe verhoudt het opgeven van Nederlandse vetorechten zich volgens het kabinet tot
het uitgangspunt dat Nederlandse kiezers via verkiezingen invloed moeten kunnen uitoefenen
op de besluiten waaraan Nederland is gebonden, en acht het kabinet dit een versterking
of een verzwakking van de Nederlandse democratische zeggenschap?
Vraag 13
Waar ligt voor het kabinet de grens? Indien het kabinet bereid is unanimiteit op aanvullende
beleidsterreinen los te laten, welke bevoegdheden moeten volgens het kabinet uiteindelijk
altijd nationaal blijven?
Vraag 14
Kunt u daarbij uiteenzetten of het kabinet een verdere politieke integratie richting
een «Verenigde Staten van Europa» wenselijk acht, en welke gevolgen dit volgens het
kabinet zou hebben voor de Nederlandse democratie en nationale soevereiniteit?
Vraag 15
Bent u bekend met het Frans-Duitse non-paper4 «Strengthening European resilience, addressing global macroeconomic imbalances and
market distorting practices», waarin wordt voorgesteld om nieuwe handelsinstrumenten in te voeren die door de
Europese Commissie kunnen worden geactiveerd tenzij een gekwalificeerde meerderheid
van lidstaten daartegen bezwaar maakt?
Vraag 16
Acht u het democratisch wenselijk dat de niet-gekozen Europese Commissie vergaande
handels- en marktmaatregelen kan opleggen tenzij een gekwalificeerde meerderheid van
lidstaten daartegen stemt? Zo ja, kunt u dit toelichten?
Vraag 17
Zegt u toe dat het kabinet niet instemt met een inperking van bestaande Nederlandse
vetorechten, ook niet via politieke afspraken of conclusies van de Europese Raad tijdens
de eerstvolgende bijeenkomst van de Europese Raad, voordat de Kamer de concrete voorstellen
en juridische gevolgen heeft kunnen bespreken?
Vraag 18
Bent u bereid hier alleen mee in te stemmen na instemming van de Eerste en de Tweede
Kamer?
Vraag 19
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en voor de eerstvolgende bijeenkomst van
de Europese Raad beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
R.A.A. Jetten, minister-president -
Indiener
Mona Keijzer, Kamerlid