Schriftelijke vragen : Mishandeling van kinderen in sanatoria en het ontbreken van erkenning voor hun leed
Vragen van het lid Westerveld (PRO) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over mishandeling van kinderen in sanatoria en het ontbreken van erkenning voor hun leed (ingezonden 6 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht uit De Gelderlander «Eigen braaksel eten, urenlang onder
wollen dekens in de brandende zon: leed sanatoriumkinderen blijkt onbekend»?1 over de duizenden kinderen die met onder meer tuberculose die in sanatoria zijn ondergebracht?
Vraag 2
Kunt u zich voorstellen dat kinderen die deze ervaringen hebben, daar de rest van
hun leven onder hebben geleden? Is bekend hoeveel kinderen, die inmiddels volwassen
zijn of niet meer leven, vernederende straffen en ander leed hebben doorgemaakt in
sanatoria?
Vraag 3
Deelt u de mening dat deze verhalen en het boek Sanatoriumkind van Inge Mutsaers vragen om erkenning en nader onderzoek? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Welke informatie is bij de overheid bekend over lichamelijk, psychisch en seksueel
geweld en emotionele verwaarlozing van kinderen in Nederlandse sanatoria? Zijn hierover
eerder meldingen ontvangen of onderzoeken verricht? Zo ja, wat is daarmee gedaan?
Is de behandeling van deze kinderen ooit eerder onderwerp geweest in Kamerdebatten,
of in het publieke debat?
Vraag 5
Welke verantwoordelijkheid hadden de overheid en de toenmalige inspectiediensten voor
de veiligheid van kinderen in sanatoria? Welke informatie is nog beschikbaar over
het toezicht, eventuele klachten en het optreden naar aanleiding daarvan?
Vraag 6
In hoeverre zijn ervaringen van voormalige sanatoriumkinderen betrokken bij eerdere
onderzoeken naar geweld en misbruik in instellingen, waaronder de onderzoeken van
de commissies-Deetman, -Samson en -De Winter? Kunt u per onderzoek toelichten of deze
kinderen binnen de onderzoeksopdracht vielen en of hun ervaringen daadwerkelijk zijn
onderzocht?
Vraag 7
Deelt u de mening dat de aard van de instelling waarin een kind verbleef niet mag
bepalen of vergelijkbare ervaringen van geweld en vernedering worden onderzocht en
erkend? Hoe voorkomt u dat voormalige sanatoriumkinderen tussen de afbakeningen van
eerdere onderzoeken en erkenningsregelingen blijven vallen?
Vraag 8
Bent u bereid op korte termijn in gesprek te gaan met voormalige sanatoriumkinderen,
hun vertegenwoordigers en onderzoekers om hun ervaringen en behoeften in kaart te
brengen? Hoe zorgt u ervoor dat ook mensen worden bereikt die hun ervaringen tot nu
toe niet hebben durven delen of nooit die gelegenheid hebben gehad?
Vraag 9
Bent u bereid onafhankelijk onderzoek mogelijk te maken naar geweld, misbruik en verwaarlozing
van kinderen in sanatoria, met aandacht voor de rol van instellingen, religieuze organisaties
en de overheid? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Hoe voorkomt u dat getuigenissen en archiefmateriaal verloren gaan, gezien de hoge
leeftijd van veel betrokkenen? Bent u bereid vooruitlopend op eventueel onderzoek
te bevorderen dat getuigenissen zorgvuldig worden vastgelegd en relevante archieven
worden veiliggesteld?
Vraag 11
Welke mogelijkheden hebben voormalige sanatoriumkinderen om hun eigen dossiers en
relevante instellingsarchieven terug te vinden en in te zien? Welke ondersteuning
kunt u bieden wanneer een instelling is opgeheven, dossiers ontbreken of onduidelijk
is wie de archieven beheert?
Vraag 12
Kunnen voormalige sanatoriumkinderen aanspraak maken op eerdere regelingen voor erkenning
of financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld en misbruik in instellingen?
Zo ja, onder welke voorwaarden? Zo nee, bent u bereid te onderzoeken welke vorm van
erkenning en tegemoetkoming voor deze groep passend is?
Vraag 13
Bent u ervan op de hoogte dat uw ambtsvoorganger eerder in antwoord op schriftelijke
vragen over de mishandeling van een jongere in een jeugdzorginstelling benadrukte
dat de erkenningsmaatregelen naar aanleiding van de commissie-De Winter ook bedoeld
zijn voor slachtoffers van wie de individuele zaak inmiddels is verjaard?2 Deelt u deze mening? Zo ja, deelt u de mening dat dit ook consequenties heeft voor
de overheid als het gaat over kinderen die zijn mishandeld, maar niet onder de onderzoeksopdracht
vielen van commissies Samson, Deetman of De Winter?
Vraag 14
Welke lessen uit de evaluatie van de erkenningsmaatregelen naar aanleiding van de
commissie-De Winter zijn relevant voor voormalige sanatoriumkinderen, in het bijzonder
waar het gaat om mensen die door de afbakening buiten een regeling vallen? Hoe betrekt
u daarbij de aangenomen motie-Westerveld over het meenemen van de lessen uit het traject-De
Winter en de mening van ervaringsdeskundigen en nabestaanden in het plan voor erkenning
en herstel?3
Vraag 15
Waar kunnen voormalige sanatoriumkinderen op dit moment terecht voor lotgenotencontact,
ondersteuning en zo nodig gespecialiseerde psychologische hulp? Bent u bereid om samen
met hen de behoeften in kaart te brengen?
Vraag 16
Bent u bereid de betrokkenen te vragen of en zo ja, aan welke vormen van publieke
erkenning zij behoefte hebben en passend zijn, zoals excuses of het zichtbaar maken
van deze geschiedenis? Kunt u daarbij zorgen dat hun wensen daarbij leidend zijn en
dat erkenning ook wordt verbonden aan concrete ondersteuning?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Lisa Westerveld, Kamerlid