Schriftelijke vragen : Zonering rond Natura 2000-gebieden
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over zonering rond Natura 2000-gebieden (ingezonden 6 oktober 2026).
Vraag 1
Bevestigt u dat u in de beantwoording van de Kamervragen expliciet erkent dat zonering
niet alleen wordt ingezet voor het verminderen van stikstofdepositie, maar ook om
te sturen op mestgebruik, gewasbeschermingsmiddelen, waterkwaliteit, wateronttrekking
en de gewenste vorm van landbouw?1
Vraag 2
Hoe kan de noodzaak van zonering per gebied volgens u nog worden onderzocht, terwijl
het kabinet al heeft gekozen om in principe rondom gehele Natura 2000-gebieden te
zoneren en daarbij ook andere doelen dan stikstofreductie nastreeft? Spreekt u zichzelf
niet rechtstreeks tegen door te zeggen dat de noodzaak en gebiedsselectie nog openliggen,
terwijl de vorm, omvang en bredere doelen van de zonering al zijn bepaald?
Vraag 3
Waarom heeft u 121 gebieden op een openbare lijst geplaatst, terwijl u tegelijkertijd
stelt dat eerst nog moet worden aangetoond of zonering noodzakelijk is en welke drukfactor
daarmee moet worden aangepakt? Is dit zorgvuldig bestuur?
Vraag 4
Wat vindt u ervan dat boeren in onzekerheid worden gehouden, terwijl banken, financiers,
potentiële kopers en bedrijfsopvolgers nu al rekening kunnen houden met mogelijke
zonering? Vindt u het aanvaardbaar dat een voorlopige lijst nu al gevolgen kan hebben
voor investeringen, financiering, bedrijfsopvolging en de waarde van agrarische bedrijven?
Vraag 5
Wie draagt de schade als bedrijven nu al nadelige gevolgen ondervinden en hun gebied
later alsnog van de lijst wordt verwijderd?
Vraag 6
Hoe verhoudt deze handelwijze zich volgens u tot het beginsel van een betrouwbare
overheid?
Vraag 7
Begrijpt u dat boeren weinig vertrouwen hebben in een overheid die eerst hun bedrijf
op een kaart zet, daarmee onzekerheid en mogelijke financiële schade veroorzaakt en
pas daarna onderzoekt welk probleem daar eigenlijk moet worden opgelost? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 8
Kunt u de Kamer een volledig overzicht verstrekken van alle Natura 2000-gebieden die
nu op de voorlopige lijst staan, maar waar geen stikstofgevoelig areaal als overbelast
is aangemerkt? Kunt u daarbij per gebied aangeven welk aandeel van het stikstofgevoelige
areaal daadwerkelijk overbelast is?
Vraag 9
Kunt u per gebied aangeven of de mogelijke zonering uitsluitend wordt overwogen vanwege
andere drukfactoren dan stikstof?
Vraag 10
Kunt u per gebied aangeven wat het concrete doel is in dat gebied?
Vraag 11
Erkent u dat de stroken van 500 tot 1.000 meter rond sommige Natura 2000-gebieden
dus feitelijk geen stikstofzones zijn, maar zones waarmee het kabinet ook wil ingrijpen
in bemesting, gewasbescherming, watergebruik en de inrichting van agrarische bedrijven?
Waarom worden deze vergaande doelen niet duidelijk en afzonderlijk aan boeren en de
Kamer gecommuniceerd?
Vraag 12
Waarom presenteert het kabinet deze zonering als onderdeel van een stikstofpakket
dat de vergunningverlening moet lostrekken, terwijl u nu zelf erkent dat zones ook
kunnen worden opgelegd rond gebieden waar geen stikstofoverbelasting bestaat? Welke
bijdrage levert zonering vanwege waterkwaliteit, verdroging of gewasbeschermingsmiddelen
precies aan het oplossen van de stikstofproblematiek en het hervatten van de vergunningverlening?
Vraag 13
Op welke wettelijke grondslag wilt u landbouwbedrijven binnen deze zones beperkingen
opleggen wegens drukfactoren die niet met stikstof samenhangen? Welke Europese of
nationale verplichting rechtvaardigt een generieke zone van 500 of 1.000 meter wanneer
niet per bedrijf is aangetoond dat het aan de betreffende verslechtering bijdraagt?
Vraag 14
Waarop baseert u de stellige bewering dat uitsluitend met brede zonering kan worden
gedaan wat nodig is om de natuur te herstellen?
Vraag 15
Bent u bereid de conceptlijst met gebieden in te trekken, en deze pas definitief voor
zonering aan te wijzen nadat openbaar, gebiedsspecifiek en toetsbaar is bewezen dat
sprake is van dreigende verslechtering door stikstofoverschreiding, dat landbouw binnen
de voorgestelde zone daar aantoonbaar aan bijdraagt en dat een minder ingrijpende
maatregel niet volstaat?
Vraag 16
Hoe kunt u, als u daartoe niet bereid bent, volhouden dat dit beleid noodzakelijk,
proportioneel en zorgvuldig is?
Indieners
-
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Caroline van der Plas, Kamerlid