Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Nader gewijzigd amendement van het lid Boomsma c.s. ter vervanging van nr. 23 over het expliciteren van relationele uitbuiting als vorm van mensenhandel
36 835 Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel)
Nr. 31
NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID BOOMSMA C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT
ONDER NR. 23
Ontvangen 6 oktober 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel A, wordt na «van gedwongen huwelijken» ingevoegd «, van personen
binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap,».
II
Artikel II, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde artikel I wordt voor de tekst de onderdeelsaanduiding «B» geplaatst.
2. In onderdeel B (nieuw), aanhef, vervalt «van het Wetboek van Strafrecht».
3. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende:
Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 273f, vijfde lid, wordt na onderdeel g, onder verlettering van onderdeel
h tot onderdeel i, een onderdeel ingevoegd, luidende:
h. binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap;.
III
Artikel II, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst.
2. Voor onderdeel 2 (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd,luidende:
1. In het met onderdeel C voorgestelde artikel 273f, vijfde lid, wordt na onderdeel g,
onder verlettering van onderdeel h tot onderdeel i, een onderdeel ingevoegd, luidende:
h. binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap;.
IV
Aan artikel III wordt toegevoegd «, dat voor de verschillende onderdelen verschillend
kan worden vastgesteld».
Toelichting
Dit amendement voegt huwelijkse uitbuiting toe aan de opsomming van uitbuitingsvormen
in artikel 273f, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Daarmee wordt uitdrukkelijk
in de wet vastgelegd dat uitbuiting van een persoon door een geregistreerde partner
of andere levensgezel, binnen een huwelijk of daarmee vergelijkbare relatie, ook wanneer
dat huwelijk niet onder dwang is gesloten en ook in de vorm van huwelijkse gevangenschap,
een vorm van uitbuiting is waarop de strafbaarstelling van mensenhandel van toepassing
is. Het amendement maakt daarbij gebruik van de ruimte die artikel 2, derde lid, van
Richtlijn 2011/36/EU laat: de daarin opgenomen opsomming van uitbuitingsvormen is
een minimum («ten minste») dat lidstaten mogen aanvullen. Het gaat om het systematisch
uitbuiten van een echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel binnen
de huiselijke sfeer, waarbij de uitgebuite persoon wordt gedwongen tot het verrichten
van huishoudelijke diensten, arbeid, seksuele handelingen of andere diensten tegen
zijn of haar wil, door middel van een van de in artikel 273f, eerste lid, genoemde
beïnvloedingsmiddelen, zoals dwang, bedreiging, geweld, misleiding, misbruik van autoriteit
of misbruik van een kwetsbare positie.
De Kamer heeft de bedoeling om huwelijkse uitbuiting onder de strafbaarstelling te
scharen eerder onderschreven met de motie-Boomsma c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36 547, nr. 30).
De huidige formulering «uitbuiting van gedwongen huwelijken» dekt naar haar bewoordingen
alleen de situatie waarin het huwelijk zelf onder dwang tot stand is gekomen en de
uitbuiting daarmee samenhangt. Uitbuiting binnen het huwelijk doet zich blijkens de
praktijk van hulporganisaties en de politie echter veelal voor in huwelijken die vrijwillig,
of in ieder geval zonder bewijsbare dwang, zijn gesloten. Het gaat om personen, overwegend
vrouwen en in veel gevallen huwelijksmigranten, die na de huwelijkssluiting door de
partner of diens familie worden geïsoleerd, tot buitensporig werk of seksuele handelingen
worden gedwongen, financieel worden uitgebuit doordat inkomen, documenten of bankpassen
worden afgenomen, in het land van herkomst worden achtergelaten, of in huwelijkse
gevangenschap worden gehouden doordat hun een religieuze of buitenlandse echtscheiding
wordt onthouden om hen in de afhankelijke positie te houden. Deze verschijningsvormen
worden gezamenlijk aangeduid als huwelijkse uitbuiting.
De opsomming in artikel 273f, tweede lid, is niet-limitatief. De indiener acht explicitering
toch van belang, om twee redenen. Ten eerste hanteert de regering voor het expliciteren
van de drie in de richtlijn genoemde uitbuitingsvormen het argument dat explicitering
«de kenbaarheid van de strafbaarstelling vergroot» en «wenselijk is met het oog op
het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel», hoewel ook die vormen naar huidig recht
al onder de niet-limitatieve opsomming vielen. Dat argument geldt onverkort, en gelet
op de verborgenheid van huwelijkse uitbuiting zelfs sterker, voor uitbuiting binnen
het huwelijk. Ten tweede bepaalt de wettekst wat in de praktijk wordt herkend, geregistreerd
en geprioriteerd. CoMensha heeft in consultatie opgemerkt dat het expliciet benoemen
van een uitbuitingsvorm ertoe leidt «dat er actief naar zal worden gehandeld, iets
wat daarvoor niet noodzakelijk het geval was», en dat bij dwang en controle binnen
partnerrelaties voor de praktijk onduidelijk is wanneer sprake is van uitbuiting.
Het Openbaar Ministerie heeft in consultatie om nadere afbakening gevraagd. Als huwelijkse
uitbuiting in de wet staat kan zij ook als afzonderlijke categorie worden geregistreerd
door CoMensha en de Nationaal Rapporteur en worden verwerkt in werkinstructies van
politie en Openbaar Ministerie.
Verhouding tot huwelijksdwang en huwelijkse gevangenschap.
Huwelijksdwang is sinds 2015 met verhoogd strafmaximum strafbaar als vorm van dwang
(artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht), en huwelijkse gevangenschap valt naar
het oordeel van de wetgever eveneens onder die bepaling; sinds 2023 kent ook het civiele
recht instrumenten om huwelijkse gevangenschap te beëindigen. Deze bepalingen zien
op het afdwingen van het huwelijk of het onthouden van de vrijheid om het te beëindigen.
Zij zien niet op de uitbuiting die binnen het huwelijk plaatsvindt en waarvoor de
gevangenschap het middel is. Het amendement vult die leemte: waar huwelijkse gevangenschap
wordt gebruikt om een persoon in een positie te houden waarin zij wordt uitgebuit,
is niet alleen artikel 284 maar ook artikel 273f van toepassing, met de daarbij behorende
strafmaxima en de extraterritoriale rechtsmacht van artikel 273f.
Reikwijdte en delictsvereisten.
Het amendement brengt geen verandering in de vereisten voor strafbaarheid. Ook voor
huwelijkse uitbuiting blijft vereist dat een van de in artikel 273f, eerste lid, genoemde
handelingen is verricht, opzettelijk een beïnvloedingsmiddel is aangewend en met het
oogmerk van uitbuiting is gehandeld. Bij de beoordeling of sprake is van uitbuiting
gelden de door de Hoge Raad ontwikkelde maatstaven: de aard en duur van de werkzaamheden
of diensten, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengen en het voordeel
dat de uitbuiter daarmee behaalt. Gewone echtelijke onenigheid, een ongelijke taakverdeling
of een huwelijk dat de betrokkene betreurt, vallen daar vanzelfsprekend niet onder.
Vrijheidsberoving, dwang of geweld binnen een huwelijk zonder oogmerk van uitbuiting
blijven strafbaar op grond van de artikelen 282, 284 en 300 en volgende. Met «daarmee
vergelijkbare relatie» wordt gedoeld op religieuze en informele huwelijken en op duurzame
samenlevingsvormen die naar hun aard met een huwelijk vergelijkbaar zijn, zodat de
bescherming niet afhangt van de vraag of het huwelijk naar Nederlands recht is erkend.
De normadressaat is degene die de uitbuiting pleegt: de huwelijkspartner, diens familie
of derden die daaraan meewerken.
Uitvoering.
Het amendement heeft geen zelfstandige uitvoeringsconsequenties naast die van het
wetsvoorstel; de benodigde aanpassing van werkinstructies, registraties en opleidingen
kan worden meegenomen in de implementatie van de gemoderniseerde strafbaarstelling
van mensenhandel, waarvoor structureel middelen beschikbaar zijn gesteld.
Boomsma Mutluer Verkuijlen Belhirch Dobbe
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Diederik Boomsma, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Songül Mutluer, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Sarah Dobbe, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Fatimazhra Belhirch, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Ruud Verkuijlen, Tweede Kamerlid