Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen over wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (Kamerstuk 37035-XV)
2026D45073 VERSLAG HOUDENDE LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend
onderzoek van de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(XV) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met Miljoenennota) (Kamerstuk
37 035 XV), heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Mullekom
Nr
Vraag
1
Wat is de koopkrachtstijging of daling voor Werkloosheidswet (WW)- en Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)-gerechtigden volgend jaar?
2
Hoe hoog is het bruto en het netto inkomen van WW- en WIA-gerechtigden gemiddeld?
Wat is het gemiddelde percentage van het laatstverdiende loon dat WW- en WIA-gerechtigden
netto ontvangen (dus niet bruto)? Hoe hoog zou dit zijn als deze groep ook recht zou
hebben op arbeidskorting?
3
Hoelang ontvangen mensen gemiddeld een WW-uitkering?
4
Kan de uitstroom uit de WW uitgesplitst worden naar oorzaak (afloop uitkering, werk
gevonden, overgang naar bijv. WIA-uitkering)?
5
Hoe groot is de groep Algemene Ouderdomswet (AOW)-gerechtigden die alleen een AOW-uitkering
ontvangt? En hoe groot is de groep die een aanvullend pensioen heeft dat niet hoger
is dan € 500 per maand?
6
Hoe hoog is de daadwerkelijke netto bijstandsuitkering als percentage van het daadwerkelijke
(fulltime) netto minimumloon per jaar sinds 2000?
7
Op welke posten is de daadwerkelijke stijging van uitgaven groter dan de verwachte
loon- en prijsbijstelling?
8
Constaterende dat er € 7 miljoen is overgeheveld van artikel 11 naar artikel 96 Apparaat
voor de vernieuwing van het applicatielandschap bij de Rijksdienst Caribisch Nederland
(RCN)-unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), hoe staat het uitgeven van deze
middelen ervoor? Volgt de verbetering van de RCN-unit SZW het vooraf bepaalde tijdspad
of is er vertraging in de opvolging van aanbevelingen van de Rekenkamer?
9
Gegeven dat over de Stimuleringsregeling Leren en Ontwikkelen in midden- en kleinbedrijf
(SLIM-MKB) in de memorie van toelichting te lezen is: «Een deel (€ 10,5 miljoen van
de € 60 miljoen) van het kasbudget voor de SLIM in 2026 wordt ingezet ter dekking
bij de augustusbesluit-vorming.» en concluderende dat dit deel van het kasbudget wordt
dus niet besteed aan de SLIM-subsidie, waar gaat dit van ten koste met betrekking
tot de doelstelling van deze regeling?
10
Hoe verklaart u de verhoging van de geraamde uitgaven aan de compensatieregeling transitievergoeding
bij langdurige arbeidsongeschiktheid (AO) met ongeveer € 116 miljoen?
11
Hoeveel werkgevers zullen naar verwachting vanaf 1 januari 2028 geen aanspraak meer
kunnen maken op compensatie van de transitievergoeding als gevolg van de voorgenomen
volledige afschaffing van de regeling, uitgesplitst naar kleine, middelgrote en grote
werkgevers
12
Constaterende dat de uitgaven aan de Compensatieregeling transitievergoeding worden
herzien, kunt u een actuele raming geven van de omvang van deze regeling voor langdurige
AO en bij pensionering en overlijden? Wat levert het afschaffen hiervan op t/m 2031
en structureel, voor respectievelijk kleine en grote werkgevers?
13
Kunt u een overzicht geven van het oorspronkelijke budget voor de SLIM-regeling? Kunt
u een overzicht geven van wanneer er en voor hoeveel er middelen uit het SLIM-budget
zijn gebruikt ter dekking elders?
14
Wordt de vermindering van de SLIM-subsidie in mindering gebracht op de subsidietaakstelling
van SZW? Zijn er voornemens om nog in 2026 en in 2027 op de SLIM-regeling te bezuinigen
in het kader van de subsidietaakstelling?
15
Hoeveel personen zouden volgens de oorspronkelijke begroting in 2026 een bijstandsuitkering
ontvangen en hoeveel personen zullen volgens de meest recente raming in 2026 een bijstandsuitkering
ontvangen? Kunt u aangeven wat de oorzaken zijn van een eventuele stijging of daling
van het aantal bijstandsgerechtigden?
16
Welk deel van de verhoging van het bijstandsbudget wordt veroorzaakt door hogere uitkeringsbedragen
en welk deel door een eventuele stijging van het aantal bijstandsgerechtigden?
17
Hoeveel personen zouden volgens de oorspronkelijke begroting in 2026 een bijstandsuitkering
ontvangen en hoeveel personen zijn dat volgens de meest recente raming?
18
Kunt u aangeven hoeveel bijstandsgerechtigden in 2026 de Nederlandse nationaliteit
hebben en hoeveel een andere nationaliteit, uitgesplitst naar nationaliteit?
19
Hoeveel personen die in 2026 voor het eerst een bijstandsuitkering ontvangen, hebben
daarvoor nooit in Nederland gewerkt?
20
Hoeveel bijstandsgerechtigden ontvangen in 2026 langer dan vijf jaar onafgebroken
een bijstandsuitkering?
21
Hoeveel personen zijn in 2026 vanuit de bijstand uitgestroomd naar betaald werk?
22
Hoeveel statushouders ontvangen in 2026 een bijstandsuitkering en welk bedrag is hiermee
gemoeid?
23
Hoe verklaart u de verhoging van de geraamde Aanvullende inkomensvoorziening ouderen
(AIO)-uitkeringslasten met € 21,4 miljoen?
24
Hoeveel personen ontvangen volgens de meest recente raming in 2026 een AIO-uitkering
en hoeveel waren dat volgens de oorspronkelijke begroting?
25
Kunt u aangeven hoeveel AIO-gerechtigden in 2026 de Nederlandse nationaliteit hebben
en hoeveel een andere nationaliteit, uitgesplitst naar nationaliteit?
26
Hoeveel AIO-gerechtigden hebben minder dan tien jaar in Nederland gewoond voordat
zij een AIO-uitkering ontvingen?
27
Hoeveel AIO-uitkeringen zijn in 2026 beëindigd of teruggevorderd vanwege de vastgestelde
fraude met inkomen, vermogen of de woon- en leefsituatie?
28
Hoeveel huishoudens kunnen naar verwachting in 2026 en 2027 gebruikmaken van het Noodfonds
Energie?
29
Hoeveel aanvragen voor ondersteuning uit het Noodfonds Energie verwacht het kabinet
in 2026 en 2027?
30
Kunnen huishoudens met een middeninkomen aanspraak maken op ondersteuning uit het
Noodfonds Energie?
31
Kunt u aangeven bij welk bruto jaarinkomen het recht op ondersteuning uit het Noodfonds
Energie vervalt, uitgesplitst naar alleenstaanden, alleenverdieners en tweeverdieners?
32
Hoeveel personen zijn in 2026 na afloop van hun WW-uitkering doorgestroomd naar de
bijstand?
33
Hoeveel personen met een onvolledige AOW-uitkering ontvangen daarnaast een AIO-uitkering
en wat zijn de totale geraamde uitgaven aan deze aanvullende inkomensvoorziening in
2026?
34
Waarom wordt € 153 miljoen aan verplichtingen voor het Noodfonds Energie van 2027
naar 2026 gehaald?
35
Welke uitgaven zijn er daadwerkelijk gedaan aan het Noodfonds Energie in 2026 tot
nu? Welke staan er nog op de planning? Worden de doelen voor deze regeling wel behaald?
36
Hoeveel personen ontvangen volgens de meest recente raming in 2026 een Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten (Wajong)-uitkering en hoe verhoudt dit aantal zich tot de oorspronkelijke
raming?
37
Kunt u aangeven welk deel van de verhoging van het Wajong-budget met € 207,1 miljoen
wordt veroorzaakt door hogere uitkeringsbedragen en welk deel door een eventuele verandering
in het aantal Wajong-gerechtigden?
38
Hoeveel Wajong-gerechtigden verrichten in 2026 betaald werk en hoeveel personen zijn
in 2026 vanuit de Wajong uitgestroomd naar betaald werk?
39
Hoeveel budget is er totaal voor re-integratie enerzijds en scholing anderzijds van
WW’ers? Is dit een separaat budget dan voor andere werknemersverzekeringen?
40
Hoeveel budget is er voor re-integratie van Ziektewet (ZW)?
41
Hoe ziet re-integratie binnen de ZW uit? Welke rol pakt het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
(UWV)? Wat is hier wettelijk over afgesproken? Hoe ziet dit er in de praktijk uit?
42
Wat is de begeleiding die nu plaatsvindt op flexwerkers in de ZW? Wat vindt daar in
de praktijk van plaats?
43
Hoeveel van de flexwerkers in de ZW doen een aanvraag voor de WIA? Hoeveel van hen
stromen vervolgens in de WIA in?
44
Kunt u een overzicht geven van hoeveel mensen uit de vangnet ZW een flexibel contract
hadden? Kunt u dit uitsplitsen in flex einde-dienstverbanders, flex uitzendkrachten,
flex overig (en wat daar onder valt) en overige vangnet groepen (en wat daar onder
valt)?
45
Hoe verklaart u de neerwaartse bijstelling van de premie gefinancierde uitgaven voor
werkloosheid met € 219,2 miljoen?
46
Hoeveel personen zouden volgens de oorspronkelijke begroting in 2026 een WW-uitkering
ontvangen en hoeveel personen zijn dat volgens de meest recente raming?
47
Hoeveel WW-gerechtigden zijn in 2026 uitgestroomd naar betaald werk?
48
Hoeveel WW-uitkeringen zijn in 2026 geëxporteerd naar het buitenland, uitgesplitst
naar bestemmingsland, aantal uitkeringsgerechtigden en totale uitkeringslasten?
49
Hoeveel personen ontvangen volgens de meest recente raming in 2026 een volledige AOW-uitkering
en hoeveel personen ontvangen een onvolledige AOW-uitkering?
50
Hoeveel huishoudens ontvangen volgens de meest recente raming in 2026 kindgebonden
budget en hoe verhoudt dit aantal zich tot de oorspronkelijke raming?
51
Waarom wordt het budget voor handhaving en gegevensuitwisseling met € 600.000 verlaagd
en welke gevolgen heeft dit voor de controle op de rechtmatigheid van uitkeringen?
52
Hoeveel uitkeringsfraude is in 2026 vastgesteld bij de bijstand, AIO en WW, uitgesplitst
naar het aantal vastgestelde overtredingen en het daarmee gemoeide bedrag?
53
Hoeveel aanvragen voor een WW-, WIA-, Wajong- en AIO-uitkering zijn in 2026 door het
UWV en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) afgehandeld en hoeveel aanvragen zijn er
nog in behandeling?
54
Waar komt de mutatie op de suppletoire begroting op het onderdeel Remigratiewet vandaan?
55
Kunt u de mutatie onder «Opdracht integratie» nader specificeren?
56
Kunt u tevens de mutatie onder «Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)» nader specificeren?
57
Hoeveel personen zullen in 2026 hun inburgeringsexamen maken en hoeveel personen zullen
naar verwachting zakken?
58
Hoeveel inburgeringsplichtigen hebben in 2026 één of meerdere keren een herexamen
moeten afleggen voor een inburgeringsexamen. Kunt u dit uitsplitsen van het aantal
keer dat inburgeringsplichtigen herexamen hebben gedaan?
59
Hoeveel vrijstellingen van inburgeringsexamens zijn er in 2026 verleend? Kunt u dit
aantal uitsplitsen naar de verschillende gronden waarop deze vrijstellingen zijn verleend?
60
Wat is de maximale capaciteit van het inburgeringstraject in Nederland en hoeveel
kost het om deze maximale capaciteit uit te breiden?
61
Constaterende dat de mutaties voor de Opdrachten Integratie € 4,36 miljoen bedragen,
welke concrete opdrachten worden er met dit budget uitgevoerd?
62
Gegeven dat de mutaties voor Vroege Integratie en Participatie zijn verlaagd met € 487.000,
welke concrete aspecten van het inburgeringstraject worden geannuleerd, gewijzigd
of uitgesteld vanwege deze mutatie?
63
Waarom wordt het budget voor externe inhuur bij het kerndepartement van SZW met ongeveer
€ 5,2 miljoen verhoogd?
64
Kunt u een uiteenzetting geven van de middelen op artikel 99? Hoeveel middelen resteren
er voor 2026? Welke van deze zijn vrij besteedbaar (dus in niet juridisch verplicht,
beleidsmatig gereserveerd of anderzijds voorzien van een bestemming)?
65
Kunt u een totaaloverzicht geven van de middelen die van artikel 99 zijn ingezet als
dekkingsmaatregelen?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede ondertekenaar
D.W.M. van Mullekom, adjunct-griffier