Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen over wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota) (Kamerstuk 37035-VII)
2026D44995 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek
van het wetsvoorstel inzake Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende
met de Miljoenennota), heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen
in de vorm van een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Kisteman
De griffier van de commissie,
Honsbeek
Nr
Vraag
1
Hoeveel meldingen zijn bij de Kiesraad en gemeenten binnengekomen over mogelijke onregelmatigheden
bij het ronselen van volmachtstemmen?
2
In hoeveel gevallen hebben dergelijke meldingen geleid tot aangifte, onderzoek of
nietigverklaring van stemmen?
3
Op welke wijze controleert u of gemeenten voldoende maatregelen nemen tegen het ronselen
van volmachten?
4
Hoeveel burgemeestersposten zijn momenteel vacant en hoelang staan deze vacatures
gemiddeld open?
5
Hoeveel gemeenten hebben momenteel een waarnemend burgemeester?
6
Hoeveel waarnemend burgemeesters zijn langer dan één jaar in functie en wat zijn daarvoor
de redenen?
7
Hoe vaak is in de afgelopen tien jaar een door een gemeenteraad aanbevolen kandidaat
voor het burgemeesterschap niet door de regering voorgedragen voor benoeming?
8
Hoe vaak is in de afgelopen tien jaar bij een burgemeestersbenoeming afgeweken van
de eerste voorkeur van de gemeenteraad?
9
Hoeveel burgemeesters zijn in de afgelopen vijf jaar voortijdig vertrokken vanwege
een vertrouwensbreuk met de gemeenteraad?
10
Welke ontwikkeling ziet u in het aantal kandidaten dat solliciteert op burgemeestersvacatures?
11
Hoeveel sollicitanten per vacature hadden al eerder ervaring als burgemeester, wethouder,
Kamerlid, gedeputeerde of gemeentesecretaris?
12
Hoeveel benoemde burgemeesters waren op het moment van hun benoeming lid van een politieke
partij?
13
Hoeveel benoemde burgemeesters waren op het moment van benoeming geen lid van een
politieke partij?
14
Bij hoeveel burgemeestersvacatures waren in de afgelopen vijf jaar minder dan vijf
geschikte kandidaten beschikbaar?
15
Hoeveel gemeenten hebben in de afgelopen vijf jaar aangegeven problemen te ervaren
met het vinden van voldoende wethouders?
16
Hoeveel wethouders zijn in de afgelopen vijf jaar voortijdig vertrokken en wat waren
daarvoor de meest voorkomende redenen?
17
Hoeveel rijksambtenaren zijn momenteel werkzaam bij de verschillende ministeries en
hoe heeft dit aantal zich sinds 2020 ontwikkeld?
18
Hoeveel externe medewerkers verrichten werkzaamheden die langer dan twee jaar duren?
19
Hoeveel externen zijn langer dan vier jaar voor hetzelfde ministerie of dezelfde uitvoeringsorganisatie
werkzaam?
20
Bij hoeveel functies die door externen worden vervuld is sprake van structurele in
plaats van tijdelijke werkzaamheden?
21
Welke feiten en omstandigheden kunnen voor u reden zijn om af te wijken van de aanbeveling
van een gemeenteraad?
22
Welke onderdelen van de burgemeestersprocedure worden door u zelfstandig getoetst
nadat de gemeenteraad zijn aanbeveling heeft gedaan?
23
Hoe vaak hebben gemeenteraadsleden in de afgelopen tien jaar de geheimhouding rond
een benoemingsprocedure geschonden?
24
Hoe vaak is in de afgelopen tien jaar een waarnemend burgemeester benoemd zonder dat
de gemeenteraad vooraf over de persoon is geraadpleegd?
25
Welke eisen gelden voor de wijze waarop de commissaris van de Koning de gemeenteraad
betrekt bij de benoeming van een waarnemend burgemeester?
26
Hoeveel waarnemend burgemeesters zijn momenteel langer dan twee jaar in dezelfde gemeente
werkzaam?
27
Wat is de langste huidige periode waarin een gemeente door een waarnemend burgemeester
wordt bestuurd?
28
Wordt bij de benoeming van staatsraden formeel of informeel rekening gehouden met
de politieke achtergrond van kandidaten of met een bepaalde partijpolitieke spreiding?
Zo ja, op welke wijze en op grond van welke criteria?
29
Hoe wordt voorkomen dat het benoemingsproces leidt tot een zichzelf in stand houdende
kring van voormalige politici, topambtenaren en vertegenwoordigers uit de gevestigde
bestuurswereld?
30
Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat eerdere politieke functies of partijpolitieke
betrokkenheid doorwerken in de advisering over wetsvoorstellen?
31
Acht u het wenselijk dat een orgaan met grote invloed op wetgeving hoofdzakelijk achter
gesloten deuren beraadslaagt en geen afzonderlijke meerderheids- en minderheidsstandpunten
publiceert?
32
Bent u bereid te onderzoeken of bij in ieder geval principiële constitutionele adviezen
afwijkende opvattingen of minderheidsstandpunten voortaan afzonderlijk openbaar kunnen
worden gemaakt?
33
Kunt u een volledig overzicht geven van alle nationale coördinatoren en regeringscommissarissen
die momenteel onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties (BZK) vallen, met per functionaris de wettelijke of bestuurlijke
grondslag, het aantal medewerkers, de jaarlijkse kosten en de einddatum van de instelling?
34
Welke concrete en meetbare resultaten heeft de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie
en Racisme (NCDR) sinds de instelling in 2021 bereikt, anders dan het uitbrengen van
programma’s, adviezen, rapportages, bijeenkomsten en publiekscampagnes?
35
Hoeveel hebben de NCDR en het ondersteunende bureau sinds de instelling gezamenlijk
gekost, uitgesplitst per jaar naar personeelskosten, externe inhuur, onderzoeken,
communicatie, congressen en overige uitgaven?
36
Welke taken van de NCDR worden niet reeds uitgevoerd door het Ministerie van BZK,
het College voor de Rechten van de Mens, de Nationale ombudsman, antidiscriminatievoorzieningen,
Discriminatie.nl of de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme?
37
Wanneer en aan de hand van welke vooraf vastgestelde, meetbare criteria wordt beoordeeld
of de NCDR aantoonbare toegevoegde waarde heeft en of voortzetting van deze functie
nog noodzakelijk is?
38
Onder welke concrete omstandigheden bent u bereid een nationale coördinator of regeringscommissaris
op te heffen wanneer doelstellingen niet worden bereikt, werkzaamheden grotendeels
bestaan uit adviseren en agenderen of sprake is van overlap met bestaande overheidsorganisaties?
39
Hoeveel middelen vanuit het coalitieakkoord komen dit jaar al tot besteding voor de
Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)?
40
Waaruit bestaat de verhoging van de subsidie voor politieke partijen met 805.000 euro
en hoe wordt dit bedrag over de politieke partijen verdeeld?
41
Waarom wordt de subsidie aan ProDemos met 318.000 euro verlaagd en welke activiteiten
worden daardoor verminderd of beëindigd?
42
Kunt u de totale uitgaven aan antidiscriminatie op artikel 1 uitsplitsen naar subsidieontvanger,
opdracht, project, bedrag en looptijd?
43
Waarom wordt het subsidiebudget voor «Versterken rechtsstaat» met 1,477 miljoen euro
verlaagd tot slechts € 23.000, terwijl het opdrachtenbudget voor hetzelfde beleidsdoel
met 542.000 euro stijgt?
44
Hoe wordt voorkomen dat gesubsidieerde organisaties met middelen voor antidiscriminatie
partijpolitieke activiteiten verrichten of eenzijdige politieke standpunten uitdragen?
45
Welke activiteiten worden in 2026 gefinancierd uit de begrotingspost «Leiderschap,
diversiteit en inclusie»?
46
Welke externe organisaties of opdrachtnemers ontvangen middelen uit de begrotingspost
«Leiderschap, diversiteit en inclusie» en om welke bedragen gaat het?
47
Welk deel van deze middelen wordt besteed aan trainingen, adviesbureaus, bewustwordingsprogramma’s,
personeelscampagnes en onderzoek?
48
Welke organisaties ontvangen in 2026 gezamenlijk 10,299 miljoen euro voor maatschappelijke
initiatieven rond het slavernijverleden, en hoeveel ontvangt iedere organisatie?
49
Hoeveel van de 8,199 miljoen euro voor het Herdenkingscomité Slavernijverleden wordt
besteed aan personeel, huisvesting, communicatie, evenementen en externe inhuur?
50
Welke concrete onderzoeken worden betaald uit de 951.000 euro voor het onderzoeksprogramma
en wie voeren deze onderzoeken uit?
51
Waarvoor is de post van 125.000 euro voor «Bewustwording, betrokkenheid en doorwerking»
bestemd en wie ontvangt deze middelen?
52
Waarom worden de mutaties op artikel 14 niet inhoudelijk toegelicht, terwijl daarbinnen
een nieuwe opdracht van 125.000 euro wordt opgevoerd?
53
Welke formatieve groei van het Ministerie van BZK ligt ten grondslag aan de stijging
van de uitgaven voor eigen personeel met 13,378 miljoen euro?
54
Waarom stijgen de uitgaven aan externe inhuur met 5,184 miljoen euro tot 139,297 miljoen
euro?
55
Welk percentage van de totale personele uitgaven van het Ministerie van BZK bestaat
na deze wijziging uit externe inhuur?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Kisteman, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
G.C. Honsbeek, griffier