Stenogram : Mbo en studiefinanciering
37 Mbo en studiefinanciering
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 85
Te raadplegen sinds
2026-09-18Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier31524Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 85
Mbo en studiefinanciering
Aan de orde is het tweeminutendebat Mbo en studiefinanciering (CD d.d. 28/05).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Mbo en studiefinanciering. Ik heet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van harte welkom in het parlement. Ik geef allereerst het woord aan mevrouw Van der Plas als eerste spreker van de Kamer in dit tweeminutendebat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik ga maar gelijk van start. We hebben een goed debat gehad. Daaruit volgen voor mij drie moties, die als volgt luiden.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet werkt aan een nationale talentstrategie, gericht op een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt;
overwegende dat een succesvolle studiekeuze vraagt om keuzevrijheid, goede informatie over kansen en perspectieven en betrokkenheid van studenten zelf bij beleid dat hen raakt;
verzoekt de regering om mbo-studenten en hun vertegenwoordigers uit verschillende regio's, leerwegen en sectoren actief te betrekken bij de talentstrategie en daarbij in kaart te brengen wat studenten zelf nodig hebben voor een gemotiveerde en succesvolle studiekeuze,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Tseggai.
Zij krijgt nr. 696 (31524).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik lees een beetje moeilijk, want ik heb mijn bril vergeten.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mbo-studenten een opleiding volgen waarmee zij een onmisbare bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse samenleving;
constaterende dat mbo-studenten dezelfde kosten voor levensonderhoud hebben als andere studenten;
constaterende dat discriminatie op basis van opleiding onacceptabel is;
verzoekt de regering mbo-studenten dezelfde studiefinancieringsopties en studentenreisopties te geven als hbo- en wo-studenten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Tseggai.
Zij krijgt nr. 697 (31524).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat goed bereikbaar onderwijs essentieel is voor studenten, in het bijzonder in de regio;
overwegende dat aanvullende vervoersmogelijkheden, zoals ov-fietsen, deelfietsen, deelscooters en andere vormen van gedeelde mobiliteit, kunnen bijdragen aan de bereikbaarheid van onderwijsinstellingen;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe het studentenreisproduct kan worden doorontwikkeld tot een bredere mobiliteitskaart, waarbij ook aanvullende vervoersvormen worden betrokken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Tseggai.
Zij krijgt nr. 698 (31524).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik bedank mijn bijna 60-jarige oogjes dat ze het toch hebben gedaan. Dank u wel.
De voorzitter:
Het ging uitstekend, mevrouw Van der Plas. Dank u wel. Het woord is aan meneer Boomsma voor zijn inbreng namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Dank voor het debat. Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland goed opgeleide vakmensen dringend nodig heeft en dat voldoende mogelijkheden voor stages hierbij cruciaal zijn;
overwegende dat de huidige systematiek voor de accreditatie van stages zoals die wordt toegepast door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) ervoor zorgt dat geaccrediteerde stageplaatsen die verbonden zijn met een bepaalde opleiding, niet toegankelijk zijn voor mbo'ers van een verwante opleiding;
overwegende dat een goede verdeling van de verantwoordelijkheden tussen opleiding, bedrijf en SBB noodzakelijk is om de kwaliteit van leren op de werkplek goed te kunnen borgen;
verzoekt de regering de goedkeuring van stageplaatsen voor mbo-opleidingen door SBB te versoepelen en te versnellen, in ieder geval door geaccrediteerde stageplekken ook voor aanverwante opleidingen toe te staan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 699 (31524).
De heer Boomsma (JA21):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat sommige mbo-opleidingen voor beroepen waar ernstige personeelstekorten bestaan, de toegang tot die opleidingen moeten beperken wegens een tekort aan stageplekken;
constaterende dat juist in sectoren met een personeelstekort bedrijven en instellingen minder tijd hebben om stagiairs te begeleiden;
constaterende dat het Stagefonds Zorg vanaf 2028 wordt beëindigd vanwege het tekort aan stagebegeleiders;
overwegende dat de personeelstekorten verder dreigen toe te nemen door het tekort aan stageplekken;
verzoekt de regering in overleg met mbo-opleidingen en de betreffende tekortsectoren te inventariseren op welke manieren meer stageplaatsen kunnen worden gerealiseerd voor studierichtingen die opleiden voor tekortsectoren en die nu de instroom van studenten noodgedwongen moeten beperken, bijvoorbeeld door betere ondersteuning te bieden, en de Kamer hierover voor de behandeling van de begroting 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 700 (31524).
De heer Boomsma (JA21):
Tot slot, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een goede beheersing van het Nederlands een absolute voorwaarde is om goed te kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving en dat mbo-studenten zonder stevige basis in het Nederlands op achterstand staan;
overwegende dat een duidelijk taalniveau in het mbo, dat is verankerd in een centraal examen dat de niveaus 2F en 3F toetst, van belang is voor de doorstroom naar het hbo en dat bij het vervallen hiervan de waarde van het mbo-diploma zou verwateren;
overwegende dat moet worden voorkomen dat mbo-instellingen zelf kunnen bepalen hoe ze het Nederlands gaan toetsen, omdat er dan grote niveauverschillen kunnen ontstaan tussen regio's;
overwegende dat als veel studenten zakken voor het examen Nederlands, de oplossing niet kan zijn om de lat lager te leggen waardoor het onderliggende probleem als het ware wordt verstopt;
verzoekt de regering niet mee te gaan in de roep om afschaffing van het centraal examen Nederlands,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 701 (31524).
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Tseggai namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Recent was ik op werkbezoek bij het Jeugdeducatiefonds. Dat was een zeer indrukwekkend werkbezoek, maar ik realiseerde me ook dat als deze kinderen meerderjarig worden of naar het mbo gaan, er geen jeugdeducatiefonds meer is voor hulp bij leermiddelen. We hebben het hier ook over gehad tijdens het debat. Ik wil er graag een motie over indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit de recente JOB-monitor blijkt dat 20% van de mbo-studenten moeite heeft met rondkomen en dat voor 45% van de mbo-studenten de schoolkosten hoger uitvallen dan aanvankelijk gedacht;
overwegende dat de aanschaf van onderwijsbenodigdheden zoals boeken, licenties en kleding een grote kostenpost is voor mbo-studenten en soms zelfs de directe aanleiding vormt om de mbo-opleiding voortijdig te beëindigen;
van mening dat mbo-onderwijs voor álle studenten kosteloos moet zijn;
verzoekt de regering bij het mbo-bekostigingsbesluit hierin een eerste betekenisvolle stap te zetten, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai, Kostić en Biekman.
Zij krijgt nr. 702 (31524).
Mevrouw Tseggai (PRO):
Voorzitter. Dan de tweede motie. We hebben het tijdens het debat veel gehad over het rechttrekken van de positie van mbo-, hbo- en wo-studenten, maar intussen maken we nog steeds veel wetgeving waarbij het mbo wordt betrokken bij het p.o. en vo. Dat lijkt mij dweilen met de kraan open en een beetje onhandig. Ik heb daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het kabinetsbeleid wordt gestreefd naar een gelijkwaardiger behandeling van verschillende onderwijstypen, waarbij vooral de positie van het middelbaar beroepsonderwijs een focuspunt is;
van mening dat gelijkwaardige behandeling van onderwijstypen met zich meebrengt dat daarvoor de aansluiting van mbo bij hoger en wetenschappelijk onderwijs méér voor de hand ligt dan aansluiting bij primair en voortgezet onderwijs, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de in belang toenemende mbo-h.o.-samenwerkingsvormen rond praktijkgericht onderzoek;
verzoekt de regering om in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet samen te trekken met p.o. en vo, maar te laten aansluiten bij h.o. en wo,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Kostić.
Zij krijgt nr. 703 (31524).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Raijer namens de PVV. Gaat uw gang.
Mevrouw Raijer (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mbo-studenten vaak honderden euro's kwijt zijn aan verplichte leermiddelen, licenties, werkkleding, gereedschappen, laptops en veiligheidsmiddelen;
constaterende dat steeds meer Nederlandse gezinnen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen en deze kosten voor veel ouders een zware financiële last vormen;
overwegende dat jongeren die kiezen voor een vakopleiding, niet mogen worden geconfronteerd met financiële belemmeringen die hun studiekeuze of toekomstperspectief beperken;
overwegende dat Nederland juist afhankelijk is van goed opgeleide vakmensen in de zorg, techniek, bouw en veiligheidssector;
verzoekt het kabinet uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 met concrete maatregelen te komen om de verplichte schoolkosten in het mbo aanzienlijk te verlagen, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.
Zij krijgt nr. 704 (31524).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mbo-studenten vaak veel uren stage moeten lopen en hiertegenover niet altijd een stagevergoeding staat;
constaterende dat stageplaatsen voor mbo'ers al onder druk staan;
overwegende dat een verplichte stagevergoeding ook kan leiden tot minder stageplaatsen omdat de vergoeding voor sommige ondernemers niet haalbaar is;
verzoekt de regering om in samenwerking met studenten en mkb-bedrijven te onderzoeken welk bedrag aan stagevergoeding haalbaar is en of een stagefonds een oplossing kan bieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.
Zij krijgt nr. 705 (31524).
Mevrouw Raijer (PVV):
Dan de laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mbo-instellingen steeds vaker basisvaardigheden moeten repareren die eerder in het onderwijs onvoldoende zijn aangeleerd;
overwegende dat mbo-scholen primair bedoeld zijn voor vakonderwijs en beroepsopleiding;
verzoekt het kabinet ervoor te zorgen dat achterstanden in taal en rekenen zo veel mogelijk in het funderend onderwijs worden weggewerkt en het mbo niet langer als reparatieonderwijs wordt ingezet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.
Zij krijgt nr. 706 (31524).
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer De Beer namens de VVD.
De heer De Beer (VVD):
Voorzitter. Ik houd het heel kort. Ik heb geen moties. Het is duidelijk dat Nederland echt een tekort heeft aan vakmensen, dat we veel in vakmensen moeten investeren en dat het mbo daar een cruciale rol in speelt. Met name de bbl-variant is heel erg belangrijk om die aansluiting verder vorm te geven. Ik zou de minister willen vragen of zij verder wil onderzoeken of de mogelijkheid om makkelijk te switchen van bol naar bbl een variant is die zij verder zou willen bekijken bij de uitwerking van de talentstrategie, het bekostigingsmodel en alle onderwerpen die op dit moment spelen rondom het mbo.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Biekman. Zij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer in deze termijn.
Mevrouw Biekman (D66):
Voorzitter. Tijdens het debat over het mbo en de studiefinanciering hebben we aangegeven dat we het belangrijk vinden dat mbo'ers niet alleen gelijk gewaardeerd worden, maar ook gelijk behandeld worden. Daarom willen we dat het kabinet haast maakt met gelijke toegang tot sport en studentenhuisvesting en de mogelijkheid om een bestuursjaar te doen, zoals we in het regeerakkoord hebben afgesproken.
Maar het kan niet blijven bij het benoemen dat we studenten gelijk willen behandelen. Daarom wil D66 dat mbo-studenten die zich inzetten voor hun medestudenten en het mbo-onderwijs, daar net als in het hbo en wo voor betaald krijgen. In 2023 constateerde de onderwijsinspectie dat de medezeggenschap in het mbo echt beter moet. In 2024 werd onder leiding van OCW een akkoord gesloten tussen hbo- en wo-instellingen en de studenten daarvan. Dat ging onder andere over hoeveel de studenten in de medezeggenschap betaald moeten krijgen. Dat is echter nog niet gebeurd voor het mbo.
Voorzitter. Ik vind het echt belangrijk dat we dit ook voor het mbo gaan regelen. In het rapport van het Kohnstamm Instituut, dat gisteren verscheen in opdracht van OCW, wordt dit door mbo-studenten als belangrijk punt genoemd.
Voorzitter. Daarom heb ik geen motie, maar een vraag aan de minister. Kan de minister aangeven of ze bereid is hier werk van te maken?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor vijf minuten voor de beantwoording van het kabinet.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de minister.
Minister Letschert:
Goedenavond, meneer de voorzitter. Goedenavond, Kamerleden.
De voorzitter:
Goedenavond.
Minister Letschert:
Ik kijk net als u allen terug op een heel fijn debat. Dank ook voor deze moties over een voor ons heel belangrijke en geliefde sector.
Ik ga beginnen met de motie op stuk nr. 696, waarin de vraag werd gesteld of wij bij de uitwerking van de nationale talentstrategie zo veel mogelijk partijen kunnen betrekken. Die geef ik oordeel Kamer. Dat is ook precies wat we aan het doen zijn, dus dank daarvoor.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 696: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 697.
Minister Letschert:
De motie op stuk nr. 696: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 697 ga ik ontraden. Daarin verzoeken twee Kamerleden mij om de studiefinancieringsopties en de studentenreisopties gelijk te trekken. Daar hebben we in het debat veel over gesproken. Die dekking is op dit moment niet beschikbaar, dus ik ga deze moeten ontraden.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 698 over goed bereikbaar onderwijs en de mobiliteitskaart. Ook die moet ik helaas ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 698: ontraden.
Minister Letschert:
Even kijken. Misschien is het goed om ook toe te lichten waarom. Er zijn veel aanvullende regelingen beschikbaar, bijvoorbeeld voor studenten die verder dan 10 kilometer van hun opstapplaats wonen. Het toevoegen van extra vormen van mobiliteit vraagt ook weer om een onderhandeling met de huidige contractpartijen, en mogelijk ook met de toekomstige. Dat vraagt ook weer extra financiële middelen en die heb ik op dit moment niet beschikbaar. Daarom vind ik 'm nu niet opportuun.
De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 699.
Minister Letschert:
Dan de motie op stuk nr. 699 over de goedkeuring van de stageplaatsen voor mbo-opleidingen door de SBB versoepelen. Ook die ga ik ontraden, met name vanwege het argument dat over versnelling en aanvragen tot erkenning al binnen tien dagen een besluit wordt genomen. Ik heb naar aanleiding van de evaluatie die wij in mei met u gedeeld hebben, geen signalen dat dit sneller zou moeten. Ik zit morgen wel rond de tafel met de SBB, dus ik ga dat misschien nog wel even bij ze checken. Het tweede deel ging over de aanverwante opleidingen: de SBB heeft ook de mogelijkheid om stagebedrijven te erkennen voor een deel van de opleiding. Hierdoor kunnen studenten van een aanverwante opleiding stage lopen bij dit bedrijf, mits ze daar in het kader van hun opleiding ook voldoende kunnen leren.
De voorzitter:
Ik sta een enkele interruptie toe per lid op de eigen moties.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De minister doet bij de motie op stuk nr. 698 net alsof ik zeg "voer zo'n mobiliteitskaart in", maar ik vraag daarin om te onderzoeken hoe dat studentenreisproduct kan worden doorontwikkeld. Er lijkt mij op zich niets mis mee om gewoon te kijken of dit überhaupt kan. Als dat niet kan, dan kan de minister weer bij ons terugkomen en dan kunnen we het daar weer over hebben. Daarom vind ik het raar dat de motie is ontraden, want die vraagt gewoon: bekijk even of dit kan.
Minister Letschert:
Het is zoals ik net zei: op het moment dat je gaat kijken naar mogelijkheden om zaken toe te kennen en daarmee dus ook opties gaat verruimen, gaat dit per definitie meer financiële voorzieningen vragen. Dan zou ik verwachtingen creëren die ik op dit moment gewoon niet kan waarmaken.
De heer Boomsma (JA21):
De minister zegt dat stages binnen tien dagen worden goedgekeurd. Dan zou ik zeggen: "Wauw, fantastisch. Dan kan ik de motie meteen intrekken." Maar ik heb met allerlei mbo-instellingen gesproken. Die geven aan hier tegenaan te lopen. Ze geven aan dat het in sommige gevallen gewoon maanden, zo niet een jaar duurt, waardoor allerlei studenten niet kunnen beginnen met hun stage en die opleiding niet goed kunnen afronden. Die signalen krijgen wij wel degelijk uit de praktijk.
Minister Letschert:
Wat ik kan toezeggen, is dat ik morgen, als ik met de SBB zit, aan hen ga vragen of dit een breed patroon van signalen is. Dat bleek namelijk niet uit de evaluatie. Dit moet meer zijn dan n=10. U vraagt of ik het wil versoepelen en versnellen. Ik heb nu geen signalen dat daar een groot probleem zit. Als dat zo zou zijn, wil ik daar uiteraard ook iets van kunnen vinden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 700.
Minister Letschert:
De motie op stuk nr. 700 pakt de stagetekorten aan. Die geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 701.
Minister Letschert:
De motie op stuk nr. 701. U wil heel snel, meneer de voorzitter.
De voorzitter:
Ja.
Minister Letschert:
Die motie verzoekt de regering niet mee te gaan in de roep om afschaffing van het landelijke examen. Die motie is overbodig, omdat wij in de toets die we hebben gedaan ook vinden dat er een centraal examensysteem met waarborging voor examenkwaliteit moet blijven. Ik zal de Kamer hier in het derde kwartaal over informeren. In die zin is de motie dus overbodig.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Boomsma (JA21):
Dan trek ik die motie in.
De voorzitter:
Ik ben u zeer erkentelijk, dank u wel.
Aangezien de motie-Boomsma (31524, nr. 701) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.
Dan de motie op stuk nr. 702.
Minister Letschert:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 702 verzoekt de regering … Ik hoef 'm niet voor te lezen. Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 702: oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 703.
Minister Letschert:
Die ga ik ontraden. Daar wil ik toch een paar woorden bij geven. Wij staan ervoor dat we het mbo nadrukkelijk willen positioneren als een volwaardig onderdeel van het vervolgonderwijs. Tegelijkertijd is er ook een vrij grote groep minderjarigen die soms profijt heeft van aansluiting bij voorzieningen en structuren die in het funderend onderwijs voorhanden zijn. Wij ontraden 'm dus vanuit die motivering. We zijn geen voorstander van een generieke regel om het altijd te laten aansluiten op het hbo of het wo. Vandaar dat ik deze motie ontraad. Maar overall zijn wij natuurlijk wel voor het volwaardig positioneren van het mbo, het hbo en het wo in die zogenoemde waaier. Maar ik wil ook nog wel echt oog kunnen hebben voor die vrij grote groep minderjarigen.
De voorzitter:
Eén interruptie van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Eén interruptie, voorzitter. Ik heb begrip voor wat de minister hier zegt. Toevallig ben ik ook woordvoerder Koninkrijksrelaties. Daar kennen we het "comply or explain"-principe voor het Caribische deel van Nederland. Zou dat niet interessant zijn? Als ik nou als uitgangspunt erbij zet … Indien nodig kan de minister altijd nog beslissen om ervan af te wijken, maar laten we in ieder geval als uitgangspunt nemen dat als het niet nodig is, we het mbo wel betrekken bij hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs.
Minister Letschert:
Met die toevoeging kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Dat vereist een wijziging van het dictum. Ik stel voor dat de motie op stuk nr. 703 in de huidige vorm wordt ontraden en dat de motie oordeel Kamer krijgt als mevrouw Tseggai conform het gevoerde debat het dictum wijzigt.
Dan de motie op stuk nr. 704.
Minister Letschert:
Die ga ik ontraden. Wij zullen de Kamer binnenkort wel informeren over tegemoetkoming in het kader van de discussie rondom de bekostiging van het mbo, maar "verlagen", zoals het hierin staat, moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 705.
Minister Letschert:
Die is ontijdig. Ik kom namelijk voor de zomer met de contouren van de wetgeving voor de stagevergoedingen.
De voorzitter:
Is mevrouw Raijer bereid om daarop te wachten en de motie aan te houden, of brengt zij deze toch graag in stemming?
Mevrouw Raijer (PVV):
Ik houd de motie aan.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Raijer stel ik voor haar motie (31524, nr. 705) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 706.
Minister Letschert:
Meneer de voorzitter. De motie op stuk nr. 706 ga ik de appreciatie "overbodig" geven, omdat het beleid al gericht is op het stimuleren van de basisvaardigheden.
Meneer de voorzitter. Dan heb ik nog twee vragen. Ten eerste de vraag van de heer De Beer over de switch van bol naar bbl. Hierin is al heel veel mogelijk. Scholen kunnen dit namelijk zelf bepalen en zelf inrichten.
De laatste vraag, van de fractie van D66, is om te inventariseren hoe wij rondom medezeggenschap meer kunnen betekenen voor het mbo, ook in het licht van hoe dat binnen het hbo en het wo geregeld is. Ik wil zeker kijken welke punten uit de monitor actie vereisen en hoe dit past binnen de wensen die daarbij horen. We gaan daar dus zeker naar kijken. Na de zomer komen we met een inhoudelijke reactie. Dan bespreek ik ook graag de keuzes die ik daarin gemaakt heb. Op dit moment is dat wat ik u kan toezeggen.
De voorzitter:
Kort en bondig, mevrouw Biekman.
Mevrouw Biekman (D66):
Ik heb één korte, verhelderende vraag. U heeft het erover dat u kijkt naar welke aanbevelingen er in het Kohnstammrapport staan. Bij een van de aanbevelingen op het gebied van medezeggenschap zou ik toch wel ietsje meer willen hebben dan dat u er alleen naar kijkt. Ik hoop dus dat als u met de brief komt, ik daar wel een uitgebreide toelichting in zie.
De voorzitter:
"U" verwijst naar de minister en niet naar mij. Ik doe namelijk niks.
Mevrouw Biekman (D66):
Sorry, meneer de voorzitter.
Minister Letschert:
U doet niks, meneer de voorzitter?
De voorzitter:
Nou ja ...
Minister Letschert:
We hebben u de monitor medezeggenschap toegestuurd, waar inderdaad aanbevelingen in staan. Ik wil graag met de mbo-sector en met JOBmbo in gesprek over hoe zij kijken naar die aanbevelingen. Vervolgens kom ik na de zomer met een inhoudelijke reactie. Dat is wat ik daarin toezeg. Ik zeg dus niet alleen "ik kijk ernaar en dat was het".
De voorzitter:
Oké.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal volgende week dinsdag worden gestemd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik schors een enkele minuut. De minister blijft bij ons, want daarna gaan we verder met de Wijziging van de Mediawet 2008. De vergadering is een kort ogenblik geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.