Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Rooderkerk aan de staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie over het bericht "Eén op de drie scholen heeft tropenrooster, werkende ouders met handen in het haar: 'Mag dat zomaar?'".
2 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 85
Te raadplegen sinds
2026-09-18Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 85
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Rooderkerk
Vragen van het lid Rooderkerk aan de staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie over het bericht "Eén op de drie scholen heeft tropenrooster, werkende ouders met handen in het haar: 'Mag dat zomaar?'".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik heet de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van harte welkom in vak K. Ik geef het woord aan mevrouw Rooderkerk voor haar vragen aan de staatssecretaris namens de fractie van D66.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter. De komende dagen stijgt de tempratuur naar 35 graden. Dat betekent dat het ontzettend heet is in schoolgebouwen, dat kinderen en leraren zich niet goed kunnen concentreren en dat ze hoofdpijn en duizelingen hebben. Het is heel moeilijk om bij de les te blijven met zulke hitte op school. Als ouder weet ik hoe het is om plotsklaps een bericht te krijgen dat je kind van school moet worden gehaald, omdat de school dicht moet vanwege de hitte.
Met de klimaatverandering die we nu zien, moeten we ervoor zorgen dat we onze schoolgebouwen toekomstbestendig maken. Weersextremen en hitte gaan namelijk vaker voorkomen. Daarnaast vinden wij dat er een nationaal hitteplan moet komen, zodat we zorgen dat we voorbereid zijn op dit soort situaties. Als D66 pleiten we er sowieso al jaren voor dat er veel meer aandacht moet zijn voor betere schoolgebouwen. Daarom stel ik de volgende vragen aan de staatssecretaris. Als eerste: wanneer komt er een nationaal hitteplan voor scholen?
Staatssecretaris Tielen:
Dank u wel, voorzitter. Ik herken heel goed wat mevrouw Rooderkerk zegt over het geconfronteerd worden met beslissingen van de school, waar je als ouder van denkt: o jee. Gelukkig hebben de scholen onderling afgesproken dat ze dat niet van uur één op uur twee doen, maar tijdig. Wat betreft deze week staat in de voorspelling dat het vrijdag maar liefst 35 of 36 graden kan worden. Heel veel scholen hebben ouders al geïnformeerd over de manier waarop daarmee vrijdag overdag wordt omgegaan. Er zijn allerlei afspraken over gemaakt. Mevrouw Rooderkerk vraagt of er een nationaal hitteplan kan komen. Er zijn hitterichtlijnen vanuit bijvoorbeeld het RIVM en de GGD'en per regio. Er is nu geen nationaal hitteplan voor scholen, omdat de meeste scholen dat zelf hebben afgesproken met hun medezeggenschapsraden op basis van de adviezen van bijvoorbeeld de GGD'en.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
De staatssecretaris zegt dat de schoolbesturen hier zelf verantwoordelijk voor zijn. Wat doet zij dan voor ouders die nu, vandaag, iets moeten regelen en niet weten waar ze aan toe zijn? Ik heb het niet over vrijdag. Het betekent gewoon dat ouders de komende dagen van scholen te horen krijgen dat kinderen moeten worden opgevangen. Wat doet zij voor leraren met hoofdpijn en duizeligheid in steeds warmere klaslokalen?
Staatssecretaris Tielen:
In de Arbowet, de wetgeving die we met elkaar hebben voor alle gebouwen waar werkgevers en werknemers samen hun dagen doorbrengen, zijn afspraken gemaakt over wat er wel en niet in onder andere schoolgebouwen mag zijn. Daarnaast is het, zoals ik zei, aan werkgevers en schoolleiders om vanuit de PO-Raadadviezen aan de slag te zijn met hoe leerlingen en docenten het beste hun schooldag kunnen besteden. Daarbij is afgesproken dat tropenroosters mogen, als daar binnen de medezeggenschapsraad in het schoolbeleid afspraken over zijn gemaakt en mits dat op tijd met ouders wordt besproken. Daarbij is ook afgesproken dat, als het voor ouders onmogelijk is om kinderen elders op te vangen, de school een aanbod doet om te zorgen dat er overdag op de kinderen wordt toegezien; laat ik het zo zeggen.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
De staatssecretaris begon over het tropenrooster. Herkent zij het beeld dat volgens Ouders & Onderwijs een op de drie scholen nu een tropenrooster invoert vanwege de hitte in klaslokalen?
Staatssecretaris Tielen:
Daar heb ik nu geen zicht op, maar ik geloof het meteen. Ook ik begeef mij uiteraard onder allerlei ouders met kinderen op verschillende vormen van scholen en ook op verschillende scholen. Ook ik hoor dat scholen inderdaad bezig zijn met zich voor te bereiden op het eind van de week, waarin de temperaturen zo hoog worden dat het voor kinderen heel moeilijk wordt om in de klas geconcentreerd te zijn bij de taal- of rekenles. We weten namelijk dat het boven een temperatuur van ongeveer 25 graden best wel ingewikkeld wordt om je echt te concentreren op wat de juf of de meester zegt. Ik weet niet of de cijfers kloppen, maar ik geloof het zo, omdat scholen zich wat mij betreft op een professionele manier aan het voorbereiden zijn op de warme temperaturen van vrijdag.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Het gaat niet alleen om het einde van de week. Heel veel ouders moeten morgen al voor opvang zorgen. De staatssecretaris geeft aan dat een op de drie scholen hiermee te maken krijgt. Dit is dus geen uitzondering meer, maar iets waarop we moeten worden voorbereid. In Frankrijk laten ze zien hoe dat kan, met een nationaal hitteplan. Daar hebben ze per regio en per alarmfase een norm gesteld voor wanneer maatregelen genomen moeten worden. Zou de staatssecretaris daar ook mee aan de slag willen gaan?
Staatssecretaris Tielen:
Uiteraard. Ik wil altijd overal mee aan de slag en ik wil overal mee in gesprek. Zoals ik al zei, hebben de GGD'en, de gemeentelijke gezondheidsdiensten, over het algemeen op advies van het RIVM protocollen liggen, ook voor andere instanties waar kinderen zijn, bijvoorbeeld kinderopvangcentra. Ik vind het prima om samen met de schoolbesturen en de GGD'en te kijken wat er nog meer nodig is om ervoor te zorgen dat schoolleiders en schoolbesturen weten waar ze aan toe zijn bij bepaalde temperaturen en ook op een goede manier afspraken kunnen maken met ouders, zodat ouders niet verrast zijn maar weten wat eraan komt bij bepaalde weersvoorspellingen.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank. Ik hoop dat we daar per brief een terugkoppeling over krijgen, want ik hoorde een toezegging. Het lijkt ons inderdaad ook van belang om dit gelijk te trekken met de kinderopvang. Het is fijn als ook voor scholen duidelijk is wanneer een nationaal hitteplan gaat gelden.
Ik wil door naar de schoolgebouwen zelf. Inmiddels is de website schoolgebouwenschaamte.nl in de lucht. Het is heel treurig om te zien dat 80% van de schoolgebouwen in Nederland een slecht binnenklimaat heeft. Wat vindt de staatssecretaris ervan dat het in de meeste kantoren, en ook hier in de Tweede Kamer, prima te doen is, maar op deze scholen niet?
Staatssecretaris Tielen:
Er zijn duizenden schoolgebouwen. Die behoren niet tot het rijksvastgoed. Met uw Kamer heb ik in de afgelopen maanden een debat gevoerd over de Wet planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting, waarin we heel duidelijk hebben vastgelegd wat de verantwoordelijkheid is van de gemeenten en van de schoolbesturen als het gaat over onderwijshuisvesting. Zowel gemeenten als schoolbesturen krijgen geld dat ze kunnen besteden aan de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dat is hoe het is. We hebben echter ook de cijfers gezien van de AOb. Die zegt dat we 1,3 miljard extra nodig hebben om onze schoolgebouwen goed te kunnen verduurzamen en ze hittebestendig en klaar voor de toekomst te maken. Nou hebben we in het akkoord ook een voorstel staan, waar D66 voor pleit, voor een publiek-private samenwerking naar Vlaams voorbeeld. Daar heeft Scholen van Morgen in korte tijd 180 nieuwe schoolgebouwen weten neer te zetten en te verduurzamen. Kan de staatssecretaris aangeven hoe ze hiermee aan de slag gaat?
Staatssecretaris Tielen:
We hebben nu een Nationaal Groeifondsprogramma voor innovatie in onderwijshuisvesting. Daar zit ongeveer een half miljard euro in. We kijken hoe we dat binnen de regelgeving, maar vooral ook binnen de wensen die er zijn rondom schoolgebouwen, op een vernieuwende manier kunnen inzetten. Het lijkt mij verstandig om te kijken wat er uit dat Groeifondsproject voortkomt, voor we weer met nieuwe initiatieven komen.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Nou ja, het lijkt mij verstandig om de initiatieven die in het akkoord staan welzeker gelijktijdig uit te werken. Dit is een mooi project, maar ik hoor graag meer urgentie. We moeten niet nog een zomer die hitte hebben voordat we voor verandering zorgen. Wanneer kunnen wij uitkomsten van dat Groeifondsproject verwachten, bijvoorbeeld ten aanzien van standaardisatie? Daarmee kunnen we schoolgebouwen sneller op dezelfde manier van airco's en dergelijke voorzien. En wanneer zien we voortgang op het voorstel dat we eerder deden naar voorbeeld van Vlaanderen?
Staatssecretaris Tielen:
Ik wil daar iets aan toevoegen. Mevrouw Rooderkerk noemt hele warme temperaturen, maar we zien soms diep in de winter ook dat schoolgebouwen tekortschieten voor een plezierig leerklimaat bij hele koude temperaturen. Dat zou ik daar graag in meenemen. In het najaar — "het derde kwartaal" heet dat dan mooi — kom ik met een brief in reactie op de voorstellen die mevrouw Rooderkerk eerder deed. Dan kunnen we er wat concretere antwoorden op geven.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Het lijkt me in ieder geval van belang dat we breed in de Kamer pleiten voor betere schoolgebouwen, maar ook dat we echt voor verandering gaan zorgen. Daar is meer actie voor nodig. Ik hoop dat meer partijen daarvoor staan. We moeten er namelijk met elkaar voor zorgen dat kinderen beter naar school kunnen en dat dit ook leidt tot betere leerprestaties. Dit is wat mij betreft echt een basisvoorwaarde voor goed onderwijs.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Rooderkerk.
Staatssecretaris Tielen:
Eens. Ik denk dat we een aantal voorwaarden kunnen benoemen, waaronder het onderwijsklimaat — letterlijk en figuurlijk! Het gaat dus om zowel veiligheid in alle vormen als fijne schoollokalen waar kinderen optimaal kunnen leren, om uiteindelijk met voldoende bagage verder te kunnen in het leven. Helemaal eens.
De heer Kisteman (VVD):
De ouders van deze kinderen hebben gewoon een baan. Ze zijn overdag aan het werk. Ze worden eigenlijk een beetje voor het blok gezet. Er is recent nog 150 miljoen extra uitgetrokken voor meer ventilatie in onderwijsgebouwen. Eigenlijk zou het dus gewoon niet nodig moeten zijn dat deze kinderen nu naar huis worden gestuurd. Ze zouden gewoon op school moeten kunnen zijn. Wat is er met die 150 miljoen euro gebeurd?
Staatssecretaris Tielen:
Meneer Kisteman stelt eigenlijk twee vragen. Wat is er met die 150 miljoen euro gebeurd? Die was bestemd voor ventilatie, mede naar aanleiding van de pandemie waar we een aantal jaar geleden mee te maken hebben gehad. Het is voor het grootste deel ook geïnvesteerd in ventilatie, maar alleen ventilatie is niet genoeg om een plezierige temperatuur in de klas te hebben. Misschien is het met de temperaturen die we in de voorspellingen voor het einde van deze week zien, ook wel bijna onmogelijk om zomaar alle klassen op een plezierige temperatuur te hebben. De scholen zijn er volgens mij op een hele professionele manier mee bezig om te kijken hoe ze ervoor kunnen zorgen dat ze kinderen vandaag hetzij onderwijs kunnen geven hetzij op een andere manier opvang kunnen bieden. Daar nemen ze over het algemeen tijd voor. Als het ouders echt niet lukt om hun kinderen op een andere plek te hebben als de school op die dag geen onderwijs geeft, dan kunnen ze terecht bij de school om te zorgen dat dat opgelost wordt.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dat hitteplan is natuurlijk symptoombestrijding. Recent, volgens mij gister nog, stond in de Volkskrant dat in Europa de meeste doden vallen ten gevolge van de hitte. Waarom? Omdat er een stigma heerst op het plaatsen van airco's. De vraag aan de minister is als volgt. Ik bedoel: de staatssecretaris. Mevrouw Tielen weet waarom ik haar "minister" noem! Kan de staatssecretaris met de minister van Klimaat en Groene Groei het erover hebben dat dat stigma weg moet? Ook moeten we ervoor zorgen dat die scholen dan aangesloten kunnen worden op het net. We kunnen het wel over meer airco's hebben, maar ja, dan kunnen ze niet op het net. Wil de minister er dus alles aan doen om het stigma van airco's ...
De voorzitter:
Ja, u heeft het gezegd.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
… vanwege duurzaamheid, wat steeds maar een probleem is, eraf te halen en de airco's aan te sluiten en te zorgen dat het ook lukt?
Staatssecretaris Tielen:
Ik weet niet of ik dat stigma helemaal herken, maar het kan natuurlijk nooit kwaad om na te denken en in gesprek te zijn over de vraag hoe we nou zorgen dat er in die schoolgebouwen, waar we het over hebben, een plezierig leerklimaat is, zowel figuurlijk als letterlijk. Dat is onderdeel van onder andere dat Groeifondsprogramma voor innovatie in onderwijshuisvesting, alsook een aantal andere klimaatgerelateerde budgetten en subsidies die er zijn voor scholen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Mijn vraag aan de staatssecretaris is toch hoeveel verantwoordelijkheid zij nou voelt voor het feit dat kinderen niet gewoon kunnen leren in scholen, want als ik de staatssecretaris hoor zeggen dat dit niet onder het rijksvastgoed hoort, zeg ik: dit zijn onze scholen, waar kinderen leren. We weten al heel erg lang dat het binnenklimaat niet op orde is. Dat wisten we al tien jaar geleden, toen werd geconstateerd dat het binnenklimaat slechter is dan in varkensstallen en gevangenissen. We hebben het gezien tijdens corona; toen was dit niet goed. Nou horen we net van een investering van 150 miljoen, terwijl de VNG het heeft over een tekort van 1,3 miljard. Iedereen die in die scholen goed heeft leren rekenen, weet dat er een enorm gat zit. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus wanneer we nou eindelijk niet deze incidentenpolitiek gaan voeren, dus als het heet wordt of als er een pandemie is, maar wanneer we daadwerkelijk wat gaan doen aan de schoolgebouwen, zodat kinderen goed kunnen leren. Wanneer gaat de staatssecretaris ons daarover informeren?
Staatssecretaris Tielen:
Mevrouw Moorman noemt een aantal bedragen en maakt daar een rekensom van, maar ik mis nog een heleboel bedragen die naar onderwijshuisvesting en huisvestingsonderhoud gaan. Dat hele rijtje is volgens mij waar mevrouw Rooderkerk ook naar verwees in haar vraag naar aanleiding van het debat over de onderwijshuisvesting dat we hebben gevoerd. In het najaar zetten we al die bedragen op een rijtje, met daarbij ook wanneer we kunnen zien in hoeverre die ook daadwerkelijk effectief zijn. Want zoals ik in antwoord op de vraag van mevrouw Rooderkerk al zei, is het natuurlijk belangrijk om een goed klimaat te hebben, dus zodanig dat als je op school zit, je je aan de ene kant veilig weet — daar hebben we een hele wetsbehandeling over gehad — maar je ook in een plezierige omgeving bent, want daar kan je het beste leren. Dat is zeker een belangrijk aspect. In het najaar zullen we op een rijtje zetten wat er nu allemaal loopt. Dan hebben het vast weer over wat er nog meer nodig zou zijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik sluit even aan bij wat mevrouw Moorman zei. Er is onderzoek gedaan door de Universiteit Maastricht. Leerlingen die in klaslokalen met een hoog CO2-gehalte zitten, scoren slechter. Ze hebben bijvoorbeeld 13% minder kans op een havo/vwo-advies. We doen leerlingen gewoon tekort met dit soort slechte schoolgebouwen. Je kunt van alles op een rijtje gaan zetten, maar de Kamer vraagt ook om duidelijkheid. Is de staatssecretaris dan ook bereid om te zorgen dat dat gat gedicht wordt en dat er echt een plan komt, onder regie van ook het Rijk, om te zorgen dat al die schoolgebouwen beter zijn?
Staatssecretaris Tielen:
We gaan nu wel een beetje hink-stap-sprong van de vragen naar de antwoorden. Er gaat namelijk ook 1,2 miljard euro per jaar via het gemeentefonds naar gemeenten, om te zorgen dat ze de schoolgebouwen in hun gemeenten op orde houden. Er gaat ook geld via de lumpsum naar de schoolbesturen om dat op orde te hebben. Het is dus echt wel belangrijk om te zien wat we nu eigenlijk allemaal al vanuit het Rijk uitgeven aan de verschillende betrokken verantwoordelijken voor de onderwijshuisvesting. CO2 is een probleem — dat hebben we zeker toe zien nemen, zeg maar, tijdens de pandemie — maar het gaat nu vooral over warmte. In de winter zal het ook gaan over kou en isolatie et cetera. Dat hoort dus echt weer bij elkaar. Daar hebben we net een paar weken geleden nog een uitgebreid debat met elkaar over gevoerd.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Miljoenen kinderen krijgen geen of minder school. De rest zit in snikhete klaslokalen. Ik wil wel markeren wat het échte probleem is: we hebben te maken een klimaatcrisis, waarbij dit het nieuwe normaal wordt. We hebben het nu over de gevolgen, maar eigenlijk gaat het ook over het feit dat we al jarenlang te weinig doen aan de klimaatcrisis. Dat geldt onder andere voor dit kabinet, dat midden in de klimaatcrisis een nieuw vliegveld wil openen. Is de staatssecretaris het met ons eens dat het ongepast is, zeker nu ze de gevolgen voor kinderen van de klimaatcrisis ziet, dat het kabinet zegt: jongens, meisjes en anderen, we gaan gewoon een nieuw vliegveld openen?
Staatssecretaris Tielen:
Het is mijn verantwoordelijkheid en mijn kernopdracht dat jonge mensen in dit land het beste onderwijs krijgen dat nodig is, namelijk het beste. Daar is aardig wat aan kwaliteitsverbetering te doen. Dat heeft met omstandigheden te maken, maar vooral ook met de kern van de onderwijskwaliteit, en daar mag u mij op aanspreken.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is de verantwoordelijkheid van deze staatssecretaris om ook te zorgen voor de gezondheid van en een veilige omgeving voor deze kinderen. Die worden bedreigd door de klimaatcrisis, die wordt verergerd door dit kabinet. Maar goed, iets concreets wat deze staatssecretaris kan doen, is het volgende. We hebben heel lang aangedrongen op groene schoolpleinen. Het ging net over airco's: die zijn hartstikke duur en werken uiteindelijk averechts. Het is veel efficiënter en goedkoper om meer groen en meer bomen op die schoolpleinen te brengen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat zij daar dit jaar nog een plan voor gaat maken en dat naar de Kamer stuurt?
Staatssecretaris Tielen:
Ook daar geldt een beetje dat de schoolpleinen altijd naast de schoolgebouwen liggen en dat ik niet kan bepalen wie wat in welk schoolgebouw of daaromheen wel of niet doet. Wat ik wel kan doen, en daarover hebben we het ook gehad in de debatten over onderwijshuisvesting, is ervoor zorgen dat met name schoolbesturen, gemeenteraden en gemeentebesturen met elkaar goede plannen maken voor goede schoolgebouwen. Ik herken heel goed wat het lid Kostić zegt: als er meer bomen staan, is er meer schaduw en is het beter toeven. Ik hoop dat er vrijdag ook heel veel kinderen zijn die gewoon buiten kunnen spelen en het daar enigszins plezierig hebben, maar dat zal onderdeel zijn van hoe we omgaan met het onderwijshuisvestingsplan. Ik vermoed dat we daar een aantal zinnen aan zullen wijden in de brief die ik tijdens dat debat heb toegezegd, en dat heb ik nu herbenoemd.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dat lijkt mij goed, want de manier waarop wij het stelsel hebben ingericht is juist ook een groot probleem, dus dat het aan de gemeente is en dat het bij verbouw of nieuwbouw juist weer gaat om schoolbesturen. Die regels verschillen. De schoolpleinen liggen soms juist weer bij de gemeente. Sommige zaken zitten weer bij het ministerie. In het voorjaar hebben we een wet aangenomen die daar meer duidelijkheid in moet scheppen, maar ook meer zicht moet geven op hoe het staat met onze schoolgebouwen. Wanneer verwacht de staatssecretaris ons daar verder over te kunnen informeren?
Staatssecretaris Tielen:
De wet moet nog door de Eerste Kamer worden aangenomen, dus daar wachten wij nu op. Het is deels ingewikkeld en deels ook niet. We komen uit een tijd waarin de conciërge als er een bovenlichtje kapot was gewaaid — ik noem maar iets — ongeveer naar het ministerie moest bellen met de vraag of hij een nieuw bovenlichtje moest kopen. Gelukkig zijn we echt een stukje verder. Volgens mij hebben wij in die wet, die nog in de Eerste Kamer moet worden vastgesteld, goed afgesproken wat de verantwoordelijkheden van de gemeentes zijn en wat de verantwoordelijkheden van de onderwijsbesturen zijn. We hebben ook vastgelegd dat ze daarover gezamenlijk langetermijnplannen maken.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Die gezamenlijke plannen lijken me goed. Ik hoop ook op echte regie vanuit het ministerie, die we kunnen pakken als die wetten zijn aangenomen. De echte vraag is wat mij betreft ook wat de kosten zijn van niets doen. Ouders moeten acuut iets regelen omdat hun kinderen opvang nodig hebben, leraren staan met duizelingen voor de klas en voor leerlingen is het leren gewoon heel erg moeilijk. Wat dat betreft is nu investeren in schoolgebouwen altijd nog een betere oplossing dan de kosten betalen van niets doen. Ik hoop dat de staatssecretaris dat beaamt en hier ook echt mee aan de slag wil gaan.
Staatssecretaris Tielen:
Beide zijn nodig. Verbouw, nieuwbouw en isolatie kosten ook allemaal heel veel tijd, terwijl we deze week te maken hebben met temperaturen waarmee scholen in mijn ogen op een professionele manier aan de slag zijn. Ze hebben ook afspraken gemaakt over wat dat betekent in de communicatie en informatie naar ouders, over het ingaan op adviezen van bijvoorbeeld de GGD's en over hoe het gaat met de opvang deze week. Want nogmaals, ik herken heel goed hoe het is als de school ineens een brief stuurt met: zo ziet de planning eruit eind deze week. Overigens was ik positief onder de indruk van de school waar mijn kind naartoe gaat, maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat het een middelbare school is en dat ze daar iets makkelijker een veranderend rooster aankunnen.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid in het parlement.