Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Fiche: Chipsverordening 2.0 (Kamerstuk 22112-4407)
2026D44170 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan
het kabinet over de brief Fiche: Chips Act 2.0 (Kamerstuk 22 112, nr. 4407).
De voorzitter van de commissie,
Van Eijk
De griffier van de commissie,
Reinders
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II
Antwoord/Reactie van het kabinet
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het BNC-fiche
over de Chips Act 2.0. Deze leden delen de inzet van het kabinet dat Europa zich onmisbaar
moet maken in de mondiale chipketen door voort te bouwen op zijn unieke sterktes,
en niet alleen door productiecapaciteit van elders te kopiëren. Nederland heeft daarin
een sleutelpositie, met zijn machinebouwers en toeleveranciers, chipontwerpers, fotonicabedrijven
en kennisinstellingen. Zij hebben nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie delen de zorgen van het kabinet dat artikel 19 één project
dwingend vastlegt en daarmee de sturing door de lidstaten passeert. Welke wijzigingen
bepleit het kabinet, zodat strategische projecten en Grand Challenges via de European
Semiconductor Board worden geselecteerd op basis van excellentie en bijdrage aan Europese
onmisbaarheid? Hoe kansrijk acht het kabinet zijn pleidooi voor een eigen Grand Challenge
voor de volgende generatie chipmachines? Kan het kabinet daarnaast bevestigen dat
het geïntegreerde fotonica expliciet meeneemt in zijn pleidooi voor een bredere Europese
visie op de AI-waardeketen, gezien het groeiende belang van snelle en energiezuinige
optische verbindingen voor AI-infrastructuur? Onder de eerste Chips Act hebben Nederlandse
bedrijven en de Nederlandse overheid geïnvesteerd in Europese proeflijnen. Voorbeelden
zijn de fotonica-proeflijn in Eindhoven en de NanoIC-proeflijn, waaraan ook ASML deelneemt.
Deze leden steunen de nadruk van het kabinet op continuïteit en het voorkomen van
kapitaalvernietiging.
De leden van de D66-fractie vragen hoe de Chips Act 2.0 de continuïteit van deze proeflijnen
borgt, ook bij de overgang naar het nieuwe Meerjarig Financieel Kader vanaf 2028.
Hoe beoordeelt het kabinet de toegankelijkheid van deze proeflijnen voor Nederlandse
bedrijven, in het bijzonder het mkb? Welke route biedt het voorstel om de stap van
proeflijn naar commerciële productie realistisch te maken? Eigen chipontwikkeling
is voor veel bedrijven risicovol en kennisintensief. Toegepaste kennisinstellingen
zoals TNO en imec Nederland verlagen die drempel door basistechnologie te ontwikkelen
waarop bedrijven kunnen voortbouwen, bijvoorbeeld voor de zorg en defensie. Welke
rol ziet de Minister voor deze instellingen in de Grand Challenges en de Demand Accelerators?
Zet het kabinet in op hun betrokkenheid naast die van de industrie?
De leden van de D66-fractie steunen Europese samenwerking en financiering, en de terughoudendheid
van het kabinet om vooruit te lopen op de EU-meerjarenbegroting. Tegelijk constateren
zij met het kabinet dat de huidige nationale cofinanciering niet volstaat om aan alle
relevante Chips JU-projecten deel te nemen, terwijl Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen
in veel van deze projecten een sterke positie hebben. Zij zien hier kansen. Welke
mogelijkheden ziet het kabinet om de Nederlandse deelname aan Europese chipprojecten
te vergroten, bijvoorbeeld via de in het coalitieakkoord aangekondigde nationale EU-financieringsvoorziening?
Welke Nederlandse projecten acht het kabinet, in lijn met de Semicon Visie 2035, het
meest kansrijk om met Europese middelen van de grond te komen?
De leden van de D66-fractie delen het oordeel van het kabinet dat de eigendomseis
van meer dan 50 procent te strikt is. Chip- en fotonica-scale-ups hebben vaak buitenlandse
investeerders en aanzienlijke aanloopverliezen. Daardoor kunnen zij onder de Europese
definitie van een onderneming in moeilijkheden (OiM) vallen, en zo buiten de staatssteunmogelijkheden.
Deze leden waarderen de inzet van het kabinet om deze definitie samen met andere lidstaten
aan te passen. Zij constateren uit de brief van 1 september 2026 echter dat de conceptvoorstellen
van de Commissie voor innovatieve groeibedrijven nog geen oplossing bieden. Hoe borgt
het kabinet dat kansrijke groeibedrijven niet door de eigendomseis of de OiM-definitie
worden uitgesloten van de ESTI-status, van deelname aan strategische projecten en
van nationale cofinanciering? Het rapport-Wennink stelt dat andere lidstaten de interpretatieruimte
binnen de Europese staatssteunkaders beter benutten. Is de Minister bereid om, vóór
de definitieve vaststelling van de nieuwe staatssteunkaders, in kaart te brengen hoe
andere lidstaten de OIM-toets in de praktijk uitvoeren, en de Kamer te informeren
of daar lessen uit te trekken zijn? Ziet het kabinet daarnaast in de onderhandelingen
over de Chips Act 2.0 een mogelijkheid om het OiM-probleem voor deze sector extra
te agenderen?
De leden van de D66-fractie verwelkomen de verschuiving naar vraagsturing. Zij constateren
met het kabinet dat de uitwerking van de Demand Accelerators en de inkoopregels nog
vaag is. Welke invulling bepleit het kabinet, zodat Nederlandse bedrijven in de hele
keten kunnen profiteren, van machinebouw en toeleveranciers tot fotonica? Hoe wil
de Minister de sterke Nederlandse kennispositie in chipontwerp daarbij betrekken en
versterken? Hoe sluiten deze instrumenten aan op de rol van de overheid als launching
customer en de beoogde investeringsinstellingen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het BNC-fiche over
de Chips Act 2.0. De eerste Chips Act liet zien dat aanbodsteun zonder afzetzekerheid
vaak leidt tot afgeblazen projecten. Deze leden hechten er daarom grote waarde aan
dat de Chips Act 2.0 de vraagkant expliciet adresseert, met name naar het ontwerp
de productie van geavanceerd AI-chips. Deze leden hebben over de nieuwe Chips Act
nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie merken op dat de Chips Act 2.0 aan de ene kant als doel
heeft de weerbaarheid of strategische soevereiniteit te versterken t, en aan de andere
kant het versterken van de welvaart, het markaandeel of de onmisbaarheid van de Europese
halfgeleidersector. Het voorstel scheert dit over dezelfde kam en gebruikt dezelfde
instrumenten om dat doel te bereiken, menen deze leden. Dit zijn echter twee verschillende
doelen, die elk een andere aanpak vergen. Waar moet volgens het kabinet de nadruk
liggen en hoe wordt het verschil in aanpak beter verwerkt in de tekst?
De leden van de VVD-fractie lezen in het BNC-fiche dat de vraagstimulatie tussen de
Chips Act 2.0 en de Cloud and AI Development Act (CADA) naadloos op elkaar aan moeten sluiten. Deze leden zijn het eens met het kabinet
dat dit aanvullende actie vergt. Welke voorstellen draagt het kabinet hiertoe aan?
Wordt de Nederlandse inzet bijvoorbeeld dat de mate van staatssteun binnen de CADA
afhankelijk is van het gebruik van Europees-ontworpen chips?
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet de mening deelt dat de Pilot Lines, Grand Challenges en andere activiteiten in het voorstel zich veel meer moeten richten op industrialisatie
en diens eindmarkten? In het Commissievoorstel worden deze door de Joint Undertaking uitgevoerd, maar die richt zich van oudsher meer op onderzoek, niet op industrialisatie.
Zo ja, is de Industrial Alliance for Semiconductors volgens het kabinet beter gepositioneerd om deze activiteiten uit te voeren, of denkt
het kabinet aan andere manieren om een aantoonbaar viable-business case te onderbouwen, bijvoorbeeld door middel van letters of support, contracten of off-take agreements? Wil het kabinet in zijn algemeenheid de rol van de Industrial Alliance for Semiconductors
versterken en zo ja, hoe? Zou er wat het kabinet betreft bijvoorbeeld een vaste vertegenwoordiger
van de Industrial Alliance for Semiconductors lid moeten worden van de European Semiconductor
Board (lidstaten)?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Chips Act 2.0 een voorstel doet voor zogenaamde
grand challenges, bedoeld voor grootschalige, sectoroverstijgende initiatieven gericht op technische
en industriële doorbraken. Ziet het kabinet hier een (samenwerkende) rol weggelegd
voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) wat het wil oprichten?
De leden van de VVD-fractie vinden het positief dat zowel Strategische Projecten als
European Semiconducter Technology Initiatives als uitzonderlijk voor het nationaal belang worden bestempeld en in het kader van
Europese milieuwetgeving de juridische status van overriding public interest kunnen krijgen. Dit heeft het versnellen van vergunningverlening tot doel en bestaat
al sinds de eerste Chips Act. Maakt Nederland actief gebruik van deze overriding public interest? Is het kabinet bereid om te pleiten voor andere bestaande overriding public interest voorzieningen voor de halfgeleiderindustrie, bijvoorbeeld die in de Industrial Emissions Directive? Wil het kabinet pleiten voor sectorspecifieke afwijkingskaders voor de halfgeleidersector
onder andere Europese wetgeving, zoals de Packaging and Waste Directive of mogelijke
PFAS-restricties, wanneer deze de doelen van de nieuwe Chips Act ondermijnen?
De leden van de VVD-fractie lezen voorts dat de Chips Act 2.0 een maximum van twaalf
maanden op vergunningverlening zet, met een one-stop-shop en een volledigheidstoets van 45 dagen. De Europese Commissie berekent zelf dat de
EU circa 7,5 maanden achterloopt op concurrerende jurisdicties en dat dit bij een
productielocatie van € 20 miljard neerkomt op circa € 625 miljoen aan extra kosten.
De leden van de VVD-fractie vinden twaalf maanden een verbetering, maar nog onvoldoende
ambitieus. Is het kabinet bereid voor meer ambitie op dit punt te pleiten, bijvoorbeeld
een verplichting van maximaal zes maanden voor Strategische Projecten en European
Semiconductor Technology Initiatives? Zo nee, waarom niet?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorstel een label introduceert voor European
Semiconductor Regions of Excellence. Deze leden begrijpen de gedachte achter dit voorstel,
maar constateren dat er meerdere voorstellen zijn om vanuit de overheid «labels» op
het bedrijfsleven te plakken om zo investeringen uit te lokken. Zo is er ook het voorstel
voor het Finance Europe label. Hoe zet het kabinet zich ervoor in dat het (het vaak
goedbedoelde) regulerende kader voor bedrijven en investeerders overzichtelijk blijft?
Wat is de status van het voorstel van een Finance Europe label?
De leden van de VVD-fractie lezen dat bedrijven onder de Chips Act 2.0 mogelijk een
diepgaande ketenanalyse moeten aanleveren. De leden van de VVD-fractie constateren
dat dit substantiële regeldrukkosten met zich mee kan brengen. Kan hierbij volgens
het kabinet slimme aansluiting worden gevonden bij bijvoorbeeld de Corporate Sustainability
Due Diligence Directive (CSDDD), waarbij ook de waardeketen in kaart moet worden gebracht,
en wil het kabinet in de onderhandelingen hier dan ook op inzetten?
De leden van de VVD-fractie vinden het zorgelijk dat er weliswaar wordt geschreven
dat er in het voorstel rekening wordt gehouden met de regeldrukgevolgen voor het midden-
en kleinbedrijf, maar dat een vrijstelling voor dit type bedrijven om hen te ontzien
van de grootste regeldrukgevolgen in het voorstel ontbreekt. Kan het kabinet toezeggen
dit als prioritair punt op te nemen richting de onderhandelingen? Staat regeldruk
in den brede volgens het kabinet de opbouw van een grotere chipsector momenteel in
de weg? Zo ja, wil het kabinet regeldrukreductie in de volle breedte voor de chipsector
meenemen in de inzet in Brussel? Zo nee, waarom niet? Ziet het kabinet in het huidige
voorstel risico’s op uiteenlopende implementaties van lidstaten, waardoor de interne
markt en de doelen van de Chips Act 2.0 potentieel worden ondermijnd?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet in het huidige voorstel erkenning
voor de cruciale rol mist van bedrijven die werken aan geavanceerde productiemachines
en -apparatuur. Het kabinet wil opheldering vragen aan de Europese Commissie hoe deze
tak zich verhoudt tot het voorstel. Deze leden spreken hun steun uit voor deze lijn
van het kabinet.
De leden van de VVD-fractie constateren dat het voorstel van de Chips Act 2.0 op onderdelen
overlap vertoont met de herziene Cybersecurity Act, de NIS2-richtlijn en de Cyber
Resilience Act. Het kabinet vindt het van belang dat de verhouding tussen deze regulerende
kaders helder wordt afgebakend. Is het kabinet bereid zich niet enkel in te zetten
op heldere afbakening, maar ook kritisch te toetsen op nut- en noodzaak van punten
uit de Chips Act 2.0, bijvoorbeeld omdat bestaande regelgeving doelen al borgt?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie verwacht dat de Chips
Act 2.0 leidt tot een stijging van het aantal medewerkers aan de kant van de Commissie,
maar dat zij dit niet noodzakelijk verwacht aan de kant van de lidstaten. Het kabinet
noemt dit «opvallend» en wil een kritische houding aannemen richting de Europese Commissie
op de geplande uitbreiding van de personele capaciteit op EU-niveau. De leden van
de VVD-fractie sporen het kabinet aan dit punt tijdens de onderhandelingen in te brengen.
De leden van de VVD-fractie achten het mogelijk dat andere landen met repercussies
komen als enkele bepalingen uit de Chips Act 2.0 zich materialiseren. Weet het kabinet
of er scenario’s klaarliggen om te reageren op eventuele repercussies en zo nee, kan
het kabinet navragen of dit volgens hem afdoende is geregeld, bijvoorbeeld ten aanzien
van de toegang tot kritische grondstoffen?
De leden van de VVD-fractie constateren dat het kabinet schrijft de samenwerking met
betrouwbare en gelijkgestemde handelspartners zo min mogelijk te willen belemmeren
als gevolg van de Chips Act 2.0. Hoe zijn deze betrouwbare en gelijkgestemde handelspartners
meegenomen in het voorstel? Ziet het kabinet ruimte om met dit voorstel te pleiten
voor verdere toenadering tot deze handelspartners?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie steunen het doel van de Chips Act 2.0 en onderstrepen
de urgentie en het belang van een sterke en concurrerende Europese halfgeleiderketen.
Dit is van belang voor het verdienvermogen van Europa, maar ook om strategisch relevant
en weerbaar te blijven in een wereld waarin halfgeleiders een steeds belangrijkere
rol spelen. Deze leden delen daarbij de nadruk op control points: juist door unieke sterktes op te bouwen en strategische posities in de waardeketen
te behouden, kan Europa zijn positie versterken. Deze leden hebben hierover nog wel
enkele vragen en zorgen.
De leden van de PRO-fractie lezen dat het kabinet veel waarde hecht aan het identificeren
en versterken van Europese control points. Hoe wil het kabinet deze visie concreet inbrengen in de verdere vormgeving van de
Chips Act 2.0? Welke strategische technologieën, productiestappen of onderdelen van
de waardeketen ziet het kabinet als potentiële Europese control points?
De leden van de PRO-factie zijn het met het kabinet eens dat de AI-waardeketen aanvullende
actie vraagt. Kan het kabinet nader toelichten aan welke aanvullende acties zij hierbij
denkt? Hoe wil het kabinet de zogenoemde AI stack integreren in de voorgestelde aanpak?
De leden vragen daarnaast naar het voorgestelde instrument van Grand Challenges. Welke rol ziet het kabinet voor dit instrument? Welk budget acht het kabinet hiervoor
noodzakelijk en hoe verhoudt dit zich tot bestaande en nieuwe instrumenten en initiatieven,
zoals NADI en de Nationale Investeringsinstelling? Hoe wil het kabinet voorkomen dat
verschillende instrumenten naast elkaar worden ontwikkeld zonder voldoende samenhang
of schaal?
Deze leden missen in de reactie van het kabinet nog een duidelijke visie op vraagsturing.
Kan het kabinet nader uiteenzetten welke rol vraagsturing volgens hem moet spelen
in het versterken van de Europese halfgeleiderindustrie? Hoe beoordeelt het kabinet
de in het fiche genoemde instrumenten en welk budget acht hij hiervoor noodzakelijk?
Is het kabinet bereid om ook aan de vraagzijde maatregelen te nemen, bijvoorbeeld
door eisen te stellen aan Europese productie of door vraag te creëren in strategische
eindmarkten? Hoe kijkt het kabinet in dit verband aan tegen made-in-Europe-criteria, zodat Europese productie daadwerkelijk een afzetmarkt krijgt en Europese
producenten kunnen concurreren met productie van buiten Europa?
De leden van de PRO-fractie hebben daarnaast enkele vragen over de voorgestelde definitie
van domestic undertaking. De Europese Commissie kiest hierbij niet zonder reden voor een eigendomscriterium.
Een dergelijk criterium kan immers van belang zijn om daadwerkelijke zeggenschap over
strategische delen van de halfgeleiderketen binnen Europa te behouden. Het kabinet
geeft aan de definitie te willen aanpassen. Kan het kabinet precies toelichten welke
aanpassing hij voorstaat en waarom? Hoe beoordeelt het kabinet het risico dat een
ruimere definitie ertoe leidt dat Europese steun weliswaar ten goede komt aan productie
op Europees grondgebied, maar dat de zeggenschap over strategische productiefaciliteiten
en technologie elders komt te liggen? Hoe wil het kabinet garanderen dat met de voorgestelde
aanpassing het achterliggende doel van de Commissie, namelijk het versterken van de
Europese strategische autonomie en zeggenschap over de halfgeleiderketen, overeind
blijft?
De leden van de PRO-fractie constateren dat het kabinet kritisch is over de voorgestelde
governance van de Advanced Manufacturing Projects (AMPs), zoals opgenomen in artikel 19. Tegelijkertijd achten deze leden het van groot
belang dat Europa als geheel in staat is om strategische keuzes te maken over de vraag
welke technologieën en productieketens versterking behoeven. Een sterke rol van de
Europese Commissie bij deze afweging kan hieraan bijdragen. Kan het kabinet toelichten
hoe hij, gegeven zijn kritiek op de voorgestelde governance, wil waarborgen dat op Europees niveau daadwerkelijk strategische keuzes kunnen worden
gemaakt? Welke rol ziet het kabinet daarbij voor de Europese Commissie? Hoe moet volgens
het kabinet worden voorkomen dat de besluitvorming te veel wordt versnipperd over
lidstaten, terwijl juist Europese coördinatie nodig is om schaal en strategische samenhang
te bereiken?
De leden van de PRO-fractie vragen tot slot naar het concept European Semiconductor Regions of Excellence. Welke verwachtingen heeft het kabinet van dit concept? Aan welke voorwaarden moeten
regio’s volgens het kabinet voldoen om daadwerkelijk als Region of Excellence te kunnen functioneren? Welke bijdrage verwacht het kabinet dat dit concept kan leveren
aan het versterken van Europese control points en de strategische weerbaarheid van de Europese halfgeleiderketen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het fiche
over de Chips Act 2.0. Deze leden onderschrijven het belang van een sterke Europese
halfgeleiderindustrie voor ons toekomstige verdienvermogen, onze economische veiligheid
en onze strategische positie. Nederland beschikt daarbij over unieke kennis en bedrijven
in verschillende delen van de halfgeleiderketen. Deze leden hebben hierover enkele
vragen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet terecht benadrukt dat Europese weerbaarheid
niet alleen moet worden gezocht in het opbouwen van extra productiecapaciteit, maar
juist ook in het versterken van Europese technologische sterktes en zogenoemde control points in de mondiale waardeketen. Zij vragen hoe het kabinet deze inzet concreet wil vertalen
in de onderhandelingen. Welke Nederlandse en Europese sterktes moeten volgens het
kabinet prioriteit krijgen? Kan het kabinet daarbij specifiek ingaan op geavanceerde
productiemachines, geïntegreerde fotonica en quantumchips?
Deze leden lezen tegelijkertijd dat de financiering van een belangrijk deel van de
nieuwe ambities pas wordt bepaald bij de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel
Kader (MFK) vanaf 2028. De Commissie raamt voor alleen al grootschalige projecten
in geavanceerde chipproductie ongeveer 15 miljard euro aan publieke middelen van de
EU en lidstaten gezamenlijk. Ook constateert het kabinet dat de huidige Nederlandse
cofinanciering voor de Chips Joint Undertaking onvoldoende is om aan alle voor Nederland
relevante projecten deel te nemen. De leden van de CDA-fractie vragen daarom hoe het
kabinet ervoor wil zorgen dat de ambities uit de Chips Act 2.0 ook daadwerkelijk financieel
uitvoerbaar worden. Welke prioriteit geeft het kabinet hieraan binnen het toekomstige
Europees Concurrentievermogen Fonds (ECF) en welke rol ziet hij voor nationale cofinanciering?
Hoe wordt daarbij uitvoering gegeven aan de afspraak uit het coalitieakkoord om Europese
cofinanciering en investeringsmogelijkheden via onder meer de Chips Act 2.0 actief
te benutten?
De leden van de CDA-fractie constateren dat mondiale spelers langdurig en grootschaliger
investeren en vragen aan het kabinet erop aan te dringen dat in het MFK voldoende
rekening gehouden wordt met de inhaalslag die gedaan moet worden om als EU een betrouwbare
positie te genereren. Denk daarbij aan continuering en structurele financiering van
de bestaande Europese pilot lines en de Nederlandse inzet voor NanoIC en andere voor Nederland relevante faciliteiten.
Wat is de inzet hierop van het kabinet?
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet meer invloed van de lidstaten wil
bij de selectie van Strategische Projecten en Grand Challenges. Zij begrijpen het
belang daarvan, maar vragen tegelijkertijd hoe wordt voorkomen dat de beschikbare
middelen uiteindelijk versnipperen over nationale belangen of dat een subsidiewedloop
tussen lidstaten ontstaat. Hoe borgt het kabinet dat projecten primair worden geselecteerd
op technologische excellentie, Europese meerwaarde en de bijdrage aan Europese onmisbaarheid
en weerbaarheid? Hoe wordt daarbij voldoende gebruikgemaakt van de kennis van bedrijven
en kennisinstellingen uit de halfgeleiderketen?
Deze leden benadrukken daarnaast dat subsidie alleen niet bepaalt waar nieuwe investeringen
plaatsvinden. Beschikbaarheid van elektriciteit en netcapaciteit, concurrerende energieprijzen,
voldoende technisch geschoolde mensen, ruimte en snelle en voorspelbare vergunningverlening
zijn eveneens bepalend voor het vestigingsklimaat. Zij vragen hoe het kabinet deze
randvoorwaarden betrekt bij zijn Nederlandse en Europese inzet voor de Chips Act 2.0.
Hoe wordt voorkomen dat Europa wel nieuwe financieringsinstrumenten creëert, terwijl
strategische investeringen uiteindelijk elders plaatsvinden doordat deze basisvoorwaarden
onvoldoende op orde zijn? Hoe voorkomt het kabinet dat unieke R&D startups en talent
uit Europa wegtrekken?
De leden van de CDA-fractie lezen verder dat de voorgestelde definitie van een domestic undertaking volgens het kabinet mogelijk te strikt is, onder meer door het eigendomscriterium
van meer dan 50 procent. Deze definitie bepaalt onder andere welke ondernemingen toegang
kunnen krijgen tot Strategische Projecten en bepaalde andere instrumenten. Zij vragen
welke gevolgen het kabinet op dit moment verwacht voor in Nederland gevestigde bedrijven
en hoe hij wil voorkomen dat bedrijven die hier substantieel investeren, kennis ontwikkelen
en werkgelegenheid bieden buiten Europese instrumenten vallen vanwege hun internationale
eigendomsstructuur. Tegelijk vragen zij hoe het kabinet borgt dat publieke middelen
daadwerkelijk bijdragen aan de versterking van Europese technologische zeggenschap
en weerbaarheid.
De leden van de CDA-fractie lezen tot slot dat de Chips Act 2.0 nieuwe verplichtingen
bevat rond monitoring en crisisparaatheid, terwijl nog onduidelijkheid bestaat over
de regeldruk en de verhouding tot andere Europese regelgeving. Zij vragen hoe het
kabinet voorkomt dat bedrijven worden geconfronteerd met overlappende informatieverplichtingen
uit onder meer de Chips Act 2.0, NIS2 en de Cybersecurity Act, en hoe het kabinet
er in de onderhandelingen op toeziet dat nieuwe verplichtingen proportioneel en uitvoerbaar
blijven.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over de Chips Act
2.0. Deze leden onderschrijven het belang van een sterke Europese halfgeleidersector
en het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden. Daarbij vinden zij
het van belang dat Europa niet simpelweg probeert productiecapaciteit van andere delen
van de wereld te kopiëren, maar juist investeert in technologieën en onderdelen van
de waardeketen waarin Nederland en Europa mondiaal al een sterke of zelfs onmisbare
positie innemen. Het kabinet wijst in dit verband terecht op het belang van geavanceerde
productiemachines en wil de ontwikkeling van een volgende generatie productiemachines
als afzonderlijke Grand Challenge laten opnemen. Kan het kabinet aangeven welke concrete
inzet hij tijdens de onderhandelingen pleegt om deze voor Nederland belangrijke positie
in de halfgeleiderketen daadwerkelijk in de Act te verankeren?
De leden van de BBB-fractie zien daarnaast dat de voorgestelde definitie van een domestic undertaking bepalend wordt voor de toegang tot verschillende Europese instrumenten, waaronder
European Semiconductor Technology Initiatives, Strategische Projecten en bepaalde
aanbestedingen. Het kabinet acht het voorgestelde eigendomscriterium van meer dan
50 procent te strikt, omdat daardoor bedrijven die in de praktijk een duidelijk Nederlands
of Europees karakter hebben buiten de boot kunnen vallen. Deze leden delen die zorg.
Kan het kabinet aangeven welk alternatief criterium hij tijdens de onderhandelingen
bepleit om dergelijke bedrijven toegang tot deze instrumenten te laten behouden?
De leden van de BBB-fractie lezen verder dat het kabinet zorgen heeft over de grote
rol van de Europese Commissie bij de selectie van Strategische Projecten. Deze leden
vinden dat Europese samenwerking meerwaarde kan hebben, maar dat lidstaten voldoende
invloed moeten houden op de wijze waarop grote publieke investeringen worden geprioriteerd.
Kan het kabinet aangeven welke concrete beslissingsbevoegdheid de lidstaten via de
European Semiconductor Board volgens hem minimaal moeten behouden bij de selectie
van Strategische Projecten?
De leden van de BBB-fractie zijn positief over het voorstel voor European Semiconductor
Regions of Excellence, omdat sterke regionale ecosystemen een belangrijke bijdrage
kunnen leveren aan innovatie, werkgelegenheid en economische ontwikkeling. Zij willen
echter voorkomen dat bedrijven buiten een regio met dit label daardoor minder toegang
krijgen tot Europese ondersteuning. Het kabinet signaleert dit risico eveneens. Kan
het kabinet aangeven hoe hij tijdens de onderhandelingen wil borgen dat innovatieve
bedrijven buiten aangewezen Semiconductor Regions of Excellence niet worden benadeeld
bij de toegang tot Europese instrumenten of ondersteuning?
De leden van de BBB-fractie vragen tot slot aandacht voor de administratieve lasten.
In de impact assessment wordt uitgegaan van een volledige vrijstelling voor micro-, kleine en middelgrote
ondernemingen van de verplichte rapportage- en informatieplichten binnen het pre-crisis-
en crisismechanisme. Deze vrijstelling is volgens het BNC-fiche echter niet expliciet
terug te vinden in het voorstel zelf. Deze leden vinden dat het midden- en kleinbedrijf
(mkb) niet via latere uitwerking alsnog met nieuwe informatieverplichtingen moet worden
geconfronteerd. Kan het kabinet toezeggen zich ervoor in te zetten dat deze mkb-vrijstelling
expliciet in de uiteindelijke Act wordt vastgelegd?
II Antwoord/Reactie van het kabinet
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
R.D. Reinders, griffier