Stenogram : Rapporten "Discriminatie in de zorg, welzijn en sport", "Is allemaal mooi, op papier", en "Professionaliteit te allen tijde"
33 Rapporten "Discriminatie in de zorg, welzijn en sport", "Is allemaal mooi, op papier", en "Professionaliteit te allen tijde"
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 84
Te raadplegen sinds
2026-09-16Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier36800-XVIToon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 84
Rapporten "Discriminatie in de zorg, welzijn en sport", "Is allemaal mooi, op papier", en "Professionaliteit te allen tijde"
Aan de orde is het tweeminutendebat Rapporten "Discriminatie in de zorg, welzijn en sport", "Is allemaal mooi, op papier", en "Professionaliteit te allen tijde" (36800-XVI, nr. 195).
De voorzitter:
Dan gaan wij door naar het laatste tweeminutendebat van vanavond: het tweeminutendebat Rapporten "Discriminatie in de zorg, welzijn en sport", "Is allemaal mooi, op papier", en "Professionaliteit te allen tijde". Daarvoor hebben twee sprekers zich aangemeld. We beginnen met mevrouw Vliegenthart namens de fractie van PRO.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter. Ik heb drie moties, dus ik start direct.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het ministerie van VWS de VWS-brede aanpak tegen discriminatie en voor gelijke kansen momenteel wil borgen in de reguliere werkwijze en beleidscyclus, waarmee de lopende aanpak in feite wordt stopgezet;
overwegende dat deze aanpak nog relatief kort loopt en dat veel maatregelen zich nog in de uitvoerings- en leerfase bevinden;
overwegende dat experts en veldpartijen aangeven dat het te vroeg is om de aanpak nu al als afgerond of structureel geborgd te beschouwen;
verzoekt de regering om de VWS-brede aanpak tegen discriminatie en voor gelijke kansen niet nu al als afgerond te beschouwen, maar deze de komende jaren voort te zetten als actief programma met duidelijke doelen, monitoring en regie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 201 (36800-XVI).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme in zijn advies oproept tot versterking van meldstructuren, betere bescherming en representativiteit van zorgprofessionals;
overwegende dat zorgprofessionals zich veilig moeten kunnen uitspreken en zich veilig moeten voelen op de werkvloer;
verzoekt de regering om, samen met zorginstellingen en beroepsorganisaties, een landelijk kader te ontwikkelen voor onafhankelijke meldstructuren, bescherming van zorgprofessionals en melders, en het bevorderen van representativiteit binnen de zorg, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van VWS van 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 202 (36800-XVI).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat verschillen in de toegang tot zorg en gezondheidsuitkomsten nog onvoldoende zichtbaar zijn in de wijze waarop de kwaliteit van zorg wordt gedefinieerd, gemeten en verantwoord;
overwegende dat inclusieve zorg een wezenlijk onderdeel is van passende zorg en daarom onderdeel moet zijn van de normen aan de hand waarvan instellingen worden beoordeeld;
overwegende dat inclusieve zorg op dit moment nog geen expliciete plaats heeft in recente beleidsbrieven van VWS en evenmin expliciet onderdeel uitmaakt van het IZA en het AZWA, waardoor structurele borging in kwaliteitsbeleid ontbreekt;
verzoekt de regering om inclusieve zorg expliciet te verankeren in het landelijke kwaliteitsbegrip van zorg en ervoor zorg te dragen dat ongelijkheid in toegang, ervaringen en gezondheidsuitkomsten zichtbaar en toetsbaar worden in kwaliteitsstandaarden, toezicht en verantwoording,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 203 (36800-XVI).
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter. Ik heb nog tien seconden. Ik wil echt met klem verzoeken: uit een recent rapport blijkt dat meer dan 600.000 mensen jaarlijks te maken krijgen met discriminatie in de zorg. Het is niet alleen een probleem voor de mensen die hiermee te maken krijgen, maar het zorgt ook nog eens voor inefficiëntere zorg en meer zorgkosten. Er zijn dus allerlei redenen waarom we dit moeten aanpakken en niet in één keer moeten stoppen met een VWS-brede aanpak.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Vliegenthart. Tot slot, de heer Vervuurt namens de fractie van D66.
De heer Vervuurt (D66):
Dank u wel, voorzitter. D66 is er erg blij mee dat inclusieve zorg expliciet is opgenomen in het coalitieakkoord. In de beantwoording van onze vragen verwijst het kabinet daar ook naar. Tegelijkertijd lezen wij dat het kabinet zegt een norm uit te dragen omtrent discriminatie in de zorg en dat de afgelopen jaren gesprekken zijn gefaciliteerd. Het kabinet stelt vervolgens dat het aan zorgorganisaties is om hier verder invulling aan te geven. Wat D66 betreft kan het kabinet dit niet alleen bij het veld neerleggen. Daarom heb ik drie vragen aan de minister. Ten eerste: erkent de minister discriminatie als kwaliteitsrisico voor de zorg en erkent de minister ook dat er expliciet beleid nodig is om dat tegen te gaan? Ten tweede: wat is de concrete norm die het kabinet stelt op het punt van inclusieve zorg en discriminatie en is de minister bereid om deze norm ook duidelijk met de NZa te communiceren, zodat zij daar vervolgens op kan sturen binnen de kwaliteitscriteria? En ten slotte: los van de verantwoordelijkheid van zorgorganisaties en terugkijkend naar de afgelopen jaren horen wij graag welke stappen de minister de komende jaren zelf gaat zetten om inclusieve zorg verder te ondersteunen en te bevorderen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vervuurt. Ik schors voor vijf minuten voor de beantwoording en de appreciaties van de moties door de minister. Over vijf minuten gaan we door.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Rapporten "Discriminatie in de zorg, welzijn en sport", "Is allemaal mooi, op papier", en "Professionaliteit te allen tijde". Ik geef graag het woord aan de minister voor de appreciatie van de moties en de beantwoording van de vragen.
Minister Hermans:
Voorzitter. Ik begin graag met de vragen van de heer Vervuurt. Ik wil een paar dingen zeggen in reactie op de vragen. Laat ik beginnen met de stelling — die draag ik hier ook graag uit — dat racisme en discriminatie in onze samenleving geen plek hebben. Dat geldt natuurlijk ook voor de zorg- en welzijnssector. In het coalitieakkoord hebben we afgesproken dat passende zorg ook inclusieve zorg is. Het kabinet draagt dat dan ook als norm uit op dit vlak en heeft dat onderdeel gemaakt van het beleid. Dat staat ook in de beleidsbrief. Daarnaast ligt er natuurlijk ook een rol voor het veld als het gaat om het invulling geven aan die passende zorg, die dus ook inclusieve zorg is.
In het coalitieakkoord hebben wij afgesproken — dat hebben wij in de beleidsbrief herhaald — dat we passende zorg altijd en overal de norm gaan maken. We willen voorlopers eigenlijk bevestiging geven en ondersteunen in de stappen die zij daar al in zetten en de rol die zij daarin spelen. Achterblijvers willen we een duw in de rug geven om die passende zorg in te bedden. Nogmaals, daar maakt inclusieve zorg dus onderdeel van uit. Om dat allemaal voor elkaar te krijgen komen we met een samenhangend pakket aan wet- en regelgeving dat die passende zorg altijd en overal de norm moet maken. Dat vraagt om inzet van alle partijen in de zorg en dat vraagt van de NZa om daar vervolgens op een goede manier op toe te zien.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van de heer Vervuurt.
De heer Vervuurt (D66):
Alleen als de minister klaar is met de beantwoording van de vraag.
Minister Hermans:
Ja, dat ben ik.
De heer Vervuurt (D66):
Ik hoor de minister eigenlijk zeggen: wij hebben het echt wel over inclusieve zorg, want dat is voor ons passende zorg en bij het uitwerken van passende zorg gaat er dan ook aandacht naar dit onderdeel. Ik denk dat dat heel mooi is. Ik ben dan ook blij om dat te horen. Ik kijk graag uit naar de uitwerking van het passende zorgbeleid, waar we het eerder over hebben gehad. We zullen daarbij als fractie in het bijzonder ook kijken naar dit element.
Minister Hermans:
Dan verwacht ik daar zomaar nog wel wat …
De voorzitter:
U kreeg een soort stemverklaring.
Minister Hermans:
Precies, maar ik verwacht natuurlijk nog wel wat vragen als wij met die uitwerking naar de Kamer toe komen.
Voorzitter. Dan een drietal moties van mevrouw Vliegenthart. De motie op stuk nr. 201 vraagt eigenlijk om de VWS-brede aanpak door te zetten en die niet als afgerond te beschouwen. Deze motie moet ik ontraden. Wij hebben altijd gezegd dat het een tijdelijk programma zou zijn. Tijdens de looptijd van het programma is veel bereikt. Er is ook duidelijk geworden waar nog werk aan de winkel is, maar de verantwoordelijkheid om dit nu verder te brengen ligt primair bij het veld. Ik vind het ook belangrijk dat die daar ligt. Natuurlijk blijft er binnen VWS, gewoon bij het werk op het ministerie, ook aandacht voor het onderwerp, zoals in elke organisatie. Maar het doorzetten van dit programma moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 201 wordt ontraden.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Het is geen verrassing dat deze motie wordt ontraden, maar ik wil met klem echt opnieuw vragen hoe … Er zijn rapporten over dat meer dan 600.000 mensen met discriminatie in de zorg te maken krijgen. Dan heb ik het niet alleen over mensen met een migratieachtergrond. Het gaat ook om ouderdom en mensen met een lage SES. Ontzettend veel mensen krijgen hiermee te maken. Ik hoor de minister zeggen: we gaan het niet voortzetten. Maar wat gaat de minister dan doen aan die enorme hoeveelheid discriminatie in de zorg, die ook zorgt voor inefficiëntere zorg en verhoogde zorgkosten? Wat gaat zij dan doen? Ik vind het wel heel makkelijk om te zeggen: de veldpartijen mogen hiermee aan de slag. De minister heeft hier ook een verantwoordelijkheid in.
Minister Hermans:
Ik heb een verantwoordelijkheid om me hiertegen uit te spreken, wat ik net ook in reactie op een vraag van de heer Vervuurt gedaan heb. Dat zal ik ook altijd blijven doen. Ik denk dat VWS hierin ook verantwoordelijkheid heeft genomen met dat tijdelijke programma de afgelopen jaren. Vanuit het ministerie van BZK — het is natuurlijk niet zo dat er vanuit het kabinet helemaal niets meer gebeurt — is er nog steeds een landelijke aanpak tegen racisme en discriminatie. Dat gaat ook gewoon door. Daarmee kunnen partijen in de zorg natuurlijk ook verder invulling aan hun taak geven. Maar dit is natuurlijk echt iets wat in die organisaties een plek moet krijgen.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 202, van mevrouw Vliegenthart, om samen met zorginstellingen en beroepsorganisaties een landelijk kader te ontwikkelen voor onafhankelijke meldstructuren, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren, ontraad ik. Het is eigenlijk een beetje het antwoord dat ik net gaf in reactie op de interruptie van mevrouw Vliegenthart. Binnen BZK wordt er hard gewerkt aan de stelselherziening van de antidiscriminatievoorzieningen. Daarbij wordt toegewerkt naar één centrale organisatie voor de aanpak van discriminatie. Dat landelijke kader is sectorbreed en zal dus ook voor de zorg gaan gelden. Ik zie dus geen meerwaarde om daarbovenop nog iets voor de zorg te doen. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
Tot slot de derde motie, die op stuk nr. 203. De motie op stuk nr. 202 wordt dus ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 203 vraagt mij om inclusieve zorg expliciet te verankeren in het landelijke kwaliteitsbegrip van zorg en om ervoor zorg te dragen dat ongelijkheid in toegang, ervaringen en gezondheidsuitkomsten zichtbaar en toetsbaar wordt in kwaliteitsstandaarden, toezicht en verantwoording. Ik snap de motie. Ik begrijp ook goed wat die mij vraagt. Tegelijkertijd is het zo dat we dit geregeld hebben in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wkkgz. Daarin is geregeld wat goede zorg is: zorg die cliëntgericht is en is afgestemd op de reële behoeften van de cliënt. Daarmee wordt dus ook inclusieve zorg bedoeld. En zoals ik zojuist zei tegen de heer Vervuurt: we hebben in het regeerakkoord de afspraak gemaakt dat passende zorg ook inclusieve zorg is. Daarmee is dit verankerd en daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 203 is ontraden.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Tegelijkertijd zijn we ook aan het einde gekomen van de beraadslagingen.
Ik dank de minister. We gingen het net uitrekenen, maar het waren er zo veel dat we ze niet eens konden optellen. Meer dan 60 moties zijn er geapprecieerd. We hebben veel tweeminutendebatten gedaan vanavond. Ik dank ook de Kamer daarvoor.
De stemming over de ingediende moties is aanstaande dinsdag. Ik sluit hierbij de vergadering.