Stenogram : Ggz/Suïcidepreventie
32 Ggz/Suïcidepreventie
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 84
Te raadplegen sinds
2026-09-16Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier25424Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 84
Ggz/Suïcidepreventie
Aan de orde is het tweeminutendebat Ggz/Suïcidepreventie (CD d.d. 26/03).
De voorzitter:
Wij gaan met gezwinde spoed verder met tweeminutendebat Ggz/Suïcidepreventie, want we hebben nog twee tweeminutendebatten te gaan en het is inmiddels 22.55 uur 's avonds. Ik heb tien insprekers. Nee, twee hebben zich teruggetrokken. Het zijn er inmiddels acht. We beginnen bij mevrouw Synhaeve, die spreekt namens de fractie van D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mensen in de ggz veel te lang moeten wachten op passende zorg en dat de treeknorm van veertien weken wachten vaak overschreden wordt;
constaterende dat zorgverzekeraars wachtlijstbemiddeling kunnen toepassen om een andere passende zorgaanbieder te vinden;
overwegende dat wachtlijstbemiddeling erg goed werkt en een gemiddelde wachttijdwinst van veertien weken oplevert;
overwegende dat patiënten nu nog zelf moeten vragen om wachtlijstbemiddeling;
verzoekt de regering te sturen op proactieve bemiddeling vanuit zorgverzekeraars, zodat alle mensen die op een wachtlijst komen die langer is dan de treeknorm, gebeld worden door de zorgverzekeraar, en de Kamer in 2026 te informeren over welke invloed dit heeft op de wachttijden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Synhaeve.
Zij krijgt nr. 788 (25424).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de ggz nog vaak gebruik gemaakt wordt van exclusiecriteria, waardoor cliënten afgewezen worden bij het zoeken naar passende zorg;
overwegende dat mensen die de zorg juist ontzettend hard nodig hebben, hierdoor geen passende zorg kunnen krijgen;
overwegende dat de minister onlangs heeft aangegeven dat er in nieuwe contracten geen exclusiecriteria meer opgenomen mogen worden;
verzoekt de regering binnen drie maanden na het afsluiten van de nieuwe contracten de Kamer te informeren of er inderdaad geen exclusiecriteria meer gebruikt worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Synhaeve.
Zij krijgt nr. 789 (25424).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de financiering van mentalegezondheidsinitiatieven versnipperd is en daardoor bewezen effectieve initiatieven onvoldoende kunnen opschalen;
overwegende dat gerichte ondersteuning van een beperkt aantal bewezen effectieve initiatieven de impact en de doelmatigheid kan vergroten;
verzoekt de regering een scale-upaanpak voor een select aantal van deze mentalegezondheidsinitiatieven uit te werken, en de Kamer hierover na de zomer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Synhaeve.
Zij krijgt nr. 790 (25424).
Dank u wel, mevrouw Synhaeve. Dan zou ik graag de heer Dijk naar voren willen roepen voor zijn bijdrage namens de fractie van de SP. Bent u er klaar voor?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Zeker, voorzitter. Dank u wel.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat slachtoffers van seksueel geweld nu vaak te maken krijgen met forse wachtlijsten wanneer zij ggz-zorg nodig hebben;
overwegende dat hulpverleningsorganisaties nu in bepaalde gevallen al mentale ondersteuning bieden aan deze mensen, maar dat hierbij regionale verschillen bestaan en deze initiatieven vaak beperkt worden door een gebrek aan financiering;
verzoekt de regering om te zorgen voor een uitbreiding van het aanbod van mentale ondersteuning aan slachtoffers van seksueel geweld en hierbij ook aandacht te hebben voor de zorg voor slachtoffers waarbij het seksueel geweld langer geleden heeft plaatsgevonden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Dobbe.
Zij krijgt nr. 791 (25424).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet van plan is om de verplichte vergoeding van ongecontracteerde zorg af te schaffen;
overwegende dat met name in de ggz veel behandelaren überhaupt geen contract aangeboden krijgen vanuit de zorgverzekeraars;
overwegende dat dit de wachtlijsten in de ggz en de ongelijkheid in de toegankelijkheid van de ggz kan verergeren;
verzoekt de regering om de vergoeding van de ongecontracteerde zorg niet af te schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Dobbe.
Zij krijgt nr. 792 (25424).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de langdurige ggz momenteel kampt met een gebrek aan plekken;
constaterende dat dit een belangrijk obstakel vormt voor de aanpak van de problematiek rondom mensen met onbegrepen gedrag;
overwegende dat het kabinet ondertussen van plan is structureel 990 miljoen euro te bezuinigen op de Wlz, waarvan ook een deel terecht zou komen bij de langdurige ggz;
verzoekt de regering om niet te bezuinigen op langdurige ggz,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Dobbe.
Zij krijgt nr. 793 (25424).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijk. Dan gaan we door met mevrouw Vliegenthart namens de fractie van PRO.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter. In afwezigheid van collega Westerveld de volgende twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voormalig staatssecretaris Karremans in april 2025 stevige keuzes in de ggz aankondigde, waaronder extra stappen om de marktwerking uit de cruciale ggz te halen;
constaterende dat het ruim een jaar later is en er nog altijd geen concrete stappen zijn gezet;
overwegende dat juist de meest kwetsbare mensen afhankelijk zijn van een goed toegankelijke en beschikbare ggz en deze zorg niet mag afhangen van financiële prikkels;
verzoekt de regering om de marktwerking in de gehele cruciale ggz af te schaffen en voor de begrotingsbehandeling van VWS van 2027 te komen met een helder plan en een duidelijk tijdpad,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vliegenthart en Westerveld.
Zij krijgt nr. 794 (25424).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Capaciteitsorgaan 1.240 opleidingsplaatsen adviseert voor de opleiding tot gz-psycholoog;
constaterende dat het kabinet het aantal opleidingsplaatsen vaststelt op 691, een aanzienlijk lager aantal dan geadviseerd;
overwegende dat juist deze keuze niet rijmt met het integrale instroomadvies en het Capaciteitsorgaan juist aangeeft dat door de veranderingen in de ggz een andere functiemix nodig is, waarin voldoende capaciteit van gz-psychologen beschikbaar blijft;
overwegende dat een forse verlaging van het aantal opleidingsplaatsen gevolgen heeft voor de kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit van de ggz, die al zwaar onder druk staat;
verzoekt de regering voor 2027 alsnog het aantal opleidingsplaatsen voor gz-psychologen vast te stellen op 1.240 en hierbij de continuïteit van de opleidingsinfrastructuur en de beschikbaarheid van voldoende BIG-geregistreerde psychologen als randvoorwaarde te hanteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vliegenthart, Westerveld en Bikker.
Zij krijgt nr. 795 (25424).
Dank u wel, mevrouw Vliegenthart. Dan mevrouw Wiersma namens de fractie van de BBB. Daar bent u weer.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, het zevende debat. Maar goed, ook het laatste.
Voorzitter. De problemen in de ggz zijn dringend en het gaat over mensenlevens. We hebben daar in het debat uitvoerig met elkaar over gesproken. In het debat over dit onderwerp verwees de minister meerdere keren naar de beleidsreactie op het ibo mentale gezondheid en ggz. Ook in een Kamerbrief van 24 april jongstleden werd aangekondigd dat die reactie eraan komt, maar we hebben die nog niet gezien, terwijl het rapport er inmiddels acht maanden is. Ik wil dus als eerste vragen wanneer de Kamer deze beleidsreactie kan verwachten.
Tot slot heb ik nog één motie. Dat is de volgende.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat jongeren met ernstige psychische problemen en complexe multiproblematiek nog te vaak vastlopen tussen verschillende loketten, instanties en vormen van zorg;
constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor deze zorg, maar dat juist voor deze groep de beschikbaarheid van passende specialistische hulp onder druk staat;
overwegende dat jongeren en hun ouders hierdoor soms langdurig moeten wachten op passende ondersteuning en behandeling;
verzoekt de regering te onderzoeken of de organisatie en financiering van zorg voor jongeren met complexe multiproblematiek beter landelijk kan worden vormgegeven, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 796 (25424).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wiersma. Dan mevrouw Tijmstra namens de fractie van het CDA.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. In het commissiedebat heeft het CDA aandacht gevraagd voor de cruciale ggz. Wij willen dat de aangekondigde budgetbekostiging geen verdere vertraging oploopt. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat high intensive care (HIC) en intensive home treatment teams (IHT) essentiële onderdelen vormen van de acute geestelijke gezondheidszorg;
overwegende dat de beschikbaarheid geborgd moet zijn, ook bij fluctuerende patiëntenaantallen;
constaterende dat de NZa heeft aangegeven dat de huidige afbakening en normen voor de HIC en IHT nog onvoldoende eenduidig en concreet zijn, en dat in het bestuurlijk overleg cruciale ggz van 29 januari jongstleden is afgesproken dat de NZa hiervoor een werkagenda en verdiepende probleemanalyse opstelt ter voorbereiding op besluitvorming;
overwegende dat de minister heeft toegezegd de Kamer voor de zomer te informeren over de voortgang;
verzoekt de regering om voor de begrotingsbehandeling met de NZa en de zorgpartijen te komen tot een eenduidig normenkader voor HIC's en IHT-teams, zodat budgetbekostiging per 1 januari 2028 ingevoerd wordt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tijmstra.
Zij krijgt nr. 797 (25424).
Dank u wel, mevrouw Tijmstra. Dan mevrouw Van Meetelen namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat patiënten met ernstige depressie of suïcidale problematiek in de praktijk soms worden geplaatst in een instelling of setting die niet passend is bij hun zorgvraag, enkel omdat elders geen geschikte plek beschikbaar is;
overwegende dat niet-passende plaatsing, gebrekkige continuïteit en afwijzingen in de zorgketen extra risico's kunnen opleveren voor deze zeer kwetsbare groep;
verzoekt de regering in kaart te brengen in welke mate patiënten met ernstige depressie of suïcidale problematiek niet-passend worden geplaatst wegens gebrek aan passende capaciteit, en met een concrete aanpak te komen om passende plaatsing voor deze groep beter te borgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meetelen.
Zij krijgt nr. 798 (25424).
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
We hebben het in het debat uitgebreid gehad over de gevolgen van wachttijden, afwijzingen, onderbroken behandeltrajecten en allerlei gebrekkige overdrachten voor mensen met ernstige psychische problematiek. Juist bij ernstige depressie en suïcidale problematiek kan een gebrek aan continuïteit in de zorg grote gevolgen hebben. We weten inmiddels ook wat het risico vergroot: niet-passende zorg, wisseling van behandelaren en mislukte overgangen tussen voorzieningen. We weten ook wat wel beschermt: een stabiel behandelteam, goede samenwerking tussen betrokken zorgverleners en een warme overdracht wanneer zorg wordt overgedragen.
Het was mij tijdens het debat niet helemaal duidelijk. Ik kijk even naar de minister. Na afloop heeft u toen een toezegging gedaan aan de heer Diederik van Dijk en mij om in gesprek te gaan en de gezinnen, de nabestaanden meer te betrekken en met iets daarover te komen. Ik wou nog vragen om naar de zorgaanbieders te verwijzen en de financiers om die warme overdracht beter te waarborgen, of u daarmee in gesprek wilt gaan. Als dat al was toegezegd, hoor ik graag wanneer we daar wat over binnenkrijgen. Als dat niet het geval was, dan hoop ik dat de minister dat evenzogoed nog kan toezeggen en ons daarover kan informeren.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Meetelen. Tot slot mevrouw Coenradie namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mensen met ernstige psychische problematiek, suïcidaliteit of comorbiditeit nog te vaak vastlopen in de ggz of niet tijdig passende zorg ontvangen;
overwegende dat zorginkoop niet mag leiden tot selectie van lichtere of minder complexe zorgvragen, maar moet bijdragen aan toegankelijke zorg voor mensen die deze het hardst nodig hebben;
verzoekt de regering met zorgverzekeraars te borgen dat toegankelijkheid leidend is bij zorginkoop en mensen met een complexe zorgvraag niet worden benadeeld door financiële en contractuele prikkels,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 799 (25424).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in verschillende regio's wordt gewerkt met mentalegezondheidsnetwerken, waar ggz-partijen gezamenlijk met welzijnspartijen bekijken welke hulp er precies nodig is;
overwegende dat er vaak sociale problemen ten grondslag liggen aan mentale problemen die middels de werkwijze van de mentalegezondheidsnetwerken binnen het sociaal domein opgepakt kunnen worden;
overwegende dat het succes en de uitrol van mentalegezondheidsnetwerken nu vaak afhankelijk zijn van lokale initiatieven en financiering;
verzoekt de regering een plan uit te werken voor de bredere landelijke uitrol van mentalegezondheidsnetwerken, inclusief een overzicht van de daarvoor benodigde financiële middelen, capaciteit en uitvoeringsvoorwaarden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 800 (25424).
Dank u wel, mevrouw Coenradie. Daarmee komen we aan het einde van de termijn van de Kamer en schors ik voor tien minuten voor de appreciatie en de beantwoording van de vragen door de minister.
De vergadering wordt van 23.08 uur tot 23.17 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Ggz/Suïcidepreventie. Ik geef graag het woord aan de minister voor haar beantwoording van de vragen en de appreciaties van de moties.
Minister Hermans:
Voorzitter. Ik begin met de moties. De motie van mevrouw Synhaeve op stuk nr. 788 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 788: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 789, ook van mevrouw Synhaeve: oordeel Kamer, met dien verstande dat ik eind van dit jaar een soort eerste beeld kan schetsen en dan in het voorjaar van 2027, als echt alle informatie beschikbaar is, een totaalbeeld kan geven. Als ik 'm zo mag uitvoeren, dan krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dat mag u en daarmee heeft de motie op stuk nr. 789 oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 790. Ik heb op dit moment geen extra geld beschikbaar om een aanpak te maken en ik kan ook niet zelf zomaar initiatieven aanwijzen. Ik kan echter wel kijken wat er nou gebeurt, wat er goed gaat en die kennis bij elkaar brengen. Als ik 'm zo mag interpreteren, dan is het: oordeel Kamer.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Die interpretatie is prima. De gedachte erachter is dat we een veelheid aan initiatieven hebben en dat als we nou wat meer durven kiezen en ervoor zorgen dat we de komende jaren een aantal initiatieven, zoals de STORM-aanpak, waarvan we weten dat die gewoon heel goed werkt, gericht kunnen opschalen, dat een stuk effectiever is dan de variant van duizend bloemen laten bloeien.
Minister Hermans:
Ook indachtig het debat dat we daarover gehad hebben, snap ik heel goed waar mevrouw Synhaeve naar op zoek is. Binnen de mogelijkheden die ik heb, wil ik daar best een bijdrage aan leveren. Op basis van wat we weten, onder andere via het RIVM, over wat werkende initiatieven zijn — wat leren we ervan? — wil ik kijken of we die kennis op een goede manier beschikbaar kunnen maken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 790: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 791 zit echt op het terrein van collega-minister Sterk. De vraag aan de heer Dijk is of het goed is dat minister Sterk in een komend debat ... Ik zit even te denken of er volgende week iets is ... We hebben bijvoorbeeld een WGO Jaarverslag. Afgelopen week heb ik in een commissiedebat een paar moties geapprecieerd die bij een debat met haar waren ingediend. Als de heer Dijk het goedvindt om 'm even aan te houden ...
De voorzitter:
Meneer Dijk, wilt u de motie aanhouden? Ja? Prima.
Op verzoek van de heer Jimmy Dijk stel ik voor zijn motie (25424, nr. 791) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Hermans:
Fijn, dank u wel.
De motie op stuk nr. 792 verzoekt mij om de ongecontracteerde zorg niet af te schaffen. Die motie ontraad ik. De reden dat het kabinet dit wil doen, is onder andere het aanpakken van de zorgfraude en het beter kunnen sturen. We hebben daarbij wel oog voor een aantal mogelijke effecten, waar we in de vormgeving natuurlijk rekening mee zullen houden, maar de motie moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 792: ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 793 moet ik ook ontraden. Dit is een verzoek om niet te bezuinigen. Daar zit geen dekking bij, dus ik kan niet anders doen dan 'm ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 793: ontraden.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik had helaas verwacht dat de motie op stuk nr. 793 ontraden zou worden, maar daar hoort wel een vraag bij. Ik heb het commissiedebat van begin april gevolgd. Volgens mij was dat met Justitie en Veiligheid. Toen zei de hele Kamer hier dat het toch zo'n groot probleem was dat de politie 465 meldingen van mensen met onbegrepen en verward gedrag op straat had. Dat zijn mensen die zichzelf in gevaar brengen. De hele Kamer vond dat toen verschrikkelijk, maar ondertussen wil deze Kamer, deze minister, wel 990 miljoen euro gaan bezuinigen op de ggz. Mensen die op straat lopen en een gevaar zijn voor elkaar en voor anderen ...
De voorzitter:
Meneer Dijk, wat is uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Waarom doet deze minister dat? Waarom denkt ze dat het daarvan beter wordt?
Minister Hermans:
Hier gaan echt een paar dingen door elkaar. Dit was in het debat Verward en onbegrepen gedrag. De Kamer en het kabinet hebben daar aangegeven dat we de aanpak echt moeten verstevigen om voor deze groep mensen de goede zorg op het goede moment te organiseren. Dat zijn de moties die in dit debat worden ingediend. Vervolgens is er ook een debat geweest over de ggz en de specifieke problematiek daar. De cruciale ggz werd al genoemd, met een aantal maatregelen die we daarop nemen. Dan is er nog het vraagstuk van de langdurige ggz. Dat zijn mensen die dat via de Wet langdurige zorg krijgen. Er zit in het coalitieakkoord een bezuiniging op de Wlz. Die slaat niet alleen neer in de ggz. De minister van Langdurige Zorg is nu aan het kijken hoe dat verder vorm te geven. Dat is de reden dat ik de motie ontraad. Dat laat onverlet dat we in dat vraagstuk van de ggz, waar de wachtlijsten lang zijn, echt voor een enorme klus staan en heel veel werk te doen hebben.
De voorzitter:
Ja, gaat u verder. Nee, geen interruptie meer. Gaat u verder, minister.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 794, van mevrouw Vliegenthart en mevrouw Westerveld, gaat over het afschaffen van de marktwerking in de gehele cruciale ggz en voor het begrotingsplan van 2027 met een helder plan komen. Deze motie ontraad ik. We zetten nu een aantal stappen, waaronder de budgetbekostiging in de HIC en de IHT. Ik kom zo ook nog op de omzetplafonds — ik dacht dat dit is naar aanleiding van de motie van mevrouw Coenradie — waar we een verkenning naar doen. Deze motie ontraad ik.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 794: ontraden.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 795, van mevrouw Vliegenthart, mevrouw Westerveld en mevrouw Bikker, die gaat over opleidingsplaatsen voor gz-psychologen. Als ik het goed begrepen heb, is hier ook vorige week over gesproken met minister Sterk in een debat over de arbeidsmarkt. Onder verwijzing naar dat debat moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 795: ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 796, van mevrouw Wiersma, gaat over financiering van zorg voor jongeren met complexe multiproblematiek en of die financiering niet beter landelijk kan worden vormgegeven. Die motie moet ik ontraden. Er is een Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Daar wordt een aantal afspraken in gemaakt. Verder moet ik er voor de volledigheid bij zeggen dat dit de portefeuille van minister Sterk is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 796 is ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 797, van mevrouw Tijmstra, die ik overigens niet meer in de zaal zie, vraagt om de Kamer voor de begrotingsbehandeling te informeren over het normenkader HIC en IHT, zodat de budgetbekostiging per 1 januari 2028 ingevoerd kan worden. Die motie geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 797: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 798, van mevrouw Van Meetelen: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 798: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie krijgt oordeel Kamer als ik deze zo mag interpreteren dat ik dit meeneem in de kabinetsreactie op het ibo. Dat is hetzelfde ibo als waar mevrouw Wiersma naar verwees. Dat zeg ik terwijl mevrouw Wiersma de zaal bijna verlaat. Maar die reactie komt voor de begrotingsbehandeling, zo heb ik toegezegd.
Dan de motie op stuk nr. 799, van mevrouw Coenradie, die vraagt om te borgen dat toegankelijkheid leidend is bij zorginkoop en mensen met een complexe zorgvraag niet worden benadeeld door financiële en contractuele prikkels. Naar aanleiding van een motie van mevrouw Dobbe loopt er een verkenning naar hoe we moeten omgaan met de omzetplafonds en of je daar ook minder mee zou kunnen doen in de complexe ggz. Dus als ik het zo mag interpreteren dat ik 'm meeneem in die verkenning, dan krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 799: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Tot slot. De motie op stuk nr. 800 gaat over een brede landelijke uitrol van mentalegezondheidsnetwerken. Dat is een afspraak in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Daar wordt op dit moment aan gewerkt. Als het gaat om de uitwerking van die afspraak en de motie zo bedoeld is: daar zijn we mee bezig. Als de motie mij echt nog iets aanvullends vraagt, ook financieel, moet ik die ontraden. Als het binnen de kaders van het AZWA valt, dan krijgt die oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 800: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De vraag van mevrouw Wiersma heb ik beantwoord, dus dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van het tweeminutendebat Ggz/Suïcidepreventie. Mevrouw Van Meetelen, u maakt een soort optrekkende bewegingen.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ja, klopt, want ik heb nog een vraag.
De voorzitter:
U wilt nog een korte vraag stellen aan de minister? Gaat uw gang.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ja, ik had nog een vraag gesteld aan de minister.
Minister Hermans:
Ik was even heel diep aan het nadenken, want ik herinner me dat debat nog. Het was niet de vraag over de ervaringsdeskundigen, hè? Dit was echt het gesprek … Ik heb toen een toezegging gedaan. Ik moet dit gewoon even checken, want ik heb gewoon niet meer helemaal scherp wat ik toen heb toegezegd en of dat hetzelfde is als wat mevrouw Van Meetelen bedoelde in de vraag die zij mij net stelde.
De voorzitter:
Mevrouw Van Meetelen, vindt u het goed dat de minister hier nog op terugkomt?
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ik vind dat prima. Ik snap dat u het om 23.30 uur 's avonds niet meer helemaal scherp heeft, dus als u daar schriftelijk op terug kan komen, is dat ook helemaal prima.
Minister Hermans:
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Meetelen, voor deze medemenselijkheid. Ik sluit daarmee het tweeminutendebat Ggz/Suïcidepreventie.
De beraadslaging wordt gesloten.