Stenogram : Zorgverzekeringsstelsel (inclusief pakketbeheer)
30 Zorgverzekeringsstelsel (inclusief pakketbeheer)
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 84
Te raadplegen sinds
2026-09-16Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier29689Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 84
Zorgverzekeringsstelsel (inclusief pakketbeheer)
Aan de orde is het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel (inclusief pakketbeheer) (CD d.d. 10/06).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan door met het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel. Ik heb een verzoek van de heer El Abassi. Hij komt nog wel, maar is een beetje vertraagd. Het verzoek aan de Kamer is of hij aan het einde mag. Hij wordt dan waarschijnlijk de elfde spreker, want ik zie ook mevrouw Coenradie nog bij de interruptiemicrofoon.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter, ik was niet aanwezig bij het commissiedebat. Ik zou de Kamer willen vragen of zij mij willen toestaan om vanavond wel moties in te dienen tijdens dit debat.
De voorzitter:
Ik zie dat de Kamer daarmee instemt. Mevrouw Coenradie is dan de negende spreker en dan wordt de heer El Abassi de tiende spreker. We beginnen dit tweeminutendebat met mevrouw Van Brenk, die spreekt namens de fractie van 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter, ik probeer een beetje tempo te maken. Ik begrijp dat u graag door wil.
Voorzitter. Hoewel wij de Kamer dankbaar zijn dat die voor onze motie heeft gestemd om ook de meest kwetsbaren in de verpleeghuizen te kunnen vaccineren tegen gordelroos, blijven wij van mening dat het advies van de Gezondheidsraad, namelijk dat dit gordelroosvaccin voor iedereen boven de 60 jaar beschikbaar gesteld moet worden, moet worden opgevolgd. Wij zullen ons hier onverminderd voor blijven inzetten.
Daarom heb ik de vraag: kunnen alle 60-jarigen erop rekenen dat er begin 2027 gestart wordt met het vaccin? Mijn vraag is dus: is de opdracht al de deur uit? Daarnaast heb ik de vraag of de tender voor het vernieuwde griepvaccin al gestart is. Zo niet, wanneer start die dan wel?
Dan heb ik nog één motie, voorzitter. Die gaat over de wijkverpleging, want het volgende ligt ons zeer zwaar op de maag.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een eigen bijdrage in de wijkverpleging zorgmijding in de hand kan werken;
overwegende dat dit zeer ongewenst is, gezien de preventieve taak van wijkverpleging;
verzoekt de regering af te zien van het invoeren van een eigen bijdrage op de wijkverpleging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk.
Zij krijgt nr. 1333 (29689).
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. We gaan door met de bijdrage van de heer Jimmy Dijk. Hij spreekt namens de fractie van de Socialistische Partij. Bent u er klaar voor? Ja? Gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ja, komt-ie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zorgverzekeraars verschillende machtigingseisen hanteren voor mondzorg voor kinderen die uit het basispakket wordt vergoed;
overwegende dat deze verschillen leiden tot ongelijke toegang tot mondzorg, vertraging van noodzakelijke zorg, onzekerheid over vergoeding en zelfs zorgmijding;
verzoekt de regering om er samen met tandartsen en zorgverzekeraars voor te zorgen dat machtigingsvoorwaarden niet meer in de weg staan van het geven van noodzakelijke zorg aan kinderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Dobbe.
Zij krijgt nr. 1334 (29689).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering van plan is om de SOV- en de OVV-regeling samen te voegen tot één nieuwe regeling;
overwegende dat de tarieven onder de OVV momenteel vaak lager liggen dan onder de SOV;
overwegende dat het bij deze regelingen gaat om een doelgroep met complexe problemen, waardoor een tariefverlaging de toegankelijkheid van de zorg onder druk zou zetten;
verzoekt de regering om bij de samenvoeging van deze regelingen ervoor te zorgen dat zorgverleners die onverzekerden helpen geen lagere tarieven krijgen dan die ze nu ontvangen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Dobbe.
Zij krijgt nr. 1335 (29689).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een aantal effectieve behandelingen voor vrouwspecifieke en -sensitieve aandoeningen momenteel nog niet voor alle relevante aandoeningen worden vergoed, zoals bekkenfysiotherapie, de overgangsconsulente en anticonceptie op medische indicatie;
verzoekt de regering om het Zorginstituut te laten onderzoeken welke effectieve behandelingen voor vrouwspecifieke en -sensitieve aandoeningen zouden moeten worden toegevoegd aan het basispakket,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Dobbe.
Zij krijgt nr. 1336 (29689).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 15% van de kinderen niet naar de tandarts gaat en dat dit aantal hoger ligt in buurten waar veel mensen een lager inkomen hebben;
overwegende dat er succesvolle initiatieven zijn om kinderen alsnog naar de tandarts te krijgen, zoals de tandartsbus en de schooltandarts;
verzoekt de regering om zich ervoor in te zetten dat deze initiatieven worden uitgebreid naar wijken waar weinig kinderen naar de tandarts gaan, in kaart te brengen welke obstakels hiervoor zijn en voorstellen te doen om deze weg te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Dobbe.
Zij krijgt nr. 1337 (29689).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik weet wel wie ik overneem in dit debat, voorzitter. Mevrouw Dobbe kan dit in twee minuten doen, maar ik kan het ook. Ik heb nog tien seconden over.
De voorzitter:
Vier moties in twee minuten en u heeft ook nog tien seconden over. We gaan door met de bijdrage van mevrouw Maeijer. Zij spreekt namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter, dank u wel. In het debat heb ik aandacht gevraagd voor het verhaal van kleine Sam. Sam is onlangs 1 jaar geworden en heeft achondroplasie. Hij ligt al acht maanden aan het zuurstof en groeien is eigenlijk het enige wat hem nog kan helpen. Zijn ouders hebben alles op alles gezet om het medicijn Voxzogo bereikbaar te maken, maar de fabrikant heeft zich nu uit Nederland teruggetrokken. Het medicijn is daardoor voor hen onbereikbaar geworden. Ik zou de minister toch willen vragen om een uiterste poging te doen. Daarom heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet om voor het zomerreces met de fabrikant van Voxzogo om tafel te gaan met als doel om te komen tot indiening van het dossier bij het Zorginstituut,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 1338 (29689).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. Dan mijn tweede en laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet om een aparte route voor weesgeneesmiddelen te onderzoeken en hierover aan de Kamer voor de begrotingsbehandeling 2027 terug te koppelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 1339 (29689).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maeijer. Dan zou ik graag de heer Bushoff namens de fractie van PRO naar het spreekgestoelte willen vragen.
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Ik begin ook gelijk met de moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat verloskundigen vaak met spoed naar een bevalling of acute situatie moeten rijden, maar zij niet erkend worden als officiële nood- en hulpdiensten en als gevolg daarvan geregeld tegen verlengde aanrijtijd, stressvolle verkeerssituaties en verkeersboetes aanlopen;
overwegende dat verloskundigen in bepaalde situaties hierdoor later dan gewenst aankomen bij een cliënt en dit kan leiden tot medische complicaties;
verzoekt de regering om samen met het veld tot een bredere analyse te komen op welke wijze verloskundigen in spoedsituaties meer ruimte kunnen krijgen en daarin op z'n minst verschillende vormen van ontheffing, magneetborden, trainingen, coulance en hulpverlenersstatus mee te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 1340 (29689).
De heer Bushoff (PRO):
Voorzitter. Dan nog een volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er zorgverzekeraars zijn die aanvullende polissen alleen beschikbaar stellen in combinatie met een duurdere basisverzekering;
overwegende dat dit onrechtvaardig is en zowel de NZa, de ACM als de Consumentenbond oproepen om hier een einde aan te maken;
verzoekt de regering een einde te maken aan het koppelen van aanvullende verzekeringen aan specifieke en duurdere basisverzekeringen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.
Zij krijgt nr. 1341 (29689).
De heer Bushoff (PRO):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ruim 3,5 miljoen patiënten door tekorten aan voorkeursmedicijnen regelmatig moeten uitwijken naar een alternatief medicijn;
overwegende dat het regelmatig voorkomt dat voor het voorkeursmedicijn geen eigen bijdrage geldt, maar voor het alternatief wel;
verzoekt de regering met een oplossing te komen voor patiënten die door medicijntekorten een eigen bijdrage moeten betalen voor een alternatief geneesmiddel wanneer voor het niet-leverbare voorkeursmedicijn geen eigen bijdrage geldt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.
Zij krijgt nr. 1342 (29689).
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bushoff. Dan zou ik graag de heer Van Houwelingen van de fractie van Forum voor Democratie naar voren willen vragen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zonder verwijsbrief preventief gezondheidsonderzoek, waaronder bijvoorbeeld darmonderzoek, in Nederland in principe niet mag worden uitgevoerd;
overwegende dat dergelijk onderzoek zonder verwijsbrief volledig privaat, dus niet uit de collectieve middelen, gefinancierd wordt en de zorgkosten niet onnodig verhoogt;
overwegende dat, integendeel, bijvoorbeeld een vroegtijdige kankerdiagnose niet alleen levens maar ook medische behandelkosten kan besparen en daarmee een remmend effect heeft op de publiek gefinancierde zorgkosten die worden gemaakt;
overwegende dat een dergelijk preventief gezondheidsonderzoek bovendien onnodige zorgen kan wegnemen bij Nederlanders die bevreesd zijn dat ze wellicht bijvoorbeeld kanker hebben;
constaterende dat Nederlanders die een dergelijk preventief gezondheidsonderzoek willen laten uitvoeren, zonder verwijzing dus, nu gedwongen zijn om naar het buitenland uit te wijken;
constaterende dat er daarom op dit moment veel klinieken net over de grens, bijvoorbeeld in Duitsland, gevestigd zijn die dergelijk preventief onderzoek verrichten, klinieken die gericht zijn op Nederlandse patiënten;
constaterende dat dit alles onnodige reistijd en ongemak oplevert voor de patiënten en bovendien de Nederlandse werkgelegenheid en economie onnodig schade berokkent;
constaterende dat dit alles dus niet alleen onbegrijpelijk, maar ook onwenselijk is;
verzoekt de minister de wet te wijzigen zodat gezondheidsaanbieders ook zonder verwijsbrief, en dus privaat gefinancierd, in Nederland preventief gezondheidsonderzoek, waaronder bijvoorbeeld darmonderzoek, mogen aanbieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 1343 (29689).
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dan nog een korte opmerking, voorzitter. In de reactie van de minister kan wellicht worden opgenomen dat er natuurlijk leeftijdsgrenzen zijn voor dit soort onderzoeken, bijvoorbeeld darmonderzoek, maar die zijn niet in beton gegoten, begrijpen wij. In Nederland is dat vanaf 55 jaar. In Amerika bijvoorbeeld is het vanaf 45 jaar. In Japan is het 40 jaar. Het verschilt natuurlijk ook per individu. Als iemand zich heel erg zorgen maakt, dan wil hij graag zo'n scan laten doen. Dat kan nu niet. Dan gaan Nederlanders dus naar het buitenland. Dat is wat ons betreft heel erg onnodig. We hopen dus dat het aangepast wordt.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Houwelingen. Dan is nu de heer Vervuurt. U mag gewoon naar het spreekgestoelte komen, hoor, meneer Vervuurt. Dat doet u heel netjes. Ik geef u het woord namens de fractie van D66.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. Twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bestaande geneesmiddelen die uit patent zijn soms ook voor andere aandoeningen effectief blijken te zijn, en dat met name bij zeldzame aandoeningen en kinderen van belang kan zijn;
constaterende dat dergelijke toepassingen vaak niet bij patiënten terechtkomen omdat investeringen in onderzoek, registratie, implementatie en monitoring moeilijk kunnen worden terugverdiend;
constaterende dat uit stakeholderconsultatie en het rapport van FAST blijkt dat er verschillende knelpunten en praktische belemmeringen zijn;
overwegende dat publieke of non-profitorganisaties zoals RARE-NL en de Hartstichting vaak samen moeten werken met een bedrijf om geneesmiddelen naar de patiënt te brengen vanwege hun aanvullende expertise en capaciteiten;
overwegende dat het kabinet heeft uitgesproken de potentie van deze vorm van hergebruik van geneesmiddelen te zien en aantrekkelijker te willen maken;
verzoekt de regering om in overleg met betrokken partijen knelpunten en belemmeringen voor het herbestemmen van geneesmiddelen weg te nemen, daarbij onderscheid te maken tussen maatregelen op nationaal en Europees niveau, en de Kamer voor het einde van het jaar te informeren over de concrete stappen die daartoe zijn en worden gezet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vervuurt.
Zij krijgt nr. 1344 (29689).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij weesgeneesmiddelen regelmatig sprake is van onzekerheid over gepast gebruik en kosteneffectiviteit, waardoor toegang voor patiënten kan worden vertraagd;
overwegende dat de minister voor ultraweesgeneesmiddelen werkt aan een route binnen het toekomstbestendig geneesmiddelenstelsel, terwijl vergelijkbare vraagstukken zich ook bij andere weesgeneesmiddelen voordoen;
overwegende dat vroege toelating zonder gepast gebruik van oncolytica niet altijd tot meerwaarde leidt, maar dit juist binnen de ODAP-systematiek voor weesgeneesmiddelen wél is gerealiseerd, waarbij snelle toegang voor patiënten wordt gecombineerd met gepast gebruik en gefaseerde beprijzing, wat aantoonbaar leidt tot kostenbesparing;
verzoekt de regering relevante veldpartijen actief en structureel te betrekken bij de ontwikkeling van een effectieve route voor gecontroleerde toegang van weesgeneesmiddelen, inclusief dynamische beprijzing, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vervuurt.
Zij krijgt nr. 1345 (29689).
Dank u wel. Dan zou ik graag mevrouw Tijmstra namens de fractie van het CDA … Nee, u ziet ervan af. Excuus, dat had u ook aangeven. Dan mevrouw Coenradie namens de fractie van JA21. U was sneller aan de beurt dan u dacht! Gaat uw gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet met een wetsvoorstel is gekomen om het eigen risico te verhogen;
overwegende dat er momenteel een analyse loopt, conform de aangenomen motie-Stoffer c.s., die het financiële effect voor Nederlanders van de voorgenomen maatregel rondom de verhoging van het eigen risico onderzoekt;
overwegende dat een dergelijk wetsvoorstel pas zorgvuldig kan worden beoordeeld op basis van bovengenoemd onderzoek én in samenhang met de uitwerking van andere maatregelen, zoals de tegemoetkoming zorgkosten voor chronisch zieken;
van mening dat behandeling van dit wetsvoorstel op dit moment prematuur is;
spreekt uit dat de behandeling van het wetsvoorstel inzake de verhoging van het eigen risico wordt aangehouden tot na het zomerreces, zodat beide Kamers op basis van een totaalbeeld een besluit kunnen nemen over dit wetsvoorstel;
verzoekt de regering om eerst het bovengenoemde onderzoek op basis van de motie-Stoffer c.s uit te voeren en de uitkomsten hiervan met de Kamer te delen alvorens verder te gaan met de behandeling van het wetsvoorstel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 1346 (29689).
Voordat u verdergaat met uw volgende motie is er een vraag van de heer Bushoff.
De heer Bushoff (PRO):
Nog los van het feit dat heel veel mensen in Nederland zich afvragen wat er nu gebeurt met het eigen risico, heb ik altijd van de zijde van het kabinet begrepen dat daar duidelijkheid over moet zijn vóór het zomerreces. Dat zou toch betekenen dat we de verhoging van het eigen risico niet meer in 2027 kunnen invoeren? Vindt JA21 het een acceptabele oplossing dat het eigen risico niet meer per 2027 verhoogd wordt?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Daar kan ik niet zo veel over zeggen. Ik wil gewoon dat er eerst duidelijkheid is over het financiële effect voor de Nederlander. Op het moment dat we dat in kaart kunnen brengen, kunnen we volgens mij als Kamer heel goed beoordelen — overigens niet alleen deze Kamer, in de motie staat "beide Kamers" — wat nu precies het effect is en of we dit al dan niet moeten steunen. Ik wil dat gewoon eerst zien. Dit is de lijn die ik altijd heb gehouden en die ik dus ook hier met een motie vraag.
De voorzitter:
Heel kort, meneer Bushoff.
De heer Bushoff (PRO):
Heel kort dan, voorzitter. We hebben toch bij de doorrekening van het regeerprogramma al gezien wat het betekent voor heel veel mensen? Het betekent dat veel mensen, mensen met een laag inkomen, mensen met een middeninkomen, maar vooral mensen die ziek zijn, er financieel heel hard op achteruitgaan. U weet het al. Als u dat belangrijk vindt, kunt u toch ook zeggen dat u tegen de verhoging van het eigen risico bent?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik vind dat de heer Bushoff te kort door de bocht gaat. Er ligt een motie van de heer Stoffer en die wil ik gewoon eerst eventjes uitgewerkt zien. Als die informatie boven tafel is, heb ik in ieder geval een volledig plaatje en kan ik het daarna goed beoordelen. Dat is de reden voor het indienen van deze motie.
De voorzitter:
Gaat u door met de volgende motie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat colchicine als bestaand geneesmiddel na aanvullend onderzoek effectief blijkt voor bepaalde hartpatiënten, maar onvoldoende beschikbaar komt;
constaterende dat het huidige vergoedingssysteem geen tijdelijke en beperkte verhoging van de vergoedingslimiet toestaat om onderzoek, registratie en implementatie van een nieuwe indicatie terug te verdienen;
overwegende dat bewezen effectieve geneesmiddelen patiënten snel moeten kunnen bereiken;
verzoekt de regering het vergoedingssysteem zo aan te passen dat bestaande geneesmiddelen met een bewezen nieuwe indicatie tijdelijk en beperkt hoger vergoed kunnen worden, zodat middelen zoals colchicine zo snel mogelijk beschikbaar komen voor patiënten die daarvoor in aanmerking komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1347 (29689).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat opleiden en begeleiden een kerntaak is van zorg- en welzijnsorganisaties, onderdeel uitmaakt van het zorgverleningsproces en dat in het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging afspraken zijn gemaakt over structurele financiering van het opleiden van zijinstromers;
overwegende dat opname van opleidings- en begeleidingskosten in de tarieven voor wijkverpleging kan bijdragen aan continuïteit, voorspelbaarheid en lagere administratieve lasten;
verzoekt de regering om met betrokken veldpartijen, NZa, ZINL en ZN vóór het herfstreces te komen tot een voorstel om opleidings- en begeleidingskosten onderdeel te maken van de tarieven voor wijkverpleging;
verzoekt de regering daarbij erop toe te zien dat zorgverzekeraars voldoende opleidingsplaatsen inkopen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1348 (29689).
Dank u wel, mevrouw Coenradie. Tot slot geef ik het woord aan de heer El Abassi namens de fractie van DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Omwille van de tijd ga ik meteen beginnen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat steeds meer mensen noodzakelijke zorg mijden vanwege financiële drempels zoals de zorgpremie, eigen risico en eigen bijdragen;
overwegende dat zorgmijding leidt tot slechtere gezondheid en uiteindelijk hogere maatschappelijke kosten;
verzoekt de regering maatregelen te nemen om financiële drempels in de zorg daadwerkelijk te verlagen, met prioriteit voor mensen met lage inkomens, chronische aandoeningen en beperkingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1349 (29689).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat taalbarrières kunnen leiden tot ontoegankelijke zorg, miscommunicatie en gezondheidsrisico's;
overwegende dat iedereen toegang moet hebben tot begrijpelijke en passende zorg;
verzoekt de regering professionele taalondersteuning in de zorg structureel beter beschikbaar te maken voor kwetsbare groepen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1350 (29689).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mensen met een beperking of chronische ziekte door een stapeling van kabinetsmaatregelen fors meer kosten krijgen;
overwegende dat deze groep niet verder in bestaansonzekerheid mag worden gedrukt;
verzoekt de regering af te zien van maatregelen die leiden tot een verdere stapeling van kosten voor mensen met een beperking of chronische ziekte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1351 (29689).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat inkomensafhankelijke eigen bijdragen ertoe kunnen leiden dat mensen met een beperking of chronische ziekte meer gaan betalen zodra zij gaan werken;
overwegende dat werken altijd moet lonen, ook voor mensen met een beperking;
verzoekt de regering te voorkomen dat mensen met een beperking of chronische ziekte door eigen bijdragen financieel worden benadeeld wanneer zij werken of participeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1352 (29689).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat chronisch zieken en mensen met een beperking door een stapeling van kabinetsmaatregelen fors hogere kosten kunnen krijgen;
overwegende dat noodzakelijke zorg en ondersteuning voor iedereen toegankelijk en betaalbaar moet blijven;
verzoekt de regering af te zien van maatregelen die leiden tot een verdere stapeling van kosten voor chronisch zieken en mensen met een beperking, tenzij volledige compensatie is gegarandeerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1353 (29689).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer El Abassi. Daarmee komen we aan het einde van deze eerste termijn van de Kamer. Ik schors de vergadering voor tien minuten voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 21.36 uur tot 21.47 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel inclusief pakketbeheer. We zijn aangekomen bij de beantwoording en de appreciaties door de minister. Er liggen 21 moties. Ja, ja, ik denk dat de balans inmiddels in uw voordeel doorslaat, minister, ten opzichte van de staatssecretaris.
Minister Hermans:
Voorzitter, ik heb er al een klein appje aan gewijd.
De voorzitter:
Dat kan ik mij voorstellen. Gaat uw gang.
Minister Hermans:
Voorzitter. Ik begin met twee vragen van mevrouw Van Brenk. De eerste ging over de gordelroosvaccinatie; ik denk overigens dat er nog geen debat is geweest waarin ik het hier niet met mevrouw Van Brenk over heb gehad. Nu is haar vraag of ik ervoor wil zorgen dat de vaccinatiecampagne ook daadwerkelijk in 2027 gaat starten. De planning ís erop gericht om in 2027 te starten. Dat is ambitieus, maar niet onrealistisch. Het RIVM is nu bezig met een implementatieplan hiervoor en de opdracht is uitgezet; dat is mijn antwoord op de specifieke vraag. Onderdeel daarvan is het vinden van een uitvoerder, het opstellen van de medische richtlijnen en de aanschaf van de vaccins. We zetten echt alles op alles om 2027 te halen.
Dan stelde mevrouw Van Brenk mij nog een vraag over de tender voor het griepvaccin. Die is nog niet uitgezet, want het RIVM kijkt nu naar de uitvoerbaarheid en de kosteneffectiviteit en daarna kunnen we de volgende stappen zetten. Ik zal de Kamer en in het bijzonder mevrouw Van Brenk daarover op de hoogte houden.
Voorzitter. Dan kom ik bij de moties. De motie-Van Brenk op stuk nr. 1333 over het verzoek aan de regering om af te zien van het invoeren van een eigen bijdrage op de wijkverpleging valt onder de portefeuille van mijn collega Mirjam Sterk, de minister van Langdurige Zorg. Ik kan namens haar en namens het kabinet deze motie ontraden. Dit is onderdeel van een pakket aan maatregelen van dit kabinet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1333 krijgt de appreciatie: ontraden.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie-Jimmy Dijk/Dobbe op stuk nr. 1334 om met tandartsen en zorgverzekeraars over de machtigingsvoorwaarden in gesprek te gaan. Ik heb het hier in het debat met mevrouw Dobbe over gehad en ik heb toen toegezegd dat ik achter de signalen, die mij niet bekend waren, aan zou gaan. Daar wordt op dit moment naar gekeken. Ik zou daar na de zomer op terugkomen, dus ik zou willen vragen om deze motie aan te houden, of de motie is ontijdig. Ik weet dan nooit precies wat ik moet zeggen, voorzitter.
De voorzitter:
Als de heer Dijk de motie niet wil aanhouden, is die ontijdig, maar hij houdt de motie aan.
Minister Hermans:
Hij denkt erover na.
De voorzitter:
U staat net iets dichter bij de heer Dijk dan ik. De heer Dijk denkt erover na. Als de motie aanstaande dinsdag toch in stemming wordt gebracht, krijgt deze de appreciatie: ontijdig.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 1335, die gaat over het samenvoegen van de SOV- en de OVV-regeling, met daarbij de vraag of ik geen lagere tarieven wil hanteren. Ook daar is het in het debat over gegaan. Ik heb gezegd dat ik bezig ben met de vormgeving van die regeling, waarbij ik ook oog zal hebben voor de vergoedingen. Ik kan daar echter niet op vooruitlopen met toezeggingen dat dat geen lagere vergoedingen zouden zijn. Daarom moet ik de motie ontraden als de heer Dijk daar echt zo strak aan wil vasthouden en niet ... Oké, dat is zo. Dan ontraad ik 'm.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1335 krijgt de appreciatie: ontraden.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 1336 om het Zorginstituut te vragen om te onderzoeken welke effectieve behandelingen voor vrouwspecifieke en sensitieve aandoeningen zouden moeten worden toegevoegd aan het basispakket. Die motie moet ik ontraden. Het is aan het veld om behandelingen aan te reiken en te onderzoeken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1336 krijgt de appreciatie: ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1337 gaat over de tandartsen en succesvolle initiatieven zoals de tandartsbus en de schooltandarts. Onder verwijzing naar het debat moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1337 krijgt de appreciatie: ontraden.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 1338 van mevrouw Maeijer over nog een keer in gesprek gaan met de fabrikant van het middel Voxzogo. Deze motie moet ik ontraden. We hebben er vorige week in het debat bij stilgestaan. Het gesprek is al meerdere keren gevoerd. De fabrikant heeft, zeg ik tot mijn spijt, besloten het dossier niet in te dienen. Ik zie dus de toegevoegde waarde van zo'n gesprek niet in. Vorige week deed ik een oproep in het debat en ik doe dat vanaf deze plek graag nog een keer: dien het dossier in, want dan kan er een beoordeling plaatsvinden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1338 krijgt het oordeel: ontraden.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 1339, over een aparte route voor weesgeneesmiddelen. Ik kom zo ook nog op een motie van de heer Vervuurt over een effectieve route voor weesgeneesmiddelen. We hebben het er vorige week in het debat over gehad: als ik "een aparte route" mag interpreteren als "kom met een effectieve route", dan kan ik de motie oordeel Kamer geven. Als mevrouw Maeijer echt staat voor een aparte route, dan moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
Ik kijk in de richting van mevrouw Maeijer: mag de minister het op die manier interpreteren? Nee? Dan wordt het ...
Minister Hermans:
Dan is het "ontraden", ja. Dat was de motie op stuk nr. 1339, voorzitter.
Dan de motie op stuk nr. 1340, van de heer Bushoff en mevrouw Vliegenthart, over de verloskundigen en een analyse van de problemen waar verloskundigen tegenaan lopen in spoedsituaties. Die motie geef ik oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 1341, van de heer Bushoff, over of ik een einde wil maken aan het koppelen van aanvullende verzekeringen aan specifieke en duurdere basisverzekeringen. Die motie moet ik ontraden, want daar ga ik niet zelf over.
Dan de motie op stuk nr. 1342: geen bijbetaling door medicijntekorten. Daar wisselden de heer Bushoff en ik al het een en ander over in het debat vorige week. Die motie ... Ik heb hier toch wel de goede? Ja, geen extra eigen bijdrage, daar ging de motie over; excuus, voorzitter. Oordeel Kamer. Ik neem dit mee bij de herziening van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1342 krijgt oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Ik neem dat dus mee in de herziening. Dat is dus niet direct morgen geregeld. Om de verwachting …
De voorzitter:
Deze interpretatie wordt begrepen door de heer Bushoff.
Minister Hermans:
Ja, fijn.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 1343 van de heer Van Houwelingen. Dit is ook een onderwerp waar wij al menigmaal over van gedachten gewisseld hebben. Ik denk dus dat het de heer Van Houwelingen ook niet zal verbazen dat ik deze motie moet ontraden. Ik kan nog een keer de hele toelichting geven op de Wet op het bevolkingsonderzoek en de vergunning die je moet hebben voor een screening, maar ik denk dat de heer Van Houwelingen weet wat mijn redenering is.
De voorzitter:
Ik weet het niet, want de heer Van Houwelingen gaat u hier nu een vraag over stellen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik weet dat dit waarschijnlijk een mission impossible is, maar ik wil de minister, die een liberaal is, toch nog even voorleggen dat het nu gebeurt. Nederlanders gaan nu de grens over voor dit soort onderzoeken. Ze betalen dat zelf. Je vraagt je toch af, zeker als liberaal, waarom iemand dat onderzoek niet in Nederland zou kunnen laten doen als diegene zich zorgen maakt. Waarom moet diegene dan naar het buitenland? Het klinkt, zeker voor een liberaal, zo onlogisch.
Minister Hermans:
Een liberaal heeft en kijkt naar meerdere verantwoordelijkheden. Dit is er zo eentje die ik vanuit het individu geredeneerd, begrijp; dat is de insteek van de heer Van Houwelingen. Maar als minister van Volksgezondheid, en dan ook nog als minister van Volksgezondheid van liberale huize, heb ik ook een verantwoordelijkheid om te kijken naar wat dit betekent voor de collectieve uitgaven. Daar is ons hele systeem en de hele redenering van de Wet op het bevolkingsonderzoek op gebaseerd. Je hebt een vergunning nodig. Als we dit soort screeningsonderzoeken toestaan, wil ik ook weten wat daarvan de effecten op ons zorgsysteem zijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1343 krijgt de appreciatie: ontraden. Gaat u door met de motie op stuk nr. 1344.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1344 is van de heer Vervuurt. Die gaat over het stimuleren van nieuwe toepassingen van bestaande geneesmiddelen, oftewel de drug repurposing. Die motie geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1344 krijgt oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 1345 over de weesgeneesmiddelen en een effectieve route. Ik zei net al in reactie op de motie van mevrouw Maeijer dat ik met deze formulering, met dit dictum, de motie op stuk nr. 1345 oordeel Kamer geef.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1345 krijgt oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1346, van mevrouw Coenradie en de heer Van Dijk, gaat over het eigen risico en het moment van behandeling. Vanochtend is de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel naar de Kamer gestuurd. In dat verslag is mij een heel aantal vragen gesteld over de motie-Stoffer, waarnaar mevrouw Coenradie ook in haar motie verwijst. Er wordt gewerkt aan die analyse. Dat is de motie die het kabinet vraagt om de effecten van de stapeling van de verschillende maatregelen in beeld te brengen. Dat is best een complexe analyse. We verwachten die na de zomer af te hebben. Ik begrijp goed dat er behoefte is om dat in samenhang te kunnen bezien. Dat gezegd hebbende, kan ik deze motie dus oordeel Kamer geven, of in elk geval het verzoek dat mij gedaan wordt.
Ik wil daar wel iets bij zeggen, want ik zie de heer Bushoff al gaan staan. Ik hoorde net ook de vraag die hij aan mevrouw Coenradie stelde. Misschien kan ik dus alvast iets zeggen over de planning. De heer Bushoff verwees terecht naar dingen die ik eerder geschreven en gezegd heb, ook over de timing. Het ideale proces is dat wij voor de zomer dat wetsvoorstel met elkaar zouden behandelen, want dit is een onderdeel van een zorgvuldig proces dat we met elkaar doorlopen. Verzekeraars kunnen hierdoor uiteindelijk de premies vaststellen en wij de ministeriële regeling die de risicovereveningsbijdrage vaststelt. Ik moet die ministeriële regeling conform de Zorgverzekeringswet uiterlijk op 1 oktober vaststellen. Het eigen risico is een parameter voor het berekenen van het totaalbedrag van die risicoverevening. Mijn uiteindelijke harde deadline is 1 oktober, maar voor het reguliere zorgvuldige proces zou je dan in de zomer die duidelijkheid moeten hebben. Met het oog op het reces zou dat dus voor het zomerreces zijn geweest. De vragen gehoord en gelezen hebbende en met de ruimte die ik net schetste, geef ik deze motie oordeel Kamer. Vanuit VWS zal alles op alles worden gezet om het proces in goede banen te leiden.
De heer Bushoff (PRO):
Ik vind het wel echt een heel raar figuur dat gewoon om 22.00 uur op zo'n belangrijk onderwerp zo'n enorme verandering plaatsvindt in het beleid van het kabinet. Op bladzijde 18 van de memorie van toelichting bij de wet zelf staat namelijk heel duidelijk: "(...) de parlementaire behandeling van voorliggend wetsvoorstel moet zijn afgerond voor de zomerrecessen van de Kamers, dat wil zeggen uiterlijk begin juli 2026." Deze minister wist al heel lang dat de motie-Stoffer was aangenomen. Toch schreef ze dit op in de memorie van toelichting en hield ze dit beide Kamers meermaals voor. Nu opeens, uit het niets — misschien niet helemaal uit het niets; ik kijk naar JA21 en SGP om te zien wat daarachter zit — kan het toch later. Wat speelt daar, vraag ik de minister.
Minister Hermans:
Ik schetste net al wat het reguliere zorgvuldige proces is. Dat is dat hele proces om tot de berekening van die premies te komen, dat al in het najaar van het voorafgaande ... Nou ja, om het nou helemaal ingewikkeld te maken ... Het is afgelopen november al gestart en je bent ongeveer anderhalf jaar bezig. Vooral de berekening om tot die risicoverevening te komen, vraagt echt een zorgvuldig proces. Ik realiseer me ook dat dit kabinet, dat eind februari is aangetreden, met een ambitieus pakket aan hervormingen in zorg en sociale zekerheid is gekomen. Daar wordt nu aan gewerkt. Dat heeft bij de regeringsverklaring geleid tot de motie-Stoffer. Daar wordt ook hard aan gewerkt, maar die analyse is best wel complex. Hoe die precies vorm krijgt en eruit komt te zien, hangt ook weer af van vormgeving en maatvoering van een aantal van die maatregelen uit dat coalitieakkoord, waar ik net aan refereerde. Ik begrijp de wens dus. Die heb ik gezien in al die vragen die gesteld zijn in de nota naar aanleiding van het verslag. Ik meen dat door de heer Bushoff ook dergelijke vragen zijn gesteld. Nogmaals, die begrijp ik. Vanuit dat begrip heb ik gezocht naar waar wij de maximale ruimte kunnen geven, wetende dat 1 oktober een deadline is die in de Zorgverzekeringswet staat, waar ik mij natuurlijk aan moet houden.
De voorzitter:
De heer Bushoff heeft een korte vervolginterruptie.
De heer Bushoff (PRO):
Ja, heel kort en tot slot, voorzitter. Ik hoorde veel woorden, maar geen antwoord op de vraag: wat speelt hier? Ik vraag het dus maar gewoon heel helder, om ook een heel helder antwoord te krijgen. Heeft deze minister op dit moment al contact met JA21 en de SGP over het later behandelen van het wetsvoorstel om het eigen risico te verhogen en over eventuele steun van deze partijen daarvoor?
Minister Hermans:
Ik ben op dit moment niet aan het onderhandelen over een wetsvoorstel, of een pakket, of wat dan ook. U weet dat ik koffiedrink met iedereen hier in de Kamer. Dat doe ik ook graag, omdat ik er echt van overtuigd ben dat het belangrijk is dat we tot een aantal maatregelen — ik moet zeggen: hervormingen — in de zorg komen. Een heel aantal partijen hebben vragen gesteld over de motie-Stoffer en wanneer die motie … Nee, niet wanneer. Ik moet zeggen: over hoe dat eruitziet. U kunt het verslag erop naslaan. Ik heb antwoord gegeven op die vragen. Vanuit die lijn heb ik ook mijn reactie op de zojuist ingediende motie gegeven.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Vindt de minister zelf dat dit goed gaat?
Minister Hermans:
Op het moment dat er een verzoek wordt neergelegd vanuit de Kamer met een vraag die ik begrijp, vind ik dat je daar met open vizier naar moet kijken. Dat heb ik gedaan. Natuurlijk heb ik overlegd in het kabinet, ook met de collega's van Sociale Zaken, omdat de motie-Stoffer ook hen raakt. Daar waar je met elkaar tot samenwerking en tot afspraken kan komen, ook in de processen, vind ik dat je dat altijd moet doen. Dat is dus mijn insteek.
De voorzitter:
Meneer Dijk, tot slot.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind helemaal niet dat dit goed gaat. Ik vind dat het echt bizar slecht gaat. Ik vind het ook echt een schoffering van al die mensen die hebben gehoord dat het eigen risico wordt verhoogd door dit kabinet, die zien dat daar niet of nauwelijks een meerderheid voor te krijgen is en die de stuipen op het lijf worden gejaagd omdat zij zo meteen de kosten niet meer kunnen dragen. De minister krijgt het dan voor elkaar om in een debat als dit even allerlei eigen procedures opzij te schuiven, omdat ze moet gaan onderhandelen met dát deel van de Kamer. Ik wil hier tegen de minister zeggen — dat is een oordeel van mij — dat ik het schandalig vind hoe u omgaat met mensen die hun zorgkosten niet kunnen dragen. Ik vind het absurd dat een partij als JA21 hier zomaar in meegaat. Zij zijn degenen die dit kunnen tegenhouden. Zij zijn degenen die ervoor hadden kunnen zorgen dat het eigen risico voor mensen vanaf 1 januari 2027 niet omhoog zou gaan. Zij zijn degenen die dit kabinet en deze minister de gelegenheid geven om via deze rommelige procedure mensen in de penarie te helpen met een hoger eigen risico.
De voorzitter:
Uw punt is helder. De minister.
Minister Hermans:
Het kabinet werkt aan de uitwerking van de motie-Stoffer, die ons bij de regeringsverklaring heeft gevraagd om de stapelingseffecten van de verschillende maatregelen in kaart te brengen. Dat doen wij nu zorgvuldig, omdat ik dat een hele terechte motie vond. Ik vind het ook een terechte vraag om dat te betrekken bij de behandeling van dit wetsvoorstel.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik vind het bizar. Het is 22.05 uur. Volgens mij is de minister al maanden aan het werken aan de uitvoering van de motie-Stoffer. Het wetsvoorstel waar we het nu over hebben, is niet in consultatie geweest. Tijdens de procedurevergadering was aan de orde dat we met stoom en kokend water geloof ik binnen twee weken de vragen hierop moesten aanleveren. En nu zegt u om 22.05 uur dat we het eigenlijk toch met alle gemak even een paar maanden nog opzij kunnen schuiven. Ik vind dat echt absurd en ik kan me ook niet voorstellen dat hier niet iets anders achter zit dan even de zorgvuldigheid van de uitwerking van de motie-Stoffer. Volgens mij is de conclusie gewoon dat erover wordt gepraat. JA21 laat zich gewoon gebruiken voor een verhoging van het eigen risico. Ik vind dit echt absoluut niet kunnen. Ik heb verder eigenlijk geen vragen, want ik krijg waarschijnlijk toch geen ander antwoord van de minister.
Minister Hermans:
Ik heb volgens mij geschetst dat dit echt wel iets vraagt van alle partijen die betrokken zijn bij het berekenen van de risicoverevening op dat totaalbudget. Dit zet echt in die zin druk op dat proces. Ik realiseer me ook dat het voor iedereen belangrijk is om hier zo snel mogelijk duidelijkheid over te hebben. Maar ik snap ook dat om een goede weging te maken om die duidelijkheid te kunnen geven, je ook zicht wil hebben op de samenhang van die verschillende maatregelen en de stapeling van die effecten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1346 kreeg oordeel Kamer. Ik wil u vragen te continueren met de motie op stuk nr. 1347.
Minister Hermans:
Zeker. De motie op stuk nr. 1347, van mevrouw Coenradie, gaat over het middel — hopelijk spreek ik de naam ervan goed uit — colchicine. Deze kan ik oordeel Kamer geven. Dit zal ik meenemen in de herziening van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem, dezelfde voorziening als waar ik bij de motie van de heer Bushoff naar verwees.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1347: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Ja, de motie op stuk nr. 1347: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1348 gaat over voldoende opleidingsplaatsen inkopen en een investeringsakkoord wijkverpleging. Deze is ook van mevrouw Coenradie. Ik zou haar via u, voorzitter, willen vragen om deze motie aan te houden tot het tweeminutendebat over de eerstelijnszorg, dat nog komt. Daar zal ook de minister van Langdurige Zorg bij aanwezig zijn. Zij kan hier een appreciatie van geven, want dit ligt echt op haar terrein. Ik zou dat even aan haar willen overlaten.
De voorzitter:
Oké. Het oordeel wordt uitgesteld. Mevrouw Coenradie is het daarmee eens.
Op verzoek van mevrouw Coenradie stel ik voor haar motie (29689, nr. 1348) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1349, van de heer El Abassi, om maatregelen te nemen om financiële drempels in de zorg daadwerkelijk te verlagen. Ik zou de heer El Abassi willen vragen om die motie aan te houden tot die analyse van de motie-Stoffer, waar we het zojuist over hadden, in de Kamer ligt. Dat is dus mijn verzoek aan de heer El Abassi.
De voorzitter:
De heer El Abassi is het daar niet mee eens.
Minister Hermans:
Dan is de motie op dit moment ontijdig en moet ik die ontraden. We zijn namelijk nog met de uitwerking van die motie bezig. We hebben in het regeerakkoord een envelop van 350 miljoen. Dat is allemaal onderhanden werk, zou ik willen zeggen. Op dit moment moet ik 'm dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1349 krijgt de appreciatie: ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1350, ook van de heer El Abassi: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1350: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1351 verzoekt de regering af te zien van maatregelen die leiden tot een verdere stapeling van kosten voor mensen met een beperking of een chronische ziekte. Ik breng die stapeling nu in beeld, net als wat wij doen met die envelop van 350 miljoen waar ik net naar verwees. Tegelijkertijd is het ook zo dat een aantal maatregelen nodig is om onze zorg ook in de toekomst toegankelijk te houden. Deze motie vraagt mij eigenlijk om af te zien van maatregelen. Dat kan ik niet doen, dus ik moet deze ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1351: ontraden
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1352 verzoekt de regering te voorkomen dat mensen met een beperking of een chronische ziekte door eigen bijdragen financieel worden benadeeld wanneer zij werken of participeren. Onder andere door deze vraag, brengen we die stapelingseffecten in beeld. Ik denk dat de heer El Abassi ook deze motie niet wil aanhouden, maar misschien is dat een aanname. Ik zou dat moeten vragen. Is de heer El Abassi bereid om deze motie aan te houden? Nee. Voorzitter, dan moet ik 'm ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1352: ontraden.
Minister Hermans:
Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 1353.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1353: ontraden. Minister, "ontijdig" is overigens ook een mogelijke appreciatie. Daarmee bent u aan het eind gekomen van de appreciatie van de moties. Bent u ook aan het einde van uw termijn?
Minister Hermans:
Ja.
De voorzitter:
Oké. Dan was dit het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel inclusief pakketbeheer.
De beraadslaging wordt gesloten.