Stenogram : Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico's voor omwonenden van geitenhouderijen
29 Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico's voor omwonenden van geitenhouderijen
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 84
Te raadplegen sinds
2026-09-16Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier28973Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 84
Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico's voor omwonenden van geitenhouderijen
Aan de orde is het tweeminutendebat Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico's voor omwonenden van geitenhouderijen (28973, nr. 300).
De voorzitter:
Ik wil graag met gezwinde spoed verder, want we lopen helemaal uit vanavond, met het tweeminutendebat Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico's voor omwonenden van geitenhouderijen.
Ik wil als eerste het woord geven aan mevrouw Wiersma, namens de fractie van de BBB. Ga uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Ik heb ook hierover een tweetal moties, die ik mag indienen voor Caroline van der Plas. De eerste luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Gezondheidsraad adviseert om afstandsnormen rondom geitenhouderijen te hanteren zolang onvoldoende duidelijk is welke emissies verantwoordelijk zijn voor het gevonden verband tussen geitenhouderijen en longontstekingen en welke maatregelen effectief zijn om deze emissies te reduceren;
constaterende dat de geitensector werkt aan onderzoek naar emissiereducerende maatregelen en de implementatie daarvan;
overwegende dat tijdelijke maatregelen niet ongemerkt permanent beleid mogen worden;
verzoekt de regering vooraf vast te leggen dat afstandsnormen rond geitenhouderijen worden heroverwogen en beëindigd zodra voldoende is aangetoond welke maatregelen effectief zijn en deze maatregelen aantoonbaar zijn geïmplementeerd, waarbij het voortbestaan van deze afstandsnormen niet afhankelijk wordt gemaakt van het op dat moment al aantoonbaar afnemen van het aantal geregistreerde longontstekingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 301 (28973).
Mevrouw Wiersma (BBB):
En de volgende luidt zo.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de pluimveesector via een sectorplan fijnstof en gerichte maatregelen nabij gevoelige locaties gezondheidsrisico's heeft verminderd zonder aanvullende generieke afstandsnormen;
overwegende dat een vergelijkbare aanpak mogelijk ook voor de geitensector perspectief kan bieden;
verzoekt de regering samen met de geitensector te onderzoeken hoe de aanpak van het sectorplan fijnstof uit de pluimveehouderij kan worden toegepast binnen de geitenhouderij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 302 (28973).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dat zei ik correct. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat zei u correct. Dan gaan we door met mevrouw Ouwehand, namens de fractie van de Partij voor de Dieren. Ga uw gang.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank. Ik ga precies het tegenoverstelde betogen van mevrouw Wiersma, want de volksgezondheid moet wél vooropstaan. En juist als het gaat om de geitenhouderij heeft de Nederlandse overheid iets goed te maken, want er zijn nog steeds mensen die kampen met de gevolgen van Q-koorts. Omdat we te laat hebben ingegrepen en mensen niet hebben gewaarschuwd voor de gezondheidsgevaren, hebben we nu de extra dure plicht om het voorzorgbeginsel leidend te laten zijn. Onze concrete vraag is dit. We krijgen, als het goed is, volgende week de eerste plannen van het kabinet voor het aanpakken van de problemen die de veehouderij veroorzaakt voor de natuur. Gaat in die integrale analyse en de maatregelen die we krijgen, een plan zitten om de problemen die de geitenhouderij voor de volksgezondheid veroorzaakt ook op te lossen? Die afstandsnormen die zijn geadviseerd, zijn er niet voor niets. En het kan niet zo zijn dat we ervoor kiezen om geitenhouderijen te laten zitten, terwijl die ruimte nodig is om mensen een dak boven hun hoofd te geven, maar dan wel graag veilig, zonder risico's voor hun gezondheid.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik wou graag van mevrouw Ouwehand weten of zij erkent dat er geen enkele relatie is tussen Q-koorts en het probleem dat nu voorligt, of de uitdaging die nu voorligt. Dus dat ze dat hardop zegt, want die relatie wordt hier getrokken en dat zou echt een hele verkeerde indruk kunnen wekken.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is zeker niet de bedoeling, dus het is goed dat mevrouw Den Hollander deze vraag stelt. We hebben vanwege Q-koorts een dure plicht om het voorzorgbeginsel en de volksgezondheid altijd voorop te stellen. Wat we nu weten over de geitenhouderijen, is dat die voor omwonenden een verhoogd risico geven op longontstekingen. Dat leidt ieder jaar tot honderden ziekenhuisopnamen en tot onnodige sterfgevallen. Dat gaat in dit geval over het risico op longontsteking. Q-koorts is gelukkig geen acuut risico meer, maar er wonen in Brabant nog steeds mensen die nog altijd last hebben van de Q-koorts die ze hebben opgedaan. Het leven van die mensen is dramatisch veranderd. Ze kunnen niet meer werken en hebben altijd gezondheidsklachten. Een aantal van die mensen is nooit meer beter geworden.
Daarom vind ik het van belang om te benadrukken dat we, als er nieuwe aanwijzingen zijn dat de volksgezondheid gevaar loopt, in dit geval door een hoger risico op longontsteking, niet nog een keer de fout maken om daar te gemakzuchtig over te doen. De volksgezondheid komt op één en het voorzorgsprincipe komt op één. Als er een klem is met de afstandsnormen, gaat het bouwen van woningen en het veilig wonen van mensen wel voor het economisch belang van een geitenhouderij. Dat is ons pleidooi.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand. Dan gaan we door met de bijdrage van mevrouw Podt van D66. Zij ziet daarvan af. Dan gaan we naar mevrouw Den Hollander van de VVD.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Ik zal eerst een motie indienen en daarop in de tijd die mij nog rest, een korte toelichting geven.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat:
-de VGO-onderzoeken een belangrijke rol spelen bij beleidsvorming rondom de geitenhouderij en de gezondheid van omwonenden;
overwegende dat:
-transparantie, onafhankelijke toetsbaarheid en wetenschappelijke reproduceerbaarheid bijdragen aan het maatschappelijk vertrouwen in onderzoek en beleid;
-nieuwe wetenschappelijke inzichten aanleiding kunnen geven om beleidsmaatregelen nader te onderbouwen, aan te passen of te actualiseren;
verzoekt het kabinet om:
-als uitgangspunt te blijven hanteren dat, binnen de geldende onderzoeksvoorwaarden en relevante regelgeving zoals die ten aanzien van privacy, onafhankelijke onderzoekers open en transparante toegang kunnen krijgen tot de relevante data en informatie van de VGO-onderzoeken, zodat zij bestaande analyses kunnen toetsen en heranalyseren;
-te zorgen voor een transparant monitoringsproces met duidelijke evaluatiecriteria,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Hollander en Grinwis.
Zij krijgt nr. 303 (28973).
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. De aanleiding voor deze motie is dat het kabinet bezig is met een impactanalyse van de maatregelen die het gaat nemen. De VVD is ook van mening dat het gezondheidseffect bovenaan staat, dus dat punt delen wij met onder andere de fractie van de Partij voor de Dieren. We merken echter wel dat er soms ook discussie ontstaat over de onderzoeken. Dat wil je graag uit de weg hebben, om te voorkomen dat het een eigen leven gaat leiden. Daarom denken we dat het verstandig is om open en transparante toegang te verlenen tot die gegevens, zodat daarop, mocht daaraan behoefte zijn, een herevaluatie kan plaatsvinden en er geen maatregelen worden genomen die niet wenselijk zijn. Dat is het kabinet overigens ook aan het doen, dus wij steunen het kabinetsbeleid, maar wel met deze aanname erbij.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Den Hollander. Er zijn drie moties ingediend. Ik heb begrepen dat de bewindslieden vijf minuten nodig hebben om de appreciatie voor te bereiden.
De vergadering wordt van 21.08 uur tot 21.14 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico's voor omwonenden van geitenhouderijen. Er zijn drie moties ingediend. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris één motie doet en de minister twee moties. Zo trekken we het weer een beetje recht ten opzichte van het vorige debat. Ik geef het woord aan de staatssecretaris van LVVN, de heer Erkens.
Staatssecretaris Erkens:
Mevrouw Hermans krijgt vanavond waarschijnlijk nog flink wat moties en trekt die overige achttien moties vast nog bij.
De motie op stuk nr. 302 van mevrouw Wiersma vraagt om met de geitensector te kijken hoe de aanpak van het sectorplan fijnstof uit de pluimveehouderij past binnen de geitenhouderij. Ik ben bereid om die oordeel Kamer te geven, met daarbij de opmerking dat in de constatering staat dat het zonder afstandsnorm is. Die afstandsnorm werken we uiteraard parallel ook uit. Ik kan de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 302 krijgt: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Erkens:
Dan een vraag van mevrouw Ouwehand: komt volgende week in de brief van het kabinet over natuur ook de geitenhouderij? Nee, die komt niet in die brief, maar wel voor de zomer.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan minister Hermans.
Minister Hermans:
Dank. Ik had die vraag van mevrouw Ouwehand ook genoteerd, maar dat antwoord is zojuist gekomen. Nee, dat was hetzelfde antwoord. Dat was even een test.
Dan kom ik direct bij de motie op stuk nr. 301 van mevrouw Wiersma. Zoals gezegd werken wij in het kabinet aan een maatregelenpakket om de gezondheidsrisico's rondom geitenhouderijen te beperken. Deze motie is dus ontijdig. Daarbij merk ik op dat ik het tweede deel van de motie lastig vind, omdat hier op basis van aannames het gezondheidspunt naar de achtergrond wordt geduwd, terwijl we nou juist bezig zijn om die gezondheidsrisico's aan te pakken. Maar alles bij elkaar, omdat we nog aan het pakket werken, is de motie ontijdig.
De voorzitter:
Mevrouw Wiersma, wilt u de motie in stemming brengen met de appreciatie "ontijdig"? Ja, de motie wordt in stemming gebracht met de appreciatie "ontijdig". Dat kan.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 303 van mevrouw Den Hollander en de heer Grinwis. Die motie kan ik oordeel Kamer geven. Er is veel onderzoek gedaan. Er ligt gedegen onderzoek van de Gezondheidsraad, maar ik kan deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 303 krijgt oordeel Kamer. En dan zie ik mevrouw Wiersma, misschien toch nog over de motie op stuk nr. 301?
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dit gaat over de motie op stuk nr. 303. Een jaar geleden heeft mijn partij, mevrouw Van der Plas, een motie met exact dezelfde strekking ingediend. Daar kan de minister niets aan doen, maar wel de partij die haar levert. Die heeft toen tegen de motie gestemd, evenals een andere kabinetspartij, D66 in dit geval. Ik wil graag van de minister weten of er in de tussentijd misschien iets gewijzigd is waardoor er hierover andere inzichten zijn ontstaan.
Minister Hermans:
Ik heb op basis van wat ik denk dat kan een motie geapprecieerd die ik hier voor mij heb liggen, dus binnen de geldende onderzoeksvoorwaarden en de relevante regelgeving ten aanzien van privacy. Dat is voor mij cruciaal om de motie oordeel Kamer te geven. Wat de overwegingen vorig jaar zijn geweest van de VVD-fractie om die motie op dat moment niet te steunen, weet ik niet. Daar heb ik geen oordeel over.
De voorzitter:
Dat had net per interruptie gekund bij het indienen van de motie. Dat begrijp ik helemaal. Bent u daarmee aan het einde van uw beantwoording?
Minister Hermans:
Zeker.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen we daarmee aan het einde van het tweeminutendebat Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico's voor omwonenden van geitenhouderijen.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De moties komen aanstaande dinsdag in stemming.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.