Stenogram : Dieren in de veehouderij en NVWA
28 Dieren in de veehouderij en NVWA
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 84
Te raadplegen sinds
2026-09-16Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier28286Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 84
Dieren in de veehouderij en NVWA
Aan de orde is het tweeminutendebat Dieren in de veehouderij en NVWA (CD d.d. 23/04).
De voorzitter:
We gaan door met het tweeminutendebat Dieren in de veehouderij. Ik heet de staatssecretaris van LVVN, de heer Erkens, van harte welkom. Ik zie dat mevrouw Ten Hove namens Groep Markuszower bij de interruptiemicrofoon staat. Gaat uw gang.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik heb niet mee kunnen doen aan het commissiedebat. Ik zou graag toch willen deelnemen aan het tweeminutendebat, als de commissie dat goedvindt.
De voorzitter:
Ik zie dat de Kamer daar geen bezwaar tegen heeft, dus ik zet u op de lijst.
Er zijn maar liefst elf sprekers. Ik begin met mevrouw Den Hollander. Gaat uw gang.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties, dus ik ga even de versnelling erin gooien.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat:
-boeren die richten op een dierwaardige veehouderij vaak positieve effecten hebben op bodemgezondheid en milieu;
-koplopers behoefte hebben aan financiële zekerheid, oftewel een verdienmodel voor hun product;
-er een gebrek is aan juridische ruimte voor innovaties en eerlijke concurrentievoorwaarden om integrale, dierwaardige systemen te realiseren;
verzoekt het kabinet:
-te kijken naar het versoepelen van regels die de innovaties voor het verbeteren van dierenwelzijn in de weg staan;
-te zorgen voor vergunningen voor het realiseren van verbeteringen in dierenwelzijn, zoals buitenlopen en alternatieve huisvesting;
-te komen met een langetermijnvisie voor een duidelijk en stabiel beleid van de overheid richting 2040, zodat koplopers weten dat hun investeringen toekomstbestendig zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Den Hollander.
Zij krijgt nr. 1438 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat:
-het vervoer van (sport)paarden fundamenteel verschilt van transport in de veehouderij;
-deze omstandigheden maken dat het welzijn van paarden tijdens transport al in hoge mate is geborgd;
-de maatregel directe gevolgen kan hebben voor organisatie van evenementen in Nederland en besluitvorming van internationale bonden over toewijzing van wedstrijden, waarmee het voorstel de positie van Nederland als paardensportland raakt;
verzoekt het kabinet:
-de voorgenomen beleidsregel niet generiek toe te passen op paarden;
-paarden die niet bestemd zijn voor de slacht uit te zonderen van de verlaging naar 30 graden Celsius,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Den Hollander.
Zij krijgt nr. 1439 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat:
-de gewijzigde Wet dieren vraagt om een helder eindbeeld van dierwaardigheid in 2040, op basis waarvan houderijsystemen kunnen worden ontworpen en gevalideerd;
-de ontwerp-AMvB Dierwaardige Veehouderij die helderheid niet biedt door normen voor gedragsbehoeften van gehouden diersoorten open te laten;
overwegende dat:
-banken, boeren, stalbouwers en andere ketenpartijen baat hebben bij heldere voorschriften waar houderijsystemen in 2040 aan moeten voldoen;
-open normen slecht handhaafbaar zijn en leiden tot onvoorspelbaarheid voor ondernemers;
verzoekt de regering de normen over de gedragsbehoeften van gehouden diersoorten in de AMvB Dierwaardige Veehouderij te voorzien van concrete, objectief meetbare en handhaafbare criteria, zodat rechtszekerheid voor ondernemers en een effectieve uitvoering en handhaving worden geborgd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Den Hollander.
Zij krijgt nr. 1440 (28286).
Dat was inderdaad op de turbo. Maar u bent toch nog niet klaar, want er is een interruptie van de heer Graus.
De heer Graus (PVV):
Even wat die sportpaarden betreft: er zijn natuurlijk sportpaarden die worden getransporteerd in geairconditioneerde voertuigen, maar er zijn er ook die gewoon in een aanhangwagentje worden vervoerd in de hitte. Dat zijn ook sportpaarden. Ik hoorde mijn collega niets zeggen over de eisen die dan worden gesteld aan het transport van sportpaarden.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
In de nieuwe Transportverordening wordt sowieso een uitzondering gemaakt voor de geairconditioneerde wagens. Op het moment dat het vervoer gekoeld kan plaatsvinden, dan mag ook gewoon transport naar de slacht plaatsvinden volgens de nieuwe voorschriften. Maar juist voor paarden is er altijd water beschikbaar in de wagen en is er vaak een veterinaire keuring voor de wedstrijd. Die dieren worden dus bekeken, hebben een waarde en moeten ook nog een doel dienen, namelijk een wedstrijd winnen. Daar wordt op een dusdanig andere manier naar gekeken en mee omgegaan dat wij het verantwoord vinden om een uitzondering te maken voor vervoer van paarden die niet naar de slacht gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we door met mevrouw Beckerman namens de fractie van de SP. Goedenavond. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedenavond. Bij het debat hebben wij een groot punt gemaakt over de vondst van asbest in speelzand voor kinderen, waar de NVWA toezichthouder op is. Wij hebben daar drie voorstellen op.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat geaccrediteerde laboratoria onlangs zorgelijke hoeveelheden asbest hebben geconstateerd in kinderspeelgoed, maar de NVWA op basis van onderzoek van derden geen actie kan ondernemen;
overwegende dat het onwenselijk is dat consumenten onnodig lang moeten wachten op handhaving;
verzoekt de regering de wet dusdanig aan te passen dat toezichthouders kunnen handhaven op basis van onderzoek van derden, mits uitgevoerd door in de EU geaccrediteerde laboratoria,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1441 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de verantwoordelijkheid voor productveiligheid in Europese wetgeving bij producenten en importeurs is belegd;
constaterende dat bedrijven op dit moment zelf invulling mogen geven aan hoe ze dit naleven en daardoor in de meeste gevallen niet daadwerkelijk hoeven aan te tonen dat hun producten asbestvrij zijn;
overwegende dat zolang dit zo is, met asbest vervuilde producten wijd verkrijgbaar zullen blijven;
verzoekt de regering zich met andere landen in te zetten voor een aanpassing van Europese wetgeving die fabrikanten en importeurs van minerale producten die van nature asbest kunnen bevatten zoals (speel)zand, natuursteen, talk enzovoort opdraagt om voortaan middels representatieve analyses door geaccrediteerde Europese laboratoria aan te tonen dat hun producten daadwerkelijk asbestvrij zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1442 (28286).
Mevrouw Beckerman (SP):
De laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een EU-meldsysteem (Safety Gate) bestaat waarin EU-lidstaten elkaar kunnen waarschuwen wanneer asbesthoudende en andere schadelijke producten aangetroffen worden;
overwegende dat er landen buiten de EU zijn met gelijkaardige wet- en regelgeving voor asbest waar regelmatig asbest gevonden wordt in producten die ook in de EU wijd verkrijgbaar zijn;
overwegende dat asbesthoudende producten sneller gedetecteerd kunnen worden als dergelijke landen ook op het EU-meldsysteem aangesloten worden;
verzoekt de regering zich met andere landen binnen de EU in te spannen om landen met gelijkaardige wet- en regelgeving voor asbest te laten aansluiten op het EU-meldsysteem,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1443 (28286).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. Fijne avond nog.
De voorzitter:
U ook een fijne avond, mevrouw Beckerman. Dank u wel. Dan ga ik door met mevrouw Podt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Podt (D66):
Dank u wel, voorzitter, en goedenavond.
De voorzitter:
Goedenavond.
Mevrouw Podt (D66):
Twee moties over veeverzamelplaatsen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat blijkt dat bij veeverzamelplaatsen herhaaldelijk ernstig dierenleed en dierenmishandeling plaatsvindt;
constaterende dat de NVWA erkent dat deze sector structureel de wet niet naleeft en steeds de ruimte opzoekt;
overwegende dat het toezicht bij verzamelplaatsen ondermaats is terwijl meer toezicht dierenleed kan voorkomen;
overwegende dat veelvuldige overtreders beter in beeld komen als er preventief verscherpt toezicht is;
verzoekt de regering om te zorgen voor een juridische basis waarop cameratoezicht op veeverzamelplaatsen verplicht gesteld kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Podt.
Zij krijgt nr. 1444 (28286).
Mevrouw Podt (D66):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bestaande erkenningsregelingen voor verzamelcentra en kalverhandelaren geen expliciete eisen bevatten ten aanzien van dierenwelzijn of concrete welzijnsnormen, en dat indirecte verwijzingen naar NVWA-eisen en certificering via Vitaal Kalf onvoldoende duidelijkheid bieden;
overwegende dat misstanden bij veeverzamelplaatsen keer op keer blijven voorkomen;
verzoekt de regering te onderzoeken of wettelijke criteria voor veeverzamelplaatsen, gericht op faciliteiten, kennis en protocollen, kunnen bijdragen aan het voorkómen van misstanden;
verzoekt de regering daarbij te betrekken in hoeverre huidige NVWA-kaders en private certificeringssystemen zoals Vitaal Kalf voor veeverzamelplaatsen voldoende zijn dan wel aanvulling behoeven, en de Kamer hierover vóór het einde van het jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Podt.
Zij krijgt nr. 1445 (28286).
Dank u wel, mevrouw Podt. Dan gaan wij door naar mevrouw Wiersma namens de fractie van de BoerBurgerBeweging, ofwel de BBB. Gaat uw gang,
Mevrouw Wiersma (BBB):
Wat doet u dat chic, voorzitter. Ik heb weer een hele stapel moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat sinds de overgang van Ondersteunend Medewerker Toezicht (OMT) naar de NVWA signalen bestaan van verminderde capaciteit en flexibiliteit in de keuringspraktijk, een situatie waarvoor Berenschot, KPMG en Deloitte vooraf gewaarschuwd hebben;
overwegende dat uitval van toezicht direct gevolgen heeft voor slachtprocessen, voedselketens en dierenwelzijn;
verzoekt de regering op korte termijn maatregelen te treffen om de inzetbaarheid en flexibiliteit van OMT te vergroten, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 1446 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat slachterijen afhankelijk zijn van tijdige NVWA-keuringen en dat capaciteitsproblemen bij de NVWA leiden tot vertraging, stilleggingen en risico's voor dierenwelzijn;
overwegende dat het borgen van voldoende keuringscapaciteit een verantwoordelijkheid van de overheid is;
verzoekt de regering met spoed maatregelen te treffen om de continuïteit van NVWA-keuringen te waarborgen, en de Kamer te informeren over hoe het structurele tekort aan keuringscapaciteit duurzaam kan worden opgelost,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 1447 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen (35746, nr. 25) over dat er een onafhankelijke autoriteit dierwaardige veehouderij moet komen;
constaterende dat in artikel 2.3a, vierde lid van de Wet dieren is bepaald dat een langere overgangstermijn mogelijk is met het oog op "een redelijke overgangstermijn gericht op het door houders van dieren kunnen terugverdienen van investeringen die noodzakelijk zijn om aan die regels te voldoen";
overwegende dat het realiseren van een dierwaardige veehouderij afhankelijk is van randvoorwaarden zoals verdienvermogen, financiering, vergunningverlening en een gelijk speelveld;
verzoekt de regering de onafhankelijke autoriteit dierwaardige veehouderij te laten adviseren of aan de noodzakelijke randvoorwaarden wordt voldaan voordat nieuwe verplichtingen uit de AMvB Dierwaardige Veehouderij in werking treden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 1448 (28286).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Tot slot heb ik nog één vraag aan de staatssecretaris. Wordt de capaciteit van het slachttoezicht bij de NVWA in de nacht ook geregeld, gezien de temperatuurregels die de staatssecretaris wil doorvoeren?
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wiersma. Dan gaan we over naar mevrouw Ouwehand namens de fractie van de Partij voor de Dieren. Goedenavond, mevrouw Ouwehand.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mag ik 'm niet laten zien?
De voorzitter:
Eigenlijk niet.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan leg ik 'm weer neer, want u bewaakt hier de orde. Ik kan wel voorlezen wat er in dat plan zou moeten staan. Ik heb ook al Kamervragen gesteld een aantal weken geleden. Ik heb helaas nog geen antwoord gekregen, maar ik hoop heel erg dat de staatssecretaris werkt aan structureel minder dieren in stallen, dat dieren naar buiten moeten kunnen om zich te kunnen verkoelen in bijvoorbeeld modderbaden, altijd beschutting in de wei, geen transport op warme dagen en een einde aan de files van wagens vol met dieren bij slachthuizen.
Nu heeft de staatssecretaris doorgezet met de langgekoesterde wens van de Tweede Kamer om de maximumtemperatuur voor diertransporten te verlagen. Dat is goed. Ik ben daar blij mee, maar het is wel pijnlijk dat die maatregel volgend voorjaar pas ingaat. De staatssecretaris heeft gezegd: ik vind dat de sector zich moet voorbereiden op hitte, minder dieren in stallen. Heeft hij daar al een terugkoppeling van, want de hitte is dus nu. En als het gaat om de beschutting in de weide, kan ik hem zeggen dat hij de volle steun heeft van de Tweede Kamer. Die heeft namelijk in meerderheid al bijna drie jaar geleden een motie aangenomen die zegt: laten we dat landelijk regelen.
Ik spreek hier dus de hoop uit dat ik snel antwoord krijg op de Kamervragen en dat we die dieren bescherming gaan bieden tegen deze gruwelijke hitte.
Voorzitter, dan nog een motie over de verzamelplaatsen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat dieren vaak extreem mager, gewond en doodziek aankomen op verzamelplaatsen en daar ook nog eens worden geslagen en geschopt;
constaterende dat de Europese regels Nederland de ruimte laten om verzamelplaatsen voor binnenlands transport en slacht nationaal te verbieden;
verzoekt de regering een nationaal verbod op verzamelplaatsen voor te bereiden en zich in te zetten voor een internationaal verbod,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand.
Zij krijgt nr. 1449 (28286).
Dank u wel, mevrouw Ouwehand. Neemt u alles weer mee. Dan gaan we over naar mevrouw Bromet, namens de fractie van PRO.
Mevrouw Bromet (PRO):
Voorzitter. We hebben stapels aangenomen moties liggen die uitgevoerd moeten worden. De staatssecretaris is volgens mij voornemens om daar een heleboel van uit te gaan voeren. Ik heb daarom geen nieuwe moties, maar ik heb wel twee vragen over bestaande aangenomen moties.
De ene is een motie van Bromet, Grinwis, Holman en Podt en die verzoekt de regering om dierrechten te introduceren in de kalverhouderij, zodat gestuurd kan worden op de omvang van de kalverhouderij. Mijn vraag aan de staatssecretaris is wanneer hij dat gaat doen en of het niet een beetje lang duurt. Het wekt speculatie op lijkt mij als je weet dat er dierrechten komen op andere dieren. Dan kan je je stal vol zetten met die dieren en dan krijg je daarna lekker veel dierrechten die je kan verhandelen. Dus graag wat toelichting daarop.
De tweede is een motie van het lid Ouwehand van 16 oktober 2024 over stalbranden. Die verzoekt de regering om de aanpak van stalbranden niet verder af te zwakken, maar om juist met aanvullende maatregelen te komen om dieren te beschermen tegen stalbranden. Ik vroeg me af wat de staatssecretaris daar inmiddels aan gedaan heeft.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bromet. Dan gaan we door met de heer Ergin namens de fractie DENK. Nee, die zie ik niet. Die is niet aanwezig. Dan meneer Graus, namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om spoedige uitfasering van dierenleed veroorzaakt door CO2-bedwelming,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1450 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering bij stalbrandpreventie in te zetten op het weren van rodentia ter voorkoming van knaagbranden en de onnodige inzet van biociden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1451 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om een importverbod van jonge kalfjes uit Ierland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1452 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering dierenleed tijdens slachtdiertransporten uit te faseren middels inzet van mobiele dodingsstations en karkasvervoer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1453 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat dieren enkel aangesneden of opengereten mogen worden na een irreversibele bedwelming,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1454 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering een verbod in te stellen op het ritueel en/of religieus martelen van dieren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1455 (28286).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering NVWA-dierenartsen bij risicovolle controles te laten vergezellen door bewapende algemene opsporingsambtenaren met politionele en strafrechtelijke bevoegdheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1456 (28286).
De heer Graus (PVV):
Dan heb ik nog één vraagje. Ik zie met die hitte nu iedere dag als ik langs weilanden rij, dieren in de verzengende hitte liggen. Ik heb al heel vaak aan bewindspersonen gevraagd om te zorgen dat er natuurlijke beschutting komt in die weiden. Daar kunnen we de boeren ook mee helpen met boomplantdagen, op vrijwillige basis. Dat is altijd toegezegd door alle bewindspersonen, iedereen vindt dat sympathiek, maar er gebeurt niks mee. Nu zie ik deze staatssecretaris doorpakken op bepaalde dossiers, dus ik hoop dat hij hierop ook gaat doorpakken.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb één vraag over de motie die de heer Graus zojuist indiende. Hij zegt: dieren moeten irreversibel bedwelmd zijn voorafgaand aan de slacht. Zou hij daarvan kunnen maken "bedwelmd voorafgaand aan de slacht"? Je kan reversibel en irreversibel bedwelmen. Het gaat er natuurlijk om dat het dier buiten bewustzijn is voordat de slacht begint.
De heer Graus (PVV):
Daar zit nou juist het probleem. Wij willen niet dat die arme dieren nog bij kunnen komen, en dat is mogelijk. Wij willen dat een dier dood is, dus irreversibel bedwelmd, alvorens het wordt aangesneden of opengereten. Dat is al twintig jaar onze lijn: wij willen dat een dier dood is. Bij een reversibele bedwelming gaat het nogal eens mis, zeg ik via de voorzitter tegen mevrouw Ouwehand. Dat is niet heel fijn om te zien en ook niet heel fijn voor het dier.
De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, héél kort.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, heel kort. Voor de meeste slachten geldt dat het wel reversibel is, dus ik vraag me af of de PVV-fractie dan ook vindt dat dat vlees allemaal niet in de Nederlandse schappen mag liggen, en ook niet bij mensen op de barbecue.
De heer Graus (PVV):
Dat is al twintig jaar onze lijn, hoor. Ik zeg helemaal niks nieuws. De aanhouder wint; sommige van mijn moties werden pas na vijftien of zeventien jaar aangenomen. Ik hoop hier nog een paar jaar te zitten, dus ik blijf gewoon doorgaan. En ik tik iedere keer ook wel wat af, hè, dus je moet altijd blijven volhouden hier in Den Haag. Nooit opgeven.
De voorzitter:
Na deze woorden geef ik het woord aan de heer Flach namens de fractie van de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Ik ben zwaar ontevreden over de NVWA. Er ligt een aangenomen motie voor kortere doorlooptijden bij import van verse voedselproducten door controles van verschillende instanties te combineren. Ik heb in het debat gezegd: zorg er bijvoorbeeld voor dat het KCB door de NVWA gemachtigd wordt om monsters te nemen. Dat scheelt tijd en kosten. Mijn indruk is dat er heel weinig voortgang wordt geboekt. Wil de staatssecretaris ons binnenkort per brief informeren over de voortgang?
Mijn tweede punt gaat over het accrediteren van private laboratoria. Er ligt een aangenomen motie van februari 2025, die wij samen met de PVV, de VVD en de BBB indienden, om te zorgen dat ook private laboratoria testen kunnen uitvoeren. Precies vandaag zette de NVWA een bericht op LinkedIn waarin ze triomfantelijk meldden dat ze weer een universeel contract hebben met de WUR, precies de duurste laboratoria op dit punt. Dat is volstrekt in strijd met de lijn van deze motie, dus ik ben zeer ontevreden over de NVWA.
Dan de AMvB Dierwaardige Veehouderij. Gaat de staatssecretaris pas maatregelen in de AMvB stoppen als de randvoorwaarden op orde zijn? Dit los je niet op met fasering.
Tot slot een motie over het sturen op doelmatigheid en efficiency bij de NVWA in verband met fors gestegen tarieven.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat PwC mede in verband met forse tariefstijgingen bij de NVWA heeft aanbevolen om beter te sturen op doelmatigheid en efficiency;
van mening dat kritische prestatie-indicatoren nodig zijn, gericht op doelmatig en efficiënt werken bij retribueerbare activiteiten en beheersing van kosten, onder meer door het beperken van het aantal reisuren;
verzoekt de regering meerjarige prestatieafspraken te maken met de NVWA en in dit kader kritische prestatie-indicatoren op te stellen voor doelmatig en efficiënt werken bij retribueerbare activiteiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Den Hollander.
Zij krijgt nr. 1457 (28286).
Dank u wel, meneer Flach. Dan is het woord aan de heer Koorevaar namens de fractie van het Christen Democratisch Appèl.
De heer Koorevaar (CDA):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een goed overzicht ontbreekt van aanvullende technische voorschriften en criteria in andere lidstaten ten opzichte van de Europese minimumnormen;
overwegende dat verschillen in dierenwelzijnseisen gevolgen kunnen hebben voor het gelijke speelveld, marktontwikkelingen en het verdienmodel van Nederlandse veehouders;
overwegende dat de Europese Commissie in juli de European Livestock Strategy presenteert, die richtinggevend zal zijn voor de toekomstige ontwikkeling van de Europese veehouderij;
verzoekt de regering de Raad voor Dierenaangelegenheden te vragen voorbeelden van verschillen in dierenwelzijnseisen tussen Nederland en andere lidstaten te relateren aan de aankomende European Livestock Strategy en te onderzoeken hoe deze inzichten kunnen bijdragen aan verbetering van dierenwelzijn in de Europese Unie, het borgen van een eerlijk speelveld en een duurzaam verdienmodel voor Nederlandse veehouders, en de Kamer over de uitkomsten te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koorevaar en Den Hollander.
Zij krijgt nr. 1458 (28286).
Dank u wel, meneer Koorevaar. Tot slot mevrouw Ten Hove namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de voorgenomen beleidsregel voor diertransporten bij temperaturen boven de 30 graden is bedoeld om het dierenwelzijn tijdens warme dagen te verbeteren en er juist op dit punt vanuit Brussel nieuwe richtlijnen komen;
constaterende dat vanuit de pluimveevleessector is aangegeven dat de beleidsregel kan leiden tot een vermindering van de beschikbare slachtcapaciteit met circa 50%, mede doordat toezicht tijdens koelere momenten, zoals in de nacht en in de weekenden, momenteel niet structureel beschikbaar is;
constaterende dat geconditioneerd transport voor het pluimvee zich in de afrondende fase van ontwikkeling bevindt, maar dat de beschikbare productiecapaciteit ontoereikend is om vóór 1 april 2027 de gehele sector van voldoende geconditioneerd transport te voorzien;
verzoekt de regering de besluitvorming in Brussel af te wachten en een passende overgangsperiode te hanteren waarin geconditioneerd transport op voldoende schaal beschikbaar kan komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ten Hove, Van der Plas en Flach.
Zij krijgt nr. 1459 (28286).
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik heb een vraag aan mevrouw Ten Hove. Het gaat al jarenlang rond dat we die transporttemperaturen in Nederland willen verlagen naar 30 graden. Vindt u dan niet dat we juist moeten kijken hoe de NVWA haar toezichtrol op het slachthuis gaat versterken? De sector wil best 's nachts vervoeren, maar er kan 's nachts niet geslacht worden omdat de NVWA daar niet toe bereid is. Vindt de fractie van de Groep Markuszower niet dat daar dan juist aandacht voor moet zijn?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Jazeker. Dat kunnen we zeker via twee sporen doen. Ik heb die geluiden ook gehoord. Het is nog niet geregeld. Volgens mij hebben we vandaag een brief over de NVWA gehad. De capaciteit is daar gewoon nog niet. Als we dit doorzetten, dan zitten we straks met de gebakken peren. Ik wil dus toch vriendelijk verzoeken om te wachten op Brussel.
De voorzitter:
Mevrouw Den Hollander, heel kort.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Die capaciteit is er wel, alleen zijn mensen niet bereid om 's nachts te werken. Dat is het probleem. De slachthuizen willen het wel, maar de NVWA wil het niet. Daar zit het probleem. Wat nou als het nog vier jaar duurt? Gaan we dan nog vier jaar wachten met de invoering?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
U kunt er wel over blijven doorgaan, maar die capaciteit in de slachthuizen is er 's nachts niet. Dat weet mevrouw Den Hollander net zo goed als ik. De wetgeving in Brussel is bijna zover. De sector is heel erg welwillend; die wil. De capaciteit is er gewoon niet. Die vrachtwagens, het geconditioneerde vervoer, zijn er gewoon nog niet. Die rollen niet vandaag of morgen van de band. Ik vraag de staatssecretaris dus om in ieder geval met de sector mee te denken. De sector is welwillend. Ik vraag hem te wachten op Brussel of anders de datum fors op te schorten.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ten Hove. Er zijn maar liefst 22 moties ingediend. Toch hebben de minister van VWS, mevrouw Hermans, en de staatssecretaris van LVVN, de heer Erkens, aangegeven maar tien minuten nodig te hebben om de moties van appreciaties te voorzien en de antwoorden op alle vragen voor te bereiden. Ik schors de vergadering tot 20.32 uur.
De vergadering wordt van 20.22 uur tot 20.32 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik hervat de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Dieren in de veehouderij en NVWA. Er zijn maar liefst 22 moties ingediend, waarvan minister Hermans er 3 gaat appreciëren en staatssecretaris Erkens de rest. Zo is de verdeling. U komt straks nog wel aan de beurt, minister.
Minister Hermans:
Zeker. Ik heb er nog een paar hierna.
De voorzitter:
Ik geef graag het woord aan mevrouw Hermans.
Minister Hermans:
Dank, voorzitter. Dit is om even warm te draaien, want ik blijf inderdaad nog even voor een aantal andere tweeminutendebatten.
Voorzitter. Ik begin met twee vragen van de heer Flach die ook in het debat zelf aan de orde zijn geweest. Daarop komt hij ook hier nog even terug. De eerste gaat over een aangenomen motie over kortere doorlooptijden. Hij vroeg wanneer de staatssecretaris de Kamer daarover zal informeren, maar ik zal dat doen namens het kabinet. Dat zal zijn in het najaar, zeg ik via u, voorzitter, tegen de heer Flach.
Dan is er nog een vraag over het aanwijzen van private laboratoria voor het retribueerbaar toezicht door de NVWA. Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar de manier waarop we die private laboratoria het beste zouden kunnen inzetten. Daarbij kijken we ook naar de financiële gevolgen van de inzet van die private laboratoria. Ik wil namelijk echt goed bekijken of dat ook echt de situatie beter maakt. Bij dat onderzoek zijn de NVWA en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven betrokken. Dat onderzoek kost gewoon wat meer tijd dan we vooraf hadden gedacht. De resultaten verwacht ik later dit jaar. Als die er zijn, zal ik de Kamer natuurlijk ook informeren.
De heer Flach (SGP):
Excuus dat ik de rolverdeling niet helemaal scherp had. "Het duurt iets langer", zegt de minister, maar die motie is in februari 2025 aangenomen. Dat is wel heel erg lang. Het begint er toch op te lijken dat er weinig bereidheid is om dit aan te passen, ook vanuit de NVWA. Ik noemde ook niet voor niks het melden van het vijfjarige contract met de WUR, waarin al die — wat was het? — 150.000 monsters worden gecheckt. Dat straalt toch iets uit van: de Kamer kan dat allemaal wel willen, maar wij hebben hier gewoon geen zin in.
Minister Hermans:
Die indruk heb ik niet. Er zijn wel opvattingen over, maar ik heb niet de indruk dat hier bewust iets vertraagd wordt. Wel vraagt het om zorgvuldigheid en om betrokkenheid van het bedrijfsleven en de NVWA. Dat kost gewoon tijd. Ik kan de heer Flach toezeggen dat ik nog eens kijk of ik er nog wat meer tempo op kan zetten, want ik hoor goed wat hij zegt. Ik snap het ook, want de motie is al van enige tijd geleden. Daar waar ik kan versnellen, zal ik mijn best doen en ik zal proberen sneller met de resultaten van dat onderzoek te komen.
De heer Flach (SGP):
Tot slot, voorzitter.
De voorzitter:
Meneer Flach, heel kort.
De heer Flach (SGP):
Ja, heel kort. Ik weet niet of een buurlandentoetsing hier nog kan helpen, maar ik heb in het debat ook gezegd dat Nederlandse laboratoria al wel werk mogen doen voor Belgische importeurs. We kunnen dus ook gewoon even over de grens kijken hoe ze het daar doen. Daar verrichten ze hun werk onder dezelfde richtlijnen. Dat geef ik dus graag nog mee.
Minister Hermans:
Dank. Dat heb ik gehoord.
Voorzitter. Dan kom ik bij een drietal moties die ik van een oordeel zal voorzien. Dat zijn de drie moties van mevrouw Beckerman, naar aanleiding van alle berichtgeving in de situatie rondom asbest in speelzand. Ik heb ook al een aantal schriftelijke vragen van de SP-fractie daarover beantwoord. Laat ik vooropstellen dat ik de zorgen en de vragen hierover heel goed snap. Daarom zet het kabinet ook in Europees verband in op het aanscherpen van de norm, is er onderzoek gedaan naar de risico's, is er waar nodig ingegrepen en zijn er producten uit de schappen gehaald. Nu liggen er drie moties die mij vragen aanvullende stappen te zetten. Ik verwees al naar de schriftelijke vragen, dus het kan zijn dat ik hier en daar iets herhaal wat ik daarin heb opgeschreven, maar hierbij de appreciaties van de moties.
Ik begin bij de motie op stuk nr. 1441. Die gaat over het handhaven op basis van onderzoek van derden. Die motie ontraad ik. Het is van het grootste belang dat het onderzoek van de NVWA boven elke twijfel verheven is. Om in juridische zin te garanderen dat er ten tijde van de monstername, opslag en voorbehandeling geen fraude is gepleegd, moeten ze zijn uitgevoerd onder het toeziend oog van een inspecteur. Bij een onderzoek dat door de NVWA is uitgevoerd, is dat niet gegarandeerd. Daarom ontraad ik 'm.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1441 is ontraden.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 1442. Die gaat over een aanpassing van Europese wetgeving, zeg ik even kort geformuleerd. Ook deze motie moet ik ontraden. We hebben het in Nederland namelijk zo geregeld dat producten en handelaren zelf verantwoordelijk zijn voor het op de markt brengen van veilige producten. Hoe zij daar invulling aan geven is aan henzelf. De NVWA houdt er vervolgens toezicht op of die wettelijke verantwoordelijkheid ook wordt nageleefd. Deze motie verzoekt mij om die verantwoordelijkheid op een andere plek te leggen. Dat kan ik niet doen, juist omdat wij dit binnen een Europees kader doen. Daarom moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1442 is ontraden.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 1443, over het EU-meldsysteem. Ook deze motie moet ik ontraden. Het EU-meldsysteem is er voor consumentenproducten die niet aan de Europese wetgeving voldoen. De Europese wetgeving wijkt af van bijvoorbeeld Australische wetgeving, waar mevrouw Beckerman naar verwees. Dat kan dan ook weer per productgroep verschillen. Daarom worden niet dezelfde criteria gehanteerd en heeft aansluiten van derde landen geen meerwaarde.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik snap dat we onder tijdsdruk staan, dus ik ga even over één motie een vraag stellen, namelijk over de motie op stuk nr. 1442. Ik denk toch dat er ook bij het kabinet wel enig ongemak was. We zagen allerlei landen waar asbest in kinderspeelgoed was gevonden. Die moesten ingrijpen en soms ook best wel fors ingrijpen. In Nederland moesten we eigenlijk een behoorlijke tijd wachten door de manier waarop we dit systeem hebben ingeregeld. Over de motie op stuk nr. 1442 ga ik toch nog even onderhandelen, want die zegt niet dat fabrikanten géén verantwoordelijkheid meer hebben. De motie zegt alleen dat we beter moeten regelen dat zij ook echt daaraan voldoen. Nu is het wel heel erg vrij, waardoor je, als er iets misgaat, misschien wel weken, soms maanden, zit te wachten.
De voorzitter:
Minister Hermans, herziet u uw oordeel?
Minister Hermans:
De vraag is: waarover onderhandelt mevrouw Beckerman nu precies met mij?
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, echt kort, want we moeten nog heel wat tweeminutendebatten doen vanavond.
Mevrouw Beckerman (SP):
Toen deze situatie begon in heel veel landen, zeiden we in Nederland: ja, maar producenten zijn verantwoordelijk. Nou, dat is hartstikke mooi. Maar hoe weten wij nou als consument dat zij ook iets hebben gedaan met die verantwoordelijkheid? Wij zeggen nu in deze motie: bon, ze zijn verantwoordelijk, maar voor producten waarin vaak asbest van nature voorkomt, moeten ze die verantwoordelijkheid ook nemen door te zorgen dat die producten vooraf getest worden.
Minister Hermans:
In Europese regelgeving is vastgelegd hoe die verantwoordelijkheidsverdeling is, dus ik kan dat ook niet zelf zomaar aanpassen. Maar in dat systeem is het zoals ik net zei, dus producenten zijn zelf verantwoordelijk — dat herhaalde mevrouw Beckerman ook — en de NVWA ziet daarop toe. Dat systeem heeft hier ook gewerkt. Daarmee doe ik niks af aan de woorden waar ik mee begon, namelijk dat we allemaal terecht aanslaan op de zorgen over berichtgeving als het gaat over asbest in speelzand, waar kinderen thuis, op een kinderdagverblijf of op school mee spelen. Dat heeft het systeem in dit geval ook. Het begon in Australië of Nieuw-Zeeland, dacht ik. Ook al heeft het aansluiten op dat meldsysteem geen zin: het is natuurlijk wel zo dat wij contact hebben met die landen en dat signalen gedeeld worden. Er wordt dus snel gehandeld.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1442 blijft ontraden. De motie op stuk nr. 1443 is dat ook. Ik ga door naar staatssecretaris Erkens voor de appreciatie van de overige negentien moties.
Staatssecretaris Erkens:
Zo snel kan het gaan, voorzitter.
De motie op stuk nr. 1438 van het lid Den Hollander over het ondersteunen van koplopers op het gebied van dierenwelzijn in de veehouderij geef ik oordeel Kamer, mits ik daarbij kan opmerken dat de vergunningverlening uiteraard afhangt van het bredere taskforcepakket en dat we ook een deel van die langetermijnvisie met de AMvB Dierwaardige Veehouderij proberen te bereiken. Oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie geknik van mevrouw Den Hollander, dus de motie op stuk nr. 1438 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1439, over het transporteren van paarden boven de 30 graden, moet ik ontraden. Op dit moment is het via het hitteprotocol van de Sectorraad Paarden 27 graden. Alle leden zijn opgeroepen om actieve koeling te hebben onder vervoersmiddelen. Ze raden daarbij ook aan om erover na te denken of je evenementen door laat gaan bij 30 graden of meer. In die hoedanigheid ontraad ik de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1439: ontraden.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik heb dit natuurlijk niet helemaal zelf bedacht. Dit is ook samen met de Sectorraad Paarden bedacht en opgesteld. Het lijkt me dus toch heel verstandig. Zij zeggen: als dit niet wordt geregeld, dan kunnen we onze toppositie in de paardensport in Nederland wel vergeten. Ik wil een dringend beroep doen op de staatssecretaris om daar toch nog eens een keer heel kritisch naar te kijken, in gesprek te gaan met de paardensector en te kijken of het wel klopt wat hier gezegd wordt.
Staatssecretaris Erkens:
De motie houd ik ontraden. Ik ben wel bereid om nog in gesprek te gaan.
De voorzitter:
Gaat u verder met de motie op stuk nr. 1440.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1440, ook van het lid Den Hollander, gaat over de norm en de gedragsbehoefte van gehouden diersoorten in de AMvB Dierwaardige Veehouderij. Ik verzoek om die aan te houden, om twee redenen. Ten eerste: als ik de motie nu volledig moet uitvoeren, vertraagt dat de AMvB mogelijk weer een halfjaar, want dan moet ik het voorstel aanpassen. Aan de andere kant doe ik dat verzoek omdat we, juist ook op basis van de terugkoppeling van onder andere de NVWA, een aantal zaken handhaafbaarder aan het maken zijn. Dus als mevrouw Den Hollander die kan aanhouden, dan kunnen we bij de behandeling van de AMvB zelf na de zomer bekijken of er voldoende voldaan wordt aan de motie.
De voorzitter:
Mevrouw Den Hollander, bent u bereid om de motie aan te houden? Dat is akkoord.
Op verzoek van mevrouw Den Hollander stel ik voor haar motie (28286, nr. 1440) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Gaat u door met de motie op stuk nr. 1444.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1444, van het lid Podt, gaat over een juridische basis voor cameratoezicht op verzamelplaatsen. Die kan ik oordeel Kamer geven. We bereiden de juridische basis daarvoor nu voor, zodat we dit inderdaad kunnen verplichten op de plekken waar het nodig is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1444 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1445 gaat over dierenwelzijn in verzamelcentra. Het verzoek is of ik wil onderzoeken of we wettelijke criteria kunnen hebben om misstanden te voorkomen in combinatie met bekijken of de huidige NVWA-kaders en private certificeringssystemen voldoende zijn en of die aanvulling behoeven. Die kan ik oordeel Kamer geven, met een kleine interpretatie erbij, namelijk dat op dit moment de onderhandelingen over de Transportverordening nog lopen. Die worden hopelijk spoedig afgerond. De motie krijgt dat oordeel als ik 'm zo mag interpreteren dat ik aan de hand van het onderzoek bekijk welke verbeteringen nodig zijn, wat de Europese verordening daar al aan doet en welk stukje je dan nog nationaal moet invullen. Want als ik het nu nationaal en direct doe, en die verordening erdoorheen komt, dan doe ik misschien werk voor niks.
De voorzitter:
Mevrouw Podt, mag dat op deze manier worden geïnterpreteerd?
Mevrouw Podt (D66):
Op zich snap ik de volgorde die de staatssecretaris benoemt heel goed. Maar ik zeg niet voor niets: kijk nou eens even of die juridische kaders, of die wettelijke basis … Nog een keertje. "Wettelijke criteria", heb ik opgeschreven. Kijk nou eens of die wettelijke criteria gaan helpen, omdat we nu een soort patchwork hebben van allemaal losse dingetjes. Ik heb het idee dat het daar voor niemand helderder van wordt. Dit is ook een sector die zich keer op keer op keer te buiten gaat aan allerlei dingen die we allemaal niet willen zien. Dus misschien is dat laatste puzzelstukje dan inderdaad wel gewoon de wet.
Staatssecretaris Erkens:
Er zijn tussen de kalversector en de dierenbescherming nu ook convenantafspraken gemaakt, gelukkig, met echt mooie, positieve ontwikkelingen. Ik wil daarnaast ook wel graag onderzoeken, ook voor andere diersoorten, in hoeverre de huidige criteria, wettelijk en privaat, voldoende zijn. Dat wil ik dus ook doen als ik de motie zo interpreteer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1445: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1446 van het lid Wiersma verzoekt de regering op korte termijn maatregelen te treffen om de inzetbaarheid en flexibiliteit van het OMT te vergroten. Die wil ik oordeel Kamer geven, met daarbij de kanttekening dat ik geen garantie kan geven voor elke capaciteit op elk moment, maar dat we daar met man en macht aan werken. Ik kan de Kamer daar komend najaar over informeren.
De voorzitter:
Ik zie geknik. De motie op stuk nr. 1446: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Het oordeel over de motie op stuk nr. 1447 over de NVWA-keuringen is vrij simpel. Ook daar is er inderdaad een probleem op het gebied van capaciteit. De interpretatie is dus dezelfde als bij de vorige motie: ik kan niks garanderen op specifieke momenten, maar met man en macht werken we hieraan. Ook hierover zal ik komend najaar aan de Kamer kunnen rapporteren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1447: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1448 verzoekt de regering de onafhankelijke autoriteit dierwaardige veehouderij te laten adviseren. Die motie is oordeel Kamer, waarbij ik wel aangeef dat niet elke maatregel een advies zal krijgen, maar dat we met name over de grote maatregelen waar grote randvoorwaarden aan verbonden zijn advies van de autoriteit zullen vragen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1448: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1449 van het lid Ouwehand verzoekt de regering een nationaal verbod op verzamelplaatsen voor te bereiden en zich in te zetten voor een internationaal verbod. Die motie moet ik ontraden, omdat dit voor best wel grote problemen in de keten kan zorgen, met name het over de grens verplaatsen van verzamelplekken maar ook het feit dat er veel meer direct transport tussen boerderij en slachthuis zou plaatsvinden. Dat betekent dus meer bewegingen, langere wachttijden en alle risico's van dien. Deze motie moet ik dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1449: ontraden.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1450 van de heer Graus gaat over de spoedige uitfasering van dierenleed dat wordt veroorzaakt door CO2-bedwelming. Ik wil vragen of de heer Graus deze motie wil aanhouden. Ik wil na de zomer in gesprek met de slachtsector, ook om te kijken welke langetermijnafspraken we de komende jaren kunnen maken over verbetering. Daar zou ik dan ook dit soort onderwerpen bij willen betrekken.
De voorzitter:
Meneer Graus is akkoord met aanhouden.
Op verzoek van de heer Graus stel ik voor zijn motie (28286, nr. 1450) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Erkens:
Ik dank de heer Graus, voorzitter.
Ik zou hem willen vragen om ook de motie op stuk nr. 1451 aan te houden. Ik heb al eerder toegezegd dat ik in het vierde kwartaal van 2026 met mijn collega van IenW met de zogeheten knaagdierenbrief kom. Daar kunnen we hier ook al op terugkomen. De heer Graus kan dan beslissen of hij dat afdoende vindt of niet.
De voorzitter:
Meneer Graus is ook akkoord met het aanhouden van de motie op stuk nr. 1451.
Op verzoek van de heer Graus stel ik voor zijn motie (28286, nr. 1451) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1452 over de import van kalveren uit Ierland moet ik ontraden, omdat dit gewoon in de Europese regels vastligt en omdat we daar in het debat uitgebreid over van gedachten hebben gewisseld. Ik ben wel blij dat het gelukt is om samen met de convenantspartijen afspraken vast te leggen met de kalversector om ook deze transporten te gaan stoppen. Volgens mij is de streefdatum 2028 en de definitieve datum 2030. Ik zal me uiteraard wel inzetten voor naleving van die afspraken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1452 is ontraden. Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Er staat geen datum in de motie. Waarom kan die dan niet gewoon oordeel Kamer krijgen als we toch werken aan het uitfaseren?
Staatssecretaris Erkens:
Omdat ik werkelijk geen importverbod kan opleggen omdat dit in de Europese regelgeving vastligt. Ik kan de motie ook op een heel andere manier interpreteren: we proberen dit met elkaar te bereiken. Dan wijk ik echter wel heel erg af van wat de motie vraagt. Ik ontraad de motie, maar volgens mij delen we het doel. Het staat in die afspraak en ik zal de Kamer misschien al in mijn volgende brief over dit onderwerp specifieker kunnen informeren over hoe we proberen naleving van deze afspraak te verzorgen. Ik hoop dat ik de Kamer daarmee tegemoetkom.
De voorzitter:
Deze toezegging wordt genoteerd. U kunt doorgaan met de motie op stuk nr. 1453.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1453 gaat over het uitfaseren van dierenleed tijdens slachtdiertransporten middels de inzet van mobiele dodingsstations en karkasvervoer. Deze motie is ontijdig, met name omdat er bij de Transportverordening inderdaad al een discussie is over vervoer in Europa en omdat ik dit alleen wettelijk kan regelen, deels Europees. In die context kan de heer Graus deze motie ook aanhouden.
De heer Graus (PVV):
Hier zijn we al heel lang mee bezig, met verschillende bewindspersonen. Er zijn ook al testen mee gedaan, maar er is ook misbruik gemaakt van die mobiele dodingsunits. Er moet echter wel iets gebeuren. Daarom heb ik deze motie nu eigenlijk weer als stok achter de deur ingediend. Ik wil de motie dus toch wel in stemming brengen.
De voorzitter:
Meneer Graus, u zegt dus dat u 'm toch in stemming wilt brengen.
De heer Graus (PVV):
Ja, of de staatssecretaris moet nu met een keiharde toezegging komen.
Staatssecretaris Erkens:
Een keiharde toezegging gaat niet lukken, maar ik heb net wel gezegd dat ik na de zomer met de slachtsector ga spreken en ik kan wel zeggen dat ik daar het onderwerp karkasvervoer bij zal betrekken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1453 krijgt het oordeel: ontijdig.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1454 verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat dieren enkel aangesneden of opengereten mogen worden na een irreversibele bedwelming. Ook hierbij is het verzoek om deze aan te houden, omdat we dus echt willen proberen om meerjarige afspraken te maken met de sector. Daarbij wil ik wel een focus aanbrengen in welke stappen we zetten, maar ik kan ook dit betrekken bij die discussies.
De voorzitter:
Meneer Graus, wilt u de motie aanhouden? Ja, dat is het geval.
Op verzoek van de heer Graus stel ik voor zijn motie (28286, nr. 1454) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1455 verzoekt de regering een verbod in te stellen op rituele slacht. Die moet ik ontraden. Ik erken de spanning tussen dierenwelzijn en godsdienstvrijheid op dit onderwerp. De dierenwelzijnsnormen omtrent onbedwelmde rituele slacht zijn opgenomen in het convenant en addendum van het Besluit houders van dieren. Uit de evaluatie uit 2021 blijkt dat dat goed functioneert. Ik ontraad de motie ook met verwijzing naar het feit dat er volgens mij nog een initiatiefwet vanuit de Kamer komt, waarover u nog uw oordeel kan vellen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1455 wordt ontraden.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1456, van de heer Graus, is overbodig, omdat de NVWA nu al bijstand kan vragen aan de politie. Dat gebeurt meestal in situaties waarin inspecteurs worden tegengewerkt of wanneer er agressie of dreiging is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1456 krijgt de appreciatie "overbodig", maar meneer Graus wil daar nog een opmerking over maken.
De heer Graus (PVV):
Mevrouw de voorzitter, dank dat u me even het woord gunt. Ik heb dertien jaar lang met klokkenluiders van de NVWA aan de hand gelopen hier. Dat zijn dierenartsen die bedreigd zijn, die ernstig geïntimideerd zijn. Er is een stier losgelaten op een vrouwelijke dierenarts. Het gaat om dat soort dingen. Het is echt te gek voor woorden. De leiding van de NVWA geeft die mensen onvoldoende bescherming. Ik wil dus dat dit echt gebeurt. Bij risicovolle controles gaat gewoon iemand van de dierenpolitie of een andere algemene opsporingsambtenaar mee om die mensen te beschermen.
De voorzitter:
Helder, meneer Graus.
De heer Graus (PVV):
De staatssecretaris kan dat opleggen.
Staatssecretaris Erkens:
Ja, maar ik ga niet mee in de suggestie dat het leiderschap van de NVWA niet staat voor de veiligheid van zijn mensen. Ik zal uiteraard wel voldoende bewustzijn creëren over de mogelijkheid tot bijstand in dezen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1456 krijgt de appreciatie: overbodig. De motie op stuk nr. 1457.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1457, van het lid Flach, gaat over meerjarige prestatieafspraken met de NVWA. Die kan ik oordeel Kamer geven. Dat is ook in lijn met mijn eerdere toezegging dat ik werk aan een meerjarig perspectief op doelmatigheid. Ik kijk wat dit betreft ook altijd naar KPI's op het gebied van ziekteverzuim, productiviteit en personele kosten. Daarmee stuur ik op de doelmatigheid.
De heer Flach (SGP):
Dank voor dit oordeel. Ik maak gelijk van de gelegenheid gebruik om te vragen hoe de staatssecretaris kijkt naar de onvrede die ik eerder geuit heb over de NVWA en die ik ook besproken heb met minister Hermans, en wat hij van plan is om daaraan te gaan doen.
Staatssecretaris Erkens:
Ik moet zelf zeggen: als ik kijk naar de ontwikkelingen die de NVWA de laatste jaren doorgemaakt heeft, dan zie ik dat er echt mooie stappen zijn gezet, maar we zien wel dat er ook nieuwe uitdagingen komen. Aan de ene kant vragen we dus heel veel van onze toezichthouder. Aan de andere kant is de capaciteit beperkt. Ik ben dus ook voornemens om de Kamer deze week — volgens mij is het al gebeurd, maar ik durf even niet met zekerheid te zeggen of u die brief al heeft — te informeren over mijn visie op dat toezicht. Daar zit ook echt een hervormingsagenda aan vast waarmee we dat de komende jaren verder gaan verbeteren. Dat ziet met name op de inzet op meer risicogericht toezicht. We gaan de middelen dus echt veel meer inzetten op de plekken waar we echt zien dat het nodig is. We kijken of we ook middelen kunnen vrijspelen, aangezien we eigenlijk met elkaar weten dat het niet nodig is om daar continu fysiek te staan. Maar het gaat ook over zaken als innovatie, cameratoezicht in slachthuizen et cetera. Ik heb de Kamer al geïnformeerd met die brief of dat zal binnen enkele uren het geval zijn.
De heer Flach (SGP):
Dan wacht ik die voorlopig af en dan is dit antwoord voldoende.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1457 had oordeel Kamer gekregen. Dan de motie op stuk nr. 1458.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1458, van het lid Koorevaar, krijgt oordeel Kamer. Ik heb de Kamer toegezegd dat ik haar zal informeren over de uitvraag bij andere lidstaten over ontwikkelingen op het gebied van dierwaardige veehouderij. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven als ik 'm in lijn met die toezegging kan uitvoeren. We kijken op dit moment echt of waar de European Livestock Strategy over gaat relevant is. Ik kan deze motie dus wel meenemen hierin, maar wel in lijn met wat we al uitgezet hebben. We gaan niet opnieuw een onderzoek uitzetten bij een andere partij.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1458: oordeel Kamer. Tot slot de motie op stuk nr. 1459.
De heer Koorevaar (CDA):
Voorzitter?
De voorzitter:
Excuus, meneer Koorevaar. Gaat uw gang.
De heer Koorevaar (CDA):
Maar in de motie staat dat de Raad voor Dierenaangelegenheden wordt gevraagd om dat overzicht te geven. Ondersteunt u dat wel nog steeds?
Staatssecretaris Erkens:
Op dit moment hebben we het gewoon uitgevraagd bij andere lidstaten. Ik vind het niet logisch om de RDA hier een losse opdracht voor te geven, maar als zij verdere perspectieven kunnen delen in die bredere uitvraag, dan sta ik daarvoor open.
De heer Koorevaar (CDA):
Dan interpreteer ik dat zo dat de staatssecretaris toch met de Raad voor Dierenaangelegenheden over deze motie in gesprek gaat.
Staatssecretaris Erkens:
Volgens mij zijn we het eens over deze onderhandelde interpretatie. Ik ga het gesprek hierover met de RDA aan. Ik ga geen los onderzoek hiernaar uitzetten naast wat we al doen.
Voorzitter. De motie-Ten Hove c.s. op stuk nr. 1459. We zijn er bijna doorheen volgens mij.
De voorzitter:
Ja, dat is de laatste motie.
Staatssecretaris Erkens:
Die moet ik ontraden. Ik heb bewust gekozen voor een termijn tot 1 april 2027, zodat de sector zich kan voorbereiden. Geconditioneerd transport is inderdaad één van de maatregelen. Met name de pluimveesector heeft een aantal van die transporten, maar nog niet voldoende. We zijn nu ook in gesprek met de NVWA om 's nachts en vervroegd slachten meer mogelijk te maken. Ook daarover zijn mij een aantal vragen gesteld.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1459 krijgt de appreciatie: ontraden. Dat leidt tot een vraag van mevrouw Ten Hove van Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
De sector geeft over het geconditioneerd vervoer aan dat april 2027 echt te vroeg is als die wagens niet op tijd geleverd kunnen worden en de capaciteit bij de NVWA niet geregeld wordt. En daar ziet het naar uit. Hoe gaat de staatssecretaris dan voorkomen dat wij op warme dagen die hele keten lamleggen?
Staatssecretaris Erkens:
Hierover hebben we in het commissiedebat uitvoerig met elkaar gedebatteerd. Het kabinet heeft gekozen voor één jaar voorbereidingstijd. Dat is in lijn met de eerder ingediende Kamermoties. Dat geeft de sector immers voldoende tijd om zich voor te bereiden en het geeft ons voldoende tijd om met de NVWA te kijken hoe we vervroegd slachten mogelijk kunnen maken.
De voorzitter:
Mevrouw Ten Hove, heel kort.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Mocht het toch niet haalbaar zijn omdat die vrachtwagens niet op tijd van de band rollen en die keten toch verstopt raakt, wil de staatssecretaris dit dan toch herzien en die termijn verlengen?
Staatssecretaris Erkens:
Nee. Wel ben ik sowieso voornemens om begin volgend jaar naar de stand van zaken te informeren, maar dat is wat anders dan de datum verschuiven. Dat heb ik de Kamer eerder gemeld. De sector heeft ook de verantwoordelijkheid om zich hierop voor te bereiden.
De voorzitter:
Dank u wel, staatssecretaris.
Staatssecretaris Erkens:
Ik heb nog een stapel vragen, voorzitter. Ik kan er ook niks aan doen.
De voorzitter:
U mag gewoon verdergaan met de stapel vragen die u nog heeft gekregen.
Staatssecretaris Erkens:
Het lid Wiersma stelde een vraag over de temperatuurregels. Is het mogelijk om bij extreme temperaturen twee uur eerder te slachten? Ik heb eerder toegezegd dat wij ons ervoor inspannen om de beschikbaarheid daarvoor zo groot mogelijk te maken. Ik zal de Kamer begin volgend jaar informeren over hoe het daarmee staat.
Voorzitter. Dan een vraag van de Partij voor de Dieren over het hitteplan: wanneer volgt het antwoord op de Kamervragen? Ik heb de antwoorden nog niet gezien, maar ik begreep dat ik ze voor het zomerreces naar u kan sturen.
Voorzitter. Het lid Bromet sprak over de kalverrechten. Het introduceren van een rechtenstelsel vraagt om een heel goede onderbouwing, want dat grijpt in op het eigendomsrecht. We onderzoeken nu hoe de proportionaliteit goed kan worden onderbouwd. In de loop van het najaar kunnen we de Kamer meer informatie toesturen.
De voorzitter:
Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Ouwehand.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, over het vorige antwoord. De antwoorden op de Kamervragen komen er snel aan. Dank daarvoor. Ik heb nu één concrete vraag. Het is nu heet. We hebben het met elkaar over het verlagen van de maximumtemperatuur voor diertransporten gehad. Dat vraagt ook van de sector dat zij daar van tevoren rekening mee houden door de stallen minder vol te zetten. Ik vond het mooi dat de staatssecretaris dat ook zei in het debat. Ik vroeg mij af of de sector al heeft laten weten dat zij dat voor deze hete dagen daadwerkelijk hebben gedaan. Is daar een "stand van zaken" over?
Staatssecretaris Erkens:
Die stand van zaken kan ik niet ter plekke geven. Daarover laat ik mij informeren. Dat kan ik naar u terugkoppelen.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik heb een vraag over het tegengaan van speculatie bij het invoeren van dierrechten. Ons land heeft daar natuurlijk ervaring mee. Dat is niet altijd even goed gegaan. Denkt de staatssecretaris daarbij ook aan het vaststellen van een peildatum die in het verleden ligt?
Staatssecretaris Erkens:
Daar kan ik nu niet op ingaan. Dat moet ik checken bij mijn collega, de minister, die hier grotendeels over gaat. Ik zal dat controleren en dan naar u terugkoppelen.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Staatssecretaris Erkens:
Dan heb ik nog de vraag over de stalbranden. Het gaat namelijk over de impact van stalbranden. Twee zaken. Ik heb gezegd dat ik met beleid kom op het gebied van de keuringen. Dat is in lijn met hetgeen mijn voorganger al in gang heeft gezet. Dat combineer ik met een Kamerbrief na de zomer over onze vervolgstappen voor het verbeteren van de brandveiligheid.
Dan de vragen van de heer Graus over dieren in hitte. Ik zal die meenemen in de beantwoording van de Kamervragen van het lid Ouwehand, die voor de zomer komt.
Dan de laatste vraag, die over de AMvB Dierwaardige Veehouderij. Ik had daar een vraag over van het lid Flach. Die gaat erover dat de maatregelen pas moeten ingaan als de randvoorwaarden op orde zijn. Een onderdeel van de afweging zal inderdaad zijn dat de maatregelen in werking treden als aan randvoorwaarden voldaan wordt. Denk aan zaken als vergunningsverlening en dergelijke.
De voorzitter:
Dank u wel, staatssecretaris. Daarmee komen we aan het einde van het tweeminutendebat Dieren in de veehouderij en NVWA.
De beraadslaging wordt gesloten.