Stenogram : Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing
27 Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 84
Te raadplegen sinds
2026-09-16Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier30252Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 84
Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing
Aan de orde is het tweeminutendebat Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing (30252, nr. 209).
De voorzitter:
Dan gaan wij door, met gezwinde spoed, naar het tweeminutendebat Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing. Ik heb de minister van LVVN, de heer Van Essen, al gezien. Welkom in de Kamer, meneer Van Essen.
We beginnen het debat met mevrouw Wiersma, namens mevrouw Van der Plas van de fractie van de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Een moment ... Nou, ik ga mijn best doen.
De voorzitter:
Doet u maar rustig aan, hoor. U hebt twee minuten. Ga uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, daarom, want ik heb een hele stapel mee van Caroline. Ik begin maar direct met de moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat doelsturing vraagt om het delen van bedrijfsgegevens, meetgegevens en andere gevoelige data;
overwegende dat agrarische ondernemers erop moeten kunnen vertrouwen dat deze gegevens niet via Woo-verzoeken onnodig openbaar worden gemaakt;
verzoekt de regering bij de uitwerking van doelsturing expliciet te borgen dat bedrijfsgegevens, persoonsgegevens en concurrentiegevoelige gegevens van agrarische ondernemers maximaal worden beschermd binnen de kaders van de Woo, AVG en Awb, en de Kamer daar in de voortgangsbrieven over te blijven informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Vermeer.
Zij krijgt nr. 217 (30252).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Daar moet dus ook "Wiersma" bij staan ...
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat doelsturing alleen kan slagen als normen in de praktijk haalbaar zijn en boeren perspectief houden om hun bedrijf voort te zetten;
verzoekt de regering geen bedrijfsspecifieke normen vast te stellen zonder vooraf inzichtelijk te maken of deze technisch haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn voor de betreffende sector,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Vermeer.
Zij krijgt nr. 218 (30252).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat doelsturing boeren meer ruimte moet geven om zelf te bepalen hoe zij doelen halen;
overwegende dat doelsturing haar belofte niet waarmaakt als die boven op bestaande middelvoorschriften komt;
verzoekt de regering bij elke stap in de uitwerking van doelsturing inzichtelijk te maken welke middelvoorschriften, generieke regels of administratieve verplichtingen worden verminderd, vervangen of geschrapt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Vermeer.
Zij krijgt nr. 219 (30252).
Mevrouw Wiersma (BBB):
En dan de laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat doelsturing boeren moet belonen op basis van hun daadwerkelijke bedrijfsprestaties;
overwegende dat boeren die aantoonbaar goed scoren niet onnodig vast moeten blijven zitten aan generieke middelvoorschriften;
verzoekt de regering in het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn concreet op te nemen hoe goed presterende boeren kunnen worden vrijgesteld van generieke voorschriften die voor hun bedrijf niet nodig zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Vermeer.
Zij krijgt nr. 220 (30252).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Nou, dat was 'm.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wiersma. U heeft het gered binnen de tijd.
Nu mevrouw Podt namens D66, maar die is niet aanwezig.
Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Grinwis, namens de ChristenUnie. Ga uw gang, meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ondernemers in hun kracht zetten doordat ze zelf mogen werken aan doelen, in plaats van middelsturing en normen opgelegd te krijgen door de overheid, waarbij ze dingen moeten doen die nauwelijks effect hebben en die alle plezier uit hun werk wegnemen. Daar willen wij een einde aan maken. Wij willen dus voor doelsturing gaan, maar er liggen nog heel wat leeuwen en beren op de weg. En een van die leeuwen en beren gaat over de openbaarheid van die data. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor doelsturing grote hoeveelheden data op bedrijfsniveau moeten worden verzameld en verstrekt;
overwegende dat er grote zorgen bestaan over openbaarmaking van bedrijfsspecifieke emissiegegevens via de Wet open overheid, mede omdat bij agrarische ondernemers het bedrijfsadres vaak samenvalt met het woonadres;
overwegende dat gebrek aan vertrouwen in dataverzameling door de overheid de ontwikkeling en implementatie van doelsturing in de weg staat;
overwegende dat bij de succesvolle aanpak van het hoge antibioticagebruik in de veehouderij de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) als onafhankelijke tussenorganisatie is opgericht voor monitoring en benchmarking, dat gegevens daarbij nooit meer te herleiden zijn naar individuele agrarische bedrijven, en dat er daarnaast ook bij overheidstoezicht gebruik kan worden gemaakt van modellen van toezicht op toezicht, zoals ook in andere sectoren wordt toegepast;
verzoekt de regering om voor de succesvolle implementatie van doelsturing lessen te trekken uit de succesvolle aanpak van het antibioticagebruik in de veehouderij, en bij de verdere uitwerking van doelsturing rekening te houden met de bescherming van de privacy van de individuele boer en zijn gezin, bijvoorbeeld via een systeem van toezicht op toezicht, en de Kamer over de voortgang te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Den Hollander.
Zij krijgt nr. 221 (30252).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Die motie was dus samen met collega Den Hollander van de VVD. Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Dan gaan wij door met de heer Flach, die spreekt namens de fractie van de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Doelsturing is makkelijker gezegd dan gedaan.
Dank voor de schriftelijke beantwoording, overigens. Ik wil er nog enkele punten uit lichten.
Groot knelpunt is de Wet open overheid. Je merkt, heel terecht, grote huiver bij agrarische ondernemers om data ter beschikking te stellen. Voor je het weet, worden die opgevraagd en tegen je gebruikt, terwijl die bedrijfsdata juist cruciaal zijn om het effect van emissiereducerende maatregelen terug te zien in emissiecijfers. Ik vind dat niet de boeren aan het kortste eind moeten trekken, maar de Wet open overheid, in het belang van de gewenste verduurzaming. Die discussie hebben we vorige week al met een andere minister gevoerd. De minister reageerde formeel en afhoudend. Ziet hij dat op dit punt omdenken nodig is? Met andere woorden, zou hij in gesprek willen gaan met zijn collega van Binnenlandse Zaken op dat punt?
Als mijn indruk juist is, wordt in de landelijke emissieregistratie en het gebruikte NEMA-model voor emissies vanuit de melkveehouderij gerekend met 13 kilogram ammoniakuitstoot per dierplaats en wordt nauwelijks gebruikgemaakt van KringloopWijzerdata. Dat geeft een scheef beeld van melkveehouderijemissies en stimuleert niet om werk te maken van emissiereductie. Hoe wordt het rechtgetrokken?
Zoals gezegd: doelsturing is complex. Daarom moet je beginnen met benchmarken en belonen. Zo belonen verschillende provincies boeren op het halen van bepaalde KPI's. Ik mis die proactieve inzet nog bij het Rijk. Die is nu vooral gericht op opkoop en extensivering. De grote vraag is: wat heeft de minister nog in petto?
Ik geef alvast een waarschuwing mee. Het kan niet zo zijn dat het Rijk met harde, afrekenbare uitstootnormen op bedrijfsniveau komt, terwijl het nog bitter weinig heeft gedaan aan erkenning en beloning van emissiereducerende maatregelen op het boerenerf. Dan hanteren we echt de verkeerde volgorde.
Ik heb geen moties, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. We gaan verder met de heer Lohman van de fractie van het CDA. Ook u heeft twee minuten.
De heer Lohman (CDA):
Dank, voorzitter. Het CDA vindt dat doelsturing alleen kan slagen als boeren eerlijk worden beloond voor hun inspanningen en de hele keten daaraan bijdraagt. In het SO hebben we gevraagd hoe de minister ervoor gaat zorgen dat ketenpartijen hun verantwoordelijkheid nemen en meebetalen aan de meerkosten van doelsturing op het erf. Zonder die bijdrage blijft verduurzaming voor boeren vooral een kostenpost, in plaats van een verdienmodel.
De minister verwijst in zijn beantwoording naar de ontwikkeling van True Value Language. Het CDA ziet daar de meerwaarde van in, met name bij het ontwikkelen van een gezamenlijke taal voor het meten en monitoren van resultaten. We hebben echter nog een aantal aanvullende vragen. Welke concrete toezeggingen hebben de deelnemende ketenpartijen inmiddels gedaan over het daadwerkelijk belonen van duurzaamheidsprestaties? Is de minister bereid hiervoor meetbare doelen of afspraken vast te leggen, juist voor het geval vrijwillige afspraken onvoldoende resultaat opleveren? Is hij bereid om aanvullende instrumenten te verkennen om te waarborgen dat de kosten van de verduurzaming niet eenzijdig bij de primaire producent terechtkomen? We weten dat er vanuit LVVN inmiddels diverse initiatieven lopen rondom true pricing en true value, en het in bredere zin waarderen van maatschappelijke impact. Hoe ziet de minister de samenhang met de True Value Language? Hoe wil hij deze inzichten integreren in toekomstig keten- en landbouwbeleid?
Uiteindelijk hangt het draagvlak voor doelsturing af van één simpele vraag: levert duurzaam presteren de boer daadwerkelijk eenzelfde of een beter verdienmodel op?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Lohman. Dan gaan we verder met mevrouw Ten Hove van de Groep Markuszower. Zij ziet af van haar spreektijd. Dan gaan we naar mevrouw Den Hollander. Ook niet. Ik kijk even naar de heer Jansen van de PVV, die hier stond. Ook niet. Dan zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Ik schors voor tien minuten, waarna we gaan luisteren naar de termijn van de minister.
De vergadering wordt van 19.40 uur tot 19.50 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing. Ik geef graag het woord aan minister Van Essen.
Minister Van Essen:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de moties. Een aantal moties van mevrouw Wiersma. De motie op stuk nr. 217 zou ik graag oordeel Kamer geven, met een interpretatie. Bij de vormgeving van doelsturing houd ik de belangenafweging tussen openbaarheid en impact op boeren in het oog. Als ik de tekst over borgen zo mag uitleggen, kan ik deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik kijk in de richting van mevrouw Wiersma. Mag de minister het op deze manier interpreteren? Als u er iets over wilt zeggen, moet u even naar de interruptiemicrofoon komen.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, sorry. Kan de minister het even herhalen? Ik zit naar de motie te kijken. Wat wijzigt er dan exact met de interpretatie van de minister ten opzichte van de motie van mevrouw Van der Plas? Anders heb ik volgende week natuurlijk van alles uit te leggen.
Minister Van Essen:
Het gaat mij erom dat ik bij de vormgeving van de doelsturing die belangenafweging tussen openbaarheid en impact op boeren altijd in het oog houd. Dat zal ik ook blijven doen. Als ik de tekst onder "borgen" zo mag uitleggen, kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Mevrouw Wiersma, kunt u het zo uitleggen? We wachten in spanning af.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik vind het even lastig inschatten. Ik stel voor … Kan ik hier later nog op terugkomen? Dat weet ik eigenlijk niet.
De voorzitter:
De motie heeft oordeel Kamer als het op die manier kan worden geïnterpreteerd. Als het anders is, dan horen we het.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik weet heel veel van het onderwerp. Ik denk dat dat misschien niet voldoende is. Ik zit me af te vragen hoe dat uitwerkt. Kan ik de motie ook aanhouden en dan alsnog indienen als we er akkoord mee gaan? Dat is mijn vraag, want ik weet niet zo goed hoe dit werkt. Kan ik er later nog op terugkomen?
De voorzitter:
Ik stel voor dat we het zo doen. De motie heeft deze interpretatie van de minister. Als de fractie van de BBB het daar niet mee eens is, dient u een gewijzigde motie in.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, dat doen we.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 218 over haalbare normen zou ik graag oordeel Kamer willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 218 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 219 zou ik oordeel Kamer willen geven mits ik daar een interpretatie op los mag laten. Het is ook mijn doel om zo veel mogelijk administratieve lasten te verminderen. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ik bij het daadwerkelijk nemen van nieuwe stappen, de nieuwe wettelijke vastlegging van doelen, de Kamer informeer welke middelvoorschriften dan verdwijnen, zou ik de motie oordeel Kamer willen geven. We gaan nog heel veel verschillende kleine stapjes zetten, maar het gaat juist om de grote, nieuwe wettelijke vastlegging van doelen.
De voorzitter:
Ik kijk opnieuw in de richting van mevrouw Wiersma van de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dit snap ik, omdat je pas op het moment dat je overgaat tot het systeem, daadwerkelijk iets los kunt laten. Maar de minister zou dat misschien wel in het traject ernaartoe kunnen meenemen in de communicatie, omdat je weet waar je op gaat sturen en wat er tegenover staat.
Minister Van Essen:
Ik erken het verminderen van de administratieve lasten, maar ik zou de administratieve lasten ook richting uw Kamer willen beperken als ik dat bij elk klein stapje zou moeten doen. Dus alleen als we doelen gaan vastleggen, AMvB's of dingen in wetten gaan borgen. Dan kan ik de motie oordeel Kamer geven. Anders moet ik haar ontraden.
De voorzitter:
Ik zie een knik van mevrouw Wiersma. Zij is het met deze interpretatie eens. Dan mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik heb een beetje moeite met de interpretatie van de eerste motie. Als de fractie die niet wijzigt, krijgt de motie dan het oordeel ontraden? Want dat is nu niet gezegd. De motie krijgt nu oordeel Kamer met de interpretatie. Dan moet de fractie erop terugkomen en de motie wijzigen. Het is een beetje ingewikkeld. Volgens mij moet de motie het oordeel ontraden krijgen, tenzij die gewijzigd wordt.
De voorzitter:
Dat begrijp ik, maar ik wilde het juist eenvoudiger maken in het overzicht voor de Kamer, want dan weet u ondertussen niet wat de appreciatie is. We hebben de minister heel duidelijk gehoord over zijn interpretatie. Mevrouw Wiersma valt hier in voor mevrouw Van der Plas. Zij moet hiermee terug naar haar fractie. Ik begrijp dat het waarschijnlijk zo werkt. Laten we het eenvoudig en overzichtelijk houden. Dan weet de hele Kamer dat het met deze interpretatie oordeel Kamer is.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Maar dan is het feitelijk zo dat de motie ongewijzigd, dus in de huidige vorm, wordt ontraden. Als de fractie de motie wijzigt, krijgt die oordeel Kamer.
De voorzitter:
Nee. Mevrouw Den Hollander, het is zo dat de minister duidelijk heeft aangegeven: als ik de motie zo kan lezen, krijgt die oordeel Kamer. Dat is de motie zoals die nu is. Als de fractie van BBB besluit dat dit niet de juiste interpretatie is, dan past de fractie van BBB die aan met de juiste interpretatie, dienen ze de motie opnieuw in en dan krijgt de motie het oordeel ontraden. Zullen we het zo doen?
Minister Van Essen:
Zeker.
Voorzitter. Ik ga naar de motie op stuk nr. 220. Ik kan nog niet vooruitlopen op het ingroeipad wat betreft doelsturing waterkwaliteit, dat onderdeel is van het achtste AP. Die gaan we vaststellen richting 1 juli '27. Om die reden geef ik die motie het oordeel "ontijdig".
De voorzitter:
Ik kijk weer in de richting van mevrouw Wiersma. Wilt u 'm wel aanhouden? Wilt u 'm in stemming brengen met het oordeel "ontijdig"? Als u er nog even over nadenkt, kan de minister ondertussen verder met de motie op stuk nr. 221.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 221 zou ik oordeel Kamer willen geven. Bij de verdere uitwerking van doelsturing kijk ik uiteraard naar lessen die elders zijn geleerd, zeg ik tegen de heer Grinwis. Bij de uitwerking bezie ik ook wat het betekent voor de data en de bescherming van privacy van ondernemers.
De voorzitter:
Ik kijk opnieuw naar mevrouw Wiersma vanwege de motie op stuk nr. 220. Wilt u die in stemming brengen met het oordeel "ontijdig"? Ja. Dan komen we daarmee … O, de minister heeft ook nog aantal vragen die hij graag wil beantwoorden. Gaat uw gang.
Minister Van Essen:
Ik heb nog een aantal vragen, ja. Een van de vragen is van de heer Flach. Die gaat over het omdenken. Laat me beginnen met zeggen en erkennen dat de openbaarmaking van gegevens van individuele ondernemers echt impact heeft op gezinnen en bedrijven, op plekken waar je woont en werkt. Tegelijkertijd is openbaarmaking van gegevens ook van belang omdat het onderdeel is van onze democratische rechtsstaat. Die openbaarheid van gegevens maakt het voor belangenorganisaties, onderzoekers en inwoners mogelijk om informatie te vergaren over hun leefomgeving. Ik zie ook de andere kant hiervan. Dat wil ik nogmaals benadrukken. Er moet ook nog bepaald worden welke gegevens nodig zijn om besluiten te nemen bij doelsturing. Daar zijn we volop mee bezig. Bij het maken van die keuzes zal ik die belangen, zowel van de boer als van de openbaarheid van gegevens, afwegen binnen de daarvoor geldende kaders.
Dan ga ik naar de tweede vraag van de SGP. Die vraag was hoe NEMA beter kan aansluiten op de KringloopWijzer. Ik denk dat dat een terechte vraag is van de heer Flach. Ik denk dat het belangrijk is om maatregelen die veehouders daadwerkelijk nemen zichtbaar worden in de landelijke emissiemonitoring, zodat ook op nationaal niveau zichtbaar is dat emissies dalen. De KringloopWijzer en NEMA hebben qua rekenregels ook best wel veel overeenkomsten. Er loopt een traject met Wageningen Research om NEMA te actualiseren en de meest recente emissiereducerende maatregelen daarin op te nemen. Met de ontwikkeling van het model ReNEMA — zo noemen we dat — wordt eraan gewerkt om in de toekomst ook nationale emissies te kunnen berekenen op basis van emissies op bedrijfsniveau. Overigens speelt hier ook het vraagstuk van data delen, want om data uit de KringloopWijzer te gebruiken, is het nodig dat die met ons gedeeld worden.
Dan ga ik naar de vraag over het belonen van de benchmark en de proactieve inzet. Die vraag ging erover dat die vooral gericht zou zijn op opkoop en intensivering, en de heer Flach vroeg wat wij in petto hebben. Laat duidelijk zijn dat ik de lijn van de heer Flach … We moeten belonen dat het onderdeel is en moet zijn van de aanpak. Zeker vooruitlopend op 2025, wanneer je die doelen afrekenbaar maakt, wil je mensen stimuleren en belonen dat ze de juiste richting op gaan, juist om emissiereductie verder te brengen. Dat is dus ook echt onderdeel van het pakket waarover in de taskforce wordt gesproken. In het coalitieakkoord zijn daar ook middelen beschikbaar voor gemaakt. U wordt spoedig geïnformeerd over wat het kabinet daarvoor in petto heeft.
Als laatste ga ik naar de vragen van het CDA. Ik heb de vrijheid genomen om die even te bundelen. Ik denk dat het van groot belang is dat de keten een bijdrage levert aan doelsturing, maar ook in algehele zin aan de opgave die we met elkaar hebben. Dat is ook belangrijk omdat anders de kosten, zoals de heer Lohman ook zei, eenzijdig bij de primaire producent of, zo u wil, de boer terechtkomen. Daarover ben ik onder andere in gesprek met ketenpartijen. Dat doe ik in maatschappelijk overleg, maar ook in het kader van de aanpak van True Value Language, die is genoemd door de heer Lohman. Daarbij kijken we ook echt naar publiek-private samenwerking ten behoeve van doelsturing. Ik streef ernaar om dat samenwerkingsverband volgend jaar op te richten. Binnen True Value Language richten we ons op het maken van gezamenlijke duurzaamheidstaal, zodat zowel vanuit de overheid als vanuit de keten op eenzelfde manier wordt gestuurd op het in beeld brengen van het wel of niet halen van doelen, bijvoorbeeld met dezelfde indiciatoren of dezelfde meetmomenten. Daarnaast vind ik belangrijke voorwaarden om doelsturing te laten werken dat je dit voor elkaar hebt en dat ketenpartijen de duurzaamheidsinspanningen van boeren beter belonen. U kunt daarover in de Kamerbrief over de taskforce input en een duidelijke visie van ons verwachten.
De heer Lohman (CDA):
Begrijp ik goed dat de minister zegt dat deze initiatieven bij elkaar gebundeld gaan worden, en dat daar volgend jaar iets van een organisatie omheen opgericht gaat worden?
Minister Van Essen:
Ja. Het is de bedoeling om die publiek-private samenwerking dan echt gestalte te geven en er een gezamenlijke organisatie voor op te richten.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde van uw beantwoording?
Minister Van Essen:
Ja. Dat waren de vragen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van het tweeminutendebat Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing. Ik dank de minister voor zijn komst naar de Kamer.
De beraadslaging wordt gesloten.