Stenogram : Energieraad (formeel) d.d. 26 juni 2026
26 Energieraad (formeel) d.d. 26 juni 2026
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 84
Te raadplegen sinds
2026-09-16Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier21501-33Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 84
Voorzitter: Moorman
Energieraad (formeel) d.d. 26 juni 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Energieraad (formeel) d.d. 26 juni 2026 (CD d.d. 18/06).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Energieraad. Ik heet de minister welkom. Als eerste spreker heb ik mevrouw Van Oosterhout op de lijst staan. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb de volgende vier moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet heeft aangegeven dat de wetenschappelijke kennis over de effecten van diepzeemijnbouw ontoereikend is en dat daarom een strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel vereist is;
overwegende dat Nederland partij is bij het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS) en activiteiten aldaar uitsluitend binnen het multilaterale kader van UNCLOS en de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) behoren plaats te vinden;
constaterende dat dit multilaterale kader onder druk staat door initiatieven om diepzeemijnbouw buiten het mandaat van de ISA om te organiseren;
constaterende dat de internationale roep om een voorzorgpauze op diepzeemijnbouw snel groeit in reactie op pogingen om dit buiten het ISA-kader mogelijk te maken, en dat Nederland zich hierin binnen Europa in een duidelijke minderheidspositie bevindt, aangezien inmiddels bijna twee derde van de Europese lidstaten vóór een dergelijke pauze is, de Europese Commissie expliciet oproept om deze te steunen, en het Europees Parlement deze oproep reeds heeft bekrachtigd samen met ruim 40 gelijkgestemde landen wereldwijd;
verzoekt de regering zich, conform de resolutie van het Europees Parlement, in te zetten voor een internationale voorzorgpauze op diepzeemijnbouw en daarmee stelling te nemen tegen pogingen om de ISA te omzeilen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Teunissen.
Zij krijgt nr. 1216 (21501-33).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland de indirecte kostencompensatie (IKC) weer heeft ingevoerd omdat andere EU-landen dat ook doen;
constaterende dat landen verschillende voorwaarden stellen aan de IKC;
verzoekt de regering in Brussel te pleiten voor het afschaffen van de IKC en, tot de afschaffing, voor een hogere investeringsplicht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 1217 (21501-33).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het Europese doel voor hernieuwbare energie zorgt voor investeringszekerheid en als kapstok dient voor veel afgeleide wetgeving en middelen;
constaterende dat het Nederlandse kabinet kernenergie wil toevoegen aan dit doel en de gevolgen daarvan niet heeft doorgerekend;
verzoekt de regering in Brussel enkel te pleiten voor een 2040-doel voor hernieuwbare energie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 1218 (21501-33).
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat elektrificatie cruciaal is voor onze weerbaarheid en efficiënte verduurzaming;
constaterende dat harde doelen stellen zorgt voor investeringszekerheid en vraagcreatie, en coördinatie tussen EU-landen mogelijk maakt;
verzoekt de regering in Brussel te pleiten voor bindende minimale elektrificatiedoelen voor de Unie en EU-lidstaten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 1219 (21501-33).
Dank u wel, mevrouw Van Oosterhout. Dan wil ik graag de heer Van den Berg namens de fractie van JA21 naar het spreekgestoelte vragen.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland binnen de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) inzet op het afronden van regelgeving voor diepzeemijnbouw en dat Nederlandse instellingen hierin vooroplopen;
overwegende dat toegang tot kritieke grondstoffen van groot belang is voor de strategische autonomie van Nederland en Europa;
overwegende dat langdurige onzekerheid of een feitelijk moratorium innovatie en investeringen ondermijnt;
verzoekt de regering om zich binnen de ISA en in Europees verband actief uit te spreken voor een regelgevend kader dat verantwoorde diepzeemijnbouw mogelijk maakt;
verzoekt de regering om diepzeemijnbouw expliciet mee te nemen in de Nederlandse inzet voor strategische autonomie en maritieme innovatie, en daarbij in kaart te brengen welke belemmeringen Nederlandse bedrijven en instellingen ervaren;
verzoekt de regering om een positieve grondhouding te hanteren ten aanzien van Nederlandse initiatieven voor innovatieve en verantwoorde diepzeemijnbouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1220 (21501-33).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Europees verband wordt gesproken over nieuwe energie- en klimaatdoelen voor 2040;
constaterende dat het kabinet inzet op onder meer bindende EU-doelen voor schone energie en limieten voor energieverbruik;
overwegende dat nieuwe bindende Europese doelen kunnen leiden tot hogere lasten, minder nationale beleidsvrijheid en verdere druk op de Nederlandse industrie;
verzoekt de regering om zich in Europees verband te verzetten tegen nieuwe bindende EU-energie- en klimaatdoelen voor 2040,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1221 (21501-33).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor een robuust energiesysteem een stabiele en regelbare energiebron van belang is;
overwegende dat kernenergie schoon, stabiel, betrouwbaar en regelbaar is;
verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat kernenergie volwaardig wordt opgenomen in alle Europese doelen en financieringsinstrumenten, en in de infrastructuurplanning voor schone energie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1222 (21501-33).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet eerder heeft aangekondigd de Kamer vóór de zomer te informeren over de stand van zaken en de eerste uitkomsten van het strategisch gasbeleid;
constaterende dat Fatih Birol van het Internationaal Energieagentschap op 11 juni met premier Jetten en minister Van Veldhoven sprak over energiezekerheid, de Hormuzcrisis en het belang van olie- en gasvoorraden als buffer tegen marktschokken;
overwegende dat de Kamer tijdig inzicht moet krijgen in zowel de korte termijn richting komende winter als de lange termijn van het strategisch gasbeleid;
verzoekt de regering de strategische gasbrief vóór het zomerreces naar de Kamer te sturen, inclusief de korte- en langetermijnkeuzes, voor zover onderdelen gereed zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1223 (21501-33).
De heer Van den Berg (JA21):
Sorry voor de tien extra seconden.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Berg. U heeft het bijna gered binnen de tijd. Het is wel een race voor meerdere Kamerleden. Dan is het woord nu aan mevrouw Müller namens de fractie van de VVD.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We hebben vandaag een goed commissiedebat gehad waarin wij onder andere vaak gesproken hebben over de zorgen die we hebben over de Methaanverordening, vandaar deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de import van olie en gas, en gaswinning uit eigen bodem van groot belang zijn voor de Nederlandse leveringszekerheid;
overwegende dat uitvoering van de Europese Methaanverordening grote gevolgen kan hebben voor de beschikbaarheid en betaalbaarheid van olie- en gasimporten;
overwegende dat uitvoering van de Europese Methaanverordening tevens kan leiden tot extra lasten voor gaswinningsprojecten in Nederland, waardoor een significant deel van de projecten mogelijk eerder wordt beëindigd of niet meer wordt opgestart;
verzoekt de regering zich tijdens de Energieraad ervoor in te spannen de Methaanverordening dusdanig te verduidelijken en uit te werken dat de Nederlandse leveringszekerheid niet in gevaar komt en in te zetten op proportionaliteit, flexibiliteit en praktische uitvoerbaarheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Müller, Jumelet en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1224 (21501-33).
Dank u wel, mevrouw Müller. Dan is het woord aan mevrouw Teunissen namens de fractie van de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. De energietransitie mag nooit gepaard gaan met grootschalige roofbouw op onze natuur. We willen een leefbare aarde, niet een uitgeputte aarde. We weten inmiddels dat diepzeemijnbouw niet nodig is, dat de schade onomkeerbaar is en dat een handvol bedrijven staat te trappelen om winst te maken ten koste van onze diepzee. Het kabinet weigert actief te gaan staan voor een pauze op diepzeemijnbouw. Dat is een enorme teleurstelling. Ik roep het kabinet op om concrete stappen te zetten en zich aan te sluiten bij de oproep van 42 landen voor het indrukken van de pauzeknop. De vraag is aan wiens kant het kabinet staat: die van de oceaan en toekomstige generaties of die van kortetermijnwinst. Nederlandse bedrijven die het internationaal recht proberen te omzeilen, moeten daar ondubbelzinnig op worden aangesproken, vandaar de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het deels Nederlandse Allseas betrokken is bij plannen voor diepzeemijnbouw die in strijd zijn met het VN-Zeerechtverdrag;
overwegende dat Nederland gehouden is aan het internationaal recht en een verantwoordelijkheid heeft om naleving daarvan door Nederlandse bedrijven te bevorderen;
verzoekt de regering om Allseas hierop publiekelijk aan te spreken en te benadrukken dat naleving van het internationaal recht vereist is;
verzoekt de regering tevens alle beschikbare juridische instrumenten, waaronder een civielrechtelijke procedure, in kaart te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 1225 (21501-33).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Teunissen. Tot slot namens de fractie van Forum voor Democratie de heer Russcher. Gaat uw gang.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Methaanverordening per 1 januari 2027 nieuwe verplichtingen oplegt aan importeurs van olie, gas en steenkool;
constaterende dat het kabinet zelf heeft aangegeven zorgen te hebben over de uitvoerbaarheid van deze verplichtingen en de mogelijke gevolgen voor import van energiegrondstoffen en leveringszekerheid;
overwegende dat bedrijven tijdig zekerheid moeten hebben over de verplichtingen waaraan zij moeten voldoen en dat langdurige onduidelijkheid risico's met zich meebrengt voor investeringen, energievoorziening en industriële activiteiten;
verzoekt de regering zich er bij de Energieraad van 26 juni voor in te zetten dat de verplichtingen als gevolg van de Methaanverordening niet in werking treden zolang niet is aangetoond dat deze uitvoerbaar zijn zonder schade voor de leveringszekerheid, de betaalbaarheid van energie en de concurrentiekracht van de Nederlandse industrie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Russcher en Schenk.
Zij krijgt nr. 1226 (21501-33).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Methaanverordening vanaf 1 januari 2027 grote gevolgen kan hebben voor de import van olie, gas en steenkool;
constaterende dat raffinaderijen en energiebedrijven al ruim vóór 1 januari 2027 contractuele en logistieke beslissingen moeten nemen over inkoop en transport;
overwegende dat onduidelijkheid over de uitvoerbaarheid van de Methaanverordening daarmee al op korte termijn gevolgen kan hebben voor de Nederlandse raffinagesector, de Rotterdamse haven, energieprijzen en leveringszekerheid;
verzoekt de regering een nationale impactanalyse uit te voeren naar de gevolgen van de Methaanverordening voor Nederlandse raffinaderijen, tankopslag, energie-import, leveringszekerheid en de Rotterdamse haven, en de Kamer hierover voor 1 oktober 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Russcher en Schenk.
Zij krijgt nr. 1227 (21501-33).
De heer Russcher (FVD):
En de laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek van Wood Mackenzie blijkt dat de Methaanverordening de Europese raffinagecapaciteit met circa 50% kan doen dalen en dat benzine- en dieselprijzen respectievelijk 24% en 16% hoger kunnen uitvallen dan zonder deze verordening het geval zou zijn geweest;
verzoekt de regering bij de Energieraad van 26 juni duidelijk te maken dat voor Nederland leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie, benzine en diesel zwaarder wegen dan het terugdringen van methaanemissies,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 1228 (21501-33).
De heer Russcher (FVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Russcher. Meneer Klos, ik heb begrepen dat u het verzoek heeft aan de Kamer om ook deel te mogen nemen. Misschien kunt u dat even via de interruptiemicrofoon doen.
De heer Klos (D66):
Ik ben per abuis niet ingeschreven voor dit tweeminutendebat, denk ik. Ik heb wel deelgenomen aan het commissiedebat, dus ik vraag de collega's om toestemming om een motie in te dienen.
De voorzitter:
Die wordt u verleend, dus gaat uw gang, meneer Klos namens de fractie van D66.
De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. We hebben inderdaad een goed debat gehad. Het stond volgens mij weer in het teken van de opdracht die de Energieraad heeft om de energietransitie te versnellen en in Europa sneller onafhankelijk te worden. Mede daarom deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat duurzame energieprojecten kapitaalintensief zijn, waardoor de hoogte van de rente in sterke mate bepaalt of zij rendabel zijn;
overwegende dat hoge kapitaalkosten investeringen afremmen en juist in de opschalingsfase, ook wel de valley of death, veelbelovende projecten doen stranden;
overwegende dat een gerichte verlaging van de kapitaalkosten, zoals een groene rentekorting, de transitie versnelt en de afhankelijkheid van fossiele energie verkleint;
verzoekt de regering om in de Energieraad te inventariseren wat de mogelijke rol is van de ECB in het aanjagen van groene investeringen, bijvoorbeeld via een groene rentekorting, met inachtneming van de onafhankelijkheid van de ECB,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos en Oualhadj.
Zij krijgt nr. 1229 (21501-33).
Dank u wel, meneer Klos. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. De minister heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben voor de appreciatie van de moties en de beantwoording van de vragen, dus ik schors tot 19.23 uur.
De vergadering wordt van 19.13 uur tot 19.23 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik hervat de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Energieraad (formeel) d.d. 26 juni 2026. Graag geef ik het woord aan de minister van Klimaat en Groene Groei, minister Van Veldhoven.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. De moties op de stukken nrs. 1216, 1220 en 1225 gaan over diepzeemijnen. Tijdens het debat heb ik ook gewisseld dat ik heel goed begrijp dat het nu naar voren is gebracht, maar dat het de verantwoordelijkheid is van de minister van Buitenlandse Zaken. Ik heb de Kamer wel alvast wat overwegingen mee kunnen geven, maar ik zou willen voorstellen om de moties op de stukken nrs. 1216, 1220 en 1225 door de minister van Buitenlandse Zaken te laten appreciëren. Dat moet dan tijdig gebeuren, zodat dat met de stemmingen kan worden meegenomen.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de Kamer om te zien of dat akkoord is.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dat is prima. Daarnaast zou ik de minister ook willen vragen of ze de minister van Buitenlandse Zaken zou kunnen vragen om de brief waar we het eerder in het debat over hadden ook ruim op tijd voor de stemmingen bij ons te laten bezorgen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik zal dat verzoek doen. Die brief had betrekking op een aantal vragen die betrekking hadden op een bijeenkomst die volgens mij op 26 juli plaatsvindt. Daarvoor is er misschien dus ook nog iets meer tijd. Ik kan niet in de agenda van de minister van Buitenlandse Zaken kijken, maar ik zal het verzoek zeker overbrengen. Als het kan, zal dat dus gebeuren, maar ik kan daar geen garantie op geven, zoals ik ook in het Kamerdebat heb gewisseld. De moties op de stukken nrs. 1216, 1220 en 1225 zal ik niet appreciëren.
De voorzitter:
Daarvan volgt de appreciatie later. Gaat u door met de appreciatie van de motie op stuk nr. 1217.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 1217, van mevrouw Van Oosterhout, gaat over de IKC. Ik moet deze motie ontraden, want die sluit niet aan bij de huidige Europese inzet om het concurrentievermogen van de energie-intensieve industrie te ondersteunen en weglek van bedrijvigheid te voorkomen. Als we nu de IKC zouden afschaffen, zou dat ons veel bedrijven kosten en de producten zouden nog steeds geconsumeerd worden, dus voor het klimaat zou het ook niet beter zijn.
De motie-Van Oosterhout op stuk nr. 1218 verzoekt de regering enkel te pleiten voor een doel voor hernieuwbare energie. Ook deze moet ik ontraden, want wij zetten in op een energiemix waar ook kernenergie onderdeel van is, en die zou daar dan niet onder kunnen vallen. In het coalitieakkoord hebben wij daar andere afspraken over gemaakt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1218 krijgt de appreciatie "ontraden", net zoals de motie-Van Oosterhout op stuk nr. 1217.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie-Van Oosterhout op stuk nr. 1219 moet ik helaas ook ontraden. Ik wil mij zeker inzetten voor een nieuw doel voor directe elektrificatie om elektrificatie zo veel mogelijk te stimuleren, maar dat kan niet altijd overal. We hebben nu zelf in Nederland problemen door de netcongestie. Iets van maatwerk blijft dus nodig. Dit zou een nieuwe indicator zijn. Laten we het dus niet meteen helemaal dichttimmeren. Overigens denk ik dat de kans van slagen, als we die voortgang op het gebied van elektrificatie echt goed gaan meten, groter is als het doel indicatief is. Een aantal andere landen in de Europese Unie zou immers misschien überhaupt al problemen hebben met een doel voor elektrificatie, al helemaal als dat ook bindend is op lidstaatniveau. Daarom moet ik deze motie dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1219 krijgt de appreciatie "ontraden".
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We gaan natuurlijk wel aan de slag om in ieder geval een indicatief doel erin te krijgen.
Dan de motie op stuk nr. 1221 van de heer Van den Berg over zich verzetten tegen nieuwe bindende energiedoelen. Deze motie ontraad ik. We hebben die hard nodig, juist om voor onze bedrijven een level playing field te creëren en een efficiënt functionerende interne markt te hebben die we ook efficiënt kunnen beschermen. Daarvoor zijn die brede doelen noodzakelijk.
De voorzitter:
De motie-Van den Berg op stuk nr. 1221 is ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie-Van den Berg op stuk nr. 1222 moet ik helaas ook ontraden. We zetten ons er in Europees verband wel voor in dat kernenergie volwaardig wordt meegenomen, maar de toevoeging in de motie — in álle Europese doelen, alle financieringsinstrumenten en eigenlijk in alle infrastructuurplanning — is niet haalbaar.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank voor de appreciatie. Ik dacht inderdaad: er zijn al heel veel Europese doelen waar dit prima in kan passen. Ik denk hierbij ook aan groene taxonomie. In die lijn zou het volgens mij prima kunnen. Als wij het woordje "alle" zouden schrappen dat voor het woord "Europese" staat, zou de motie dan wel op een oordeel Kamer kunnen rekenen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik denk dat we dan een heel eind komen. Laat mij eventjes checken of ik dan niet iets te optimistisch ben, maar in die spirit ga ik ernaar kijken. Ik zal dat nog even aan de heer Van den Berg laten weten. Fijn als hij dan zijn motie wijzigt. Dan zal ik daar nog de appreciatie bij geven. Maar ik denk dat we er dan zijn.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
We wachten op de aangepaste motie van de heer Van den Berg. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 1223.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie-Van den Berg op stuk nr. 1223 verzoekt de regering om de strategische gasbrief vóór het zomerreces naar de Kamer te sturen. Ik wil even twee dingen uit elkaar houden. Voor het zomerreces krijgt de Kamer inderdaad nog een brief met daarin een update waaruit blijkt hoe het staat met de gasvoorraden voor deze winter. Deze brief komt voor de zomer, zoals toegezegd. In het begin van mijn start, zo ongeveer honderd dagen geleden, heb ik al gezegd dat het belangrijk is om de strategische gasbrief in samenhang met het NPE, het nieuwe Nederlandse programma voor de energievoorziening, naar de Kamer te sturen. Het NPE is pas na de zomer klaar. Die brief kan ik dus ook pas na de zomer sturen. Anders kan ik de maatvoering daar niet verstandig op afstemmen. Zoals de motie nu geformuleerd is, moet ik 'm dus ontraden, maar over de gasvoorraden voor deze winter, krijgt u nog steeds vóór de zomer een brief.
De heer Van den Berg (JA21):
Toch even ter verheldering. Waarom zou het strategisch gasbeleid nou per se gekoppeld moeten worden aan het Nationaal Plan Energiesysteem? Het gaat uiteindelijk om de lange termijn. Volgend jaar zitten we met een lege gasopslag in Grijpskerk. Daar hebben we nog geen contract voor. Hetzelfde geldt voor Norg. Die moeten we ook weer leeg opleveren. De kortetermijnkeuzes werken dus wel door op de lange termijn. Ik denk dat de Kamer er heel erg mee geholpen zou zijn als wij die keuzes nu kunnen maken, en daar vraag ik om.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat begrijp ik heel goed. Ik begrijp ook de vraag, maar de mate waarin we Norg en Grijpskerk nodig hebben en de mate waarin we die moeten vullen in de context van de strategische reserve, hangen wel degelijk samen met de hoeveelheid gas die we denken op termijn nodig te hebben. Die zijn dus niet los te koppelen van elkaar. Natuurlijk zijn we ondertussen wel in gesprek over Grijpskerk en Norg. Het is dus niet zo dat dit allemaal tot na de zomer stilligt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1223 is ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie-Müller c.s. op stuk nr. 1224: oordeel Kamer. Hier ga ik mij inderdaad volgende week voor inzetten. De motie is zorgvuldig geformuleerd en in lijn, dus daar kan mee uit de voeten.
De motie-Russcher/Schenk op stuk nr. 1226 moet ik ontraden. Die is niet in lijn met waar ik mee uit de voeten zou kunnen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1226 krijgt de appreciatie "ontraden".
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie-Russcher/Schenk op stuk nr. 1227 moet ik ook ontraden. Dit betreft een Europees wetsvoorstel dat rechtstreeks geldt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1227 is ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie-Russcher op stuk nr. 1228 moet ik ook ontraden. Ik heb net al gezegd dat de motie van de VVD heel goed was geformuleerd. Daar kan ik mee uit de voeten. Deze gaat over die streep.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1228 is ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Over de motie-Klos/Oualhadj op stuk nr. 1229 moet ik tegen de heer Klos zeggen dat de minister van Financiën een schriftelijke appreciatie van deze motie zal geven. De indicatie is aan de ECB. Het is belangrijk dat ook de minister van Financiën daar een oordeel over kan hebben. Die appreciatie krijgt de heer Klos voor de stemmingen.
De voorzitter:
De appreciatie van de motie op stuk nr. 1229 volgt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja. Dat zijn ze.
De voorzitter:
Dan wil ik de minister danken voor haar aanwezigheid.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De stemmingen over de moties zijn aanstaande dinsdag.