Stenogram : Arbeidsmigratie
24 Arbeidsmigratie
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 84
Te raadplegen sinds
2026-09-16Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier29861Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 84
Arbeidsmigratie
Aan de orde is het tweeminutendebat Arbeidsmigratie (CD d.d. 03/06).
De voorzitter:
Meneer Neijenhuis, gaat uw gang.
De heer Neijenhuis (D66):
Dank, voorzitter. Dank aan allen voor het goede recente debat. Een belangrijk onderwerp daarin waren de stevige uitspraken van de minister over een eventueel uitzendverbod voor de vleessector bij onvoldoende voortgang. Die deadline is nu geweest. De vraag aan de minister is: kunnen we ervan uitgaan dat de minister snel tot een conclusie komt? Als de rapportages en beoordelingen van de Arbeidsinspectie nog steeds negatief zijn, zal de minister dan inderdaad niet terughoudend zijn en doorpakken met maatregelen?
Daarnaast is voor veel mensen een tewerkstellingsvergunning een hobbel om aan het werk te gaan, terwijl ze dat wel dolgraag zouden willen. Ik ben blij dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat er een alternatief wordt uitgewerkt. Dat is een complexe uitdaging, vanwege de verschillende alternatieven. Daarom vraag ik de minister of hij de Kamer per brief kan informeren over welke alternatieven er mogelijk zijn, hoe we deze zouden kunnen vormgeven en welke voor- en nadelen daarbij spelen.
Daarnaast heb ik naar aanleiding van het debat de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor intensieve langdurige zorg vaak arbeidsmigranten worden ingezet die van grote waarde zijn;
constaterende dat er steeds meer signalen zijn dat deze arbeidsmigranten niet correct behandeld worden en zij door een innige en intensieve relatie met hun opdrachtgever vaak geen melding durven te maken;
overwegende dat de European Labour Authority de langdurige zorg als prioriteit heeft aangemerkt voor een gezamenlijke aanpak;
verzoekt de regering een plan op te stellen hoe misstanden bij arbeidsmigranten in de langdurige zorg beter in beeld kunnen komen en aangepakt kunnen worden, en de Kamer hier voor de begrotingsbehandeling SZW over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Neijenhuis.
Zij krijgt nr. 190 (29861).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceder, voor zijn inbreng namens de ChristenUnie. Blijft u dit keer graag binnen de twee minuten. Ja, ik ben heel streng, meneer Ceder. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 concludeerde dat de toekomst en omvang van arbeidsmigratie naar Nederland direct verband houdt met de keuzes rond de gewenste toekomstige economische structuur en de uitkomsten van het rapport van de staatscommissie door de Kamer en het kabinet breed omarmd zijn;
verzoekt de regering om voor het herfstreces te komen met een beleidsbrief die de toekomst van arbeidsmigratie uiteenzet langs de lijnen van het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen en uit te werken voor welke toekomstige economische structuur wordt gekozen in Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 191 (29861).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er een grote krapte is op de arbeidsmarkt in essentiële sectoren als de zorg en techniek;
overwegende dat naar aanleiding van de motie-Van der Plas (29861, nr. 102) en de motie-Ceder (19637, nr. 3488) de regering onderzoekt hoe gewortelde kinderen die in Nederland geschoold zijn en worden, kunnen bijdragen op de arbeidsmarkt;
overwegende dat dit een deel van de arbeidsvraag kan oplossen in plaats van het aantrekken van vakkrachten uit het buitenland;
verzoekt het kabinet hierover met VNO-NCW en MKB-Nederland in gesprek te gaan en dit onderwerp tevens te betrekken bij de beleidsontwikkeling van de startbanen voor nieuwkomers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 192 (29861).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Dan heb ik nog een hele minuut en nog één vraag. We hebben vorige week een petitie ontvangen van een aantal Iraanse studenten. Door de situatie daar, met alle sancties qua financiële middelen et cetera, zijn overschrijvingen inmiddels heel ingewikkeld geworden. Daardoor komt ook hun studie in gevaar. Door een tewerkstellingsvergunning kunnen ze — zeg ik uit mijn hoofd — maximaal zestien uur werken. Ze willen graag meer, zodat ze kunnen voorzien in hun kosten, maar dat is allemaal ingewikkeld. Mijn vraag is of ik vanwege de geopolitieke ontwikkelingen van de minister een brief kan krijgen over of de situatie herkend wordt, hoe het kabinet die apprecieert en of het mogelijk eventueel bijzonder beleid voor een korte periode zou kunnen toevoegen, specifiek over het aantal uur dat ze kunnen werken. Zo kunnen ze voorzien in hun eigen levensonderhoud en collegegeld.
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog acht seconden.
De voorzitter:
Keurig. U heeft het weer een beetje gecompenseerd. Dank u wel. Ik hoorde u tijdens het indienen van de motie "Kamerstuk huppeldepup" zeggen. Ik ben benieuwd hoe dat straks wordt opgenomen in het stenografisch verslag. Het woord is aan mevrouw Patijn namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Patijn (PRO):
"Huppeldepup" ga ik ook gebruiken.
Daar gaan we!
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er zich al geruime tijd structureel misstanden met arbeidsmigranten in de vleessector voordoen;
overwegende dat er 29 gesprekken zijn gevoerd, waarvan 12 met 5 verschillende ministers;
overwegende dat de minister de vleessector tot 15 juni 2026 (afgelopen maandag) gaf om vooruitgang aan te tonen en deze deadline is verstreken;
constaterende dat de Arbeidsinspectie deze week beslag heeft gelegd op het vermogen van een uitzendbureau in de vleessector wegens onder andere verduistering van salaris van uitzendkrachten;
constaterende dat de vooruitgang in de vleessector onvoldoende is;
verzoekt de regering voor de zomer een uitzendverbod in de vleessector af te kondigen en deze zo snel mogelijk in te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 193 (29861).
Mevrouw Patijn (PRO):
Ik heb nog twee andere moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat misstanden met uitzendkrachten zelden in een hele sector voorkomen, maar vaak juist alleen bij specifieke bedrijven;
overwegende dat in zo'n situatie een gericht uitzendverbod opgelegd zou moeten kunnen worden;
constaterende dat de NLA nu wel een bedrijf stil kan leggen bij misstanden, maar geen individueel uitzendverbod kan opleggen;
verzoekt de regering te verkennen of de NLA de bevoegdheid kan worden gegeven om een individueel uitzendverbod op te leggen, en de Kamer hier voor het volgende commissiedebat Arbeidsmigratie over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 194 (29861).
Mevrouw Patijn (PRO):
De laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een samenhangende aanpak tussen gemeenten, de NLA en andere ketenpartners noodzakelijk is om excessen aan te pakken op het gebied van werk, huisvesting en leefomgeving van arbeidsmigranten;
verzoekt het kabinet gemeenten als partner te betrekken bij de samenwerkingsafspraken tussen de NAU, de NLA en de Belastingdienst en uitbreiding van de grondslagen tot wederzijdse gegevensuitwisseling tussen gemeenten en de NLA te onderzoeken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 195 (29861).
Mevrouw Patijn (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Tijs van den Brink van het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Meneer de voorzitter. "Arbeidsmigratie is de nieuwe sociale kwestie", zei de baas van de Arbeidsinspectie niet lang geleden. Hij heeft gelijk. Te veel arbeidsmigranten bevinden zich in een kwetsbare positie en belanden tussen wal en schip, met grote gevolgen voor henzelf en voor de samenleving. Daarom moeten we niet alleen grip krijgen op asielmigratie, waar het hier in de Kamer vaak om gaat, maar ook op arbeidsmigratie. Dat moet op een slimme manier, want we kunnen niet zonder goede arbeidsmigratie. Ik dien daarom twee moties in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het coalitieakkoord inzet op meer grip op arbeidsmigratie;
overwegende dat arbeidsmigratie niet van de ene op de andere dag kan worden afgebouwd, omdat vakmensen van buiten Nederland op sommige plekken nodig blijven;
overwegende dat de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 adviseert te werken met een bandbreedte voor migratie;
verzoekt de regering uit te werken hoe een richtinggevende bandbreedte voor arbeidsmigratie kan bijdragen aan meer grip op arbeidsmigratie;
verzoekt de regering daarbij ruimte te houden voor arbeidsmigratie die aantoonbaar bijdraagt aan productiviteit, innovatie en maatschappelijke opgaven, en tegelijk de afhankelijkheid van laagbetaalde en laagproductieve arbeidsmigratie terug te dringen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tijs van den Brink.
Zij krijgt nr. 196 (29861).
Er is één interruptie, van de heer Boon.
De heer Boon (PVV):
Mijn partij denkt dat de tewerkstellingsvergunningen een effectievere maatregel zijn dan een bandbreedte. Maar stel dat we over die bandbreedte heen gaan, zoals we de afgelopen jaren continu gezien hebben. Welke maatregelen stelt het CDA dan voor die het kabinet zou moeten nemen om binnen de bandbreedte te blijven?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik stel voor om een bandbreedte te gaan hanteren, en u zegt: wat nou als we daarbuiten komen? Vindt u het goed als we het daar tegen die tijd over hebben?
De voorzitter:
Meneer Boon, spreek alstublieft niet buiten de microfoon. Blijf binnen de orde van de vergadering, alstublieft.
De heer Ceulemans (JA21):
Het is een goede vraag van de heer Boon. De heer Van den Brink gaat daar iets te makkelijk aan voorbij. Je spreekt een bandbreedte af omdat je vindt dat daarboven geen sprake meer kan zijn van migratie, omdat je dan buiten de bandbreedte treedt waarvan je zegt dat die te dragen is voor de samenleving. Dat houdt dus een-op-een in dat als je daarboven dreigt te komen, er dan maatregelen getroffen moeten worden. De vraag is dus: welke maatregelen heeft de heer Van den Brink dan voor ogen op het gebied van arbeidsmigratie om beperkingen op te leggen op het moment dat buiten die bandbreedte getreden wordt?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Die heb ik nu nog niet klaarliggen, omdat die bandbreedte er überhaupt nog niet is. Ik vraag dus eerst aan de minister om eens uit te werken hoe die eruit zou kunnen zien.
De voorzitter:
Uw tweede motie.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dan kijken we daarna verder.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het ibo een vrijwillig fonds noemt waarmee bedrijven kunnen bijdragen aan maatschappelijke kosten rond arbeidsmigratie;
overwegende dat dit geen nieuwe financiële claim op de rijksbegroting is;
verzoekt de regering met sociale partners, sectoren en gemeenten te verkennen hoe vrijwillige bijdragen van bedrijven praktisch kunnen worden ingezet voor taal, begeleiding, leefbaarheid en het voorkomen van dakloosheid in regio's met veel arbeidsmigranten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tijs van den Brink.
Zij krijgt nr. 197 (29861).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Flach van de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een proef wordt opgestart waarbij arbeidsmigranten van buiten de EU actief naar Nederland worden gehaald;
overwegende dat arbeidsmigratie moet worden gezien als sluitstuk voor het oplossen van de arbeidsmarktkrapte, aangezien er aanzienlijk binnenlands potentieel beschikbaar is;
verzoekt de regering als uitgangspunt voor beleid te hanteren dat enkel in het uiterste geval inzet van arbeidsmigranten van buiten de EU wordt overwogen, en slechts uitsluitend voor sectoren die gedefinieerd zijn als cruciaal voor de economie van de toekomst,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 198 (29861).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet een sectoraal uit- en inleenverbod voor de vleessector overweegt, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wtta per 1 januari;
overwegende dat een generiek uitzendverbod de gehele vleessector treft, terwijl de sector bestaat uit verschillende deelsectoren, waaronder de roodvlees-, pluimvee- en vleeswarensector, alsmede een groot aantal individuele bedrijven;
overwegende dat de misstanden zich niet in gelijke mate in deze deelsectoren en bedrijven voordoen;
verzoekt de regering, indien wordt overgegaan tot invoering van een uitzendverbod, dit zo risicogericht mogelijk en met strikte handhaving en criteria vorm te geven, zodat goed presterende bedrijven niet worden getroffen door maatregelen die bedoeld zijn voor bedrijven waar misstanden zijn vastgesteld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 199 (29861).
De heer Flach (SGP):
En de laatste, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 heeft aangedrongen op effectieve maatregelen om de forse bevolkingsgroei te beperken;
constaterende dat conform de aangenomen motie-Stoffer c.s. (36800, nr. 52) bij de plannen rond demografie dient te worden ingezet op een migratiesaldo dat zo dicht mogelijk bij nul ligt;
verzoekt de regering:
-hoge prioriteit te geven aan de opvolging van het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050;
-een Staat van de Demografie uit te brengen, conform de aangenomen motie-Omtzigt (36410, nr. 122), met daarin maatregelen om grip te krijgen op de demografische ontwikkelingen;
-aanvullende maatregelen voor te bereiden om actief te sturen op vermindering van het migratiesaldo;
-voorstellen te doen voor bandbreedtes voor de onderscheiden migratietypen, waaronder arbeidsmigratie;
-voor het einde van dit jaar monitorings- en bijsturingsinstrumenten operationeel te hebben die zicht geven op de realisatie van doelstellingen;
-de Kamer halfjaarlijks te informeren over de actuele stand van zaken ten aanzien van de gerealiseerde en geprognotiseerde demografische ontwikkelingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 200 (29861).
De heer Flach (SGP):
Het mag helder zijn dat ik de voorbeelden niet voor niks noem. Het is anderhalf jaar geleden dat we het debat hebben gevoerd. Er liggen een aantal aangenomen moties en het is op dit vlak te stil. Vandaar deze motie.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Wiersma namens de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie en die luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat verschillende sectoren binnen de Nederlandse economie afhankelijk zijn van arbeidsmigratie;
van mening dat Nederland een kennisland is maar dat laagbetaalde arbeidsmigratie ook op de korte termijn essentieel is voor de Nederlandse economie;
verzoekt het kabinet de economische en maatschappelijke afhankelijkheid van arbeidsmigratie in alle sectoren nadrukkelijk mee te wegen in de besluitvorming,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 201 (29861).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Boon namens de PVV.
De heer Boon (PVV):
Voorzitter, dank u. Nogmaals, ik vind het jammer dat bepaalde partijen hier blijven pleiten voor bandbreedtes, maar geen maatregelen kunnen benoemen of durven te benoemen, want ik denk dat we dat echt moeten gaan doen. We hebben het debat gehad over de Staatscommissie Demografie. Daarbij is ook gesproken over bandbreedtes, maar daar is uiteindelijk niks uit gekomen. Ik denk dus dat we echt stappen moeten zetten. Mijn partij denkt dat het instellen van werkgeversvergunningen, ook binnen de EU, de juiste oplossing is. Daarom zal ik twee moties indienen. De eerste luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanhoudende instroom van arbeidsmigranten leidt tot grote druk op de woningmarkt, publieke voorzieningen en de leefbaarheid in Nederland;
overwegende dat arbeidsmigratie naar Nederland fors moet worden verminderd;
verzoekt de regering werkvergunningen in te voeren voor werknemers uit andere EU-lidstaten die in Nederland arbeid willen verrichten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 202 (29861).
De heer Boon (PVV):
En dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanhoudende instroom van arbeidsmigranten leidt tot grote druk op de woningmarkt, publieke voorzieningen en de leefbaarheid in Nederland;
verzoekt de regering een werkgeversheffing in te voeren waarbij werkgevers voor iedere arbeidsmigrant in dienst een jaarlijkse bijdrage betalen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 203 (29861).
De heer Boon (PVV):
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceulemans namens JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Wat mij betreft hebben we een goed commissiedebat gehad. De lijn van JA21 mag helder zijn: de arbeidsmigratie naar Nederland is compleet ontspoord en is eigenlijk een vorm van massale immigratie geworden ten faveure van bedrijven die voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten en die de negatieve gevolgen over de schutting gooien naar de samenleving.
Een van die negatieve gevolgen is de toenemende mate van dakloosheid van EU-migranten en de overlast die daarmee gepaard gaat. Daarover heb ik een tweetal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in veel Nederlandse steden en dorpen sprake is van dakloze en verslaafde EU-migranten;
constaterende dat zich binnen deze groep tevens zeer hardnekkige overlastgevers bevinden en dat hun gedrag in ernstige mate afbreuk doet aan de leefbaarheid en veiligheid van inwoners en ondernemers;
overwegende dat naast vrijwillige terugkeer ook verplichte terugkeer van overlastgevende dakloze EU-migranten mogelijk is, maar dat de drempel hiervoor hoog is;
verzoekt de regering in kaart te brengen hoe verplichte terugkeer van overlastgevende dakloze EU-migranten bespoedigd en vereenvoudigd kan worden;
verzoekt de regering tevens hierbij in ieder geval het aantal benodigde registraties om dossiers aan de IND te kunnen overdragen, mee te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.
Zij krijgt nr. 204 (29861).
De heer Ceulemans (JA21):
En de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet uit het oogpunt van tegengaan van overlast en dakloosheid inzet op een verdubbeling van het aantal opvangplekken voor niet-rechthebbende dakloze EU-migranten;
overwegende dat de praktijk in onder meer Rotterdam aantoont dat opvang die wordt gekoppeld aan intensieve begeleiding, waaronder actieve inzet op gedwongen terugkeer bij gebrek aan medewerking, afkicktrajecten en het nauw betrekken van werkgevers op de opvanglocatie zelf, leidt tot een hoge mate van terugkeer naar werk of naar het land van herkomst;
overwegende dat opvang van niet-rechthebbende EU-migranten altijd gericht zou moeten zijn op terugkeer naar werk of naar het land van herkomst;
verzoekt de regering een intensieve inzet op terugkeer naar werk of naar het land van herkomst altijd als strikte voorwaarde te hanteren bij rijksfinanciering van opvang van niet-rechthebbende dakloze EU-migranten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.
Zij krijgt nr. 205 (29861).
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Nobel namens de VVD.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Rotterdamse aanpak Meer grip op arbeidsmigratie zich richt op een menswaardig bestaan, het bestrijden van misbruik en het terugdringen van overlast in wijken;
overwegende dat er op dit moment geen landelijke aanpak bestaat die misstanden onder arbeidsmigranten bestrijdt, overlast tegengaat en de terugkeer naar het land van herkomst stimuleert;
verzoekt de regering om samen met de VNG een plan op te stellen voor de bredere uitrol van de Rotterdamse aanpak in Nederland en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nobel, Tijs van den Brink en Neijenhuis.
Zij krijgt nr. 206 (29861).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk van de SP als laatste spreker van de zijde van de Kamer in dit tweeminutendebat.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse Arbeidsinspectie aangeeft dat het aanpakken van misstanden bij uitzendbureaus "dweilen met de kraan open" is en dat de helft van de dakloze mensen in de grote steden arbeidsmigrant is;
constaterende dat de huidige omvang van arbeidsmigratie leidt tot sociale ontwrichting in zowel Nederland als in de landen van herkomst;
constaterende dat de Raad van State in een advies mogelijkheden benoemt om vrij verkeer in de EU tijdelijk in te perken indien er sprake is van sociale ontwrichting;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe, met welk tijdspad en voor welke sectoren een tewerkstellingsvergunning ingevoerd kan worden, en dit voor Prinsjesdag met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Ceder.
Zij krijgt nr. 207 (29861).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het beheersen van een gemeenschappelijke, in ons land de Nederlandse, taal cruciaal is om onderdeel te worden van een gemeenschap en mee te komen in de Nederlandse samenleving;
constaterende dat het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal op de werkvloer tot gevaarlijke situaties leidt;
verzoekt de regering de taaleis uit te breiden zodat iedereen die langer dan drie maanden in Nederland komt werken of studeren, verplicht Nederlands moet leren;
verzoekt de regering de verantwoordelijkheid van dit verplichte taalonderwijs bij de onderwijsinstelling of werkgever neer te leggen die iemand naar Nederland haalt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 208 (29861).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de adviezen van de commissie-Roemer nog onvoldoende worden uitgevoerd;
constaterende dat in het coalitieakkoord staat dat de adviezen van de commissie-Roemer worden uitgevoerd;
verzoekt de regering volledige uitvoering te geven aan het advies van de commissie-Roemer, en daarin mee te nemen:
-een verplichte certificering van uitzendbureaus;
-een gegarandeerd minimumloon voor de eerste twee maanden;
-registratie vanaf dag één;
-een ontkoppeling van het huur- en arbeidscontract,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 209 (29861).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Ik heb dit debat nu gevoerd met drie verschillende kabinetten en met drie verschillende Kamers. Er moet me iets van het hart. De ongelofelijke dosis naïviteit die uit deze Kamer komt als het gaat over migratie, is stuitend. Als je grip op migratie wil hebben, dan moet je iets doen aan arbeidsmigratie. We hebben het over bandbreedtes en we hebben uitgebreide discussies over de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, maar het allergrootste percentage van mensen dat naar Nederland wordt gehaald om hier uitgebuit, afgedankt en op straat gezet te worden, bestaat uit arbeidsmigranten. Wie dat niet wil beperken met werkvergunningen heeft boter op zijn hoofd.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten, waarna wij verdergaan met de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 14.13 uur tot 14.23 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de minister.
Minister Vijlbrief:
Voorzitter, ik had niet helemaal door dat het er twintig waren. Excuus daarvoor.
De voorzitter:
Mag ik een beetje rust in de zaal? Dank u wel. De minister.
Minister Vijlbrief:
De heer Neijenhuis vroeg of ik de Kamer kan informeren over welke alternatieven er voor een tewerkstellingsvergunning voor asielzoekers zijn. Daar zal ik in het najaar een brief over sturen.
Er is gevraagd om een toezegging over een brief voor Iraanse studenten. Dat kan ik niet toezeggen. Buitenlandse studenten met een verblijfsvergunning om hier te studeren dienen een voltijdstudie te volgen. We hebben daar voor Oekraïense vluchtelingen een uitzondering op gemaakt, maar er is vooralsnog geen sprake van een uitzondering voor Iraniërs. Hoe graag ik dat ook zou doen, dat kan dus niet.
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 190 van de heer Neijenhuis. Die geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 191 van de heer Ceder, over de beleidsbrief over toekomstige arbeidsmigratie, geef ik ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 191. Dan de motie op stuk nr. 192.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 192 gaat over startbanen voor ongedocumenteerde jongeren. Die lijkt een beetje op het eerdere punt. Zij hebben geen verblijfsvergunning en kunnen geen toegang krijgen tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Die moet ik dus ontraden.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 193.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 193 vergt iets meer tijd om toe te lichten. Zoals de Kamer weet, heb ik een oordeel gekregen, althans, heb ik vlak voor 15 juni plannen gekregen — ik moet het wel goed formuleren — van de vleessector. Ik heb een inspectierapport liggen. Op basis daarvan zal ik mijn oordeel opmaken over de vraag of ik een uitzendverbod passend en nodig vind. Daarom kan ik deze motie nu geen oordeel Kamer geven. Ik kan twee dingen doen. Ik kan hem "ontijdig" noemen, want er komt een oordeel en dat komt er voor de zomer.
De voorzitter:
Dan is de motie op stuk nr. 193 ontijdig verklaard wanneer mevrouw Patijn de motie niet aanhoudt. U hebt één interruptie, mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (PRO):
Ik ben bereid om de motie aan te houden, maar ik zou dan wel graag ook nog een schriftelijke appreciatie willen krijgen.
Minister Vijlbrief:
Ja, die zal ik geven. Ik neem aan dat zij bedoelt: zodra deze motie in stemming komt. Hij is nu namelijk aangehouden. Ik hoor dat mevrouw Patijn die appreciatie voor de zomer wil ontvangen. Dat is prima.
De voorzitter:
Dan is de motie op stuk nr. 193 aangehouden en volgt er nog een schriftelijke appreciatie.
Op verzoek van mevrouw Patijn stel ik voor haar motie (29861, nr. 193) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 194.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 194 van mevrouw Patijn geef ik oordeel Kamer. Ik kan dit verkennen en u later een brief sturen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 195.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 195 kan ik ook oordeel Kamer geven. We gaan dat doen.
Dan de motie op stuk nr. 196 van de heer Van den Brink. Ja, dat kunnen wij doen. Die motie krijgt dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 196 krijgt oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
Die motie komt overeen met een aantal moties die nog openstonden. Daar hebben meerdere mensen wat over gezegd. We gaan op die onderwerpen in. Er komt een brief van het kabinet die gaat over de opvattingen van de staatscommissie in den brede. Volgens mij komt die na de zomer. Daar nemen we het dan in mee. Vandaar dat ik die motie rustig oordeel Kamer kan geven.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 197.
Minister Vijlbrief:
Die is van de heer Van den Brink en heeft betrekking op het voorkomen van dakloosheid en het fonds. Die geef ik oordeel Kamer. Daar hebben we het in het debat uitgebreid over gehad.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 198.
Minister Vijlbrief:
Dan de motie op stuk nr. 198 van de heer Flach. Ik ben het daar hartgrondig mee eens. Hij heeft het over arbeidsmigratie als sluitstuk. Ik geef die motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Die krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 199.
Minister Vijlbrief:
De heer Flach vraagt hierin om een effectief, risicogericht uitzendverbod. Daarop zeg ik: nee, ik vind dit te restrictief. Ik begrijp wel waar hij naartoe wil. Ik begrijp wat hij wil, maar dit is te restrictief. Ik zou willen dat ik een risicogericht uitzendverbod uitvoerbaar kon maken, maar als ik zo eens kijk naar één sector die ik nu onder de loep heb, dan betekent risicogericht toch wel dat je een heel groot deel van de sector moet treffen. Dan kun je wel weer rekening houden met de grootte van het bedrijf en met de vraag of het echt de vleessector betreft of dat zo'n bedrijf allerlei aanpalende activiteiten heeft. Als de heer Flach dat met "risicogericht" bedoelt, dan kan ik daar rekening mee houden. Je leest nu in de kranten als commentaar op mijn aankondiging dat er mogelijk een uitzendverbod volgt, dat dat er alleen voor de slechteriken moet komen. Dat wordt ingewikkeld. Je kunt ook het verkeer niet regelen voor alleen de slechteriken. Dan moet je breder kijken. Maar ik weet niet wat de heer Flach … Dit is uitlokking, voorzitter. Ik weet dat u een agenda hebt. Ik had mijn mond moeten houden.
De voorzitter:
Mijn agenda is eigenlijk uw agenda, want het is een wetsbehandeling.
Minister Vijlbrief:
Neenee, ik ga mijn mond houden. De heer Flach wil wat zeggen.
De voorzitter:
En overigens ook van de leden, en door hen word ik ingehuurd. Nou, één interruptie van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Ik ben sowieso tegen zo'n uitzendverbod. Ik vind dat je altijd moet proberen om de slechteriken te pakken en goedwillende bedrijven niet aan te tasten. Maar ik probeer ook differentiatie in het grote begrip "flexsector" aan te brengen. Dat beoog ik daarmee. Maatwerk is een goed uitgangspunt bij overheidsbeleid. Eigenlijk probeer ik de minister toch nog een laatste keer te bewegen tot maatwerk en om al die goedwillende ondernemers die wél dingen goed doen niet te frustreren.
De voorzitter:
En met deze toelichting luidt uw slotappreciatie van de motie op stuk nr. 199 …?
Minister Vijlbrief:
Ontraden. Maar ik ga dus wel proberen — want anders ontstaat de verkeerde indruk na dit debat — om datgene wat de heer Flach wil in de praktijk te brengen. Dat kun je bijvoorbeeld doen door naar de bedrijfsgrootte te kijken. Laten we het even daarbij houden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 200.
Minister Vijlbrief:
Die gaat over de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen. Die motie krijgt oordeel Kamer. Dat is eigenlijk weer hetzelfde punt. Dat komt terug in de brief, dus ik kan deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 201.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 201 van mevrouw Wiersma: oordeel Kamer. Ik ben het eens met wat daar staat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 202.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 202 moet ik ontraden. De heer Boon weet waarom ik die ontraad. Dat hebben we in het debat besproken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 203.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 203 moet ik ontraden.
Even kijken. De motie op stuk nr. 204 van de heer Ceulemans is ontijdig. Ik wil wel het verzoek aan de minister van AenM overbrengen om de Kamer schriftelijk te informeren over de mogelijkheden rondom verplichte terugkeer van buitenlandse EU-burgers. Maar daarmee is de motie ontijdig.
De voorzitter:
Is de heer Ceulemans bereid om de motie aan te houden? Dat mag non-verbaal. Het wordt verbaal.
De heer Ceulemans (JA21):
Het wordt verbaal. Ik denk dat een appreciatie van deze motie wel mogelijk is voor dinsdag, ook vanuit AenM?
Minister Vijlbrief:
Dat vind ik heel lastig. Nu ga ik een oordeel geven over een ander departement. Laat ik het zo zeggen: ik zal mijn best doen.
De voorzitter:
Maar als de minister hier zelf had gestaan, had hij het staande de vergadering gehoord.
Minister Vijlbrief:
Zeker, zeker. Daag me niet uit! Maar ik zal mijn best doen om dat voor de stemmingen te doen.
De heer Ceulemans (JA21):
Dan laat ik de motie vooralsnog even staan. Mocht blijken dat het niet voor de stemmingen lukt, dan kan ik altijd nog kijken wat ik doe.
De voorzitter:
Ja. Voor de stemmingen komt er een brief naar de Kamer. Dat lijkt me heel prima te doen. De motie op stuk nr. 205.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 205 moet ik ontraden.
De motie op stuk nr. 206 gaat over de brede uitrol van de Rotterdamse aanpak. Daar ben ik erg voor: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Meneer Ceulemans, over de motie op stuk nr. 205?
De heer Ceulemans (JA21):
Ja. Ik kijk een beetje op van het ontraden van de motie op stuk nr. 205. Over het verdubbelen van de opvangplekken voor niet-rechthebbende EU-migranten wordt gezegd in de brief die daarover vanuit het kabinet is verschenen, dat er op dit moment, in de opvangvoorzieningen die er nu al zijn, inderdaad wordt ingezet op terugkeer naar werk of land van herkomst.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Ceulemans (JA21):
Ik heb het zo begrepen dat die uitbreiding een uitbreiding onder dezelfde omstandigheden is. Deze motie bevestigt dat, en die ontraadt de minister. Dus wat is hij dan van plan met die nieuwe opvangplekken?
Minister Vijlbrief:
Ik heb geen ander plan dan ik had. Het waren twintig moties in enkele minuten, dus ik ga de motie nu nog één keer heel goed lezen.
Ja, als de heer Ceulemans dit … Laat ik er dan maar even een interpretatie van geven. Als hij bedoelt "zet nou datgene wat je bij de huidige opvangplekken doet, ook door bij de nieuwe", dan is het oordeel Kamer, want dat gaan we inderdaad doen.
De voorzitter:
Is dat het geval en …
Minister Vijlbrief:
Maar dan moet het wel echt zijn wat hier staat, want anders …
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Ceulemans. Ik wil het graag zien. De heer Ceder heeft ook nog een interruptie. Is dit de interpretatie waar de heer Ceulemans mee kan leven?
De heer Ceulemans (JA21):
Ja.
De voorzitter:
De minister geeft een interpretatie. U kunt knikken. Is dat het geval? Nee, ik wil echt verder. Dat heb ik gezegd. De heer Ceulemans gaat akkoord met de interpretatie. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 205 oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
Ik dacht dat ik de heer Ceulemans tegemoetkwam, maar dat is niet gelukt, geloof ik!
De voorzitter:
Dat kunt u elkaar vast achteraf zeggen. De motie op stuk nr. 205 krijgt daarmee oordeel Kamer, met de interpretatie van de minister, waarmee ingestemd door de heer Ceulemans. De heer Ceder, heel kort.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik was een beetje verbaasd dat de motie op stuk nr. 192 werd ontraden. Er zijn al meerdere moties, waaronder die van Van der Plas en mij, die aangeven: volgens mij zijn er potentiëlen waar je iets mee zou kunnen. Ja, het klopt dat ze niet mogen werken. Dat is de essentie van de motie: kijken wat er wel en niet mogelijk is. De minister gaf aan dat hij het ingewikkeld vindt om dat te betrekken bij de beleidsontwikkeling van startbanen. Dat snap ik.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Helpt het als ik het tweede gedeelte schrap, maar wel vraag om dit punt met VNO-NCW en MKB-Nederland te bespreken, inclusief een terugkoppeling? Volgens mij ontstaat dan ook vanuit de werkgeverskant de urgentie …
De voorzitter:
De minister begrijpt de vraag.
Minister Vijlbrief:
Ja, ik begrijp de vraag. Ik ontraad de motie in deze vorm. Als het tweede deel wordt geschrapt en de vraag alleen is of ik hierover in gesprek kan gaan met VNO-NCW om te kijken of daar iets kan, is het antwoord ja. Dan is het oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dat is daarmee opgenomen in de Handelingen. De motie op stuk nr. 192 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 207.
Minister Vijlbrief:
Ja, ik was gebleven bij de motie op stuk nr. 207. Die is in strijd met het vrije verkeer. Ontraden.
De voorzitter:
Tot slot de motie op stuk nr. 208. Nee, niet tot slot.
Minister Vijlbrief:
Nee, het zijn er twintig. Voor de motie op stuk nr. 208 geldt hetzelfde argument. Ontraden.
Bij de motie op stuk nr. 209 twijfelde ik even. Ik ben van plan om het advies van de commissie-Roemer uit te voeren. Bepaalde dingen uit het rapport van de commissie-Roemer zijn in de praktijk natuurlijk anders gegaan dan Roemer heeft opgeschreven. Een voorbeeld is het certificeren van uitzendbureaus. We hebben natuurlijk een nieuwe wet gekregen. Als de heer Dijk hier bedoelt: voer het rapport van de commissie-Roemer uit, is het antwoord ja. Als hij bedoelt: doe naar de letter wat daar allemaal in staat, is het antwoord nee. Dus oordeel Kamer als ik de vraag mag interpreteren als: wilt u het rapport-Roemer uitvoeren?
De voorzitter:
De heer Dijk knikt. Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 209 oordeel Kamer. Eén vervolgvraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Teneinde uw lastige taak van aanstaande dinsdag iets te verlichten zou ik de motie op stuk nr. 199 willen aanhouden en aan de minister willen vragen of hij in dezelfde brief die hij noemde richting mevrouw Patijn ook hier iets over zou willen zeggen.
De voorzitter:
Minister, kan dat?
Minister Vijlbrief:
Ja, dat zal ik doen. Dank u wel. Graag.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (29861, nr. 199) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik kom erachter dat ik per ongeluk een trucje met de minister heb uitgehaald.
Minister Vijlbrief:
O jee.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Het is niet erg. Ik wilde het in dit debat eigenlijk ook nog hebben over het inhouden van loon voor huisvestingskosten. Uw voorganger heeft dat punt de dag na de verkiezingen teruggedraaid.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is een van de dingen die in het rapport van de commissie-Roemer stond. Tot net was ik me daar eigenlijk niet van bewust. Mijn vraag is of de minister daarmee zegt: we nemen de adviezen van de commissie-Roemer over, dus ook het innemen van een kwart van het loon voor huisvestingskosten ga ik terugdraaien. Dan zijn we helemaal goed bezig en dan neemt u echt alle adviezen over.
De voorzitter:
Creativiteit is u niet ontzegd. De minister.
Minister Vijlbrief:
Dit is geen trucje, maar een tovertruc. Volgens mij hebben we het hier in het debat uitgebreid over gehad. Ik ga nu niet toezeggen dat ik dat ga doen. Volgens mij heb ik in het debat gezegd dat ik bereid ben om daarnaar te kijken. Dat geldt nog steeds.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd. Ik schors heel kort, waarna u verdergaat met de behandeling van de Wet handhaving sociale zekerheid. De vergadering is heel kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.