Stenogram : Bonaire, Sint-Eustatius en Saba
14 Bonaire, Sint-Eustatius en Saba
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 83
Te raadplegen sinds
2026-09-14Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier36800-IVToon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 83
Bonaire, Sint-Eustatius en Saba
Aan de orde is het tweeminutendebat Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (CD d.d. 27/05).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Ik heet de leden van de Kamer en de staatssecretaris in vak K van harte welkom. De heer Ceder heeft een verzoek aan zijn collega's. Die gelegenheid bied ik hem nu.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank. Wegens een dubbeling was ik niet in de gelegenheid om aan dit zeer belangrijke commissiedebat deel te nemen. Mevrouw Heera Dijk heeft wel namens mij gesproken. Om die reden hoop ik dat ik ook deel mag nemen aan dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Ik zie een bijna enthousiaste ja en twee hele grote duimen bij uw collega's. Meneer Ceder, u staat op de lijst. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Dijk, die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank, voorzitter. De staatssecretaris heeft een brief geschreven over UNICEF, over de voortgang. Ik was eigenlijk best blij om te lezen wat er allemaal in stond. Hij beschrijft de meerwaarde van Child Friendly Cities voor kinderen op Bonaire, Saba en Statia. Maar tegelijkertijd schrijft de staatssecretaris dat hij de opvatting van de Kamer wil meewegen bij de besluitvorming. Daar heb ik een vraag over, want ik dacht dat de staatssecretaris over de begroting zelf gaat en dat hij die zou bespreken met de collega's. Daarom is mijn vraag aan de staatssecretaris: is het de inzet om bij de begrotingsvoorbereiding voor 2027 ruimte te maken voor de voortzetting van Child Friendly Cities?
Dan nog even over Saba. Ik weet dat de staatssecretaris dit weekend op Saba was voor het afscheid van meneer Johnson. Ik weet ook dat de prijzen van elektriciteit daar alsmaar stijgen en dat in juli de prijs zelfs €0,5046 per kilowattuur wordt. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: welke rol ziet u hierin om te kijken wat we kunnen doen?
Dat waren mijn vragen. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Tseggai, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst kan ik me aansluiten bij de laatste vraag van mevrouw Dijk. Ik wilde namelijk ook namens de fractie van PRO de zorgen uitspreken over de hoge energiekosten in Caribisch Nederland. Ik kan me dus van harte aansluiten bij die vraag.
Daarnaast heb ik twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het recht op goed onderwijs een grondrecht is en het een grote bijdrage levert aan een fijne toekomst van jongeren;
constaterende dat de Onderwijsraad en de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme in recente rapporten aandacht hebben gevraagd voor het feit dat het recht op goed onderwijs in Caribisch Nederland onvoldoende geborgd is;
verzoekt de regering om voor de begroting Onderwijs voor het jaar 2027 de Kamer te informeren over hoe opvolging gegeven wordt aan de aanbevelingen om het recht op goed onderwijs ook in Caribisch Nederland te borgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Ceder.
Zij krijgt nr. 63 (36800-IV).
Mevrouw Tseggai (PRO):
De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Algemene Rekenkamer zorgen heeft geuit over de voorbereiding van Caribisch Nederland op een ramp;
overwegende dat de eilanden in Caribisch Nederland sterk afhankelijk zijn van import en het hierdoor van groot belang is dat er voldoende voorraden zijn voor het geval er sprake is van een noodsituatie;
verzoekt de regering om samen met de overheden van Caribisch Nederland zorg te dragen voor opvolging van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer, zodat de weerbaarheid van Caribisch Nederland op orde is, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Ceder.
Zij krijgt nr. 64 (36800-IV).
Mevrouw Tseggai (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Ceder als laatste spreker. Hij spreekt namens de fractie van de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan mevrouw Heera Dijk, die namens mij het woord voerde tijdens het commissiedebat. Complimenten aan de staatssecretaris, die ik vanochtend tegenkwam bij de Dag van de Publieke Dienstverlening. Hij is dus de hele dag vrij actief bezig voor het land en het Koninkrijk.
Ik sluit me aan bij de vragen die net gesteld zijn over de energieprijzen. Ik heb natuurlijk niet voor niets een amendement ingediend om die te dekken. Nu lees ik dat er energieprijzen binnen het Koninkrijk zijn, op Saba — misschien ook op andere plekken — die tot de hoogste van de wereld behoren. Dat moeten we volgens mij allemaal niet willen. Ik ben dus benieuwd naar de beantwoording.
Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de dienstverlening voor openbaar vervoer ook rond de BES goed geborgd moet zijn, niet alleen in de lucht en te land, maar ook ter zee;
overwegende dat er innovatieve werkwijzen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de zware maritieme omstandigheden, hoge operationele kosten en betrouwbaarheid van vloten;
verzoekt de minister voor de begrotingsbehandeling van Koninkrijksrelaties te komen met een visie over openbare veerverbindingen tussen de eilanden in Caribisch Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Heera Dijk, Tseggai, Den Hollander en Tijs van den Brink.
Zij krijgt nr. 65 (36800-IV).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik merk op dat dit natuurlijk gaat over de Bovenwindse Eilanden onderling en de Benedenwindse Eilanden onderling. Anders wordt het wel heel ingewikkeld met de veerverbindingen.
Tot slot een motie over de situatie in de haven van Statia.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de haven van Sint-Eustatius, Statia, een essentiële levensader vormt voor onder andere de bevoorrading, bereikbaarheid, economische continuïteit en crisisbestendigheid van het eiland;
overwegende dat uit recente technische beoordelingen blijkt dat de huidige golfbreker in aanzienlijk slechtere staat verkeert dan eerder voorzien en onvoldoende bescherming biedt tegen de huidige en toekomstige klimaatomstandigheden;
overwegende dat vertraging van besluitvorming en uitvoering kan leiden tot hogere maatschappelijke en financiële kosten en een grotere kwetsbaarheid, juist tijdens het orkaanseizoen;
verzoekt de regering om samen met het Openbaar Lichaam Sint-Eustatius uiterlijk vóór de begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties een integraal investerings- en uitvoeringsvoorstel op te stellen voor een toekomstbestendige havenontwikkeling op Sint-Eustatius, en daarbij expliciet in kaart te brengen welke middelen noodzakelijk zijn voor versterking en uitbreiding van de golfbreker en welke financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Tseggai.
Zij krijgt nr. 66 (36800-IV).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft aangegeven in één keer door te kunnen. Ik geef hem daartoe van harte het woord. Er wordt iets heel praktisch gezegd. We hebben de moties nog niet. Dat gaat misschien wel helpen. Ik geef de staatssecretaris enkele seconden om weer te gaan zitten. Dan zijn de moties zo meteen rondgedeeld.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Wij zijn toegekomen aan de appreciaties van de ingediende moties. Ik geef de staatssecretaris daartoe van harte het woord. Gaat uw gang.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Als u het goed vindt, geef ik ook nog even antwoord op de twee vragen van mevrouw Dijk.
De voorzitter:
Uitstekend. Gaat uw gang.
Staatssecretaris Van der Burg:
Als het gaat om de activiteiten van UNICEF, dan ligt het niet voor de hand, gezien de begrotingsonderhandelingen die we in augustus nog binnen het kabinet krijgen, dat ik nu vooruitloop op wat ik dan met dat punt ga doen. Ik moet daartoe eerst de cijfers zien. Op dit moment kan ik dus geen toezegging over UNICEF doen.
Als het gaat om elektriciteit, waar zowel mevrouw Dijk als mevrouw Tseggai naar vroegen, kan ik zeggen dat dit aan de orde zal komen na de zomer als wij met het verdelingsvoorstel komen rondom de 30 miljoen. Dat zou een moment zijn om te kijken hoe de bestaanszekerheid kan worden gekoppeld aan connectiviteit. Connectiviteit kan zowel gaan over de veren, het internet als de elektriciteit.
Dan de moties. De eerste motie van mevrouw Tseggai, op stuk nr. 63, betreft het onderzoek van de Onderwijsraad. Via de voorzitter wil ik u vragen deze aan te houden, omdat OCW nog voor het zomerreces met een kabinetsreactie komt. Hij is heel ver in het proces, kan ik u alvast zeggen, om die naar u te sturen, in die zin dat ik hem al heb gezien.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai knikt.
Op verzoek van mevrouw Tseggai stel ik voor haar motie (36800-IV, nr. 63) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 64.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dan krijgt ze als dank voor de volgende motie natuurlijk "oordeel Kamer". Nee hoor, ook gewoon omdat de inhoud klopt. Die krijgt dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 64 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 65.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. We gaan naar de motie op stuk nr. 65. Even voor de helderheid, want de heer Ceder lichtte toe wat hij met Caribisch Nederland bedoelde en dat maakt het nog complexer. Want Caribisch Nederland zijn Saba, Statia en Bonaire. Benedenwinds veren tussen Caribisch Nederland is onmogelijk, want er is maar één Caribisch Nederland-eiland benedenwinds. Die kan dus niet. Bovendien, bovenwinds moet het dan weer niet gaan over Caribisch Nederland, want dan zou het gaan om het veer tussen Saba en Statia. Ik denk dat beide eilanden het toch wel prettig zouden vinden als het echt een koppeling heeft met Sint-Maarten, want daar ligt namelijk de verbinding. Het woord "Caribisch Nederland" in de motie is op allerlei vlakken niet kloppend. Dus ik lees 'm even als "de connectiviteit bovenwinds tussen de drie eilanden die daar zitten" en dan geef ik 'm oordeel Kamer.
De voorzitter:
De heer Ceder gaat heel kort en bondig zeggen hoe enthousiast hij is met deze appreciatie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben zeer enthousiast en de staatssecretaris heeft me te pakken. Volgens mij is hij daar ook heel blij mee. Het klopt. "Caribisch Nederland" moet "het Caribisch deel van het Koninkrijk zijn", zowel bovenwinds als onderwinds. Ik pas de motie aan, want ik wil recht doen aan wat de staatssecretaris aangeeft. Ik ben blij met de appreciatie en zo interpreteer ik 'm ook.
De voorzitter:
De motie-Ceder c.s. (36800-IV, nr. 65) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de dienstverlening voor openbaar vervoer ook rond de BES goed geborgd moet zijn, niet alleen in de lucht en te land, maar ook ter zee;
overwegende dat er innovatieve werkwijzen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de zware maritieme omstandigheden, hoge operationele kosten en betrouwbaarheid van vloten;
verzoekt de minister voor de begrotingsbehandeling van Koninkrijksrelaties te komen met een visie over openbare veerverbindingen tussen de eilanden in het Caribisch deel van het Koninkrijk,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. 67, was nr. 65 (36800-IV).
De aangepaste motie krijgt hiermee oordeel Kamer. Dan zijn we bij de laatste motie gekomen, die op stuk nr. 66.
Staatssecretaris Van der Burg:
Om u te plezieren houd ik het kort: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 66 krijgt oordeel Kamer.
We zijn aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de leden voor hun aanwezigheid. Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid in vak K.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Aanstaande dinsdag gaan we stemmen over de ingediende moties. Ik schors, inclusief dinerpauze, tot 19.00 uur.
De vergadering wordt van 18.06 uur tot 19.00 uur geschorst.