Stenogram : Digitale infrastructuur en economie
12 Digitale infrastructuur en economie
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 83
Te raadplegen sinds
2026-09-14Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier26643Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 83
Digitale infrastructuur en economie
Aan de orde is het tweeminutendebat Digitale infrastructuur en economie (CD d.d. 08/04).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Digitale infrastructuur en economie. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom, net als de staatssecretaris in vak K. Wij gaan luisteren naar mevrouw El Boujdaini, die spreekt namens de fractie van D66.
Ik sprak uw achternaam trouwens verkeerd uit. Excuus. Ik wilde te snel. Gaat uw gang.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga mijn moties voorlezen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er plannen zijn aangekondigd voor de bouw van meerdere grootschalige datacentra in Nederland, terwijl onduidelijk is welke partijen hiervan gebruik zullen maken;
constaterende dat datacentra een essentieel onderdeel vormen van de digitale infrastructuur en van groot belang zijn voor de opslag en verwerking van gevoelige en kritieke gegevens van onder meer overheden, zorginstellingen en bedrijven;
overwegende dat afhankelijkheid van niet-Europese aanbieders van digitale infrastructuur risico's met zich brengt voor digitale soevereiniteit, privacy en continuïteit van dienstverlening;
overwegende dat het wenselijk is om bij de ontwikkeling en exploitatie van datacentra strategische autonomie en Europese samenwerking te bevorderen;
verzoekt de regering om te verkennen of en hoe bij de vergunningverlening voor datacentra het vergroten van Europees-autonome datacentercapaciteit kan worden gestimuleerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Verkuijlen en Zwinkels.
Zij krijgt nr. 1523 (26643).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de overheid in toenemende mate gebruik zal maken van kunstmatige intelligentie (AI) en dat dit gepaard gaat met een groeiende behoefte aan rekenkracht;
overwegende dat deze rekenkracht ingekocht wordt bij externe aanbieders en dat het afnemen van rekenkracht van Nederlandse en Europese leveranciers bijdraagt aan meer digitale soevereiniteit;
overwegende dat het optreden van de overheid als launching customer kan bijdragen aan de ontwikkeling en opschaling van innovatieve digitale infrastructuur, waaronder AI-gerelateerde voorzieningen;
verzoekt de regering om te inventariseren hoeveel rekenkracht de overheid naar verwachting in de komende tien jaar nodig heeft en op basis van deze inventarisatie te bezien op welke wijze de overheid als launching customer optreedt ten behoeve van de ontwikkeling van AI-infrastructuur, waaronder een AI-gigafabriek in Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Oualhadj en Verkuijlen.
Zij krijgt nr. 1524 (26643).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de overheid een grote afnemer van IT-producten en -diensten is;
constaterende dat in het coalitieakkoord staat dat we als overheid vaker moeten optreden als launching customer voor innovatieve technologieën;
overwegende dat meer IT-producten en -diensten afnemen van Nederlandse en Europese bedrijven bijdraagt aan meer digitale soevereiniteit en het versterken van de Europese interne markt, en bijdraagt aan kennis en innovatie;
verzoekt de regering om als launching customer op te treden voor GPT-NL,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini en Kathmann.
Zij krijgt nr. 1525 (26643).
Dank u wel. En dan gaan we nu ook luisteren naar mevrouw Kathmann, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Kathmann (PRO):
Dank, voorzitter. We hebben geen tijd te verliezen. 99% van het internetverkeer wereldwijd gaat over zeekabels en die zijn uitgefaseerd, dus we moeten aan de bak. Dat is cruciaal voor ons vestigingsklimaat en cruciaal voor onze digitale onafhankelijkheid. Daarom heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op verzoek van de Kamer publieke financieringsopties zijn uitgewerkt om snel te kunnen investeren in zeekabelinfrastructuur, naar aanleiding van de motie-Kathmann c.s. (26643, nr. 1267) en de Kamerbrief (26643, nr. 1398);
overwegende dat hier vooralsnog geen middelen voor zijn gereserveerd, maar dit wel in lijn is met de kabinetsambities;
verzoekt de regering om bij Prinsjesdag 2026 middelen te reserveren voor publieke investeringen in kansrijke zeekabelprojecten die bijdragen aan de digitale autonomie van Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Dassen.
Zij krijgt nr. 1526 (26643).
Mevrouw Kathmann (PRO):
Dan de keuze voor een gigafabriek: ja of nee? Dat was een beetje een raar besluit, al zeg ik dat hier zo misschien een beetje lomp. Eigenlijk werd daarvoor door het kabinet alleen maar in de tas van de staatssecretaris gekeken, waarvan het weet dat het er geen geld in heeft gestopt. Dus ik zou heel graag aan het hele kabinet de oproep willen doen: stop nou met kijken in die tas, want je weet dat je daar geen geld in hebt gestopt; ga strategisch nadenken over de digitale infrastructuur die wij nodig hebben, nu en in de toekomst. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland nu keuzes moet maken over digitale infrastructuur en de rekenkracht die wij voor nu en in de toekomst realiseren;
constaterende dat er nog geen strategie is uitgewerkt voor welke rekenkracht er nodig is om op termijn de positie van Nederland als "digitale koploper" waar te maken;
verzoekt de regering om verschillende scenario's uit te werken voor de ruimte en rekenkracht die nodig zijn om Nederland strategisch te positioneren binnen Europa op het gebied van AI;
verzoekt de regering om deze scenario's, inclusief inzicht in de benodigde investeringen, in Q1 van 2027 aan de Kamer te doen toekomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kathmann.
Zij krijgt nr. 1527 (26643).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Verkuijlen, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank u, voorzitter. Dank ook aan de staatssecretaris voor het debat over de digitale infrastructuur. Ik denk dat digitale zaken een onderwerp is waarover we de komende tijd met elkaar nog veel van gedachten moeten wisselen. Het gaat over afhankelijkheid en over kwetsbaarheid. Mijn motie ziet op kwetsbaarheid.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse economie afhankelijk is van digitale infrastructuur;
constaterende dat om die reden de digitale infrastructuur is opgenomen in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten;
constaterende dat deze wet verplicht om door middel van een risicobeoordeling alle relevante risico's en dreigingen voor de digitale infrastructuur in kaart te brengen;
verzoekt de regering om uiterlijk vóór de komende begrotingsbehandeling van Economische Zaken voor de digitale infrastructuur deze risicobeoordeling op te maken en vertrouwelijk met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Verkuijlen, El Boujdaini en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1528 (26643).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Zwinkels, die spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Digitale infrastructuur is tegenwoordig net zo onmisbaar als fysieke infrastructuur. Een snelle, veilige en betrouwbare digitale infrastructuur is randvoorwaardelijk voor een sterke en innovatieve economie — dat onderstreept ook het rapport-Wennink — maar digitale infrastructuur is allang niet meer alleen een economisch vraagstuk. Het is een strategische basislaag voor onze autonomie, veiligheid en publieke waarden. Wanneer we digitaal afhankelijk zijn, maakt dat ons kwetsbaar voor beïnvloeding van buitenaf. Daarom moeten we die afhankelijkheden actief afbouwen. Ook het coalitieakkoord spreekt die ambitie duidelijk uit. Het CDA vindt dat de overheid daarin zelf het goede voorbeeld moet geven. Als een van de grootste inkopers van Nederland kan de overheid Europese technologie en innovatieve bedrijven helpen op te schalen door bewust als launching en scaling customer op te treden. Digitale autonomie, dataveiligheid en strategische weerbaarheid moeten daarom structureel worden meegewogen in overheidsaanbestedingen. Ik roep de staatssecretaris op om dit uitgangspunt te verankeren in het rijksinkoopbeleid en aan te geven welke concrete stappen zij gaat zetten om de overheid daadwerkelijk als een launching en scaling customer te laten optreden.
Tot slot. De staatssecretaris verwees eerder al naar het Europese traject en in het bijzonder naar het Tech Sovereignty Package. Daarbij verwees ze naar het nog te verschijnen BNC-fiche. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer de Kamer het BNC-fiche kan verwachten? Voor het CDA is het Tech Sovereignty Package namelijk een uitgelezen kans om de digitale weerbaarheid van Europa te versterken en de strategische afhankelijkheden af te bouwen. Nederland moet daarin niet afwachten, maar moet vooroplopen en zich in Europa actief inzetten voor een ambitieuze agenda op technologische soevereiniteit. Graag een reactie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan tot slot luisteren naar de heer Van den Berg, die spreekt namens de fractie van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik kijk ook positief terug op een van de eerste debatten met deze staatssecretaris over digitale infrastructuur en economie. We hebben daarbij twee moties om het een en ander verder in gang te zetten.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland door ruimtegebrek, vergunningstrajecten en hoge aanlandingskosten minder aantrekkelijk wordt als aanlandingslocatie voor nieuwe zeekabels;
overwegende dat zeekabels niet alleen telecominfrastructuur zijn, maar vitale infrastructuur voor economie, zorg, betalingsverkeer, logistiek, kennisinstellingen en veiligheid;
overwegende dat in het Programma Noordzee 2028-2033 keuzes worden voorbereid over ruimtegebruik op de Noordzee;
verzoekt de regering om in het Programma Noordzee 2028-2033 expliciet voldoende ruimte, voorkeurstracés en beschermingszones voor nieuwe telecom- en datakabels te borgen;
verzoekt de regering tevens om voor nieuwe zeekabelaanlandingen een procesaanpak uit te werken waarmee vergunningverlening voorspelbaarder en sneller kan verlopen zonder veiligheids- en natuurtoetsen over te slaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1529 (26643).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de digitale verbindingen in Caribisch Nederland kwetsbaar zijn en dat een groot deel van de zeekabels in het Caribisch gebied verouderd is en dat verkeer richting Europa nu via de Verenigde Staten loopt;
constaterende dat de Europese Commissie een haalbaarheidsonderzoek uitvoert naar een zuidelijke route voor betere ontsluiting van het Caribisch gebied;
overwegende dat betrouwbare en betaalbare digitale connectiviteit voor Caribisch Nederland geen luxe is, maar een basisvoorwaarde voor burgers, bedrijven, onderwijs, zorg en overheidsdienstverlening;
verzoekt de regering om binnen drie maanden na afronding van het Europese haalbaarheidsonderzoek een besluitnota aan de Kamer te sturen met routeopties, kosten, eigendoms- en governancevarianten, mogelijke Europese cofinanciering, de rol van SSCS en de verwachte effecten op prijs, kwaliteit en weerbaarheid voor Caribisch Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1530 (26643).
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, ook voor de coulance toen ik zonet moest hoesten.
De voorzitter:
Graag gedaan. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft aangegeven vijf minuten nodig te hebben voor het opstellen van de appreciaties van de ingediende moties. Ik schors voor vijf minuten.
De vergadering wordt van 17.28 uur tot 17.33 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Digitale infrastructuur en economie. We zijn toegekomen aan de appreciaties van de ingediende moties. Alvast voor het verwachtingsmanagement: ik sta één vraag per eigen ingediende motie toe. Dan geef ik nu van harte het woord aan de staatssecretaris. Gaat uw gang.
Staatssecretaris Aerdts:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 1523 over vergunningverlening voor datacentra. Die kan ik oordeel Kamer geven. De motie sluit heel goed aan bij de gedeelde ambitie om onze digitale soevereiniteit te versterken. Het is absoluut belangrijk om Europese autonome datacentercapaciteit te stimuleren. Ik ga ook aan de slag, samen met mijn collega in het kabinet, om te verkennen hoe we dat het beste kunnen doen. Daar sluit deze motie mooi op aan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1523 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1524.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 1524 gaat over de rekenkracht en de overheid als launching customer. Die krijgt ook oordeel Kamer. Dat er groeiende behoefte is aan rekenkracht, zien we allemaal. We hebben al een korte uitvraag uitgezet bij de overheden. Die toont echter wel aan dat het nu al best lastig is om in kaart te brengen wat ze in de toekomst nodig zullen hebben. Maar de motie sluit goed aan bij de ambities die we hebben, dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1524 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1525.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 1525, launching customer voor GPT-NL. Eigenlijk vervullen we nu al de rol als launching customer met de pilotprojecten die lopen bij verschillende overheidstoepassingen, maar we kunnen 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1525 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1526.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 1526 van mevrouw Kathmann: voor Prinsjesdag de middelen reserveren voor publieke investeringen. Met pijn in mijn hart moet ik 'm ontraden. Ik ben het zeer eens met het doel van de motie, maar ik kan helaas niet zonder heel veel woede van de minister van Financiën over mij af te roepen vooruitlopen op de budgettaire besluitvorming. Ik maak me er hard voor, maar ik moet helaas de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1526 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 1527.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 1527, strategische scenario's rekenkracht: oordeel Kamer. Dat is een ontzettend sympathiek voorstel. Het sluit ook aan bij de inzet van het kabinet om onder andere de AI-infrastructuur te willen versterken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1527 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1528.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 1528. Ik had al in het commissiedebat toegezegd om die risicobeoordeling vertrouwelijk naar de Kamer te sturen voor het einde van het jaar. Ik snap ook dat u die graag wil betrekken bij de begrotingsbehandeling. Ik kan het u toezeggen. We kunnen ook de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Meneer Verkuijlen, help ons.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor die appreciatie, maar ik vroeg mij even het volgende af, aangezien er ook wat moties zijn over die zeekabels. Als u kijkt naar die infrastructuur, maken die toch ook wel onderdeel uit van die risico-inventarisatie, neem ik aan.
De voorzitter:
Als de staatssecretaris kijkt naar de zeekabels.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik ben sowieso blij dat we hier met elkaar met fanclub zeekabels staan, volgens mij, dus die zullen we daar natuurlijk nadrukkelijk bij betrekken.
De voorzitter:
Maar nu is de voorzitter …
Staatssecretaris Aerdts:
Confuus?
De voorzitter:
… zonder een oordeel te vellen over wel of geen fan van zeekabels te zijn, het spoor bijster welk oordeel de motie op stuk nr. 1528 krijgt.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 1528 krijgt oordeel Kamer. Ik kan u ook nu toezeggen dat we ervoor zorgen dat u het voor de begrotingsbehandeling hebt. Het is dus aan de heer Verkuijlen of hij de motie in stemming wil brengen, maar de motie krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Verkuijlen. Hij gaat 'm in stemming brengen, want ze krijgt de appreciatie oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1529.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 1529 is de motie van de heer Van den Berg van JA21 over de procesaanpak. Ook die kan ik oordeel Kamer geven. Die sluit aan bij mijn inzet om de zeekabelaanlandingen te stimuleren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1529 krijgt oordeel Kamer. Tot slot de motie op stuk nr. 1530.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 1530 krijgt ook oordeel Kamer, met daarbij wel de opmerking: ik neem het mee bij de eerdere motie van de heer Van den Berg over deze zeekabels in het Caribisch gebied. Wij waren sowieso van plan u begin 2027 een brief te sturen om dit te doen. Ik hoop wel dat u mij even de tijd geeft. U vraagt om een aantal hele specifieke onderdelen. Zorgvuldigheid is wat mij betreft dan wel belangrijker dan de termijn van drie maanden, maar we kunnen 'm oordeel Kamer geven. Ik hoop dat u mij daar wat coulance in geeft.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1530 krijgt, als ze kan rekenen op sympathie van de heer Berg met de gegeven interpretatie, oordeel Kamer.
De heer Van den Berg (JA21):
Jazeker. Dank aan de staatssecretaris. Waar zit het dan precies in dat dat wellicht langer zou moeten duren dan drie maanden? Ik dacht juist dat het wel een heel schappelijk voorstel moest zijn om drie maanden na de afronding van dat haalbaarheidsonderzoek — dat is een forse tijd — de zaken in kaart te brengen. Of zie ik dat verkeerd?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik weet niet precies wat wij gaan krijgen en hoe dat onderzoek eruit gaat zien. U vraagt om een hele specifieke uitwerking van de plannen die wij daaraan koppelen; vandaar dat ik om wat tijd vraag, ook omdat ik nog niet precies weet … Ik snap de urgentie. Die voel ik ook. Als het eerder kan, komt het zeker eerder, maar pin me hier niet te veel op die drie maanden vast.
De voorzitter:
Ik zie de heer Van den Berg knikken, dus met de toevoeging van een beetje extra geduld krijgt de motie op stuk nr. 1530 ook oordeel Kamer.
Hiermee zijn we aan het einde gekomen … O, eerst nog twee vragen.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik heb nog twee vragen gekregen van mevrouw Zwinkels.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Staatssecretaris Aerdts:
Wat betreft het rijksinkoopbeleid: ik ga even uitzoeken of dat mogelijk is en op welke wijze we dat het beste zouden kunnen doen. Ik snap de punten die zij hierover aangaf.
Wat betreft het Tech Sovereignty Package volgt het BNC-fiche over het pakket als geheel binnen zes weken. Dat was twee weken geleden, geloof ik, dus het zou er over vier weken moeten zijn. De CADA heb ik zelf al afgedaan, dus dat moet zo snel mogelijk uw kant op komen.
De voorzitter:
Eén korte vraag, mevrouw Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik zal het inderdaad kort houden, voorzitter. Dank voor de planning van het BNC-fiche.
Ten aanzien van het inkoopbeleid vind ik het eigenlijk wel jammer om te horen dat het nog uitgezocht moet worden. Ik hoop toch echt dat we die aanbestedingen gaan aangrijpen als het gaat om onze strategische digitale autonomie. Ik had gehoopt dat de staatssecretaris hier al druk mee bezig was. Kan zij mij een toezegging doen over het moment waarop ik een uitkomst kan verwachten?
Staatssecretaris Aerdts:
Dat kan ik doen. We komen daar na het reces graag bij u op terug.
De voorzitter:
En dan bedoelt de staatssecretaris het zomerreces.
Staatssecretaris Aerdts:
Het zomerreces, Q3.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Wij stemmen aanstaande dinsdag over alle ingediende moties. Ik schors voor enkele ogenblikken. Daarna gaan we snel verder met het volgende tweeminutendebat.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.