Stenogram : Tweede cyclus van de Spreidingswet
10 Tweede cyclus van de Spreidingswet
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 83
Te raadplegen sinds
2026-09-14Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier19637Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 83
Voorzitter: Paulusma
Tweede cyclus van de Spreidingswet
Aan de orde is het tweeminutendebat Tweede cyclus van de Spreidingswet (CD d.d. 23/04).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Tweede cyclus van de Spreidingswet. Ik vraag iedereen om zijn plek in te nemen en om de voorzitter vandaag ook een beetje te helpen, want u hoorde net ook dat we vandaag nog tien tweeminutendebatten moeten afronden. Dus enig tempo van eenieder zou ik zeer appreciëren. En daar is door de heer Ceulemans van JA21 direct gehoor aan gegeven, want hij staat al klaar voor zijn bijdrage.
Gaat uw gang.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u zeer, voorzitter. De Spreidingswet holt de lokale democratie uit, gaat voorbij aan draagvlak en het daadwerkelijke probleem, namelijk de hoge asielinstroom. De wet zet gemeentebesturen en inwoners tegenover elkaar en is verkocht onder het valse voorwendsel dat tegelijkertijd de instroom beperkt zou worden. En het neemt ook nog eens iedere prikkel weg om echt iets aan die instroom te doen. Kortom, de Spreidingswet moet zo snel mogelijk van tafel. Daartoe wil JA21 alle democratische middelen aangrijpen.
Ik heb een initiatiefwet ingediend om de Spreidingswet in te trekken. Deze wet is door meerdere collega's in deze zaal met mij ingediend, maar nog beter zou het zou zijn dat een Kamermeerderheid nu al bij zinnen zou komen. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de Spreidingswet in te trekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 3572 (19637).
De heer Ceulemans (JA21):
Deze motie is net als overigens de volgende moties mede ingediend door de heer Diederik van Dijk.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering af te zien van dwang richting gemeenten die niet voldoen aan het verdeelbesluit,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 3573 (19637).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de minister onder de Spreidingswet de mogelijkheid heeft, maar niet verplicht is, om opvangplekken op te leggen aan gemeenten die deze niet willen aanbieden;
verzoekt de regering in een nieuw verdeelbesluit geen opvangplekken aan gemeenten op te leggen indien zij deze zelf niet willen aanbieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 3574 (19637).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering in haar communicatie over de Spreidingswet te onderschrijven dat gemeenten binnen de kaders van de Spreidingswet het recht hebben om aan de provinciale en/of regionale regietafels het bod van nul asielopvangplekken te doen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 3575 (19637).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat het uiteindelijk aan gemeenten zelf is om te bepalen of ze wel of geen asielopvang willen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 3576 (19637).
De heer Ceulemans (JA21):
En de laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord wordt vermeld dat de Spreidingswet overbodig wordt wanneer er voldoende vaste en flexibele opvangplekken van het COA zijn;
overwegende dat dit geconcretiseerd dient te worden;
verzoekt de regering concreet de voorwaarden te formuleren waaronder de Spreidingswet in haar ogen overbodig is geworden en derhalve ingetrokken kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 3577 (19637).
De heer Ceulemans (JA21):
Zoals gezegd zijn alle moties mede ingediend door de heer Diederik van Dijk.
Ik heb nog een aantal seconden en die wil ik graag gebruiken om te zeggen dat ik trots ben op de nieuwe coalitie en het nieuwe college in Maassluis. Zij hebben veel over zich heen gekregen vanwege hun bod van nul asielopvangplekken. Ik heb de afgelopen maanden vanuit mijn hoedanigheid als informateur en formateur zelf kunnen zien hoe oprecht en integer de nieuwe coalitie opkomt voor de belangen van de inwoners van hun stad. Ik kan daar alleen maar heel veel respect voor opbrengen en daarom wens ik ze ook vanaf deze plek ontzetten veel succes de komende jaren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het geeft aanleiding tot één korte bondige vraag.
Mevrouw Straatman (CDA):
De heer Ceulemans geeft complimenten aan Maassluis. Ik zou ze zelf vooral aan de burgemeester van Maassluis geven, want volgens mij moeten we solidariteit betrachten. Maar mijn hele concrete vraag aan de heer Ceulemans is: als alle gemeenten op nul inzetten, wat is dan zijn boodschap aan de gemeenten die nu al meer doen?
De heer Ceulemans (JA21):
Mijn boodschap aan de gemeenten die nu al veel doen, is dat ik ook wil dat zij niet meer gedwongen kunnen worden om asielopvangplekken in hun gemeente aan te bieden. Daarom heb ik ook die initiatiefwet ingediend, want daarin staat dat asielopvang, zolang er überhaupt asielopvang in Nederland plaatsvindt, louter op basis van vrijwilligheid mag. Overigens willen we ook van de asielopvang af. Dat geldt zowel voor de gemeenten die op dit moment nog geen asielopvang aanbieden als voor de gemeenten die dat op dit moment wel doen. Ook voor hen zou dat niet verplicht moeten zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Vondeling, die spreekt de fractie van de PVV.
Gaat uw gang.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik begin met de moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering geen enkele gemeente te dwingen tot het opvangen van asielzoekers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3578 (19637).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de Spreidingswet in te trekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3579 (19637).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers willens en wetens in strijd handelt met gemaakte afspraken door meerdere opvanglocaties illegaal open te houden;
overwegende dat onze dorpen en steden geen asielopvang tegen hun wil opgelegd mogen krijgen;
verzoekt de regering om illegaal opengehouden azc's per direct te sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3580 (19637).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat geweldloos verzet tegen de komst van een azc te allen tijde mogelijk moet zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3581 (19637).
Mevrouw Vondeling (PVV):
Tot slot wil ik graag een reactie van de minister op de e-mail van het COA aan de gemeente Den Bosch, om de bekendmaking van de plannen van de amv-opvang in Engelen over de verkiezingen te tillen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Mevrouw Westerveld, gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ja, over de motie dat geweldloos verzet altijd mogelijk is. Volgens mij is iedereen in Nederland vrij om te demonstreren en is dat een groot goed. Ik vroeg me dus af wat de bedoeling is van deze motie.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Zoals het er staat, dus dat de Kamer zich daarover uitspreekt dat we te allen tijde geweldloos verzet mogen tonen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Vanuit welke partij in deze Kamer ...
Mevrouw Vondeling (PVV):
Er worden meerdere moties ingediend die al mogen ...
De voorzitter:
Pardon. Pardon, mevrouw Vondeling! Mevrouw Vondeling!
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ja, maar mevrouw Westerveld reageerde buiten de microfoon om ...
De voorzitter:
Dan zal ik uw geluid ook uitzetten. Dat doen we niet. Ik had de heer Ceder het woord gegeven. Gaat uw gang, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Deze motie roept natuurlijk wel de vraag op wie volgens mevrouw Vondeling in de Kamer, in de regering geweldloos demonstreren verboden zou hebben. Wie zei dat dat niet zou mogen?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik zeg dat niet. Ik denk alleen dat het goed is dat de Kamer zich hierover uitspreekt, zodat de mensen weten dat ze gesteund worden als zij in verzet komen tegen een azc. Daarom dien ik deze motie in en het staat alle partijen vrij om 'm wel of niet te steunen.
De voorzitter:
Nee, we zijn toe aan de volgende spreker. Dank u wel mevrouw Vondeling. We gaan luisteren naar de heer Vermeer, die spreekt namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Eén motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat cijfers over overlast en criminaliteit in en rond asielopvanglocaties nu niet eenvoudig per locatie vindbaar zijn;
overwegende dat buurtbewoners recht hebben op duidelijke en toegankelijke informatie over de veiligheid in hun omgeving;
overwegende dat transparantie bijdraagt aan vertrouwen, draagvlak en een eerlijk gesprek met omwonenden;
verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat politiegegevens en COA-cijfers over overlast en criminaliteit in en rond opvanglocaties zo veel mogelijk per locatie openbaar, actueel en eenvoudig vindbaar worden gemaakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 3582 (19637).
De heer Vermeer (BBB):
Dit is omdat in de meeste gemeentes, en volgens mij ken ik ook geen andere, er alleen cijfers gepubliceerd worden over criminaliteit in een bepaalde wijk. Op deze wijze is niet goed inzichtelijk wat de bijdrage van het azc daaraan is. Volgens mij moeten we gewoon starten met eerlijkheid ten opzichte van omwonenden. Als ik in mijn buurt twee keer per dag een ambulance langs hoor komen, dan kan het niet zijn dat er zogenaamd nul meldingen zijn over het azc. Laten we gewoon man en paard noemen, of wie ook wat doet. Daar hecht ik groot belang aan.
Voorzitter. Aangezien we met de debatten helemaal uitgelopen zijn, zal ik de positieve appreciatie die deze motie ongetwijfeld zal krijgen, omdat dit kabinet ook voor transparantie is, op afstand gaan volgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Straatman, die spreekt namens de fractie van het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Van mijn kant één vraag en één motie. Mijn vraag gaat over de vliegende teams. Goed dat die er nu zijn en dat gemeenten, waar gewenst, extra worden ondersteund. Dat is zeker nodig, nu de dekkingsgraad in de opvangketen nog steeds 104% is en opvanglocaties daarom ook noodgedwongen langer open moeten blijven. Dat vraagt gewoon hele goede communicatie. Daarom mijn vraag. Kan de minister toezeggen dat in de communicatieplannen van de aangekondigde vliegende teams ook aandacht wordt besteed aan de manier waarop gemeenten kunnen communiceren met inwoners wanneer opvanglocaties langer open moeten blijven dan oorspronkelijk gepland?
Dan mijn motie, voorzitter. Die gaat erover dat we goede voorbeelden over maatwerkopvang breed moeten verspreiden.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat iedere gemeente de verantwoordelijkheid heeft om asielzoekers op te vangen en dat gemeenten van elkaar kunnen leren om dit zo goed mogelijk vorm te geven;
constaterende dat er verschillende initiatieven zijn waarbij inwoners worden betrokken bij de asielopvang en asielzoekers, zoals het initiatief Thuis in Oss;
overwegende dat deze lokale initiatieven een goed voorbeeld zijn van hoe de komst van een opvanglocatie goed kan verlopen en juist tot verbinding kunnen leiden tussen asielzoekers en de lokale gemeenschap;
verzoekt de regering om best practices rondom maatwerkopvang, zoals het initiatief Thuis in Oss, breder te verspreiden onder gemeenten om een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak te creëren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman, Van Asten en Westerveld.
Zij krijgt nr. 3583 (19637).
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één korte vraag. Gaat uw gang, meneer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Mevrouw Straatman heeft het over goede voorbeelden. Het dagblad Trouw had een mooie rondgang langs een aantal coalitieakkoorden die in het land gesloten zijn en heeft gekeken wat die met de asielopvang doen. We zien dat ook het CDA lokaal zijn handtekening heeft gezet onder coalitieakkoorden waarin staat: we willen hier geen asielopvang; er is geen draagvlak voor; we gaan de juridische weg bewandelen om het te voorkomen. Ik juich dat toe, maar vindt zij dat dan ook goede voorbeelden?
Mevrouw Straatman (CDA):
Nee. Laat duidelijk zijn — daar ben ik denk ik heel helder in geweest in al mijn verhalen — dat de Spreidingswet geldt voor iedereen. Die geldt ook voor het lokale CDA. We moeten er met z'n allen voor staan dat we die solidariteit eerlijk onder elkaar verdelen. Laten we juist daarom voorbeelden als Thuis in Oss zo breed mogelijk onder de aandacht brengen. Er is enorm veel maatschappelijk draagvlak in Oss om die opvanglocatie te creëren. Waarom? Omdat we geen opvanglocaties aan de rand van de stad maken, maar omdat we ze vormgeven als buurthuis. Laten we dan ook deze plek hier gebruiken om die goede voorbeelden te verspreiden, want ik ben het met u eens. Er gaan dingen mis en er zijn terechte zorgen. Maar er gaat ook heel veel goed. Ik denk dat dat het enige is dat helpt om deze enorme crisis het hoofd te bieden.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Westerveld, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Voorzitter. Ik heb nog een motie en een vraag. Eerst de motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal kinderen in (crisis)noodopvang na meerdere aangenomen moties niet is teruggenomen maar is gegroeid naar meer dan 7.000;
overwegende dat verblijf in (crisis)noodopvang de ontwikkeling van kinderen belemmert en zelfs permanente schade kan doen;
verzoekt de regering te onderzoeken of rijksvastgoedlocaties ingezet zouden kunnen worden als langjarige opvanglocatie met adequate voorzieningen voor kinderen zodat zij niet meer in de (crisis)noodopvang terechtkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Ceder.
Zij krijgt nr. 3584 (19637).
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik zie nog twee spelfouten, maar die verander ik straks wel even. Dan nog een vraag naar aanleiding van het debat. Die gaat over de vergunning voor onbepaalde tijd. Die is afgeschaft. Sinds die tijd is naturalisatie via deze manier niet meer mogelijk voor vluchtelingen die hier al langere tijd zijn. Het is alleen maar mogelijk via de EU-route. We lezen echter in het coalitieakkoord dat dit wel weer mogelijk wordt. Ik vroeg me af wanneer de concrete plannen daartoe komen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding, nadat u uw spelfouten gecorrigeerd heeft, tot het stellen van één korte, bondige vraag door de heer Ceder. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De vraag is of ik er ook onder mag. Ik speelde met de gedachte van een soortgelijke motie, maar dat scheelt tekst, papier en ook spreektijd. Ik weet dat de voorzitter dat zeer waardeert.
De voorzitter:
Dat kan mevrouw Westerveld dan nu in één keer doen, zie ik. Het is gelukt.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het scheelt als je een pen in handen hebt.
De voorzitter:
Exact. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Russcher, die spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. De Spreidingswet verplicht iedere gemeente, iedere stad en ieder dorp om asielzoekers op te vangen. Dorpen die nooit hebben gevraagd om een azc worden gedwongen er eentje te openen. Wijken veranderen en worden onveiliger, de sociale cohesie staat onder druk en de instroom gaat gewoon door; 1.000 mensen per week. Deze wet verspreidt het probleem van de stad naar het dorp en van het ene dorp naar het andere, en doet dat zonder einde, zolang de instroom niet stopt. Dat terwijl deze wet destijds werd aangenomen met de belofte dat de asielinstroom structureel zou dalen. Die belofte is niet nagekomen, want sinds de inwerkingtreding zijn er meer dan 80.000 asielzoekers ons land binnengekomen. Forum voor Democratie wil deze wet intrekken en heeft om dit te regelen een wetsvoorstel mede ingediend met JA21, maar de Nederlandse bevolking verdient ook een helder antwoord van deze regering: bij welke instroom trekt u zelf de stekker eruit?
Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Spreidingswet door een meerderheid van de Kamer is aangenomen mede op basis van de toezegging dat de asielinstroom structureel zou dalen;
constaterende dat de asielinstroom sindsdien niet structureel is gedaald;
constaterende dat niet is vastgelegd bij welk instroomniveau de wet zijn bestaansgrond verliest;
overwegende dat de Kamer en de bevolking er belang bij hebben te weten onder welke omstandigheden de regering de Spreidingswet zal intrekken;
overwegende dat duidelijkheid hierover bijdraagt aan het vertrouwen in de politiek;
verzoekt de regering de Kamer binnen zes weken schriftelijk te informeren bij welke gemiddelde wekelijkse asielinstroom, gemeten over welke periode, de regering voornemens is de Spreidingswet op te schorten dan wel in te trekken;
verzoekt de regering daarbij gebruik te maken van concrete en verifieerbare drempelwaarden, zodat de Kamer de naleving van deze toezegging kan controleren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 3585 (19637).
De heer Russcher (FVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar de heer Ceder. Hij spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb één vraag. We hebben vorige week een petitie gekregen van Iraanse studenten die hier zijn, maar door de sancties et cetera financieel niets meer kunnen overmaken. Zij vroegen zich, gezien de situatie, af of er naar de tewerkstellingsvergunning — volgens mij is die zestien uur — gekeken zou kunnen worden. Dat is eerder ook gedaan voor Oekraïense studenten, zodat ze kunnen worden voorzien in financiën en collegegeld kunnen betalen. Kan de minister daar iets over zeggen, of wil hij in ieder geval toezeggen dat hij schriftelijk terugkomt op de vraag hoe het kabinet met die groep omgaat?
Voorzitter. Daarnaast heb ik twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er signalen zijn van religieus gemotiveerde intimidatie en geweld tegen christelijke asielzoekers en bekeerlingen in asielopvanglocaties;
overwegende dat asielzoekers die zijn gevlucht voor religieuze vervolging in Nederland veilig moeten zijn;
verzoekt de regering incidenten van religieus gemotiveerd geweld tegen asielzoekers binnen opvanglocaties structureel te registreren, en de Kamer periodiek over de uitkomsten te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 3586 (19637).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Dan de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten soms op verzoek van het COA opvanglocaties langer openhouden dan oorspronkelijk was afgesproken;
constaterende dat de minister heeft erkend dat dit het vertrouwen tussen Rijk en gemeenten onder druk kan zetten en heeft aangegeven zich in te zetten voor versterking van het onderlinge vertrouwen en de samenwerking;
overwegende dat overschrijdingen van de opvangopgave binnen de termijnen van de taakstelling op grond van de Spreidingswet reeds worden meegewogen en een extra aftrek bij overschrijding weer tot vertrouwen bij gemeenten kan leiden om opvangverplichtingen aan te gaan;
verzoekt de regering overschrijdingen van de opvangopgave door toedoen van het niet naleven van de termijnen door het Rijk of COA extra mee te laten wegen wat betreft de verdeelsleutel van de Spreidingswet voor toekomstige afspraken over opvangcapaciteit aan de regionale regietafels,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 3587 (19637).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van deze termijn van de Kamer. De minister heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben voor de beantwoording van de vragen en de appreciaties van de moties. Ik schors voor tien minuten. Blijf in de buurt, want als we eerder kunnen beginnen dan laat ik de bel luiden. Ik schors voor tien minuten.
De vergadering wordt van 16.02 uur tot 16.13 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Tweede cyclus van de Spreidingswet. Wij zijn toegekomen aan de beantwoording van de vragen en de appreciaties van de moties. Ik geef daartoe graag het woord aan de minister. Gaat uw gang.
Minister Van den Brink:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook dat ik hier de antwoorden kan geven op alle vragen en de moties. Laat ik dat in een tempo doen dat passend is bij deze dag, zoals u van ons vraagt. Dat doe ik door even in algemene zin te zeggen dat we natuurlijk een Spreidingswet hebben, waarin allerlei afspraken wettelijk zijn geborgd, waar we op dit moment uitvoering aan geven. De coalitie staat daar volledig achter. Als kabinet voeren wij wetten uit die we in dit land hebben aangenomen. Op die manier kan ik zo meteen heel veel moties best wel snel afdoen, omdat die namelijk allemaal zeggen dat we de wet niet moeten uitvoeren of op een andere wijze moeten uitvoeren.
Dat geldt voor de motie op stuk nr. 3572. Die wil ik ontraden. Wij vinden de Spreidingswet een belangrijk instrument.
Dat geldt voor de motie op stuk nr. 3573 …
De voorzitter:
Excuus. De motie op stuk nr. 3572 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 3573.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 3573 ontraad ik, omdat die strijdig is met de doelstelling en de geest van de Spreidingswet om met elkaar in dit land eerlijk de opvanglocaties te verdelen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3573 wordt ontraden. Ik had het de collega's nog niet medegedeeld, maar ik sta één vraag per eigen ingediende motie toe. Gaat uw gang, meneer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik heb er een paar, dus dat komt goed uit. Wat betreft de motie op stuk nr. 3573, de minister begon zijn verhaal met dat hij allemaal moties gaat ontraden omdat die strijdig zijn met de wet. Daarmee suggereert hij dat moties wettelijk niet kunnen. Bij de motie op stuk nr. 3573 zegt hij nu dat die strijdig is met de geest van de wet. Erkent de minister …
Minister Van den Brink:
En de doelstelling.
De heer Ceulemans (JA21):
En met de doelstelling van de wet. Erkent de minister dat het gewoon zijn eigen afweging is of hij wel of niet tot dwang overgaat, ook binnen de kaders van de Spreidingswet?
Minister Van den Brink:
Uiteindelijk is het altijd een afweging of je dingen, of je mogelijkheden uit de wet toepast, maar … Laat ik het zo zeggen: als je met elkaar een wet afspreekt waarin je ten doel stelt dat alle gemeenten op basis van een verdeelbesluit uitvoering geven aan het realiseren van opvang, en gemeenten daar niet eens toe bereid zijn, dan hoort het interbestuurlijk toezicht daarbij, waar u naar verwijst.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 3574.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 3574 wil ik ontraden vanwege de systematiek van de wet als het gaat over de verdeelbesluiten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3574 wordt ontraden.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 3575 vraagt of er op een regietafel een bod van nul gedaan kan worden. Dat doet vermoeden dat dit door alle gemeentes gedaan zou kunnen worden. Daarvan heb ik al vaker gezegd dat dit niet gaat vliegen omdat dit niet optelt. Tot nu toe is nul plus nul immers nog steeds nul. Ik ga deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3575 wordt ontraden. De heer Ceulemans heeft één vraag. Gaat uw gang.
De heer Ceulemans (JA21):
Dit is gewoon eigenlijk best problematisch. Op 23 april hebben wij hier het commissiedebat over gehad. Ik heb de minister toen op de man af gevraagd of gemeenten aan een regietafel het bod van nul kunnen doen. Daarvan zei de minister: ja, dat kan. Vervolgens blijkt dat gemeenten dat gaan doen. De minister vindt dat niet leuk, omdat dit niet loopt zoals hij graag wil dat de uitvoering van de Spreidingswet eruitziet. Vervolgens maakt hij terugtrekkende bewegingen en zie ik hem op televisie zeggen dat een bod van nul eigenlijk niet kan. Hij ontraadt nu de motie omdat wanneer alle gemeenten dat gaan doen, het niet optelt. Maar het is gewoon een heel simpel punt: gemeenten hebben het recht om aan een regietafel het bod van nul te doen. Ik verwacht dus ook gewoon dat de minister deze motie oordeel Kamer geeft. Het is compleet binnen de kaders van de wet. Als hij daar afstand van neemt, zijn het niet de gemeenten, maar is hijzelf degene die een loopje met de Spreidingswet neemt.
Minister Van den Brink:
Ik mag vanaf deze plek best wel de context van een debat meewegen in hoe ik moties apprecieer. Dit kabinet hecht aan de uitvoering van de Spreidingswet. De moties die u hier voorstelt, worden allemaal op eenzelfde manier door u ingebracht, omdat u af wil van de Spreidingswet. U wil dat gemeenten niet meewerken aan de Spreidingswet. U wil dat gemeenten op allerlei manieren nul indienen. Dat is allemaal bij mekaar opgeteld het niet voldoen aan de Spreidingswet. Om die reden ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3575 wordt ontraden.
Minister Van den Brink:
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 3576. Deze ontraad ik ook.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3576 wordt …
De heer Ceulemans (JA21):
Het is een spreekt-uitmotie.
Minister Van den Brink:
O, sorry. Excuus.
De voorzitter:
Excuus, ik kijk ook even wat beter. Het is inderdaad een spreekt-uitmotie, dus die hoeft niet geapprecieerd te worden.
Minister Van den Brink:
Excuus. Dat is geheel kloppend.
De motie op stuk nr. 3577 vraagt om de voorwaarden te formuleren waaronder de Spreidingswet in mijn ogen overbodig is geworden en ingetrokken kan worden. Onder verwijzing naar alle vorige moties: dat heeft hetzelfde doel, namelijk dat de opvang op orde is. En ja, wij hebben daar als kabinet een afspraak over gemaakt. In het debat dat we nu aan het voeren zijn is het zolang we … In de afgelopen periode zien we dat we juist bezig zijn om de opvang op orde te brengen. Maar daar zijn we echt nog niet. Ik ga daar dus pas toe over als die opvang op orde is. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3577 wordt ontraden.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik heb een laatste vraag. Ik vind het ingewikkeld. De minister zegt tegen mij: u dient allemaal moties in binnen de context dat u van de Spreidingswet af wil. Het mag bekend zijn dat ik van die Spreidingswet af wil, maar ik vraag van deze minister wel om deze moties gewoon op hun merites te beoordelen.
Minister Van den Brink:
Dat doe ik ook.
De heer Ceulemans (JA21):
Nou, dat doet u niet, want u zegt zelf …
De voorzitter:
O, laten we het vriendelijk houden met elkaar.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, ik zal ook via u spreken: dat doet de minister niet, want hij zegt "ik zie dit binnen de context van alle moties die u indient en van wat u gezegd heeft; u wil van de wet af en daarom ontraad ik deze motie." Er wordt mij ook in de schoenen geschoven dat ik gezegd zou hebben dat ik wil dat gemeenten de Spreidingswet niet uitvoeren of de wet naast zich neerleggen. Het hele punt is nou juist, ook bij eerdere moties over dat nulbod, dat een gemeente juist binnen de kaders van de Spreidingswet het bod van nul kan doen. Ik vraag de minister dus niet om voor mij in te vullen wat ik vind. Ik vraag de minister ook niet om moties te beoordelen binnen een bepaalde context die hij ziet, maar gewoon om moties op hun merites te beoordelen en te beoordelen hoe ze op papier staan.
Minister Van den Brink:
Dan ontraad ik deze motie, omdat het kabinet de voorwaarden waaronder ze dit gaat doen in het coalitieakkoord heeft opgeschreven. Ik hoef dat daar niet aan toe te voegen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3577 blijft ontraden. De motie op stuk nr. 3578.
Minister Van den Brink:
Dat is de motie van mevrouw Vondeling. Die vraagt, eigenlijk in lijn met de vorige motie, om geen enkele gemeente te dwingen om de Spreidingswet toe te passen. Die motie ontraad ik.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3578 wordt ontraden.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 3579 vraagt om de Spreidingswet in te trekken. Die ontraad ik.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3579 wordt ontraden.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 3580 vraagt om een aantal opengehouden locaties, die opengehouden worden vanwege onvoldoende opvangplekken, alsnog te sluiten. Die moet ik ontraden. Wij doen dat alleen in uitzonderlijke gevallen, omdat het op dit moment niet anders kan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3580 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 3581 is een spreekt-uitmotie.
Minister Van den Brink:
Dank u wel, daar helpt u mij mee. Mevrouw Vondeling heeft mij ook nog gevraagd om te reageren op een mail die, denk ik, ergens is verschenen. De schorsing van tien minuten was net te kort om dat helemaal na te lopen. Ik wil u dus toezeggen dat ik daarop terug ga komen. Ik heb in het commissiedebat toegezegd om voor de zomer in een brief terug te komen op allerlei onderwerpen, dus ik zal in die brief ook hierop reageren.
De voorzitter:
Mevrouw Vondeling is akkoord. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 3582.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 3582 is van de heer Vermeer. Hij is hier niet meer, maar hij zou wel meeluisteren. De overlast door asielzoekers wordt jaarlijks cijfermatig inzichtelijk gemaakt door het WODC. Ik verwacht voor het zomerreces de zogeheten incidentenmonitor over 2025. Parallel daaraan publiceert COA jaarlijks de overlastcijfers per locatie op haar website. Dat biedt al enorm veel inzicht. Ik zou daarom de motie voor nu even als ontijdig willen appreciëren, of willen vragen om de motie aan te houden, zodat we dit kunnen hernemen nadat de incidentenmonitor is verschenen. Dat zou voor nu mijn reactie zijn.
De voorzitter:
De appreciatie op de motie op stuk nr. 3582 van de heer Vermeer is ontijdig. Wellicht komt de heer Vermeer er later op terug of hij de motie aanhoudt of niet, maar dat zullen we later te horen krijgen. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 3583.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 3583 verzoekt de regering om een aantal best practices, zoals het initiatief Thuis in Oss, breder te verspreiden. Dat is altijd een goed idee, dus die ga ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3583 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van den Brink:
Mevrouw Straatman vroeg nog of we het expertiseteam dat wij aan gemeenten aanbieden in situaties waarin zij tegen zaken aanlopen, ook aan gemeenten kunnen aanbieden waar wij genoodzaakt zijn om een locatie langer open te houden. Daar ben ik toe bereid. Ik zal daar in overleg met VNG mee aan de slag gaan.
Dan kom ik op de motie op stuk nr. 3584. Daarin vragen mevrouw Westerveld en meneer Ceder mij om te onderzoeken of de rijksvastgoedlocaties ingezet kunnen worden, met name om de situatie waarin kinderen al zo lang in een crisisnoodopvang zitten te kunnen verlichten. Wij zijn blijvend in gesprek met het Rijksvastgoedbedrijf over de mogelijkheden. Op de korte termijn is dat echt nog voor de spoednoodopvang. Tegelijkertijd kunnen er vanuit gemeenten natuurlijk ook verzoeken komen of het op zo'n locatie kan. We gaan daar zeker over in gesprek. Om die reden kan ik deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3584 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 3585 van de heer Russcher geef ik het oordeel ontraden, met verwijzing naar alle discussies hiervoor over moties.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3585 wordt ontraden. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang.
De heer Russcher (FVD):
In het coalitieakkoord lezen we dat de Spreidingswet volgens de regering overbodig zou zijn als er voldoende flexibele en reguliere opvangplekken zijn. Dat is natuurlijk een-op-een te herleiden naar de instroom. Ik denk dat het goed is als de Kamer hier gewoon een oordeel over geeft, want volgens mij is het een hele belangrijke manier om te controleren of de regering haar taken uitvoert. Ik zou de minister dus graag willen vragen of deze oordeel Kamer kan krijgen.
Minister Van den Brink:
Nee, ik ontraad de motie omdat er meerdere verzoeken in zitten die drempelwaarden zouden introduceren. Dat doet vermoeden alsof er een soort concreet getal aan te koppelen is. Dat is dit kabinet niet van plan, dus ik blijf bij ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3585 blijft ontraden.
De motie op stuk nr. 3586.
Minister Van den Brink:
Dat is een motie van de heer Ceder en de heer Van Dijk over religieus gemotiveerd geweld. Ik heb zeker sympathie voor de strekking van de motie. Tegelijkertijd is dit wel echt iets aan de strafrechtketenkant. Ik moet dus overleggen over misdrijven op COA-locaties met een discriminatoir oogmerk, zoals misdrijven die zijn gericht tegen iemands levensovertuiging, en dat inzichtelijker kunnen krijgen om uw Kamer daarover te informeren. Mocht daaruit blijken dat de strafrechtketen dit nog niet eenduidig registreert en daarover niet kan rapporteren, dan wil ik er wel voor waken dat dit aan het COA wordt gevraagd. Het COA moet dan namelijk gaan beoordelen of hiervan sprake is. Dan gaat het ook om een juridische vraag, namelijk of er sprake is van religieus gemotiveerd geweld en of dat een strafbaar feit is. Dat is niet aan het COA. Als ik dit langs deze lijn verder uit kan zoeken, kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De heer Ceder steekt zijn duim op. Met deze interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 3586 oordeel Kamer.
Minister Van den Brink:
Dan de laatste motie, de motie op stuk nr. 3587 van de heer Ceder. Die vraagt om het meewegen van situaties waarin COA-locaties langer open worden gehouden in de toekomstige afspraken over opvangcapaciteit aan de regionale regietafels. Daarmee geeft de heer Ceder ook wel aan dat er echt sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. We voeren de Spreidingswet namelijk uit, en tegelijkertijd zitten we in een flinke tekortsituatie waarin we proberen te handelen met de mogelijkheden die we hebben. In de techniek van de Spreidingswet en hoe die in elkaar zit, krijg ik dit niet ingebracht. Maar het is natuurlijk wel een terecht punt dat dit aan de PRT's moet worden besproken. Dat zal ook worden besproken. Ik wil 'm wat betreft de techniek ontraden, want ik kan het niet inpassen. Laat ik het volgende zeggen. Ik kom zelf ook bij alle PRT's, want ik bezoek ze op dit moment allemaal. Dat zal daar zeker in worden besproken en daarbij worden betrokken. Ik vind 'm dus sympathiek, maar kan de techniek ervan niet omarmen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik snap dat de minister dit niet in de wet of in een nota van wijziging kan amenderen, maar dat vraag ik ook niet. Volgens mij zijn de insteek en de gedachte van de minister dezelfde als de mijne, namelijk dat hij de rugdekking meegeeft en de boodschap meegeeft dat het, op het moment dat er overschrijding is, meegewogen dient te worden aan de regietafels. Dit is goed voor een soort tegemoetkoming aan de gemeente die daar last aan ondervindt. Tegelijkertijd geeft het ook ruimte aan de gemeente om die nieuwe verplichtingen weer aan te durven. We merken namelijk ook dat het aan die kant nu stopt, omdat men niet weet wat de gevolgen zijn als een contract niet wordt nagekomen. Ik vraag dus niet om een wetswijziging, maar wel om hetgeen de minister aangeeft. Ik zou het dus eigenlijk wel als onderschrijving willen zien. Ik denk dat dit ook aan meerdere kanten iets kan vlottrekken als de minister dit ook onderschrijft en steunt.
Minister Van den Brink:
Ik ga dit samen met de ambtelijke ondersteuning die mij wordt geboden met deze serieusheid overbrengen aan de tafels van de PRT's, waar ik zelf langsga. Zou ik dan mogen vragen of u deze motie wilt aanhouden totdat ik daar bij het verdeelbesluit bij uw Kamer op terugkom? Dat is, denk ik, ook het moment om te beoordelen of er nog heel veel locaties zijn opengebleven. Dan kan ik wel het signaal afgeven, maar dan wegen we op dat moment opnieuw de situatie.
De voorzitter:
Graag ja of nee. De heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Kan ik dit dan als toezegging noteren?
Minister Van den Brink:
Ja.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat betekent dat er ook een schriftelijk verslag over komt. Ik vind het wel dermate belangrijk dat ik als Kamer wil kijken wat ermee gebeurt. Dan kan ik 'm voorlopig aanhouden.
De voorzitter:
Dan wordt dit genoteerd als een toezegging.
Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn motie (19637, nr. 3587) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Van den Brink:
Dan heb ik nog één vraag van de heer Ceder te beantwoorden over de tewerkstellingsvergunning van mensen uit Iran. Hij maakt een vergelijking met Oekraïne, waar wel echt een totaal andere situatie is. De vraag of we daar op nationaliteitsniveau een uitzondering voor kunnen maken, hoort bij de collega van SZW. Ik zie niet zomaar hoe ik dat in de korte termijn die ik nu heb, moet doen. Ik wil ook voorkomen dat ik mezelf extra huiswerk opgeef voor iets waarvan ik al niet zo goed zie hoe het kan vliegen.
De voorzitter:
Eén korte vraag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De vergelijking met Oekraïne ging niet over het conflict; het ging er meer om dat we hier als Kamer hebben gekeken naar bijzondere gevallen. Ik wou de situaties niet met elkaar vergelijken. Ik snap dat het niet binnen een paar minuten geregeld kan worden. Mijn vraag is wel de volgende. We hebben hier als Kamer een petitie over gekregen. Kan de minister dit doorgeleiden en terugkomen op wat de mogelijkheden zijn? Misschien kan hij die toezegging doen. Als die mogelijkheden er niet zijn, hoor ik dat ook graag. Maar ik wil ook gewoon recht doen aan de mensen die de Kamer verzocht hebben om hiernaar te kijken.
Minister Van den Brink:
Ik zal dit doorgeleiden naar de minister van SZW. Volgens mij is er ook nog een groot migratiedebat met hem voor de zomer. Dat lijkt me een plek om ernaar te vragen. Ik ga hem er in ieder geval over informeren dat die vraag daar mogelijk terug gaat komen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zou hem andersom willen zien. Ik zou graag de toezegging krijgen dat ik het vóór het debat ook schriftelijk krijg.
Minister Van den Brink:
Ik vind het nooit fijn om voor een collega-minister iets toe te zeggen. Ik kan het vanuit mijn positie niet toezeggen en ook niet inpassen in het beleid zoals we dat voorstaan. Ik ga aan hem overbrengen dat deze vraag in de Kamer leeft.
De voorzitter:
Hier zult u het mee moeten doen, meneer Ceder. We zijn aan het einde gekomen van dit debat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan volgende week dinsdag stemmen over de ingediende moties. Ik stel voor dat we direct doorgaan naar het volgende tweeminutendebat. Daarvoor schors ik enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.