Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over reactie op verzoek commissie inzake jongeren over stamceldonatie (Kamerstuk 28 140, nr. 128)
2026D43010 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over de brief d.d. 25 juni 2026 inzake Reactie op verzoek commissie
inzake jongeren over stamceldonatie (Kamerstuk 28 140, nr. 128).
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van de Minister op
de oproep van Stichting Matchis voor een brief aan jongeren over stamceldonatie. Deze
leden danken de Minister voor haar reactie en hebben hierover enkele vragen.
Ieder jaar krijgen zo’n negenduizend mensen in Nederland de diagnose bloedkanker.
Voor een deel van hen is een stamceltransplantatie de enige kans op genezing, en de
meesten zijn daarvoor aangewezen op een onbekende donor. De stamcellen van jonge donoren
tussen de 18 en 35 jaar slaan het beste aan, en juist die groep wordt steeds moeilijker
bereikt. Het donorbestand groeide een paar jaar geleden nog met zo’n vijftien procent
per jaar, inmiddels is dat nog geen vijf procent, en volgens Matchis halveert het
aantal jonge donoren in tien jaar als er niets gebeurt. Deze leden onderstrepen daarom
de urgentie van de oproep van Matchis. Tegelijk zien zij vooral wat er mogelijk is.
De bereidheid onder jongeren is er, aanmelden kost een paar minuten en een wattenstaafje,
en iedere nieuwe jonge donor vergroot de kans dat een patiënt op tijd een match vindt.
De overheid kan daar veel meer aan bijdragen dan nu gebeurt.
De commissie vroeg de Minister op 29 januari 2026 om een reactie. Die kwam op 25 juni
2026. Deze leden waarderen dat de Minister in de beslisnota zelf aangeeft dat dit
te lang heeft geduurd, en lezen dat als een aansporing om nu tempo te maken. Zij waarderen
ook dat het kabinet de zorgen van Matchis deelt en met Matchis, Sanquin en de Nederlandse
Transplantatie Stichting (NTS) in gesprek is over andere manieren om jongeren te bereiken.
De vraag die voor deze leden centraal staat, is wat er nu concreet gaat gebeuren en
wanneer.
Het kabinet is terughoudend over een wervingsbrief omdat daarvoor, anders dan bij
de brieven over orgaandonatie, een wettelijke grondslag ontbreekt. De leden van de
D66-fractie zien dat niet als eindpunt maar als startpunt: een wettelijke grondslag
kan de wetgever maken. Is de Minister bereid uit te laten zoeken wat er nodig is om
die grondslag te creëren, bijvoorbeeld in de Wet op de orgaandonatie of in de lopende
actualisering van de lichaamsmateriaalwetgeving, zodat een brief over stamceldonatie
net als de brief over orgaandonatie via het CIBG kan worden verstuurd? Welke route
is volgens de Minister het snelst, en wat heeft zij daarvoor van de Kamer nodig? Deze
leden vragen ook of voor een eenmalige pilot, bijvoorbeeld met een aantal gemeenten
die vrijwillig meedoen, überhaupt een nieuwe wettelijke grondslag nodig is.
Een andere zorg van het kabinet is dat brieven aan jongeren kort, concreet en eenduidig
moeten zijn, met zo min mogelijk verschillende boodschappen. Deze leden kunnen dat
goed volgen. Maar dat argument pleit tegen het samenvoegen van boodschappen, niet
tegen een aparte brief met één duidelijke boodschap. Toch schrijft het kabinet dat
ook een aparte brief minder goed gelezen zou worden en daardoor minder effectief zou
zijn. Waar baseert de Minister dat op? Is in de genoemde tests ook een losse brief
over stamceldonatie getest, en kan de Minister de uitkomsten van die tests met de
Kamer delen? In het onderzoek dat Matchis aan de Kamer stuurde, wijzen jongeren een
persoonlijke brief zelf aan als het beste middel om tot een besluit te komen, en maakt
ongeveer vier op de tien jongeren dan ook daadwerkelijk een keuze. Hoe weegt de Minister
die uitkomst?
De leden van de D66-fractie vragen de Minister daarom of zij bereid is een pilot te
starten met een aparte brief over stamceldonatie in een aantal gemeenten, zodat de
effectiviteit niet hoeft te worden ingeschat maar gewoon kan worden gemeten. Kan daarvoor
de bestaande infrastructuur van de brieven over orgaandonatie worden benut, bijvoorbeeld
door de brief over stamceldonatie een (aanzienlijk) aantal maanden na de brief over
orgaandonatie te versturen, zodat de boodschappen elkaar niet in de weg zitten? Volgens
de berekening van Roland Berger in het rapport van Matchis kan een jaarlijkse brief
aan alle 21-jarigen zo’n twintigduizend nieuwe registraties per jaar opleveren, ongeveer
de aanwas die nodig is en die al jaren niet wordt gehaald. Ziet de Minister daarnaast
mogelijkheden om jongeren die zich in het Donorregister registreren direct daarna
te wijzen op stamceldonatie, bijvoorbeeld op de bevestigingspagina of in de bevestigingsmail?
Dus niet in dezelfde brief, maar wel op het moment dat zij toch al over doneren nadenken.
De Minister noemt de gezamenlijke campagne over diversiteit van donoren als succes.
Deze leden waarderen de campagne Donor van Ons van Matchis, Sanquin en de NTS zeer.
Zij constateren wel dat de Minister in antwoord op eerdere Kamervragen zelf schreef
dat dit een bewustwordingscampagne is en geen wervingscampagne, gericht op Nederlanders
met een niet-westerse achtergrond en niet specifiek op jongeren. Van Matchis begrijpen
deze leden bovendien dat de campagne slechts twee maanden liep. Waaruit blijkt volgens
de Minister het succes? Hoeveel nieuwe jonge stamceldonoren heeft de campagne opgeleverd,
en kunnen de resultaten van de nul- en resultaatmeting met de Kamer worden gedeeld?
Deze leden kijken uit naar de eerder aangekondigde evaluatie van de campagne.
De Minister sluit haar brief aan de Kamer af met de hoop dat door gezamenlijke inzet
en goede voorlichting meer jonge stamceldonoren zich aanmelden. De leden van de D66-fractie
delen die hoop, maar hoop alleen redt geen levens. Een plan wel. Is de Minister bereid
om samen met Matchis, Sanquin, de NTS en het CIBG voor het einde van dit jaar een
plan van aanpak naar de Kamer te sturen, met een doelstelling voor het aantal nieuwe
jonge donoren per jaar, concrete acties, een tijdlijn en het (bestaande) budget dat
daarvoor beschikbaar is? Deze leden lezen in de beslisnota dat er beperkt budget beschikbaar
is. Om welk bedrag gaat het, en acht de Minister dat toereikend? Hoe wordt de werving
van stamceldonoren op dit moment gefinancierd, en is die financiering inmiddels structureel
geregeld, zoals de toenmalige Minister in 2016 al beoogde?
Een brief is één middel, maar niet het enige. Deze leden willen dat alle mogelijkheden
op tafel komen. Welke mogelijkheden ziet de Minister om werving en registratie te
brengen naar de plekken waar jongvolwassenen al zijn, zoals bijvoorbeeld universiteiten,
hogescholen en mbo-instellingen, het CBR, introductieweken, studentenverenigingen
en sportclubs? Is zij bereid samen met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
te verkennen wat onderwijsinstellingen hierin kunnen betekenen, bijvoorbeeld door
registratie ter plekke mogelijk te maken? In Duitsland hebben zich sinds 2004 via
acties op scholen al zeshonderdduizend scholieren als stamceldonor geregistreerd,
en meer dan tienduizend van hen hebben inmiddels daadwerkelijk stamcellen gedoneerd
aan iemand die ze nodig had. Is de Minister bereid te bekijken wat Nederland van zulke
voorbeelden kan leren? Kunnen jonge bloeddonoren bij Sanquin tijdens hun donatie eenvoudig
ook stamceldonor worden? Deze leden begrijpen verder dat veel jongeren zich wel aanmelden,
maar de registratie thuis niet afronden. Hoe kan de registratie nog makkelijker worden
gemaakt, bijvoorbeeld door de wangslijmvliestest direct ter plekke af te nemen? En
hoe kan de rijksoverheid via haar eigen kanalen bijdragen aan meer bewustzijn over
stamceldonatie onder jongeren?
De richtingen die de Minister in haar brief schetst, zijn voor de leden van de D66-fractie
nog niet voldoende. Gesprekken en verkenningen zijn nodig, maar het zijn nog geen
resultaten. Tegelijk zien deze leden een Minister die het belang deelt en de partijen
al aan tafel heeft, en dat is een goede basis. Deze leden vragen de Minister het onderste
uit de kan te halen: onderzoek de wettelijke grondslag, start een of meerdere pilots,
breng de werving naar de plekken waar jongeren zijn en kom met een plan met doelen
en een tijdlijn. Tien jaar geleden vroegen de ouders van een jonge leukemiepatiënt
de Kamer en de toenmalige Minister al waarom hun zoon op zijn achttiende wel een brief
over orgaandonatie kreeg, maar niet over stamceldonatie. Die vraag verdient nu een
antwoord dat verder gaat dan hoop. De jongeren zijn er, de bereidheid is er en de
partijen zitten aan tafel. We kunnen letterlijk levens redden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister aangaande
stamceldonatie. Zij danken de Minister voor haar reactie en hebben op dit moment geen
verdere vragen meer.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van het kabinet op
de oproep van Stichting Matchis over het informeren van jongeren over stamceldonatie.
Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de PRO-fractie lezen dat het kabinet de zorgen van Matchis deelt over
de donorbereidheid voor stamcellen, specifiek onder jongeren, en dat naar verwachting
het aantal jonge geregistreerde donoren de komende jaren zal afvlakken. Kan de Minister
nader toelichten waarop deze verwachting is gebaseerd? Hoe heeft het aantal geregistreerde
stamceldonoren tussen de 18 en 35 jaar zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld en welke
ontwikkeling wordt voor de komende jaren verwacht? Kan daarbij tevens worden aangegeven
hoeveel nieuwe jonge donoren jaarlijks nodig zijn om het donorbestand op peil te houden?
Kan de Minister daarnaast aangeven welke gevolgen een afname of afvlakking van het
aantal jonge geregistreerde donoren kan hebben voor patiënten die zijn aangewezen
op een stamceltransplantatie? Zijn er op dit moment patiëntengroepen waarvoor het
vinden van een passende donor relatief moeilijk is? Welke rol spelen leeftijd en diversiteit
van het donorbestand daarbij?
De leden van de PRO-fractie lezen daarnaast dat het kabinet terughoudend is ten aanzien
van het versturen van een brief aan jongeren, onder andere omdat hiervoor een wettelijke
grondslag ontbreekt. Kan de Minister toelichten welke wettelijke grondslag precies
nodig zou zijn om een dergelijke brief te kunnen versturen? Zou hiervoor nieuwe wetgeving
noodzakelijk zijn of bestaan er binnen de huidige wet- en regelgeving andere mogelijkheden
om jongeren vanuit de overheid rechtstreeks over stamceldonatie te informeren? Daarnaast
stelt het kabinet dat uit tests rond de brieven over orgaandonatie naar voren kwam
dat deze zo kort en concreet mogelijk moeten zijn. Kan de Minister toelichten of specifiek
is onderzocht wat het effect zou zijn van het toevoegen van informatie over stamceldonatie
aan deze brief? Is eveneens onderzocht wat het bereik en de effectiviteit zouden zijn
van een afzonderlijke brief over stamceldonatie? Zo nee, waarop is de verwachting
gebaseerd dat ook een afzonderlijke brief minder goed zou worden gelezen of minder
effectief zou zijn?
De leden van de PRO-fractie lezen dat het kabinet aangeeft samen met Matchis te onderzoeken
op welke andere wijze jongeren kunnen worden bereikt en daarbij ook samenwerking met
onder meer Sanquin en de Nederlandse Transplantatiestichting te verkennen. Welke concrete
alternatieven worden momenteel onderzocht? Wanneer verwacht de Minister hierover afspraken
te maken? Op welke wijze wordt vervolgens beoordeeld of deze aanpak daadwerkelijk
leidt tot meer registraties van jonge stamceldonoren?
Tot slot vragen de leden van de PRO-fractie hoe de Minister de ontwikkeling van het
aantal jonge stamceldonoren de komende jaren blijft volgen. Zijn er concrete doelstellingen
of indicatoren voor het aantal nieuwe registraties en de samenstelling van het donorbestand?
En op welk moment wordt bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn wanneer het aantal
jonge geregistreerde donoren inderdaad verder afvlakt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van de Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het verzoek van de commissie inzake jongeren
over stamceldonatie en hebben op dit moment geen verdere vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de reactie
van de Minister inzake jongeren en stamceldonatie. Deze leden zijn wel teleurgesteld
over de lange tijd die de beantwoording in beslag heeft genomen, aangezien de commissie
al op 29 januari 2026 om deze reactie heeft verzocht. Stamceldonatie kan van levensbelang
zijn voor patiënten met bijvoorbeeld leukemie en andere ernstige bloedaandoeningen.
De leden van de BBB-fractie voelen daarom de urgentie om zoveel mogelijk, en in het
bijzonder jonge, mensen te bewegen zich als stamceldonor bij Matchis aan te melden.
Zij vinden het goed dat de Minister hierover met Matchis in gesprek is en samen met
Matchis, Sanquin en de Nederlandse Transplantatiestichting verkent hoe meer jonge
donoren kunnen worden bereikt. Deze leden zien de verdere uitwerking hiervan met belangstelling
tegemoet en hebben op dit moment geen verdere vragen.
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier