Stenogram : Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni)
33 Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni)
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 82
Te raadplegen sinds
2026-09-09Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier21501-32Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 82
Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni)
Aan de orde is het tweeminutendebat Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni) (CD d.d. 16/06).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Vermeer. Dit is het tweeminutendebat Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni). Het commissiedebat heeft zojuist plaatsgevonden. Er zijn maar liefst acht sprekers van de zijde van de Kamer. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom in dit parlement. Het woord is aan de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog even een vraag aan de staatssecretaris over de nadeelcompensatie voor de pulsvisserij. Kan de staatssecretaris toezeggen dat er bij de beoordeling van een eventuele nadeelcompensatie voor de pulsvisserij onderscheid gemaakt wordt tussen vissers die definitief zijn gestopt en vissers die nog altijd actief zijn in de sector en graag weer aan de slag willen met pulsvisserij zodra dat mogelijk is?
Verder had ik nog een vraag over de rustperiode op zee waar vissers mee te maken hebben. Kan de staatssecretaris toezeggen met de minister van Infrastructuur en Waterstaat in gesprek te gaan over de mogelijkheid om de verplichte rustperiode binnen de 48 uursregeling op een veilige ankerlocatie op zee plaats te laten vinden? De huidige regelgeving biedt daar namelijk onvoldoende ruimte voor. Het zijn technische vragen, maar misschien is er nog tijd om daar even naar te kijken.
Voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de voorgenomen aanpassing van de regelgeving voor de bestrijding van uitheemse rivierkreeften naar verwachting pas medio 2027 in werking treedt;
overwegende dat uitheemse rivierkreeften op veel plekken schade veroorzaken aan natuur en oevers, en dat een effectieve aanpak daarom niet langer kan wachten;
verzoekt de regering om het benodigde wetsvoorstel voor de verruiming van de mogelijkheden tot bevissing van uitheemse rivierkreeften uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 bij de Tweede Kamer aanhangig te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vermeer, Grinwis en Boomsma.
Zij krijgt nr. 1816 (21501-32).
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Na mijn eerdere verzoeken over de pulsvisserij heeft de staatssecretaris aangegeven dat vissers opnieuw een verzoek kunnen indienen en daarvoor stukken aan moeten leveren. BBB wil graag de toezegging dat de RVO deze vissers actief en proactief benadert en ondersteunt bij het aanvraagproces. Het gaat immers om complexe processen en omvangrijk papierwerk. Dat is niet voor iedereen eenvoudig. Ik hoop op coulance van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Boomsma namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat:
-het kabinet betoogt dat de Vogelrichtlijn ertoe verplicht om het gebied Hollandse Kust aan te wijzen als Vogelrichtlijngebied onder Natura 2000;
-volgens artikel 23.5 Omgevingswet de Kamer geïnformeerd wordt als het gaat om besluiten die plaatsvinden in de EEZ, maar dit gebied daarbuiten valt, waardoor geen verplichte voorhangprocedure geldt;
-de aanwijzing wel grote consequenties kan hebben voor de vergunningverlening en de uitvoering van allerlei activiteiten, en het derhalve wenselijk is dat de Tweede Kamer zich hier eerst over kan buigen;
verzoekt de regering het ontwerpaanwijzingsbesluit om het gebied Hollandse Kust aan te wijzen als Vogelrichtlijngebied eerst voor te leggen aan de Tweede Kamer alvorens het ter inzage te leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma, Grinwis, Flach en Vermeer.
Zij krijgt nr. 1817 (21501-32).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Chris Jansen namens de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de pelagische visserij wereldwijd behoort tot de meest efficiënte en duurzame vormen van voedselproductie;
constaterende dat de sector nadeel ondervindt door de inperking van de makreelquota;
verzoekt het kabinet om de makreelquota binnen de EU opnieuw bespreekbaar te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 1818 (21501-32).
De heer Chris Jansen (PVV):
Voorzitter. Ik dien deze motie in omdat, zoals ik net in het commissiedebat aangaf, de Europese Unie eigenlijk niet heeft opgelet, waardoor met name Noorwegen een paar procent erbij heeft gekregen. Dit gaat ten koste van het EU-quotum en dus ook ten koste van het aandeel dat de Nederlandse vissers konden bevissen. Daarom heb ik deze motie ingediend.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer namens D66.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een herziening van de huidige verdeling van visrechten binnen het contigentenstelsel;
overwegende dat het huidige systeem weinig ruimte biedt voor de nieuwe generatie duurzame vissers;
overwegende dat het contigentenstelsel juist ingezet kan worden als stimulans om te verduurzamen en/of te innoveren;
verzoekt de regering bij de herziening van het contigentenstelsel te voorzien dat contigenten worden ingezet als stimulans voor verduurzaming en innovatie in de visserijsector, zoals de pelagische en passieve visserij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vellinga-Beemsterboer.
Zij krijgt nr. 1819 (21501-32).
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dan de tweede.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de aquacultuurontwikkeling en nieuwe innovaties in de visserijsector in veel landen hard gaan en het wenselijk is dat we in Noordzeeverband gebruikmaken van elkaars kennis en inzet;
overwegende dat vissers onderling al contact hebben en best practices uitwisselen, en dat een vroege samenwerking innovaties en technieken breed gedragen maakt;
van mening dat het zonde is om succesvolle buitenlandse pilots en onderzoeken opnieuw in Nederland uit te voeren;
verzoekt de regering om in Noordzeeverband samenwerking op te zoeken en een lijst samen te stellen van innovatieve technieken en pilots binnen de visserij en aquacultuur, en deze ter beschikking te stellen voor de Nederlandse visserij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vellinga-Beemsterboer.
Zij krijgt nr. 1820 (21501-32).
Dank u wel. Het woord is aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. De Doggersbank: de kraamkamer van de Noordzee. Een gebied om trots op te zijn, maar het staat er slecht voor. Al zeventien jaar geleden was er de verplichting dat het niet verder achteruit mocht gaan. Tien jaar geleden is het aangewezen als beschermd zeegebied en moest het hersteld worden — en in al die jaren is het verder achteruitgegaan. De rechter heeft bevestigd wat het kabinet nu moet doen: geen sleepnetvisserij meer toestaan zonder vergunning voor het vissen op de Doggersbank. Maar nota bene de minister van Natuur wil dit niet uitvoeren en gaat in hoger beroep, met een smoes over vermeende onduidelijkheid over de uitspraken, terwijl het kunnen toetsen via een vergunningsplicht of een activiteit schadelijk is het meest basale is wat je nog kan doen voor de natuur.
Voorzitter. Met de uitspraak van de rechter hier in mijn ene hand, die stelt dat Nederland onder de Habitatrichtlijn verplicht is om een vergunningplicht te hanteren, ook voor de sleepnetvisserij in beschermde zeegebieden, en de notitie van de Europese Commissie hier in mijn andere hand, die stelt dat het GVB voorschrijft dat lidstaten alleen beperkingen voor de eigen vloot op mogen leggen, is het wat de Partij voor de Dieren betreft helder hoe de verhoudingen liggen tussen het GVB en de Habitatrichtlijn. Daarom begrijpen wij niet wat de onduidelijkheid is voor de minister in deze kwestie, en zouden we van de minister graag binnen twee weken een schriftelijk antwoord ontvangen waarin staat welke onduidelijkheden precies nog overblijven.
Voorzitter. Tot slot een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat we al jaren weten dat vissen gevoel hebben en pijn kunnen lijden, maar er bijna geen enkele (Europese) wetgeving is voor vissenwelzijn en andere waterdieren;
constaterende dat vissen na vangst en voor slacht nog zelden worden verdoofd, maar in plaats daarvan onverdoofd worden opengesneden, terwijl ze nog bij bewustzijn zijn;
overwegende dat Nederland het verdoven van paling voorafgaand aan de slacht wél heeft verplicht en dat het kabinet werkt aan een verbod op het levend koken van krabben en kreeften;
verzoekt de regering een overzicht te maken van geldende bedwelmingswetgeving voor aquatische diersoorten in de landen van de Europese Economische Ruimte;
verzoekt de regering zich in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid en Europese visies over visserij en aquacultuur in te zetten voor betere bescherming van vissen en andere waterdieren, waaronder bedwelmingsnormen, en de Kamer periodiek te informeren over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1821 (21501-32).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Het is de week van de Hollandse nieuwe, met als toppunt Vlaggetjesdag aanstaande zaterdag op Scheveningen. Komt allen, zou ik willen zeggen.
Ik heb één motie voor u meegebracht. Bij de rondetafel over de toekomst van de visserij hadden we best wel een opzienbarende bijdrage van de wetenschapper professor Jaap van der Meer, met waardevolle inzichten over de Doggersbank en de BISI-indicator. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er discussie is ontstaan over de wetenschappelijke onderbouwing van referentiewaarden in de BISI-methode om de toestand van de natuur op zee te beoordelen;
overwegende dat deze referentiewaarden vaak zijn gebaseerd op historische (maximum)waarden, terwijl ecologische omstandigheden door onder meer klimaatverandering en invasieve soorten blijvend zijn veranderd;
verzoekt de regering bij het vaststellen van referentiewaarden voor natuur op zee uit te gaan van wetenschappelijk onderbouwde inzichten, en daarbij expliciet rekening te houden met veranderende ecologische omstandigheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Vermeer, Boomsma, Flach, Meulenkamp en Lohman.
Zij krijgt nr. 1822 (21501-32).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Ten slotte wil ik nog mijn steun uitspreken voor de inspanningen van de staatssecretaris om toch eindelijk de pulskor vrijgegeven te krijgen in de Europese Unie. Daarvoor moet hij boerenslim opereren, maar als daar ruimte voor is, zou ik bij tijd en wijle als Kamerlid graag door de staatssecretaris geïnformeerd worden over de voortgang van de inspanningen en hopelijk de resultaten. Dus graag een toezegging op dat punt.
De voorzitter:
Dank u wel. Heeft de heer Lohman nog behoefte aan een termijn in dit tweeminutendebat? Ja? Dan nodig ik u uit op het rostrum. Gaat uw gang.
De heer Lohman (CDA):
Voorzitter. We hebben vandaag gesproken over het betreurenswaardige verloop van de Omnibus Food and Feed. Een voorstel dat is bedoeld om procedures voor groene gewasbescherming te vereenvoudigen, is gestrand in een lelijk Europees proces. Het onvolmaakte plan is voorlopig van tafel, maar de problemen zijn verre van opgelost. Groene middelen komen niet versneld beschikbaar. De transitie naar een systeem dat veel minder afhankelijk is van chemische middelen loopt vertraging op. De knelpunten bij de Europese stofbeoordeling zijn immers nog niet opgelost. Ik wil geen voorbarige druk leggen op het proces van het convenant gewasbescherming; de ontwikkeling daarvan verdient vanuit de Kamer haar tijd. Maar de politiek kan wat mij betreft ook niet op haar handen gaan zitten. Dus wat kan de staatssecretaris toezeggen? Kan hij bijvoorbeeld met een plan of een brief komen, zodat we toch nationaal versnelling aanbrengen om innovatieve groene gewasbeschermingsmiddelen zo snel mogelijk beschikbaar te krijgen voor Nederlandse boeren en telers?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de staatssecretaris.
De vergadering wordt van 22.28 uur tot 22.34 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris. Ik stel voor dat hij eerst alles apprecieert. Daarna is er ruimte voor één, hooguit twee vervolgvragen. De staatssecretaris.
Staatssecretaris Erkens:
Dank u, voorzitter. Ik begin met de moties en beantwoord dan nog enkele vragen vanuit de Kamer.
De motie op stuk nr. 1816 is van de leden Vermeer, Grinwis en Boomsma en vraagt om het wetsvoorstel voor de verruiming van mogelijkheden tot bevissing van uitheemse rivierkreeften uiterlijk in het vierde kwartaal aanhangig te maken. Die kan ik oordeel Kamer geven. Wij streven ernaar om dat in kwartaal vier te doen. Mogelijk wordt het één maandje later. Maar de motie geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1817.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1817: oordeel Kamer. We kunnen de Kamer informeren voorafgaand aan publicatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1818.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1818 is overbodig. We hebben dit al gedaan als Nederland. We hebben gevraagd om een andere insteek van de makreelquota, omdat we zagen dat de Europese Unie hierin afweek van alle andere kuststaten. We hebben dat inderdaad al aangepast, zodat het gelijke speelveld hersteld is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1819.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Mijn verzoek is om de motie op stuk nr. 1819 aan te houden. We kijken ernaar en nemen dit punt mee, maar we weten niet zeker of dit het instrument is om de doelen te bereiken. Als u de motie kunt aanhouden, dan nemen we 'm mee in deze besluitvorming. Als u 'm in stemming brengt, dan moet ik 'm ontraden.
De voorzitter:
Ik doe niets, maar ik ga kijken of mevrouw Vellinga-Beemsterboer daartoe bereid is. Dat is zij.
Op verzoek van mevrouw Vellinga-Beemsterboer stel ik voor haar motie (21501-32, nr. 1819) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1820.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1820 krijgt oordeel Kamer. Het lijkt ons inderdaad goed om te kijken waar de samenwerking geïntensiveerd kan worden op het gebied van innovatie op de in de motie genoemde zaken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1821.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1821: ontraden. Bij het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft Nederland een aantal grote prioriteiten waar wij ons nu op richten. Daar valt deze op dit moment niet onder. Ik heb wel toegezegd dat we na de zomer reageren op de rapporten die aangeleverd zijn in het debat. Daarbij zou ik het eerste gedeelte van het dictum wel kunnen meenemen, maar ik ontraad de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1822.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1822 krijgt oordeel Kamer.
Dan nog heb ik een aantal vragen.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Staatssecretaris Erkens:
De vragen van het lid Vermeer over de nadeelcompensatie van de puls. Nee, we gaan geen onderscheid maken tussen vissers die wel en niet gestopt zijn. Verzoeken tot nadeelcompensatie zullen we uniform behandelen. Ik kan daarbij wel toezeggen dat we de RVO zullen verzoeken om coulance in de procedures en om wat hulp bij het proces, want het is inderdaad best wel complex voor een individuele visser om dit aan te tonen en te bewijzen. Dat verzoek zal ik doorgeleiden naar de RVO.
Voorzitter. De tweede vraag ging over de 48 uursregel en de rustperiode op zee. De sector heeft deze vraag ook al gesteld aan de minister van IenW. Zijn antwoord was dat de huidige regelgeving hier onvoldoende ruimte voor biedt. Hij ziet op dit moment geen ruimte om hiervan af te wijken.
Voorzitter. Dan heb ik nog twee vragen. Een is van de heer Grinwis: wil ik de Kamer regelmatig informeren over de puls en de voortgang op dit dossier? Dat kan ik toezeggen.
De heer Lohman had een verzoek voor een plan voor het nationaal versnellen van de toelating van innovatieve groene middelen. Wij kunnen dat niet eigenstandig, zei ik in het debat. Een deel ligt bij EFSA. We kijken wel met het Ctgb welke versnelling er op nationaal gebied mogelijk is. Dat zal ik meenemen in de uitwerking van het amendement-Podt. Daarbij kan ik ook zeggen dat veel meer dan dat niet mogelijk gaat zijn, maar we zullen alles eraan doen.
De voorzitter:
Twee interrupties, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik wil de staatssecretaris bedanken voor de toezegging rond de pulsvisserij. Wat betreft het verhaal over de 48 uursregeling: dit was het antwoord dat we al wisten van de minister van IenW. Maar onze vraag is of de staatssecretaris wil toezeggen dat hij hierover in gesprek wil gaan met de minister om te kijken hoe er wel ruimte geboden kan worden.
Staatssecretaris Erkens:
De vraag kwam nu pas in de tweede termijn. Ik zit niet diep genoeg in de inhoud. Ik kan toezeggen dat ik dat inderdaad check bij mijn collega van IenW, maar daarmee wil ik niet de verwachting wekken dat we dat gaan regelen, aangezien hij al zei dat dit niet kan. Maar ik kan het inderdaad nog controleren bij hem.
De voorzitter:
Afrondend. Ah, daar ziet de heer Vermeer van af. Lid Kostić, twee interrupties.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Allereerst even een verduidelijking over mijn vragen aan de minister van Natuur. Die zou ik wel graag doorgeleid willen hebben en ik zou willen dat daar binnen twee weken antwoord op komt.
Mijn vraag aan de staatssecretaris gaat over de motie die we hebben ingediend. Het enige wat we vragen is dat de staatssecretaris kijkt naar meekoppelkansen in Europa om het vissenwelzijn te verbeteren. Ik zou niet weten waarom de staatssecretaris dat niet zou willen doen. Als je vooruit wil op het gebied van visserij, moet je dit volgens mij juist meenemen. Als je zegt "we doen geen nationale koppen, maar willen alles Europees regelen", is het toch heel logisch om het in Europa te doen, gezien al het leed dat vissen wordt aangedaan?
Staatssecretaris Erkens:
Nee, maar de motie verzoekt ons wel degelijk om ons hiervoor in te zetten, ook bij het GVB et cetera, en daarin hebben we als kabinet op dit moment gewoon echt andere prioriteiten gesteld. Ik heb in het debat toegezegd dat ik na de zomer terugkom op de rapporten en zal komen met het kabinetsstandpunt.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank voor die toezegging, absoluut, maar het is toch logisch dat de staatssecretaris zich ook in Europa inzet voor vissenwelzijn, en dat hij daar kijkt welke landen ook hun best doen, met welke landen we hierin samen kunnen optrekken en met welke landen er meekoppelkansen zijn? Nogmaals, het hoeft geen topprioriteit te zijn, maar je kan het meenemen als een meekoppelkans. Zo is die motie ook geschreven. Kan de staatssecretaris daar een beetje op die manier naar kijken? We zijn eventueel bereid om de motie aan te passen, maar de staatssecretaris moet wel wat meer richting geven dan dit.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, maar dan zou ik u vragen om de motie aan te houden tot na de zomer, als we met de appreciatie van de rapporten komen.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de staatssecretaris.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal morgen bij aanvang van de middagvergadering worden gestemd. Daarmee zijn we ook aangekomen bij het einde van de plenaire vergaderdag van dinsdag 16 juni 2026. Ik sluit de vergadering.