Stenogram : Natuur
31 Natuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 82
Te raadplegen sinds
2026-09-09Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier33576Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 82
Voorzitter: Krul
Natuur
Aan de orde is het tweeminutendebat Natuur (CD d.d. 04/06).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Natuur. Ik heet de minister van LVVN van harte welkom. Ik zeg van tevoren even het volgende. We gaan richting het zomerreces en er staan heel veel tweeminutendebatten op de agenda. Daarom gaan we het regime ook wat strakker handhaven. Dat betekent dat ik per ingediende motie één vraag toesta, omdat we willen dat het schema een beetje in de pas blijft lopen én omdat ik heb begrepen dat de commissie straks naar beneden gaat voor een commissiedebat over de Landbouw- en Visserijraad.
Ik geef als eerste het woord aan de heer Boomsma, die spreekt namens de fractie van JA21. Hij stond er al helemaal klaar voor. Gaat uw gang.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een herziening van de methode voor het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende wilde diersoorten;
constaterende dat de in Nederland gehanteerde methodiek voor vogels niet is voorgeschreven in de Vogelrichtlijn, maar nationaal is ontwikkeld op basis van een methode uit de Habitatrichtlijn bedoeld voor bedreigde flora en fauna;
overwegende dat er vragen bestaan over deze methodiek ten aanzien van de referentiewaarden, verspreiding en populatieontwikkeling;
overwegende dat een goede beoordeling van de staat van instandhouding van wilde diersoorten van groot belang is voor effectief natuurbeleid;
verzoekt de regering om bij het traject tot wijziging van de methode voor het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende diersoorten ook de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten te betrekken en te onderzoeken of een aangepaste systematiek kan worden vastgesteld die meer rekening houdt met de omvang van populaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 489 (33576).
De heer Boomsma (JA21):
Dan het volgende kunstwerk, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de AERIUS Calculator voor stikstofdepositie bij vergunningverlening een rekenkundige ondergrens hanteert van 0,005 mol per hectare per jaar, maar er brede wetenschappelijke overeenstemming bestaat dat modeluitkomsten van minder dan 0,5 mol per hectare per jaar niet zouden moeten worden gebruikt, omdat deze methodologisch te onzeker zijn, en dat er daarmee een wetenschappelijke en solide juridische basis bestaat voor een rekenkundige ondergrens van 0,5 mol per hectare per jaar;
constaterende dat de Raad van State in zijn ViA15-oordeel van april 2023 een vergelijkbare beperking in het toepassingsbereik van het model heeft geaccepteerd als wetenschappelijke onderbouwing van de maximale rekenafstand van 25 kilometer, omdat het model daarbuiten geen betrouwbare uitspraken kan doen;
overwegende dat de Kamer in vervolg daarop reeds tweeënhalf jaar geleden heeft verzocht de rekenkundige ondergrens te verhogen (30252, nr. 133);
overwegende dat de Nederlandse NOx-emissies al decennia dalen met procenten per jaar onder invloed van Europees bronbeleid en de toepassing van de best beschikbare technieken in de industrie, en dat de NH3-emissies in de landbouw weliswaar in een trager tempo afnemen, maar dat het risico op grotere emissies bij een hogere rekenkundige ondergrens wordt ondervangen door systemen van (afnemende) productierechten;
overwegende dat de desondanks eventueel optredende geringe cumulatieve effecten van verschillende deposities van meerdere activiteiten onder deze grens effectief kunnen worden gemitigeerd door landelijke emissiereducerende en eventuele meer specifieke flankerende maatregelen, en geen juridisch beletsel kunnen vormen voor de invoering van een hogere rekenkundige ondergrens;
overwegende dat het kabinet een pakket maatregelen voor enerzijds geborgde stikstofemissiereductie en anderzijds geborgd natuurherstel heeft aangekondigd, dat op 26 juni aanstaande wordt gepresenteerd;
verzoekt de regering bij de volgende AERIUS-update in oktober, dus nog voor 1 januari aanstaande, en in het uiterste geval voor 1 juli 2027, de verhoging van de rekenkundige ondergrens naar minimaal 0,5 mol per hectare per jaar (1 mol per hectare per jaar na afronding) door te voeren, en wel voor zolang stikstofdepositiemodellen nog worden gebruikt voor vergunningverlening van individuele projecten, en dit als expliciet onderdeel van het nog deze maand te presenteren pakket maatregelen mee te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma, Grinwis, Wiersma, Keijzer, Ten Hove en Flach.
Zij krijgt nr. 490 (33576).
Er is een vraag van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Is dit de nieuwe variant van JA21 van een plan van drie jaar geleden, dat Snel weg uit de stikstofcrisis was genaamd?
De heer Boomsma (JA21):
Deze motie is wat die is. Ik heb haar net voorgelezen. Het is een voorstel om de rekenkundige ondergrens te verhogen tot minimaal 0,5 mol per hectare per jaar. Wij zijn ervan overtuigd dat daarover wetenschappelijke consensus bestaat en er ook een solide juridische basis voor aanwezig is. Met het aangekondigde pakket zouden we er absoluut snel toe moeten kunnen overgaan.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
De strekking van de motie klinkt heel sympathiek en is ook in lijn met wat wij als VVD tot nog toe altijd hebben ingebracht, maar u gaat al uit van een pakket dat nog moet worden gepresenteerd. Is het niet verstandig om dat pakket af te wachten en eventueel de motie twee weken aan te houden?
De heer Boomsma (JA21):
Nee, het is verstandig om die motie nu al in te dienen, omdat wij heel duidelijk aangeven dat dit voor ons van wezenlijk belang is. Wij weten natuurlijk al wel dat dit pakket eraan komt. Er staat natuurlijk al het nodige in het coalitieakkoord. Op basis van wat wij daar nu al van weten, kunnen we de rekenkundige ondergrens nu gaan invoeren. Wat ons betreft had dat natuurlijk al eerder gekund, maar zeker met alles wat er nu nog aan komt, moeten we daar zo snel mogelijk toe overgaan. Nederland kan niet langer wachten en moet nu uit het stikstofslot.
De voorzitter:
Heel kort.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Maar u gaat uit van een pakket waarvan u de inhoud nog niet kent. Daarvan zeggen wij: het is op zich een goede motie, maar wacht nou even op dat pakket en dien haar dan in.
De heer Boomsma (JA21):
Nee. Zoals ik al zei, kan de rekenkundige ondergrens wat ons betreft ook nu al worden ingevoerd. Sterker nog, dat had vijf of zeven jaar geleden al gekund en eigenlijk ook gemoeten. Maar wij weten dat er stemmen zijn die daar anders over denken en vinden dat je eerst een geborgd pakket van emissiebeperkende maatregelen moet hebben. Wij weten dat die eraan komen. Daar wordt ook in het coalitieakkoord al van alles over gezegd. Het is belangrijk om dit nu al aan te kaarten, zodat wij heel duidelijk maken wat voor ons van essentieel belang is voor het verdere verloop van dit dossier.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Wiersma is de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Zij spreekt namens de fractie van de BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. BBB heeft de motie over de rekenkundige ondergrens natuurlijk mede ingediend. Het verschil met een drempelwaarde is dat hier in principe geen pakket aan vast hoeft te zitten, omdat het uitgaat van de beperkingen van het model. Je moet niet met zekerheid gaan rekenen met datgene wat technisch gezien niet toerekenbaar is. Van harte steun daarvoor, dus. Ik hoop natuurlijk dat de motie wordt aangenomen, want ik ben er al vele jaren mee bezig. Ik weet ook dat alles is gedaan qua voorbereiding. Het ligt klaar, dus laten we het nu gewoon implementeren, want Nederland heeft dit gewoon nodig. Oktober is wat mij betreft het uitgelezen moment. Dan draait de update van AERIUS en is er niet veel extra werk voor nodig. Het ligt klaar. Ik weet dat met zekerheid te zeggen.
Dan heb ik ook nog een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het wetsvoorstel om de op de KDW gebaseerde omgevingswaarden uit de wet te halen al door het vorige kabinet is voorbereid en ter consultatie heeft gelegen;
constaterende dat de Raad van State hierover al advies heeft uitgebracht;
overwegende dat de voorbereiding in het vorige kabinet al zo goed als afgerond was en dat het daarom niet nodig is om dit op de lange baan te schuiven;
overwegende dat het kabinet eind deze maand met een stikstofpakket komt en dit daarom het logische moment is om ook de wettelijke verankering van de KDW aan te pakken;
verzoekt de regering het wetsvoorstel om de op de KDW gebaseerde omgevingswaarden uit de wet te halen gelijktijdig met het stikstofpakket aanhangig te maken bij de Tweede Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma, Flach en Grinwis.
Zij krijgt nr. 491 (33576).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Zij spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister wederom voor zijn beantwoording tijdens het commissiedebat over natuur. Ik kijk uit naar het Natuurpact 2.0 en natuurlijk ook naar het stikstofpakket binnenkort. Veel van wat we vandaag bespreken zal daar natuurlijk ook in landen.
Maar voor nu wil ik eigenlijk alleen een motie indienen, over het belangrijke werk van de terreinbeherende organisaties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat terreinbeherende organisaties een vergoeding ontvangen voor het beheer van natuurgebieden, en dat dit beheer noodzakelijk is om aan de nationale en Europese natuurverplichtingen te voldoen;
constaterende dat de kosten voor natuurbeheer de afgelopen jaren sterk zijn gestegen door onder meer inflatie en extra druk op de natuur, en dat de formeel vastgestelde hogere standaardkostprijzen in de praktijk niet worden vergoed;
constaterende dat er structureel aanzienlijk meer middelen nodig zijn voor adequaat natuurbeheer;
overwegende dat zonder goed natuurbeheer de staat van instandhouding van natuurgebieden achteruitgaat en belangrijke natuurdoelen verder uit beeld raken;
overwegende dat het op orde brengen van natuurgebieden een randvoorwaarde is om Nederland van het stikstofslot te krijgen en daarmee ruimte te creëren voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen;
verzoekt de regering een oplossing te vinden om te zorgen dat terreinbeherende organisaties en natuurbeheer volwaardig voortgezet kunnen worden, en de Kamer daar na de zomer over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer en Koorevaar.
Zij krijgt nr. 492 (33576).
Dank u wel. Mevrouw Beckerman is de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Zij spreekt namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemiddag. Na een lange strijd is eindelijk besloten om geen nieuwe gaswinning onder de Waddenzee toe te staan, maar nu dreigt de regering wel een uitbreiding van de zoutwinning toe te staan, met een mogelijke bodemdaling van 1,60 meter tot gevolg. UNESCO heeft al eerder aangegeven dat we onze status als Werelderfgoed kunnen verliezen. Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is een vergunning te verlenen voor grootschalige uitbreiding van zoutwinning onder de Waddenzee waarmee Frisia van plan is tot 2052 zout te winnen;
overwegende dat dit een risico vormt voor de Waddenzee en de UNESCO-status van dit unieke natuurgebied;
overwegende dat uitbreiding van de zoutwinning onwenselijk is en ook de provincie Friesland, omliggende gemeenten, het Wetterskip Fryslân, verscheidene natuurorganisaties en UNESCO bezwaar hebben geuit;
verzoekt de regering te verkennen hoe het uitbreiden van de zoutwinning kan worden voorkomen, bijvoorbeeld middels een natuurtoets en nieuwe natuurvergunning, en de Kamer hier zo spoedig mogelijk over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 493 (33576).
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Te veel steden, dorpen en wijken zijn te warm. Juist arme wijken zijn vaak warme wijken. Het is tijd voor verkoeling en dus voor vergroening. Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat maar liefst 800.000 mensen in sterk versteende buurten met te weinig openbaar groen wonen;
overwegende dat dit in toenemende mate tot hittestress leidt;
verzoekt de regering een plan uit te werken voor een groennorm voor stedelijke gebieden om hittestress tegen te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 494 (33576).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is het lid Kostić. Zij spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Het gaat heel slecht met de natuur. Ondanks meerdere aangenomen moties van de Kamer om daar iets aan te doen, zien we nog geen stappen. Sterker nog, rechterlijke uitspraken en de wet worden nog niet nageleefd door dit kabinet. Ik kijk de minister dus een beetje streng aan, hopende dat er iets beters uitkomt. Daarom dien ik twee moties in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een consortium van Wageningen, CE Delft en Naturalis in opdracht van het ministerie van LVVN onderzoek heeft gedaan naar de effecten van financiële en fiscale rijksmiddelen op biodiversiteit;
constaterende dat uit het onderzoek blijkt dat er negentien subsidies zijn die ronduit een negatief effect hebben op de biodiversiteit en daarmee op onder andere onze voedselzekerheid;
constaterende dat de Kamer meermaals via moties (29435, nr. 275 en 21501-08, nr. 942) de regering de opdracht heeft gegeven om aan natuurdoelen te voldoen en dat het coalitieakkoord die doelen ook omarmt, maar dat de genoemde subsidies daar aantoonbaar afbreuk aan doen;
verzoekt de regering om voor elk van deze negentien genoemde subsidies te onderbouwen hoe zij deze aantoonbaar biodiversiteitsvriendelijk wil maken, zodat deze niet meer ten koste gaan van de in het coalitieakkoord afgesproken natuurdoelen, en de Kamer hierover zo snel mogelijk te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 495 (33576).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in de afgelopen 30 jaar de helft van alle egels in Nederland is verdwenen;
overwegende dat egels 's nachts het risico lopen om letterlijk gemaaid te worden door een robotgrasmaaier en daarbij soms dodelijk verwond raken en vaak ernstig letsel oplopen;
constaterende dat Wallonië hierom een verbod op het gebruik van robotgrasmaaiers heeft ingesteld van 18.00 uur 's avonds tot 9.00 's ochtends, met uitzondering van sportvelden en gebieden die belangrijk zijn voor de openbare veiligheid;
constaterende dat de Kamer de minister eerder heeft opgeroepen om de achteruitgang van dierpopulaties zoals egels te stoppen (21501-08, nr. 942);
verzoekt de regering in gesprek te gaan met provincies over maatregelen om egels te beschermen en de negatieve populatietrend van egels te keren, en de Kamer voor het volgende commissiedebat Natuur hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 496 (33576).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mocht de minister zich afvragen over welke moties Kamerlid Kostić het heeft: ik heb ze hier bij me. Het zijn aangenomen moties.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Grinwis. Hij spreekt namens de ChristenUnie. Hij liep al een tijdje rond in de zaal. We zijn nu erg benieuwd. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, daar komen ze.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor de inzet van de aanvullende ANLb-middelen voor beheerjaar 2027 gekozen is voor een sterke concentratie van middelen in gruttokerngebieden en overgangsgebieden rond Natura 2000-gebieden;
constaterende dat er signalen zijn dat binnen het beschikbare budget nog ruimte bestaat om een deel van de middelen breder in te zetten;
overwegende dat ook buiten deze prioritaire gebieden substantiële opgaven bestaan voor akkervogels en andere soorten en leefgebieden waarvoor Nederland verplichtingen heeft op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening;
verzoekt de regering om een deel van de aanvullende ANLb-middelen voor beheerjaar 2027 alsnog in te zetten voor andere ecologisch belangrijke opgaven buiten de in de Leidraad 2.0 aangewezen prioritaire gebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Boomsma, Den Hollander, Flach, Vellinga-Beemsterboer en Koorevaar.
Zij krijgt nr. 497 (33576).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ga naar de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Leidraad 2.0 en het advies van de commissie-Osinga richtinggevend zijn voor de inzet van aanvullende middelen voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer, ANLb;
overwegende dat keuzes over de toekomstige uitbreiding en inzet van ANLb-middelen gevolgen hebben voor het behalen van Europese en nationale natuurdoelen;
overwegende dat voor effectief Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer niet alleen ecologische opgaven, maar ook uitvoerbaarheid, draagvlak, beschikbaarheid van instrumentarium en de kennis van collectieven en andere uitvoerende partijen van doorslaggevend belang zijn;
verzoekt de regering om bij de voorbereiding van een eventuele Leidraad 3.0 en toekomstige adviezen over de verdeling van ANLb-middelen expliciet aandacht te besteden aan alle doelen en soorten waarvoor het ANLb relevant is, aan de potentiële en verwachte bijdrage aan doelbereik en aan de randvoorwaarden voor effectieve uitvoering en de inhoudelijke betrokkenheid van collectieven en BoerenNatuur vanaf de start van het proces, en de Kamer hierover voorafgaand aan nieuwe besluitvorming te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Boomsma, Den Hollander, Koorevaar, Flach en Vellinga-Beemsterboer.
Zij krijgt nr. 498 (33576).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit waren twee moties over Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Dat heeft een grote plaats in het hart van de ChristenUnie. Daarnaast heb ik met veel graagte samen met collega Boomsma de motie over een rekenkundige ondergrens mede-ingediend. Ik ken de wat vage tekst uit het coalitieakkoord. Mijn oproep aan deze minister is: voer hem in, bel het RIVM. Het is de bevoegdheid van de minister. Hij kan het doen. Doe het als onderdeel van dat pakket dat op 26 juni naar de Kamer komt.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Bromet. Zij spreekt namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Bromet (PRO):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat natuurvriendelijk beheer van bermen, spoorwegen en dijken kan bijdragen aan een rijk netwerk aan ecologische linten;
verzoekt de regering om de betrokken ministers gezamenlijk en met provincies, gemeenten en ProRail de mogelijkheden te laten verkennen om hun bermen, dijken en spoorwegen natuurvriendelijk te beheren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.
Zij krijgt nr. 499 (33576).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Staatsbosbeheer momenteel natuurgebieden dreigt te moeten verkopen vanwege te hoge beheerkosten, en oude bosgroeiplaatsen dreigen te verdwijnen;
overwegende dat er niet minder, maar juist meer natuur nodig is in Nederland;
verzoekt de regering erop in te zetten dat natuur natuur blijft, en dat als natuur toch verdwijnt die te compenseren en hoge eisen met betrekking tot natuurinclusiviteit te stellen aan een nieuwe bestemming,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.
Zij krijgt nr. 500 (33576).
Mevrouw Bromet (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Chris Jansen. Hij spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb slechts één motie, dus ik zal tijd voor u besparen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het ibo Biodiversiteit wordt gesuggereerd om zones rondom natuurgebieden aan te leggen waarbinnen alleen nog biologische landbouw is toegestaan;
overwegende dat dit een onaanvaardbare inbreuk is op het eigendomsrecht en ondernemerschap van boeren;
verzoekt het kabinet om het instrument van sturende zones, waarbij biologische landbouw wordt afgedwongen, definitief te verwerpen en de keuzevrijheid van agrarische ondernemers te garanderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 501 (33576).
De heer Chris Jansen (PVV):
Alstublieft.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Koorevaar is de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de fractie van het CDA.
De heer Koorevaar (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De minister heeft me eerder, in een commissiedebat, beloofd dat een sociaal-economische afweging bij de Waddenzee gelijktijdig en integraal wordt meegewogen, maar van deelnemers aan het Bestuurlijk Overleg Waddengebied hoor ik dat er geen toezegging is gedaan voor een sociaal-economische effectanalyse vooraf. Er zijn vragen beantwoord, maar ik wil toch nog verduidelijking. Ik heb twee vragen. Kan de minister toezeggen dat er vóór de besluitvorming over het Beleidskader Natuur Wadden een sociaal-economisch onderzoek wordt uitgevoerd? Kan de minister de Kamer over de uitkomsten informeren voordat hierover een besluit wordt genomen?
Dan heb ik nog een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de schade veroorzaakt door ganzen de afgelopen jaren sterk is toegenomen en naar verwachting verder zal stijgen richting 2030;
overwegende dat een effectief stelsel van jacht, populatiebeheer en schadebestrijding kan bijdragen aan het beperken van faunaschade, het verlagen van maatschappelijke kosten en het ondersteunen van natuurdoelen;
overwegende dat jacht en populatiebeheer buiten het broedseizoen, en met name in de winterperiode, effectiever kan zijn voor het beperken van ganzenaantallen en tegelijkertijd verstoring van broedende vogels voorkomt;
verzoekt de regering om bij de herziening van het stelsel van jacht en faunabeheer expliciet aandacht te besteden aan de beheersing en bejaging van ganzenpopulaties en voorstellen uit te werken voor meer landelijke regie op dit vraagstuk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koorevaar, Den Hollander, Boomsma, Grinwis, Flach, Ten Hove, Vellinga-Beemsterboer en Wiersma.
Zij krijgt nr. 502 (33576).
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Den Hollander. Die spreekt namens de fractie van de VVD. Ik was het niet vergeten. Gaat uw gang.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland het afgelopen voorjaar wederom geconfronteerd werd met meerdere grootschalige en gelijktijdige natuurbranden, waarbij er voor het eerst internationale bijstand noodzakelijk was omdat de brandweer tegen de grenzen van zijn bestrijdingscapaciteit aanliep;
constaterende dat een gedegen aanpak van natuurbrandbeheersing nodig is, waartoe ook de breed aangenomen motie-Veltman (33576, nr. 457) heeft opgeroepen;
overwegende dat gezonde, diverse en goed beheerde ecosystemen beter bestand zijn tegen brand, en risico's en gevolgen kunnen beperken;
overwegende dat duurzaam bosbeheer, natuurherstel, revitalisering en klimaatadaptatie hieraan bijdragen;
overwegende dat besluitvorming hierover wordt meegenomen in de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof, inclusief het beschikbaar stellen van middelen;
verzoekt de regering om voortvarend verder invulling te geven aan de motie-Veltman, en natuurbrandbeheersing onderdeel te maken van de structurele financiering die beschikbaar komt voor natuurherstel en natuurbeheer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Hollander, Grinwis en Flach.
Zij krijgt nr. 503 (33576).
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dan heb ik een motie over een landelijk kader voor beverbeheer.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de beverpopulatie in Nederland de afgelopen jaren sterk is toegenomen en er in verschillende regio's sprake is van schade aan woningen, ondergrond, openbare ruimte, waterkeringen en infrastructuur als gevolg van beveractiviteiten;
constaterende dat beverdammen lokaal kunnen bijdragen aan veranderingen in waterstromen en in sommige gevallen kunnen leiden tot verslechtering van waterkwaliteit stroomafwaarts van de dam;
overwegende dat de huidige regelgeving primair is ingericht op bescherming van de bever, waardoor preventief en risicogericht ingrijpen in de praktijk beperkt en versnipperd plaatsvindt, waardoor in veel gevallen pas wordt ingegrepen nadat schade of onveilige situaties zijn ontstaan;
overwegende dat een toekomstbestendig natuur- en faunabeleid een expliciete en gebalanceerde afweging vereist tussen natuurbescherming, waterveiligheid, bescherming van woningen, leefbaarheid en vitale infrastructuur;
verzoekt de regering een landelijk kader voor beverbeheer uit te werken waarin expliciet wordt vastgelegd onder welke voorwaarden preventief ingrijpen mogelijk is bij aantoonbare risico's voor waterveiligheid, woningveiligheid, waterkwaliteit en infrastructuur;
verzoekt de regering daarbij praktijkervaringen uit onder meer Weert en Nijmegen te betrekken als casuïstiek;
verzoekt de regering de Kamer voor 1 maart 2027 te informeren over de benodigde aanpassingen in wet- en regelgeving om een risicogericht en uitvoerbaar beheerregime te borgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Hollander, Boomsma, Grinwis, Koorevaar en Flach.
Zij krijgt nr. 504 (33576).
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De laatsten zullen de eersten zijn. De heer Flach is de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de SGP.
De heer Flach (SGP):
Dank, voorzitter. Bij het jongstleden commissiedebat heb ik ervoor gewaarschuwd dat we met een eenzijdige focus op KDW's en stikstofuitstoot niet van het stikstofslot komen. Ik dien daarom de volgende motie in als bouwsteen om weg te bewegen van de eenzijdige focus op stikstof.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in het rapport Van verwarring naar verbinding wordt aangegeven dat aanpak van de ecologische problematiek in Natura 2000-gebieden primair gebaat is bij adequate beheerplannen, inclusief bijpassende stikstofparagraaf en monitoring, en uitvoering van noodzakelijke maatregelen voor instandhouding en herstel;
van mening dat bij een eenzijdige focus op reductie van de stikstofuitstoot en het halen van kritische depositiewaarden de kans reëel is dat op korte termijn geen sprake is van natuurherstel en dat de vergunningenproblematiek niet opgelost wordt;
verzoekt de regering de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden een meer centrale rol in het stikstof- en natuurbeleid te geven, met een bijpassende stikstofparagraaf;
verzoekt de regering afspraken te maken met provincies over meer inzet op adequaat natuurbeheer in bestaande gebieden, inclusief voldoende budget daarvoor, en over versterking van het toezicht op de uitvoering van monitoring, beheer en herstelmaatregelen in Natura 2000-gebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach, Grinwis, Boomsma, Wiersma en Keijzer.
Zij krijgt nr. 505 (33576).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben het daarmee eens. Is de heer Flach geïnteresseerd in mede-indieners? Bij dezen dan.
De heer Flach (SGP):
Prima, hoor.
De voorzitter:
Dat gaan we regelen.
De heer Flach (SGP):
U mag zo toegevoegd worden. Nog meer liefhebbers? Ik zie de heer Boomsma, mevrouw Wiersma en mevrouw Keijzer knikken.
De voorzitter:
Ik hoor Boomsma, Wiersma en Keijzer inderdaad. Dat gaan we allemaal regelen. U vervolgt uw betoog.
De heer Flach (SGP):
Nog meer liefhebbers? Nee?
Goed. De SGP heeft moeite met het proces voor het Natuurplan. De concrete maatregelen komen pas in het definitieve Natuurplan en zouden daarom niet ter consultatie voorgelegd en getoetst worden. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat concrete maatregelen niet in het ontwerp-Natuurplan, maar in het definitieve plan opgenomen zullen worden, terwijl de zienswijzeprocedure en milieueffectrapportage worden gekoppeld aan het ontwerp-Natuurplan;
verzoekt de regering de zienswijzeprocedure en milieueffectrapportage in ieder geval ook te koppelen aan de versie van het Natuurplan met de concrete maatregelen;
verzoekt de regering het definitieve Natuurplan niet vast te stellen of in te dienen dan nadat het met de Kamer is besproken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 506 (33576).
Dank u wel. Mijn waardering voor de minister: die heeft aangegeven ondanks de grote hoeveelheid moties maar vijf minuten nodig te hebben voor de schorsing. Ik schors de vergadering tot ongeveer 17.15 uur.
De vergadering wordt van 17.08 uur tot 17.15 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. De minister heeft het voor elkaar gekregen om per minuut ongeveer drieënhalve motie met zijn ambtelijk team voor te bereiden. Ik daag hem uit om datzelfde tempo vol te houden bij de appreciatie van de achttien moties. Ik geef het woord aan de minister.
Minister Van Essen:
Daag mij niet uit, voorzitter, om die moties heel kort te behandelen!
Ik wil misschien wel iets langer stilstaan bij de eerste motie, die op stuk nr. 489, omdat die wat technischer is. De heer Boomsma en ik hebben daar in het commissiedebat ook al met elkaar over gesproken. Er heeft eerder al een onderzoek plaatsgevonden naar alternatieve methoden om de staat van instandhouding te bepalen. Dat onderzoek is eind 2024 gepubliceerd en heeft de huidige methode opgeleverd, die we nu ook al gebruiken. In het onderzoek zijn meerdere methoden beoordeeld, ook die van de Habitatrichtlijnelementen. Die methoden zijn ook in de huidige methode verwerkt. Het is belangrijk dat zowel Sovon als het INBO, het bos- en natuurinstituut uit een buurland, aangeven dat de huidige methode de best beschikbare methode is. Daarmee wil ik deze motie ontraden.
De motie op stuk nr. 490 gaat over de RKO. Zoals bekend werkt het kabinet aan de invoering van een RKO en aan het pakket. Daar zullen we in de komende Kamerbrief van 26 juni ook meer toelichting op geven. Voor een verantwoorde invoering — dat hebben sommigen net al gezegd — zijn naast het pakket ook beheersmaatregelen nodig. Het kabinet vindt dat die beheersmaatregelen voldoende uitgewerkt en geborgd moeten zijn. Voor die borging is meer tijd nodig dan waar deze motie toe oproept. De Kamer moet ook de mogelijkheid hebben om te beoordelen of de beheersmaatregelen voldoende uitgewerkt en geborgd zijn. Dat vind ik ook belangrijk. Daarom wil ik u voorstellen om dit samen met de Kamer te wegen, voordat we die RKO invoeren. We zetten ook echt wel stappen om de invoering uitvoerbaar te maken. Daarmee wil ik het oordeel "ontijdig" aan de motie geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 490: ontijdig. Eén vraag van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ja, even voor de duidelijkheid. De minister zegt wat PRO eigenlijk aldoor zegt als dit onderwerp aan de orde komt: eerst moet je maatregelen nemen en dan kan je eventueel later die rekenkundige ondergrens weer invoeren.
Minister Van Essen:
Een geborgd pakket is nodig om dit op een verantwoorde wijze te doen. Daarbij benadruk ik ook het belang van de beheersmaatregelen. Dan heb ik het met name over flankerend beleid.
De heer Boomsma (JA21):
De heer Grinwis was eigenlijk eerst, maar goed. Als de minister zegt "eerst flankerende maatregelen" en "dit biedt te weinig tijd", waar denkt hij dan zelf aan? Als je besluit om geborgde emissiedaling tot stand te brengen, dan is dat toch meer dan genoeg om hiermee aan de slag te gaan?
Minister Van Essen:
Ik snap dat de Kamer dit instrument belangrijk vindt. Ik snap ook dat de heer Boomsma zo snel mogelijk tot invoering over wil gaan, maar ik wil hem wel verzoeken om het dan gewoon in de afweging van het totale pakket te betrekken en het niet overhaast en roekeloos te doen.
De voorzitter:
Dat is een verzoek aan de heer Boomsma, die deze motie heeft ingediend. Ik moet bij de appreciatie "ontijdig" altijd even vragen of de indiener, in dit geval de heer Boomsma, bereid is de motie aan te houden of dat hij 'm in stemming wil brengen.
De heer Boomsma (JA21):
Vooralsnog willen wij 'm aanhouden, maar ik ben ook wel benieuwd naar andere vragen en antwoorden daarop van de minister.
De voorzitter:
U bent bereid 'm aan te houden? Begrijp ik dat goed?
De heer Boomsma (JA21):
Nee, sorry, vooralsnog wil ik 'm gewoon in stemming brengen.
De voorzitter:
Duidelijk, helder.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Van die flankerende beheersmaatregelen horen we natuurlijk al sinds de eerste motie daarover tweeënhalf jaar geleden is ingediend en aangenomen door de Kamer. Er is dus ook al een hoop voorbereiding geweest. Is de inzet van de minister wel om ervoor te zorgen dat die rekenkundige ondergrens binnen een jaar verhoogd kan worden, zoals de motie in het uiterste geval stelt?
Minister Van Essen:
Ik vind het heel belangrijk om, met die beheersmaatregelen en dat flankerend beleid, u dat ook te laten zien en de mogelijkheid van een debat daarover te hebben. Want sommige maatregelen zullen echt nodig zijn en zullen ook impact hebben, en daar moet u als Kamer ook uw mening over kunnen geven. Dan kunnen we overgaan tot invoering. Veel partijen zijn erbij gebaat om dat zo snel mogelijk te doen; dat herken ik. Zo staat het ook in het coalitieakkoord.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat was niet de vraag. De vraag was of het ook de inzet is van de minister om het binnen een jaar te doen.
Minister Van Essen:
Als dat binnen een jaar verantwoord kan, dan ja, maar ik zie nog heel veel hobbels op de weg, omdat we die beheersmaatregelen en dat flankerend beleid ook in place moeten hebben.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik sta onder de motie. Ik wil toch even aan de minister vragen of hij ...
De voorzitter:
Nee, nee, nee, dat gaan we niet doen. U gaat eerst een vraag stellen aan ...
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
O, ja, excuus, voorzitter. Omdat ik het tegen u gezegd had, dacht ik: moet ik het dan nog aan de plenaire vergadering vragen? Omdat ik niet op de lijst sta, moet ik vragen of er steun is dat ik een vraag stel aan de Kamer.
De voorzitter:
Heeft de Kamer er bezwaar tegen dat mevrouw Keijzer deelneemt aan het debat? Dat is niet het geval. Mevrouw Keijzer, gaat uw gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u wel, voorzitter. Kent de minister het verschil tussen een drempelwaarde en een rekenkundige ondergrens? Weet hij dat je bij het verhogen van een rekenkundige ondergrens dus helemaal geen beheersmaatregelen nodig hebt? Zou hij daarop terug willen komen? Want dit is toch wel een klein beetje de Kamer en Nederland het bos in sturen.
Minister Van Essen:
Ik ken dat verschil. Ik weet ook dat er verschillende wetenschappelijke inzichten zijn over de noodzaak daarvan en het nut daartoe. Maar ik ben ervan overtuigd dat je het alleen op een zodanige manier kunt invoeren dat het de komende jaren ook stand gaat houden.
De heer Chris Jansen (PVV):
Waar ik eigenlijk benieuwd naar ben, is het volgende. Wanneer ziet de minister verandering van beleid als een succes? Hij geeft aan dat het misschien nog wel meer dan een jaar kan duren. Wat is dan een succes? Is het dat als over drie jaar weer alles normaal is? Is het dan een succes?
De voorzitter:
Dat is een behoorlijk breed geformuleerde vraag, maar we gaan het aan de minister vragen.
Minister Van Essen:
Ik hou wel van zulke brede vragen. Nee, op het moment dat wij met elkaar in staat zijn om ook snel die beheersmaatregelen te treffen, denk ik dat het een succes is, want dan kunnen we sneller die RKO invoeren.
De heer Chris Jansen (PVV):
Maar dat betekent dus dat het nog zomaar een jaar kan duren voordat boeren enige duidelijkheid hebben en weer verder kunnen. Dat geldt ook voor alle andere dingen die te maken hebben met stikstof.
Minister Van Essen:
Dat herken ik niet.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn appreciaties. We waren aanbeland bij de motie op stuk nr. 491.
Minister Van Essen:
Precies. Dat is de motie van mevrouw Wiersma over de KDW. Die zou ik willen ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 492 over de financiering van natuurbeheer. Die zou ik oordeel Kamer willen geven.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Zo gemakkelijk komt de minister er natuurlijk niet van af. Waarom?
De voorzitter:
Ik had hem wel gevraagd om het heel kort te doen, dus laten we hem even de kans geven om dat nu alsnog uit te leggen.
Minister Van Essen:
Ja, ik was inderdaad uitgedaagd om het snel te doen. De ambitie om de KDW uit de wet te halen staat ook in het coalitieakkoord, maar dat moet je doen in het kader van een totaalpakket op een verantwoorde manier, omdat je ook met de wet die er lag, een negatief dictum van de Raad van State hebt gekregen. En met "je" bedoel ik "wij" in algemene zin.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag van mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, de Raad van State geeft een advies. Vervolgens is het aan de bewindspersoon om dat al dan niet op te volgen. De kritiek was met name dat er een pakket moest liggen waarbij er ook zicht op was dat de emissiereductie in de toekomst geborgd is. Als het goed is, komt dat. Zegt de minister nu indirect dat het pakket dat in voorbereiding is, er niet komt?
Minister Van Essen:
Dat pakket komt er. De KDW uit de wet halen en die vervangen door reductiepercentages is daar ook onderdeel van.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn appreciaties.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 492, over de financiering van TBO's, heb ik net oordeel Kamer gegeven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 492: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 493, die gaat over de zoutwinning, zou ik willen ontraden omdat de zoutwinning is vergund. Er is een lopende natuurvergunning. Ik bezie nu of er een nieuwe vergunning aangevraagd moet worden bij het nieuwe winningsplan. De vergunningverlening is daarbij — dat wil ik graag herhalen — geen onderwerp van politieke afweging.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 493: ontraden.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 494, over de hete, warme wijken, zou ik oordeel Kamer willen geven, ook onder verwijzing naar het debat dat we hebben gehad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 494: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 495 van het lid Kostić, over biodiversiteitsschadelijke rijksgeldstromen, zou ik willen ontraden.
De voorzitter:
Eén moment, één moment. Mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik dacht: ik wacht even tot m'n oordeel Kamer binnen is. Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 493, die gaat over de zoutwinning bij de Waddenzee. De minister zegt dat de vergunningverlening niet politiek is. Nee, dat klopt, maar het toestaan van deze zoutwinning is dat natuurlijk wel. Is deze zoutwinning voor het kabinet wenselijk? Die vraag stel ik tegen de achtergrond dat we dan kunnen kijken hoe we een motie kunnen maken die wél goed is voor het kabinet.
Minister Van Essen:
Met het principe dat is gehanteerd, het hand-aan-de-kraanprincipe, denken we dat het op een verantwoorde manier kan. Vanuit mijn pet om natuurvergunningen te verlenen is het van belang óf er een nieuwe vergunning moet komen. En dan heb ik mijn afwegingen te maken.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn appreciaties. We waren aangekomen bij de motie op stuk nr. 495.
Minister Van Essen:
Ja, bij de motie op stuk nr. 495. In het commissiedebat van 4 juni heb ik de toezegging gedaan dat ik in het najaar de Kamer hierover informeer, dus ik wil deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 495: ontraden. Eén vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is mooi. Dat was een toezegging naar aanleiding van onze vraag, maar het was geen heldere toezegging, dus vandaar dat we het nu hebben opgeschreven. Ik snap niet zo goed waarom de motie wordt ontraden.
Minister Van Essen:
Het lid Kostić heeft een toezegging van mij. Daarmee ben ik haar al tegemoetgekomen. Daar zal ze het in dit geval mee moeten doen.
Dan de motie op stuk nr. 496, over de egels. Die zou ik oordeel Kamer willen geven, ook omdat ik de 18de een overleg met provincies heb, waarin ik dit kan inbrengen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 496: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 497.
Minister Van Essen:
Dan de motie op stuk nr. 497, die gaat over het ANLb en is ingediend door de heer Grinwis, D66 en het CDA. Deze zou ik oordeel Kamer willen geven.
Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 498.
De voorzitter:
Een vraag van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik ben een warm voorstander van ANLb-subsidies, maar wel als die op de meest effectieve manier worden ingezet. Hoe weet de minister nou dat het het meest effectief is om het nu uit te gaan smeren over heel Nederland, ook over de gebieden die nu niet prioritair aangewezen zijn voor die subsidies? Dat terwijl je ook de eisen kan opschroeven en daardoor meer zwaar beheer kan faciliteren in diezelfde gebieden.
Minister Van Essen:
Ik denk dat het grootste gedeelte van de middelen ook gefocust is op de doelen die mevrouw Bromet noemt, dus natuurdoelen, Natura 2000-doelen, gruttodoelen. Het gaat om een kleine hoeveelheid extra middelen die beschikbaar is, los van alles wat we in de taskforce bespreken. Daarom achten we dit verantwoord.
De motie op stuk nr. 498 had ik al van een appreciatie voorzien.
Dan ben ik bij de motie op stuk nr. 499, over natuurvriendelijk bermbeheer. Deze zou ik ook oordeel Kamer willen geven.
De motie op stuk nr. 500, over het verdwijnen van natuur van Staatsbosbeheer, geef ik ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 500: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 501, over zonering, zou ik willen ontraden onder verwijzing naar het debat.
Dan de motie over ganzenschade, op stuk nr. 502, zou ik oordeel Kamer willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 502: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 503, over natuurbrandbeheersing, zou ik oordeel Kamer willen geven met de interpretatie dat ik heb toegelicht dat ik binnen het geld voor natuur van de taskforce, 2,2 miljard, ook kijk of de maatregelen zodanig uit te voeren zijn dat je ook meteen een goede bijdrage levert aan natuurbrandbeheersing. Ik denk ook dat dit kan, omdat dit heel erg hand in hand gaat met bosrevitalisatie. Maar dat gaat niet om structurele middelen. Dat wil ik hier gezegd hebben, omdat de motie het over structurele middelen heeft.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de indiener, mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik snap wat de minister zegt, maar er zijn uiteindelijk wel structurele middelen nodig om die natuurbrandbeheersing te doen. Er zijn ook structurele middelen nodig voor natuuronderhoud en natuurherstel. Waarom kan daar dan geen koppeling mee gemaakt worden?
Minister Van Essen:
Dat komt naar mijn idee doordat de middelen die we in het regeerakkoord hebben aangemerkt voor beheer, ook de middelen zijn die al nodig zijn. Als je daar structureel 45 miljoen voor natuurbrandbeheersing afhaalt, blijft er natuurlijk een significant kleiner bedrag over. Dat laat onverlet dat we ook het pleidooi van met name de provincies zien om hier structureel iets in te doen. Ik wil u in het najaar gerust verder informeren over hoe we daar invulling aan kunnen geven.
De voorzitter:
De vraag dus of mevrouw Den Hollander akkoord gaat met de interpretatie van het kabinet. Anders wordt de motie ontraden.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik hoor de minister een bedrag noemen dat ik niet in de motie heb genoemd. Ik vraag in de motie alleen om te kijken hoe je binnen de structurele natuurgelden ook structureel geld oormerkt voor natuurbrandbeheersing. Ik wil het niet koppelen aan bedragen die ik niet genoemd heb. Ik wil de minister dus toch vragen of hij dat dan niet kan toezeggen.
Minister Van Essen:
Op het moment dat het gaat om koppelkansen, ben ik daar wel toe bereid, maar ik wil er hier echt op gewezen hebben dat die structurele middelen niet heel ruim zijn. Maar het klopt dat mevrouw Den Hollander geen bedrag heeft genoemd. De provincies hebben in de correspondentie met ons en ook met uw Kamer wel een bedrag van 45 miljoen genoemd.
De voorzitter:
Gaat mevrouw Den Hollander akkoord met de interpretatie? Ze knikt. Dan krijgt de motie dus oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
Ja.
Dan de motie op stuk nr. 504 over beverbeheer. Ook die kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 504: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
Ook de motie op stuk nr. 505 over beheerplannen Natura 2000 kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 505: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
Dan kom ik bij de vragen.
De voorzitter:
Er is nog een motie, de motie op stuk nr. 506. Er zijn twee moties van de heer Flach.
Minister Van Essen:
O ja, dat is een motie. Die heb ik in het mapje met vragen gelegd. Die motie zou ik oordeel Kamer willen geven met de volgende interpretatie. Het definitieve Natuurplan wordt naar de Tweede Kamer gestuurd, zoals toegezegd. De MER-toets op het maatregelenpakket via de taskforce en het ontwerpplan volgt gewoon. Daar willen we dus graag de route volgen die we hebben voorzien. Het MER-advies zal dus niet alleen toezien op het ontwerpplan, maar ook op alles wat daar vanuit de taskforce aan wordt gehangen.
De voorzitter:
Ja, meneer Flach, zo zullen de laatsten toch de eersten zijn en de eersten de laatsten. Het woord is aan u.
De heer Flach (SGP):
Even voor de duidelijkheid: de minister zegt eigenlijk dat de motie op dat onderdeel gewoon niet klopt en dat er wel degelijk een MER op de concrete maatregelen komt. Dan blijft nog wel staan dat de zienswijzeprocedure alleen over het concept gaat en niet over de concrete maatregelen.
Minister Van Essen:
Daar hebben we in ieder geval met onze medeoverheden een apart traject over afgesproken. Ik zal schriftelijk terugkomen op hoe dat geldt voor anderen.
De voorzitter:
Dan is de vraag aan de heer Flach of hij akkoord gaat met deze interpretatie. Dat is het geval. Dan krijgt ook de motie op stuk nr. 506 oordeel Kamer. De minister heeft nog een losse vraag te beantwoorden.
Minister Van Essen:
Ja, een vraag over het Waddenbeleidskader. Ik heb, zoals in het commissiedebat ook besproken met de heer Koorevaar, in het bestuurlijk overleg inderdaad het belang benadrukt dat het kabinet hecht aan sociaal-economische effecten. Ik zag toen knikkende hoofden, al was de videoverbinding soms wat haperend, maar bij het verkennen van maatregelen kijken wij dus ook naar die sociaal-economische effecten. Voordat we het besluit over de maatregelen nemen, wegen we die dus mee. De beoordeling van die effecten zullen we door een onafhankelijke externe partij laten uitvoeren. Ik wil de Kamer daar gerust over informeren.
De heer Koorevaar (CDA):
Ik constateer dat dat een toezegging is van de minister.
Minister Van Essen:
Jazeker.
De voorzitter:
Dat is een toezegging.
Daarmee is de minister gekomen aan het einde van de appreciaties.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik attendeer de leden van de commissie voor LVVN erop dat zij vanavond nog terugkeren in deze plenaire zaal, want om 22.00 uur is onder voorbehoud het tweeminutendebat Visserij en Landbouw- en Visserijraad geagendeerd. Dan weten jullie dat. Jullie staan nu weer om 22.00 uur vanavond ingepland, hier in de plenaire zaal. Nu kunnen jullie naar beneden om een commissiedebat te voeren.
Ik schors de vergadering voor een ogenblik. Dan gaan we verder met het plenaire debat over de Europese top.
De vergadering wordt van 17.33 uur tot 17.37 uur geschorst.