Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Keijzer aan de minister van Klimaat en Groene Groei over het bericht "Herstel van de energiemarkt kost tijd ondanks het opengaan van Hormuz: 'Kan weleens één tot drie jaar kunnen duren'".
2 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 82
Te raadplegen sinds
2026-09-09Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 82
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Keijzer
Vragen van het lid Keijzer aan de minister van Klimaat en Groene Groei over het bericht "Herstel van de energiemarkt kost tijd ondanks het opengaan van Hormuz: 'Kan weleens één tot drie jaar kunnen duren'".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef het woord aan mevrouw Keijzer voor haar vragen aan de minister van Klimaat en Groene Groei, die ik van harte welkom heet in het parlement. Het woord is aan mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u, voorzitter. De Nederlanders worstelen om boven te blijven. Wat mij betreft laat de Nederlandse overheid de burger op alle fronten in de steek, of het nou gaat over de regeldruk, de asielinstroom of de Spreidingswet die over Nederland wordt uitgerold. Gemaakte beloftes worden niet waargemaakt.
Ik wil het vandaag in dit vragenuur hebben over hoe de portemonnee van de burger vergeten wordt, en wel via belastingen en accijnzen op energie en benzine. Afgelopen week hadden we goed nieuws, namelijk een deal tussen de Verenigde Staten en Iran. Ik zou tegen iedereen die denkt dat het dan nu beter gaat met de benzineprijzen en de energieprijzen willen zeggen: denk nog een keer. Het gaat jaren duren voordat de benzine- en de dieselprijzen dalen. Doorgedraaid klimaatbeleid heeft ons opgezadeld met de hoogste accijnzen in Europa. Gemiddeld liggen die 20% hoger dan in België en Duitsland. Dat doet al zeer, maar al helemaal wanneer de benzineprijzen stijgen en dit in het buitenland gecompenseerd wordt.
Voorzitter. Mijn eerste vraag is de volgende. Er liggen amendementen van mij in combinatie met de heer Markuszower om de accijnzen en belastingen op benzine en diesel te verlagen. Wij hebben dekking gevonden door iets minder geld te laten gaan naar, kort gezegd, het buitenland: Oekraïne, asiel en Defensie. De minister van Financiën heeft ze ontraden, maar daarom stel ik toch deze vraag. Gaat deze minister samen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid strijden om ze alsnog oordeel Kamer te geven, zodat ze aangenomen kunnen gaan worden en er eindelijk eens iets gebeurt voor de gewone hardwerkende Nederlander, voor de middenstand?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Laat ik vooropstellen dat iedere stap die bijdraagt aan meer vrede, rust en stabiliteit in de regio natuurlijk positief is, maar mevrouw Keijzer heeft wel gelijk dat daarmee niet alles meteen weer terug zal zijn bij het oude. Dat is helaas de realiteit. Dat betekent dus ook dat het echt loont om bijvoorbeeld te gaan isoleren in je huis, zodat je in de winter een lagere gasrekening hebt. Ik zou tegen degenen die dat nog niet hebben gedaan, zeggen: zorg dat je die stappen zo snel mogelijk neemt om je totale energie-uitgaven omlaag te brengen. Het kabinet heeft daar veel extra geld beschikbaar voor gemaakt, dus ik hoop dat mensen — dit klinkt natuurlijk een beetje gek als de zon net gaat schijnen — nadenken over de winter die eraan komt en nu al beginnen om de gasrekening voor de winter omlaag te brengen door echt te investeren in isoleren.
Dan kom ik op de concrete vraag van mevrouw Keijzer over de amendementen over diesel en accijns, die ontraden zijn door de minister van Financiën. Dat is ook waar de verantwoordelijkheid voor deze amendementen ligt. Hij heeft ze ontraden. Ik zie geen aanleiding om iets af te doen aan zijn verantwoordelijkheid. Overigens begrijp ik dat het positieve signaal in de Straat van Hormuz al wel heeft geleid tot een daling van de olieprijs en dat we ook al voorzichtig een doorvertaling daarvan naar de pomp zouden kunnen verwachten. Hopelijk blijft de ontspanning aan die kant, als deze deal standhoudt, ook bestaan.
Verder doet het kabinet natuurlijk ook via het Iranpakket, dat we in het voorjaar hebben gepubliceerd, een aantal dingen om de totale uitgaven aan energie voor mensen te verlagen, vooral ook om de meest kwetsbaren daar extra in te ondersteunen. Door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt heel hard aan het noodfonds gewerkt, zodat het ook beschikbaar is voor de winter. Ik heb net ook al het punt genoemd van de isolatie. Al die middelen kunnen helpen om met elkaar die nationale energierekening zo beperkt mogelijk te houden.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen. Het klopt dat er een daling is van de prijs aan de pomp, maar dat is emotie. Als straks de harde werkelijkheid van de internationale oliehandel weer binnenkomt, stijgen ze gewoon weer, en waarschijnlijk nog wel wat hoger. Ik noemde net niet zonder reden de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, want hij is, samen met de minister van Klimaat, van D66. Zij hebben campagne gevoerd met de Nederlandse vlag achter zich. De burger heeft "het kan wél" nog op het netvlies. Het kan dus niet als je denkt hier te kunnen volstaan met te beginnen over isoleren. Daar is gewoon simpelweg het geld niet meer voor, want de Nederlander moet blijven tanken om op zijn werk te komen of voor familiebezoek. En als het geld er al zou zijn, dan zijn de aannemers er niet. Dus nog een keer: wil de minister toch aan mij toezeggen in het kabinet nu eindelijk eens iets te gaan doen aan het achterstallig onderhoud op ons accijnsbeleid? Het is ingegeven door klimaatbeleid en het vullen van gaten in de begroting, maar de burger heeft er zo langzamerhand genoeg van.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De referentie aan de vlag laat ik maar even aan mevrouw Keijzer. Ik zie niet in waarom die vlag maar van één politieke partij zou kunnen zijn en niet ook van andere politieke partijen. Over de accijnzen: die zijn in de breedte een inkomstenbron om onze hele begroting stabiel te maken. Dat heeft niet te maken met specifieke uitgaveposten. We hopen natuurlijk dat er in de Straat van Hormuz een ontspanning zal plaatsvinden waardoor de prijzen weer wat kunnen dalen, maar dat zal toch echt afhangen van hoe het conflict daar loopt.
In de tussentijd doet het kabinet heel veel om de totale energierekening van mensen onder controle te kunnen laten komen, onder andere door met name te investeren in isolatie. Daar wordt geld voor uitgetrokken via het Warmtefonds bijvoorbeeld. Mensen hoeven dat dus niet allemaal uit hun eigen zak te betalen. Er worden ook middelen beschikbaar gesteld voor partijen die wat minder kunnen. Als er mensen zijn met een gewone elektriciteitsaansluiting die zich afvragen of ze een warmtepomp kunnen aansluiten als je een hybride warmtepomp hebt én een elektrische kookplaat én zonnepanelen én een elektrische auto: dat kan allemaal gecombineerd worden op één gewone, normale aansluiting. En dan kun je ook nog de magnetron aanzetten of de droger. Ik doe dat namelijk allemaal zelf weleens tegelijkertijd en dan klapt er nooit een stop uit. Er kan dus ook een heleboel wel. Laten we elkaar in dat opzicht niet onnodig aanpraten dat er van alles niet kan.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Het ware karakter van deze minister laat zich wel zien. De meeste burgers kunnen zich al die faciliteiten zo langzamerhand niet eens meer veroorloven.
Even terug naar Nederland. De Straat van Hormuz is interessant, maar terug naar Nederland. Men blijft autorijden, want dat is nodig. Vervolgens betekent dat minder bezoeken aan de horeca, minder winkelen, minder huisinrichtingen. Ziet de minister dat dit zo langzamerhand ook een aanslag is op onze middenstand, op het midden- en kleinbedrijf? Wat gaat ze daaraan doen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Laten we deze ronde afsluiten met iets waar mevrouw Keijzer en ik elkaar misschien meer op kunnen vinden. Het is inderdaad heel belangrijk dat we ervoor zorgen, ook met het beleid dat we inrichten, dat iedereen het kan meemaken als onze energiemix verandert. Dat geldt dus ook voor mensen met een minder grote beurs en het midden- en kleinbedrijf. Daar zullen we met elkaar voor moeten zorgen. Dat zie ik dus als een gedeelde ambitie.
Het tweede dat ... Sorry, ik ben even het tweede element kwijt van wat u zei. U begon eerst over het midden- en kleinbedrijf, maar wat er daarna kwam, heb ik even niet opgeschreven.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik denk dat het dan ook niet verder gaat komen dan algemeenheden in het antwoord.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik weet 'm weer!
De voorzitter:
Volgens mij was mevrouw Keijzer een verhaal aan het opbouwen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik ben benieuwd, voorzitter.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
U had het over algemeenheden. Ik wilde zeggen dat voor de algemene middelen augustus natuurlijk het moment is waarop de koopkrachtplaatjes worden bekeken. Dan worden alle manieren waarop de inkomens van zowel ondernemers als huishoudens geraakt worden, met elkaar gewogen. Dat is het moment waarop het kabinet verder kijkt of er meerdere dingen nodig zijn. Daar ga ik niet nu op vooruitlopen. Dat is het moment waarop dit soort dingen ten opzichte van de algemene middelen weer gewogen worden. Excuses voor de lapse.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Mag ik dan van deze minister nog een antwoord op de volgende vraag? Als straks blijkt dat de accijnsopbrengsten verlaagd zijn omdat er in het buitenland getankt wordt, betekent dat dan niet dat er weer extra belastingen opgelegd worden om de gaten in de begroting te dekken en ook dat er niet weer naar het bedrijfsleven wordt gekeken, want "koop maar een elektrische bestel- of aannemersbus"? Weet de minister wat die dingen kosten? Het blijkt namelijk ook nog vaak het geval te zijn dat er allerlei prachtig beleid bedacht wordt, maar dat het kabinet geen idee heeft van de effecten in de samenleving.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Al die inkomsten en uitgaven worden in augustus goed met elkaar gewogen, want als we minder geld ophalen, moet je ook ergens anders iets minder uitgeven. Dat wordt dus in samenhang gewogen. Daarbij heeft het kabinet niet alleen oog voor een evenwichtige koopkrachtontwikkeling voor huishoudens, maar ook voor de lasten voor het bedrijfsleven.
De heer Oosterhuis (D66):
Over de hele wereld is olie natuurlijk duur. Dat heeft ook een duidelijke reden: de oorlog in Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz. Heel veel mensen hebben daar nu last van; die betalen een hoge prijs aan de pomp. Het betekent echter ook dat wij als Nederland eigenlijk miljarden, en dit jaar ook miljarden extra, overmaken naar het Midden-Oosten als prijs voor die benzine, diesel en olie. Dat is eigenlijk allemaal geld dat we ook kunnen besparen of in eigen land kunnen investeren als we de beweging maken naar meer duurzame energie van eigen bodem. Om hoeveel geld gaat dat nou? Hoeveel geld geven wij als Nederland dit jaar nou uit aan fossiele energie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank voor de vraag. Ik geloof dat ik de heer Hoekstra recent heb horen zeggen dat Europa nu per maand een kwart miljard meer uitgeeft. Dat steken we dus eigenlijk in de ontwikkeling van economieën buiten Europa. Dat komt boven op een bedrag van tussen de 250 en 300 miljard dat we jaarlijks kwijt zijn aan de import van fossiele brandstoffen. Dit is echter op Europees niveau. De vraag was natuurlijk hoeveel Nederland extra kwijt is door de energieprijsstijgingen. Daar moet ik op korte termijn even schriftelijk op terugkomen, want dat vraagt een beetje nadere uitwerking, maar ik ben graag bereid om dat aan de Kamer te doen toekomen.
Mevrouw Müller (VVD):
We spreken in deze Kamer vaak met de minister over leveringszekerheid, ook anderhalve week geleden nog. U weet dat de VVD zich zorgen maakt over aanstaande winter en de gasvoorraden, die heel erg langzaam gevuld worden. Vorige week nog kwam Gasunie met een waarschuwing. Omdat dat een belangrijke adviseur voor deze minister is, vraag ik haar hier toch nog op te reflecteren, want Gasunie maakt zich ernstige zorgen over aanstaande winter.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Inderdaad. Ik denk dat het goed is dat we proberen helderheid te krijgen met elkaar, ook over de cijfers. Het getal van 115 terawattuur dat door Gasunie is geadviseerd, is echt om rekening te houden met de allerstrengste winter in 30 jaar. Het kan natuurlijk gebeuren. Die kan voorkomen, dus het is goed om dat advies op dat punt te hebben. Als je de allerstrengste winter in 30 jaar wil voorkomen, waar heb je het dan over? Daarnaast is wat we de afgelopen jaren gemiddeld in een winter eigenlijk nodig hebben gehad ongeveer 60 terawattuur. Daar zit dus een behoorlijke buffer tussen. Ik heb vorige week ook tegen uw Kamer gezegd dat EBN aan het vullen is. Dus als de markt niet vult, zorgen we dat een staatsbedrijf, dus EBN, voldoende vult, zodat we deze winter voldoende gas hebben. EBN ligt daarmee op schema. Maar wat betekent dat op schema liggen nou eigenlijk? Op dit moment zit er in die gasopslagen ongeveer de helft van wat we in een normale winter nodig hebben. Dat zit er nu al in en we blijven vullen. Dus dat beeld dat er veel te weinig in zit … Als we kijken naar de volumes en naar wat we in een normale winter nodig hebben, dan hebben we nu ongeveer de helft van dat volume al in de gasopslagen zitten. En we blijven gestaag vullen om ervoor te zorgen dat we voldoende hebben. Het leek me goed om die cijfers hier even met u te delen, omdat percentages soms … Het is moeilijk om in te schatten of we zeker weten dat we genoeg hebben. Op deze manier hoop ik daar wat extra duidelijkheid over te kunnen geven.
De heer Van den Berg (JA21):
We staan hier eigenlijk elke keer weer over de extreme energieprijzen. Dat is toch wel tekenend voor dit debat dat erover gaat. Er is toch elke keer waarschuwing op waarschuwing op waarschuwing over die leveringszekerheid, vorige week nog van TenneT. Dan gaat het om de kolencentrales die we gaan sluiten, dan is het de Gasunie die een waarschuwing afgeeft, of de topsector Energie. Ik kan het antwoord van de minister al uittekenen: we moeten meer inzetten op duurzaamheid en isolatie. Maar ik hoor tegelijkertijd dat die gasopslagen wel heel erg worden gebagatelliseerd. "Het zit allemaal wel goed."
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Feit is dat ze gewoon bijna leeg zijn ten opzichte van vorig jaar. Ik vraag me af hoe de minister er nou voor gaat zorgen dat we nu wel voorbereid zijn op die toekomstige prijsschokken, zoals bij Hormuz.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We moeten alert blijven. Dat heb ik ook vorige week met de Kamer gewisseld. Dat betekent ook dat we niet onnodig paniek moeten gaan zaaien, om het zo maar even te zeggen. Als we weten dat we nu al, half juni, in onze gasopslagen de hoeveelheid hebben zitten die de helft is van wat we in een normale winter nodig hebben, dan kunnen we niet zeggen dat ze bijna leeg zijn. We blijven vullen, gestaag, omdat we zeker willen weten dat we voldoende gas hebben deze winter. Daar gaan we met elkaar voor zorgen. De markt heeft hierin ook een verantwoordelijkheid, maar we hebben gezegd dat als de markt niet vult, we zorgen dat de Staat voldoende middelen heeft om ook te kunnen vullen. We kunnen vullen tot 80 terawattuur. Dat is 20 terawattuur meer dan we in een gemiddelde winter nodig hebben. Voor die vultaak liggen we op schema.
Het is ook belangrijk om met elkaar oog te houden voor de realiteit van de cijfers en niet alleen voor de percentages. Of ik dit glaasje water in een literfles giet of in een jerrycan, levert een heel ander percentage op van hoezeer die jerrycan of die literfles gevuld is. Maar dit glas is wat ik nodig heb in de winter. Dan is dat uiteindelijk de realiteit waar we echt met elkaar naar moeten kijken. Die bepaalt of er genoeg gas is deze winter. Daar heb ik op deze basis voldoende vertrouwen in. We blijven er met elkaar alert op; dat is heel belangrijk. Ik kom ook voor de zomer nog met een nadere brief aan de Kamer, zoals geschetst, juist omdat ik dat heel serieus neem, maar ik roep ook wel op om in gezamenlijkheid te blijven kijken naar wat we echt nodig hebben deze winter, hoe dicht we daarbij zitten en hoeveel marge we daarbovenop willen.
Naast de normale wintervoorraad werkt het kabinet ook nu al aan een noodvoorraad voor als er toch nog ergens een storing plaatsvindt. En in die 80 terawattuur zit dus ook al een buffer voor als het niet een normale winter is, maar toch een wat koudere. Met die 80 terawattuur komen we niet door de strengste winter in 30 jaar; dat is waar. Daarom heeft de markt ook nog een taak als we dat helemaal willen bereiken.
De voorzitter:
De antwoorden mogen iets korter, uwe excellentie.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, voorzitter.
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, tweede vraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Jazeker, voorzitter. Dan toch nog even over de realiteit die hierin mist. Voor de opslag Grijpskerk is nog geen contract gesloten door EBN om die te vullen. Die opslag wordt op dit moment dus ook niet gevuld. Tegelijkertijd is voor de andere opslag, Norg, geregeld dat wij die maximaal een jaar kunnen vullen. Dat is de realiteit. Het is niet voor niets dat Gasunie en topsector Energie ervoor waarschuwen. Dat zijn serieuze partijen, die er terechte zorgen bij hebben. Wat ik de minister nu eigenlijk hoor doen, is die zorgen wegzetten: dat past niet bij de echte realiteit. Ik vraag toch gewoon aan de minister hoe wij nu echt deze winter ingaan met voldoende zekerheid zonder elke keer … Energie hebben is één ding, maar dat het betaalbaar is voor onze inwoners, is uiteindelijk ook heel erg belangrijk. Dat mist in het hele plaatje.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Betaalbaarheid moeten we met elkaar echt willen, maar ook onze opslag heeft weinig invloed op de wereldgasprijs. Ik weet dat de heer Van den Berg dat ook met mij eens is. En we moeten deze winter en onze langjarige verzekering uit elkaar houden. Voor deze winter wil ik zeggen dat we echt aan dat pad werken. We zorgen dat er voldoende gas is deze winter. Daar moeten we alert op zijn — nogmaals, dat deel ik met u — maar ik heb er vertrouwen in dat we op een goed pad zitten. Daarnaast is het echt een vraag hoe Nederland ook in de toekomst gaat zorgen dat we gewoon goed zijn voorbereid. Ook langjarige strategische gasopslag hoort daarbij. Daarover kom ik ook met een brief naar de Kamer. Maar er gebeurt ook echt een heleboel. Dat wil ik maar even tegen de heer Van den Berg zeggen. We werken eraan dat de opslag voldoende is voor dit jaar. We werken aan een noodvoorraad voor dit jaar. We werken dit jaar zelfs aan méér voorraad dan voor de gemiddelde winter nodig is. Ondertussen hebben we ook met elkaar het gesprek over langjarige gasopslag. Ook dat is belangrijk.
De heer Jumelet (CDA):
Een tot drie jaar herstel naar aanleiding van de Straat van Hormuz, daar spreken we met elkaar over naar aanleiding van dat bericht. Ik denk dat we in strategisch opzicht behoefte hebben aan langdurige relaties met partners. Mijn vraag gaat over hoe de minister kijkt naar bijvoorbeeld de lng-terminals en vooral naar de langdurige en goede relatie met Duitsland. Ik denk dat het goed is te constateren dat de lng-terminals niet in onze handen zijn, maar ook in handen zijn van Duitse energieleveranciers.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Jumelet (CDA):
Hoe kan dat bijdragen aan in ieder geval de leveringszekerheid? Kan de minister daarop reflecteren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Die lng-terminals zijn inderdaad van groot belang. Ik heb er recent weer voor gezorgd dat er geen gat ontstaat bij de terminal in het noorden van het land. Dat was natuurlijk een tijdelijke terminal. Dat betekent dat er altijd weer een moment komt dat die moet worden verlengd. We hebben daar extra middelen bij gezet, om ervoor te zorgen dat die terminals stabiel kunnen zijn. Uiteraard houden we daarbij de relaties met Duitsland heel erg goed in de gaten. Afgelopen week was de Duitse bondspresident hier op staatsbezoek. We hebben in de breedte over een aantal energietopics gesproken. Dat is namelijk niet alleen nu relevant, maar ook in de toekomst. Dat is dus een terecht aandachtspunt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Tijdens dit vragenuur, dat een uur duurt, verdienen de 100 grootste olie- en energiebedrijven 30 miljoen dollar. Aan de pomp daalt de prijs voor een liter vandaag met €0,01, omdat de grootste olie- en gasbedrijven nog even wachten met het verlagen van de prijzen. Het leven van mensen wordt in Nederland onbetaalbaar. De huren, de zorg, energie, brandstof …
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan is mijn vraag aan deze minister: komt er deze zomer een plus op het kleine pakket waar het kabinet mee kwam? Mensen kunnen het namelijk niet meer betalen. Komt het kabinet met een extra pakket? Zien zij de zorgen van mensen over de prijsstijgingen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Dijk weet, denk ik, dat het kabinet de zorgen ook ziet. Hij weet ook dat augustus het moment is om daarover een besluit te nemen en dat ik daar op dit moment niet op vooruit kan lopen, maar dat wil niet zeggen dat we de zorgen niet zien.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind het gek dat er niet op vooruit wordt gelopen. We zien namelijk dag in, dag uit, week in, week uit, al maanden achtereen dat die prijzen maar blijven stijgen. Het kabinet doet zelf ook een duit in het zakje met een hoger eigen risico, met nog hogere huren en met enorme belastingen op energie. Ik ga de vraag dus nog concreter maken. Binnenkort vallen de mussen zo ongeveer dood van het dak, omdat het zo warm is. Maar dan komt de winter eraan; die gaan mensen voelen. Terwijl de olie- en gasbedrijven er lekker warmpjes bij zitten, met 30 miljoen extra winsten per uur, gaat deze minister dan zeggen: we gaan de belastingen verlagen op de energierekening en we gaan het geld halen waar het zit, namelijk bij die grote winsten van de olie- en gasbedrijven, zodat het leven van mensen betaalbaar wordt?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ook over dit onderwerp is natuurlijk gewisseld met de minister van Financiën, die hierover gaat, tijdens het debat dat we met elkaar hadden over het Iranpakket. Toen hebben we ook gezegd dat we echt goed in de gaten gaan houden wat er gebeurt, zodat we bij de augustusbesluitvorming, als het nodig is, maatregelen kunnen treffen. Ik ben bang dat ik de heer Dijk op dit moment niet meer te bieden heb dan dat antwoord. Het kabinet houdt het dus goed in de gaten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het is altijd goed om het hoofd koel te houden. Tegelijkertijd vind ik de reactie van de minister op de waarschuwing van Gasunie dat het niet goed gesteld is met onze gasvoorraden, een beetje bagatelliserend overkomen. We zouden als Kamer nog voor de zomer strategisch gasbeleid krijgen. Daar is vorig jaar met de motie-Grinwis om gevraagd en het is uitgesteld. Het is uitgesteld tot in de herfst, wanneer je eigenlijk niet meer kan acteren op korte termijn.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De brief over de capaciteitsmarkt of de elektriciteitsmarkt zou er ook al ongeveer zijn, maar dat wordt ook allemaal uitgesteld. Zijn deze minister en haar ministerie wel in charge om ons strategisch te behoeden voor koude winters zonder gas?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Twee dingen. De brief over de capaciteitsmarkt komt zeker voor de zomer nog naar uw Kamer. Die ligt eigenlijk bijna klaar. Dan over deze winter versus structureel. Het is goed om die twee dingen uit elkaar te houden. Wat ik net heb aangegeven over dat we ongeveer de helft van de voorraad die we voor een winter nodig hebben nu al in de gasopslagen hebben zitten, is één ding. Ik heb daarbij ook eerlijk aangegeven dat die voorraad niet voldoende is mochten we de koudste winter in 30 jaar krijgen — dat is ook zo — maar wel voor een gemiddelde. Meer dan een gemiddelde winter is waar we naar streven. Dan hebben we echt een vraagstuk over het strategisch gasbeleid voor de lange termijn. Toen ik net startte, heb ik overigens meteen aangegeven dat die brief rond de zomer zou komen. Eerder is er misschien gedacht vóór de zomer, maar dat was zonder een kabinetswissel. Dit is een heel belangrijk onderwerp. Ik vond het belangrijk om mezelf daar goed in te verdiepen en ook de cijfers van het NPE mee te kunnen nemen, die dus aangeven hoeveel gas we in de Nederlandse economie op termijn gaan gebruiken, zodat we ons strategisch gasbeleid ook kunnen funderen op de laatste gegevens daarover. Ik heb gezegd "rond de zomer", zodat we die gegevens mee kunnen nemen. Dan komen we echt heel spoedig daarmee, want het is heel belangrijk dat we dat goed op orde hebben; die urgentie deel ik met de heer Grinwis. Het is echter even belangrijk om de korte en de lange termijn hierbij uit elkaar te houden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Wat fijn dat we dat in ieder geval delen. Ik heb nog een andere vraag in vervolg hierop. Terwijl de schaarste inderdaad toeneemt en de prijs op de markt dus beweegt, dreigen er ook nog heffingen uit Brussel. Dat gaat om het ETS2, door sommigen geframed als de Timmermanstaks. Hoe het ook zij, die dreigt de rekening veel hoger te maken. Dat gaat de Nederlandse Staat mogelijk ruim 4 miljard per jaar opleveren en er is geen structurele compensatie. Wat is de ambitie van deze minister deze augustusmaand om daarin verandering aan te brengen? Het is toch ongekend dat in een tijd waarin energie duurder en duurder wordt, er ondertussen 4 miljard extra belasting geheven gaat worden over deze energie, zonder dat kwetsbare burgers daar iets van terugzien?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Over kwetsbare burgers heb ik net al gezegd dat we zorgen dat er een noodfonds is en dat de meest kwetsbaren daar ook aanspraak op kunnen maken. Verder is dat ETS2 iets wat er al een tijd aan zat te komen; dat wisten we ook met elkaar. Omdat het voorspelbaar is, is ook voor dit punt augustus het antwoord, denk ik. Dan moeten we echt integraal met elkaar kijken naar de koopkracht van huishoudens. Ik ben het wél met de heer Grinwis eens dat de energieprijzen daar dit jaar natuurlijk een extra belangrijke component in zijn, niet alleen door de situatie in Hormuz, maar inderdaad ook door het ETS2, dat eraan komt. We zullen ons daar rekenschap van moeten geven; energie zit op allerlei plekken in onze economie en mensen merken dat dus ook op allerlei plekken. Ik denk dus wel dat de energiecomponent een belangrijker onderdeel gaat zijn van de gesprekken, maar over het resultaat kan ik ook u helaas nog niet veel meer zeggen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik zou willen beginnen met een wens richting de minister: dat zij zich niet laat gijzelen door de fossiele verslaving van de rechterkant van de Kamer. We zien namelijk dat die fossiele verslaving mensen keihard in de portemonnee raakt, keer op keer. Dat hebben we gezien bij de inval van Oekraïne door Rusland: torenhoge prijzen. Nu zien we het weer bij de Straat van Hormuz. We zien ook dat andere landen, zoals Spanje, veel meer investeren in zon en wind en daardoor ook veel minder gevoelig zijn voor al die grote prijsstijgingen; die raken mensen veel minder. Is de minister bereid om veel zelfverzekerder volop in te zetten op zon en wind? Welke extra mogelijkheden ziet zij om dat nu te versnellen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De wens om de afhankelijkheid af te bouwen merk ik eigenlijk in de hele Kamer wel. We hebben met elkaar gezien dat de afhankelijkheid die we hadden, twee keer in vijf jaar tot zulke problemen heeft geleid dat we wat dat betreft echt moeten zorgen dat we steviger op eigen benen staan. Daar wordt dus ook fors in geïnvesteerd. Ik heb, volgens mij, vorige week nog een brief aan uw Kamer gestuurd met twee tenders voor het uitrollen van wind op zee, zodat we dat zo veel mogelijk kunnen versnellen. Op allerlei manieren is er in het coalitieakkoord geld vrijgemaakt voor meer duurzame energie. Ook diversificatie vormt er een onderdeel van. Op allerlei manieren moeten we zorgen dat we minder afhankelijk worden. Een betere Europese samenwerking is daar ook onderdeel van. Mevrouw Teunissen heeft gelijk dat we die afhankelijkheid echt omlaag moeten brengen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Toch zien we dat het bijvoorbeeld in Spanje veel sneller gaat. Dat heeft ermee te maken dat er hier partijen zijn die zo lang mogelijk aan fossiele energie verslaafd willen zijn. Die plegen actief destructief beleid. Is de minister bereid om nu eens met haar ambtsgenoot in Spanje te gaan kijken welke mogelijkheden er zijn? Is zij bereid om zich niet langer meer te laten gijzelen door dat hele achterhoedegevecht, maar om echt te kijken naar landen die het goede voorbeeld geven, zoals Spanje, om echt die versnellingsstap te kunnen gaan maken?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het beeld laat ik even aan mevrouw Teunissen. Zij deed een oproep om met mijn ambtsgenoot in Spanje te kijken welke lessons learned er zijn. Daar ben ik altijd graag toe bereid. Ik denk dat we in de breedte sowieso niet moeten nalaten om, waar dat kan, goed van elkaar te leren in deze hele transitie. Ik ben binnenkort op de Energieraad. Ik hoop dan ook mijn collega van Spanje weer te treffen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik dacht dat mijn collega eerder was. Dames gaan voor, hè?
De voorzitter:
Ik dacht u eerder bij de microfoon te zien, maar dan is mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dank u wel. De situatie in het Midden-Oosten laat opnieuw zien hoe kwetsbaar Nederland is en hoe belangrijk het is voor onze weerbaarheid en onze economie dat we fossiele brandstof zo snel mogelijk uitfaseren. In maart is er een motie aangenomen van de heer Klaver over een nationaal versnellingsplan energieonafhankelijkheid. Ik vroeg me af welke concrete maatregelen de minister, naast wind op zee, van plan is te nemen. En is zij bereid om nog voor de winter extra stappen te zetten als uit de KEV wederom blijkt dat we achterlopen op de doelen voor hernieuwbare energie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Wij delen als kabinet absoluut de urgentie om de energieonafhankelijkheid te versnellen. Dat heb ik net gezegd. We moeten meer inzetten op hernieuwbare energie én energiebesparing én elektrificatie. Dat is daar allemaal voor nodig. Daar werken we dus ook echt aan in de breedte van de agenda. We hebben in het coalitieakkoord ook al fors middelen vrijgemaakt, waaronder zes openstellingsronden voor de SDE++ en extra middelen voor wind op zee, om die versnelling te realiseren. De motie-Klaver sluit dan ook aan bij de inzet van het kabinet om minder afhankelijk te worden. Ook hier geldt dat we in het Nationaal Plan Energiesysteem, dat kort na de zomer komt, een wat breder beeld schetsen van de benodigde ontwikkeling. Na Prinsjesdag gaan we dan in op de nadere keuzes die we maken.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De zorgen met betrekking tot de gasvoorraad voor de winter moeten wat de SGP betreft met plankgas worden aangepakt. Dat leidt tot de volgende vraag. Er bestaat een mogelijkheid om in geval van nood kussengas in te zetten. We moeten nog een poos wachten op de gasvisie, hebben we gehoord. Wordt de mogelijkheid om kussengas in te zetten als strategische reserve al wel in werking gezet, alsmede de stappen daartoe, zodat we kunnen acteren als dat nodig is?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb net al aangegeven: of de brief nou eind juni of misschien begin september komt, er zitten geen jaren tussen. Het is dus fijn dat u mij de gelegenheid geeft voor de combinatie met het Nationaal Plan Energiesysteem, zodat we de langetermijnscenario's echt goed kunnen borgen. Daarbij kijk ik inderdaad ook naar kussengas. Daar zitten wel wat juridische vraagstukken en ook wat technische vraagstukken aan, die we goed in kaart moeten brengen. Als we zeggen dat kussengas kan fungeren als onze strategische reserve, moeten we wel weten dat dit kan werken zoals we het bedoelen. Dat zoeken we dus uit.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dat zoeken we uit; ik begrijp het. Tegelijkertijd duurt het dus nog even voordat die visie er is. Kunnen noodzakelijke stappen of no-regretmaatregelen al wel voor die tijd in gang worden gezet, zodat we straks niet te laat zijn?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zoals ik net heb aangegeven, vullen we de gasvoorraden op dit moment ook niet tot alleen het niveau van een gemiddelde winter. Dat is 60% en wij vullen het als Staat tot 80%, nog even los van wat de markt doet. Onze doelstelling is 115%. U ziet dat er bijna een jaarvoorraad zit tussen datgene wat we in een gemiddelde winter nodig hebben en datgene waarop we koersen voor deze winter. Ook dat geeft voor deze winter natuurlijk al extra zekerheid. Nogmaals, het is echt belangrijk dat we dit onderwerp serieus met elkaar behandelen. Die urgentie voelen wij absoluut.
De heer Vermeer (BBB):
We moeten dit debat zeker serieus voeren. Daarom was ik wel verbaasd over de vergelijking van de minister met het glas water en de jerrycan, waarbij ze negeerde dat er ook nog buurlanden aan hetzelfde glas water zitten te lurken en dat wij niet vooraf weten hoeveel zij gaan verbruiken. Is de minister het met mij eens dat het niet eerlijk is om alleen naar het Nederlandse verbruik te kijken? Gezien onze functie in de totale voorraad in de EU en de gasrotonde waarop we zitten, moeten wij ook kijken naar wat buurlanden doen. Dan is de voorraad gewoon echt onder de maat.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het verschil tussen de literfles en de jerrycan is als volgt. In de cijfers zie je weleens dat Europa gemiddeld op 50% vulling zit en Nederland gemiddeld op 19%. Maar Nederland heeft toevallig een jerrycan onder de grond zitten, dus heel veel ruimte. Als je daar één glas water in gooit, zit je dus op 19%. Als jij een literfles hebt en je gooit daar zo'n glas water in, is je percentage veel hoger. Dat is even waarom ik het onderscheid maakte tussen die jerrycan en die literfles. Als we het percentage van Nederland afzetten tegen het percentage van Europa, zegt dat dus niet alles. De heer Vermeer wijst wel op een belangrijk punt, namelijk dat er in Europa Europese solidariteit is. Daarom is het ook belangrijk dat wij het gesprek over de strategische gasvoorraad niet als Nederland alleen bekijken. Dan nemen we namelijk als Nederland alle kosten daarvoor, terwijl, als er een noodsituatie zou ontstaan elders, die landen daar dan ook een beroep op kunnen doen. We kunnen de Nederlandse situatie niet los zien van de Europese, precies zoals de heer Vermeer zegt. Dat moeten we dus wel meerekenen in: hoeveel geld gaan wij van de Nederlandse belastingbetaler vragen voor een reserve, die we zelf nodig kunnen hebben, maar waar anderen ook aanspraak op kunnen maken. Daarom pleit ik in Europa heel sterk voor Europees beleid op de gasopslagen.
De heer Vermeer (BBB):
De minister brengt hier een belangrijk punt in. Wij hebben dus een grotere verplichting op ons genomen wat betreft het vullen van de gasvoorraad en zijn daar ook nog financieel aansprakelijk voor, dus dan werkt het dubbelop. Ik wil de minister echt vragen wanneer zij naar de Kamer terugkomt met een alternatief voorstel voor de huidige regelingen hierover binnen Europa.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het zou niet zo veel zin hebben als ik kom met een alternatief voorstel voor een Europese regeling, want de Europese regeling is de Europese regeling tot die is aangepast. Wel maak ik me er in Europa heel hard voor om te zorgen dat niet alleen Nederland dat strategische gasbeleid voert. Ik denk dat we nu, met sluiting van de Straat van Hormuz, heel blij zijn dat we in Europa een regeling hebben waarbij niet alleen alle bedrijven, maar ook alle landen olievoorraden opslaan. Voor gas hebben we dat beleid niet. Het lijkt mij heel zinvol om dat wel te doen, maar dat kan ik niet alleen vanuit Nederland waarmaken. Ik ga me er wel hard voor inzetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Ik geef het woord aan de heer De Hoop voor …
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Sorry voor de techniek, voorzitter, die het soms ietsje langer maakte.
De voorzitter:
Dat kunt u wel zeggen, ja.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Excuses.
De voorzitter:
Het zij u vergeven.