Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken van 22 september 2026
2026D41410 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse
Zaken d.d. 4 september 2026 inzake de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken
d.d. 22 september 2026 en de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 juli
2026 inzake het Jaarbericht over de inbreng van de Nederlandse regering in zaken waarin
het Hof van Justitie van de Europese Unie in 2025 uitspraak heeft gedaan (Kamerstuk
36 800 V, nr. 106).
De voorzitter van de commissie,
Van Meetelen
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
II.
Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Algemene Zaken van 22 september 2026. Hierover hebben zij nog
enkele vragen.
In de media lezen de leden van de D66-fractie dat de steun voor nieuwe eigen middelen
zou toenemen. Herkent het kabinet dat beeld? Welke mogelijkheden voor eigen middelen
hebben er allemaal op tafel gelegen? Welke eigen middelen heeft Nederland zelf voorgesteld?
De leden van de D66-fractie zijn positief over de stap van het kabinet om samen met
andere landen op te roepen tot het afschaffen van de veto’s in het gemeenschappelijk
buitenlands en veiligheidsbeleid. Welke concrete vervolgstappen zal deze oproep krijgen?
Zal deze coalitie, en dus ook Nederland, dit ook concreet inbrengen tijdens de Europese
Raad en/of de Raad Algemene Zaken?
De leden van de D66-fractie hebben in de afgelopen maanden meerdere moties ingediend
die raken aan de onderwerpen op de agenda van de Raad Algemene Zaken en de Europese
Raad. Kan de Minister voor de volgende moties aangeven welke concrete opvolging hieraan
is gegeven en welke opvolging hieraan nog zal worden gegeven?
• Motie van de leden Van der Werf en Klos over zich ervoor inzetten dat wordt begonnen
met de voorbereiding en opstelling van een toekomstig EU-toetredingsverdrag met Oekraïne
(Kamerstuk 36 045, nr. 298);
• Motie van de leden Klos en Becker over een coalitie voor de ontwikkeling van een Europese
variant van de Five Eyes-samenwerking (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2406)
• Motie van het lid Klos over instemmen met de zes onderhandelingsclusters voor de EU-toetreding
van Oekraïne (Kamerstuk 23 987, nr. 408)
• Motie van het lid Becker c.s. over met gelijkgestemde landen bij de Europese Commissie
pleiten voor versterking van het toetredingsproces (Kamerstuk 23 987, nr. 399);
• Motie van het lid Klos c.s. over draagvlak zoeken voor een Europese veiligheidsraad
(Kamerstuk 36 800 V, nr. 48).
De leden van de D66-fractie kijken met zorgen naar de verkiezingswinst van de Alternative für Deutschland (AfD) in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Deelt het kabinet deze zorgen?
Welke inzet gaan we van dit kabinet concreet zien om nog voor de winter tot extra
steun voor Oekraïne te komen? Welke mogelijkheden ziet het kabinet daartoe? Hoe werkt
het kabinet concreet aan meer luchtafweer en meer langeafstandsraketten voor Oekraïne?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de Raad Algemene Zaken van 22 september 2026 in Brussel. Ze hebben aanleiding
gezien tot het maken van een aantal opmerkingen en het stellen van nadere vragen.
Meerjarig Financieel Kader (MFK)
De leden van de VVD-fractie vragen wat de verwachting is van het kabinet van de volgende
versie van het MFK-onderhandelingsdocument dat het Ierse Voorzitterschap nog moet
presenteren. Deze leden moedigen het kabinet aan vast te houden aan de inzet voor
het MFK zoals ook afgesproken in het coalitieakkoord: de Nederlandse afdrachten aan
de Europese Unie (EU)-begroting verbeteren door de voorgestelde omvang van het MFK
te verlagen, de korting die Nederland ontvangt op de bruto nationaal inkomen (bni)-afdracht
behouden en de perceptiekostenvergoeding op 25 procent houden en tevens de begroting
moderniseren door middelen meer in te zetten voor de strategische doelen van Europa.
Zij zijn het ermee eens dat de Europese begroting meer gericht moet worden op het
versterken van het Europees concurrentievermogen, onderzoek en innovatie, een stevig
migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie. Dat betekent dus ook gericht kijken
waar het minder kan. In hoeverre verwacht de Minister dat landbouw en cohesie uiteindelijk
substantieel moeten inleveren om ruimte te maken voor defensie, veiligheid en concurrentiekracht?
Of is denkbaar dat een lagere EU-begroting behaald wordt door juist in te leveren
op de moderniseringsprioriteiten? Dit laatste is iets wat de leden van de VVD-fractie
uiteraard geen goed idee zouden vinden.
De leden van de VVD-fractie constateren dat voorzitter van de Europese Raad Costa
op zijn rondreis eerst vijf «Friends of cohesion» heeft bezocht en een land als Zweden tijdens zijn rondreis overslaat met als reden
de komende verkiezingen. Wat vindt het kabinet van het programma van Costa? Stelt
de voorzitter alle lidstaten die een slanker MFK willen voldoende in staat deze boodschap
over te brengen? Is ook de verwachting van het kabinet dat Zweden zich op lijkt te
maken voor een nog hardere lijn in de onderhandelingen over de EU-begroting 2028–2034
als de sociaaldemocraten, die de begroting verder willen verkleinen en de korting
willen behouden, aan de macht gaan komen? Is Nederland bereid met Duitsland, Zweden
en andere landen die een slimmer en slanker MFK willen te blijven optrekken?
De leden van de VVD-fractie vragen hoe het kabinet het tijdspad voor de onderhandelingen
ziet en de deadline van voorzitter Costa, dat een en ander voor het eind van het jaar
besloten zou moeten zijn, vanwege verkiezingen in onder andere Frankrijk. Klopt het
dat ook Frankrijk nu achter die deadline staat? Welke landen zijn voor- en tegenstander
van deze deadline? Is het kabinet het eens dat we ons niet in deadlines moeten laten
dwingen maar dat een goed resultaat belangrijker is?
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet eind november een extra top verwacht
om een akkoord voor te bereiden, waarna in december de beslissende onderhandelingen
plaatsvinden in de Europese Raad. Of is ook een schema denkbaar waarbij de onderhandelingen
het nieuwe jaar in gaan?
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet kan toezeggen geen ander standpunt
in te nemen ten aanzien van het MFK en geen concessies daaraan te doen zonder van
tevoren eerst de Tweede Kamer in staat te stellen daarover een uitspraak te doen.
Voorts vragen de leden van de VVD-fractie in hoeverre de toekomstige financiering
van Oekraïne volgens de Minister gevolgen heeft voor de onderhandelingen over de nieuwe
EU-begroting.
De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd wat het kabinet vindt van de discussie die
diverse landen gestart zijn over het belang van cohesiemiddelen voor het concurrentievermogen
van regio’s, waarmee het onderwerp concurrentievermogen rechtstreeks gelinkt wordt
aan de cohesiefondsen. Is het kabinet bereid in de discussies over de cohesiefondsen
ook steeds te vragen naar de objectief aangetoonde effectiviteit ervan en ook gericht
voorstellen te doen waar het minder kan?
Daarnaast vragen de leden van de VVD-fractie hoe het kabinet aankijkt tegen de discussie
over middelen die gepaard gaan met eventuele EU-uitbreiding en de discussie over het
toekomstig MFK. Hoe speelt mogelijke uitbreiding überhaupt een rol in de MFK discussie?
Is het kabinet het eens dat indien extra middelen nodig zouden zijn voor eventuele
uitbreiding, deze binnen hetzelfde budget van het MFK moeten worden gevonden én dat
kritisch moet worden gekeken naar uitgaven die minder direct bijdragen aan de Europese
strategische belangen? Met name de omvang van de externe ambities van de EU onder
Global Europe verdient daarbij aandacht wat deze leden betreft. Hoe kijkt het kabinet hier naar?
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet het ermee eens is dat Nederland
moet blijven inzetten op een geloofwaardige en resultaatgerichte koppeling tussen
EU-middelen en conditionaliteit, waarbij uitgangspunt moet zijn dat Europese middelen
niet los kunnen worden gezien van de hervormingen en resultaten die nodig zijn om
de economische weerbaarheid, concurrentiekracht en houdbaarheid van de overheidsfinanciën
in de lidstaten te versterken. Zo ja: hoe zet het kabinet hier op in? Zo nee, waarom
niet?
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet van mening is dat ervaringen met
de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit laten zien dat een koppeling tussen middelen,
concrete hervormingen, mijlpalen en aantoonbare resultaten effectief kan bijdragen
aan de uitvoering van een hervormingsagenda. Waar is dat niet het geval en zitten
nog hiaten?
De leden van de VVD-fractie stellen dat Nederland in de onderhandelingen over het
MFK niet enkel moet inzetten op conditionaliteit richting lidstaten alleen, maar dat
ook de besteding van Europese middelen zelf sterker moet worden getoetst op aantoonbare
Europese meerwaarde en hun bijdrage aan gezamenlijke strategische doelstellingen.
Is het kabinet het daarmee eens? Is het kabinet bereid dit in de EU op de agenda te
blijven zetten en daarbij in te zetten op programma’s waarvan de Europese toegevoegde
waarde en het economische rendement overtuigend kunnen worden aangetoond?
De leden van de VVD-fractie menen dat een dergelijke aanpak een robuuste governance vereist. Hoe gaat het kabinet hier voorstellen voor doen? Voor programma’s, investeringen
en hervormingsafspraken moeten vooraf heldere doelstellingen en meetbare indicatoren
worden vastgesteld, met onafhankelijke monitoring (primair door de Europese Rekenkamer)
en periodieke evaluatie. Review- en sunsetclausules zouden daarbij een standaardonderdeel moeten zijn van nieuwe programma’s.
Is het kabinet het daarmee eens? Is het kabinet het ook eens met het standpunt dat
wanneer resultaten of Europese meerwaarde uitblijven, middelen moeten kunnen worden
heroverwogen, afgeschaald of beëindigd? Zo ja, hoe wordt deze realiteit dichterbij
gebracht?
Wetgevingsprogramma
De leden van de VVD-fractie delen de mening van het kabinet dat in een tijd van geopolitieke
instabiliteit de EU slagvaardig, welvarend en veilig moet blijven. Nederland ziet
daarbij prioriteiten zoals het versterken van de concurrentiekracht; een modern, betaalbaar
en eerlijk MFK; investeringen in defensie en veiligheid; het verminderen van migratiedruk
en stimulatie van terugkeer. Is het kabinet bereid in algemene zin op de agenda te
zetten dat Europese wetgeving niet alleen vastgesteld moet worden maar ook bijgestuurd
moet kunnen worden als de impact niet is zoals beoogd? Is het kabinet in dat kader
bereid om binnen de EU op korte termijn te bespreken tegen welke uitvoeringsproblemen
men momenteel aanloopt rond het Europees Migratiepact, zoals het niet mogen terugsturen
van Dublinclaimanten door een land als Nederland naar Italië vanwege de opvangomstandigheden
daar? Kan het kabinet ook aangeven hoe de toezegging van de Minister-President richting
de leden van de VVD-fractie in het laatste plenair debat over de Europese Raad is
uitgevoerd: namelijk als Nederland het onderwerp externalisering van migratie op de
agenda zetten, eventueel aan de hand van het laatste Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid (WRR)-rapport daarover?
Rechtsstaatdiscussie over kandidaat-lidstaten
De leden van de VVD-fractie steunen de inzet van het kabinet om in de Raad te onderstrepen
dat de kandidaat-lidstaten blijvend aandacht moeten besteden aan hervormingen. Voor
Montenegro is het bij uitstek van belang dat de rechtsstaat, de binnenlandse veiligheid
en de grensbewaking en capaciteit vóór toetreding daadwerkelijk op orde is. Dit is
niet alleen relevant voor het land zelf, maar ook voor de bescherming van de buitengrenzen
van de Unie. Deelt het kabinet deze mening? Wil het kabinet daarbij ook aan de orde
stellen hoe we ter plaatse controleren of wat op papier is afgesproken en is gerealiseerd
in de praktijk ook aan alle voorwaarden voldoet?
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet het ermee eens is dat pre-accessiesteun
maximaal moet worden benut om hervormingen vóór toetreding af te dwingen, waar het
gaat over de rechtsstaat, de rechterlijke macht, corruptiebestrijding, binnenlandse
veiligheid en grensbewaking. De EU verliest na toetreding een deel van haar financiële
en politieke hefboom om dergelijke hervormingen af te dwingen. Hoe staat het met het
ontwikkelen van een nieuwe generatie toetredingsverdragen waarin ruimte is om in te
grijpen als sprake is van backsliding op onder andere rechtsstaatelementen?
Wat de leden van de VVD-fractie betreft kan geen sprake zijn van vrijblijvende toetreding,
maar dienen hervormingen vooraf en aantoonbare te hebben plaatsgevonden als voorwaarde
voor verdere financiële steun.
Diversenpunt: Omnibus versimpeling
De leden van de VVD-fractie sluiten zich aan bij het kabinetsstandpunt dat regeldrukvermindering
een prioriteit moet zijn. Hoe draagt het kabinet er aan bij dat dit wel met solide
wetsvoorstellen gebeurt die ook op hun beurt wel getoetst zijn op impact?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Algemene Zaken van 22 september 2026 en hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de PVV-fractie lezen dat het kabinet de omvang van het nieuwe MFK verder
wil verlagen. Deze leden verzoeken het kabinet concreet aan te geven hoeveel miljard
euro er minimaal van het huidige voorstel af moet voordat Nederland van een aanvaardbare
begroting kan spreken, en wat dit zou betekenen voor de jaarlijkse afdrachten.
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast hoeveel de voorgestelde omvang sinds
de start van de onderhandelingen inmiddels daadwerkelijk is gedaald en in hoeverre
het kabinet van mening is dat de inzet om de begroting fors naar beneden te krijgen
tot nu toe resultaat heeft gehad.
De leden van de PVV-fractie constateren dat het kabinet positief staat tegenover resultaatgerichte
financiering, terwijl de Europese Rekenkamer (ERK) nog tekortkomingen ziet bij onder
andere: controle, fraude en betrouwbaarheid. Deze leden vragen welke aanbevelingen
van de ERK voor het kabinet daadwerkelijk een voorwaarde zijn voor instemming met
het nieuwe MFK.
De leden van de PVV-fractie constateren daarnaast dat in het voorgestelde resultaatgerichte
financieringsmodel betalingen uit EU-begroting worden gekoppeld aan het behalen van
mijlpalen en doelstellingen, waarbij de ERK waarschuwt voor tekortkomingen in de betrouwbaarheid.
Deze leden vragen wie financieel verantwoordelijk is wanneer achteraf blijkt dat de
EU-middelen zijn uitbetaald op basis van onjuiste of onvoldoende betrouwbare gegevens:
de betrokken lidstaat, de Europese Commissie of uiteindelijk de gezamenlijke EU-begroting.
De leden van de PVV-fractie constateren dat het Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan
(NRPP)-voorstel geen uniforme minimumvereisten bevat voor fraudebestrijding en dat
lidstaten ruimte krijgen om het vereiste niveau van controles zelf te beoordelen.
Deze leden vragen hoe het kabinet voorkomt dat hierdoor verschillen ontstaan in de
strengheid en kwaliteit van controles tussen lidstaten.
De leden van de PVV-fractie constateren dat er druk bestaat om nog dit jaar overeenstemming
te bereiken over het MFK. Deze leden vragen welk Nederlands belang ermee is gediend
om de onderhandelingen te versnellen en snel af te ronden. Zij vragen of het kabinet
kan bevestigen dat een kalenderdeadline nooit reden zal zijn om akkoord te gaan met
een begroting die voor Nederland financieel of inhoudelijk onvoldoende is.
De leden van de PVV-fractie constateren dat Oekraïne naar verwachting opnieuw op de
agenda van de Europese Raad staat. Deze leden verzoeken het kabinet een actueel overzicht
te geven van de bilaterale militaire, financiële en humanitaire steun aan Oekraïne
per EU-lidstaat, zowel in absolute bedragen als per hoofd van de bevolking.
De leden van de PVV-fractie vragen tot slot welk concreet resultaat de herhaalde Nederlandse
inzet om andere Europese landen een groter aandeel van de steun aan Oekraïne te laten
dragen inmiddels heeft opgeleverd. Deze leden vragen welke lidstaten hun bilaterale
bijdrage sinds de laatste Nederlandse oproepen aantoonbaar hebben verhoogd en bij
welke landen de bijdrage achterblijft.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van geannoteerde
agenda informele Raad Algemene Zaken van 22 september 2026. Zij hebben enkele vragen
over de voorbereiding van de Europese Raad.
De leden van de SGP-fractie vragen of het kabinet bereid is zich er in de Raad Algemene
Zaken voor in te zetten dat de gebeurtenissen rond de massale toestroom van migranten
naar de Spaanse exclave Ceuta worden besproken onder het onderwerp «migratie» en worden
toegevoegd aan de agenda van de Europese Raad van 15 en 16 oktober, met daarbij speciale
aandacht voor de verantwoordelijkheden van de Spaanse autoriteiten, Frontex en de
Marokkaanse overheid, alsmede voor de door premier Sánchez geuite beschuldiging aan
het adres van Israël. Is het kabinet daarnaast bereid zich in te spannen voor openbaarmaking
van het onderzoek van de Europese Dienst voor Extern Optreden (EEAS) waar premier
Sánchez naar verwijst?
II. Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
L.B. Blom, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.