Verslag van een werkbezoek : Verslag werkbezoek van een delegatie uit de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken aan Suriname van 4 tot en met 8 juli 2026
20 361 Suriname
Nr. 239
VERSLAG VAN EEN WERKBEZOEK VAN EEN DELEGATIE UIT DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE
ZAKEN AAN SURINAME VAN 4 TOT EN MET 8 JULI 2026
Vastgesteld 7 september 2026
De leden Van der Werf (D66) en Struijs (50PLUS) hebben van 4 tot en met 8 juli 2026
een werkbezoek gebracht aan Suriname. De leden hebben dit werkbezoek afgelegd uit
hoofde van hun benoeming tot rapporteur Suriname, namens de commissie voor Buitenlandse
Zaken. Het doel van het rapporteurschap is om de informatiepositie van de vaste commissie
voor Buitenlandse Zaken over actuele ontwikkelingen in Suriname te versterken. Daarbij
verkennen de rapporteurs welke kansen en uitdagingen er zijn op beleidsterreinen die
van belang zijn voor de bilaterale relatie tussen Nederland en Suriname, zoals rechtsstaat,
handel, grondstoffen, duurzame samenwerking, economische ontwikkeling en digitale
soevereiniteit. Op basis van gesprekken en een verkennend werkbezoek brengen zij hun
bevindingen terug aan de commissie, zodat deze kunnen worden benut bij toekomstige
Kameractiviteiten.
In onderstaand verslag wordt een samenvatting gegeven van het bezoek. Het volledige
programma van het werkbezoek is als bijlage bij dit verslag opgenomen.
De delegatie dankt alle gesprekspartners en degenen die betrokken zijn geweest bij
het organiseren van dit werkbezoek (in het bijzonder de medewerkers van de Nederlandse
ambassade in Paramaribo). De goede begeleiding van de delegatie heeft in belangrijke
mate bijgedragen aan het welslagen van het werkbezoek.
De delegatieleider, Van der Werf (D66)
De adjunct-griffier van de vaste commissie, Dekker
De kenniscoördinator van de vaste commissie, De Roy van Zuijdewijn
Zaterdag 4 juli
De delegatie begon het werkbezoek bij aankomst in Paramaribo met een briefing door
de plaatsvervangend ambassadeur van Nederland in Suriname, dhr. Bierkens, en de Nederlandse
politieattaché, dhr. Teuns. Tijdens de briefing werd de delegatie bijgepraat over
onder andere de politiesamenwerking tussen Suriname en Nederland en de stand van zaken
van het nieuwe Makandra-programma. Tevens hebben de leden een algemeen beeld gekregen
van de huidige politieke situatie binnen Suriname.
Zondag 5 juli
Op zondag stond het werkbezoek in het teken van een ontvangst bij Museum Bakkie. Museum
Bakkie is gevestigd op Plantage Reynsdorp (Bakkie), een voormalige Koffieplantage.
De delegatie heeft met ontwikkelaar de heer Bas Spek en mevrouw Marsha Mormon (nazaat/erfgename/plantage-ontwikkelaar)
gesproken over de historische context van het museum en de plantage waarop het museum
gebouwd is, evenals over de verschillende andere plantages die bestonden langs de
Commewijne- en Surinamerivier. Museum Bakkie heeft een unieke collectie van geschiedkundige
stukken over de plantage, archeologische vindplaatsen, de Warappakreek en bijzondere
gebeurtenissen rond de plantage.
Maandag 6 juli
De delegatie begon op maandag met een gesprek en ontvangst bij de Voorzitter van De
Nationale Assemblée (DNA), de heer Ashwin Adhin. De delegatieleider Van der Werf stelde
voorop dat het rapporteurschap vooral dient als een uitgestoken hand en voortkomt
uit interesse om meer te leren over Suriname. De delegatie hoopt de reeds bestaande
samenwerking tussen Suriname en Nederland verder te kunnen verbreden. Tijdens het
gesprek kwamen verschillende onderwerpen aan de orde, waaronder de Toescheidingsovereenkomst,
de Surinaamse diaspora in Nederland en het Makandra-programma. Het Makandra-programma
is een bilateraal samenwerkingsprogramma tussen Nederland en Suriname dat in 2021
van start ging en dat deze zomer een vervolg zal krijgen. De Voorzitter gaf aan dat
het eerste programma te gefragmenteerd was. Er zou volgens hem in het tweede programma
meer focus moeten liggen op het vak- en beroepsonderwijs. Studenten en werknemers
zouden in staat moeten zijn zich aan te passen en om te scholen.
Vervolgens vond er een gesprek plaats met de president van Suriname, mevrouw Jennifer
Simons. De president gaf aan dat er vorig jaar, onder andere naar aanleiding van het
bezoek van Minister-President Schoof en de Koning, met de regering is besproken dat
de samenwerking met Nederland verder zou worden uitgebreid op basis van wederzijdse
samenwerking en belangen. Suriname heeft volgens de president een aantal uitdagingen,
waaronder de problemen die veel Surinamers ervaren bij het aanvragen van een visum
voor Nederland. Volgens de president is er meer snelheid nodig. President Simons gaf
aan dat Suriname een verzoek zal gaan indienen bij de Europese Commissie om de visumplicht
voor Surinamers te laten vervallen. Ook kwam de samenwerking op het gebied van onderwijs
aan de orde. De president zou graag willen kijken of er meer samenwerking mogelijk
is op het gebied van hoger onderwijs en de (tijdelijke) uitwisseling van leerkrachten.
Tot slot is gesproken over de prioriteiten van het nieuwe Makandra-programma. Voor
de president bestaan de prioriteiten uit het weerbaarder maken van de Surinaamse economie,
investeringen in het beroepsonderwijs en omscholingsmogelijkheden en de versterking
van de rechtstaat. De delegatie benadrukte dat er, sinds de aantreding van het nieuwe
Nederlandse kabinet, meer elan in de samenwerking tussen Nederland en Suriname is.
Daarna volgde een gesprek met de Surinaamse counterpart van de delegatie: de commissie
voor Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking van
de DNA. Ook tijdens dit gesprek kwamen de problemen met het aanvragen van een visum
voor Nederland aan de orde. Het duurt erg lang om een visum aan te vragen en de kosten
zijn hoog. Bij afwijzing krijgt men ook het geld niet terug. Daarnaast is er gesproken
over het vrijgeven van de dossiers die gaan over de staatsgreep in Suriname. De voorzitter
van de commissie, de heer Ebu Jones, besprak dit onderwerp twee jaar geleden ook toen
de commissie Buitenlandse Zaken op bezoek was, en noemt het vrijgeven een positieve
stap. Ook is er gesproken over de kosten van de vliegtickets naar Nederland en de
eventuele kennisuitwisseling op het gebied van landbouwexpertise, dijken en behoud
van monumentale gebouwen. Tot slot is er gesproken over studenten in Suriname die,
na hun studie in Nederland, niet terugkomen. De delegatie sloot het gesprek af door
aan te geven dat de commissie BIBIS van harte welkom is om de Tweede Kamer te bezoeken.
Vervolgens sprak de delegatie met mevrouw Liliane Castilleja-Vargas, senior specialist
Suriname van de Inter-American Development Bank (IDB). De IDB richt zich vooral op
leningen voor specifieke projecten. De IDB is de grootste investeerder in Suriname.
De IDB heeft voor de nieuwe landenstrategie een overzicht gemaakt van de belangrijkste
ontwikkelingspunten voor Suriname, waarin onder andere uitdagingen zijn benoemd en
voorstellen om deze aan te pakken. Tijdens deze briefing kreeg de delegatie een breder
beeld van de huidige stand van zaken van de Surinaamse economie. Zo heeft bijvoorbeeld
bijna de helft van de Surinaamse bevolking te maken met een vorm van armoede. De IDB
ziet institutionele capaciteit als een grote uitdaging binnen de Surinaamse overheid:
het geld vanuit de olie- en gasindustrie moet op een verantwoorde manier via de overheid
bij de bevolking terecht gaan komen. Fiscale regels en een passend public management
framework zijn hiervoor van groot belang.
Daarna stond een gesprek met mevrouw Simone Koole, directeur van het Centrum voor
Democratie en Rechtspleging, op het programma. Het Centrum richt zich op het bevorderen
van de kwaliteit van rechtspleging en het informeren van burgers en adviseren van
de DNA over democratie en rechtsstaat. Ook begeleidt het Centrum wetgevingstrajecten
die lopen bij de DNA. Dit doet het Centrum op basis van objectieve en apolitieke adviezen
en begeleiding. Er is veel samenwerking met Nederland, waaronder met het Openbaar
Ministerie en het Studiecentrum Rechtspleging (SSR).
Ook sprak de delegatie met de Vice-President van Suriname, Gregory Rusland. De Vice-President
benadrukte dat hij veel waarde hecht aan een relatie die is gebaseerd op wederzijds
respect, gelijkwaardigheid en gedeelde belangen. Suriname staat open voor intensievere
samenwerking op terreinen die bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van beide landen.
Thema’s die in het gesprek aan bod kwamen waren expertise-uitwisseling op het gebied
van landbouw, havenontwikkeling en onderwijs.
Tot slot sprak de delegatie deze dag met onder andere de president en Vice-President
van het Surinaamse Hof van Justitie. Het gesprek ging onder andere over de rechtsstaat
in Suriname en de hervormingen die plaatsvinden en de samenwerking met de rechtspraak
in Nederland. Het Hof van Justitie is momenteel bezig met het aannemen en opleiden
van een groot aantal nieuwe rechters. Daarnaast bouwt het Hof hun kennis en expertise
rondom corruptiemaatregelen nader op.
Dinsdag 7 juli
Op dinsdag 7 juli bezocht de delegatie de Surinaamse Brouwerij. De Surinaamse Brouwerij
is onderdeel van Heineken en zit al 71 jaar in Suriname. De delegatie sprak over de
uitdagingen die bestaan bij het ondernemen in Suriname alsmede de kansen die gaan
komen door de aankomende olie- en gaswinningen. Eén van de uitdagingen waar het bedrijf
voor staat is het tegengaan van de illegale import van drank. Dit is ook voor de overheid
een uitdaging, omdat zij hierdoor een groot deel van de importtarieven op drank niet
ontvangt. De Surinaamse Brouwerij hanteert als een van de leidraden de zinsnede «Brew
a better world» en probeert hieraan bij te dragen via meerdere programma’s. Zo krijgen
vijftien kansarme jongeren via het Learning for life programma de mogelijkheid om
een half jaar te studeren en stage te lopen in de horecasector om daarna een vast
contract te krijgen.
In de middag heeft de delegatie een gesprek gevoerd met mevrouw Iris Sandel, werkzaam
bij het Ministerie van Financiën, en mevrouw Miriam Mac Intosh, werkzaam bij het Ministerie
van Buitenlandse Zaken. Beiden zaten tevens in de stuurgroep van het eerste Makandra-programma
en hebben jarenlange ervaring binnen de betreffende ministeries. Zij benadrukten dat
de verwachte inkomsten uit de olie- en gasindustrie waarschijnlijk veel positieve
effecten zullen hebben, maar dat het noodzakelijk blijft om in te zetten op diversificatie
buiten deze sectoren. Capaciteitsversterking binnen verschillende sectoren blijft
een aandachtspunt. Zo werd ook mogelijke uitbreiding van de export van landbouwproducten
genoemd. Jongeren zouden beter betrokken moeten worden, zodat bijvoorbeeld de digitalisering
van de overheid gestimuleerd kan worden.
Daarna had de delegatie een afspraak met de Minister van Justitie en Politie, de heer
Harish Monorath. Ook aanwezig waren onder andere de korpschefs van de politie en het
korpshoofd van de penitentiaire inrichting (PI). Met de Minister en zijn staf werd
gesproken over de samenwerking tussen Nederland en Suriname op het gebied van veiligheid
en justitie. Middels het Makandra-programma is er gewerkt aan de capaciteitsopbouw
van de Surinaamse politie, maar ook bij de brandweer en de penitentiaire inrichtingen.
Het ministerie kijkt uit naar een uitbreiding van het volgende Makandra-programma,
maar wil ook de samenwerking buiten het programma langdurig uitbouwen. Gedeelde uitdagingen
zijn bijvoorbeeld het aantrekken (en behouden) van jongeren bij de politie. Ook zijn
er gedeelde uitdagingen als het gaat om georganiseerde misdaad en cyberveiligheid.
De delegatie benadrukte ook dat veiligheid op de lange termijn de economische ontwikkelingen
bevordert.
Tot slot heeft de delegatie een gesprek gevoerd met de heer Jair Schalkwijk, die ook
heeft meegewerkt aan de IOB-evaluatie van het Makandra-programma en directeur van
het NGO Instituut voor Kaderontwikkeling en Onderzoek in Suriname (NIKOS) is. Hij
gaf onder andere aan dat een van de uitdagingen van het eerste Makandra-programma
het capaciteitsgebrek was. Zowel wat betreft beschikbare mensen als geschikte opleiding.
Een van de conclusies van de IOB-evaluatie was dat het programma gefragmenteerd was
en doelstellingen van projectaanvragen niet altijd gespecificeerd werden. Ook benadrukte
Schalkwijk het belang van een contextanalyse vooraf om relevante actoren en bestaande
initiatieven te identificeren en de noodzaak om voortgang doorlopend te monitoren.
Daarnaast sprak hij over de mogelijkheid partners buiten de overheid, zoals maatschappelijke
organisaties of kennisinstellingen, nauwer bij het programma te betrekken.
Woensdag 8 juli
Op de laatste dag van het werkbezoek, bezocht de delegatie de haven van Paramaribo.
Daar sprak de delegatie met een afvaardiging van Het Korps Douane Suriname en met
de assistente van de Nederlandse douane-attaché. De medewerkers van de douane vertelden
over een aantal ontwikkelingen, waaronder automatisering en de samenwerking met Nederland
om grensoverschrijdende criminaliteit tegen te gaan. Zo heeft Nederland bijvoorbeeld
onlangs een drugshond afgeleverd aan de Surinaamse douane. Ook werd verteld over de
uitdagingen waarvoor de douane staat, waaronder de bewaking van de grenzen en de controle
van goederen. Door de omvang en ondoordringbaarheid van het binnenland is controle
daarop een grote opgave, die slechts met een beperkt aantal mensen en beperkte middelen
gedaan wordt. Na het gesprek kreeg de delegatie een rondleiding in de haven, waarbij
onder andere zowel de scanstraat voor containers als die voor pakketten is bekeken.
Het laatste gesprek tijdens dit werkbezoek stond gepland bij Staatsolie. In Suriname
zal vanaf 2028 naar olie en gas worden geboord. Het Franse TotalEnergies zal naar
verwachting 750 miljoen vaten olie gaan oppompen voor de Surinaamse kust. Staatsolie
beheert de concessie en participeert ook zelf in de oliewinning. Zij verwachten uit
deze winning ongeveer 2 miljard euro per jaar te gaan verdienen, oplopend tot in totaal
mogelijk 26 miljard, cijfers die Staatsolie ook eerder met verschillende media gedeeld
heeft. De delegatie sprak met de algemeen directeur van Staatsolie over een aantal
uitdagingen waarvoor zij staan, waaronder de local content: het gebruik van lokale middelen, bedrijven en het aantrekken van juist gekwalificeerde
lokale werknemers. Staatsolie noemt het belang van investeringen in de financiële
infrastructuur van de overheid, bijvoorbeeld via de Comptabiliteitswet en het Spaar-
en Stabilisatie Fonds Suriname (SSFS). Deze vormen het wettelijk kader voor het beheer
van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen en zijn bedoeld om overheidsinkomsten te
stabiliseren en ook om te sparen voor toekomstige generaties. Uit een Technical Assistance
Report van het IMF van 2026 blijkt dat de overheid de implementatie en operationalisering
van dit fiscale raamwerk nog niet afgerond heeft. Het IMF benadrukt het belang dit
tijdig te doen. Ook uit het gesprek bij Staatsolie kwamen deze uitdagingen naar voren.
BIJLAGE 1: PROGRAMMA
Zaterdag 4 juli
– Briefing door de plv. ambassadeur van Nederland in Suriname en de Nederlandse politieattaché
Zondag 5 juli
– Bezoek aan Museum Bakkie
Maandag 6 juli
– Gesprek met de voorzitter van De Nationale Assemblée (DNA)
– Gesprek met commissie voor Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale
Samenwerking van de DNA
– Gesprek met de president van Suriname
– Gesprek met de Minister van Justitie en Politie
– Lunch met de senior specialist Suriname van de Inter-American Development Bank (IDB)
– Gesprek met de president en rechters van het Hof van Justitie
Dinsdag 7 juli
– Bezoek aan de Surinaamse Brouwerij
– Lunch met vertegenwoordigers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie
van Financiën
– Gesprek met de directeur van het Centrum voor Democratie en Rechtspleging (CDR)
– Gesprek met de Vice-President van Suriname
Woensdag 8 juli
– Bezoek aan de Surinaamse haven
– Bezoek aan Staatsolie
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Hanneke van der Werf, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Jan Struijs, Tweede Kamerlid