Voorstel van wet : Voorstel van wet
37 007 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2025/2 met betrekking tot kapitaalvereisten voor verzekeraars (Implementatiewet wijzigingsrichtlijn solvabiliteit II 2027)
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
Nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is om regels te
stellen ter implementatie van Richtlijn (EU) 2025/2 van het Europees Parlement en
de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van Richtlijn 2009/138/EG wat betreft evenredigheid,
kwaliteit van het toezicht, rapportage, langetermijngarantiemaatregelen, macroprudentiële
instrumenten, duurzaamheidsrisico’s, groepstoezicht en grensoverschrijdend toezicht,
en tot wijziging van de Richtlijnen 2002/87/EG en 2013/34/EU;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op het financieel toezicht wordt gewijzigd als volgt:
A
Artikel 1:1 wordt gewijzigd als volgt:
1. In de definitie van «bewindvoerder», komt onderdeel b te luiden:
b. de autoriteit in een andere lidstaat die bevoegd is tot toepassing van een afwikkelinstrument
en de uitoefening van afwikkelingsbevoegdheden, bedoeld in de richtlijn herstel en
afwikkeling voor verzekeraars;
2. In de definitie van «deelnemende onderneming» wordt de zinsnede «, dan wel door het
feit dat de bestuurs-, leidinggevende, of toezichthoudende organen van deze ondernemingen
gedurende het boekjaar en tot de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in
meerderheid bestaan uit dezelfde personen;» vervangen door de zinsnede «, dan wel
door het feit dat de bestuurs-, leidinggevende, of toezichthoudende organen van deze
ondernemingen en van een of meer andere ondernemingen waarmee niet een in het eerste
of tweede lid van artikel 22 van de richtlijn jaarrekening beschreven betrekking bestaat,
gedurende het boekjaar en tot de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in
meerderheid bestaan uit dezelfde personen;».
3. De definitie van «dochteronderneming» komt te luiden:
dochteronderneming:
a. een dochteronderneming als bedoeld in artikel 22, eerste tot en met vijfde lid, van
de richtlijn jaarrekening;
b. een onderneming waarin, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, een moederonderneming
feitelijk een overheersende invloed uitoefent; of
c. een dochteronderneming als bedoeld in artikel 13, onderdeel 16 van de richtlijn solvabiliteit
II voor zover het betreft een onderneming die onder de reikwijdte van de richtlijn
solvabiliteit II valt;
waarbij een dochteronderneming van een dochteronderneming eveneens wordt aangemerkt
als dochteronderneming van de moederonderneming;
4. De definitie van «gemengde verzekeringsholding» komt te luiden:
gemengde verzekeringsholding:
een gemengde verzekeringsholding als bedoeld in artikel 212, eerste lid, onderdeel
g, van de richtlijn solvabiliteit II;
5. De definitie van «moederonderneming» komt te luiden:
moederonderneming:
a. een moederonderneming als bedoeld in artikel 22, eerste tot en met vijfde lid, van
de richtlijn jaarrekening;
b. een onderneming die, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, feitelijk een overheersende
invloed op een andere onderneming uitoefent; of
c. een moederonderneming als bedoeld in artikel 13, onderdeel 15, van de richtlijn solvabiliteit
II voor zover het betreft een onderneming die onder de reikwijdte van de richtlijn
solvabiliteit II valt;
6. In de definitie van «saneringsmaatregel», komt onderdeel b te luiden:
b. de toepassing van een afwikkelinstrument of de uitoefening van afwikkelingsbevoegdheden,
bedoeld in de richtlijn herstel en afwikkeling voor verzekeraars, of een daarmee vergelijkbare
maatregel die is genomen in een andere lidstaat;
7. In de definitie van «verbonden onderneming» wordt «dan wel door het feit dat de bestuurs-,
leidinggevende, of toezichthoudende organen van deze ondernemingen gedurende het boekjaar
en tot de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in meerderheid bestaan uit
dezelfde personen;» vervangen door «dan wel door het feit dat de bestuurs-, leidinggevende,
of toezichthoudende organen van deze ondernemingen en van een of meer andere ondernemingen
waarmee niet een in het eerste of tweede lid van artikel 22 van de richtlijn jaarrekening
beschreven betrekking bestaat, gedurende het boekjaar en tot de opstelling van de
geconsolideerde jaarrekening in meerderheid bestaan uit dezelfde personen;».
8. De definitie van «verzekeringsholding» komt te luiden:
verzekeringsholding:
een verzekeringsholding als bedoeld in artikel 212, eerste lid, onderdeel f, van de
richtlijn solvabiliteit II;
9. De definitie van «verzekeringsrichtlijngroep» komt te luiden:
verzekeringsrichtlijngroep:
een groep als bedoeld in artikel 212 van de richtlijn solvabiliteit II waarop verzekeringsrichtlijngroepstoezicht
wordt uitgeoefend, als bedoeld in artikel 213, tweede lid, onderdelen a tot en met
d, van de richtlijn solvabiliteit II;
10. In de alfabetische volgorde worden twee definities ingevoegd, luidende:
bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan:
het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan als bedoeld in artikel
1, onderdeel 43, van gedelegeerde verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober
2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad
betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf
(Solvabiliteit II) waaronder wordt verstaan het beleidsbepalend en, waar van toepassing,
het toezichthoudend orgaan;
gereglementeerde onderneming:
een gereglementeerde entiteit of een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening als
bedoeld in artikel 6, onderdeel 1, van de richtlijn instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
B
In artikel 1:6, eerste lid, onderdeel e, aanhef, wordt «direct over de grens» vervangen
door «in buurlanden».
C
Artikel 1:46, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel c wordt in de numerieke volgorde «3:9c» ingevoegd.
2. In onderdeel d wordt in de numerieke volgorde «3:9c» ingevoegd.
D
In Afdeling 1.5.2. wordt voor artikel 1:94 een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 1:93i
De Nederlandsche Bank kan in afwijking van artikel 1:89, eerste lid, de individuele
resultaten van stresstests, als bedoeld in artikel 64, vierde alinea, van de richtlijn
solvabiliteit II, publiceren of verstrekken aan de Europese Autoriteit voor verzekeringen
en bedrijfspensioenen ten behoeve van publicatie.
E
In artikel 1:106b, eerste lid, wordt «artikel 3:95, tweede lid» vervangen door «de
artikelen 3:95, tweede lid en 3:97, tweede lid».
F
In artikel 1:106e wordt «artikel 3:96» vervangen door «de artikelen 3:96 en 3:97».
G
In artikel 2:26b, eerste lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c tot en
met k tot d tot en met l een onderdeel ingevoegd, luidende:
c. artikel 3:9c met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van de in dat artikel
genoemde personen;
H
In artikel 2:31, eerste lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c tot en met
k tot d tot en met l een onderdeel ingevoegd, luidende:
b. artikel 3:9c met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van de in dat artikel
genoemde personen;
I
Artikel 2:117 wordt gewijzigd als volgt:
1. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. Onverminderd artikel 3:29 stelt een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet
zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, de Nederlandsche Bank onverwijld
in kennis in geval van een wijziging in de activiteiten in het kader van het vrij
verrichten van diensten als bedoeld in artikel 149, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit
II.
2. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
4. De aanvraag van instemming, bedoeld in het eerste lid, en de kennisgeving, bedoeld
in het derde lid, geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur te bepalen gegevens.
J
In artikel 3:8, eerste lid, derde volzin vervalt «of verzekeraar».
K
In artikel 3:9, eerste lid, derde volzin, vervalt «of verzekeraar».
L
Na artikel 3:9b wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 3:9c
1. Een verzekeraar draagt er zorg voor dat bij de verzekeraar werkzame medewerkers met
een sleutelfunctie als bedoeld in artikel 41, tweede lid bis, van de richtlijn solvabiliteit
II geschikt zijn en dat hun betrouwbaarheid buiten twijfel staat.
2. De betrouwbaarheid van personen als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel
wanneer die eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld,
zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding
geeft tot een nieuwe beoordeling. Artikel 3:9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
betreffende de geschiktheid van personen als bedoeld in het eerste lid.
M
Na artikel 3:18ab wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 3:18ac
1. De Nederlandsche Bank evalueert periodiek de liquiditeitspositie van een verzekeraar,
niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang.
2. Op grond van de evaluatie, bedoeld in het eerste lid, beoordeelt de Nederlandsche
Bank of de liquiditeitspositie van de verzekeraar een solide dekking van de financiële
risico’s waarborgt.
3. Indien de Nederlandsche Bank naar aanleiding van de evaluatie materiële liquiditeitsrisico’s
bij de verzekeraar constateert, stelt zij de verzekeraar daarvan in kennis.
4. De verzekeraar bij wie materiële liquiditeitsrisico’s zijn geconstateerd zet, binnen
zes weken na kennisgeving, schriftelijk aan de Nederlandsche Bank uiteen hoe zij de
materiële liquiditeitsrisico’s mitigeert.
N
Artikel 3:63 wordt gewijzigd als volgt:
Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid door een puntkomma wordt
een onderdeel toegevoegd, luidende:
– verzekeraars.
O
Artikel 3:97 wordt gewijzigd als volgt:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. De aanvrager van een verklaring van geen bezwaar dient de aanvraag in bij de Nederlandsche
Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
P
Het opschrift van afdeling 3.5.1 komt te luiden:
AFDELING 3.5.1. BIJZONDERE MAATREGELEN TEN AANZIEN VAN BANKEN, BELEGGINGSONDERNEMINGEN,
BETAALINSTELLINGEN, ELEKTRONISCHGELDINSTELLINGEN, FINANCIËLE HOLDINGS, GEMENGDE FINANCIËLE
HOLDINGS EN VERZEKERAARS
Q
Na artikel 3:111a.1 worden vijf artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 3:111a.2
1. De Nederlandsche Bank kan, met inachtneming van artikel 144 ter van de richtlijn
solvabiliteit II, een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang,
voorschrijven:
a. om de liquiditeitspositie te versterken, indien er sprake is van materiële liquiditeitsrisico’s
of -tekortkomingen en de verzekeraar geen doeltreffende voorzieningen heeft getroffen
als bedoeld in artikel 3:18ac, vierde lid; of
b. om voor een periode van ten hoogste drie maanden te voldoen aan een of meer van de
volgende maatregelen, indien er sprake is van materiële liquiditeitsrisico’s die een
onmiddellijke bedreiging kunnen vormen voor de bescherming van verzekeringsnemers
of voor de stabiliteit van het financiële stelsel:
1°. beperken of opschorten van dividenduitkeringen aan aandeelhouders en andere achtergestelde
schuldeisers;
2°. beperken of opschorten van andere betalingen aan aandeelhouders en andere achtergestelde
schuldeisers;
3°. beperken of opschorten van de terugkoop van aandelen en terugbetaling of aflossing
van eigenvermogensbestanddelen als bedoeld in hoofdstuk 4, afdeling 2, van de gedelegeerde
verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn
2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening
van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
4°. beperken of opschorten van bonussen of andere variabele beloningen; of
5°. opschorten van terugbetalingsrechten van polishouders van een levensverzekeraar.
2. De Nederlandsche Bank evalueert ten minste elke zes maanden de toepassing van de
maatregel bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en heft deze maatregel op zodra
de verzekeraar doeltreffende voorzieningen heeft getroffen.
3. De Nederlandsche Bank kan een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
b, verlengen zolang de redenen die de maatregel rechtvaardigen aanwezig zijn.
4. Indien de Nederlandsche Bank onder uitzonderlijke omstandigheden, als laatste redmiddel
en wanneer dat in het collectieve belang van de polishouder en begunstigde is, een
verzekeraar voorschrijft te voldoen aan de maatregel genoemd in het eerste lid, onderdeel
b, onder 5°, is het de verzekeraar niet toegestaan:
a. uitkeringen of andere betalingen aan aandeelhouders en andere achtergestelde schuldeisers
te verrichten;
b. aandelen terug te kopen of eigenvermogensbestanddelen als bedoeld in hoofdstuk 4,
afdeling 2, van de gedelegeerde verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober
2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad
betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf
(Solvabiliteit II) terug te betalen of af te lossen; en
c. bonussen of andere variabele beloningen te betalen aan het bestuurlijk, beleidsbepalend
of toezichthoudend orgaan, medewerkers met een sleutelfunctie of het senior management.
5. Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het derde lid zijn van overeenkomstige
toepassing op een verzekeraar met zetel in Nederland indien de in het eerste lid,
onderdeel b, bedoelde omstandigheden gevolgen hebben voor de gehele verzekeringsmarkt
of een aanzienlijk deel daarvan.
Artikel 3:111a.3
1. Gedurende perioden van uitzonderlijke sectorbrede schokken kan de Nederlandsche Bank,
met inachtneming van artikel 144 quater van de richtlijn solvabiliteit II:
a. onverminderd de artikelen 1:75, 3:57c en 3:137, maatregelen nemen om de financiële
positie van een individuele verzekeraar of herverzekeraar te beschermen;
b. een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met een bijzonder
kwetsbaar risicoprofiel voorschrijven ten minste te voldoen aan de maatregelen genoemd
in artikel 3:111a.2, eerste lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 4°.
2. De Nederlandsche Bank evalueert ten minste elke drie maanden de toepassing van de
maatregelen bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en kan de maatregelen verlengen
zolang de redenen die de maatregelen rechtvaardigen aanwezig zijn.
Artikel 3:111a.4
De artikelen 3:111a.2 en 3:111a.3 zijn van overeenkomstige toepassing op een deelnemende
verzekeraar, verzekeringsholding of gemengde financiële holding.
Artikel 3:111a.5
De Nederlandsche Bank kan een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding
de volgende maatregelen opleggen indien de holding niet voldoet aan artikel 258, eerste
lid en tweede lid bis, van de richtlijn solvabiliteit II:
a. opschorten van de stemrechten die verbonden zijn aan de aandelen in de verzekerings-
of herverzekeringsdochteronderneming waarvan de verzekeringsholding of gemengde financiële
holding de houder is;
b. voorschrijven dat de verzekeringsholding of gemengde financiële holding de deelnemingen
in haar verzekeraar of herverzekeraar overdraagt aan haar aandeelhouders;
c. tijdelijk aanwijzen van een andere verzekeringsholding, gemengde financiële holding
of verzekeraar of herverzekeraar binnen de groep als verantwoordelijk voor het waarborgen
van de naleving van de vereisten van titel III van de richtlijn solvabiliteit II;
d. beperken of een verbod opleggen ten aanzien van het doen van uitkeringen of rentebetalingen
aan aandeelhouders;
e. voorschrijven dat de verzekeringsholding of gemengde financiële holding deelnemingen
in verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of andere in artikel 228, eerste
lid, van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde verbonden ondernemingen afstoot of
verminderd;
f. voorschrijven dat de verzekeringsholding of gemengde financiële holding een plan opstelt
om onverwijld de regels opnieuw na te leven.
Artikel 3:111a.6
Indien de solvabiliteitspositie van een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met
beperkte risico-omvang, verslechtert, kan de Nederlandsche Bank, onverminderd de artikelen
1:75 en 3:137, na een kennisgeving als bedoeld in artikel 3:57a of nadat verslechterde
financiële omstandigheden zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 36, derde lid, van
de richtlijn solvabiliteit II, de volgende maatregelen opleggen aan het bestuurlijk,
beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de verzekeraar:
a. voorschrijven dat het voorbereidend crisisplan, bedoeld in artikel 3:57c, wordt geactualiseerd,
indien de omstandigheden verschillen van de in dat plan beschreven aannames;
b. gelasten de in het voorbereidend crisisplan, bedoeld in artikel 3:57c, opgenomen maatregelen
uit te voeren;
c. indien zij niet beschikt over een voorbereidend crisisplan, bedoeld in artikel 3:57c,
gelasten na te gaan wat de oorzaken zijn van de niet-naleving of waarschijnlijke niet-naleving
van de voorgeschreven eisen en passende maatregelen en een tijdschema voor de uitvoering
van die voorgeschreven eisen vast te stellen;
d. gelasten variabele beloningen en bonussen, uitkeringen op eigenvermogensinstrumenten
of terugbetaling of wederinkoop van eigenvermogensbestanddelen als bedoeld in hoofdstuk
4, afdeling 2, van de gedelegeerde verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober
2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad
betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf
(Solvabiliteit II) op te schorten of te beperken.
R
Na afdeling 3.5.1a wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
AFDELING 3.5.1B. EVENREDIGHEIDMAATREGELEN VOOR VERZEKERAARS MET ZETEL IN NEDERLAND
Artikel 3:131ba
1. Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte
risico‑omvang, stelt de Nederlandsche Bank in kennis om op basis van de criteria van
artikel 29 bis van de richtlijn solvabiliteit II te worden aangemerkt als kleine en
niet-complexe verzekeraar als bedoeld in artikel 13, onderdeel 10 bis, van de richtlijn
solvabiliteit II.
2. De kennisgeving wordt ingediend onder opgave van bij algemene maatregel van bestuur
te bepalen gegevens.
3. De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van een volledige kennisgeving
bezwaar maken tegen de indeling op de gronden genoemd in artikel 29 ter, derde lid,
van de richtlijn solvabiliteit II. Bij het uitblijven van dit bezwaar wordt de verzekeraar
na afloop van die termijn als kleine en niet‑complexe verzekeraar aangemerkt. De Nederlandsche
Bank kan de indeling eerder bevestigen.
4. Indien een verzekeraar die is aangemerkt als kleine en niet-complexe verzekeraar
niet langer voldoet aan de criteria genoemd in artikel 29 bis, eerste lid, van de
richtlijn solvabiliteit II stelt zij de Nederlandsche Bank onverwijld in kennis.,
of voldoet aan
5. Indien de in het vierde lid bedoelde niet-naleving gedurende twee opeenvolgende jaren
aanhoudt, wordt met ingang van het daaropvolgende boekjaar de verzekeraar niet meer
aangemerkt als een kleine en niet-complexe verzekeraar.
6. Indien op een verzekeraar, die is aangemerkt als kleine en niet-complexe verzekeraar,
één of meer van de uitsluitingscriteria genoemd in artikel 29 bis, derde lid, van
de richtlijn solvabiliteit II, van toepassing worden, stelt zij de Nederlandsche Bank
onverwijld in kennis. Met ingang van het daaropvolgende boekjaar wordt de betreffende
verzekeraar niet meer aangemerkt als een kleine en niet-complexe verzekeraar.
Artikel 3:131bb
1. Een verzekeraar die is aangemerkt als kleine en niet-complexe verzekeraar als bedoeld
in artikel 13, onderdeel 10 bis, van de richtlijn solvabiliteit II, niet zijnde een
verzekeraar met beperkte risico-omvang, kan gebruikmaken van de evenredigheidsmaatregelen
genoemd in artikel 35, vijfde lid bis, artikel 41, tweede lid bis en derde lid, artikel
45, eerste lid ter en vijfde lid, artikel 45 bis, vijfde lid, artikel 51, zesde lid,
artikel 51 bis, eerste lid, artikel 77, achtste lid, en artikel 144 bis, vierde lid,
van de richtlijn solvabiliteit II, of elke maatregel waarin is voorzien in de op grond
van de richtlijn solvabiliteit II vastgestelde gedelegeerde handelingen die uitdrukkelijk
van toepassing zijn op een kleine en niet-complexe verzekeraar overeenkomstig artikel
29 quater van de richtlijn solvabiliteit II.
2. In afwijking van het eerste lid kan de Nederlandsche Bank met inachtneming van de
voorwaarden genoemd in artikel 29 quater, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit
II, een kleine en niet-complexe verzekeraar verzoeken geen gebruik te maken van een
of meer evenredigheidsmaatregelen indien er ernstige zorgen ten aanzien van het risicoprofiel
van de kleine en niet-complexe verzekeraar bestaan.
Artikel 3:131bc
1. De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag goedkeuring aan een verzekeraar met zetel
in Nederland, niet zijnde een kleine en niet-complexe verzekeraar als bedoeld in artikel
13, onderdeel 10 bis, van de richtlijn solvabiliteit II, en niet zijnde een verzekeraar
met beperkte risico-omvang, om gebruik te maken van de evenredigheidsmaatregelen genoemd
in artikel 35, vijfde lid bis, artikel 41, artikel 45, eerste lid ter, artikel 45,
vijfde lid, artikel 77, achtste lid, en artikel 144 bis, vierde lid, van de richtlijn
solvabiliteit II en evenredigheidsmaatregelen waar op grond van de richtlijn solvabiliteit
II vastgestelde gedelegeerde handelingen in zijn voorzien, die beide uitdrukkelijk
van toepassing zijn op een kleine en niet-complexe verzekeraar overeenkomstig artikel
29 quater van de richtlijn solvabiliteit II en voor de toepassing van dit artikel
zijn aangemerkt.
2. De aanvraag om goedkeuring wordt ingediend onder opgave van bij algemene maatregel
van bestuur te bepalen gegevens.
3. De Nederlandsche Bank beslist uiterlijk binnen twee maanden op een aanvraag om goedkeuring
met inachtneming van artikel 29 quinquies, tweede en derde lid, tweede zin, van de
richtlijn solvabiliteit II.
4. Een verzekeraar, niet zijnde een kleine en niet-complexe verzekeraar, die een aanvraag
om goedkeuring heeft gedaan, verstrekt desgevraagd aan de Nederlandsche Bank alle
informatie die noodzakelijk is om de beoordeling van de aanvraag te beoordelen.
5. Indien het risicoprofiel van de verzekeraar, niet zijnde een kleine en niet-complexe
verzekeraar, wijzigt, kan de Nederlandsche Bank te allen tijde de goedkeuring voor
het gebruik van de evenredigheidsmaatregelen bedoeld in het eerste lid wijzigen of
intrekken overeenkomstig artikel 29 quinquies, derde en vijfde lid, van de richtlijn
solvabiliteit II.
6. Indien een verzekeraar, niet zijnde een kleine en niet-complexe verzekeraar, niet
langer gebruikmaakt van evenredigheidsmaatregelen waarvoor op grond van artikel 29
quinquies van de richtlijn solvabiliteit II goedkeuring is verleend, stelt zij de
Nederlandsche Bank daarvan in kennis.
S
Artikel 3:137, eerste lid, onderdelen c en d, komen te luiden:
c. twee maanden nadat sprake is van een constatering als bedoeld in artikel 3:53, zesde
lid, geen liquidatieprocedure is geopend; of
d. onverminderd de artikelen 3:111a.6, 3:135 en 3:136, sprake is van een verslechtering
van de solvabiliteitspositie van de verzekeraar.
T
Artikel 3:267d, eerste lid, komt te luiden:
1. Een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar met zetel in Nederland voert een
beleggingsbeleid en beleggingsstrategie die in overeenstemming zijn met de prudent-person-regel
bedoeld in artikel 132 van de richtlijn solvabiliteit II.
U
Artikel 3:270 komt te luiden:
Artikel 3:270
1. De Nederlandsche Bank kan, indien zij groepstoezichthouder is, besluiten een onderneming
niet in het toezicht, bedoeld in afdeling 3.6.3.1, te betrekken indien:
a. de onderneming haar zetel heeft in een staat die geen lidstaat is en waar wettelijke
belemmeringen bestaan voor het verstrekken van de voor het toezicht noodzakelijke
informatie;
b. de bij dat toezicht te betrekken onderneming in het licht van de doelstellingen van
dat toezicht slechts van te verwaarlozen betekenis is, tenzij verscheidene ondernemingen
van dezelfde groep buiten beschouwing mogen worden gelaten en zij gezamenlijk niet
van te verwaarlozen betekenis als bedoeld in artikel 214, tweede lid, van de richtlijn
solvabiliteit II, zijn; of
c. het in aanmerking nemen van de financiële positie van die onderneming in het licht
van de doelstellingen van dat toezicht misplaatst of misleidend zou zijn.
2. Wanneer een onderneming op grond van artikel 3:285, eerste tot en met derde lid,
deel uitmaakt van een aan groepstoezicht onderworpen groep overeenkomstig artikel
212, tweede en derde lid, van de richtlijn solvabiliteit II, en wanneer de moederonderneming
of een dochteronderneming van die groep ook de uiteindelijke deelnemende onderneming
van een andere groep in de zin van artikel 212, eerste lid, onderdeel c, van de richtlijn
solvabiliteit II is, wordt die andere groep geacht deel uit te maken van de overeenkomstig
artikel 212, tweede en derde lid, van de richtlijn solvabiliteit II, bepaalde groep.
V
Na artikel 3:272a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 3:272b
Artikel 3:9c is van overeenkomstige toepassing op een gemengde financiële holding
of verzekeringsholding met zetel in Nederland.
W
In artikel 3:273, eerste lid, wordt «ingevolge artikel 3:271 of 3:272» vervangen door
«ingevolge artikel 3:271, 3:272 of 3:272b».
X
Artikel 3:285 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het derde lid wordt «de artikelen 1:65, zesde lid, 3:288g, 3:288j en 3:288k» vervangen
door «de artikelen 1:65, zesde lid, 3:288j en 3:288k».
2. In het vijfde lid, eerste volzin, wordt de zinsnede «die hetzij een verbonden onderneming
van een gereglementeerde entiteit is» vervangen door de zinsnede «hetzij een verbonden
onderneming van een gereglementeerde entiteit is».
Y
Na artikel 3:285 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 3:285.0
1. Een verzekeringsholding of gemengde financiële holding waarop verzekeringsrichtlijngroepstoezicht
als bedoeld in artikel 3:285, tweede lid, wordt uitgeoefend zorgt ervoor dat:
a. de interne regelingen en de taakverdeling binnen de verzekeringsrichtlijngroep toereikend
zijn met het oog op de naleving van titel III van de richtlijn solvabiliteit II en
met name doeltreffend zijn om:
1°. alle dochterondernemingen van de verzekeringsholding of gemengde financiële holding
te coördineren, onder meer door, waar nodig, een adequate taakverdeling tussen die
ondernemingen;
2°. conflicten binnen een verzekeringsrichtlijngroep te voorkomen of te beheren, en
3°. de door de verzekeringsholding of gemengde financiële holding vastgestelde groepsbrede
beleidsmaatregelen in de hele verzekeringsrichtlijngroep te handhaven.
b. de structurele organisatie van de verzekeringsrichtlijngroep waarvan de verzekeringsholding
of gemengde financiële holding deel uitmaakt, het effectieve toezicht op de groep
en haar verzekerings- en herverzekeringsdochterondernemingen niet belemmert of anderszins
belet, waarbij met name rekening wordt gehouden met:
1°. de positie van de verzekeringsholding of gemengde financiële holding in een meerlagige
verzekeringsrichtlijngroep;
2°. de aandeelhoudersstructuur;
3°. de rol van de verzekeringsholding of gemengde financiële holding binnen de verzekeringsrichtlijngroep.
2. Wanneer niet aan de voorwaarden van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is voldaan,
kan de Nederlandsche Bank, indien zij groepstoezichthouder is, verlangen van de verzekeringsholding
of gemengde financiële holding dat zij de interne regelingen en taakverdelingen binnen
de verzekeringsrichtlijngroep wijzigt.
3. Wanneer niet aan de voorwaarden van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is voldaan,
is de verzekeringsholding of gemengde financiële holding onderworpen aan passende
toezichtmaatregelen van de Nederlandsche Bank om de continuïteit en integriteit van
het verzekeringsrichtlijngroepstoezicht en de naleving van de vereisten van titel
III van de richtlijn solvabiliteit II te waarborgen of te herstellen, naargelang het
geval. De Nederlandsche Bank neemt artikel 258, tweede lid bis, vierde volzin, van
de richtlijn solvabiliteit II in acht.
4. Wanneer niet aan de voorwaarden van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is voldaan,
kan de Nederlandsche Bank, indien zij groepstoezichthouder is, van de verzekeringsholding
of gemengde financiële holding verlangen dat de verzekeringsholding of gemengde financiële
holding de verzekeringsrichtlijngroep zodanig structureert dat de Nederlandsche Bank
doeltreffend verzekeringsrichtlijngroepstoezicht kan uitoefenen.
5. De Nederlandsche Bank oefent de in het vierde lid bedoelde bevoegdheid alleen in
uitzonderlijke omstandigheden uit na raadpleging van de Europese Autoriteit voor Verzekeringen
en Bedrijfspensioenen en, indien toepasselijk, andere betrokken toezichthoudende autoriteiten.
6. In het geval de Nederlandsche Bank gebruik maakt van de in het vierde lid bedoelde
bevoegdheid, stelt zij de verzekeringsholding of gemengde financiële holding daarvan
onder opgave van redenen in kennis.
Artikel 3:285.1
1. In de gevallen bedoeld in artikel 3:285, eerste en tweede lid, waarin de groep bestaat
uit ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door een betrekking als beschreven
in artikel 22, zevende lid, van de richtlijn jaarrekening en de daarmee verbonden
ondernemingen, of die op grond van artikel 212, derde lid, van de richtlijn solvabiliteit
II is geïdentificeerd, en waarbij de structurele organisatie van deze groep van dien
aard is dat zij het doeltreffend toezicht op die groep belemmert of belet, of belet
dat die groep titel III van de richtlijn solvabiliteit II naleeft, wordt de groep
onderworpen aan passende toezichtmaatregelen om de continuïteit en integriteit van
het groepstoezicht en de naleving van titel III van de richtlijn solvabiliteit II
te waarborgen of te herstellen, naargelang het geval. De Nederlandsche Bank neemt
artikel 258, tweede lid bis, vierde volzin, van de richtlijn solvabiliteit II in acht.
2. In de gevallen bedoeld in het eerste lid kan de Nederlandsche Bank, indien zij groepstoezichthouder
is, verlangen dat een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding met hoofdkantoor
in een lidstaat wordt opgericht, of dat een onderneming in een lidstaat wordt opgericht
die via gecentraliseerde coördinatie feitelijk een overheersende invloed uitoefent
op de besluiten alsmede de financiële besluiten, van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen
die deel uitmaken van de groep.
3. In geval dat het tweede lid van toepassing is, is de verzekeringsholding, gemengde
financiële holding of de onderneming die feitelijk gecentraliseerde coördinatie uitoefent,
verantwoordelijk voor de naleving van titel III van de richtlijn solvabiliteit.
Z
Aan paragraaf 3.6.3.1 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:
Artikel 3:288.0
1. Indien sprake is van een verzekeringsrichtlijngroep als bedoeld in artikel 212, derde
lid, van de richtlijn solvabiliteit II wijst de groep een van de ondernemingen die
onder centrale leiding staan aan als moederonderneming die verantwoordelijk is voor
de naleving van titel III van de richtlijn solvabiliteit II. De overige in artikel
212, derde lid, eerste alinea, van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde ondernemingen
worden geacht dochterondernemingen te zijn.
2. Indien de aanwijzing van de moederonderneming overeenkomstig het eerste lid aanzienlijke
belemmeringen zou opleveren voor het uitoefenen van het verzekeringsrichtlijngroepstoezicht,
of indien deze aanwijzing ertoe zou leiden dat de groep titel III van de richtlijn
solvabiliteit II niet doeltreffend kan naleven, is de Nederlandsche Bank, indien zij
groepstoezichthouder is, bevoegd om, na raadpleging van de andere betrokken toezichthoudende
autoriteiten, de groep te vragen om de aanwijzing van een andere moederonderneming
of om zelf een moederonderneming aan te wijzen.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde groep nalaat een moederonderneming aan te wijzen,
wijst de Nederlandsche Bank, indien zij groepstoezichthouder is, een moederonderneming
aan die verantwoordelijk is voor de naleving van titel III van de richtlijn solvabiliteit
II. De andere in artikel 212, derde lid, van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde
ondernemingen worden geacht dochterondernemingen te zijn.
4. Toepassing van het tweede of derde lid geschiedt met inachtneming van artikel 214,
zesde lid, derde alinea, van de richtlijn solvabiliteit II.
5. Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is, beoordeelt zij samen met de
andere betrokken toezichthoudende autoriteiten ten minste eenmaal per jaar of een
aanwijzing als bedoeld in het tweede of derde lid nog steeds passend is. Wanneer dat
niet langer het geval is, wijst de Nederlandsche Bank, na raadpleging van de andere
betrokken toezichthoudende autoriteiten, een andere moederonderneming aan. De aangewezen
moederonderneming is verantwoordelijk voor de naleving van titel III van de richtlijn
solvabiliteit II.
Artikel 3:288.1
1. Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is, verleent zij op aanvraag goedkeuring
aan een verzekeringsrichtlijngroep waarop verzekeringsrichtlijngroepstoezicht wordt
uitgeoefend overeenkomstig artikel 3:285, eerste en tweede lid, om op basis van de
criteria genoemd in artikel 213 bis, eerste, derde en vierde lid, van de richtlijn
solvabiliteit II te worden aangemerkt als kleine en niet-complexe verzekeringsrichtlijngroep
als bedoeld in artikel 13, onderdeel 10 ter, van de richtlijn solvabiliteit II.
2. Artikel 3:131ba is van overeenkomstige toepassing op de uiteindelijke moederonderneming,
verzekeringsholding of gemengde financiële holding.
3. De artikelen 3:131bb en 3:131bc zijn van overeenkomstig toepassing op een kleine
en niet-complexe verzekeringsrichtlijngroep als bedoeld in artikel 13, onderdeel 10
ter, van de richtlijn solvabiliteit II.
AA
Artikel 3:288a wordt gewijzigd als volgt:
1. Onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot vierde tot en met zesde
lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een moederonderneming die geen
verzekeringsholding of gemengde financiële holding is en waarvan de hoofdactiviteit
bestaat uit het verwerven en houden van dochterondernemingen die uitsluitend of hoofdzakelijk
niet-Europese herverzekeraars, levensverzekeraars of schadeverzekeraars zijn.
2. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden:
5. Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is, houdt zij toezicht op het bepaalde
in het eerste, tweede en vierde lid. De artikelen 3:57, vierde lid, 3:57a, 3:135 en
3:136 zijn van overeenkomstige toepassing.
BB
Artikel 3:288c vervalt.
CC
In artikel 3:288e, zesde lid, wordt de zinsnede «het solvabiliteitsvermogen of de
technische voorzieningen» vervangen door «de solvabiliteitskapitaalvereisten, de technische
voorzieningen, het in aanmerking komend eigen vermogen, andere kwantitatieve of kwalitatieve
risicogebaseerde criteria die passend worden geacht, of een combinatie daarvan»
DD
Artikel 3:288f wordt gewijzigd als volgt:
1. Onder vernummering van het vijfde lid tot zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
5. De Nederlandsche Bank kan, indien zij groepstoezichthouder is, na overleg met de
andere betrokken toezichthoudende instanties en de verzekeringsrichtlijngroep, verzoeken
dat verzekeringsrichtlijngroep intragroepsovereenkomsten en -posities als bedoeld
in artikel 245, derde lid bis, van de richtlijn solvabiliteit II rapporteert.
2. In het zesde lid (nieuw) wordt de zinsnede «Artikel 3:288e, derde tot en met zesde
lid» vervangen door «Artikel 3:288e, vijfde tot en met zevende lid».
EE
Artikel 3:288g wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Indien een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar een
dochteronderneming is van een gemengde verzekeringsholding of een moederonderneming
als bedoeld in artikel 265, eerste lid bis, van de richtlijn solvabiliteit II is,
oefent de Nederlandsche Bank toezicht uit op de intragroepsovereenkomsten en -posities
tussen betrokken verzekeraars en de gemengde verzekeringsholding of de moederonderneming
bedoeld in artikel 265, eerste lid bis, van de richtlijn solvabiliteit II en de met
haar verbonden ondernemingen.
2. In het tweede lid wordt de zinsnede «De artikelen 1:51e, 1:53, 1:56, 3:288f en 3:295»
vervangen door «De artikelen 1:51e, 1:53, 1:56 en 3:288f».
FF
Artikel 3:288h komt te luiden:
Artikel 3:288h
1. De artikelen 3:8, 3:9, 3:9c, 3:17, 3:18, en 3:72, derde en vijfde tot en met achtste
lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het niveau van de verzekeringsrichtlijngroep.
2. Het governancesysteem van de verzekeringsrichtlijngroep bestrijkt deelnemende verzekerings-
of herverzekeringsondernemingen, moederverzekeringsholdings of gemengde financiële
moederholdings, alsook alle verbonden ondernemingen binnen de groep in de zin van
artikel 212 van de richtlijn solvabiliteit II die overeenkomstig artikel 3:285, eerste,
tweede of derde lid, onderworpen zijn aan groepstoezicht. Het governancesysteem van
de groep bestrijkt ook alle ondernemingen die door de deelnemende onderneming of haar
dochterondernemingen gezamenlijk worden beheerd met een of meer ondernemingen die
geen deel uitmaken van dezelfde groep.
3. Het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming
van de verzekeraar, verzekeringsholding, gemengde financiële holding met hoofdkantoor
in een lidstaat of de overeenkomstig artikel 3.288.0 aangewezen moederonderneming
draagt de eindverantwoordelijkheid voor de naleving door de groep waarop overeenkomstig
artikel 3:285, eerste, tweede of derde lid, het verzekeringsrichtlijngroepstoezicht
van toepassing is. Het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van
elke verzekeraar binnen de groep blijft verantwoordelijk voor de eigen naleving van
alle vereisten, zoals omschreven in de artikelen 40 en 213, eerste lid, tweede alinea,
van de richtlijn solvabiliteit II.
GG
Aan paragraaf 3.6.3.2 worden drie artikelen toegevoegd, luidende:
Artikel 3:288ha
1. Een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld
in artikel 3:285, eerste en tweede lid, past de risicomanagement- en interne controlesystemen
en rapportageprocedures in de verzekeringsrichtlijngroep consequent toe waardoor deze
systemen en procedures op het niveau van die groep kunnen worden gecontroleerd.
2. Het risicomanagementsysteem van de groep bestrijkt ten minste alle verzekerings-
en herverzekeringsactiviteiten die binnen de groep worden verricht, alsook wezenlijke
niet-verzekeringsactiviteiten. Zij bestrijkt ook de uit die activiteiten voortvloeiende
risico’s waaraan de groep blootstaat of zou kunnen worden blootgesteld, en de onderlinge
afhankelijkheden en relaties daartussen.
3. Een groep als bedoeld in artikel 3:285, eerste en tweede lid, beschikt over interne
controlesystemen die ten minste omvatten:
a. adequate procedures met betrekking tot de groepssolvabiliteit om alle bestaande materiële
risico’s te bepalen en te meten en het in aanmerking komend eigen vermogen naar behoren
af te stemmen op de risico’s;
b. gedegen rapportage- en financiële- verslaggevingprocedures om de intragroepsovereenkomsten
en -posities en de risicoconcentratie te bewaken en te beheren.
Artikel 3:288hb
1. De deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding
of de gemengde financiële holding controleert regelmatig de activiteiten van haar
verbonden ondernemingen, met inbegrip van de in artikel 228, eerste lid, van de richtlijn
solvabiliteit II bedoelde verbonden ondernemingen en niet-gereglementeerde ondernemingen.
Die controle staat in verhouding tot de aard, de omvang en de complexiteit van de
risico’s die de verbonden ondernemingen op het niveau van de groep genereren of zouden
kunnen genereren.
2. De deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding
of de gemengde financiële holding beschikt over schriftelijke beleidslijnen op het
niveau van de groep en zorgt ervoor dat de schriftelijke beleidslijnen van alle gereglementeerde
ondernemingen binnen de groep stroken met de groepsbeleidslijnen. Zij zorgt er tevens
voor dat de groepsbeleidslijnen door alle gereglementeerde ondernemingen binnen de
groep op consistente wijze worden toegepast.
3. Een in het tweede lid bedoelde deelnemende verzekeraar of de gemengde financiële
holding of verzekeringsholding voert de ingevolge artikel 3:17, tweede lid, vereiste
beoordeling van het eigen risico en solvabiliteit uit op het niveau van de groep.
4. Een in het tweede lid bedoelde deelnemende verzekeraar of de gemengde financiële
holding of verzekeringsholding zorgt ervoor dat de groep beschikt over solide governanceregelingen,
waaronder een duidelijke organisatiestructuur met duidelijk omschreven, transparante
en samenhangende verantwoordelijkheden en scheiding van taken binnen de groep. Het
governancesysteem van de groep heeft tot doel belangenconflicten te voorkomen of,
wanneer dat niet mogelijk is, die te beheren
5. De personen die feitelijk de moederonderneming bedoeld in artikel 3:288h, derde lid,
besturen worden geacht tevens de personen te zijn die feitelijk de verzekerings- of
herverzekeringsgroep besturen. Een in het eerste lid bedoelde verzekeraar of de gemengde
financiële holding of verzekeringsholding wijst personen aan die verantwoordelijk
zijn voor andere sleutelfuncties binnen de verzekerings- of herverzekeringsgroep die
overeenkomstig artikel 213, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de richtlijn solvabiliteit,
onderworpen is aan groepstoezicht. Het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend
orgaan is verantwoordelijk voor de naleving door de groep en de activiteiten die door
die personen worden verricht, overeenkomstig artikel 246, eerste lid, derde en vierde
alinea, van de richtlijn solvabiliteit II.
6. De in artikel 3:2.888ha, eerste lid, bedoelde deelnemende verzekeraar draagt er zorg
voor dat indien de berekening van de solvabiliteit op het niveau van de richtlijngroep
wordt uitgevoerd met gebruikmaking van de standaardmethode, de groepstoezichthouder
inzicht heeft in het verschil tussen de som van de solvabiliteitskapitaalvereisten
van alle verzekeraars in de verzekeringsrichtlijngroep en het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste
van die groep.
Artikel 3:288hc
1. Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is, oefent zij toezicht uit op
naleving van de artikelen 3:288h tot en met 3:288hb. De artikelen 1:51e, 1:55a, 1:58e,
3:288i, 3:288j en 3:288k zijn van toepassing.
2. Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is, kan zij er mee instemmen dat
de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit tegelijkertijd op het niveau
van de verzekeringsrichtlijngroep en op het niveau van een dochteronderneming van
die groep worden uitgevoerd en dat een document wordt opgesteld dat op alle beoordelingen
betrekking heeft.
3. De op groepsniveau uitgevoerde beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit
bestrijkt ten minste alle verzekerings- en herverzekeringsactiviteiten die binnen
de groep worden verricht, alsook wezenlijke niet-verzekeringsactiviteiten. Zij bestrijkt
ook de uit die activiteiten voortvloeiende risico’s waaraan de groep blootstaat of
zou kunnen worden blootgesteld, en de onderlinge afhankelijkheden en relaties daartussen.
4. Indien de verzekeringsgroep gebruik maakt van de mogelijkheid, bedoeld in het tweede
lid, stuurt zij het document, bedoeld in het tweede lid, tegelijkertijd aan alle betrokken
toezichthoudende instanties.
HH
In artikel 3:288i, eerste lid, aanhef, wordt de zinsnede «maakt jaarlijks openbaar:»
vervangen door «maakt jaarlijks binnen de voorgeschreven termijnen bedoeld in artikel
256, eerste lid, tweede alinea, van de richtlijn solvabiliteit II, openbaar:».
II
In artikel 3:288k, vierde lid, wordt de zinsnede «De Nederlandsche Bank kan andere
methoden toepassen» vervangen door «De Nederlandsche Bank kan andere methoden toepassen
overeenkomstig artikel 262, tweede en derde lid, van de richtlijn solvabiliteit II».
JJ
Na artikel 3a:80e wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 3a:80f Sanering en liquidatie
Ingeval van toepassing van afwikkelingsinstrumenten als bedoeld in artikel 26, derde
lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van verzekeraars en uitoefening van afwikkelingsbevoegdheden
als bedoeld in titel III, hoofdstuk IV van de richtlijn herstel en afwikkeling van
verzekeraars, zijn de bepalingen uit titel IV, hoofdstuk I, II en IV van de richtlijn
solvabiliteit II van toepassing op een herverzekeraar en de entiteiten genoemd in
artikel 3A:78, eerste lid, onderdelen b en c.
KK
In de Bijlage branches wordt in de opsomming die betrekking heeft op het bedrijf van
levensverzekeraar in onderdeel 4 de zinsnede «of het Verenigd Koninkrijk» geschrapt.
LL
De bijlagen behorende bij de artikelen 1:79 en 1:80 worden elk gewijzigd als volgt:
1. In de opsomming onder het Deel markttoegang financiële ondernemingen wordt in numerieke
volgorde «2:117, eerste lid» vervangen door «2:117, eerste en vierde lid».
2. In de opsomming onder het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen wordt
«3:8, eerste tot en met derde en vijfde lid» vervangen door «3:8», wordt «3:288a,
eerste tot en met derde lid en vijfde lid» vervangen door «3:288a, eerste tot en met
vierde lid en zesde lid en wordt «3:288f, eerste en tweede lid» vervangen door «3:288f,
eerste, tweede en vijfde lid».
3. In de opsomming onder het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen worden
in numerieke volgorde toegevoegd:
3:18ab, vierde lid
3:111a.2
3:111a.3
3:111a.4
3:111a.5
3:111a.6
3:131ba
3:131bb
3:131bc
3:270
3:285.0
3:285.1
3:288.0
3:288.1
3:288ha
3:288hb
3:288hc
ARTIKEL II
1. Een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, die uiterlijk
op 28 januari 2025 evenredigheidsmaatregelen toepast die overeenstemmen met bestaande
maatregelen uit hoofde van de richtlijn solvabiliteit II, kan die maatregelen gedurende
een periode van ten hoogste vier boekjaren blijven toepassen zonder te hoeven voldoen
aan de vereisten van de artikelen 3:131ba tot en met 3:131bc van de Wet op het financieel
toezicht.
2. Met betrekking tot verzoeken als bedoeld in de artikelen 3:131ba en 3:131bc van de
Wet op het financieel toezicht die de Nederlandsche Bank vóór 31 juli 2027 ontvangt,
wordt de in het derde lid van die artikelen bedoelde termijn verlengd tot vier maanden.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor
de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
ARTIKEL IV
Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet wijzigingsrichtlijn solvabiliteit
II 2027.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Financiën,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.