Voorstel van wet : Voorstel van wet
37 000 Wijziging van de Kadasterwet in verband met het verduidelijken van de inschrijvingseisen van registerverklaringen, het regelen van een grondslag voor de geautomatiseerde verwerking van aktes, het regelen van de verplichting voor de bewaarder om voortaan stukken in te schrijven die gesteld zijn in een vreemde of de Friese taal en een aantal andere wijzigingen (Verzamelwijziging Kadasterwet)
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
Nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Kadasterwet enkele
wijzigingen aan te brengen onder meer teneinde een efficiëntere werking van de Basisregistratie
Kadaster en de openbare registers te bewerkstelligen en de normen te verduidelijken
voor de gebruikers daarvan;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Kadasterwet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 7t wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Een belanghebbende kan onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek tot herstel
van een gegeven in de basisregistratie kadaster doen indien de belanghebbende gerede
twijfel heeft of de weergave van:
a. het in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek
is aangemerkt, in overeenstemming is met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument
op grond waarvan het gegeven in de basisregistratie is bijgewerkt; of
b. een uit een andere basisregistratie dan genoemd in artikel 1a in de basisregistratie
kadaster of de registratie voor schepen of luchtvaartuigen overgenomen authentiek
gegeven, in overeenstemming is met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument
of, ingeval een authentiek gegeven wordt afgeleid uit een brondocument, dat gegeven
wel juist en volledig daaruit is afgeleid.
2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een
lid ingevoegd, luidende:
2. De artikelen 7n, tweede tot en met vierde en zesde lid, en 7r zijn van overeenkomstige
toepassing indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een
in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek
is aangemerkt, en artikel 7m, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing indien
het verzoek betrekking heeft op een uit een andere basisregistratie overgenomen gegeven.
B
In de aanhef van artikel 7u, eerste lid, wordt «artikelen 48, tweede lid, onderdelen
a tot en met e, en derde lid, onderdelen a tot en met c» vervangen door «artikelen
48, tweede lid, onderdelen a tot en met d, en derde lid, onderdelen a tot en met c».
C
Artikel 9a wordt als volgt gewijzigd:
1. De woorden «artikel 41, derde lid» worden vervangen door «artikel 41, vierde lid».
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een komma, wordt toegevoegd
«voor zover die nog onder de bewaarder berusten.».
D
Na artikel 11c wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 11d
1. Een stuk als bedoeld in artikel 10a kan in een zodanige elektronische vorm worden
aangeboden dat het stuk geautomatiseerd kan worden verwerkt.
2. Bij regeling van het bestuur van de Dienst kunnen nadere regels worden gesteld over
de soorten feiten als bedoeld in artikel 10a die voor geautomatiseerde verwerking
vatbaar zijn en over de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om stukken geautomatiseerd
te laten verwerken.
E
Artikel 26, eerste lid, komt te luiden:
1. Ter inschrijving van een rechtshandeling naar burgerlijk recht die krachtens wetsbepaling
kan worden ingeschreven, wordt, tenzij anders is bepaald, een authentiek afschrift
van een notariële verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van degene die de inschrijving verlangt dat de rechtshandeling is verricht
en wat zij inhoudt;
b. mede in te schrijven stukken waaruit van die rechtshandeling blijkt; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
b, of c.
F
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Ter inschrijving van de vervulling van een voorwaarde, gesteld in een ingeschreven
voorwaardelijke rechtshandeling, of van de verschijning van een onzeker tijdstip,
aangeduid in de aan een ingeschreven rechtshandeling verbonden tijdsbepaling, wordt
een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van degene die de inschrijving verlangt dat de voorwaarde is vervuld,
onderscheidenlijk het tijdstip is verschenen;
b. mede in te schrijven stukken waaruit van deze vervulling of verschijning blijkt; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
b, of c.
2. In de aanhef van het tweede lid wordt «De verklaring van de notaris» vervangen door
«De notariële verklaring».
G
Artikel 34 komt te luiden:
Artikel 34
Ter inschrijving van een verjaring wordt een authentiek afschrift van een notariële
verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van degene die de inschrijving verlangt dat de verjaring is ingetreden;
b. een verklaring van de notaris:
1°. inhoudende welk registergoed door verjaring is verkregen, dan wel welk beperkt recht
op een registergoed is tenietgegaan;
2°. inhoudende tegen wie de verjaring werkt, indien dit bekend is;
3°. inhoudende welke feiten tot de verjaring hebben geleid;
4°. inhoudende dat de verjaring wordt betwist of niet wordt betwist door degene tegen
wie zij werkt, zo dit bekend is; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
b, of c.
H
In artikel 35, eerste lid, wordt «worden aangeboden authentieke afschriften» vervangen
door «wordt een authentiek afschrift aangeboden».
I
Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Ter inschrijving van het feit dat het nut van een mandelige zaak voor elk der erven
is geëindigd, wordt een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden,
die bestaat uit:
a. een verklaring van hen die de inschrijving verlangen dat het nut voor elk der erven
is geëindigd;
b. indien niet alle rechthebbenden op de mandelige zaak meewerken: een verklaring van
de notaris inhoudende de reden daarvan; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
b, of c.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Ter inschrijving van het bestaan van een recht als bedoeld in artikel 150, eerste
lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (Stb. 1976, 396), wordt een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden,
die bestaat uit:
a. een verklaring van de notaris:
1°. waarin het bestaan van het recht wordt geconstateerd;
2°. inhoudende een omschrijving van de inhoud van het recht;
3°. inhoudende zo mogelijk, de gangbare benaming van het recht dan wel de verklaring,
dat dat recht niet een zodanige benaming heeft;
4°. inhoudende wie de rechthebbende op dat recht is;
b. mede in te schrijven stukken waaruit van een en ander blijkt; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
b, of c.
3. Het derde lid komt te luiden:
3. Ter inschrijving van het ontstaan van een erfdienstbaarheid door bestemming of herleving,
bedoeld in artikel 163, eerste zin, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek,
wordt een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden, die bestaat
uit:
a. een verklaring van de notaris:
1°. inhoudende een constatering van het ontstaan van de erfdienstbaarheid;
2°. inhoudende de omschrijving van de inhoud van de erfdienstbaarheid;
3°. inhoudende wie de rechthebbende op dat recht is;
b. mede in te schrijven stukken waaruit van een en ander blijkt; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
b, of c.
4. Het vijfde lid komt te luiden:
5. Ter inschrijving van de publicaties, bedoeld in artikel 155a, tweede lid, van de
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, wordt een authentiek afschrift van een notariële
verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van de notaris inhoudende:
1°. op welke datum die publicaties zijn geschied;
2°. in welk landelijk dagblad die publicaties hebben plaatsgevonden; en
b. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
b, of c.
5. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
6. Ter inschrijving van een exploot als bedoeld in artikel 155a, vijfde lid, van de
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt een door de deurwaarder of een advocaat
getekend afschrift daarvan aangeboden.
J
De aanhef van artikel 37, eerste lid, komt te luiden:
1. Een verklaring van de notaris als bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel
c, 30, eerste lid, onderdeel c, 34, onderdeel c, en 36, eerste lid, onderdeel c, tweede
lid, onderdeel c, derde lid, onderdeel c, vijfde lid, onderdeel b, houdt in:
K
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Ter inschrijving van een feit dat is opgenomen in een stuk dat geheel is gesteld
in een vreemde of de Friese taal, wordt naast of in dat ter inschrijving aangeboden
stuk een letterlijke vertaling in het Nederlands ter inschrijving aangeboden of opgenomen
die vervaardigd en voor overeenstemmend verklaard wordt door een voor die taal als
bevoegd toegelaten beëdigd vertaler, of door de notaris voor wie de akte is verleden,
waarbij de notaris in het ter inschrijving aangeboden stuk aangeeft dat de Nederlandse
vertaling overeenstemt met de tekst in de vreemde of de Friese taal.
2. Onder vernummering van het tweede en derde tot derde en vierde lid, wordt een lid
ingevoegd, luidende:
2. Ter inschrijving van een feit dat is opgenomen in een stuk dat gedeeltelijk is gesteld
in een vreemde of de Friese taal, wordt in dat ter inschrijving aangeboden stuk een
letterlijke vertaling in het Nederlands opgenomen die vervaardigd en voor overeenstemmend
verklaard wordt door een voor die taal als bevoegd toegelaten beëdigd vertaler, of
door de notaris voor wie de akte is verleden, waarbij de notaris in het ter inschrijving
aangeboden stuk aangeeft dat de Nederlandse vertaling overeenstemt met de tekst in
de vreemde of de Friese taal.
3. In het derde lid (nieuw) wordt «het eerste lid» vervangen door «het eerste en tweede
lid».
4. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
4. De vertalingen en de in de vreemde of de Friese taal gestelde stukken worden ingeschreven,
met dien verstande dat de vertaling in het Nederlands prevaleert in het geval er sprake
is van een onderlinge afwijking of een verschil van interpretatie tussen de tekst
van een stuk gesteld in een vreemde of de Friese taal en de tekst van de vertaling
in het Nederlands.
L
Aan artikel 44, eerste lid, wordt toegevoegd «Indien een stuk dat voor bewijs bij
de aanbieding van een stuk wordt verlangd reeds eerder ingeschreven is, kan volstaan
worden met een verwijzing naar dit eerdere stuk als bedoeld in artikel 19.».
M
Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
k door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
l. andere gegevens dan bedoeld in dit lid, niet zijnde authentieke gegevens, met betrekking
tot onroerende zaken die worden opgenomen op grond van bij regeling van Onze Minister
gestelde regels.
2. In het derde lid vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel
c door een punt, onderdeel d.
N
In artikel 54 wordt onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een lid ingevoegd,
luidende:
2. Indien bij een verzoek tot inschrijving van een stuk in de openbare registers gebruik
wordt gemaakt van de mogelijkheid van geautomatiseerde verwerking als bedoeld in artikel
11d, vindt de bijhouding van de basisregistratie kadaster uitsluitend plaats op grond
van het stuk dat elektronisch wordt aangeboden voor geautomatiseerde verwerking als
bedoeld in het eerste lid van dat artikel.
O
Artikel 57, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede «Indien een meting noodzakelijk is ten behoeve van de bijhouding, doet
de Dienst» wordt vervangen door «De Dienst bepaalt wanneer een meting noodzakelijk
is ten behoeve van de bijhouding en doet».
2. In de tweede volzin wordt «de dag en het uur waarop» vervangen door «moment waarop
of periode waarin».
3. Aan het slot wordt de volgende zin toegevoegd «De in dit lid bedoelde taak van de
Dienst kan niet worden gemandateerd aan een derde die niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid
van de Dienst».
P
Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «artikel 48, derde lid» vervangen door «artikel 48, zevende
lid».
2. Het derde lid komt te luiden:
3. Indien in een geval, als bedoeld in het eerste lid, het ingeschreven stuk een herverkavelingsakte
als bedoeld in artikel 16.136 van de Omgevingswet is, vindt het bepaalde in de vorige
leden geen toepassing.
Q
Artikel 73 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt de tweede volzin.
2. Het derde lid komt te luiden:
3. Indien naar zijn oordeel nodig wint de daarmee belaste ambtenaar ter plaatse nadere
inlichtingen in. Van het voornemen daartoe wordt mededeling gedaan:
a. overeenkomstig artikel 57, eerste lid, in het geval de inlichtingen ter plaatse nodig
zijn voor de voorbereiding van een besluit tot splitsing of samenvoeging van percelen
als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Artikel 57, tweede en derde lid, is
van overeenkomstige toepassing; of
b. per brief aan de verzoeker, naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het tweede
lid, met vermelding van het moment waarop of periode waarin de aanwijzing zal plaatsvinden,
waarbij de verzoeker door aanwijzing ter plaatse de voor de bijhouding benodigde inlichtingen
aan de daarmee belaste ambtenaar verschaft.
R
Aan artikel 85, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
l door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
m. door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan een zeeschip toegekend nationaal
scheepsidentificatienummer (NSI-nummer).
S
In artikel 100 wordt, onder vernummering van het derde tot vierde lid, een lid ingevoegd,
luidende:
3. Desgevraagd voegt de Dienst bij verstrekking van inlichtingen uit de landelijke kadastrale
kaart, bedoeld in artikel 48, derde lid, informatie toe ter oriëntatie.
T
In artikel 107 wordt «, en» aan het slot van onderdeel f vervangen door een puntkomma
en wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door «; en», een
onderdeel toegevoegd, luidende:
h. de algemene voorwaarden waaronder de Dienst producten en diensten verstrekt uit de
openbare registers, de registraties en de bescheiden bedoeld in artikel 50.
U
Na artikel 107c wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 107d
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorwaarden, gericht op het waarborgen
van een rechtmatige en betrouwbare verwerking van persoonsgegevens door een onderneming,
gesteld aan de verstrekking van inlichtingen als bedoeld in de artikelen 99, 100,
eerste lid, 101 en 102 aan een onderneming die de verstrekte inlichtingen, waaronder
persoonsgegevens, geheel of gedeeltelijk verwerkt in producten met het oogmerk deze
te verstrekken aan derden.
2. De Dienst verstrekt de in het eerste lid bedoelde inlichtingen aan een onderneming
nadat de Dienst heeft vastgesteld dat:
a. de door de onderneming beoogde verwerking van de te verstrekken persoonsgegevens verenigbaar
is met de doeleinden, genoemd in artikel 2a; en
b. de onderneming voldoet aan de nadere voorwaarden, bedoeld in het eerste lid.
3. Jaarlijks controleert de Dienst of de door de onderneming verrichte verwerking van
de aan de onderneming verstrekte persoonsgegevens verenigbaar is met de doeleinden,
genoemd in artikel 2a.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen krachtens het eerste lid geregelde voorwaarden
worden aangewezen waar de Dienst periodiek een controle op uitvoert.
ARTIKEL II
Na de inwerkingtreding van deze wet berust artikel 14 van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet
1994 op artikel 48, tweede lid, onderdeel l, van de Kadasterwet.
ARTIKEL III
Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwijziging Kadasterwet.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt
ten aanzien van artikel I, onderdeel M, eerste lid en artikel II, terug tot en met
1 januari 2008. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop
artikel I, onderdeel U, in werking treedt.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.