Stenogram : Praktijkonderwijs en vmbo
11 Praktijkonderwijs en vmbo
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 80
Te raadplegen sinds
2026-08-25Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier30079Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 80
Voorzitter: Bromet
Praktijkonderwijs en vmbo
Aan de orde is het tweeminutendebat Praktijkonderwijs en vmbo (CD d.d. 22/04).
De voorzitter:
Welkom bij het tweeminutendebat Praktijkonderwijs en vmbo, met als eerste spreker mevrouw Moorman van PRO.
Mevrouw Moorman (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de collega's voor de coulance om mij even voor te laten, want ik moet dit debat zo meteen helaas ook weer verlaten.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de financiering van leerlingen in het praktijkonderwijs momenteel via samenwerkingsverbanden verloopt en dat financiële afwegingen van invloed kunnen zijn op plaatsingsbesluiten;
overwegende dat het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs toeneemt en dat hierdoor de druk op het huidige systeem verder kan toenemen;
overwegende dat het van belang is dat leerlingen tijdig toegang krijgen tot de onderwijsvorm die het beste aansluit bij hun ondersteunings- en onderwijsbehoefte;
verzoekt de regering het wetstraject voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs met prioriteit te behandelen, de Kamer te informeren over een concreet tijdpad voor de verdere uitwerking en invoering hiervan, en dit voor de begrotingsbehandeling aan de Kamer te doen toekomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman, Boomsma en Rooderkerk.
Zij krijgt nr. 127 (30079).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat twee derde van de vmbo-scholen slechts drie van de tien beroepsgerichte profielen aanbiedt;
overwegende dat dit kansengelijkheid in de weg staat, omdat de kansen die vmbo-leerlingen hebben afhangen van de regio waar zij wonen;
verzoekt de regering met een plan te komen om het aanbod van verschillende beroepsprofielen op het vmbo in verschillende regio's te verhogen, en de Kamer hier zo snel mogelijk over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman en Rooderkerk.
Zij krijgt nr. 128 (30079).
Mevrouw Moorman (PRO):
Dank u wel. Ik moet dus helaas het debat verlaten, maar ik kijk het terug voor de appreciaties.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Ergin van DENK.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties naar aanleiding van het commissiedebat.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer eerder heeft uitgesproken af te willen van de toelaatbaarheidsverklaring voor het praktijkonderwijs;
constaterende dat uit de verkenning blijkt dat slechts 1,6% van de aanvragen voor een toelaatbaarheidsverklaring wordt afgewezen;
overwegende dat scholen de tlv-systematiek ervaren als bureaucratisch en belastend;
overwegende dat leerlingen in het praktijkonderwijs niet geholpen zijn met papierwerk, maar met goed onderwijs, goede begeleiding en vertrouwen in het oordeel van scholen;
overwegende dat de staatssecretaris het risico op verdringing nog onvoldoende concreet heeft onderbouwd;
verzoekt de regering om in de toegezegde vervolgbrief vóór de zomer een concreet afbouwpad voor de toelaatbaarheidsverklaring praktijkonderwijs uit te werken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.
Zij krijgt nr. 129 (30079).
De heer Ergin (DENK):
De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de examenperiode voor havo en vwo jaarlijks in vergelijking met vmbo meer maatschappelijke, politieke en media-aandacht krijgt;
overwegende dat gelijkwaardigheid in het onderwijs ook gaat over zichtbaarheid en erkenning;
verzoekt de regering om samen met scholen, examenorganisaties en de vmbo-sector vóór de volgende examenperiode een plan van aanpak te maken om de vmbo-praktijkexamens zichtbaarder en gelijkwaardiger te waarderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.
Zij krijgt nr. 130 (30079).
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Kisteman van de VVD.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Het is goed als mevrouw Moorman nog even gaat terugkijken, want we hebben én een motie aan haar gegeven én haar voorgelaten bij dit debat, dus we verwachten binnenkort natuurlijk wel wat van haar terug in deze commissie. Nee, voorzitter!
Eén motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in de beleidsbrief OCW 2026-2030 zowel praktijkgericht onderwijs als techniekonderwijs als belangrijke prioriteiten benoemt en inzet op kennismaking van alle jongeren met techniek;
constaterende dat uit de evaluatie van Sterk Techniekonderwijs blijkt dat vroege kennismaking met techniek van belang is, zodat leerlingen hun belangstelling voor techniek kunnen ontwikkelen en dit kunnen meenemen in hun latere profiel- en studiekeuze;
constaterende dat het aanbod van de beroepsgerichte profielen in het vmbo, inclusief de drie harde technische profielen BWI, PIE, en M&T, verschraalt;
overwegende dat veel leerlingen in het vmbo hun profielkeuze nu maken zonder structureel met techniek te hebben kennisgemaakt, omdat veel vmbo-scholen geen technieklicentie hebben;
verzoekt de regering uit te werken hoe techniekonderwijs in de onder- en bovenbouw van alle vmbo-vestigingen aangeboden kan worden, en hierover te rapporteren in de eerstvolgende voortgangsrapportage,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kisteman.
Zij krijgt nr. 131 (30079).
Er wordt veel op de moties geschreven vandaag.
De heer Kisteman (VVD):
We moeten toch iets aan ons lezen, schrijven en rekenen doen, denk ik, voorzitter!
De voorzitter:
Dank u wel. Geen spelfouten in de moties vandaag! Dan is het woord aan mevrouw Beckerman van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemiddag. De minister pakt de rode pen. De staatssecretaris, hoor ik. Het is toch de VVD die altijd kritisch op haar eigen bewindspersonen is, maar goed.
Voorzitter. Nog altijd maakt het uit waar je wieg staat in ons land, zegt de inspecteur-generaal van de onderwijsinspectie. In de Staat van het Onderwijs is er dit jaar ook extra aandacht voor kansenongelijkheid. Zo'n ongelijkheid bestaat al lange tijd tussen leerlingen op het praktijkonderwijs en leeftijdgenoten. Leerlingen op het praktijkonderwijs die stage lopen, moesten vaak zelf hun reiskosten betalen. In tegenstelling tot veel studerende leeftijdsgenoten krijgen ze namelijk geen ov-kaart of reiskostenvergoeding. Nu komt er, na jaren strijd en een tijdelijke regeling, een wettelijk verankerde regeling. Dat is mooi, maar die gaat voor maar een deel van de leerlingen gelden, namelijk alleen voor de groep die een entreeopleiding volgt, terwijl andere leerlingen net zo goed stage lopen. Doe het nu goed! Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat leerlingen in het praktijkonderwijs die een entreeopleiding volgen in de toekomst een tegemoetkoming voor hun reiskosten kunnen krijgen;
constaterende dat bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs die geen entreeopleiding volgen, deze tegemoetkoming niet zullen kunnen krijgen;
overwegende dat deze leerlingen net zo veel stage lopen als leerlingen die een entreeopleiding volgen;
overwegende dat reiskosten geen belemmering mogen zijn voor het volgen van onderwijs;
verzoekt de regering de reiskostenvergoeding beschikbaar te stellen voor álle bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Westerveld.
Zij krijgt nr. 132 (30079).
Mevrouw Beckerman (SP):
Zonder spelfouten, hoop ik. Ik dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Raijer van de PVV.
Mevrouw Raijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Eén motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat jaarlijks meer dan 1.000 nieuwkomers via de internationale schakelklassen in het praktijkonderwijs belanden, vaak enkel door taalachterstand, terwijl velen beter in theoretische routes passen;
constaterende dat dit ervoor zorgt dat kwetsbare Nederlandse leerlingen op wachtlijsten belanden die kunnen oplopen tot meer dan een halfjaar;
verzoekt de regering te borgen dat leerlingen die als nieuwkomer vanuit het buitenland naar Nederland komen, eerst de Nederlandse taal voldoende leren beheersen voordat een definitief onderwijsadvies wordt gegeven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.
Zij krijgt nr. 133 (30079).
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Armut van het CDA. Zij slaat over. Dan is nu de heer Van Houwelingen van Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat leerlingen niet een "kansrijk" maar een "realistisch" schooladvies zouden moeten krijgen;
constaterende dat bovendien op dit moment, ten onrechte, "kansrijk" vrijwel uitsluitend wordt gemeten en gedefinieerd in cognitieve termen;
verzoekt de regering te stoppen met onderwijsbeleid gericht op zogenaamd "kansrijk adviseren",
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 134 (30079).
De heer Van Houwelingen (FVD):
Het gaat ons natuurlijk om het beleid, niet om de benaming, die nu wellicht veranderd is bij het ministerie. De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zodra bijvoorbeeld een vmbo-leerling gedurende het schooljaar toestroomt naar het praktijkonderwijs, de bijbehorende onderwijsbekostiging voor die leerling voor het deel van het schooljaar waarin hij praktijkonderwijs krijgt niet meeverhuist, maar achterblijft in de vmbo-school;
overwegende dat dit niet logisch is;
verzoekt de minister er zorg voor te dragen dat bij een schoolwissel gedurende het schooljaar niet alleen de leerling maar ook de bijbehorende onderwijsbekostiging van school verhuist,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 135 (30079).
De heer Van Houwelingen (FVD):
We hebben begrepen dat dat lastig is in verband met de financieringssystematiek, maar die moet dan worden veranderd.
Het is natuurlijk heel vreemd dat dit gebeurt. Het praktijkonderwijs heeft daar natuurlijk extra last van, omdat daar — daar hebben we het in het debat over gehad — vaak gedurende het schooljaar leerlingen toestromen. Die krijgen dus niet hun financiering.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Stoffer van de SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Eén motie, en die klinkt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het onderwijsbeleid moet uitgaan van de gelijkwaardigheid van de verschillende schoolsoorten en leerroutes in het onderwijsstelsel;
constaterende dat nog steeds sprake is van een sterke opwaartse druk naar theoretisch onderwijs, waardoor onvoldoende recht gedaan wordt aan de kwaliteiten van veel leerlingen en ook te weinig kan worden ingespeeld op de behoefte aan goed geschoold beroepsgericht personeel;
constaterende dat de druk op het beroepsgerichte onderwijs zowel te maken heeft met te sterke prikkels in het stelsel, zoals de schooladvisering, als met te weinig specifieke focus op de behoeften van het beroepsgerichte onderwijs, zoals het werven van personeel op scholen die extra ondersteuning behoeven;
verzoekt de regering een richtinggevende visie te ontwikkelen op het praktijk- en beroepsgericht funderend onderwijs die recht doet aan de veelzijdige kwaliteiten van leerlingen en die dienstbaar is aan het verbeteren van onder andere een goede doorstroom en aansluiting op de arbeidsmarkt en de benodigde pedagogisch-didactische kwaliteiten van docenten, ondersteunend personeel en potentiële zijinstromers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 136 (30079).
Dank u wel. Tot slot bij dit tweeminutendebat mevrouw Rooderkerk van D66.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ruim de helft van de pr.o.-leerlingen doorstroomt naar het mbo, waarbij veel pr.o.-scholen de mogelijkheid bieden de entreeopleiding al in het laatste jaar van het pr.o. te volgen;
constaterende dat de mogelijkheid voor pr.o. en mbo om de entreeopleiding gezamenlijk aan te bieden al bijna twintig jaar wordt gedoogd, maar nog niet wettelijk is verankerd;
overwegende dat de huidige gedoogsituatie rechtsonzekerheid met zich meebrengt voor leerlingen, scholen en samenwerkingspartners, en dat een wettelijke basis noodzakelijk is om de kwaliteit en continuïteit van de pr.o.-entreeroute te waarborgen;
verzoekt de regering het wetstraject waarmee mogelijk wordt gemaakt dat leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o. ook de entreeopleiding kunnen volgen en afronden, met prioriteit te behandelen, en de Kamer te informeren over een concreet tijdpad voor de verdere uitwerking en invoering hiervan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk, Boomsma en Moorman.
Zij krijgt nr. 137 (30079).
Dank u wel. De minister heeft acht minuten nodig om de appreciaties voor te bereiden. We gaan dus schorsen tot 16.15 uur.
De vergadering wordt van 16.06 uur tot 16.15 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder met het tweeminutendebat. De staatssecretaris gaat de oordelen op de moties geven.
Staatssecretaris Tielen:
Dank u wel, voorzitter. Ik vond dat we hier een heel leuk en inspirerend commissiedebat over hadden, gericht op praktijkonderwijs en vmbo. Daar is veel te doen, denk ik. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat er zo veel moties liggen. Ik ga er een voor een doorheen.
De eerste motie, die op stuk nr. 127, is van mevrouw Moorman, meneer Boomsma en mevrouw Rooderkerk. Die gaat over prioriteit met betrekking tot de rechtstreekse bekostiging. Het nadeel is dat als alles met prioriteit moet, er niks met prioriteit kan. Maar het lijkt me toch goed om deze oordeel Kamer te geven. We proberen inderdaad voor de begrotingsbehandeling dat tijdpad te geven. Ik kan u nu al wel zeggen wat we daarbij ongeveer op de route hebben zitten, maar laat me dat even precies opschrijven. Ik denk dat dat beter is. De motie op stuk nr. 127 krijgt dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 127: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 128 van mevrouw Moorman en mevrouw Rooderkerk gaat over de verschillende beroepsprofielen in alle regio's. Ik schrok er zelf van om te zien wat vmbo's overal in Nederland wel en niet aanbieden, als je diep de cijfers induikt. Volgens mij is het superbelangrijk dat vmbo-leerlingen met veel verschillende beroepen in aanraking komen om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Ik geef de motie dus graag oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 128: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 129 van meneer Ergin gaat over de toelaatbaarheidsverklaring en een concreet afbouwpad daarvoor. Die motie moet ik ontraden, vanwege de tijdlijnen, de overwegingen en constateringen die meneer Ergin daarbij geeft. Dat laat onverlet dat we wel aan de slag gaan met de vraag hoe we omgaan met die toelaatbaarheidsverklaringen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 129: ontraden.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 130 van Ergin zou ik eigenlijk best wel graag willen overnemen. Daar hadden we in het debat ook al eventjes over. Ik omarm deze route namelijk heel graag.
De voorzitter:
Ja, ik zie een duimpje van de heer Ergin.
De motie-Ergin (30079, nr. 130) is overgenomen.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 131 is van de heer Kisteman. Dit sluit een beetje aan bij die beroepsgerichte profielen, maar is gericht op techniek. Daar werd ik inderdaad nog wat verdrietiger van, zoals meneer Kisteman misschien ook al in de constateringen probeert mee te nemen. Ik geef deze motie dus heel graag oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 131: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 132 van mevrouw Beckerman, mede namens mevrouw Westerveld, gaat over de reiskostenvergoeding. Daar zitten twee dingen in waardoor ik deze motie moet ontraden. Het ene is dat wij daar nu geen geld voor hebben. Dat is het ene. Het is altijd een beetje flauw om te zeggen, maar het is wel waar. Het andere is dat het heel moeilijk is om te zien welke leerlingen nou wel en niet in de bovenbouw zitten. Het afbakenen van die doelgroep is dus eigenlijk ook onmogelijk. Ik ontraad daarom de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 132: ontraden. Mevrouw Beckerman heeft een vraag.
Mevrouw Beckerman (SP):
De eerste reden die de staatssecretaris geeft, is: er is geen geld voor. Dan ga je dus bewust ongelijkheid tussen leerlingen van dezelfde leeftijd creëren, want de ene leerling krijgt het wel en de andere niet. Dat is natuurlijk heel wrang. Zij hebben net zulke hoge reiskosten. Ze zitten alleen op een ander schooltype, of zelfs op hetzelfde schooltype. Die eerste vind ik dus eigenlijk een hele pijnlijke voor dit kabinet.
Die tweede ging over de vraag om welke leerlingen het gaat. Deze reiskostenvergoeding gaat nu al via de scholen, dus die kunnen prima zien wie de kosten maakt en of die vergoed moeten worden. Ik zou het kabinet hier dus toch iets langer over willen laten nadenken. Ik ga 'm in ieder geval in stemming brengen.
Staatssecretaris Tielen:
Dat is mevrouw Beckermans goed recht. Dat is het mooie van moties van Kamerleden. Wat je decentraal ziet, kun je niet altijd centraal ook allemaal zien. Die uitvoering is echt anders. Als je het hele pad af gaat lopen van hoe we omgaan met alles binnen dezelfde leeftijd, dan zijn er natuurlijk heel veel dingen die anders zijn. Ik moet dit gewoon echt ontraden.
De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Beckerman. Tot slot.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik vind dat de staatssecretaris het alleen maar erger maakt. Ze zegt dat als je alles bekijkt, er heel veel verschillen zijn tussen leerlingen. Ja, dat is precies het probleem. Het probleem is dat het onderwijs een ongelijkheidsmachine is in plaats van een grote gelijkmaker. Dat is juist waarom die motie wordt ingediend en waarom de Kamer hier al langere tijd voor strijdt, juist omdat die ongelijkheid er is en er minder waardering is voor deze groep leerlingen, die er wel moet komen. Ik word dus niet echt overtuigd; juist andersom.
Staatssecretaris Tielen:
Ik begrijp wat mevrouw Beckerman doet. Ze zegt nu iets en keert 'm om. We kunnen een heel debat voeren over hoe we omgaan met onderwijskansen. Daar hebben we vorige week nog een heel leuk debat over gevoerd. Maar dat hele grote debat ga ik hier nu niet voeren in dit tweeminutendebat over pr.o. en vmbo. Ik kan deze motie nu niet uitvoeren. Ik ga die dus ontraden.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het punt is juist dat dit vaak de leerlingen zijn met de minste kansen. Dat zijn de leerlingen die soms uit gezinnen komen waarin het ontzettend moeilijk is. Deze leerlingen hebben niet hetzelfde recht als hun leeftijdsgenoten die toevallig op een ander schooltype zitten. Dan is het toch juist aan de overheid om, in het kader van gelijke kansen, die groepen, die gezinnen, deze leerlingen, een extra steuntje in de rug te geven in plaats van ze nu op achterstand te zetten?
Staatssecretaris Tielen:
Zoals ik al zei: hier valt een heel groot debat over te voeren. Dat hebben we onder andere vorige week en ook in dit debat gedaan. Volgens mij zijn we met elkaar — ik doel zowel op het ministerie als op de scholen, de docenten en de Tweede Kamer — heel druk bezig om te zorgen dat onderwijskansen dusdanig zijn dat iedereen het beste uit zichzelf kan halen. Daarom bestaat er ook zoiets als praktijkonderwijs. Maar ik kan niet aanraden om deze reiskostenvergoeding nu zo in te zetten. Dus ik moet de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 132 is ontraden. Dan de motie op stuk nr. 133.
Staatssecretaris Tielen:
Dan de motie op stuk nr. 133 van mevrouw Raijer over de internationale schakelklas. Het is nu al zo geregeld dat een toelaatbaarheidsverklaring voor het praktijkonderwijs pas beschikbaar gemaakt kan worden als een betreffende scholier ten minste een jaar in Nederland is, zodat je ook kan zien of taalachterstanden en leerachterstanden niet met elkaar verward worden, om het maar zo te zeggen, door scholen. We vinden het belangrijk dat de Nederlandse taal voldoende wordt beheerst. De motie is daarmee eigenlijk overbodig, omdat het al kan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 133: overbodig.
Staatssecretaris Tielen:
Dan de motie op stuk nr. 134 van meneer Van Houwelingen, over kansrijk adviseren. Ik noem het nooit "kansrijk adviseren". Ik noem het altijd "passend adviseren". Ik wil ook het liefst dat het schooladvies past bij de leerling om wie het gaat. Daarom zijn zowel de docenten van groep 8, als de doorstroomtoets, alsook bijvoorbeeld ouders daarbij betrokken. Die motie ontraad ik, omdat meneer Van Houwelingen en ik langs elkaar heen lijken te praten op dit onderwerp.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 134 wordt ontraden.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 135 van meneer Van Houwelingen gaat over de bekostiging gedurende een schooljaar. Wat nu al gebeurt als leerlingen veranderen van school, van vmbo naar praktijkonderwijs of terug, is dat schoolbesturen dit met elkaar met gesloten beurzen afspreken. De systemen zijn gewoon niet in staat om dat gedurende het schooljaar te doen en ze daar wel toe in staat stellen, is een zodanig langdurig, kostbaar en tijdsintensief traject dat ik dat wil ontraden.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Het is in ieder geval goed om te horen dat er met gesloten beurzen gecompenseerd wordt, maar het probleem is natuurlijk — dat kwam ook in het debat naar voren — dat relatief veel studenten naar het praktijkonderwijs stromen. Je krijgt dus een onevenwichtigheid in de bekostiging. Het is echt heel vreemd wat hier gebeurt. Dan kan het misschien lastig zijn om de systemen aan te passen, maar nu wordt hierdoor het praktijkonderwijs benadeeld. Daar zou de staatssecretaris zich toch zorgen over moeten maken? Ze zou toch op zijn minst iets moeten willen bedenken om dat recht te trekken? Zoals het nu gaat, is het niet logisch en niet goed, denk ik.
Staatssecretaris Tielen:
Daarbij is bekostiging niet het grootste probleem. Wat meneer Van Houwelingen goed zegt, denk ik, is dat het wel een probleem is. Dat heeft ook te maken met de voorspelbaarheid van klassen en de manier waarop docenten ermee om kunnen gaan. Wij zien dat dus wel daadwerkelijk als iets waar we mee aan de slag moeten. Dat heeft te maken met het advies waar meneer Van Houwelingen in de vorige motie al naar verwees en waar ik op terugkom in een latere brief als het gaat over de doorstroomtoets en schooladviezen. Als meneer Van Houwelingen om urgentie voor dit probleem vraagt, omdat het om meer gaat dan alleen bekostiging, dan heeft hij gelijk, maar deze motie ontraad ik, omdat deze echt puur gericht is op het bekostigen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 135 wordt ontraden.
Staatssecretaris Tielen:
Dan de motie op stuk nr. 136 van meneer Stoffer, over een visie op vmbo- en praktijkonderwijs. Ik ben dol op visies, vooral als ze uiteindelijk ook landen in concrete plannen. Ik vond het debat daarom ook goed, omdat we op die manier ook met elkaar in debat waren, zowel over waar we heen moeten en wat we belangrijk vinden, als over hoe we dat aan kunnen pakken. Maar laat me gewoon oordeel Kamer geven aan deze motie. Ik wil ook zeggen dat ik in een brief over praktijkgericht onderwijs in den brede — dat is dus niet per se praktijkonderwijs of vmbo, maar dat kan ook gaan over bijvoorbeeld de havo — een eerste aanzet zal geven voor die visie. Dan denk ik dat we daarover in gesprek kunnen blijven met elkaar.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 136 krijgt oordeel Kamer.
De heer Stoffer (SGP):
Ik wil nog heel kort een reactie geven. Ik ben heel blij met dit oordeel en ook met de interpretatie van de staatssecretaris. Voor mij hoeft het geen hele lange visie te worden. Ik heb veel liever dat het tot iets concreets komt. Ik doel dus op een zo kort mogelijke visie en zo veel mogelijk resultaat. Dan vinden we elkaar helemaal, denk ik.
Staatssecretaris Tielen:
We verstaan elkaar. Dat is altijd fijn.
De voorzitter:
Mooi zo. Dan de motie op stuk nr. 137.
Staatssecretaris Tielen:
Tot slot de motie op stuk nr. 137 van mevrouw Rooderkerk, meneer Boomsma en mevrouw Moorman, over de aansluiting tussen praktijkonderwijs en de entreeopleiding. De vraag is of ik ook daar prioriteit aan wil geven en een concreet tijdpad wil noemen. Volgens mij moet ik die motie ook gewoon oordeel Kamer geven, omdat dit ook een belangrijk onderdeel is van het totaalpakket aan dingen die we doen om ervoor te zorgen dat scholieren overal op een passende plek terechtkomen en goed onderwijs krijgen om hun toekomst vorm te gaan geven.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 137 krijgt oordeel Kamer.
Daarmee zijn wij aan het eind gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De stemmingen over de moties vinden plaats op 16 juni. We schorsen nu tot 18.30 uur. Daarna gaan we verder met het tweeminutendebat Voorhang van het Besluit aanpassing regelgeving verhuur.
De vergadering wordt van 16.23 uur tot 18.31 uur geschorst.