Stenogram : Beëdiging van de heer Bolhuis
5 Beëdiging van de heer Bolhuis
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 80
Te raadplegen sinds
2026-08-25Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 80
Voorzitter: Van Campen
Beëdiging van de heer Bolhuis
Aan de orde is de beëdiging van de heer Bolhuis (PRO).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de beëdiging van een nieuwe collega. Ik verzoek de leden om hun plaats in te nemen.
Ik geef het woord aan de heer Ellian voor het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.
De heer Ellian (voorzitter van de commissie):
Dat ga ik met alle plezier doen, voorzitter.
De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op de heer W.D. Bolhuis te 's-Gravenhage. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de heer W.D. Bolhuis te 's-Gravenhage terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De commissie stelt u daarom voor om hem toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dient hij wel eerst de verklaringen en beloften zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal van 27 februari 1992, Staatsblad nr. 120, af te leggen.
De commissie verzoekt u tot slot om de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.
De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.
Daartoe wordt besloten.
(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)
De voorzitter:
Ik verzoek de leden en overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune, voor zover dat mogelijk is, te gaan staan.
De heer Bolhuis is in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven verklaringen en beloften af te leggen.
Ik zie dat de Griffier al op weg is om hem binnen te leiden.
(De heer Bolhuis wordt binnengeleid door de Griffier.)
De voorzitter:
De door u af te leggen verklaringen en beloften luiden als volgt:
"Ik verklaar dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik beloof trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.
Ik beloof dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."
De heer Bolhuis (PRO):
Dat verklaar en beloof ik.
De voorzitter:
Ik wens u van harte geluk met het lidmaatschap van de Kamer.
Ik heb het genoegen om u als eerste te feliciteren. Ik schors heel kort, zodat de collega's u ook kunnen feliciteren. Van harte welkom!
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.