Stenogram : Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele
32 Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 79
Te raadplegen sinds
2026-08-24Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier3684736847Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 79
Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
-het wetsvoorstel Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele (36847).
(Zie vergadering van 27 mei 2026.)
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van vandaag. Aan de orde is de Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele. De eerste termijn van de Kamer heeft al plaatsgevonden. We zijn hier vanavond voor het antwoord van het kabinet op de vragen die gesteld zijn in de eerste termijn. Ook de tweede termijn gaan we vandaag natuurlijk afronden.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Dat gezegd hebbende, heet ik de staatssecretaris van harte welkom en geef ik hem het woord voor de beantwoording van de gestelde vragen in de eerste termijn.
Staatssecretaris De Bat:
Dank u wel, voorzitter. Een groot deel van de antwoorden is schriftelijk toegezonden. Daarmee hebben we, denk ik, een groot deel van hetgeen u aan informatie nodig heeft, verstrekt. Er is nog een aantal vragen die ik graag mondeling beantwoord. Het is op zich wel boeiend dat een debat over splitsing ook in een gesplitste opzet plaatsvindt. Dat past wel bij zo'n onderwerp.
Ik heb drie onderwerpen: kernenergie in het systeem, de rol van bedrijfsduurverlenging in dat systeem en nog iets over een aantal randvoorwaarden waar vragen over gesteld zijn.
Allereerst hebben zowel PRO als de PVV vragen gesteld over de rol van kernenergie in het systeem. Uiteindelijk biedt kernenergie schone, betrouwbare elektriciteit, onafhankelijk van het weer. In oktober 2025 is er al een studie van TNO naar de Kamer gestuurd waaruit blijkt dat een systeem met kernenergie tot vergelijkbare kosten leidt ten opzichte van een systeem zonder kernenergie. Daarin is rekening gehouden met investeringen in centrales, maar bijvoorbeeld ook met investeringen in het net en in opslag. Naast deze vergelijkbare kosten op systeemniveau levert kernenergie andere voordelen, zoals diversiteit in productiebronnen en meer diversiteit in toeleveringsketens.
We zijn druk aan het nadenken over het uitbouwen van de rol van kernenergie. De bedoeling is om nog voor het debat over kernenergie van 2 juli een Kamerbrief te sturen waarin we de routekaart presenteren over hoe we de uitrol van kernenergie richting de toekomst zien. Dat doen we naast het werk dat we nu bespreken, over de bedrijfsduurverlenging.
Het tweede blokje vragen ging over de rol van bedrijfsduurverlenging in het systeem. De SGP heeft heel specifiek gevraagd wat de rol van kerncentrale Borssele is in dat systeem. Je zou kunnen zeggen dat nieuwe centrales per definitie later beschikbaar zijn dan de huidige centrale. Daarmee levert verlenging natuurlijk eerder productie dan de nieuw te bouwen centrales. Ik wil wel benadrukken dat bedrijfsduurverlenging zowel kosteneffectief als CO2-effectief is. De bouw is al klaar en is al gefinancierd. Er komt gewoon langer stroom uit, met lage marginale kosten. Denk ook aan CO2. Er wordt gewoon langer schone elektriciteit mee geleverd. Daarmee heb je op twee fronten winst als je de centrale langer in bedrijf houdt.
De PVV vroeg hoelang de centrale kan openblijven en hoe de werkzaamheden er praktisch uit zullen zien. In de haalbaarheidsstudies voor bedrijfsduurverlenging wordt een periode van twintig jaar onderzocht. Of dit ook de optimale uitkomst is, moet natuurlijk blijken uit het vervolgproces. Er moet ook blijken hoe het zit in relatie tot de investeringen die gedaan moeten worden. Uiteindelijk is het aan de vergunninghouder om in het veiligheidsrapport bij de vergunningaanvraag aan te tonen hoelang de kerncentrale veilig open kan blijven. Dat zit in het vervolgproces. De vergunninghouder moet dat aantonen. De beoordelaar zal dan zeggen of dat wel of niet kan. Het veiligheidsdossier moet worden opgesteld. En de milieueffecten voor de verlenging moeten dan ook in beeld zijn gebracht.
Tot slot nog een paar vragen over de randvoorwaarden die gereed moeten zijn. Wat moet er nou allemaal geregeld zijn om de bedrijfsduurverlenging daadwerkelijk in te zetten? De VVD vroeg of ik in wil zetten op standaardisatie van vergunningaanvragen en een beoordelingskader. De ANVS is daar natuurlijk al mee bezig. Die doet dat in goede samenwerking met allerlei andere buitenlandse ANVS'en. Er is dus sprake van een goede samenwerking binnen de Europese landen. Zij hebben die rol. Zij hebben een publicatie uitgebracht die Handreikingen heet. Daarin kunnen initiatiefnemers heel snel ophalen wat er aan informatie nodig is, zodat ze daarop kunnen inspelen.
De VVD vroeg ook of er voldoende capaciteit is bij provincies om dit soort complexe processen soepel te doorlopen. We hebben met het IPO, het overleg van provincies, afgesproken dat we elkaar daarin steunen. Wij zullen de provincies dus helpen waar nodig. Er is een samenwerkingsagenda opgesteld. Daarbij hebben ze zelf ook de taak en de opdracht om zo veel mogelijk in beeld te brengen. Daar hebben we ook financiële middelen voor beschikbaar gesteld. We zullen u voor de zomer nog nader informeren over die samenwerkingsagenda.
Voorzitter. Daarmee heb ik de vragen die nog niet schriftelijk waren beantwoord, nu mondeling beantwoord.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Müller van de VVD. Mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank aan de staatssecretaris voor zowel zijn schriftelijke als mondelinge beantwoording. Mijn vraag ging echt over SMR's. We gaan hele nieuwe trajecten in en we gaan zien of horen vanuit het veld dat er zorgen zijn over hoelang die trajecten waarschijnlijk gaan duren. ANVS zegt dat het er voor de SMR nu naar uitziet dat het minimaal drie jaar gaat duren, en misschien wel vijf jaar, terwijl de VS en het VK gaan bekijken hoe ze het binnen twee jaar kunnen doen. Ik vind het goed om te horen dat de ANVS met de buitenlandse regulatoren overlegt, maar ik hoop dat wij diezelfde ambitie houden en geen tijd weg laten lopen. Ik hoop niet dat wij er vijf jaar over doen waar andere landen er twee jaar over doen.
Staatssecretaris De Bat:
Dat is een terechte vraag, want waar je parallel kunt schakelen met andere landen, moet je dat ook willen. Daar kunnen we ook van leren. Dat wil de ANVS ook. Er zit dus geen spanning op. We moeten dus bezoeken afstemmen en informatie delen in de hoop dat dat dan leidt tot eenzelfde soort proces. En we moeten natuurlijk, voor elk onderdeel van het komen tot een beslissing, een kritiek tijdspad opstellen. De vraag is wat het meest kritieke tijdspad is: de vergunningsverlening, de investeringsbeslissing, of het vinden van een locatie? Dat willen we in de routekaart uitschrijven. Daarin willen we al die processen zodanig uitschrijven dat we de kritieke tijdspaden weten. Dan kunnen we vervolgens weer op de kritieke tijdspaden gaan duwen om ze te versnellen.
De voorzitter:
Er is een vervolgvraag van mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dat klinkt in principe heel goed. Tegelijkertijd zien we in Nederland natuurlijk bij alle energieprojecten dat de vergunningverlening veel langer duurt dan we verwachten. Met zo'n nieuw project als dit is mijn zorg echt dat we die niet helemaal onder controle gaan krijgen. Maar ik kijk ernaar uit om u daar kritisch op te blijven bevragen de komende tijd. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de capaciteit van de ANVS. U gaf in uw schriftelijke beantwoording aan dat de minister van IenW er vanuit de Kernenergiewet voor verantwoordelijk is om daar voldoende middelen voor vrij te maken, en dat die daarmee geborgd is. Maar dat overtuigt mij er niet meteen van dat dat ook echt gebeurt en dat er echt voldoende mensen zijn die deze hele nieuwe trajecten kunnen starten. Zou u daar toch nog een aantal woorden extra aan kunnen wijden?
Staatssecretaris De Bat:
Jazeker. Ook vanuit ons ministerie zijn er extra middelen beschikbaar gesteld om de ANVS op te lijnen en in staat te stellen om mensen aan te nemen zodat er in deze processen meer daadwerkelijk gedaan kan worden. Dat zullen we kritisch volgen. In de ambitie om alle kritieke tijdspaden zo veel mogelijk naar voren te duwen, hoort dus ook dat je investeert in dit soort processen en Europees gezien dingen met elkaar afstemt en leert van elkaar, in plaats van dat je alles voor jezelf wilt ontwikkelen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris heeft eerder aangegeven dat strategische autonomie een belangrijke rol speelt bij de argumentatie voor het langer openhouden van Borssele. Kan de staatssecretaris bevestigen dat er op dit moment nog een indirecte afhankelijkheid van Rusland bestaat in de uraniumketen?
Staatssecretaris De Bat:
Daar hebben we in de schriftelijke beantwoording al iets over gezegd. Die indirecte afhankelijkheid bestaat.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris bevestigt wederom die afhankelijkheid. Kan de staatssecretaris dan garanderen dat het draaiende houden van Borssele niet de Russische staatskas spekt en dus ook niet daarmee de oorlog in Oekraïne financiert?
Staatssecretaris De Bat:
Dit vraagt om een vrij diepgaande analyse van alles wat daaromheen speelt. Allereerst gaat het om de vragen hoe de brandstofketen precies is opgesteld en hoe je datgene wat uiteindelijk als product uit de centrale komt daadwerkelijk weer kunt opwerken. Daarin spelen kennis en kunde nu eenmaal een enorm belangrijke rol. Daarbij speelt ook dat een aantal van die processen op dit moment plaatsvinden bij bedrijven die een relatie met Rusland hebben. Er wordt gezocht naar een manier om daar in de toekomst minder afhankelijk van te worden. Daar kunnen we nu nog geen harde toezegging op doen, maar de bedoeling is wel om, zoals we met alles doen, steeds te blijven zoeken naar hoe we minder afhankelijk kunnen worden van Rusland.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik constateer dat de staatssecretaris die garantie niet kan geven. Ik concludeer dat dit kabinet dan met belastinggeld van gewone Nederlanders de Russische staatskas spekt.
De voorzitter:
Meneer Flach heeft een vraag aan de staatssecretaris.
De heer Flach (SGP):
Die laatste opmerking nodigt uit om erop in te gaan, maar die was niet aan mij gericht, dus laat ik dat niet doen.
Een ander onderwerp: ik had gevraagd hoe de verschillende rollen van het Rijk inzake besluitvorming over bedrijfsduurverlenging zich tot elkaar verhouden. Die vraag is in de schriftelijke beantwoording beantwoord, maar het is voor mij nog steeds niet helemaal duidelijk. Mijn vraag ziet ook een beetje op hoe je die rollen scheidt en in hoeverre die door elkaar lopen. Het antwoord is als een tijdlijn opgeschreven, maar die rollen hebben ook invloed op elkaar. Zou de staatssecretaris misschien nog eens even kunnen schetsen hoe die verschillende rollen zich tot elkaar verhouden?
De voorzitter:
Ik kijk even naar de staatssecretaris. Is het helder op welke vraag de heer Flach doelt?
Staatssecretaris De Bat:
Nee. Welke rollen bedoelt u precies?
De heer Flach (SGP):
Ik zal het nog even wat preciezer formuleren. Het is een vraag op pagina 3 van de schriftelijke beantwoording. Daar staat "het lid Flach vroeg hoe de verschillende rollen van het Rijk inzake besluitvorming over bedrijfsduurverlenging zich tot elkaar verhouden". Er staat een soort verzamelantwoord op de pagina daarna, maar ik kan niet zeggen dat het voor mij daarmee duidelijk is geworden. Je hebt natuurlijk de rol van mogelijk aandeelhouder; die is ook beschreven. Er zijn ook andere rollen. Hoe verhouden die zich tot elkaar?
Staatssecretaris De Bat:
We zijn één overheid, maar we hebben volgens mij om te beginnen al drie rollen. Je hebt straks de rol van aandeelhouder. Als het allemaal doorgaat, zal die toezien op de entiteit EPZ, die straks voor een deel in handen is van de Rijksoverheid en voor een deel in handen is van een andere aandeelhouder. Je hebt de rol van het ministerie van KGG, dat de ambitie heeft om kernenergie daadwerkelijk als een van de opwekbronnen van de toekomst door te voeren. Je hebt ook de rol vanuit IenW, waarbinnen de ANVS een positie heeft. Het is dus heel belangrijk dat die rollen met elkaar spreken, maar ook hun eigenheid behouden, omdat je nu eenmaal ook te maken hebt met die verschillende verantwoordelijkheden. Dan heb ik het ook zeker over de rol van de ANVS op het gebied van veiligheid. Die kan nooit vermengd worden met de rol die te maken heeft met ambitie; die twee dingen moeten gescheiden zijn. Hetzelfde geldt voor de gesprekken met de financieel deskundigen die als aandeelhouder zullen gaan opereren. Ook daarbij zul je natuurlijk onderscheid moeten maken tussen wat kan, mag en moet.
De heer Flach (SGP):
Precies. Dat is eigenlijk de kern van wat ik bedoel: veiligheid, ambitie en financiën lopen door elkaar. Dan ligt het voor de hand dat je snel vermenging van die rollen krijgt. Hoe is geborgd dat je dat op een zuivere manier uit elkaar houdt?
Staatssecretaris De Bat:
Doordat we daar met drie verschillende ministeries een rol in hebben. Dat is zeker met de ANVS gewoon apart georganiseerd, want wat betreft veiligheid zou je natuurlijk op geen enkele manier concessies willen doen. Ook de staatssecretaris van IenW, die daar verantwoordelijk voor is, heeft natuurlijk geen directe invloed op de ANVS om te beoordelen hoe dit werkt. Men heeft daarin een zelfstandige rol.
De voorzitter:
De heer Vermeer heeft een vraag voor de staatssecretaris.
De heer Vermeer (BBB):
Ik wil de staatssecretaris bedanken voor de antwoorden. Het is altijd een voordeel dat je het rustig tot je kunt nemen. Een nadeel is dat je niet echt in een debatdynamiek komt, maar ik denk zeker dat bij deze wet de inhoud het allerbelangrijkste is. Op pagina 2 geeft de staatssecretaris aan: "Nucleaire vergunningshouders zijn verplicht om een actueel ontmantelingsplan en financiële zekerheid te hebben." Iedere vijf jaar wordt zo'n plan geactualiseerd. Wij hebben weleens eerder gevraagd, ook rond vergelijkingen die hier in de Kamer gemaakt worden tussen de verschillende soorten energieopwekking, hoe dit nou eigenlijk geregeld is bij zonneparken en windturbines. Daarbij spelen steeds grotere afvalproblemen toch ook een rol. Wat kan de staatssecretaris daar nu over zeggen?
Staatssecretaris De Bat:
Dat valt een klein beetje buiten de kennis die ik hierover heb. Ik weet wel dat er bij windparken op zee ook zekerheidsstellingen zijn gedaan om de ontmanteling straks daadwerkelijk te organiseren. Als de heer Vermeer precies wil weten hoe dat bij al het andere zit, dan moet ik daar in de tweede termijn op terugkomen.
De heer Vermeer (BBB):
Dat hoeft wat mij betreft niet vanavond nog. Dat mag ook gewoon volgende week een keer in een brief. Ik wil namelijk een keer goed op een rij hebben waarin nou de verschillen en overeenkomsten zitten. Dit is namelijk wel een belangrijk thema waar veel burgers zich zorgen over maken, door allerlei plaatjes van rotorbladen die in woestijnen opgepakt liggen.
De voorzitter:
Laten we het even afhechten, meneer Vermeer. De vraag aan de staatssecretaris is of hij op een ander moment schriftelijk op dit thema, ontmantelen, terug kan komen.
Staatssecretaris De Bat:
Dat doe ik met alle plezier, vanzelfsprekend. We hebben er waarschijnlijk meerdere ministeries voor nodig om daar een antwoord op te geven. Ik denk niet dat het helemaal lukt in de tweede termijn, dus schriftelijk is ook prima.
De voorzitter:
Ja, dat zou ik aanraden.
De heer Vermeer (BBB):
Dan had ik nog een andere vraag, over pagina 5. Mag die erachteraan?
De voorzitter:
Zeker.
De heer Vermeer (BBB):
Die gaat over de stand van zaken rondom het convenant. Dat wordt hier natuurlijk gekoppeld aan de overname van de aandelen en de hele deal die daarbij nog speelt. Is het niet zo dat als dat overgenomen wordt, dan ook de verplichtingen van zo'n convenant overgenomen worden? Ik kan niet helemaal uit de brief opmaken hoe nu precies met dat convenant omgegaan wordt. De staatssecretaris zegt namelijk: "Ik zal met andere partijen van het convenant bezien of aanpassing of beëindiging van het convenant nodig is." Maar als je iets overneemt, dan neem je toch ook alle afspraken over die gelden bij de bedrijfsvoering?
Staatssecretaris De Bat:
Die een-op-eenverplichting is er niet, maar het is natuurlijk wel belangrijk dat er gewoon afspraken in het convenant staan waar je goed naar moet kijken in het vervolg van de onderhandeling. Daarom hebben we gezegd dat dit stap één is. Stap twee is het tegen het licht houden van alle andere verplichtingen die voortvloeien uit de overname, waaronder het convenant. Daar komen we dan later vanzelfsprekend op terug.
De heer Vermeer (BBB):
Als ik het goed begrijp, zijn de convenantpartners niet allemaal bij de onderhandeling betrokken. Die kunnen daar nu dus niet zelf iets over zeggen.
Staatssecretaris De Bat:
Exact. Dat komt dus in het vervolg, nadat we dit besluit hebben genomen.
De voorzitter:
De heer Kops heeft een vraag voor de staatssecretaris.
De heer Kops (PVV):
Dank voor de beantwoording. Ik zou graag willen doorvragen op de aanvraag van de vergunning zelf, namelijk: hoe gaat dat nou? In artikel 15a, lid 3, zoals voorgesteld in dit wetsvoorstel, staat: "De Autoriteit toetst de aanvraag tot wijziging van de vergunning aan de belangen, bedoeld in artikel 15b." De centrale heeft op dit moment uiteraard een vergunning. Die vergunning is hier al aan getoetst en die voldoet hier natuurlijk aan. Als zo'n wijzigingsvergunning wordt aangevraagd, wat materieel niets anders is dan een voortzetting of een verlenging van de vergunning, klopt het dan dat er een totaal nieuwe toets moet plaatsvinden? Moet alles waarvoor de huidige vergunning al verleend is, dan opnieuw getoetst worden? Klopt dat?
Staatssecretaris De Bat:
Daar kom ik in de tweede termijn op terug. Dat is echt juridisch uitspitwerk.
De voorzitter:
Heeft u nog een vervolgvraag?
De heer Kops (PVV):
Dat is prima. Op pagina 7 van de memorie van toelichting staat, als het gaat om de milieueffecten: "De ANVS zal de milieueffecten in de beoordeling van de aanvraag betrekken, ook als deze niet het gevolg zijn van fysieke wijzigingen van de inrichting." Daar ziet mijn vraag op. Als de omstandigheden niet gewijzigd zijn, wordt er dan een totaal nieuwe toets uitgevoerd, dus ook als dingen helemaal niet veranderd zijn? Leidt dat dan niet tot onnodige vertraging en dergelijke?
Staatssecretaris De Bat:
De vraag is helder. Het zal ook gaan om de vraag: is het een verplichting of een keuze om een volledige toets te doen? Daar wil ik heel specifiek op antwoorden en daar heb ik hulp bij nodig.
De voorzitter:
Dat komt in de tweede termijn.
De heer Van den Berg (JA21):
In mijn eerste termijn vroeg ik naar het treinabonnement en de gelden die daarvoor worden vrijgemaakt, wat ten koste gaat van de berging van nucleair afval. Ik las in de brief dat de gevolgen daarvan nog in kaart worden gebracht. Is dat niet wat magertjes, zo vraag ik aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris De Bat:
Dat fonds bevat natuurlijk veel meer. Het gaat om het totale Klimaatfonds, waar een enveloppe voor kernenergie in zit. Daar lijkt het niet op te slaan, maar we willen even goed uitzoeken wat de exacte gevolgen zijn. Daar ga ik met de minister over spreken, want die gaat erover. Maar voor zover mijn informatie strekt, heeft het niet direct gevolgen voor de kernenergie-enveloppe.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Door andere partijen wordt heel vaak het punt gemaakt dat afval en eindberging een probleem zijn bij kernenergie, dus dan is het wel apart dat er juist uit die gelden geroofd wordt ten behoeve van een treinabonnement. De gevolgen daarvan kunnen we op deze manier nog niet goed overzien. Welke exacte gevolgen heeft dat voor de eindberging van het afval?
Staatssecretaris De Bat:
Het Klimaatfonds heeft een enveloppe kernenergie, en die enveloppe blijft gewoon bestaan. Dus daar gaat geen geld af.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, tot slot. Volgens mij zagen we toch echt staan dat het juist ten koste zou gaan van het onderzoek naar de eindberging van kernenergie. Als dat nog verder uitgezocht moet worden, dan zou ik daar wel graag een brief over willen. Maar hoe zou de staatssecretaris dan duiden dat we de gelden die we hebben voor de eindberging nu gaan weghalen, terwijl we tegelijkertijd partijen hebben die zeggen dat dat juist het probleem is? Hoe duidt de staatssecretaris dat?
Staatssecretaris De Bat:
Er mag gewoon geen misverstand bestaan over hoe belangrijk het vinden van eindberging is. Het is heel belangrijk geweest dat het vorige kabinet het onderzoek daarnaar naar voren heeft gehaald, dus dat we daar nu al mee starten, dat dat ook al wordt uitgewerkt en dat op allerlei manieren nu al in beeld wordt gebracht waar dat mogelijk is en hoe je dat dan regelt. Op geen enkele manier zal aan dat onderzoek worden afgedaan, want dat is ontzettend belangrijk, ook voor het behouden van draagvlak voor het ontwikkelen van kernenergie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
In de eerste termijn hadden we het al even over de Borselse Voorwaarden. Kan de staatssecretaris benoemen hoeveel van die Borselse Voorwaarden van toepassing zijn op de bedrijfsduurverlenging?
Staatssecretaris De Bat:
Wat betreft de voorwaarden zoals Borsele en de provincie Zeeland die hebben opgesteld: dat proces is begonnen in relatie tot de nieuwbouw van kerncentrales. Daar zijn ook die voorwaarden in de basis aan gekoppeld. Toen er sprake was van bedrijfsduurverlenging — dat is al eerder geweest — is niet die koppeling een-op-een gemaakt. Maar wat natuurlijk wel waar is, is dat die processen gelijk oplopen. De bedrijfsduurverlenging speelt nu ook. De nieuwbouw speelt nu ook. Dan kom je er ook op uit dat een aantal van die voorwaarden prima voor het geheel tellen. Maar als er niet over nieuwbouw was gesproken, was er waarschijnlijk op een heel andere manier over die voorwaarden gesproken.
De voorzitter:
Vervolgvraag, mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit toch wel een beetje vreemd. In de brief staat namelijk dat er geen voorwaarden zijn die expliciet zien op de bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale van Borssele, maar als ik dan die voorwaarden erbij pak, dan gaan 36 van de 42 expliciet over bedrijfsduurverlenging. Dus hoe rijmt de staatssecretaris dat?
Staatssecretaris De Bat:
Ik weet niet hoe u dan telt, maar dat is gewoon niet waar. Er is natuurlijk te allen tijde wel een relatie, omdat de voorwaarden zien op alles wat met die nieuwbouw gepaard gaat. Daar zijn die voorwaarden aan gekoppeld.
De voorzitter:
Graag via de voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout, tot slot.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het jammer om te zien dat de staatssecretaris nu, net als bij de zoutwinning vorige week, de Kamer verkeerd informeert. Er staat 36 keer in die Borselse Voorwaarden expliciet "bedrijfsduurverlenging van Borssele". En zowel in de brief als nu, in dit debat, geeft de staatssecretaris niet thuis. Wat mij betreft geeft dat nogmaals aan dat we hier niet overhaast beslissingen over moeten nemen. Als we een heleboel informatie nog niet blijken te hebben en als de informatie die we wel hebben ook nog eens niet volledig blijkt te zijn, dan lijkt het me toch een heel stevig signaal dat we hier niet overhaast over moeten beslissen.
De voorzitter:
Ik hoor geen vraag, maar ...
Staatssecretaris De Bat:
Nee, maar het is wel goed om daarop te reageren. Wat ik zojuist heb geschetst, is dat de Borselse Voorwaarden én de Zeeuwse Voorwaarden zijn opgestart als proces in relatie tot de nieuwbouw van de kerncentrales. Zo is het gestart. Maar er is een relatie tussen die twee projecten, omdat ze nu in hetzelfde tijdsgewricht spelen en allebei over kernenergie gaan. Zo is de relatie gelegd, maar in de eerste expliciete aanhaking is het echt gekoppeld geweest aan de nieuwbouw. Ik geloof dat ik er enigszins over kan spreken, omdat ik zelf aan de start van het opstellen van de voorwaarden heb gestaan. Dus dat is echt op die manier aan elkaar gehaakt. Ja, ook die nieuwbouw heeft natuurlijk een aantal consequenties; die zijn steeds benoemd in relatie tot de voorwaarden zoals die zijn opgesteld voor de nieuwbouw.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout, ik zou graag naar de tweede termijn willen. Ik denk dat u daar nog uw opmerkingen en vragen kan neerleggen, met uw goedvinden. Kan dat in de tweede termijn? Oké, we hebben nog een interruptie van mevrouw Van Oosterhout naar aanleiding van de reactie van de staatssecretaris.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het wel belangrijk dat we daar ook de tijd voor nemen. De staatssecretaris heeft bij de behandeling van dit wetsvoorstel telkens geschetst dat dit slechts een kleine stap is. Tegelijkertijd weten we ook dat er achter de schermen al wordt onderhandeld over de overname van de kerncentrale. Kan de staatssecretaris bevestigen dat die onderhandelingen al lopen?
Staatssecretaris De Bat:
Dat klopt. Daar is de Kamer ook over geïnformeerd.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris bevestigt dus dat de onderhandelingen al lopen, terwijl we niet weten of Borssele veilig kan openblijven, voor hoelang en hoeveel geld dat gaat kosten. Hoe kan de staatssecretaris dan een realistisch bedrag hangen aan die onderhandelingen?
Staatssecretaris De Bat:
Omdat je daar alle informatie die nodig is voor het openhouden van de kerncentrale tot 2033 en alles wat daarna nog komt, uit elkaar trekt en allebei benut om tot een realistisch pad te komen. Dat is een kwestie van goed rekenwerk en allebei die varianten op tafel leggen. Daar heb je het dan over in de onderhandelingen.
De voorzitter:
Tot slot op dit punt, mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dit is eigenlijk precies waar ik al bang voor was. Ik concludeer dat dit rechtse minderheidskabinet keihard aan het bezuinigen is op gewone mensen, op onderwijs, op zorg, op de sociale zekerheid. En tegelijkertijd wordt er wel even een blanco cheque uitgekeerd voor het verlengen van het gebruik van een kerncentrale, waarvan we niet weten hoe duur het is, waarvan we niet weten voor hoelang dat is, waarvan we niet weten of het veilig kan. Dat is wat mijn partij betreft gewoon geen verantwoord bestuur. Dat is gokken met het geld van de Nederlandse belastingbetaler.
Staatssecretaris De Bat:
Ik denk dat dat net iets genuanceerder ligt, omdat alles wat te maken heeft met de verlenging en de financiële consequenties daarvan en het überhaupt beslissen over de verlenging helemaal nog niet op tafel is geweest. Dat komt nog. Dat is pas voor het vervolgproces.
De voorzitter:
De heer Klos heeft nog een vraag aan de staatssecretaris.
De heer Klos (D66):
Nog even door op de Russische route in de splijtstofcyclus. Ik las in de schriftelijke beantwoording van het kabinet op mijn vragen daarover dat het kabinet expliciet niet wil uitsluiten dat die behouden wordt omdat het nog wil wegen wat het belang daarvan is ten opzichte is van het gebruik van andere brandstoffen. Mijn vraag ziet op die beantwoording. Welke criteria hanteert de staatssecretaris nou bij het ofwel in stand houden van de splijtstofcyclus ofwel het gebruiken van andere brandstoffen?
Staatssecretaris De Bat:
Je hebt twee uitersten. Je kunt zeggen "we stoppen gelijk", maar dan heb je een probleem in je brandstofketen. Dan kom je daar tekort en kun je niet datgene doen wat je wilt, namelijk deze CO2-vrije elektronen produceren. En je hebt de andere kant, die is dat je de Russische afhankelijkheid zo snel mogelijk, zo veel mogelijk en helemaal wil afbouwen. Tussen die twee zaken in moeten we een weg zoeken. Daar heeft het vorige kabinet al een eerste zoektocht in gedaan. Die zoektocht zetten we voort.
De voorzitter:
Een vervolgvraag, meneer Klos.
De heer Klos (D66):
Die zoektocht duurt inderdaad al sinds 2023. Ik las ook nog niet welke stappen er concreet zijn gezet. Maar de vraag die ik erbij heb, is: speelt het geld nou ook een rol? In principe zouden we natuurlijk in Europa die faciliteit zelf kunnen ontwikkelen. Is het nou gewoon makkelijk en goedkoop om dat in Rusland te doen of is er echt geen alternatief?
Staatssecretaris De Bat:
Ook dat is een optelsom van heel veel meer dan geld. Het is echt ook kennis en kunde die beschikbaar is, het ontwikkelen van de techniek, het totaal opbouwen van die hele keten. Het is meer dan alleen geld. Het is echt die optelsom van veel. Daarom is die zoektocht ook zo belangrijk en moeten we die ook voortzetten en is ons alles eraan gelegen om daar een antwoord op te vinden. Dat antwoord is er op dit moment gewoon nog niet.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Klos.
De heer Klos (D66):
Ja, tot slot. Ik geloof de juiste intentie van het kabinet op dit punt, maar mijn vraag is: weegt het voor het kabinet nou het zwaarst om die Russische afhankelijkheid af te bouwen of weegt het het zwaarst om zo goedkoop mogelijk de kerncentrale in de lucht te houden?
Staatssecretaris De Bat:
Ik geloof niet dat die weging zo makkelijk is. Ik denk dat het echt net een stuk ingewikkelder ligt en dat je überhaupt zekerheid moet hebben in deze nucleaire keten omdat je anders überhaupt die totale nucleaire keten niet op orde kunt houden. Dus het is zwaarder dan het een of het ander. De bedoeling en de zoektocht zijn dezelfde, maar het antwoord vinden blijkt gewoon veel ingewikkelder dan gedacht.
De voorzitter:
Goed. Ik kijk naar de leden om te checken of we kunnen starten met de tweede termijn aan de kant van de Kamer, die begint met een bijdrage van mevrouw Van Oosterhout. Ik kijk haar kant op. Ja, we kunnen starten. Ik nodig haar dan uit om bij het spreekgestoelte te komen staan. Ik dank ook de staatssecretaris voor zijn toelichting op de schriftelijke beantwoording in eerste termijn. Ik geef het woord aan mevrouw Van Oosterhout voor haar bijdrage in tweede termijn. Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de staatssecretaris in zijn brief stelt dat geen van de Borselse Voorwaarden expliciet zouden zien op de bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele;
constaterende dat bij 36 van de Borselse Voorwaarden expliciet staat dat die voorwaarde geldt voor een bedrijfsduurverlenging van de bestaande kerncentrale Borssele;
roept het kabinet op publiekelijk te erkennen dat de Borselse Voorwaarden ook expliciet zien op bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 8 (36847).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet een prudent begrotingsbeleid wenst te voeren waarbij geen rekeningen worden doorgeschoven naar de toekomst, zoals vermeld in het coalitieakkoord;
overwegende dat een blanco cheque tekenen wanneer het totaalplaatje van de kosten voor de belastingbetaler nog onvoldoende gekend is, niet getuigt van een verantwoorde omgang met belastinggeld;
overwegende dat het Rijk met meer dan 100 miljoen euro belastinggeld financieel moet bijspringen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Dodewaard, waaruit weer maar eens blijkt dat de kosten van kernenergie enorm hoog oplopen;
verzoekt de regering geen grote stappen te zetten in de verlenging van de kerncentrale Borssele voordat er duidelijkheid is over de kosten voor de belastingbetaler, inclusief de kosten van de noodzakelijke investeringen, de ontmanteling en de langetermijnberging van het kernafval;
verzoekt de regering de investeringsbeslissing over een effectieve verlenging eerst aan de Kamer ter stemming voor te leggen met zicht op het volledige kostenplaatje alvorens een vergunning voor die verlenging te verlenen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 9 (36847).
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
En tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in zijn brief erkent dat er bij een bedrijfsduurverlenging van Borssele mogelijk een afhankelijkheid bestaat van Rusland in de toeleveringsketen van uranium;
overwegende dat we Poetins oorlogskas niet willen spekken;
overwegende dat we voor onze energievoorziening niet afhankelijk willen zijn van bepaalde regimes;
verzoekt de regering de vergunninghouder van kerncentrales te verplichten om ten minste eenmaal per vijf jaar een rapportage op te stellen over de geopolitieke risico's verbonden aan de brandstofketen van de kernenergiecentrale,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 10 (36847).
Dank u wel. Dat leidt nog tot een vraag van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoorde mevrouw Van Oosterhout zojuist spreken over kernafval. U vroeg het natuurlijk net ook al even aan de staatssecretaris. Ik hoor mevrouw Van Oosterhout vervolgens grote woorden spreken over goed bestuur. Maar nu heeft dezelfde mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks-Partij van de Arbeid dat geld weggehaald van eindberging van nucleair afval en verschoven naar een treinabonnement. Vindt mevrouw Van Oosterhout dat nou goed bestuur?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is dat niet helemaal waar de dekking op toeziet, maar ik ben niet de woordvoerder op dat dossier, dus dat weet ik niet precies.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik spreek mevrouw Van Oosterhout aan op de partij waar zij uit voortkomt, nu nog GroenLinks-Partij van de Arbeid. Er is geregeld dat die gelden voor het treinabonnement van het onderzoek naar nucleair afval zouden komen. Dat gaat om 49 miljoen euro, een groot bedrag. Het kan toch niet zo zijn dat we aan de ene kant een punt maken van kernafval en aan de andere kant dat geld weghalen en naar treinabonnementjes sturen?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij komt dat geld uit het Klimaatfonds en dat is uiteraard ook bestemd om het openbaar vervoer in Nederland te stimuleren. Daarom ben ik heel blij dat het Nederlandticket er gaat komen. We moeten nog veel meer stappen zetten om het openbaar vervoer toegankelijker te maken, maar dit is een belangrijke eerste stap.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Maar dit gebeurt nou elke keer in dit debat. Mevrouw Van Oosterhout gaat helemaal niet in op de vraag die ik stel. Ik vraag of het verstandig is om geld van nucleair afval en het onderzoek te verschuiven naar een treinabonnement. Is dat nou slim? Mevrouw Van Oosterhout maakt hier zelf een punt over dat kernafval. Het is heel simpel: geef gewoon antwoord op de vraag. Dat kan toch gewoon makkelijk?
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout gaat wel over haar eigen antwoorden.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij heb ik al antwoord gegeven op de vraag. Het geld komt uit het Klimaatfonds. Het lijkt ons ontzettend belangrijk dat we het openbaar vervoer zo veel mogelijk stimuleren en daar laat ik het bij.
De voorzitter:
De heer Flach heeft ook een vraag aan u naar aanleiding van uw tweede termijn.
De heer Flach (SGP):
Het is natuurlijk geen verkiezingsdebat hier, dus we moeten een beetje op onze woorden letten. Deze staatssecretaris in dit kabinet wordt hier gewoon verweten dat hij de Russische oorlogskas spekt. Ik vind dat echt een hele lompe, lelijke aantijging. We zien allemaal elke dag wat er voor lelijks gebeurt in Oekraïne door Rusland. En om dan zomaar even in de derde termijn van je interruptie dit voor de voeten van het kabinet te gooien, vind ik echt lelijk. Waarom horen we zoiets nooit over China of over landen in het Midden-Oosten, maar wel over Rusland? Wat is dit voor een lelijke vorm van discussiëren?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik vraag de staatssecretaris naar de afhankelijkheid in de uraniumketen. De staatssecretaris bevestigt dat die afhankelijkheid er is. Het lijkt mij heel belangrijk dat we daar zo snel mogelijk van af komen en dat we daar ook eerlijk over zijn met elkaar. Als het argument om die kerncentrale zo lang mogelijk open te houden strategische autonomie is, dan moeten we ook eerlijk zijn over die afhankelijkheid.
De voorzitter:
Vervolgvraag, meneer Flach.
De heer Flach (SGP):
De halve eerlijkheid is geen eerlijkheid. We zien dit patroon ook bij GroenLinks-PvdA in Amsterdam. Daar wordt een boycot tegen Israël afgesloten binnenkort, terwijl er tegenover China, waar van alles gebeurt tegenover Oeigoeren enzovoorts, nooit zoiets gebeurt. Dus als we dan eerlijk zijn, moeten we zeggen: beste mensen, energie of hernieuwbare energie is gewoon niet mogelijk zonder afhankelijkheid van landen waarmee wij gewoon een heel moeizame relatie hebben, zijnde Rusland, landen in het Midden-Oosten of China. Dat zijn allemaal landen waar grote problemen zijn met mensenrechten. Als je die schone, hernieuwbare energie wil, dan is het ook wel fair om die hele werkelijkheid te vertellen en niet — ik hoef dit kabinet niet te verdedigen — in een verder heel keurig, zakelijk debat het kabinet dit soort lelijke aantijgingen voor de voeten te gooien.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Zonder het op te nemen voor China, want daar vinden inderdaad grove mensenrechtenschendingen plaats, zou ik dat toch niet op een hoop willen gooien met Rusland, waardoor er nog altijd een enorme oorlog woedt aan de directe grens met Europa. Dat vind ik echt van een andere orde. We voeren nu een debat over de bedrijfsduurverlenging en we hebben het dus ook over het langer afhankelijk blijven van Rusland. Daarbij vind ik het wel belangrijk om dat element te noemen. Ik vind het eigenlijk teleurstellend dat er niet meer partijen zijn die daar kritische vragen over stellen.
De voorzitter:
Tot slot op dit punt, meneer Flach.
De heer Flach (SGP):
Die mag je stellen. We kunnen ook uraniumerts uit andere delen van de wereld halen. Die vraag stellen is op zich niet verkeerd, maar in de opgebouwde interruptie van mevrouw Van Oosterhout ging het in de derde termijn mis door te zeggen: ik constateer dat dit kabinet dus gewoon doorgaat met het spekken van de oorlogskas van Rusland. Dat is iets anders dan vragen stellen. Je kunt niet zeggen: ik zet het niet op één lijn. Wat er aan wreedheden gebeurt in China, in de kampen, richting Tibetanen enzovoorts, is ook onbeschrijflijk. Daar kunnen we een avond mee vullen. Het gaat erom: als je een eerlijk verhaal wil vertellen, moet je ook het hele eerlijke verhaal vertellen. "Beste mensen, dit zijn de schaduwkanten van die alom geroemde hernieuwbare energie waar GroenLinks-PvdA elke dag hard voor loopt." Dan moet je toch ook het hele verhaal vertellen en niet om politiek gewin nu even de Russische kaart trekken?
De voorzitter:
Een reflectie, mevrouw Van Oosterhout?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor geen vraag. Ik heb vandaag onder andere nog een motie ingediend om nog meer circulair te kijken naar windenergie. Ik denk dat we op dat gebied ook enorm veel stappen zetten. Daar zou ik het bij willen laten.
De heer Vermeer (BBB):
Een groot deel van de onderdelen voor windenergie komt uit China. De accu's komen uit China. De elektrische auto's komen uit China. Ik ben het dus helemaal eens met de heer Flach dat elke keuze nou eenmaal nadelen kent. Wat veel belangrijker is: als GroenLinks-PvdA hier dus echt zo rigoureus in wil zijn en het een groot probleem vindt om de Russische staatskas te spekken, gaat GroenLinks-PvdA dan ook iedere volgende motie steunen waarin staat dat we hier in Nederland zelf gewoon meer dierlijke mest gaan gebruiken en boeren niet gedwongen moeten worden om Russische kunstmest in te zetten?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij wijken we nu wel heel ver af van het thema van dit debat. Het gaat erom dat we hier een debat voeren over de verlenging van het gebruik van een kerncentrale waar duidelijk nog een Russische afhankelijkheid aan zit. Ik heb daar gewoon hele kritische vragen over. Die vragen zijn wat mij betreft nog steeds niet beantwoord.
De heer Vermeer (BBB):
Ieder lid mag hier hele kritische vragen stellen. Wij mogen dan vervolgens dat lid vragen of dat lid dan ook consequent wil zijn in de keuzes die haar partij maakt. Dat lijkt mij ook gewoon heel legitiem. De vraag is nogmaals: gaat u onze volgende motie steunen voor meer dierlijke mest uit Nederland? Daar wordt alleen maar de Nederlandse staatskas mee gespekt. Daar worden alleen maar de Nederlandse voedselprijzen mee gedrukt. Gaat GroenLinks-PvdA dat dan ook steunen, zodat er minder Russische kunstmest in de wereld ingezet hoeft te worden?
De voorzitter:
Ja, dit is ietwat buiten de orde. Mevrouw Van Oosterhout?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ja, volgens mij is dit compleet buiten de orde van dit debat. Ik nodig de heer Vermeer uit om dat vooral met onze landbouwwoordvoerder te bespreken.
De heer Vermeer (BBB):
Dit is precies waar het misgaat in dit huis. Als we alles als losse silo's gaan benaderen, dan gaan we nooit tot echte oplossingen komen die integraal kloppen. Ik heb dit niet buiten de orde geplaatst; mevrouw Van Oosterhout is zelf begonnen dit debat naar het spekken van de Russische staatskas te trekken. Dat was niet mijn idee.
De heer Jumelet (CDA):
Ik vroeg me even af of ik deze vraag moet stellen, maar ik doe het toch. Is een ander scenario wat betreft de bedrijfsduurverlenging ook voorstelbaar voor mevrouw Van Oosterhout? Ik hoor haar namelijk vooral een aantal argumenten inbrengen waarmee zij vraagt: moet het allemaal op deze manier? Maar is een wellicht ook een ander scenario te bedenken voor de bedrijfsduurverlenging?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik heb er in dit debat de hele tijd voor gepleit dat we gewoon alle feiten op een rijtje hebben voordat we deze beslissing nemen. Ik vind het toch wel jammer om te zien dat niet meer collega's daarvoor pleiten. Het bedrag voor de overname is daar onderdeel van. De vraag of het veilig kan, is daar onderdeel van. De vraag voor hoelang is daar onderdeel van. Dat zijn allemaal elementen die ik graag helder zou willen hebben voordat we deze stap zetten.
De heer Jumelet (CDA):
Het is op zich wel positief om dat te horen, want ik zat even te denken of GroenLinks-PvdA, inmiddels PRO, voor of tegen kernenergie zou zijn. Die vraag had ik u willen stellen, maar ik hoor u eigenlijk zeggen dat u best wel bereid bent om na te denken over het verlengen van Borssele wat betreft de aanvraag die er uiteindelijk komt te liggen. Daar zegt u eigenlijk mee dat u ook wel voor kernenergie bent.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is dat heel kort door de bocht. In dit debat gaat het over de bedrijfsduurverlenging van de bestaande kerncentrale. Voor PRO is het heel belangrijk dat we alle feiten op een rijtje hebben en dat we dan die afweging kunnen maken. Dat probeer ik de hele tijd in dit debat te doen. Ik vraag: "Hoe zit het met die Russische afhankelijkheid? Hoe zit het met de kosten van de overname? Hoe zit het met de veiligheid?" Voordat we al die dingen weten, voordat we die haalbaarheidsstudies hebben, vind ik het moeilijk om een afweging te maken. Daar gaat dit debat volgens mij over. Ik zou het heel jammer vinden als we dat overhaast doen.
De voorzitter:
Tot slot op dit punt, meneer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Toch moet je je zegeningen tellen, om het zo maar te zeggen. Ik hoor in ieder geval dat die overweging er is. Ik constateer maar dat PRO het serieus wil overwegen om Borssele in de lucht te houden. Daar ben ik dus blij mee. Dank u wel.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik sla toch even aan op wat mevrouw Van Oosterhout net zei over de ingediende motie over circulariteit, want dat heeft eigenlijk best wel raakvlakken met de Russische afhankelijkheid; de staatssecretaris zei het net ook al. Die afhankelijkheid gaat om het verrijken van uranium. Gebruikte brandstof wordt in Rusland opgewerkt om weer terug te kunnen gaan naar Borssele, juist zodat dat proces circulair is. Als het tot een keuze komt, dan kunnen we natuurlijk stoppen met die afhankelijkheid, maar dat betekent gewoon dat we te allen tijde nieuwe grondstoffen gaan gebruiken. Zou dat een optie zijn voor mevrouw Van Oosterhout?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Is de vraag nu of ik voor circulair uranium ben of niet? Ik begrijp de vraag niet zo goed.
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, verklaar u nader.
De heer Van den Berg (JA21):
Het verbaast me eigenlijk dat mevrouw Van Oosterhout de vraag niet begrijpt. We kunnen simpelweg elke keer nieuw uranium in een kerncentrale stoppen. Dat kan. We doen nu het volgende. Met Rusland kunnen we, hoe vervelend dat ook is, gebruikt uranium elke keer weer opwerken, zodat het langer gebruikt kan worden. Dat is heel duurzaam, toch? Als we tussen die twee opties moeten kiezen, wat zou mevrouw Van Oosterhout dan doen?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Natuurlijk is het altijd beter als we dingen kunnen hergebruiken, maar we moeten tegelijkertijd ook kijken naar het spekken van de Russische staatskas, zoals ik net ook al zei. Ik ben heel benieuwd hoe JA21 daarin staat.
De voorzitter:
We gaan geen vragen aan elkaar stellen. Dit is het antwoord. Tot slot, meneer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Volgens mij stel ik hier inderdaad de vragen, mevrouw Van Oosterhout. Ik constateer vooral dat als het hier echt om gaat, mevrouw Van Oosterhout liever kiest voor alleen maar nieuwe grondstoffen en geen afhankelijkheid van Rusland, en dat dat hele verhaal over circulariteit helemaal niks voorstelt. Dat is waar het hier uiteindelijk om gaat. Zeg dan ook gewoon dat het zo in elkaar zit. Ik vind het namelijk wel heel erg jammer dat we hier continu om de feiten heen draaien, want dat draagt niet bij aan de constructiviteit van dit debat. Ik heb er eigenlijk ook geen vraag bij, maar een beetje reflectie zou goed zijn, denk ik.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is het feit dat wij niet willen dat we de Russische staatskas spekken iets heel anders dan het feit dat wij willen dat we de economie zo circulair mogelijk inrichten. Laten we die twee dingen vooral niet door elkaar gaan halen.
Mevrouw Müller (VVD):
Wat ik moeilijk vind aan het betoog van mevrouw Van Oosterhout en wat net ook in het interruptiedebatje met de heer Jumelet naar voren kwam, is dat mevrouw Van Oosterhout zegt: wij kunnen niet overhaast een besluit nemen, want we moeten eerst alle feiten op een rij hebben. Maar als we kijken naar wat we hier vandaag aan het doen zijn, dan zien we dat we alleen zorgen dat in de wet geregeld wordt dat er een verzoek tot vergunningverlening kan worden ingediend, zodat alles, de veiligheid en dergelijke, goed uitgezocht kan worden. De vragen daarover heeft de staatssecretaris volgens mij ook netjes schriftelijk beantwoord en hij heeft dat ook eerder aangegeven. Ik vind het dus toch lastig dat u hier het frame neerzet alsof we dat hier op een avond overhaast aan het organiseren zijn.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dat klopt toch echt, want we zijn tegelijkertijd aan het onderhandelen over die overname. Aan de ene kant zeggen we: we halen slechts die datum, het jaartal, uit de wet. Maar tegelijkertijd zijn we aan het onderhandelen. Hoe kunnen we nou aan de ene kant zeggen "we nemen een kerncentrale over" als we aan de andere kant die haalbaarheidsstudies nog niet hebben, nog niet weten voor hoelang dat eventueel zou moeten en nog niet weten hoeveel geld het überhaupt gaat kosten? Wat is dan een realistisch overnamebedrag? Waarom heb je überhaupt die discussie als we al die antwoorden nog niet hebben?
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Nogmaals, volgens mij kijken we hier vandaag alleen of we ervoor kunnen zorgen dat we in de wet regelen dat die vergunningsaanvraag in ieder geval gedaan kan worden. Volgens mij gaf de staatssecretaris in zijn beantwoording net aan dat hij bij de onderhandelingen goed nadenkt over wat voor prijskaartje daaraan komt te hangen. Vandaag zorgen we alleen dat het volgens de wet mogelijk is om Borssele langer open te houden. Volgens mij is dat niet per se een moeilijke vraag om te beantwoorden.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het moeilijk om te zien dat de VVD, die toch heel erg is voor verantwoord bestuur en goed omgaan met de financiën, niet ook het probleem ziet van aan de ene kant onderhandelen over de overname en een realistisch bedrag vaststellen en aan de andere kant al die antwoorden nog niet hebben.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van de heer Van den Berg in de tweede termijn namens JA21. Gaat uw gang.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording, in dit geval dus vooral schriftelijk. Ik ben blij dat we deze wetswijziging alsnog netjes hebben kunnen afronden.
Voorzitter. In de eerste termijn heb ik namens JA21 aangegeven waarom wij volmondig voor deze wetswijziging zijn. De kern daarvan is eigenlijk heel eenvoudig: gooi niet weg wat goed werkt. Borssele draait al sinds 1973, levert betrouwbare, stabiele en CO2-vrije stroom en kan mogelijk tot zeker 2053 blijven bijdragen aan onze energievoorziening. Dat is niet een detail; dat is precies het soort duurzaamheid dat Nederland nodig heeft. Het is betaalbaar, zuinig met ruimte, betrouwbaar en vooral technisch haalbaar.
Ik heb er wel een aantal moties bij om dat nog verder kracht bij te zetten. Het ging er net al even over: de vergunningverlening is natuurlijk een heel belangrijk punt. Dank ook voor de beantwoording, waarin we zien dat IenW er zicht op houdt dat er voldoende capaciteit is bij de ANVS. Maar we denken dat er zeker naar de toekomst echt nog wel stappen gezet kunnen worden. Daar heb ik een motie over.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet inzet op SMR's en dat Nederlandse initiatieven al in 2026 locatiekeuzes en vooroverleg voorzien;
constaterende dat de ANVS in de fiches voor het Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds 2027 al extra capaciteit en middelen raamt voor de uitbreiding van nucleaire activiteiten, waaronder SMR's;
overwegende dat Nederland internationaal alleen kan concurreren op nucleaire innovatie als vergunningverlening voorspelbaar, gecoördineerd en zonder onnodige vertraging verloopt;
overwegende dat versnelling mogelijk is met rijksregie, vroeg vooroverleg, parallelle voorbereiding, termijnbewaking, vaste aanspreekpunten en tijdige borging van uitvoeringscapaciteit;
overwegende dat de nucleaire veiligheid, ANVS-onafhankelijkheid, inspraak en de rechtsbescherming volledig overeind moeten blijven;
verzoekt de regering voor het einde van het zomerreces een praktische versnellingsaanpak voor de eerste SMR-projecten aan de Kamer te sturen, met een concreet tijdpad, een rijkscoördinator of loket, mogelijkheden voor parallelle besluitvoorbereiding en vroeg ANVS-overleg met behoud van de onafhankelijke veiligheidsbeoordeling, en een beoordeling welke onderdelen vanaf een ontvankelijke aanvraag richting circa twee jaar kunnen worden gebracht;
verzoekt de regering daarbij aan te geven hoe de reeds door de ANVS geraamde extra capaciteit en middelen tijdig worden gedekt en beschikbaar komen, ook voor vooroverleg en vergunningsvoorbereiding in de periode 2026-2030,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.
Zij krijgt nr. 11 (36847).
De heer Van den Berg (JA21):
Zo.
De voorzitter:
Nou. Maar er is nog meer, zie ik.
De heer Van den Berg (JA21):
Er is nog meer, voorzitter. Ik ken deze voorzitter van een eerder debat. Er is goed overleg aan deze moties vooraf gegaan, ook met de industrie. Ze moeten ook wel de kern in één keer raken — leuke woordspeling — dus ik zal u niet te lang ophouden.
De voorzitter:
Gaat u door.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat netcongestie economische ontwikkeling, woningbouw, verduurzaming en industriële investeringen belemmert;
overwegende dat elektriciteits- en warmteproductie dicht bij grote afnemers de druk op het elektriciteitsnet kan verlichten en de leveringszekerheid kan vergroten;
overwegende dat SMR's nabij industrieclusters bijdragen aan CO2-vrije elektriciteit en warmtevoorziening, en netverzwaring kunnen beperken;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe SMR's nabij industrieclusters en andere grote vraagclusters kunnen bijdragen aan het verminderen van netcongestie en het beperken van uitbreiding van de energie-infrastructuur;
verzoekt de regering daarbij een technologie-neutrale vergelijking te maken met scenario's waarin zon en wind dominant zijn, en daarin in ieder geval netverzwaring, opslag- en balanceringskosten, systeemkosten, leveringszekerheid, warmtevoorziening, ruimtebeslag en vergunningstechnische randvoorwaarden mee te nemen;
verzoekt de regering de uitkomsten te betrekken bij de verdere uitwerking van het Nationaal Plan Energiesysteem en het Programma Energiehoofdstructuur,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.
Zij krijgt nr. 12 (36847).
De heer Van den Berg (JA21):
Ja …
De voorzitter:
Er is nog meer.
De heer Van den Berg (JA21):
Zeker weten, voorzitter. Voorlopig bent u nog niet van mij af.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat innovatieve civiele kernenergie, waaronder SMR's, AMR's, generatie-IV-technologie, nucleaire waardeketens en afvaloplossingen, kan bijdragen aan CO2-arme energie, industriële warmte, energiezekerheid, strategische autonomie en kennisopbouw;
constaterende dat de huidige DEI+ volgens de regering niet goed aansluit op innovatieve kernenergietechnologieën vanwege subsidieplafonds en Europese staatssteunkaders;
constaterende dat de regering de IPCEI-route voor innovatieve nucleaire technologieën verkent, met ruimere staatssteunmogelijkheden tot en met first industrial deployment;
overwegende dat Nederland moet voorkomen dat bedrijven, kennisinstellingen en toeleveranciers achteropraken terwijl andere Europese landen hun nucleaire innovatieketen versterken;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze innovatieve civiele kernenergie onderdeel kan worden van de IPCEI en het daarbij behorende staatssteunkader, en daarbij kansrijke Nederlandse projecten, bedrijven en kennisinstellingen, benodigde cofinanciering, budgettaire consequenties en mogelijke dekking, selectiecriteria, tijdpad en eventuele aanvullende nationale instrumenten in kaart te brengen, en de Kamer hierover vóór Prinsjesdag 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.
Zij krijgt nr. 13 (36847).
De heer Van den Berg (JA21):
Bijna, voorzitter. Ik heb ze ook nog in proberen te korten!
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bedrijfsduurverlenging van Borssele, nieuwe kerncentrales en mogelijke SMR's te maken hebben met lange en complexe procedures;
constaterende dat de minister eerder heeft aangegeven stappen in kaart te brengen voor conventionele SMR's en versnelling van innovatieve SMR-ontwikkelingen;
overwegende dat lange doorlooptijden de Nederlandse nucleaire ambitie, leveringszekerheid en concurrentiepositie kunnen ondermijnen;
overwegende dat versnelling mogelijk moet zijn door betere procesregie, parallel schakelen van onderzoeken, standaardisatie, vroegtijdig overleg met bevoegde gezagen en een duidelijk aanspreekpunt, zonder afbreuk te doen aan nucleaire veiligheid, rechtsbescherming en participatie;
verzoekt de regering om voor het einde van 2026 een routekaart voor procedureversnelling bij nucleaire projecten aan de Kamer te sturen, met concrete voorstellen voor parallelle besluitvorming, standaardisatie, termijnbewaking, een loketfunctie en vroegtijdige afstemming met de ANVS;
verzoekt de regering daarbij onderscheid te maken tussen bedrijfsduurverlenging van Borssele, grootschalige nieuwbouw, conventionele SMR's en innovatieve SMR-projecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.
Zij krijgt nr. 14 (36847).
De heer Van den Berg (JA21):
Even een klein slokje water. Dit betekent overigens ook dat ik bij het commissiedebat een stuk minder moties zal hebben.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat kernenergie CO2-arm, regelbaar en weersonafhankelijk is, en kan bijdragen aan betaalbaarheid, leveringszekerheid, netstabiliteit en strategische autonomie;
constaterende dat de huidige SDE++ volgens de regering niet goed aansluit op kernenergie vanwege onder meer schaal, looptijd, voorinvesteringen, staatssteun en budgetimpact;
overwegende dat dit niet mag leiden tot beleidsmatige achterstelling van kernenergie bij toekomstige ondersteuning van CO2-arme elektriciteitsproductie;
overwegende dat een eerlijke vergelijking naast productiekosten ook systeemwaarde, netimpact, ruimtebeslag, leveringszekerheid, balanceringskosten en publieke risicoafdekking moet meenemen;
verzoekt de regering om bij de financiering van kernenergie de uitgangspunten van de SDE++ of een opvolgend instrument mee te nemen, de instrumenten zo doelmatig en efficiënt mogelijk vorm te geven, en waar mogelijk competitie te creëren;
verzoekt de regering bij de rechtvaardiging van investeringen in kernenergie de kosten, baten en systeemwaarde zodanig weer te geven dat deze vergelijkbaar zijn met hernieuwbare en andere CO2-arme energieprojecten, inclusief systeemkosten, netimpact, regelbaar vermogen, leveringszekerheid, balanceringskosten, ruimtebeslag en publieke risicoafdekking, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 15 (36847).
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zie dat mijn spreektijd erop zit, maar ik wilde via deze weg ook nog de voorzitter danken voor haar geduld, maar vooral ook de staatssecretaris voor al het harde werk. Ik zie de laatste tijd namelijk toch wel heel vaak dat de staatssecretaris bij allerlei evenementen is, intentieovereenkomsten tekent, goed het gesprek aangaat met inwoners, internationaal ook z'n relaties kent. Er straalt een ontzettende zorgvuldigheid af van het handelen van deze staatssecretaris. Zeker voor zo'n technisch en complex dossier vind ik dat dat wel een heel groot compliment verdient. Ik heb daar heel veel vertrouwen in. Ik kijk ook uit naar de routekaart van de staatssecretaris. Maar deze wetswijziging en het verloop daarvan geven mij toch wel moed.
Daar laat ik het bij. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Berg. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Müller. Die doet zij namens de VVD. Gaat uw gang.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Nogmaals dank aan de staatssecretaris voor zijn heldere beantwoording, zowel schriftelijk als mondeling.
In de eerste termijn gaf ik al aan dat de VVD vol overtuiging voor deze wetswijziging zal stemmen, zodat het in ieder geval wettelijk mogelijk wordt dat Borssele langer openblijft.
Maar er zijn nog een aantal stappen te zetten. Het was dan ook goed om te lezen en te horen dat de onderhandelingen met de aandeelhouders voorspoedig verlopen. Ik wens de staatssecretaris hier veel succes mee. Ik ga ervan uit dat hij de Kamer hier goed en netjes over zal informeren.
Voor de iets langere termijn, namelijk de vergunningverlening voor de SMR's, heeft de staatssecretaris net in mijn interruptiedebatje met hem geruststellende woorden gesproken. Maar mijn zorg is niet weg. Ik zou het enorm zonde vinden als Nederlandse bedrijven die op het gebied van SMR's veelbelovend zijn, de boot missen omdat zij door trage vergunningverlening worden tegengehouden. Trajecten duren drie tot vijf jaar — eerlijkheidshalve duurt het in Nederland vaak dan ook nog langer dan we verwachtten — terwijl het in de VS of in het VK twee jaar duurt. Vandaar de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat voor een voortvarende uitrol van SMR's in Nederland snelle, zorgvuldige en voorspelbare vergunningstrajecten essentieel zijn;
overwegende dat landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hun vergunningverlening voor SMR's versnellen en dat de Europese Unie lidstaten oproept procedures voor strategische energieprojecten te versnellen;
constaterende dat bevoegde gezagen nog niet altijd beschikken over voldoende capaciteit om toekomstige vergunningaanvragen voor SMR's tijdig af te handelen;
constaterende dat standaardisatie van procedures en beoordelingskaders kan bijdragen aan snellere en beter voorspelbare vergunningverlening;
verzoekt de regering vergunningstrajecten voor SMR's te versnellen en zo in te richten dat er wordt gestreefd naar het afhandelen van vergunningsaanvragen binnen maximaal drie jaar;
verzoekt de regering daarbij in te zetten op:
-voldoende capaciteit en specialistische expertise bij bevoegde gezagen;
-vroegtijdige samenwerking tussen Rijk, toezichthouders, decentrale overheden en marktpartijen;
-standaardisatie van vergunningstrajecten en beoordelingskaders,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Müller.
Zij krijgt nr. 16 (36847).
Mevrouw Müller (VVD):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Kops namens de PVV. Gaat uw gang.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris in de tweede termijn nog terugkomt op de vragen die ik heb gesteld in het interruptiedebatje dat ik met hem had, namelijk als er een aanvraag voor een wijzigingsvergunning wordt gedaan, wat voor toets er dan precies door de autoriteit wordt uitgevoerd. Is dat een complete herbeoordeling, ook bij ongewijzigde omstandigheden? Ik denk, als ik de wettekst zelf zo lees, dat het antwoord op die vraag ja is, maar ik wacht de beantwoording natuurlijk graag af. Maar dit is al de tweede termijn, dus ik heb alvast een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende het voorgestelde artikel 15a, derde lid, van de Kernenergiewet: "De Autoriteit toetst de aanvraag tot wijziging van de vergunning aan de belangen, bedoeld in artikel 15b";
overwegende dat de huidige vergunning reeds is getoetst en dat een volledige herbeoordeling bij ongewijzigde omstandigheden tot onnodige vertraging kan leiden;
verzoekt de regering te regelen dat de Autoriteit de beoordeling van de aanvraag van de wijzigingsvergunning, bij ongewijzigde omstandigheden, laat aansluiten bij de bestaande toetsing van de huidige vergunning, teneinde de aanvraag spoedig af te handelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.
Zij krijgt nr. 17 (36847).
De heer Kops (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kops. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Flach namens de SGP. Gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de uitgebreide beantwoording, zowel schriftelijk als mondeling. Het zal niet verbazen dat de SGP deze wetswijziging van harte steunt, omdat wij warm voorstander zijn van het uitbreiden van kernenergie als belangrijk en onmisbaar onderdeel van onze energiemix. Ik heb het in de eerste termijn ook al gezegd: de illusie van schone energie bestaat niet. We zijn óf afhankelijk van de ayatollahs uit Iran, óf van de heersers in China óf we hebben dingen nodig uit Rusland, en dat zijn alle drie onwelgevallige regimes. Dat betekent dat volstrekt schone energie gewoon niet bestaat. Dat bedoel ik dan even in geopolitiek opzicht, maar aan elke vorm van energie kleven eigen nadelen. Ik heb de indruk gekregen — die kreeg ik eigenlijk al eerder, maar ik kreeg hem nog eens een keer door dit debat — dat daar in voldoende mate mee wordt omgegaan. Dat moeten we ook blijven doen.
Ik heb nog één vraag die is blijven hangen. Het is misschien een beetje vergezocht, maar in het coalitieakkoord lezen we dat deze coalitie vier nieuwe kerncentrales wil bouwen. In de beantwoording wordt ingegaan op de vergelijking van een bedrijfsduurverlenging versus nieuwbouw. Dan is bedrijfsduurverlenging qua prijs natuurlijk vele malen gunstiger. Ik zou van de staatssecretaris de bevestiging willen hebben dat het niet de bedoeling is dat als Borssele straks wordt verlengd, dat in de plaats komt van een van die nieuwe centrales.
Tot slot. Ook de SGP vindt het heel belangrijk dat de Borselse en Zeeuwse voorwaarden goed worden ingevuld, ook bij het vervolgtraject van de verlenging van deze centrale. Maar laat ik daar nou bij deze staatssecretaris eigenlijk de minste zorg over hebben.
De voorzitter:
Dank aan de heer Flach. We gaan luisteren naar de bijdrage in de tweede termijn van de heer Klos. Hij spreekt namens D66. Gaat uw gang.
De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat delen van de huidige splijtstofcyclus van kerncentrale Borssele indirect afhankelijk zijn van Russische dienstverlening;
overwegende dat Nederland en Europa juist onafhankelijk willen worden van Russische energie- en grondstofketens;
overwegende dat voor een investeringsbeslissing over de levensduurverlenging van Borssele duidelijkheid nodig is over de beschikbaarheid van een alternatief voor de huidige Russische route;
verzoekt de regering de afhankelijkheid van Rusland in de splijtstofcyclus van de kerncentrale in Borssele zo snel mogelijk te beëindigen, en de Kamer uiterlijk eind 2027 te informeren over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.
Zij krijgt nr. 18 (36847).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er op dit moment nog geen specifieke en bindende sancties op Europees niveau zijn tegen de import van Russisch verrijkt uranium;
constaterende dat de Europese Unie beschikt over een substantiële verrijkingsindustrie en dat uitbreidingsplannen zijn aangekondigd door Europese producenten;
overwegende dat alle bestaande en toekomstige afhankelijkheden van Rusland in de energiesector afgebouwd dienen te worden;
verzoekt de regering zich op Europees niveau in te zetten voor een spoedig en bindend afbouwpad voor Russische nucleaire brandstoffen en verrijkingsdiensten via REPowerEU,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.
Zij krijgt nr. 19 (36847).
Dank u wel. Dit leidt tot vragen. Ik geef het woord aan de heer Flach voor zijn vraag.
De heer Flach (SGP):
Ik was iets te vroeg, voorzitter. Dit is bedoeld om de moties goed op waarde te kunnen schatten. Ik ben er voorstander van dat onze afhankelijkheid van Rusland nul is. Laat daar geen misverstand over bestaan. Tegelijkertijd ben ik wel benieuwd hoever D66 daarin wil gaan. Kan dat echt een showstopper zijn als het gaat om de verlenging van de levensduur van Borssele en de bouw van nieuwe kerncentrales, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord?
De heer Klos (D66):
Zoals ik begrijp uit de beantwoording van de staatssecretaris, zowel schriftelijk als nu, lijkt er nu geen alternatief te zijn voor de Russische diensten die worden verleend in die splijtstofcyclus. Dat zou wel ontwikkeld kunnen worden, maar dat brengt mogelijk kosten met zich mee. Daar is het kabinet naar aan het kijken, dus ik zou graag willen dat we het zo snel mogelijk beëindigen en het alternatief realiseren. Wat ook zou kunnen, is dat je vervolgens een weging maakt tussen de Russische afhankelijkheid en het gebruik van andere brandstoffen, die je ook zou kunnen gebruiken. Dat is een weging die ik graag zou willen horen van het kabinet en die voor mijn partij zou kunnen uitslaan naar het gebruiken van andere brandstoffen in plaats van het in de lucht houden van de Russische afhankelijkheid.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dan probeer ik het samen te vatten. De heer Klos vraagt het kabinet eigenlijk er alles aan te doen om die afhankelijkheid te verminderen of naar nul terug te brengen, maar hij gaat niet zo ver dat hij zegt: als het niet lukt om die afhankelijkheid af te bouwen, zou dat wat ons betreft kunnen betekenen dat de centrale straks niet langer opengaat of dat er geen nieuwe bij komen.
De heer Klos (D66):
Ik vraag het realistische. Ik steun ook de levensduurverlenging als dat veilig kan, want het sluiten van een veilige kerncentrale is simpelweg onverantwoord.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zit de reactie van de heer Klos nog even te verwerken, maar ik heb nog niet helemaal scherp of hij zegt: als wij geen alternatief kunnen vinden, gaan we hoe dan ook door met de bedrijfsduurverlenging van Borssele. Ik hoorde ook een uitspraak over bindende afspraken over dat alternatief. Betekent dat nou dat als we dat alternatief niet vinden, Borssele alsnog moet sluiten?
De heer Klos (D66):
Nee. Zoals ik het begrijp, worden er Russische diensten verleend die we niet noodzakelijkerwijs zouden hoeven te gebruiken. Ik vraag het kabinet om daar een alternatief voor te vinden. Mocht dat alternatief niet gevonden worden, dan kan je ook een alternatief vinden in het gebruik van andere brandstoffen. Ik denk dus dat we niet in een situatie zitten waar we hoe dan ook niet meer uit komen. Ik denk dat we de levensduurverlenging kunnen realiseren en tegelijkertijd de afhankelijkheid van Rusland in deze keten kunnen beëindigen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan leef ik toch wel op, want nu wordt het echt technisch en dan gaat mijn hart sneller kloppen. Een andere brandstof gebruiken gaat volgens mij niet zomaar. Je hebt te maken met brandstofstaven en met een proces. Hoe is het uranium erin verwerkt? Dat is veel abracadabra voor de meeste mensen, maar je kan niet even een ander jerrycannetje met benzine of zo in de kerncentrale van Borssele gooien. Zo gaat dat niet. Hoe kijkt de heer Klos daarnaar?
De heer Klos (D66):
Dat is terecht, maar dat is wel hoe ik het antwoord van het kabinet begrijp. Ik begrijp dat we niet noodzakelijkerwijs vastzitten aan de Russische route en dat het kabinet dus gaat wegen of het, als het die afhankelijkheid niet kan beëindigen, de kerncentrale op een andere manier in de lucht kan houden. De reden dat dat zo belangrijk is en dat het kabinet dat doet en wil, is dat we niet de leveringszekerheid in gevaar willen brengen. We moeten onszelf niet te zeer afhankelijk maken van één dienstverlener in dat proces. We willen voorkomen dat we de schone elektriciteit die wij uit die kerncentrale willen, niet per definitie kunnen leveren. Ik zie het kabinet dat doen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, ik rond af. Eigenlijk vertaal ik het pleidooi van de heer Klos als volgt. Ik denk dat we nu een litertje benzine in de kerncentrale gooien en dat de heer Klos eigenlijk pleit voor een soort van superbenzine, maar dan uit Europa. Als ik het zo mag uitleggen, dan kan ik rustig slapen. Volgens mij moet dit namelijk geen showstopper zijn voor het openhouden van Borssele.
De heer Klos (D66):
Ik vind het prima als mijn woorden op die manier worden samengevat. Dat klinkt heel aantrekkelijk. Ja.
De voorzitter:
We gaan natuurlijk ook luisteren naar de appreciatie van de staatssecretaris van de ingediende moties, dus dan komen we hier nog over te spreken. Het is leerzaam, zeg ik maar. Dan geef ik het woord aan de heer Jumelet voor zijn bijdrage in tweede termijn.
De heer Jumelet (CDA):
Dank allereerst aan de staatssecretaris voor zijn beantwoording, schriftelijk en mondeling.
Voorzitter. Het CDA stemt in met de Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele; het kan maar duidelijk zijn. Met een motie van Kamerleden Agnes Mulder en Harbers heeft de Kamer de regering in 2020 al gevraagd om deze wetswijziging voor te bereiden. Daarom zijn we blij dat de staatssecretaris voortvarend aan de slag is gegaan en dat we er nu met elkaar over kunnen spreken. Het duurt wel lang, maar we zijn in ieder geval met elkaar op dit punt aangekomen.
Voorzitter. Deze wetswijziging is geen eindpunt, maar een verstandige en noodzakelijke tussenstap, die wat ons betreft bijdraagt aan onze klimaatdoelen, die onze energiezekerheid versterkt, en die ervoor zorgt dat Nederland de nucleaire kennis en ervaring behoudt voor de toekomst. Ik heb zelf geen motie — dat mag geruststellen — maar met het oog op de vandaag ingediende moties zien we ook uit naar de routekaart. Ik denk namelijk dat die belangrijk is om te kunnen duiden wat hier door de collega's is ingebracht. Gaat het niet over de grote centrales, dan gaat het wel over de SMR's. Ik denk dat een routekaart daarvoor belangrijk is.
Voorzitter, ik rond af. Dank in ieder geval voor alles wat de staatssecretaris tot nu toe heeft gezegd. We vinden dit besluit in ieder geval belangrijk voor het energiesysteem van de toekomst.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker in de tweede termijn is de heer Vermeer. Aan u het woord, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag de staatssecretaris en zijn team bedanken voor de antwoorden die we gekregen hebben. Voor Nederland draait het om het volgende. Nederland heeft behoefte aan betrouwbare, betaalbare en schone energie. Kernenergie hoort daar wat BBB betreft bij. Het werkt gewoon. Het is stabiel. Het heeft de extreem lage CO2-uitstoot die heel veel mensen hier zo graag willen en het levert een belangrijke bijdrage aan leveringszekerheid. Wij kijken in de basis dus positief naar dit wetsvoorstel. Voor ons is het logisch dat ook Borssele na 2033 een rol blijft spelen in ons energiesysteem. In een regio als Zeeland is draagvlak cruciaal, omdat hier meerdere grote energieprojecten samenkomen. Dat gaf ik ook al aan in de eerste termijn. De mensen moeten wel ervaren dat er eerlijk wordt omgegaan met hun omgeving. Daarom roep ik ook op om de convenantpartners tijdig te betrekken als er spanning lijkt te komen op de afspraken die eerder gemaakt zijn. Ik denk dat iedereen daar recht op heeft. Wat ons betreft gaan we in volle vaart verder met dit project. Ik denk dat de stemmingen volgende week zijn?
De voorzitter:
We gaan eerst nog naar de tweede termijn van de staatssecretaris luisteren.
De heer Vermeer (BBB):
U wilt die dus eerst afwachten voordat u zegt wanneer de stemmingen zijn?
De voorzitter:
Daarna rond ik af met het aankondigen van de stemmingen. Zo gaat dat altijd.
De heer Vermeer (BBB):
Oké. Dank u.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Dank aan de heer Vermeer. Ik schors voor een kwartier, dus ik stel voor dat we om 19.55 uur verder gaan met de beantwoording van de staatssecretaris. Het debat is geschorst tot 19.55 uur.
De vergadering wordt van 19.38 uur tot 19.55 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele. We hebben net de tweede termijn van de zijde van de Kamer gehad. Er zijn een aantal moties ingediend en er is nog een enkele openstaande vraag. Ik geef de staatssecretaris het woord voor de beantwoording daarvan en de appreciatie van de moties.
Staatssecretaris De Bat:
Dank, voorzitter. Er zijn inderdaad nog drie vragen. Allereerst de vraag van de heer Kops over de nieuwe toets. Er wordt bij de beoordeling van een wijziging van de vergunning geen volledig nieuwe toets uitgevoerd. In het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen is opgenomen hoe die aanvraag precies moet lopen. Er is dus geen volledig nieuwe toets nodig. De vergunninghouder moet natuurlijk aantonen dat de veiligheid bij langere bedrijfsduurverlenging ook gewaarborgd is, maar dat is logisch.
Dan de vraag van de heer Vermeer over het afval van zon en wind. Ik had beloofd daar eventueel op terug te komen. De vraag is zo veel breder dan alleen dit debat, dat het kabinet met een brief zal komen om deze vraag te beantwoorden.
De heer Flach vroeg of de bedrijfsduurverlenging van Borssele in de plaats komt van nieuwbouw. Dat is niet zo. De verlenging van de huidige kerncentrale staat los van alle andere ontwikkelingen.
Voorzitter. Dan de moties, te beginnen met de motie op stuk nr. 8. Het lijkt me niet wijs om aan woordenspelletjes te gaan doen. Ik vind dat dat hier wel gebeurt. Ik ben glashelder geweest over hoe die voorwaardes tot stand zijn gekomen. Ik was er namelijk bij betrokken, in ieder geval bij de Zeeuwse en in samenloop daarmee bij de Borselse Voorwaarden. Het opstellen van die voorwaarden is gedaan in het kader van de komst van de mogelijke nieuwbouw van kerncentrales. Ja, er zijn natuurlijk voorwaarden, bijvoorbeeld dat je altijd veilig om moet gaan met afval, die een relatie hebben met de huidige kerncentrale, maar daar gebeurt dat nu ook al. Mevrouw Van Oosterhout heeft het over "expliciet", maar dan krijgen we dus een woordenspel. De voorwaarden zijn opgesteld in het kader van de nieuwbouw. En ja, er is een relatie — dat is ook aangegeven met sterretjes en soms met 1 en een 2 — bij de voorwaarden als het gaat om de bedrijfsduurverlening. Maar heel vaak zijn het voorwaarden over een veilig fietspad in het kader van de bouw, het leggen van een groene long in het kader van het kiezen van de locatie. Dat soort voorwaarden zijn het. Ik ga dit woordenspelletje dus niet meemaken. Wat mij betreft heeft de motie oordeel Kamer. Wij zijn heel expliciet: deze voorwaarden nemen we serieus. Ze zien vooral op de nieuwbouw en zullen zeker ook betrokken worden bij de bedrijfsduurverlenging, zeker als het gaat om afval bijvoorbeeld. En verder zijn het gewoon voorwaarden die het kabinet heel serieus zal nemen. Die van Terneuzen en Vlissingen overigens ook, want die liggen ook op tafel.
De voorzitter:
Daarmee is het oordeel van het kabinet op de motie op stuk nr. 8 oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Bat:
Ja. Ik vind die motie volstrekt overbodig, maar ze mag ook oordeel Kamer hebben.
De voorzitter:
Goed. Mevrouw Van Oosterhout nog.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik ben er natuurlijk niet op uit om woordenspelletjes te spelen. Het gaat mij erom of de staatssecretaris die voorwaarden gaat toepassen, ja of nee. Als ik dan in de brief moet lezen, en ook al eerder te horen kreeg, dat ze niet van toepassing zijn, terwijl ik hier duidelijk zie dat 36 van de 42 wel van toepassing zijn, dan kan de staatssecretaris zich toch iets voorstellen van mijn verbazing daarover?
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout, ik wil eigenlijk niet het debat opnieuw doen. Dat hebben we net gevoerd. U rondt dat af met een motie. Die heeft oordeel Kamer. Overbodig, maar oordeel Kamer. U kunt daarover stemmen en dan gaan we verder. Ik wil het dus niet helemaal opnieuw doen. Meneer Flach en mevrouw Müller met een reactie hierop.
De heer Flach (SGP):
Even over het oordeel van de minister. Ik gun iedereen "oordeel Kamer" op z'n motie, maar als de staatssecretaris zegt dat een motie "volstrekt overbodig" is, dan is dat ook een appreciatie. Dan helpt het niet om daarachter te zetten dat het oordeel Kamer is, want dan krijgen we allerlei moties die dan toch worden aangenomen. Als een motie overbodig is, is dat volgens mij een van de vijf geldende appreciaties. Dat kan het hier ook zijn.
De voorzitter:
Dat klopt, maar ja, het kabinet gaat over de appreciatie. Dat is aan u, staatssecretaris.
Staatssecretaris De Bat:
Wat ik jammer vind, is dat dit dan gaat leiden tot iets wat het totaal niet waard is, namelijk een rare discussie over of die voorwaarden dan wel of niet gelden. Die voorwaarden liggen er in het kader van de nieuwbouw van kerncentrales, en ja, daar staan voorwaarden in die ook impact hebben op de huidige kerncentrale, zoals veiligheid. De motie is in die zin volstrekt overbodig en ik zeg ook maar gewoon: die motie is overbodig.
De voorzitter:
Oké. Dan is het oordeel over de motie op stuk nr. 8 gewijzigd in "overbodig". Bij de stemming is het allemaal aan u. We gaan naar de motie op stuk nr. 9.
Staatssecretaris De Bat:
Ja, voorzitter. De motie op stuk nr. 9 is ook van mevrouw Van Oosterhout en verzoekt om geen grote stappen te zetten in de verlenging en ook de investeringsbeslissing eerst voor te leggen met een volledig kostenplaatje. Ook de motie op stuk nr. 9 is overbodig, omdat de beslissing pas genomen wordt nadat alles in beeld is gebracht. Het gaat nu feitelijk en alleen maar om het wijzigen van dat ene jaartal, waardoor dat gesprek over de verlenging mogelijk wordt.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Tegelijkertijd wordt er natuurlijk wel onderhandeld over de overname en wordt er ook een bedrag vastgesteld. Daar gaat het natuurlijk ook over.
Staatssecretaris De Bat:
Ja, maar dat gaat over de huidige kerncentrale met de huidige geldende bedrijfsduur. Daar onderhandelen we over. Het moment waarop die bedrijfsduur wordt verlengd, zit pas nadat je de aandelen hebt overgenomen. Dat zit in een ander traject.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Maar er wordt toch wel onderhandeld met het oog op die bedrijfsduurverlenging? Of op welke manier wordt daar dan een prijskaartje aan gehangen?
Staatssecretaris De Bat:
Dat prijskaartje is gebaseerd op de huidige bedrijfsduur. Je kunt moeilijk een prijskaartje baseren op een toekomstige, nog niet geldende vergunning. Dat kan niet.
De voorzitter:
Goed. De motie op stuk nr. 9 heeft als appreciatie "overbodig". We gaan naar de motie op stuk nr. 10.
Staatssecretaris De Bat:
Die gaat over de woorden die al zijn aangehaald in het debat. De motie verzoekt de regering om de vergunninghouder te verplichten een rapportage op te stellen. Er zijn twee redenen waarom ik deze motie wil ontraden. Eén is dat het de vergunninghouder EPZ is die dat dan zou moeten doen. Dat kun je moeilijk afdwingen. En de tweede is dat het uiteindelijk ook wel heel erg veel vraagt. Wat je allemaal vraagt van de vergunninghouder om dit te gaan doen, is bijna disproportioneel. De vergunninghouder heeft ook zelf helemaal geen invloed op de geopolitieke risico's, dus je vraagt iets aan iemand die daar zelf eigenlijk helemaal niet bij betrokken is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 10 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 11?
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 11 is van de heer Van den Berg. Die krijgt het oordeel "ontijdig". Wat er staat, vinden we zeer relevant en zullen we ook in de routekaart opnemen. We komen daar later deze maand op terug en op 2 juli zouden we daar nog goed over kunnen spreken. Daarom is de appreciatie "ontijdig".
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Van den Berg om te zien of hij bereid is om deze motie met dit oordeel aan te houden.
De heer Van den Berg (JA21):
Jazeker, voorzitter. Zeker naar aanleiding van wat de staatssecretaris zegt over het lanceren van de routekaart ga ik daar nu in mee. We houden de motie voor nu aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (36847, nr. 11) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 12.
Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 12, die ons verzoekt om het een en ander te betrekken bij het Nationaal Plan Energiesysteem en het Programma Energiehoofdstructuur, krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 12: oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Bat:
Ook de motie op stuk nr. 13 krijgt oordeel Kamer. Misschien kan ik het gewoon zo doen. Dat gaat snel.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 13: oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Bat:
Ook de motie op stuk nr. 14 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 14: oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 15 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 15: oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Bat:
Dan de motie op stuk nr. 16. Er staat dat er "wordt gestreefd". Ook hierbij geldt: de ANVS is natuurlijk degene die hierover gaat, dus daar kunnen wij niet in treden. Maar er staat dat ernaar moet worden gestreefd. Dat is iets wat ANVS al doet. Omdat dat er staat, krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Met die uitleg krijgt de motie op stuk nr. 16 oordeel Kamer, met een akkoord van mevrouw Müller. Dan de motie op stuk nr. 17.
Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter. Dat is de motie waar ik zojuist al op heb geantwoord dat er geen volledige toets plaatsvindt. Daarmee is die motie overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 17: overbodig.
Staatssecretaris De Bat:
In de motie op stuk nr. 18 van de heer Klos staat nu nog "zo snel mogelijk te beëindigen". We hebben het in het debat steeds gehad over "zo snel mogelijk afbouwen". Dat is wel net iets anders. Dat geeft net iets meer houvast. Daarmee is het een inspanningsverplichting. Als we het mogen lezen als "een afbouwpad", zoals ook in de volgende motie staat, dus als "afbouwen" in plaats van "beëindigen", zou ik 'm oordeel Kamer kunnen geven.
De voorzitter:
Ik kijk even naar meneer Klos. Ik denk dat het verstandig is om de motie te wijzigen. Bent u daartoe bereid?
De heer Klos (D66):
Ja, daar ben ik toe bereid. Afbouwen doe je om iets uiteindelijk te kunnen beëindigen. Ik geloof ook dat dat de intentie van het kabinet is. Misschien is het semantiek, maar als dat helpt om de motie oordeel Kamer te geven, vind ik dat prima.
De voorzitter:
Oké. Dan zien we gewijzigde motie tegemoet. Met die wijziging krijgt de motie oordeel Kamer van de staatssecretaris. Dan de motie op stuk nr. 19.
Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter. Ook de laatste motie, die op stuk nr. 19, krijgt oordeel Kamer.
Voorzitter. Tot slot wil ik opmerken dat we werken aan twee brieven, namelijk aan een brief over de voortgang met betrekking tot de huidige kerncentrales en aan een brief over de routekaart. Die zullen voor het debat van 2 juli beschikbaar zijn.
De voorzitter:
Oké. Helder. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We stemmen — ik kijk even naar rechts — dus niet aanstaande dinsdag over deze wet, maar op de dinsdag daarna. We hebben nu een verplichte rustpauze met elkaar ingelast. Tenzij u anders besluit, stemmen we over twee weken over deze wet. Dan stemmen we over zowel de moties als de wet zelf. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat, maar ik zie de heer Van den Berg bij de interruptiemicrofoon staan.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, voorzitter, meer als punt van orde, om in te gaan op wat u net voorstelde met betrekking tot de stemmingen. Ik kijk om mij heen. Ik heb natuurlijk niet de andere Kamerleden gehoord, maar als ik het debat en de beantwoording van de staatssecretaris zo hoor, zouden wij best aanstaande dinsdag kunnen stemmen, denk ik. Dat zal later in het parlementaire proces ook verlichting geven, gezien de drukte die we nog gaan krijgen.
De voorzitter:
Oké. Dat kan met voldoende steun vanuit de Kamer. Mag ik daar even een reactie op van de Kamerleden?
De heer Vermeer (BBB):
Van harte steun om dat dinsdag te doen.
De heer Flach (SGP):
Steun, voorzitter.
Mevrouw Müller (VVD):
Steun.
De heer Jumelet (CDA):
Steun.
De heer Klos (D66):
Voorzitter, steun.
De heer Kops (PVV):
Steun.
De voorzitter:
Daarmee is er een ruime meerderheid om over precies een week te stemmen over deze wet en de ingediende moties.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de beraadslaging. Ik wens u allen een hele fijne avond. Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid.