Stenogram : Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen
31 Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 79
Te raadplegen sinds
2026-08-24Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier36263Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 79
Voorzitter: Michon-Derkzen
Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen
Aan de orde is het tweeminutendebat Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (36263, nr. 47).
De voorzitter:
Goedemiddag. Ik open dit tweeminutendebat. We zijn hier bijeen voor het tweeminutendebat over de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen. Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken van harte welkom. Ik wilde maar direct van start gaan. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Kathmann namens GroenLinks-PvdA. Ik geef haar graag het woord. Gaat uw gang.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. De democratische rechtsstaat onderscheidt zich eigenlijk doordat ook de geheime macht controleerbaar blijft. Dat is echt heel mooi en een supergroot goed. Wij leven in tijden waarin we ijzersterke, supersterke veiligheidsdiensten nodig hebben, maar meteen vraagt dat dan ook weer om controleerbaarheid. Die moet ijzersterk zijn. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat belangrijke onderdelen van de tijdelijke wet in de praktijk nauwelijks zijn gebruikt en dat daardoor een onvolledig beeld van de werking van die wet bestaat;
overwegende dat de diensten de werking van de tijdelijke wet in de praktijk monitoren en dat met de uitkomsten daarvan rekening gehouden gaat worden in het wetgevingsproces tot herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
verzoekt de regering na overleg met de diensten en de toezichthouders de Kamer halfjaarlijks te informeren over de opgedane ervaringen met de tijdelijke wet en de samenhang daarvan met de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kathmann.
Zij krijgt nr. 48 (36263).
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dat was 'm. Excuses voor al deze moeilijke taal.
De voorzitter:
Dank u wel. De tweede spreker in dit debat is de heer Verkuijlen. Hij spreekt namens de VVD. Gaat uw gang.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank u, voorzitter. De volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit de resultaten van de invoeringstoets van de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen blijkt dat de diensten door toepassing van het verwervingssysteem van positieve filtering met betrekking tot streaming- en downloadverkeer effectiever onderzoek kunnen doen naar gekende en ongekende dreigingen voor de nationale veiligheid;
overwegende dat het noodzakelijk en wenselijk is dat die uitvoeringspraktijk ook kan worden toegepast voor onderzoeken die door de diensten worden gedaan onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017;
overwegende dat dit geen wijziging behoeft van Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en dat de TIB en CTIVD hebben aangegeven daartegen geen bezwaar te hebben;
verzoekt de regering het mogelijk te maken dat het de AIVD en de MIVD wordt toegestaan om het systeem van positieve filtering zo spoedig als mogelijk toe te gaan passen, ook voor onderzoeken vallende onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, en de ervaringen met deze toepassing te betrekken bij de verdere evaluatie van de tijdelijke wet en de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Verkuijlen en Tijs van den Brink.
Zij krijgt nr. 49 (36263).
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan de heer Verkuijlen. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is de heer Sneller. Hij spreekt namens D66. Aan u het woord.
De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. Terecht besteden we veel aandacht aan de vraag hoe de inlichtingendiensten ons kunnen beschermen tegen ondermijning uit binnen- en buitenland. Maar de vraag andersom stellen we nog te weinig. Hoe voorkomen we dat onze inlichtingendiensten zelf een instrument van ondermijning worden? Wat als een antidemocratische minister aantreedt die bijvoorbeeld weigert toestemming te geven voor onderzoek naar radicale sympathisanten of juist een aanwijzing geeft voor onderzoek naar een politieke tegenstander? Hoe voorkomen we dat een minister medewerkers van de diensten ontslaat en loyalisten aanstelt? Voorbeelden uit Polen en Hongarije laten zien hoe snel dat kan gaan. In het boek Democratie onder druk, over de geheime diensten in turbulente tijden, laten ook de wetenschappers Jacobs en Jansen zien dat het Nederlandse beleid kwetsbaarheden kent op deze gebieden. Denken dat het wel goedkomt, is wachten tot het misgaat. Daarom roep ik ook de minister op om deze vragen expliciet mee te nemen bij het herzien van de Wiv. Ik zal daar bij de behandeling van die wet t.z.t. dan ook op terugkomen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan de heer Sneller. Ik begrijp dat de minister direct kan reageren op de ingediende moties. Ik geef hem daartoe graag het woord. De minister.
Minister Heerma:
Voorzitter, mag de microfoon iets hoger? Bijna direct, is het dan. Ik dank de Kamer voor de moties en eigenlijk ook voor de laatste vraag van de heer Sneller. De motie van mevrouw Kathmann ... Ik geloof dat ik nog geen PRO mag zeggen, want daar is vandaag over gestemd?
De voorzitter:
Vanaf 10 juni noemen we ze zo.
Minister Heerma:
Mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA dient een motie in die in lijn ligt met vragen die zij al stelde na de brief die mijn voorganger eind vorig jaar stuurde over de invoeringstoets. Ik snap dat zij geen genoegen heeft genomen met het antwoord zoals het tot nu toe gegeven is. Tegelijkertijd wil ik kijken of ik de motie kan beoordelen op een manier die voor mevrouw Kathmann acceptabel is.
Wat ik wil toezeggen, is dat we voor het einde van het jaar een brief sturen en dat we daarna de Kamer binnen het traject van de nieuwe wet minstens twee keer per jaar informeren. De motie vraagt halfjaarlijks, maar wij zoeken dan naar momenten binnen de behandeling van de wet. Dus voor het einde van het jaar komt er een brief — dat is ook een jaar nadat de invoeringstoets geweest is — over wat de stand van zaken is en het jaar daarna, dat is het jaar waarin de wet behandeld wordt, minstens twee keer. Als dat voor mevrouw Kathmann voldoende invulling geeft aan wat zij beoogt met de motie, waar ik begrip voor heb, dan kan ik die motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie haar knikken, dus daarmee heeft de motie op stuk nr. 48 oordeel Kamer.
Minister Heerma:
Dan de motie op stuk nr. 49 van VVD en CDA. Ik kan daar kort over zijn, want dit volgt vrij direct uit wat ook in december door mijn voorganger in die invoeringstoets gezegd is. Mijn ambtgenoot van Defensie en ik kunnen deze motie onderschrijven. Ik laat deze motie, ook indachtig wat er uit die invoeringstoets is gekomen, oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 49 heeft oordeel Kamer. Daarmee heeft u beide ingediende moties geapprecieerd.
Minister Heerma:
Ja, en dan nog heel kort over de heer Sneller, die het boek dat hij aanhaalt op z'n bureau heeft liggen. Het is voor de heer Sneller een bekend onderwerp. Hij kondigt ook aan dat hij bij de wetsbehandeling hierop terug zal komen. Ik denk dat voor ons allen duidelijk is dat een weerbare democratie en rechtsstaat een zeer belangrijk onderwerp is. Ik ben mij er als minister ten volle van bewust dat dit ook bij deze wetsbehandeling een rol moet spelen. We zullen het dus meenemen in het wetsvoorstel en ik vertrouw er ook op dat we daar tijdens de wetsbehandeling veelvuldig over met elkaar zullen spreken.
De voorzitter:
Dank. Dank, minister, voor de reactie op de ingediende moties. Dank ook aan de leden.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We stemmen hier volgende week dinsdag over. Daarmee schors ik dit debat. We gaan om 18.30 uur door met de wijziging van de Kernenergiewet.
De vergadering wordt van 17.11 uur tot 18.32 uur geschorst.