Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
Tweede Kamer der Staten-Generaal
InhoudsopgaveGeraamde uitgaven en ontvangstenA. Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstelB. Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen1. Leeswijzer2. Beleidsagenda2.1 Ministerie van Algemene Zaken2.2 Beleidsprioriteiten2.3 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties2.4 Openbaarheidsparagraaf2.5 Planning Strategische Evaluatieagenda2.6 Slagvaardige Overheid3. Beleidsartikel3.1 Ministerie van Algemene Zaken3.1.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleidA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumenten4. Dienst Publiek en Communicatie4.1 Begroting van baten en lasten4.2 Kasstroomoverzicht4.3 Overzicht doelmatigheidsindicatoren5. Kabinet van de KoningA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumenten6. Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en VeiligheidsdienstenA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumenten7. BijlagenBijlage 1: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda
37 020 III Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2027
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING
Vergaderjaar 2026–2027
GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 112,7
Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 9,6
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.
De Minister-President, Minister van Algemene ZakenR.A.A.Jetten
B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Voor u ligt de begroting 2027 van het ministerie van Algemene Zaken (AZ), het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:
– Beleidsagenda
– Beleidsartikel
– Begroting agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC)
– Kabinet van de Koning (KvdK)
– Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)
– Bijlagen
Voor wat betreft het verstrekken van beleidsinformatie wordt opgemerkt dat de begroting van AZ, gelet op de aard van de werkzaamheden en het ontbreken van een specifiek beleidsveld, beperkt aanknopingspunten biedt tot het verstrekken van beleidsinformatie. Dit neemt niet weg, dat in de AZ-begroting ieder jaar zo goed en zo concreet als mogelijk inzicht wordt gegeven in de activiteiten. Waar mogelijk en zinvol zijn deze gevat in output-indicatoren. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de actuele Rijksbegrotingsvoorschriften, exclusief het voorschrift voor een centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven maken – met instemming van de Minister van Financiën – onderdeel uit van de programma-artikelen.
2. Beleidsagenda
2.1 Ministerie van Algemene Zaken
In de beleidsagenda zijn de hoofddoelen van het ministerie van Algemene Zaken (AZ) voor het jaar 2027 opgenomen en waar mogelijk wordt ook ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. Inzicht in en aandacht voor doelen, resultaten en risico’s is van belang om weloverwogen keuzes te kunnen maken. De belangrijkste budgettaire mutaties die samenhangen met de keuzes van het kabinet zijn opgenomen onder 2.3 in tabel 1 en 2. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36740, nr. 7), Hoogeveen (Kamerstukken II 2025/26, 36945, nr. 17) en Van der Lee c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36740, nr. 8) over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken. De hoofddoelen en risico’s zijn nader uitgewerkt bij beleidsartikel 1 van het ministerie van AZ, met daarbij ook nadere toelichting op de voornemens op dat specifieke beleidsterrein.
2.2 Beleidsprioriteiten
Voor het ministerie van Algemene Zaken (AZ) en de Minister-President staan, overeenkomstig artikel 45 van de Grondwet, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan, centraal. Het coalitieakkoord is hierbij leidend.
Meer in het bijzonder zijn voor AZ, gezien de portefeuille van de Minister-President in algemene zin, de volgende onderwerpen relevant.
Veiligheid
Veiligheid en een weerbare samenleving zijn topprioriteiten die in de komende periode van het grootste belang zullen blijven. Het dreigingsniveau terrorisme blijft op het één na hoogste niveau, hetgeen betekent dat er een reële kans is dat er een aanslag plaatsvindt in Nederland. Dat vereist niet alleen doortastend handelen bij zich aandienende dreigingen, ook wordt in veiligheid en weerbaarheid geïnvesteerd. Naast terroristische dreiging en dreigingen van statelijke actoren is de zware, georganiseerde misdaad een acute, ondermijnende dreiging die grote impact heeft op de samenleving. Daarnaast nemen digitale dreigingen toe: van cyberaanvallen al dan niet vanuit statelijke actoren tot online radicalisering van jongeren. Ook dreigingen op het gebied van kennisveiligheid en economische veiligheid vragen om grotere weerbaarheid van ons land. Het gaat hier om een samenspel van nationale en internationale ontwikkelingen dat, ook vanwege technologische ontwikkelingen, in complexiteit toeneemt en waarvan de impact rechtstreeks en ingrijpend is.
Internationale conflicten zijn direct verweven met de situatie in Nederland en de nationale veiligheid. De internationale verhoudingen veranderen in hoog tempo. Aan de Europese buitengrens woedt de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. De oorlog in het Midden-Oosten heeft wereldwijd grote gevolgen, die op diverse manieren in Nederland voelbaar is. Bovendien hebben we in Nederland op dagelijkse basis te maken met hybride dreigingen. De onvoorspelbaarheid van geopolitieke ontwikkelingen met een direct gevolg voor de Nederlandse en Europese veiligheid is daardoor snel toegenomen.
Het is noodzakelijk dat Nederland is voorbereid op de toename aan hybride, militaire en terroristische dreigingen. De weerbaarheid van Nederland moet daarom op verschillende gebieden versterkt worden. Daarom investeert Nederland fors in de krijgsmacht en de veiligheidsketen en werkt Nederland voor strategische producten of systemen aan het afbouwen van eenzijdige afhankelijkheden. Ook de weerbaarheid van de samenleving en individuele burgers wordt versterkt door een combinatie van nationale- en lokale activiteiten.
AZ draagt verantwoordelijkheid voor de coördinatie van het werk van onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Een belangrijk onderdeel van de coördinatie is de voorbereiding en actueel houden van de geïntegreerde aanwijzing voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (GA I&V), waarin de onderzoeksprioriteiten voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden vastgesteld. In 2026 vindt de vierjaarlijkse grote herziening van de GA I&V plaats, waarbij ook de methodiek wordt geactualiseerd.
In lijn met het coalitieakkoord wordt gewerkt aan een dreigingsgerichte en techniek neutrale wet voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om – in het licht van het brede en zorgwekkende dreigingsbeeld – wendbaar en effectief op te kunnen treden als de dreiging hierom vraagt. Hierbij horen ook nieuwe waarborgen. De aanbieding van het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer is voorzien voor de eerste helft van 2027.
AZ heeft als coördinator ook een rol als aanjager van overleggen over veiligheidsrelevante ontwikkelingen, zowel nationaal als internationaal. De geopolitieke verhoudingen zijn aan grote veranderingen onderhevig, waarbij van een nieuwe balans vooralsnog geen sprake is. Tegen die achtergrond is het functioneren van de in 2022 opgerichte Nationale Veiligheidsraad (NVR) steeds centraler geworden in het bepalen van de koers die Nederland in dit krachtenveld aanhoudt. Dat gebeurt in aanvulling op de Raad Veiligheid en Inlichtingen (RVI) en de Raad Defensie en Internationale, Nationale en Economische Veiligheid (RDINEV). De meerwaarde van de NVR is gelegen in strategische en verdiepende multidisciplinaire analyses, die inmiddels meermaals en over diverse thema’s plaatsgevonden hebben.
Buitenland
Internationale samenwerking is voor Nederland essentieel voor de veiligheids- en economische belangen. Daarvoor zijn een stabiele wereldorde, goed functionerende multilaterale instellingen, de rechtsstaat, mensenrechten en verduurzaming belangrijke randvoorwaarden. Tegen de achtergrond van de geopolitieke ontwikkelingen zet Nederland in op een proactieve inzet in de VN, de NAVO, de EU en in andere multi- en bilaterale samenwerkingsverbanden. Gelijkgestemde landen zullen zich meer moeten verenigen voor het versterken van democratische krachten, het beschermen van de open wereldeconomie en het bevorderen van de internationale rechtsorde.
De Russische agressieoorlog in Oekraïne is de grootste directe veiligheidsdreiging voor Europa en daarmee Nederland. We gaan door met de militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne. Oekraïne vecht ook voor onze veiligheid en vrijheid. Na een eventueel bestand blijft steun nodig, zodat Oekraïne toekomstige agressie kan afschrikken en weerstaan. Nederland speelt een centrale rol bij het streven naar gerechtigheid voor Oekraïne.
De NAVO vormt de hoeksteen van onze collectieve veiligheid. Nederland neemt verantwoordelijkheid binnen de NAVO door een betrouwbaar bondgenoot te zijn en politiek en militair actief bij te dragen aan de kracht van het bondgenootschap. Tegelijkertijd zijn onze toekomst en welvaart onlosmakelijk verbonden met een sterk Europa. Daarom zet Nederland in op een sterk Europa binnen de NAVO. Dit gebeurt in de overtuiging dat dit belangrijk is voor de Europese veiligheid, maar daarbij ook essentieel is voor een krachtig en toekomstbestendige NAVO.
Bij veel van de vraagstukken waar Nederland de komende periode voor staat, speelt de EU blijvend een essentiële rol. Denk aan een sterke Europese economie, strenger migratiebeleid, en interne veiligheid en defensie. Daarom moet Europa verder investeren in de eigen veiligheid, waarmee het Europese domein binnen de NAVO ook verder wordt versterkt. Samenwerking om de Europese defensie-industrie te versterken om risicovolle afhankelijkheden af te bouwen is essentieel. Ook dient de Europese economische kracht te worden versterkt door middel van investeringen in innovatie, AI en technologie ten behoeve van het Europese concurrentievermogen.
Voor al deze uitdagingen geldt dat een handelingsbekwame Unie van groot belang is. Sterke lidstaten zijn de basis van een sterke Unie. Voor een versterking van de economie, de handel en werkgelegenheid is het voltooien van de interne markt en de kapitaalmarktunie essentieel. Verduurzaming en digitalisering moeten gepaard gaan met het wegnemen van obstakels en versimpeling van wetgeving waar dat mogelijk is. Daarnaast is van belang dat overheidsfinanciën gezond zijn en schulden houdbaar blijven. Voor Nederland staat als een paal boven water dat goed bestuur en de democratische rechtsstaat stevig verankerd dienen te zijn in de lidstaten en de instellingen, en dat lidstaten de gemaakte afspraken nakomen.
Tegen deze achtergrond zal Nederland zich ervoor blijven inzetten dat in Europees verband voortgang wordt geboekt op de eigen prioriteiten. Het gaat daarbij om het realiseren van de EU als krachtige geopolitieke actor, als hoeder van de rechtsstaat, en als sterke economische en concurrerende speler op het wereldtoneel. Binnen deze agenda zijn een slagvaardige migratieaanpak, een toekomstgerichte agenda voor veiligheid, een sterke en duurzame economie, een effectief klimaatbeleid, digitalisering, defensie-industriebeleid en een EU die de eigen belangen en waarden verdedigt in de wereld belangrijke thema’s. Tegen die achtergrond dient wat Nederland betreft de nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie gestoeld te zijn op scherpe keuzes, prioritering en modernisering, voor een toekomstbestendig en waardengedreven begroting. Daarbij zal Nederland, als export-georiënteerd land, de samenwerking blijven zoeken met derde landen, zoals de VS en het VK. Nederland zal eveneens aandacht blijven vragen voor betere regelgeving, een efficiënte begroting en het functioneren van de EU, zowel wat betreft de instellingen als de lidstaten, zodat concrete resultaten kunnen worden geboekt.
2.3 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
Tabel 1 Belangrijkste uitgavenmutaties bij AZ t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Uitgaven 2026
Uitgaven 2027
Uitgaven 2028
Uitgaven 2029
Uitgaven 2030
Uitgaven 2031
Stand begroting 2026 (inclusief NvW)
102.594
100.797
98.741
96.855
96.855
96.855
Belangrijkste mutaties
Eerste suppletoire begroting 2026
2.887
2.670
2.119
‒ 389
‒ 3.860
‒ 3.915
Mutaties coalitieakkoord
1) Efficiencytaakstelling coalitieakkoord
1
0
‒ 191
‒ 379
‒ 919
‒ 1.445
‒ 1.445
2) Maatregel vernieuwing rijksdienst coalitieakkoord
1
0
0
0
‒ 1.955
‒ 4.899
‒ 4.899
Belangrijkste suppletoire mutaties
3) Loon-en prijsbijstelling 2026
1
1.586
1.561
1.190
1.142
1.141
1.084
4) Loon-en prijsbijstelling toedeling naar KvdK
1
‒ 31
‒ 31
‒ 27
‒ 27
‒ 27
‒ 26
5) Loon-en prijsbijstelling toedeling naar CTIVD
1
‒ 40
‒ 40
‒ 36
‒ 30
‒ 30
‒ 29
6) Oprichting Bureau Bestuursraad Rijk (BBR)
1
1.400
1.400
1.400
1.400
1.400
1.400
7) Eindejaarsmarge (EJM) 2025
1
1.006
0
0
0
0
0
8) Uitdeling EJM 2025 naar KvdK
1
‒ 33
0
0
0
0
0
9) Aanwending EJM 2025 voor CTIVD
1
‒ 900
0
0
0
0
0
10) Overige overboekingen met andere begrotingen
1
‒ 101
‒ 29
‒ 29
0
0
0
Begroting 2027
55
106
‒ 538
‒ 460
591
‒ 701
1) Loonbijstelling CAO rijk 2026
1
193
190
188
184
184
184
2) Loonbijstelling CAO rijk 2026 uitdeling naar KvdK
1
‒ 9
‒ 9
‒ 9
‒ 9
‒ 9
‒ 9
3) Loonbijstelling CAO rijk 2026 uitdeling naar CTIVD
1
‒ 12
‒ 12
‒ 12
‒ 10
‒ 10
‒ 10
4) Aandeel AZ in RA-envelopppe Nationale Veiligheid
1
0
0
275
363
462
550
5) Versnellen taakstelling vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid
1
0
0
‒ 942
‒ 951
0
0
6) Aanvullende taakstelling Rijk
1
0
0
0
0
0
‒ 961
7) Overige overboekingen met andere begrotingen
1
‒ 117
‒ 63
‒ 38
‒ 37
‒ 36
‒ 455
Stand ontwerpbegroting 2027
105.536
103.573
100.322
96.006
93.586
92.239
Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026
1. Dit is de verwerking van de efficiencytaakstelling zoals afgesproken in het coalitieakkoord.
2. Dit is de verwerking van de maatregel vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid zoals afgesproken in het coalitieakkoord.
3. De loon-en prijsbijstelling 2026.
4. De doorverdeling van de loon-en prijsbijstelling naar het KvdK.
5. De doorverdeling van de loon-en prijsbijstelling naar de CTIVD.
6. In 2026 en verder dragen de departementen € 1,4 miljoen bij voor de financiering oprichten Bureau Bestuursraad Rijk (BBR).
7. De eindejaarsmarge 2025.
8. De uitdeling van de eindejaarsmarge 2025 naar KvdK.
9. De aanwending van de eindejaarsmarge 2025 voor de extra exploitatiekosten nieuwe huisvesting CTIVD in 2027.
10. Dit is het saldo van diverse overboekingen van de begroting van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ).
Toelichting mutaties begroting 2027
1. De loonbijstelling van het CAO rijk van 2026.
2. De doorverdeling van de loonbijstelling CAO rijk 2026 naar het KvdK.
3. De doorverdeling van de loonbijstelling CAO rijk 2026 naar de CTIVD.
4. Het aandeel van AZ in de RA-enveloppe Nationale Veiligheid ten behoeve van de CTIVD en TIB.
5. In het coalitieakkoord is afgesproken dat een taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt versneld ingevoerd. Dit betekent voor AZ een ombuiging voor de jaren 2028 (€ 0,9 miljoen) en 2029 (€ 0,9 miljoen).
6. Het kabinet heeft besloten tot een aanvullende taakstelling Rijk voor de jaren 2031 tot en met 2035.
7. Dit is het saldo van diverse overboekingen van de begroting van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ).
Tabel 2 Belangrijkste ontvangstenmutaties bij AZ t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Ontvangsten 2026
Ontvangsten 2027
Ontvangsten 2028
Ontvangsten 2029
Ontvangsten 2030
Ontvangsten 2031
Stand begroting 2026 (inclusief NvW)
6.334
5.794
5.894
5.994
5.994
5.994
Belangrijkste mutaties
Eerste suppletoire begroting 2026
22
22
22
‒ 136
‒ 356
‒ 356
Mutaties coalitieakkoord
1) Efficiencytaakstelling coalitieakkoord
1
0
0
0
‒ 34
‒ 68
‒ 68
2) Maatregel vernieuwing rijksdienst coalitieakkoord
1
0
0
0
‒ 124
‒ 310
‒ 310
Belangrijkste suppletoire mutaties
3) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting loonbijstelling RVD/CKH 2026
1
11
11
11
11
11
11
4) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting prijsbijstelling RVD/CKH 2026
1
11
11
11
11
11
11
Begroting 2027
239
239
182
180
239
179
1) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting uitbreiding formatie CKH
1
234
234
234
234
234
234
2) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting loonbijstelling CAO rijk 2026 CKH
1
5
5
5
5
5
5
3) Versnellen taakstelling vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid
1
0
0
‒ 57
‒ 59
0
0
4) Aanvullende taakstelling Rijk
1
0
0
0
0
0
‒ 60
Stand ontwerpbegroting 2027
6.595
6.055
6.098
6.038
5.877
5.817
Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026
1. Dit is de verwerking van de efficiencytaakstelling zoals afgesproken in het coalitieakkoord.
2. Dit is de verwerking van de maatregel vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid zoals afgesproken in het coalitieakkoord
3. Dit betreffen technische ontvangstenmutaties als gevolg van de doorbelasting van de loonbijstelling 2026.
4. Dit betreffen technische ontvangstenmutaties als gevolg van de doorbelasting van de prijsbijstelling 2026.
Toelichting mutaties begroting 2027
1. De doorbelasting van de uitbreiding van de formatie van CKH als onderdeel van de Rijksvoorlichtingsdienst. Het bedrag is bij de eerste suppletoire begroting doorverdeeld binnen het budget Rijksvoorlichtingsdienst Communicatie Algemeen Regeringsbeleid naar Communicatie Koninklijk Huis.
2. De ontvangsten als gevolg van de doorbelasting van de loonbijstelling CAO rijk 2026 naar CKH.
3. In het coalitieakkoord is afgesproken dat een taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt versneld ingevoerd. Dit betekent dat de ontvangsten voor de jaren 2028 en 2029 lager uitvallen.
4. Kabinet heeft besloten tot een aanvullende taakstelling Rijk voor de jaren 2031 tot en met 2035.
Kabinet van de Koning (IIIB)
Tabel 3 Belangrijkste uitgavenmutaties bij KvdK t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Uitgaven 2026
Uitgaven 2027
Uitgaven 2028
Uitgaven 2029
Uitgaven 2030
Uitgaven 2031
Stand begroting 2026 (inclusief NvW)
3.416
3.416
3.416
3.416
3.416
3.416
Belangrijkste mutaties
Eerste suppletoire begroting 2026
64
31
27
27
27
26
1) Loonbijstelling KvdK 2026
1
18
18
18
18
18
18
2) Prijsbijstelling KvdK 2026
1
13
13
9
9
9
8
3) Eindejaarsmarge KvdK 2025
1
33
0
0
0
0
0
Begroting 2027
9
9
9
9
9
9
1) Loonbijstelling CAO rijk 2026 KvdK
1
9
9
9
9
9
9
Stand ontwerpbegroting 2027
3.489
3.456
3.452
3.452
3.452
3.451
Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026
1. De tranche 2026 van de loonbijstelling, inclusief die voor het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De loonbijstelling voor het KvdK is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van het KvdK.
2. De tranche 2026 van de prijsbijstelling, inclusief die voor KvdK en de CTIVD, is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De prijsbijstelling voor het KvdK is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van het KvdK.
3. Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2025.
Toelichting mutaties begroting 2027
1. De tranche van de loonbijstelling van het CAO rijk 2026, inclusief die voor het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De loonbijstelling voor het KvdK is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van het KvdK.
Tabel 4 Belangrijkste ontvangstenmutaties bij KvdK t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Ontvangsten 2026
Ontvangsten 2027
Ontvangsten 2028
Ontvangsten 2029
Ontvangsten 2030
Ontvangsten 2031
Stand begroting 2026 (inclusief NvW)
3.416
3.416
3.416
3.416
3.416
3.416
Belangrijkste mutaties
Eerste suppletoire begroting 2026
64
31
27
27
27
26
1) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting loonbijstelling KvdK 2026
1
18
18
18
18
18
18
2) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting prijsbijstelling KvdK 2026
1
13
13
9
9
9
8
3) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting eindejaarsmarge KvdK 2025
1
33
0
0
0
0
0
Begroting 2027
9
9
9
9
9
9
1) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting loonbijstelling CAO rijk 2026 KvdK
1
9
9
9
9
9
9
Stand ontwerpbegroting 2027
3.489
3.456
3.452
3.452
3.452
3.451
Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026Dit betreft technische mutaties die in het kader van de doorbelasting naar de begroting van de Koning (I) tot ontvangsten leiden op de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning.
Toelichting mutaties begroting 2027
De tranche van de loonbijstelling van het CAO rijk 2026, inclusief die voor het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. Deze loonbijstelling heeft in het kader van de doorbelasting naar de begroting van de Koning (I) tot ontvangsten geleid op de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning.
Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)
Tabel 5 Belangrijkste uitgaven mutaties bij CTIVD t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Uitgaven 2026
Uitgaven 2027
Uitgaven 2028
Uitgaven 2029
Uitgaven 2030
Uitgaven 2031
Vastgestelde begroting 2026
4.701
4.682
4.671
3.729
3.729
3.729
Belangrijkste mutaties
Eerste suppletoire begroting 2025
40
940
36
30
30
29
1) Loonbijstelling CTIVD 2026
1
27
27
27
21
21
21
2) Prijsbijstelling CTIVD 2026
1
13
13
9
9
9
8
3) Aanwending EJM 2025 voor 2027
1
0
900
0
0
0
0
Begroting 2027
12
12
12
10
10
10
1) Loonbijstelling CAO rijk 2026 CTIVD
1
12
12
12
10
10
10
Stand ontwerpbegroting 2027
4.753
5.634
4.719
3.769
3.769
3.768
Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026
1. De tranche 2026 van de loonbijstelling, inclusief die voor het KvdK en de CTIVD, is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De loonbijstelling voor de CTIVD is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van de CTIVD.
2. De tranche 2026 van de prijsbijstelling, inclusief die voor het KvdK en de CTIVD, is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De prijsbijstelling voor de CTIVD is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van de CTIVD.
3. De aanwending van de eindejaarsmarge 2025 van AZ voor de extra exploitatiekosten nieuwe huisvesting CTIVD in 2027.
Toelichting mutaties begroting 2027
1. De tranche van de loonbijstelling van het CAO rijk 2026, inclusief die voor het KvdK en de CTIVD, is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De loonbijstelling voor de CTIVD is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van de CTIVD.
2.4 Openbaarheidsparagraaf
Het ministerie van Algemene Zaken (AZ) zet in 2027 zelfstandig de ingezette verbeterslag op het gebied van informatiehuishouding voort, na afronding van het Rijksbrede programma Open Overheid in 2026. De verantwoordingsplicht voor de geoormerkte BZK-IHH-POK-gelden blijft bestaan. In 2027 worden de beloofde rijksbrede voorzieningen uit het afgeronde Programma Open Overheid verwacht, die de archivering van chat- en e-mailberichten verder verbeteren. Daarnaast onderzoekt AZ of er geautomatiseerde oplossingen mogelijk zijn voor e-mailarchivering en blijft het betrokken bij rijksbrede ontwikkelingen. Het lopende bewustwordingsprogramma voor medewerkers over informatiehuishouding, privacy en informatiebeveiliging wordt in 2027 met geactualiseerde thema’s voortgezet. Ook richt AZ zich in 2027 op de implementatie van de Archiefwet 2026. Het reeds ingezette traject voor een herziene selectielijst zal worden omgezet naar een traject voor een selectiebesluit.
2.5 Planning Strategische Evaluatieagenda
Tabel 6 Planning Strategische Evaluatie Agenda
Thema
Type onderzoek
Afronding
Toelichting onderzoek
Begrotingsartikel
Communicatie: campagnes
Evaluatie onderzoek
2027
Jaarevaluatie campagnes 2026
1
Agentschapsdoorlichting Dienst Publiek en Communicatie (DPC)
Doorlichtingsonderzoek
2027
Periodieke evaluatie agentschap
1
Voor een verdere onderbouwing van de strategische evaluatieagenda zie «Bijlage 1: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda».
2.6 Slagvaardige Overheid
Tabel 7 Overzicht Slagvaardige Overheid
in miljoenen euro's
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord
Efficiencytaakstelling
‒
‒
‒
‒ 0,4
‒ 0,9
‒ 1,4
‒ 2,3
Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid
‒
‒
‒
‒ 0,9
‒ 2,7
‒ 4,6
‒ 4,6
Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het ministerie van Algemene Zaken gaat dit om een bedrag dat structureel oploopt tot € 6,9 miljoen. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.
Het ministerie van Algemene Zaken (AZ) heeft de apparaatstaakstellingen in het kader van de vernieuwing Rijksdienst doorverdeeld binnen de begroting van AZ conform de grondslag van het ministerie van Financiën. Vanwege het beleidsarme karakter van de begroting van het ministerie van Algemene Zaken betreft de invulling van de taakstelling vanzelfsprekend apparaatskosten. De taak en opdracht van AZ zorgen ervoor dat AZ in mindere mate direct kan bijdragen aan het verminderen of vereenvoudigen van het aantal regels of het verbeteren van beleid.
De interne verwerking van de efficiencytaakstelling naar de diensten binnen het artikelonderdeel apparaatskosten wordt onderzocht en verwerkt in 2027. Voor wat betreft de taakstelling in het kader van de vernieuwing rijksdienst zal een eerste analyse worden uitgevoerd in 2027. Voor het concreet aanwijzen van de te nemen maatregelen wordt gewacht op de actieagenda van de Taskforce Slagvaardige Overheid. Daarmee zal een bijdrage worden geleverd aan het efficiënter en effectiever werken van de overheid. Dienst Publiek en Communicatie maakt in 2027 de keuzes voor de invulling van het toebedeelde bedrag.
3. Beleidsartikel
3.1 Ministerie van Algemene Zaken
3.1.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid
A. Algemene doelstelling
AZ coördineert het algemene regeringsbeleid. Doel is de Minister-President en de ministerraad adequaat te ondersteunen door beleidsinhoudelijke voorbereiding en afstemming en de woordvoering en communicatie hierover.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister-President is als voorzitter van de ministerraad (artikel 45, lid 2 en 3 Grondwet) verantwoordelijk voor 'het bevorderen van de eenheid van het algemene regeringsbeleid'. Dat komt op verschillende manieren tot uitdrukking. Zo spreekt de Minister-President na afronding van het formatieproces namens het nieuwe kabinet de regeringsverklaring uit en gaat hij daarover met de Tweede Kamer in debat. Voorts verantwoordt de Minister-President zich over het algemene regeringsbeleid tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag. De Minister-President is ook verantwoordelijk voor het in stand houden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad en onderraden. Voorts is de Minister-President verantwoordelijk voor coördinatie van het algemene communicatiebeleid, zoals het bevorderen van de eenheid in presentatie en adequate publiekscommunicatie. Daarnaast is de Minister-President verantwoordelijk voor het in stand houden van de onafhankelijke positie van de WRR als adviesorgaan voor de langetermijnontwikkelingen en vraagstukken die de samenleving beïnvloeden. Het Ministerie van Algemene Zaken ondersteunt de Minister-President in zijn rol als voorzitter van de rijksministerraad, van de ministerraad en van de onderraden van de ministerraad alsmede in zijn rol als lid van de Europese Raad en als verantwoordelijke voor de coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Tevens heeft de Minister-President de beheersmatige verantwoordelijkheid voor het onafhankelijk toezicht en toetsing op de veiligheidsdiensten (AIVD en MIVD) bestaande uit de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). De Minister-President heeft een aantal verantwoordelijkheden op het gebied van buitenlands beleid. Deze houden onder meer verband met zijn lidmaatschap van de Europese Raad. Voorts vertegenwoordigt de Minister-President Nederland op diverse internationale bijeenkomsten, zoals topontmoetingen van de VN en de NAVO. Ook brengt hij, in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken, bezoeken aan landen en regio’s indien het bredere Nederlandse belang daarmee is gediend. Verder heeft de Minister-President een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van het Koninklijk Huis. Artikel 42 van de Grondwet houdt onder meer in dat alle ministers ministerieel verantwoordelijk zijn voor de Koning. Deze ministeriële verantwoordelijkheid heeft betrekking op de onderscheiden terreinen van beleid en wetgeving waarvoor de ministers verantwoordelijk zijn op basis van hun taken en bevoegdheden. De minister-president draagt ministeriële verantwoordelijkheid voor algemene zaken die de Koning betreffen.
C. Beleidswijzigingen
Niet van toepassing.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid art.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
114.826
105.536
103.573
100.322
96.006
93.586
92.239
Uitgaven
111.435
105.536
103.573
100.322
96.006
93.586
92.239
1.1 Coördinatie van het algemeen communicatie- en regeringsbeleid (RVD)
1.559
4.489
4.416
4.249
4.065
3.944
3.902
1.2 Bijdrage aan de lange termijn beleidsontwikkeling (WRR)
407
631
621
605
582
566
560
1.3 Apparaatsuitgaven
72.352
64.228
63.768
61.567
58.620
57.188
56.213
1.4 Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)
2.072
2.391
2.131
2.129
2.129
2.129
2.128
Bijdrage aan agentschap
1.5 Dienst Publiek en Communicatie
35.045
33.797
32.637
31.772
30.610
29.759
29.436
Ontvangsten
10.483
6.595
6.055
6.098
6.038
5.877
5.817
Budgetflexibiliteit
Het grootste deel van de uitgaven bij AZ zijn apparaatsuitgaven. In verband met het beleidsarme karakter van AZ vindt er geen verdere uitsplitsing plaats naar geschatte budgetflexibiliteit.
E. Toelichting op de financiële instrumenten
In 2027 worden de in 2026 structurele toegevoegde middelen van € 1,4 miljoen voor de financiering van het Bureau Bestuursraad Rijk (BBR) aangewend. Het BBR ondersteunt de secretarissen-generaal (SG’s) bij hun rijksbrede samenwerking als een bestuursraad rijk, waar zij gezamenlijk sturing geven aan departementsoverstijgende opgaven.
In het coalitieakkoord zijn afspraken gemaakt over een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid. De dalende uitgaven in 2027 en verder zijn het gevolg van de taakstelling op de apparaatskosten en van de maatregel vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid zoals afgesproken in het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten. Het kabinet heeft besloten dat de efficiencytaakstelling wordt uitgebreid met extra tranches voor de jaren 2031 tot en met 2035. Daarnaast is besloten om voor de jaren 2028 en 2029 een extra taakstelling op te leggen in het kader van de versnelling vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor het ministerie van Algemene Zaken gaat dit om een totaalbedrag dat structureel oploopt tot € 6,9 miljoen. Deze maatregelen komen overigens bovenop de al voorziene daling die voorvloeit uit het hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Schoof.
Verdeling van de intensiveringsenveloppe voor Nationale Veiligheid uit het Regeerakkoord
Bij de uitdeling van de enveloppe Nationale Veiligheid en het aandeel hierin voor de inlichtingendienst AIVD wordt ook rekening gehouden met de extra werkzaamheden die hieruit voortvloeien voor de toezichthouders CTIVD en TIB. Het betreft een bedrag van € 275 duizend in 2028 oplopend tot € 550 duizend structureel. In afwachting van de exacte verdeling tussen de twee diensten is het budget vooralsnog centraal gereserveerd op artikelonderdeel 1.3 apparaatsuitgaven.
Uitvoering moties van der Lee c.s. en Hoogeveen over doelen, prioriteiten, resultaten en risico's
Gezien het beleidsarme karakter van de begroting van het ministerie van Algemene Zaken zijn er geen specifieke doelstellingen in het regeerakkoord van het kabinet-Jetten opgenomen, wel zijn doelstellingen opgenomen die relevant zijn voor de begroting van het ministerie van Algemene Zaken.
Het ministerie van Algemene Zaken draagt, net als andere ministeries, bij aan het realiseren van een slagvaardiger overheid en het terugdringen van de externe inhuur. Daarbij wil het kabinet de externe inhuur binnen de Rijksdienst terugdringen van 15,4% naar 10% (de Roemernorm). Het is het ministerie van Algemene Zaken gelukt om de externe inhuur te laten dalen van 20,7% in 2024 naar 16% in 2025. Het ministerie van Algemene Zaken heeft als doel om de externe inhuur verder te laten dalen in 2027.
1.1 Coördinatie van het algemene communicatie- en regeringsbeleid
Algemeen Regeringsbeleid
Beraadslaging en besluitvorming over het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid van beleid is de taak van de ministerraad. Deze staat onder voorzitterschap van de Minister-President. Het Kabinet van de Minister-President ondersteunt de Minister-President in deze taak in nauwe samenwerking met de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).
Uit het oogpunt van taakverdeling en efficiënte besluitvorming worden voorstellen waarover de ministerraad dient te besluiten veelal eerst voorgelegd aan een onderraad van de ministerraad. Een dekkend stelsel van onderraden bestrijkt het gehele terrein van rijksbeleid. De Minister-President is voorzitter van alle onderraden. Naast de ministerraad functioneert de ministerraad van het Koninkrijk (de zogeheten rijksministerraad). Aan de vergaderingen van de rijksministerraad nemen naast de leden van de ministerraad gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten deel. In de vergadering van de rijksministerraad komen alle aangelegenheden van het Koninkrijk aan de orde die meer dan één van de landen raken.
Gemeenschappelijk Communicatiebeleid
De woordvoering van de Minister-President en de ministerraad is een taak van de RVD. Daarnaast werkt de RVD intensief samen met de directies Communicatie van de ministeries om het gemeenschappelijke communicatiebeleid van de Rijksoverheid vorm te geven en uit te voeren. De directeuren Communicatie en de directeur van de Dienst Publiek en Communicatie (DPC) komen hiertoe tweewekelijks samen in de Voorlichtingsraad (VoRa).
De VoRa ontwikkelt initiatieven op het vlak van overheidscommunicatie, is verantwoordelijk voor de coördinatie en uitvoering van interdepartementale communicatie-activiteiten en bundelt de uitvoering via het agentschap DPC. De Rijksvoorlichtingsdienst coördineert het algemeen communicatiebeleid van de Rijksoverheid.
Rijks- en kabinetsbrede communicatie
Het communicatiebeleid is geënt op vier kernbegrippen: betrouwbaarheid, herkenbaarheid, eenduidigheid (in vorm en inhoud) en toegankelijkheid. Deze kernbegrippen krijgen concreet vorm in bijvoorbeeld de afstemming van persberichten over ministerraadsbesluiten, de communicatieve ondersteuning van de ministeriële taskforces, het voeren van een gemeenschappelijk communicatiebeleid, de ontwikkeling en het beheer van de rijkshuisstijl, het informeren van het algemeen publiek en specifieke doelgroepen via publiekscampagnes en de (door)ontwikkeling van websites als Rijksoverheid.nl en Overheid.nl.
De VoRa stelt eens in de drie jaar een werkprogramma op met langetermijnambities. Het huidige programma ‘Staan voor betrouwbare informatie’ is vastgesteld in mei 2026 voor de periode 2026 ‒ 2029. Het programma heeft tot doel om bij te dragen aan het bevorderen van het contact met de samenleving, het inspelen op technologische ontwikkelingen die de online informatievoorziening raken, het weerbaar maken van onze communicatie en het bevorderen van de communicatieve samenwerking binnen de overheid.
In het VoRa-werkprogramma staan verschillende projecten die onder de verantwoordelijkheid van de VoRa en daaronder ressorterende interdepartementale gremia worden uitgevoerd. Denk aan het ontwikkelen van manieren om op innovatieve wijze signalen op te halen uit de samenleving, het ontwikkelen van een integraal afwegingskader voor de inzet van sociale media of het duurzaam beschikbaar houden van overheidscommunicatie in tijden van verstoring. Ook worden stappen gezet om van Overheid.nl een echt burgerloket te maken.
1.2 Bijdrage aan de langetermijnbeleidsontwikkeling
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over maatschappelijke vraagstukken die onderwerp zijn of kunnen worden van het regeringsbeleid. Het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in ontwikkelingen en vraagstukken die op langere termijn de samenleving beïnvloeden. De WRR draagt op een wetenschappelijk gefundeerde manier bij aan dergelijke inzichten. De WRR heeft de taak complexe, weerbarstige onderwerpen en beleidsdilemma’s te agenderen. Soms ‘leeft’ een onderwerp al bij de start van een WRR-project en hebben de bijdragen van de raad direct en meetbaar invloed, soms gaat er geruime tijd overheen voordat ze doorwerking hebben in het beleid of het maatschappelijke debat.
De raad kan zelfstandig en onafhankelijk onderwerpen agenderen die naar zijn oordeel een grote mate van urgentie en maatschappelijke relevantie bezitten. Tegelijkertijd staat de raad in nauwe verbinding met de ambtelijke en politieke instanties die betrokken zijn bij de totstandkoming van het regeringsbeleid. De raad stelt zijn voorgenomen activiteiten vast in een werkprogramma, na overleg met de minister-president, gehoord de Ministerraad.
Door zijn oriëntatie op de langere termijn, multidisciplinaire aanpak en focus op sector overstijgende vraagstukken vormt de WRR een verbindende schakel tussen kennis en beleid en draagt daarmee bij aan de eenheid van het regeringsbeleid. De WRR houdt zich vanuit dit perspectief bezig met een aantal brede thema’s die als volgt kunnen worden geformuleerd: 1) Welvaart en welzijn, 2) Burger en overheid, 3) Nederland in de wereld en 4) Digitalisering. De WRR concretiseert deze thema’s in zijn werkprogramma.
Werkwijze
De WRR staat in constante verbinding met zijn omgeving die bestaat uit onder meer burgers, regering en parlement, overheidsorganisaties, universiteiten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en internationale instellingen. Daarbij werkt de WRR met een dynamisch werkprogramma. Er worden meer suggesties gedaan voor onderwerpen dan de acht parallelle projecten die de WRR gemiddeld met zijn huidige capaciteit aankan. Ook zien raad en staf meestal meer relevante onderwerpen dan de capaciteit toestaat. Dat betekent dat de raad scherpe keuzes moet maken met betrekking tot zijn werkprogramma en de balans tussen gevraagde en ongevraagde adviezen moet bewaken.
De WRR hanteert een werkwijze die uitgaat van productdifferentiatie en maatwerk. Naast formeel advies aan de regering, verkennende studies, artikelen, essays en internetbijdragen organiseert de raad ook mondelinge briefings en bijdragen aan een gerichte beleidsdialoog met het kabinet en de beide Kamers. Niet ieder onderwerp leidt tot een geschreven advies. Soms kiest de WRR voor een andere vorm, zoals een bijeenkomst met leden van het kabinet, topambtenaren en experts – vaak ook in samenwerking met universiteiten, onderzoeksinstellingen, andere adviesraden en de planbureaus. Ter bevordering van de ‘netwerksynergie’ met de adviescolleges van de Kaderwet Adviescolleges en de planbureaus, voert de raad regulier overleg met de voorzitters en secretarissen van deze instellingen. Op deze wijze draagt de raad bij aan het verbinden van de werelden van wetenschap, advisering en beleid, en aan het actief agenderen van maatschappelijke vraagstukken in het publieke debat.
Tabel 9 Activiteiten en prestatiegegevens
2027
Rapporten, Verkenningen, Policy Briefings
2
Overige publicaties
15
Mondelinge briefings voor, en gesprekken met bewindslieden en Kamerleden
15
Overige briefings met beleidsmakers
35
Conferenties, workshops, expertmeetings
50
Lezingen en debatten
50
In 2027 zet de WRR veel activiteiten in ten behoeve van de landing van de publicaties Toekomst in beleid, Markt, overheid en strategische autonomie en Klimaatadaptatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden uit 2026.
In 2027 verwacht de WRR de volgende publicaties: Meedoen met gezondheidsopgaven en Synthetische drugs.
Voor de inhoudelijke beschrijvingen van de projecten wordt verwezen naar de website van de WRR: www.WRR.nl.
1.4 Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)
De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv, 2017) bepaalt dat de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) belast is met het toetsen van de rechtmatigheid van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Minister van Defensie gegeven toestemming tot het inzetten van bijzondere bevoegdheden door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) respectievelijk de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de TIB.
De inlichtingendiensten groeien de komende jaren als gevolg van het coalitieakkoord verder door. De groei van de inlichtingendiensten heeft rechtstreeks gevolg voor het werk van de TIB. De vraag naar het aantal door te TIB te beoordelen toestemmingsverzoeken is in 2025 opnieuw toegenomen met bijna 4%.
Met de TIB zal zoveel mogelijk worden omgegaan als een met de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) vergelijkbaar college.
4. Dienst Publiek en Communicatie
4.1 Begroting van baten en lasten
Begroting van baten en lasten
De kwaliteit van het rijksbeleid staat of valt met de uitvoering ervan. De uitvoering van de communicatiediscipline is belegd bij het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC). Het batenlastenagentschap DPC is belast met:
– Overheidsbrede dienstverlening aan burgers;
– Rijksbrede informatievoorziening aan burgers over beleid en overheidsdiensten;
– Advisering aan en ondersteuning van communicatieprofessionals;
– Inkoopdienstverlening communicatie Rijksoverheid.
Tabel 10 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
158.000
37.955
38.205
38.174
38.174
38.174
waarvan generieke product en dienst
33.376
0
0
0
0
0
waarvan specifieke product en dienst
83.079
37.955
38.205
38.174
38.174
38.174
waarvan overige product en dienst
41.545
0
0
0
0
0
- Baten als tegenprestatie voor levering van input
158.000
32.637
31.772
30.610
29.759
29.436
waarvan bijdrage aan generieke
33.376
32.637
31.772
30.610
29.759
29.436
waarvan bijdrage aan specifieke
83.079
0
0
0
0
0
waarvan bijdrage aan overige
41.545
0
0
0
0
0
Rentebaten
0
0
0
0
0
0
Vrijval voorzieningen
0
0
0
0
0
0
Bijzondere baten
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
158.000
70.592
69.977
68.784
67.933
67.610
Lasten
Apparaatskosten
138.000
51.727
51.112
49.919
49.068
48.745
- Personele kosten
26.219
27.483
27.499
26.226
25.079
25.055
waarvan eigen personeel
26.219
27.483
27.499
26.226
25.079
25.055
waarvan inhuur externen
0
0
0
0
0
0
waarvan overige personele kosten
0
0
0
0
0
0
- Materiële kosten
111.781
24.244
23.612
23.694
23.990
23.691
waarvan apparaat ICT
5.509
6.003
5.229
5.225
5.536
5.222
waarvan bijdrage aan SSO's
0
0
0
0
0
0
waarvan overige materiële kosten
106.272
18.240
18.384
18.469
18.454
18.469
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
20.000
18.865
18.865
18.865
18.865
18.865
Rentelasten
0
0
0
0
0
0
Afschrijvingskosten
0
0
0
0
0
0
- Materieel
0
0
0
0
0
0
waarvan apparaat ICT
0
0
0
0
0
0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten
0
0
0
0
0
0
- Immaterieel
0
0
0
0
0
0
Overige lasten
0
0
0
0
0
0
waarvan dotaties voorzieningen
0
0
0
0
0
0
waarvan bijzondere lasten
0
Totaal lasten
158.000
70.592
69.977
68.784
67.933
67.610
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening
‒
0
0
0
0
0
Agentschapsdeel Vpb-lasten
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
‒
0
0
0
0
0
Totaaloverzicht Baten/Lasten
Het totaal van de baten van DPC laat in 2027 en verder een forse daling zien ten opzichte van de begroting van 2026. Deze daling houdt verband met een presentatie-technische correctie van de activiteit media-inkoop als gevolg van een herinterpretatie van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Het betreft de baten en lasten die betrekking hebben op media-inkoop.
Baten
Waarvan specifieke producten en diensten
Deze baten bevatten de activiteiten van DPC in uitvoering voor de overige departementen. Dit betreft o.a. het Platform Rijksoverheid en de campagnedienstverlening. Het gaat hierbij om een geraamd bedrag van € 38,0 miljoen in 2027. Dit betreft dus geen reguliere bijdragen van de departementen. De kosten die hiermee samenhangen zijn onderdeel van de materiële kosten en kosten uitbesteed werk en andere externe kosten.
Waarvan bijdrage aan generieke producten en diensten
Dit betreft de vergoeding c.q. bijdrage van het moederdepartement voor opdrachten voortkomend uit de uitvoering van gemeenschappelijke taken voor de (in de VoRa) samenwerkende departementen. Deze post bevat de bijdrage voor producten en diensten die gefinancierd worden vanuit de zogenaamde taakbijdrage voor de gemeenschappelijke communicatiediensten. In verband met de apparaatstaakstellingen is hier een dalende trend waarneembaar.
Tabel 11 Taakbijdrage per product (bedragen x €1.000)
Product
2027
Realisatie 2025
Overheidsbrede dienstverlening aan burgers
9.121
8.271
Rijksbrede informatievoorziening aan burgers over beleid en overheidsdiensten
16.345
18.802
Advisering aan en ondersteuning communicatieprofessionals
4.897
3.446
Inkoopdienstverlening communicatie Rijksoverheid
2.274
2.804
Totaal
32.637
33.323
Waarvan overige
Vanaf 2027 en verder voert DPC enkel de mediadienstverlening uit binnen de Staat der Nederlanden.
Lasten
Personele kosten
De post personeelskosten vertoont een lichte stijging. Dit is onder andere het gevolg van CAO-ontwikkelingen. De formatie van DPC zal naar verwachting in 2027 231,5 fte bedragen.
Materiële kosten
De dienst is gehuisvest in panden van AZ. De uitgaven voor de gebruikerszaken lopen via de begroting van dit ministerie en worden voor een deel aan het moederdepartement betaald via de vergoeding voor ontvangen diensten.
Waarvan overige materiële kostenEen groot deel van de materiële kosten wordt bepaald door de overige materiële kosten. Dit bevat, onder andere, kosten ten behoeve van de Rijksbrede informatievoorziening naar de burgers via bijvoorbeeld websites of andere overheidsuitingen.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
Dit betreft opdrachten ten behoeve van activiteiten in de primaire dienstverlening van DPC. Dit bevat, onder andere, kosten voor campagnes van partijen binnen de Staat der Nederlanden.
Saldo van baten en lasten
De verwachting is dat de kosten volledig gedekt worden door de opbrengsten.
4.2 Kasstroomoverzicht
Tabel 12 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
2025 Stand slotwet
2026 Vastgestelde begroting
2027
2028
2029
2030
2031
1.
Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen
42.206
26.056
26.056
26.056
26.056
26.056
26.056
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom
188.595
158.000
141.519
140.448
140.307
140.603
140.304
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom
177.918
158.000
141.519
140.448
140.307
140.603
140.304
2.
Totaal operationele kasstroom
10.677
0
0
0
0
0
0
-/- totaal investeringen
0
0
0
0
0
0
0
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen
0
0
0
0
0
0
0
3.
Totaal investeringskasstroom
0
0
0
0
0
0
0
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement
0
0
0
0
0
0
0
+/+ eenmalige storting door moederdepartement
0
0
0
0
0
0
0
-/- aflossingen op leningen
0
0
0
0
0
0
0
+/+ beroep op leenfaciliteit
0
0
0
0
0
0
0
4.
Totaal financieringskasstroom
0
0
0
0
0
0
0
5.
Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)
52.883
26.056
26.056
26.056
26.056
26.056
26.056
Toelichting
Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de kapitaaluitgaven- en ontvangsten en geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar komen c.q. zijn gekomen (de herkomst van middelen) en op welke wijze gebruik wordt of is gemaakt van deze kasmiddelen (de besteding van middelen). De ontvangsten operationele kasstroom en de uitgaven operationele kasstroom hangen grotendeels samen met de media-inkopen en media-verkopen van de departementen die via DPC lopen. Het totaal van de uitgaven en ontvangsten valt vanaf 2027 lager uit, omdat DPC geen diensten meer verleent buiten de Staat der Nederlanden. Het liquiditeitssaldo wordt veroorzaakt doordat het saldo van de nog te betalen facturen aan media-exploitanten neerslaat bij DPC als liquide middelen. Daarnaast leidt een vaak relatief hoge media-opbrengst in het vierde kwartaal tot een hoger liquiditeitssaldo. Dit effect loopt echter weg in de eerste maand van het daaropvolgende jaar.
4.3 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Tabel 13 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
2025 Stand slotwet
2026 Vastgestelde begroting
2027
Omschrijving Generiek Deel
Saldo van baten en lasten (%)
0,74%
0,0%
0,0%
FTE-totaal (excl. externe inhuur)
226,4
231,5
231,5
Ziekteverzuimpercentage
5,50%
2,6%
3,0%
Omschrijving Specifiek Deel
Aantal beantwoorde vragen per telefoon
95.661
100.000
82.000
Bereikbaarheid telefonie
>95%
Wachttijd telefonie
<30 sec.
Burgertevredenheid telefonie
4,4
4,0
4,0
Aantal beantwoorde vragen per e-mail
44.904
40.000
39.000
Serviceniveau e-mail
96,00%
95% binnen 2 werkdagen
80% binnen 1 werkdag
Burgertevredenheid e-mail
3,3
3,0
3,0
Media-index RTV
27,30%
25,0%
25,0%
Media-index Interactieve Media
3,10%
5,0%
5,0%
Media-index Print
21,80%
17,5%
17,5%
Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online
100%
75%
75%
Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online
100%
99,9%
99%
Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl
101.029.423
100.900.000
64.000.000
Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl
6,9
7.0
7.0
Toegankelijkheid content Rijksoverheid.nl
68%
75%
75%
Aantal bezoeken platformwebsites
122.887.213
137.700.000
104.000.000
Toelichting
De indicatoren geven inzicht in de verwachting voor 2027. Naast de generieke indicatoren geven de specifieke indicatoren inzicht in de dienstverlening van DPC met het grootste deel van de activiteiten.
Saldo van baten en lasten
Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten. DPC streeft ernaar kostendekkend te zijn.
Fte-totaal
Deze indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van DPC zich in fulltime equivalenten (fte) ontwikkelt en geeft het maximumaantal in te zetten fte weer.
Ziekteverzuimpercentage
DPC streeft ernaar om onder de Verbaannorm te blijven.
Aantal beantwoorde vragen per telefoon
Deze indicator betreft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal telefonie.
Bereikbaarheid telefonie
Geeft een percentage weer wat het aannamelevel van inkomende telefoongesprekken op dagbasis reflecteert. Met ingang van een nieuw contract is deze doelmatigheidsindicator vanaf 2027 van toepassing.
Wachttijd telefonie
Dit betreft de gemiddelde wachttijd op binnenkomende telefoongesprekken op dagbasis. Met ingang van een nieuw contract is deze doelmatigheidsindicator vanaf 2027 van toepassing.
Burgertevredenheid telefonie
Resultaat van het burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de telefonische vraagbeantwoording vanuit burgerperspectief beoordeeld.
Aantal beantwoorde vragen per e-mail
Deze indicator betreft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal e-mail.
Serviceniveau e-mail
Deze indicator geeft aan welk percentage van de via e-mail gestelde vragen binnen twee werkdagen correct afgehandeld dient te worden.
Burgertevredenheid e-mail
Resultaat van het burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de vraagbeantwoording via e-mail vanuit burgerperspectief beoordeeld.
Media-index RTV
Deze index geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op radio en televisie in plaats van per individuele opdrachtgever. De tarieven voor individuele opdrachtgevers worden bepaald op basis van een benchmark, waarover het rijksmediabureau beschikt.
Media-index Interactieve Media
De index interactieve media geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op alle interactieve media. Er wordt geen inkoopvoordeel behaald wanneer mediaruimte is verkregen door middel van een veiling, omdat het tarief in dit geval door vraag en aanbod wordt bepaald.
Media-index Print
Deze index geeft het bruto inkoopvoordeel weer, dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte in alle printtitels en op out-of-home elementen (o.a. muppie, billboard, abri) ten opzichte van de situatie waarbij op individueel niveau media zou zijn ingekocht. Beide mediumtypen hanteren nog steeds een (bruto-)tariefkaart als uitgangspunt voor de tarief bepaling, waardoor het rijksmediabureau het behaalde voordeel kan bepalen.
Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid
DPC laat het Platform Rijksoverheid Online jaarlijks, en bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid inspecteren door een kundige en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden omgaand verholpen.
Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online
Deze indicator staat voor de beschikbaarheid van het Platform Rijksoverheid Online en daarmee de toegang tot informatie voor de bezoekers op het Platform. Hierop staan Rijksoverheid.nl en vele websites van de ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties.
Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl
Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan voor de website Rijksoverheid.nl, de gemeenschappelijke website van de ministeries met uitleg over beleid en wet- en regelgeving.
Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl
Resultaat van een onafhankelijke meting via het online Burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de website Rijksoverheid.nl vanuit het perspectief van de bezoeker beoordeeld.
Toegankelijkheid content Rijksoverheid.nl
DPC laat Rijksoverheid.nl jaarlijks, of bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid inspecteren door een kundige- en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden omgaand verholpen.
Aantal bezoeken platformwebsites
Deze indicator betreft het aantal bezoeken per jaar aan het Platform Rijksoverheid Online exclusief de bezoeken aan de website Rijksoverheid. nl. Op het Platform staat een groot aantal specifieke websites van ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties. Het Platform biedt de verschillende websites veiligheid, voldoende toegankelijkheid en efficiency.
5. Kabinet van de Koning
A. Algemene doelstelling
Ondersteunen van de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken en fungeren als schakel tussen de Koning en de overige leden van de regering en bestuurlijke autoriteiten.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van het Kabinet van de Koning (KvdK). Tussen AZ en KvdK zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering en de daarop van toepassing zijnde planning & control cyclus. KvdK valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.
C. Beleidswijzigingen
Niet van toepassing.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 14 Budgettaire gevolgen art.2 Kabinet van de Koning (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
3.336
3.489
3.456
3.452
3.452
3.452
3.451
Uitgaven
3.336
3.489
3.456
3.452
3.452
3.452
3.451
Kabinet van de Koning
3.336
3.489
3.456
3.452
3.452
3.452
3.451
Ontvangsten
3.344
3.489
3.456
3.452
3.452
3.452
3.451
Budgetflexibiliteit
Zie «Budgetflexibiliteit» in onderdeel D van hoofdstuk 3.1.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid.
E. Toelichting op de financiële instrumenten
KvdK is een kleine, eigenstandige overheidsorganisatie, die de Koning ondersteunt. De taken van KvdK omvatten met name:
– informeren van de Koning ten behoeve van zijn gesprekken met binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staats- en andere buitenlandse bezoeken, bezoeken aan andere landen van het Koninkrijk en binnenlandse bezoeken. Voorbeelden van ontvangsten zijn het aanbieden van geloofsbrieven door ambassadeurs van andere landen en het beëdigen van hoge functionarissen waarvoor in de wet is vastgelegd dat dit geschiedt ten overstaan van de Koning. Binnenlandse bezoeken van de Koning omvatten onder meer werkbezoeken met ministers en staatssecretarissen en streekbezoeken;
– aan de Koning ter tekening voorleggen van alle door de ministeries en de Staten-Generaal aangeboden stukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;
– opstellen en overbrengen van boodschappen aan andere staatshoofden en aan internationale autoriteiten;
– behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften. Deze brieven worden bij KvdK aan de hand van een analyse van de onderhavige problematiek overgedragen aan de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein. KvdK informeert de Koning over de afhandeling van ontvangen verzoekschriften en
– draagt zorg voor het registreren, bewaren en aan het Nationaal Archief overdragen van wetten en Koninklijke Besluiten.
De uitgaven van KvdK worden rechtstreeks doorbelast naar de begroting van de Koning. Deze doorbelasting leidt tot ontvangsten op de begrotingsstaat van KvdK.
6. Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
A. Algemene doelstelling
Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv, 2017) is er een Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). De algemene doelstelling van de CTIVD is het in onafhankelijkheid toezicht houden op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv, 2017) en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) door middel van het doen van onderzoeken en het publiceren van de uitkomsten daarvan, alsmede het adviseren aan de betrokken ministers over zaken die voortvloeien uit deze wetten, het behandelen van klachten en van meldingen over misstanden.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de CTIVD. Tussen AZ en de CTIVD zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie en de daarop van toepassing zijnde planning & control cyclus.
C. Beleidswijzigingen
Met ingang van 1 juli 2024 is de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (Stb. 2024, 88) in werking getreden. Deze wet brengt een belangrijke wijziging met zich mee voor het toezicht van de CTIVD. Daarbij zal het toezicht van de CTIVD, naast het reguliere toezicht zoals diepteonderzoeken, worden uitgebreid met toezichtactiviteiten tijdens de uitvoering van de inzet van bijzondere bevoegdheden, met deels bindende oordelen en zal een beroepsmogelijkheid gecreëerd worden. Om aan de nieuwe wettelijke taken te kunnen voldoen, is de formatie van de CTIVD uitgebreid.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 15 Budgettaire gevolgen van art.1 Commissie van Toezicht op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
3.742
4.753
5.634
4.719
3.769
3.769
3.768
Uitgaven
3.702
4.753
5.634
4.719
3.769
3.769
3.768
Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
3.702
4.753
5.634
4.719
3.769
3.769
3.768
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
Budgetflexibiliteit
Zie «Budgetflexibiliteit» in onderdeel D van hoofdstuk 3.1.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid.
E. Toelichting op de financiële instrumenten
In verband met de extra exploitatiekosten voor de nieuwe huisvesting van de CTIVD aan de Turfmarkt per 1 januari 2027, is een gedeelte van de eindejaarsmarge 2025 van Algemene Zaken via een kasschuif ingezet voor de budgetten van de CTIVD in 2027.
Organisatie
De Commissie bestaat uit twee afdelingen, de afdeling toezicht en de afdeling klachtbehandeling.
De afdeling toezicht is belast met:
– het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van hetgeen bij of krachtens deze wet en de Wet veiligheidsonderzoeken is gesteld;
– het gevraagd en ongevraagd inlichten en adviseren van Onze betrokken Ministers aangaande de door de commissie geconstateerde bevindingen. Desgewenst kan de commissie Onze betrokken Ministers vragen deze inlichtingen en adviezen ter kennis van een of beide kamers der Staten-Generaal te brengen, waarbij de werkwijze zoals beschreven in artikel 113 van overeenkomstige toepassing is;
– het ongevraagd adviseren van Onze betrokken Ministers ter zake van de uitvoering van artikel 59.4 en
– het toezicht op de toepassing van de bevoegdheid van artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap door Onze Minister van Justitie en Veiligheid, waarbij in het bijzonder aandacht wordt geschonken aan de doelmatigheid en proportionaliteit van de toepassing van deze bevoegdheid.
De afdeling klachtbehandeling is belast met:
– het onderzoeken en beoordelen van klachten;
– het onderzoeken en beoordelen van een melding van een vermoeden van een misstand.
7. Bijlagen
Bijlage 1: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda
Tabel 16 Artikel 1 - Eenheid van het algemeen regeringsbeleid
Thema
Type onderzoek
Afronding
Toelichting onderzoek
Begrotingsartikel
Communicatie: campagnes
Evaluatie onderzoek
2027
Jaarevaluatie campagnes 2026
1
Agentschapsdoorlichting Dienst Publiek en Communicatie (DPC)
Doorlichtingsonderzoek
2027
Periodieke evaluatie agentschap
1
AZ kent geen specifiek beleidsveld, de begroting van AZ is een beleidsarme begroting. Om deze reden is er geen (uitgebreide) strategische evaluatieagenda opgenomen in de begroting van AZ. Wel wordt ieder jaar gekeken welke evaluaties met betrekking tot de doeltreffendheid en doelmatigheid van het uitgevoerde beleid zijn of worden uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse evaluatie van de campagnes.
Ondertekenaars
R.A.A. Jetten, minister van Algemene Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.