Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
Tweede Kamer der Staten-Generaal
InhoudsopgaveGeraamde uitgaven en ontvangstenA. Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstelB. Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen1. LEESWIJZER2. DEFENSIEMATERIEELAGENDA2.1 Belangrijkste beleidsmatige mutaties3. ARTIKELEN3.1 Artikel 1: Defensiebreed materieelA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitE. Toelichting op de instrumenten3.2 Artikel 2: Maritiem materieelA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitE. Toelichting op de instrumenten3.3 Artikel 3: Land materieelA. Algemene DoelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitE. Toelichting op de instrumenten3.4 Artikel 4: Lucht materieelA. Algemene DoelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitE. Toelichting op de instrumenten3.5 Artikel 5: Infrastructuur en VastgoedA. DoelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitE. Toelichting op de instrumenten3.6 Artikel 6: ITA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitE. Toelichting op de instrumenten3.8 Artikel 8: Overige uitgaven en ontvangstenBudgettaire gevolgen van beleid4. BIJLAGEN4.1 Bijlage instandhouding vastgoed4.2 Bijlage afkortingen
37 020 K Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2027
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING
Vergaderjaar 2026–2027
GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Geraamde uitgaven begrotingshoofdstuk K 2027 (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 14,1 miljard
Geraamde ontvangsten begrotingshoofdstuk K 2027 (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 163,4 miljoen
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
De Minister van Defensie,D. Yeşilgöz-Zegerius
B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
Het ministerie van Defensie heeft twee begrotingen:
1. De reguliere defensiebegroting (Hoofdstuk X van de Rijksbegroting);
2. De fondsbegroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF; Hoofdstuk K van de Rijksbegroting).
Het DMF zorgt voor de financiering en de bekostiging van de investeringen en de instandhouding van het materieel, de infrastructuur, het vastgoed en de IT-middelen van Defensie. Met een apart fonds voor het defensiematerieel wordt voorzien in een meerjarig integraal beheer van de financiering en de bekostiging van de ontwikkeling, de verwerving, de instandhouding en de afstoting van het materieel, de infrastructuur, het vastgoed en de IT-middelen van het ministerie van Defensie teneinde te komen tot een meer schokbestendige begroting.
1. LEESWIJZER
Structuur
De begroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) is gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het ministerie van Financiën; dit geldt ook voor de memorie van toelichting. De leeswijzer volgt vervolgens de opbouw van de memorie van toelichting. De memorie van toelichting is de uitleg bij het hierboven beschreven wetsvoorstel.
De memorie van toelichting van het DMF begint met de Defensiematerieelagenda. De Defensiematerieelagenda behandelt de prioritaire projecten waarbij zoveel mogelijk de samenhang met de beleidsdoelstellingen uit de Defensiebegroting wordt aangegeven. Ook wordt inzicht gegeven in de overprogrammering, het realisatievermogen en de instandhouding. Waar mogelijk zal verwezen worden naar integrale documenten die eerder aan uw Kamer zijn gestuurd.
Na de Defensiematerieelagenda komen de begrotingsartikelen aan bod. De begroting van het DMF kent acht artikelen. De eerste vier artikelen geven inzicht in de projecten en instandhouding van het Defensiematerieel. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen materieel dat Defensiebreed ingezet wordt (artikel 1), maritiem materieel (artikel 2), land materieel (artikel 3) en lucht materieel (artikel 4). De artikelen 5 en 6 behandelen respectievelijk het vastgoed en de IT van Defensie. Het DMF werd tot dusverre gevoed via de Defensiebegroting; de voeding verliep via artikel 7. Sinds Prinsjesdag 2024 wordt budget direct overgeheveld van de Defensiebegroting en de begrotingen van andere departementen naar de betreffende artikelen op het DMF. De overige uitgaven en ontvangsten zijn terug te vinden in artikel 8.
Het DMF bevat twee bijlagen. Dit zijn de instandhoudingsbijlage voor het vastgoed en de lijst met gehanteerde afkortingen.
Opzet DMF
De Defensiebegroting (hoofdstuk X) bevat het voorgenomen Defensiebeleid. De begroting van het DMF bevat de uitwerking van dat beleid in concrete projecten, inclusief de instandhouding. Om het inzicht in de investeringen te vergroten, worden per artikel in de tabel "budgettaire gevolgen van beleid" de verplichtingen, uitgaven en eventuele ontvangsten met betrekking tot investeringen en instandhouding voor een periode van vijftien jaar gepresenteerd.
Investeringen
Alle nieuwe investeringsprojecten waarvoor een A-brief is verzonden met een projectbudget van meer dan € 250 miljoen worden apart benoemd. Daarnaast worden alle projecten in realisatiefase met een projectbudget van meer dan € 50 miljoen per artikel in een tabel opgenomen die inzicht geeft in de budgetreeksen op projectniveau. In de (reguliere) budgettaire tabel wordt een onderscheid gemaakt naar drie fasen: de voorbereidingsfase, de onderzoeksfase en de realisatiefase. Het projectbudget bestaat uit de onderzoekskosten, de basisraming en de risicoreservering. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt. Er is in de voorbereidingsfase nog sprake van flexibiliteit in de programmering van de projecten; voor de besteding van deze budgetten zijn nog geen juridisch of bestuurlijk bindende afspraken gemaakt. Voor de Defensie Materieelproces (DMP) plichtige projecten worden de A-brieven naar de Kamer verzonden. De kern van de A-brief is een functionele beschrijving van de capaciteit die Defensie wil verwerven.
Voor projecten in de onderzoeksfase geldt dat de behoeftestelling is onderkend, maar nog wordt onderzocht hoe invulling gegeven wordt aan de behoefte. Voor DMP-plichtige projecten geldt dat de A-brieven zijn aangeboden aan de Kamer. In de onderzoeksfase (B-fase) wordt de verwervingsstrategie vastgesteld, dat wil zeggen de manier waarop Defensie het materieel wil verwerven. Daarnaast worden eventuele alternatieven onderzocht, een planning en een financiële onderbouwing verder gespecificeerd. Defensie informeert de Tweede Kamer aan het einde van de B-fase middels de B-brief. De C-fase (vervolgonderzoek) is uitsluitend aan de orde als Defensie tijdens de B-fase concludeert dat een (verder) ontwikkelingstraject nodig is om in de behoefte te voorzien. In de verwervingsvoorbereidingsfase (D-fase) kiest Defensie een product (of dienst) en een leverancier. Defensie informeert de Kamer hierover in de D-brief.
Voor projecten in de realisatiefase betekent dat de opdracht voor verwerving is gegeven aan de uitvoeringsorganisatie. Zij starten de verwervingsvoorbereidingsfase (D-fase). Voor grote materieel- en IT-projecten is dat het Commando Materieel en IT (COMMIT) en voor grote Vastgoed en Infra projecten gaat dit om het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO).
Deze werkwijze komt overeen met het Defensie Projectenoverzicht (DPO). Informatie over investeringsprojecten die jaarlijks in het DPO wordt gepubliceerd, is op hoofdlijnen geïntegreerd in het DMF. De Kamer ontvangt het DPO op Verantwoordingsdag in mei. Het DPO omvat meer gedetailleerde informatie over alle projecten gelijk aan of boven de € 50 miljoen die in onderzoek of realisatie zijn.
Instandhouding
Instandhoudingsuitgaven zijn de uitgaven die nodig zijn om het materieel operationeel te houden. De instandhoudingsuitgaven in de begrotingsartikelen zijn bij verschillende Defensieonderdelen belegd. Deze uitgaven kunnen ook uitgaven ten behoeve van andere Defensieonderdelen bevatten als gevolg van het assortimentsgewijs werken (AGW). Het AGW beoogt de logistieke keten van een aantal artikelen centraal te beleggen, dus bij één Defensieonderdeel. Dat Defensieonderdeel wordt dan ook budgettair belast met de uitgaven van voor andere Defensieonderdelen verworven artikelen.
Defensienota 2026
De minister van Defensie heeft de Defensienota 2026 opgemaakt. De doelstellingen van Defensie voor de aankomende kabinetsperiode worden hierin gepresenteerd. Zodoende gelden de volgende bijzonderheden voor de begroting:
– Bij deze Ontwerpbegroting wordt van de Aanvullende Post het structurele budget voor defensie-investeringen in de NAVO-norm tot en met 2031 overgeheveld naar de begrotingen van Defensie. Het restant blijft nog op de Aanvullende Post staan. Elk voorjaar zal - bij de extrapolatie van de begroting - de oploop van het extrapolatiejaar tranchegewijs overgeheveld worden naar de defensiebegrotingen;
– In de beleids- en materieelagenda worden de investeringen die betrekking hebben op 2027 nader toegelicht;
– In de artikelen benoemen we tevens de investeringen die in 2027 van toepassing zijn, zonder daarbij de beleids- en materieelagenda te herhalen.
Groeiparagraaf
In de begroting 2027 is ten opzichte van de begroting 2026 de volgende wijziging doorgevoerd:
– De tabel ‘vastgoed’ in hoofdstuk 3.5, artikel 5 Infrastructuur en vastgoed, is in deze begroting niet langer opgenomen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het verzoek van uw Kamer om informatie zoveel mogelijk te bundelen. Toelichtingen op bestaande projecten zijn opgenomen in de Stand van Defensie en/of in verzamelbrieven aan uw Kamer.
2. DEFENSIEMATERIEELAGENDA
Inleiding
Een sterke krijgsmacht begint bij onze mensen, maar hun slagkracht is afhankelijk van materieel. Onze militairen moeten tijdig kunnen beschikken over betrouwbare, kwalitatief hoogwaardige en innovatieve wapensystemen en bijbehorende uitrusting. Dit is cruciaal voor de krijgsmacht om te kunnen afschrikken, en - wanneer het erop aankomt - het gevecht aan te gaan en te winnen. Naast het juiste materieel is het essentieel dat de krijgsmacht beschikt over de benodigde IT en fysieke infrastructuur.
Met het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) zorgt Defensie voor een goed meerjarig en integraal beheer van de financiering en de bekostiging van de ontwikkeling, verwerving, instandhouding en afstoting van het materieel, IT en de fysieke infrastructuur van Defensie. Defensie werkt onverminderd door aan de realisatie van het doorlopende investeringsprogramma voor materieelprojecten, digitalisering en vastgoed.
Ondanks het toegenomen Defensiebudget is het een uitdaging om het geschikte materieel, IT en vastgoed te verwerven en in stand te houden. De internationale vraag naar defensiematerieel en IT is groot, productieketens staan onder druk en technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Daarom zet Defensie in op versnelling waar dat kan en op internationale samenwerking waar dat mogelijk en verstandig is, ook op industrieel gebied. Bijvoorbeeld voor de internationale samenwerking op onbemenste systemen, zoals drones, en de opbouw van een Nederlands ecosysteem voor onbemenste systemen.
Het investeringsprogramma van Defensie (Defensie Lifecycle Plan) is gericht op het versterken, uitbreiden en innoveren van capaciteiten die daarin cruciaal zijn. Het investeringsprogramma uit het DMF betreft wapensystemen, operationele en gevechtsondersteuning, digitalisering en investeringen in vastgoed en munitie. Innovatie, versterking en uitbreiding van onze krijgsmacht is alleen mogelijk door de samenwerking met onze strategische partners te intensiveren. Door slim samen te werken met zowel publieke partners, kennisinstellingen als het bedrijfsleven maken wij innovatie en opschaling versneld mogelijk. Eind 2026 wordt uw Kamer geïnformeerd over de herziening van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII).
Nieuwe materieelprojecten en mijlpalen
De NAVO-capaciteitsdoelstellingen en de belangen van het Koninkrijk spelen een sturende rol in de keuzes die Defensie voor de investeringen in de verwerving van materieel maakt.
Met het beschikbare budget voegt Defensie nieuwe capaciteiten toe. Ook wordt oud materieel vervangen en moderniseert Defensie capaciteiten, bijvoorbeeld door het uitvoeren van upgrades en midlife updates van materieel. In 2027 start Defensie met enkele grote nieuwe projecten. Dit zijn in het bijzonder:
– De vervanging en uitbreiding van het mobiele straalzendersysteem Mobile Radio Relay Station (MRRS). Dit is een verplaatsbaar communicatiesysteem dat radiosignalen opvangt en versterkt over langere afstanden;
– De behoeftestelling voor een strike-capaciteit voor de Orka-klasse onderzeeboten;
– In het kader van Integrated Air and Missile Defence (IAMD) de behoeftestelling ‘Verwerving Multi Way Effectors’;
– De behoeftestelling voor 'One Way Effectors' in het kader van Deep Precision Strike (DPS). Hiervoor worden relatief goedkope Unmanned Aircraft Systems (UAS) en langeafstandswapens aangeschaft;
– De uitbreiding en update van het geniedoorbraak systeem (Kodiak). Dit ondersteuningsvoertuig kan zeer zware werkzaamheden onder gevechtsomstandigheden uitvoeren.
Defensie verwacht in 2027 voor diverse projecten contracten te sluiten met leveranciers. Defensie informeert uw Kamer met een D-brief over de keuze voor het product en de leverancier. Na parlementaire behandeling zal Defensie de overeenkomst met de leverancier bekrachtigen. Voorbeelden van deze projecten zijn:
– Bewapening maritieme lucht- en raketverdediging;
– Maritieme kinetische Counter-UAS.
In 2027 wordt verder gewerkt aan lopende projecten waarvan concrete leveringen worden verwacht, zoals:
– Voortzetting van de levering van de Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS) gevechtskleding;
– Levering van Multi Missie Radars van Thales-Nederland als onderdeel van het project ‘C-RAM en Class 1-UAV detectiecapaciteit’;
– Levering van gemodificeerde Infanterie CV90 gevechtsvoertuigen die hun midlife update (MLU) hebben ondergaan bij de Nederlandse firma van Halteren;
– Levering van de mijnenjager Zr.Ms. Scheveningen;
– Levering van de laatste gemoderniseerde Apache-helikopters vanuit het project 'Remanufacture Apache';
– De uitlevering van de militaire radio's van het programma Foxtrot.
Naast bovengenoemde investeringen brengt Defensie de voorraden munitie beter op peil door te investeren in de ophoging van de inzetvoorraden en de uitbreiding van de opslagcapaciteit. Hiermee verhoogt Defensie de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht.
In 2027 verwacht Defensie verschillende leveringen van munitie te ontvangen, waaronder PAC-3 raketten voor het Patriot grond-luchtverdedigingssysteem, Deep Precision Strike-munitie voor de F-35, chaff en flares voor de F-35, en 30mm munitie. Daarnaast zal Defensie in 2027 orders plaatsen voor de levering van NAVO-genormeerde Battle Decisive Munitions (BDM) en non-Battle Decisive Munitions (non-BDM).
Defensie zet in op meer gezamenlijke aanschaf en productie van munitie. Hiervoor maakt Defensie waar mogelijk gebruik van vraagbundeling met partnerlanden of verwerving via de NATO Supply and Procurement Agency (NSPA), bijvoorbeeld voor de aanschaf van het Carl Gustav M4 anti-tank wapen. Daarnaast heeft Defensie de ambitie om munitieproductiecapaciteit in Nederland te realiseren via samenwerking met de Nederlandse defensie-industrie en kennisinstituten. In het kader van het project Ballista worden de mogelijkheden verkend voor (co-)productie van kapitale munitie en dronemunitieproductie in Nederland. Het streven is om deze productielijn in Q1 2029 operationeel te hebben (Kamerstuk 27 830, nr. 490).
Internationale samenwerking en interoperabiliteit
Europa moet zelfstandiger worden op defensiegebied. Dit vergt investeringen in prioritaire capaciteitsgebieden, vraagbundeling bij de aanschaf van wapens en munitie, en opschaling van de productie en het innoverend vermogen. Het kabinet heeft hiervoor streefpercentages opgenomen in het coalitieakkoord. De internationale coördinatie en afstemming op materieelgebied verloopt via overleggen in de NAVO en de EU en rechtstreeks tussen Europese bondgenoten. Een belangrijke rol vervullen internationale materieelorganisaties zoals het NSPA, het European Defence Agency (EDA) en de Organisation Conjointe de Coopération en matière d’Armement (OCCAR). Gezamenlijke ontwikkeling en aanschaf via deze organisaties bevordert de vraagbundeling en standaardisatie, vergroot orders voor de industrie en biedt schaalvoordelen bij het opzetten en beheren van multinationale programma’s.
NSPA beheert de gezamenlijke vloot tanker- en transportvliegtuigen van het Multi Role Tanker Transport (MRTT)-programma, die opereert vanaf vliegbasis Eindhoven. Afgelopen jaar zijn Zweden en Denemarken formeel toegetreden tot het MRTT-programma, waaraan nu in totaal acht Europese landen deelnemen. De vloot wordt verder uitgebreid met extra Airbus-toestellen. NSPA geeft tevens uitvoering aan het vervangingsprogramma voor de AWACS-vliegtuigen, waarover de besluitvorming binnen de NAVO nog gaande is. De midlife update MRTT wordt in opdracht gegeven door het NSPA, met betrokkenheid van Nederland en de andere Multinational MRTT Unit (MMU)-landen. Naast deze in het oog springende programma’s, werkt Defensie in verschillende kleinere samenwerkingsverbanden aan capaciteitsprojecten via het EDA en de gezamenlijke ontwikkeling van negen door de EU vastgestelde Priority Capability Areas (PCA's). Nederland heeft hierbij een coördinerende rol op de PCA drones en counter-dronesystemen, en de PCA militaire mobiliteit. Nederland is voorts nauw betrokken bij de uitwerking van voorstellen voor European Defence Projects of Common Interest (EDPCI) waarover in het najaar van 2026 besluitvorming is voorzien. Dit zijn grotere projecten waarmee belangrijke tekortkomingen op Europees niveau worden geadresseerd en waarvoor fondsen beschikbaar worden gesteld. Nederland hecht eraan dat deze trajecten leiden tot concrete operationele output en gezamenlijke capaciteiten waarmee versneld invulling wordt gegeven aan de nationale- en EU-capabilty tekortkomingen en NAVO-capaciteitsdoelstellingen.
Een succesvol project dat via OCCAR als samenwerkingspartner loopt, betreft de ontwikkeling en verwerving van het Boxer pantserwielvoertuig. Op dit moment heeft OCCAR nieuwe projecten in voorbereiding waaraan Defensie wil meedoen. Afhankelijk van parlementaire goedkeuring kan Nederland nog in 2026 toetreden tot OCCAR, waardoor we als lid beter zijn gepositioneerd om mee te beslissen over de uitwerking van deze projecten en de betrokkenheid van de industrie daarbij. Daarnaast is Nederland in gesprek met meerdere Europese landen over toetreding tot het Common Armoured Vehicle System (CAVS) programma. Deelname aan het CAVS-programma zorgt ervoor dat Defensie gebruik kan maken van het pantserwielvoertuig dat voldoet aan de behoefte in de krijgsmacht. Bovendien kan Defensie hierdoor kostenvoordelen realiseren door gezamenlijke inkoop en de Europese defensie- en NAVO-samenwerking versterken.
Niet in alle gevallen hoeft de verwerving tot stand te komen via internationale materieelorganisaties om met verschillende landen toch hetzelfde materieel aan te schaffen. Defensie draagt in Europees verband uit dat meer gebruik kan worden gemaakt van elkaars contracten en het aansluiten op reeds lopende projecten. Defensie biedt partners proactief de mogelijkheid om aan te sluiten bij Nederlandse projecten en maakt zelf actief gebruik van de verwerving door (Europese) NAVO-landen. Wanneer Nederland samenwerkt met partners voor de verwerving van materieel, wordt in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken actief de betrokkenheid van de Nederlandse industrie bevorderd.
Defensie-industrie
De verslechterde veiligheidssituatie en de groeiende behoefte aan militaire gereedheid vragen om een sterke, innovatieve en schaalbare defensie-industrie. Defensie versterkt daarom in 2027 de samenwerking met Nederlandse en Europese bedrijven en kennisinstellingen om de krijgsmacht sneller te voorzien van moderne, schaalbare capaciteiten en om het voortzettingsvermogen en de leveringszekerheid te vergroten. Een aansprekend voorbeeld in 2027 is dat Defensie via industrieversterkend inkopen en publiek-private samenwerking bedrijven eerder betrekt bij de ontwikkeling en productie van militaire capaciteiten. Via onder meer challenges -gerichte innovatievraagstukken waarbij Defensie operationele behoeften uitzet en bedrijven en kennisinstellingen oplossingen ontwikkelen en demonstreren- wordt het voor nieuwe en hoog-innovatieve bedrijven, waaronder het MKB, eenvoudiger om aan te sluiten op het Defensie-ecosysteem en technologie sneller richting toepassing te brengen. Hierbij zet Defensie in op gezamenlijke ontwikkeling, productie en verwerving van capaciteiten, met specifieke aandacht voor technologiegebieden waarin Nederland internationaal onderscheidend is.
In 2027 wordt verder uitvoering gegeven aan de versterking van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie. Daarbij richt Defensie zich op het versterken van Nederlandse Defensie ecosystemen, het opschalen van productiecapaciteit en het versnellen van innovatie en capability-ontwikkeling. Defensie zet hierbij gericht in op de Nederlandse technologiegebieden waarin Nederland internationaal onderscheidend kan zijn: Quantum, Sensoren, Intelligente Systemen, Ruimtetechnologie, Slimme Materialen en Maritiem. Een concrete stap hiervan in 2027 is het versterken van publiek-private samenwerking via Defport, het verder vergroten van productiecapaciteit en het benutten van co-productie met Oekraïense bedrijven waar dit bijdraagt aan ondersteuning van Oekraïne, versterking van leveringsketens en het benutten van lessen uit een defensiesector die zich onder operationele omstandigheden snel ontwikkelt.
Daarnaast werkt Defensie samen met overheid, kennisinstellingen, financiële instellingen en bedrijfsleven aan het verbeteren van randvoorwaarden voor innovatie en industriële opschaling, onder andere via Defport, het SecFund en gerichte investeringen in productiecapaciteit, technologieontwikkeling en toeleveringsketens.
Vastgoed, energie en ruimte
Vastgoed, energie en ruimte zijn cruciaal om de groei en gereedstelling van de organisatie te accommoderen en te faciliteren. Voor onze medewerkers is vastgoed nodig om te kunnen werken, opleiden en oefenen. Materieel en munitie moeten worden opgeslagen en kunnen worden onderhouden. Voor de vastgoedopgave van Defensie is een fundamenteel andere manier van werken gekozen, zodat Defensie, de markt en het Rijksvastgoedbedrijf gezamenlijk sneller meer vastgoed realiseren. Hiervoor is de Commandopost Vastgoed opgericht met de opdracht de realisatie te versnellen. Er wordt gestreefd naar langdurige partnerships met marktpartijen en innovatieve samenwerkings- en contractvormen, waarbij de keten de behoefte functioneel specificeert en de oplossing aan de markt overlaat (Kamerstuk 36 592, nr. 58).
Voor energiezekerheid kiest Defensie het uitgangspunt dat gevechtskracht voorop staat en dat duurzaamheid daaraan bijdraagt. Voor vastgoed investeert Defensie in de versterking van de energiezekerheid van 68 defensielocaties in Nederland tot en met 2043 door eigen opwekking en opslag van energie (DN2026, Kamerstuk 36 975, nr. 1).
Uw Kamer is eind 2025 geïnformeerd over het definitieve Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) (Kamerstuk 36592, nr. 55). Defensie zet de komende jaren in op het realiseren van het NPRD. Defensie werkt ook aan een aantal andere uitbreidingsprojecten, zoals het concentreren van eenheden in Soesterberg en omgeving en een nieuwe kazerne voor het Korps Commandotroepen.
Digitalisering
Het belang van de digitale transformatie van Defensie neemt toe. Digitalisering speelt een sleutelrol bij de ontwikkeling van militair vermogen. De ingezette digitale transformatie stelt Defensie in staat om – beter dan de tegenstander – geïntegreerde effecten te bereiken, informatie- en beslisdominantie te bereiken en continue nieuwe en huidige technologieën om te zetten in gevechtskracht.
Het programma Grensverleggende IT (GrIT) vervangt de IT infrastructuur van Defensie en vormt daarmee een belangrijke basis. Dit programma levert met opeenvolgende releases functionaliteiten op, waarbij de prioriteit ligt op IT-middelen voor ontplooid operationeel gebruik en de oplevering van het Private Cloud Platform in 2027. Vanuit het wapensysteemgebonden IT-programma Foxtrot zet Defensie stappen in de aanschaf van radiomiddelen en voertuignetwerken in het operationele veld ter vervanging van de huidige communicatiemiddelen. Hierdoor wordt de digitale transformatie in het mobiele domein mogelijk gemaakt.
Met het programma Roger vervangt Defensie de huidige software voor de bedrijfsprocessen door SAP S/4HANA. Hierbij ligt de focus op de continuïteit van de bedrijfsvoering, in het bijzonder ter ondersteuning van inzet in het kader van Hoofdtaak 1.
Het programma Defensie Open op Orde (DOO) realiseert de inrichting voor de defensiebrede informatiehuishouding en ondersteunt de defensieonderdelen om de volwassenheid van de informatiehuishouding en informatiegereedheid te verhogen. De implementatie van het nieuwe documentmanagementsysteem DefDoc is daarbij een cruciaal onderdeel van de integrale transformatie van de informatiehuishouding. In 2027 wordt Defdoc verder in gebruik genomen door de hele defensieorganisatie.
Kennis en Innovatie
In lijn met de Defensienota 2026 en de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) 2025-2029 blijft Defensie investeren in het innovatief vermogen van de Defensieorganisatie, door in te zetten op een sterke kennisbasis, technologieontwikkeling en het experimenteren met de nieuwste (dual-use) technologie in defensieomgeving.
Dit wordt gerealiseerd in samenwerking met de industrie, kennisinstellingen en civiele partners (zoals universiteiten, regionale partners en provincies) en andere departementen. Met de beschikbare middelen in 2027 geeft Defensie invulling aan het in stand houden van de tien basisgebieden in de D-SII, wordt gewerkt aan technologieontwikkeling op basis van de prioritaire NLD-gebieden en de maritieme sector. Daarmee blijven we de basis voor kennis, innovatie en productie van militair materieel en technologie verder versterken.
Met middelen uit het DMF zullen technologieontwikkelingsprojecten en kort cyclische innovatie worden gefinancierd. Met deze projecten werkt Defensie aan beproeving en implementatie van nieuwe ideeën, werkwijzen en producten voor gebruik door de krijgsmacht. Deze worden geïnitieerd door defensieonderdelen en uitgevoerd door de innovatiecentra van Defensie, vaak in samenwerking met externe partijen.
In het kader van kort-cyclische innovatie investeert Defensie in een groeiende reeks projecten. Deze en vergelijkbare projecten dragen bij aan het verkrijgen en behouden van een technologische voorsprong in het gevecht van de toekomst. Door financiering vanuit het DMF aan het NATO Innovation Fund (NIF) en het Defence Innovation Accelerator for the North Atlantic (DIANA) draagt Defensie ook internationaal actief bij aan het versterken van het financierings- en ondernemersklimaat voor start- en scale-ups en MKB die iets kunnen betekenen voor de Defensiemarkt met hun innovatieve (dual-use) technologie.
Valutakoersontwikkelingen
Met de inwerkingtreding van de Wet financiële defensieverplichtingen is in het kabinet afgesproken dat de bestaande generale compensatieregeling voor de valutakoersontwikkelingen is komen te vervallen. Uw Kamer is hierover met de Voorjaarsnota 2025 (bijlage 5) geïnformeerd. Defensie gaat de mee- en tegenvallers die ontstaan als gevolg van de schommelingen van de wisselkoersen zelf in de begroting opvangen. Uit analyse van het valutarisico blijkt dat de kans op een mee- en tegenvaller gelijkmatig is verdeeld. Op de regel Reserve Valutaschommelingen wordt een valutareservering aangemaakt waarbij de tegenvallers met meevallers worden opgevangen. Op deze manier wordt het valutarisico beheersbaar gemaakt. Valutameevallers kunnen in beginsel niet voor andere begrotingsproblematiek of nieuwe plannen worden ingezet. In het geval dat valutategenvallers niet met meevallers kunnen worden opgevangen, worden die in de begroting opgelost.
Overprogrammering
Als gevolg van interne en/of externe factoren kunnen investeringsprojecten vertragen ten opzichte van de raming, bijvoorbeeld door de huidige krapte op de defensiemarkt als gevolg van schaarse strategische grondstoffen. Defensie hanteert daarom het instrument ‘overprogrammering’ om het toegewezen totaalbudget in het DMF tijdig te realiseren, ondanks de te verwachten vertragingen in de realisatie van individuele projecten. Bij overprogrammering worden in de eerste jaren meer plannen gestart dan passen binnen het budgettaire kader van deze jaren. Over de gehele planperiode van 15 jaar sluit de programmering aan op het totaal beschikbare budget.
De overprogrammering wordt vastgesteld op basis van het toegewezen DMF-budget per jaar en mag in elk begrotingsjaar maximaal 30% van het toegewezen budget zijn. In het kader van de noodzaak van een versnelde gereedheid, is met het ministerie van Financiën afgesproken dat, net als in 2026, in 2027 de overprogrammering tijdelijk 40% mag bedragen. Deze hogere overprogrammering maakt het mogelijk om nieuwe en bestaande investeringen die bijdragen aan een versnelde gereedheid te realiseren.
Daarnaast wordt in het kader van een versnelde gereedheid ook gekeken naar herprioritering in tijd bij projecten (DMF) en/of op de exploitatie (Defensiebegroting) in het geval er onderuitputting dreigt te ontstaan. Gedurende het jaar kan bijvoorbeeld op basis van actuele informatie afkomstig van producenten een project vertragen (of versnellen). Dit biedt dan ruimte gedurende het jaar om urgente en nog onvoorziene uitgaven te financieren (nieuwe projecten dan wel bestaande projecten vergroten). Het budget voor de vertraagde projecten wordt dan tijdelijk ingezet voor een versnelde gereedheid waarna deze bij het volgende begrotingsmoment worden aangevuld vanuit de nog niet verplichte budgetten in het DMF in latere jaren. Uw Kamer wordt hierin uiteraard in meegenomen.
Figuur 1 Over-/onderprogrammering
2.1 Belangrijkste beleidsmatige mutaties
Tabel 1 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x miljoenen)
Art.
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Stand begroting 2026 (inclusief NvW)
13.525
13.982
14.718
14.617
13.738
13790
Belangrijkste mutaties
Totaal mutaties eerste suppletoire begroting
216
252
326
654
509
757
Kasschuif actualisatie investeringsprojecten
diversen
‒ 437
‒ 55
55
437
0
0
Eindejaarsmarge 2025
diversen
574
0
0
0
0
0
Kasschuif valutareserve
‒ 266
266
0
0
0
0
Overboeking Aanvullende post
0
‒ 266
0
0
0
0
Prijs- en volumebijstelling
8
489
492
502
506
797
1.032
Overboekingen met Defensiebegroting
diversen
‒ 151
‒ 188
‒ 230
‒ 288
‒ 286
‒ 273
Bijstelling programmering Investeringen
diversen
871
290
‒ 64
‒ 61
‒ 497
1.297
Aanpassing over-/onderprogrammering
diversen
‒ 871
‒ 290
64
61
497
‒ 1.297
Overige mutaties
diversen
7
0
0
0
0
0
Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027
‒ 615
‒ 103
3304
5194
8576
10278
Defensienota 2026
diversen
0
331
3745
5433
9122
10865
Budgetoverhevelingen
diversen
‒ 305
‒ 425
‒ 439
‒ 494
‒ 555
‒ 596
Interdepartementale budgetoverhevelingen
diversen
‒ 63
‒ 20
‒ 8
0
3
3
Kasschuif actualisatie investeringbudget
1, 2, 4
‒ 250
0
0
250
0
0
Aanpassing over-/onderprogrammering
556
‒ 137
‒ 1048
‒ 1140
‒ 1932
‒ 601
Bijstelling programmering Investeringen
‒ 556
137
1048
1140
1932
601
Overige mutaties
1, 2, 8
3
10
5
5
5
5
Stand ontwerpbegroting 2027
13.126
14.131
18.347
20.465
22.823
24.825
Toelichting
Mutaties 1e suppletoire begroting
Kasschuif actualisatie investeringsprojecten
Via meerdere kasschuiven wordt het kasritme van enkele projecten geactualiseerd om tot een realistischer ritme te komen.
Eindejaarsmarge 2025
Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2025 van per saldo € 574,0 miljoen aan het DMF, waaronder € 266,0 miljoen voor vrijval op de valutareserve.
Kasschuif valutareserve
De toegevoegde middelen van de valutareserve 2025 worden via een kasschuif geschoven van 2026 naar 2027.
Overboeking Aanvullende Post
Dit betreft het overhevelen van € 266,0 miljoen in 2027 naar de Aanvullende Post ter dekking van de maatregel uit het coalitieakkoord voor onverminderde steun aan Oekraïne.
Prijs- en volumebijstelling
Er is sprake van een wettelijke koppeling tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. De reservering voor 2% prijsontwikkeling van het bbp is geplaatst op de Aanvullende Post en wordt jaarlijks in tranches uitgekeerd en toegevoegd aan de begroting.
Overboekingen met de Defensiebegroting
Dit betreft diverse overboekingen tussen de Defensiebegroting en het DMF.
Bijstelling programmering Investeringen
De ramingen van de investeringen in de periode van 2026-2040 in het Defensie Lifecycle Plan (DLP) zijn aangepast.
Aanpassing over-/onderprogrammering
Voor het gebruik van het begrotingsinstrument overprogrammering wordt gebruik gemaakt van een limiet van 40% per begrotingsjaar in de jaren 2026 en 2027.
Mutaties begroting 2027
Defensienota 2026
Het kabinet investeert met de Defensienota 2026 in de verdere versterking van de krijgsmacht. Bij deze Ontwerpbegroting wordt van de Aanvullende Post het structurele budget voor investeringen in de NAVO-norm tot en met 2031 overgeheveld naar de begrotingen van Defensie. Het restant blijft nog op de Aanvullende Post staan. Elk voorjaar zal - bij de extrapolatie van de begroting - de oploop van het extrapolatiejaar tranchegewijs overgeheveld worden naar de defensiebegrotingen.
Een deel van de maatregelen is geboekt op de diverse artikelen van de Defensiebegroting en het andere deel op diverse artikelen van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF).
Interdepartementale budgetoverhevelingen
Deze budgetoverhevelingen tussen ministeries vinden plaats wanneer de verantwoordelijkheid voor een taak, project of uitgavebij een ander ministerie komt te liggen, of wanneer een andere ministerie de uitvoering van bepaalde werkzaamheden op zich neemt. Hieronder valt onder andere de bijdrage van € 50 miljoen aan Justitie & Veiligheid voor het nieuwe Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS).
Budgetoverhevelingen
Niet alleen heeft Defensie te maken met interdepartementale budgetoverhevelingen, maar ook met departementale budgetoverhevelingen waarbij budget wordt overgeheveld van de Defensiebegroting naar het DMF.
Kasschuif actualisatie investeringsbudget
Defensie heeft het investeringsbudget geactualiseerd. Het kasritme is aangepast door een kasschuif door te voeren voor een aantal projecten. Het betreft naast een aantal niet DMP-plichtige projecten onder andere het programma «Vervanging onderzeeboten» vanwege het aanpassen van het betaalschema en het project «Vervanging MK46 Lightweight Torpedo» vanwege een verschuiving van de start van de leveringen. Dit leidt niet tot een vertraging van het programma zelf of tot een verschuiving van de einddatum voor het gehele project respectievelijk.
Aanpassing over-/onderprogrammering
Voor het gebruik van het begrotingsinstrument overprogrammering wordt gebruik gemaakt van een limiet van 40% per begrotingsjaar in de jaren 2026 en 2027.
Bijstelling programmering investeringen
De ramingen van de investeringen in de periode 2026-2040 in het Defensie Lifecycle Plan (DLP) zijn aangepast.
Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x miljoenen euro's)
Art.
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Stand begroting 2026 (inclusief NvW)
155
146
166
154
153
144
Belangrijkste mutaties
Totaal mutaties eerste suppletoire begroting
14
7
0
0
0
0
Technisch
2
14
7
0
0
0
0
Overige mutaties
0
0
0
0
0
0
Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027
‒ 3
‒ 10
‒ 5
‒ 5
‒ 5
‒ 5
Overige mutaties
1, 2
‒ 3
‒ 10
‒ 5
‒ 5
‒ 5
‒ 5
Stand ontwerpbegroting 2027
166
143
161
149
148
139
Mutaties 1e suppletoire begroting
Technisch
Het budget is toegenomen als gevolg van hogere ontvangsten door steunverlening aan derden en royalties.
Mutaties begroting 2027
Overige mutaties
Dit betreft meer ontvangsten op het artikel maritieme instandhouding.
3. ARTIKELEN
3.1 Artikel 1: Defensiebreed materieel
A. Algemene doelstelling
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van Defensiebreed materieel en het instandhouden van overwegend Defensiebreed materieel uitgevoerd door COMMIT. Dit betreft materieel dat door alle operationele commando's wordt ingezet en niet specifiek gericht is op maritiem, land- of luchtoptreden.
Verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. Daarnaast vallen de bekostiging van kennis en innovatie, reserve valutaschommelingen voor al het Defensiematerieel en over-/ onderprogrammering en ontvangsten van Defensiebreed materieel onder artikel 1. Kennis en innovatie is onderverdeeld in Duurzaamheid, klimaat en veiligheid, Kennisopbouw, Technologieontwikkeling, Kennisgebruik, Kort cyclische innovatie.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van Defensiebreed materieel, de instandhouding van Defensiematerieel en afstoting van overtollig Defensiematerieel. Ook is de minister verantwoordelijk voor de bekostiging van kennis en innovatie van Defensie.
C. Beleidswijzigingen
Voor de versterking en opschaling van de krijgsmacht moet Defensie over het juiste en voldoende materieel beschikken. Defensie investeert aanzienlijk in het materieel ter versterking van de gereedheid, ondersteuning en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Zo heeft Defensie sinds de verzending van de ontwerpbegroting van afgelopen jaar de DMP A-brief ‘Verwerving gewondentreinen’ (Kamerstuk 27 830, nr. 479) verzonden voor dit artikel. Ook wordt significant geïnvesteerd in het ophogen van de inzetvoorraden en opslagcapaciteit aan de hand van het Beleidskader Inzetvoorraden (BKI). Hiermee worden de voorraden munitie, kleding en uitrusting en Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair (CBRN) op peil gebracht door de bestaande contracten uit te breiden.
Daarnaast wordt ter versterking van de gevechtskracht geïnvesteerd in meer en modern domeinoverstijgend materieel. Zo verwacht Defensie uw Kamer eind 2026 met een B/D-brief te informeren over de vervanging van het aanvalsgeweer. Om effectief op het moderne gevechtsveld te opereren, zet Defensie met de Defensienota 2026 bijvoorbeeld fors in op onbemenste systemen en de verdediging daartegen. Hierbij worden lessen uit het conflict in Oekraïne meegenomen. Met het Defensie Projectenoverzicht (DPO) geeft Defensie uw Kamer jaarlijks integraal inzicht in de lopende DMP-projecten. Een overzicht van de lopende defensiebrede projecten is met uw Kamer gedeeld in het meest recente DPO (Kamerstuk 27 830, nr. 489).
D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit
Artikel 1 Defensiebreed materieel (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Art.
Verplichtingen
1.971.424
2.696.033
1.959.665
2.304.993
3.707.373
3.552.164
3.874.629
Uitgaven
961.148
2.178.777
2.601.275
1.397.949
1.461.350
4.367.085
2.926.613
1.11
Verwerving
511.437
2.321.353
2.284.630
2.376.367
3.084.432
3.064.344
3.058.422
Opdrachten
511.437
2.321.353
2.284.630
2.376.367
3.084.432
3.064.344
3.058.422
Verwerving: voorbereidingsfase
0
82
135.971
845.896
1.575.510
1.943.586
1.998.707
Verwerving: realisatie
511.437
2.321.271
2.148.659
1.530.471
1.508.922
1.120.758
1.059.715
1.12
Instandhouding
609.960
754.893
969.169
779.781
696.658
624.683
616.060
Opdrachten
609.960
754.893
969.169
779.781
696.658
624.683
616.060
Instandhouding Materieel
609.960
754.893
969.169
779.781
696.658
624.683
616.060
1.13
Kennis en Innovatie
110.549
280.441
254.142
305.861
324.019
312.002
312.533
Opdrachten
110.549
280.441
254.142
305.861
324.019
312.002
312.533
Duurzaamheid, klimaat en veiligheid
139
19.936
8.530
18.598
25.102
28.077
60.297
Kennisopbouw
15.665
38.675
42.334
81.954
78.342
79.353
76.812
Technologieontwikkeling
33.708
48.272
62.412
57.533
71.362
78.909
85.544
Kennisgebruik
3.834
9.818
4.738
4.184
4.184
4.184
4.184
Kort Cyclische Innovatie
57.203
163.740
136.128
143.592
145.029
121.479
85.696
1.14
Reserve Valutaschommelingen
‒ 270.798
63.945
137.318
277.065
364.451
160.892
98.808
Storting/onttrekking begrotingsreserve
‒ 270.798
63.945
137.318
277.065
364.451
160.892
98.808
Storting/onttrekking begrotingsreserve
‒ 270.798
63.945
137.318
277.065
364.451
160.892
98.808
1.16
Over-/ onderprogrammering
0
‒ 1.241.855
‒ 1.043.984
‒ 2.341.125
‒ 3.008.210
205.164
‒ 1.159.210
Fonds
0
‒ 1.241.855
‒ 1.043.984
‒ 2.341.125
‒ 3.008.210
205.164
‒ 1.159.210
Fonds
0
‒ 1.241.855
‒ 1.043.984
‒ 2.341.125
‒ 3.008.210
205.164
‒ 1.159.210
Ontvangsten
121.316
88.556
85.778
103.778
91.398
89.578
87.298
Artikel 1 Defensiebreed materieel (bedragen x € 1.000)
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
Art.
Verplichtingen
3.359.329
3.238.964
3.155.453
3.545.479
4.074.162
3.935.011
3.526.985
3.394.119
3.266.792
5.110.918
Uitgaven
3.848.656
1.863.660
4.587.078
4.944.169
4.611.485
5.198.857
4.683.008
4.896.205
4.825.759
4.655.819
1.11
Verwerving
2.711.494
2.425.419
2.391.351
2.850.149
2.822.696
2.779.894
2.260.875
2.227.568
2.238.441
3.839.692
Opdrachten
2.711.494
2.425.419
2.391.351
2.850.149
2.822.696
2.779.894
2.260.875
2.227.568
2.238.441
3.839.692
Verwerving: voorbereidingsfase
2.049.707
1.931.515
1.949.919
2.329.679
2.345.227
2.209.740
1.902.519
1.953.584
2.045.809
3.707.450
Verwerving: realisatie
661.787
493.904
441.432
520.470
477.469
570.154
358.356
273.984
192.632
132.242
1.12
Instandhouding
617.687
600.187
605.141
605.159
609.380
608.074
605.406
604.013
604.201
604.077
Opdrachten
617.687
600.187
605.141
605.159
609.380
608.074
605.406
604.013
604.201
604.077
Instandhouding Materieel
617.687
600.187
605.141
605.159
609.380
608.074
605.406
604.013
604.201
604.077
1.13
Kennis en Innovatie
288.955
267.087
267.087
267.087
267.087
207.799
197.799
131.251
36.065
35.898
Opdrachten
288.955
267.087
267.087
267.087
267.087
207.799
197.799
131.251
36.065
35.898
Duurzaamheid, klimaat en veiligheid
40.210
28.077
28.077
28.077
28.077
7.560
7.560
7.560
0
0
Kennisgebruik
4.184
4.184
4.184
4.184
4.184
0
0
0
0
0
Kennisopbouw
73.734
64.879
64.879
64.879
64.879
33.583
23.583
23.583
18.336
18.436
Kort Cyclische Innovatie
85.185
84.306
84.306
84.306
84.306
81.015
81.015
14.467
17.729
17.462
Technologieontwikkeling
85.642
85.641
85.641
85.641
85.641
85.641
85.641
85.641
0
0
1.14
Reserve Valutaschommelingen
105.373
119.067
97.180
94.546
86.153
80.721
99.064
93.061
77.309
95.983
Storting/onttrekking begrotingsreserve
105.373
119.067
97.180
94.546
86.153
80.721
99.064
93.061
77.309
95.983
Storting/onttrekking begrotingsreserve
105.373
119.067
97.180
94.546
86.153
80.721
99.064
93.061
77.309
95.983
1.16
Over-/ onderprogrammering
125.147
‒ 1.548.100
1.226.319
1.127.228
826.169
1.522.369
1.519.864
1.840.312
1.869.743
80.169
Fonds
125.147
‒ 1.548.100
1.226.319
1.127.228
826.169
1.522.369
1.519.864
1.840.312
1.869.743
80.169
Fonds
125.147
‒ 1.548.100
1.226.319
1.127.228
826.169
1.522.369
1.519.864
1.840.312
1.869.743
80.169
Ontvangsten
‒ 87.298
‒ 87.298
‒ 87.298
‒ 87.298
‒ 87.298
‒ 87.298
‒ 87.298
‒ 87.298
‒ 87.298
‒ 87.298
Tabel 3 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
juridisch verplicht
81,1%
bestuurlijk gebonden
0%
beleidsmatig gereserveerd
18,9%
nog niet ingevuld/vrij te besteden
0%
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De geraamde verplichtingen op artikel 1 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de reserve valutaschommelingen en ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.
Uitgaven
Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 81,1% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 18,9% van dit artikel is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.
Verwerving Defensiebreed materieel
Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving van materieel dat door alle operationele commando’s wordt ingezet en dat dus niet specifiek gericht is op maritiem, land- of luchtoptreden en de afstoting van defensiematerieel. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP-proces. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de Defensiebrede projecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit (commercieel) vertrouwelijke informatie is.
Figuur 2 Defensiebreed materieel
De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489). De scope van het project ‘Verwerving onbemenste systemen’ is uitgebreid met onbemenste luchtgebonden doelopsporingssystemen voor de zware gemechaniseerde brigade (HIB) en de medium infanterie brigade (MIB) van de landmacht. Het projectbudget is verhoogd (commercieel vertrouwelijk) en valt in een hogere DMP-bandbreedte (250-1.000). Het programma ‘Vervanging Wissellaadsystemen, Trekker-opleggercombinaties en Wielbergingsvoertuigen (WTB)’ is uitgebreid met een aanvullende behoefte ter versterking van de logistieke ondersteuning van de marine en de HIB en de MIB van de landmacht. Het projectbudget is verhoogd (commercieel vertrouwelijk). Een deel van de exploitatie is overgeheveld naar het projectbudget van het project ‘Defensiebreed Operationeel Kleedsysteem (DOKS)’ (€ 719,5), omdat in 2026 en 2027 meer producten worden afgenomen dan initieel voorzien.
Instandhouding defensiebreed materieel
De geraamde uitgaven voor instandhouding van defensiebreed materieel betreffen voornamelijk de instandhoudingsuitgaven van het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrustingbedrijf (KPU-bedrijf) en het Defensie Munitiebedrijf (DMunB). Ook worden hier de uitgaven voor de normstellende taak van COMMIT voor de wapensystemen verantwoord. In de instandhoudingsfase wordt het wapensysteem door het operationeel commando in gebruik genomen, al dan niet gefaseerd. Het operationeel commando is integraal verantwoordelijk voor gebruik en instandhouding van het materieel. COMMIT Wapensystemen vervult de rol van normsteller voor het materieel dat is overgedragen aan het operationeel commando. Deze normstellende rol omvat de volgende gebieden: veiligheid, technische beschikbaarheid, bewaking levensduurkosten ('betaalbaarheid') en waardebehoud. COMMIT vervult deze taak voor maritiem-, land- en luchtmaterieel.
Kennis en Innovatie
Duurzaamheid, Klimaat en Veiligheid
Grondstoffenschaarste en de energietransitie hebben impact op de manier waarop de krijgsmacht moet opereren. In de huidige mondiale veiligheids-context, die wordt gekenmerkt door geopolitieke spanningen en conflict, zet Defensie in het bijzonder in op activiteiten en projecten voor autonoom voortzettingsvermogen en energiezekerheid die de Nederlandse krijgs-macht nu en in de toekomst versterken in de primaire taak: het genereren van gevechtskracht. Dit doet Defensie door middel van investeringen in duurzaam materieel, circulariteit, innovatief onderzoek en expertise op al deze gebieden.
Verbreding Kennis & Innovatie Samenwerking Nationaal en (inter)Nationaal
Defensie draagt met deze middelen o.a. bij aan het NAVO innovatiefonds. Dit ‘venture capital’ fonds investeert in innovatieve ‘startups’ om de veiligheid en weerbaarheid van onder andere Nederland te verhogen. Ook wordt de (inter)nationale onderzoekssamenwerking verbreedt en geïntensiveerd met deze middelen, bijvoorbeeld door samenwerkingen met civiele kennispartners (rechtstreeks en via OCW) en met denktanks. Defensie kan tot slot met deze middelen bijdragen aan de instandhouding van grote onderzoeksfaciliteiten bij de kennisinstellingen die toegepast onderzoek verrichten.
Technologieontwikkeling
Defensie investeert langs de lijnen van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) 2025-2029 onder andere in kennis en technologieontwikkeling. Daarin neemt versterking van de samenwerking met onze kennis- en innovatiepartners een centrale plaats in. Defensie investeert samen met het Nederlandse bedrijfsleven in technologieontwikkeling voor toekomstige capaciteiten en in het kader van de versterking van de Nederlandse- en Europese Defensie Technologische en Industriële Basis. De focus ligt daarbij op kansrijke technologieën en ecosystemen in Nederland, de zogeheten NLD gebieden.
CODEMO
De CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) is een instrument dat bedoeld is voor innovatieve defensie-specifieke productontwikkeling door met name het nationale MKB. Projectvoorstellen kunnen worden ingediend door Nederlandse bedrijven. Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, maximaal 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie, in de vorm van royalty’s over de verkoop van de ontwikkelde producten, vloeien terug naar de CODEMO-regeling. Ook zijn vanuit de oude CODEMA-regeling, de voorloper van de CODEMO-regeling, royalties toegevoegd aan het budget van € 10 miljoen waar in 2011 mee is gestart, resulterend in een totaal budget van € 11,8 miljoen. In totaal is sinds de start van de regeling voor een bedrag van € 11,8 miljoen aan projectvoorstellen goedgekeurd en uitgegeven.
In 2022 is het laatste voorstel goedgekeurd en sindsdien zijn er geen nieuwe levensvatbare voorstellen meer ingediend.
In navolgende tabel staan de cumulatieve cijfers vanaf de start van de regeling in 2011.
CODEMO (t/m 31 mei 2026)
Ingediende voorstellen
94
Gehonoreerde voorstellen
29
Afgewezen voorstellen
65
Afgeronde voorstellen
29
Kennisgebruik
De toepassing van (met centrale middelen) opgebouwde kennis (zogeheten 'kennisgebruik') wordt primair gefinancierd uit de decentrale budgetten van de defensieonderdelen. Op centraal niveau is er ook budget beschikbaar voor kennisgebruik.
Kort-cyclische innovatie
Onder kortcyclische innovatie vallen uitgaven die worden gedaan in het kader van centraal gestuurde innovatie en het faciliteren van decentrale innovatie door de krijgsmachtdelen, zoals het versterken van de innovatiecentra en innovatie inkoop- en assortimentsmanagement capaciteit. Hiervoor kent Defensie een centrale innovatieorganisatie FRONT (Future Relevant Operations with Next Generation Technology & Thinking) die centraal portfoliomanagement uitvoert. Ook investeert Defensie in ecosystemen en innovatie- en kennisnetwerken. Deze ecosystemen hebben een specifieke thematische oriëntatie, zoals binnen drones, regionale oriëntatie, zoals binnen Brightlands en Brainport en gecoördineerd door ODIN (Orchestration Defence INnovation), een landelijke oriëntatie binnen de 5 NLD-gebieden of een internationale oriëntatie met binnen NAVO en EU, met DIANA en HEDI. Sinds januari 2025 vervult Brainport/BITS de rol van accelerator voor DIANA. Tot slot werkt Defensie aan de innovatiesamenwerking met Oekraïne.
Over-/onderprogrammering defensiebreed materieel
In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan dit zich uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.
In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.
Ontvangsten defensiebreed materieel
De ontvangsten bestaan uit de verkoopopbrengsten van materieel en overige ontvangsten. Behalve de afstoting van strategisch materieel wordt op dit budget de planmatige periodieke vernieuwing van niet-strategisch materieel verantwoord. Voorbeelden daarvan zijn de vervanging van een deel van de vloot van niet-operationele dienstvoertuigen. Ook de ontvangsten die voortkomen uit retour ontvangen BTW worden op dit artikel verantwoord.
3.2 Artikel 2: Maritiem materieel
A. Algemene doelstelling
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van het maritiem materieel en het instandhouden van materieel uitgevoerd door CZSK. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding is gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 2 (Koninklijke Marine) van de Begroting Hoofdstuk X. Ook vallen de over-/ onderprogrammering op maritieme projecten en ontvangsten onder dit artikel.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van maritiem materieel en de instandhouding van materieel uitgevoerd door CZSK.
C. Beleidswijzigingen
Op maritiem gebied wordt gewerkt aan het vergroten van de slagkracht en het versterken van het voortzettingsvermogen. De komende vijftien jaar versterkt Defensie de Koninklijke Marine door een grootschalige vlootvernieuwing. Dit betreft investeringen in de vervanging van de onderzeeboten, fregatten voor onderzeebootbestrijding, luchtverdedigings- en commandofregatten, amfibische transportschepen, mijnenbestrijdingsvaartuigen en hulp- en ondersteuningsvaartuigen.
Om de inzet van onbemenste systemen en wapens in het maritieme domein mogelijk te maken, wordt geïnvesteerd in de digitale versterking hiervan. Daarnaast investeert de marine in het versterken van de zelfverdedigingscapaciteit van verschillende platformen, evenals de instandhouding en het verminderen van kwetsbaarheid van de amfibische transportschepen. Zo verwacht Defensie eind 2026 uw Kamer met een B/D-brief te informeren over de aanschaf van een kinetisch afweersysteem tegen de middellange afstand dreiging van onbemenste systemen.
Ook wordt geïnvesteerd in alternatieve navigatiemiddelen voor inzet bij verstoringen, nieuwe materialen en middelen voor het Korps Mariniers, en het verbeteren van de bescherming van het Koninkrijk door permanente aanwezigheid van een Marinierseenheid in het Caribisch gebied. Met het DPO geeft Defensie uw Kamer jaarlijks integraal inzicht in de lopende DMP-projecten. Een overzicht van de lopende maritieme projecten is met uw Kamer gedeeld in het meest recente DPO (Kamerstuk 27 830, nr. 489). Daarnaast geeft Defensie uw Kamer met voortgangsrapportages ieder half jaar inzicht in de voortgang van het programma vervanging onderzeebootcapaciteit (Kamerstuk 34 225, nr. 79).
D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit
Artikel 2 Maritiem materieel (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Art.
Verplichtingen
4.125.553
3.051.780
1.615.117
931.637
1.660.820
1.671.098
2.429.934
Uitgaven
1.409.290
1.997.586
2.433.908
3.020.538
2.928.138
2.919.349
4.052.190
2.11
Verwerving
1.106.507
2.348.845
3.040.582
3.800.690
3.641.328
3.481.463
4.371.428
Opdrachten
1.106.507
2.348.845
3.040.582
3.800.690
3.641.328
3.481.463
4.371.428
Verwerving: voorbereidingsfase
0
0
37.833
213.907
522.453
844.200
1.699.667
Verwerving: realisatie
1.106.507
2.348.845
3.002.749
3.586.783
3.118.875
2.637.263
2.671.761
2.12
Instandhouding
302.783
376.645
376.924
291.631
284.959
277.617
283.149
Opdrachten
302.783
376.645
376.924
291.631
284.959
277.617
283.149
Instandhouding Materieel
302.783
376.645
376.924
291.631
284.959
277.617
283.149
2.16
Over-/ onderprogrammering
0
‒ 727.904
‒ 983.598
‒ 1.071.783
‒ 998.149
‒ 839.731
‒ 602.387
Fonds
0
‒ 727.904
‒ 983.598
‒ 1.071.783
‒ 998.149
‒ 839.731
‒ 602.387
Fonds
0
‒ 727.904
‒ 983.598
‒ 1.071.783
‒ 998.149
‒ 839.731
‒ 602.387
Ontvangsten
32.136
34.000
26.600
14.684
14.684
14.684
14.684
Artikel 2 Maritiem materieel (bedragen x € 1.000)
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
Art.
Verplichtingen
2.201.408
1.979.909
1.918.089
2.251.367
2.857.445
2.571.347
3.221.949
2.469.315
2.154.587
2.467.438
Uitgaven
3.714.978
4.250.932
3.381.469
3.295.653
2.801.473
2.639.879
3.490.602
2.473.645
2.401.659
64.351
2.11
Verwerving
3.428.434
2.882.957
2.091.722
2.198.485
1.935.919
1.705.926
2.245.987
1.591.165
1.217.798
1.212.986
Opdrachten
3.428.434
2.882.957
2.091.722
2.198.485
1.935.919
1.705.926
2.245.987
1.591.165
1.217.798
1.212.986
Verwerving: voorbereidingsfase
1.540.284
1.418.704
1.409.193
1.760.104
1.627.534
1.295.571
1.725.342
1.238.786
937.992
921.468
Verwerving: realisatie
1.888.150
1.464.253
682.529
438.381
308.385
410.355
520.645
352.379
279.806
291.518
2.12
Instandhouding
271.217
288.728
308.901
269.908
292.574
278.439
269.921
263.381
269.008
267.633
Opdrachten
271.217
288.728
308.901
269.908
292.574
278.439
269.921
263.381
269.008
267.633
Instandhouding Materieel
271.217
288.728
308.901
269.908
292.574
278.439
269.921
263.381
269.008
267.633
2.16
Over-/ onderprogrammering
15.327
1.079.247
980.846
827.260
572.980
655.514
974.694
619.099
914.853
‒ 1.416.268
Fonds
15.327
1.079.247
980.846
827.260
572.980
655.514
974.694
619.099
914.853
‒ 1.416.268
Fonds
15.327
1.079.247
980.846
827.260
572.980
655.514
974.694
619.099
914.853
‒ 1.416.268
Ontvangsten
‒ 14.684
‒ 14.684
‒ 14.684
‒ 14.684
‒ 14.684
‒ 14.684
‒ 14.684
‒ 14.684
‒ 14.684
‒ 14.684
Tabel 4 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
juridisch verplicht
99,8%
bestuurlijk gebonden
0%
beleidsmatig gereserveerd
0,2%
nog niet ingevuld/vrij te besteden
0%
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De geraamde verplichtingen op artikel 2 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.
Uitgaven
Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 99,8% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 0,2% van dit artikel is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.
Verwerving maritiem materieel
Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving van maritiem materieel. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de maritieme projecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit (commercieel) vertrouwelijke informatie is.
Figuur 3 Maritiem materieel
De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489). Het project ‘Vervangende Capaciteit Middelzwaar Landingsvaartuig (vLCVP)’ is uitgebreid met de verwerving van een nieuw Littoral Asault Craft (LAC) voor medische doeleinden, ter versterking van de operationele geneeskundige keren. Tevens wordt counter-unmanned aerial systems (C-UAS) capaciteit toegevoegd om de zelfverdediging van maritieme eenheden tegen onbemenste systemen te versterken. Het projectbudget is verhoogd (commercieel vertrouwelijk).
Instandhouding maritiem materieel
De instandhouding van het materieel omvat de ramingen voor de uitgaven die het operationeel houden van de (wapen)systemen met zich meebrengen. Voor dit artikel worden deze vooral door de Directie Materiële Instandhouding van de Koninklijke Marine gedaan. Het betreft zowel de uitbesteding van instandhoudingswerk als de aanschaf van materieel als (reserve-)onderdelen. Het betreft onder andere de instandhoudingsuitgaven voor de Luchtverdedigings- en Commandofregatten, de M-fregatten en de patrouilleschepen.
Over-/onderprogrammering maritiem materieel
In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.
In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.
Ontvangsten maritiem materieel
Dit betreft onder andere ontvangsten voortkomend uit werk voor derden door de Directie Materiële Instandhouding van de Koninklijke Marine. Ook de ontvangsten voortkomend uit retour ontvangen BTW op maritieme instandhoudingsuitgaven worden op dit artikel verantwoord.
3.3 Artikel 3: Land materieel
A. Algemene Doelstelling
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van het landmaterieel en het instandhouden van materieel uitgevoerd door CLAS. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding is gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten, zoals beschreven in beleidsartikel 3 (Koninklijke Landmacht) van de Begroting Hoofdstuk X. Ook vallen de over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van landmaterieel onder dit artikel.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van het landmaterieel en de instandhouding van materieel uitgevoerd door CLAS.
C. Beleidswijzigingen
Binnen het landdomein wordt aanzienlijk geïnvesteerd in versterkte gevechtskracht, gevechtsondersteuning en instandhouding ter bescherming van het NAVO-verdragsgebied. Zo heeft Defensie sinds de ontwerpbegroting van vorig jaar vier DMP A-brieven verzonden voor dit artikel. Defensie zet met de investeringen uit de Defensienota 2026 een volgende stap en investeert in de invulling van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen voor de zware gemechaniseerde brigade (HIB), de medium infanterie brigade (MIB) en de luchtmobiele brigade (AMB). Ook wordt met investeringen in het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps (1GNC) een nadrukkelijke stap gezet op weg naar een legerkorps dat grootschalige gevechtsoperaties kan aansturen en ondersteunen binnen het multidomein optreden-context. Daarom wordt onder meer geïnvesteerd in de modernisering van een luchtverdedigingsbataljon.
Binnen het project ‘Verwerving Combat General Purpose Vehicle (CGPV)’ wordt daarnaast overgegaan tot de aanschaf van materieel. Defensie zal de Kamer naar verwachting eind 2026 informeren met de D-brief voor dit project. Met het DPO geeft Defensie uw Kamer jaarlijks integraal inzicht in de lopende DMP-projecten. Een overzicht van de lopende landprojecten is met uw Kamer gedeeld in het meest recente DPO (Kamerstuk 27 830, nr. 489).
D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit
Artikel 3 Land materieel (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Art.
Verplichtingen
6.045.100
5.969.772
1.758.117
2.064.139
3.247.198
4.124.258
4.322.573
Uitgaven
2.532.568
2.614.319
3.182.669
5.082.996
6.791.099
5.653.444
5.849.160
3.11
Verwerving
2.107.192
3.235.515
3.978.785
4.831.376
6.248.152
7.102.833
6.726.672
Opdrachten
2.107.192
3.235.515
3.978.785
4.831.376
6.248.152
7.102.833
6.726.672
Verwerving: voorbereidingsfase
0
84
94.170
1.106.285
1.673.220
2.152.543
3.110.044
Verwerving: onderzoeksfase
0
0
0
0
3.057
9.088
10.762
Verwerving: realisatie
2.107.192
3.235.431
3.884.615
3.725.091
4.571.875
4.941.202
3.605.866
3.12
Instandhouding
425.376
442.427
479.895
486.950
464.350
464.191
476.918
Opdrachten
425.376
442.427
479.895
486.950
464.350
464.191
476.918
Instandhouding Materieel
425.376
442.427
479.895
486.950
464.350
464.191
476.918
3.16
Over-/ onderprogrammering
0
‒ 1.063.623
‒ 1.276.011
‒ 235.330
78.597
‒ 1.913.580
‒ 1.354.430
Fonds
0
‒ 1.063.623
‒ 1.276.011
‒ 235.330
78.597
‒ 1.913.580
‒ 1.354.430
Fonds
0
‒ 1.063.623
‒ 1.276.011
‒ 235.330
78.597
‒ 1.913.580
‒ 1.354.430
Ontvangsten
1.687
2.500
2.500
2.500
2.500
2.500
2.500
Artikel 3 Land materieel (bedragen x € 1.000)
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
Art.
Verplichtingen
5.060.101
4.546.439
4.841.384
4.944.204
6.589.181
5.853.918
5.321.371
5.217.113
5.372.052
5.381.087
Uitgaven
5.210.479
6.537.110
5.310.079
5.522.522
5.724.930
5.612.426
4.505.318
4.664.545
4.903.059
5.263.151
3.11
Verwerving
6.614.032
4.478.901
4.568.234
4.668.841
4.564.057
3.943.065
3.183.193
3.192.813
3.318.354
4.309.313
Opdrachten
6.614.032
4.478.901
4.568.234
4.668.841
4.564.057
3.943.065
3.183.193
3.192.813
3.318.354
4.309.313
Verwerving: voorbereidingsfase
3.815.010
3.500.886
3.975.944
4.083.191
4.036.644
3.292.835
2.763.201
2.773.047
2.882.385
3.013.633
Verwerving: onderzoeksfase
10.762
10.762
10.762
10.762
10.762
10.762
10.763
10.762
12.871
12.871
Verwerving: realisatie
2.788.260
967.253
581.528
574.888
516.651
639.468
409.229
409.004
423.098
1.282.809
3.12
Instandhouding
464.899
464.847
463.595
465.592
466.487
466.689
468.562
462.639
462.625
462.504
Opdrachten
464.899
464.847
463.595
465.592
466.487
466.689
468.562
462.639
462.625
462.504
Instandhouding Materieel
464.899
464.847
463.595
465.592
466.487
466.689
468.562
462.639
462.625
462.504
1.16
Over-/ onderprogrammering
‒ 1.868.452
1.593.362
278.250
388.089
694.386
1.202.672
853.563
1.009.093
1.122.080
491.334
Fonds
‒ 1.868.452
1.593.362
278.250
388.089
694.386
1.202.672
853.563
1.009.093
1.122.080
491.334
Fonds
‒ 1.868.452
1.593.362
278.250
388.089
694.386
1.202.672
853.563
1.009.093
1.122.080
491.334
Ontvangsten
‒ 2.500
‒ 2.500
‒ 2.500
‒ 2.500
‒ 2.500
‒ 2.500
‒ 2.500
‒ 2.500
‒ 2.500
‒ 2.500
Tabel 5 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
juridisch verplicht
64,7%
bestuurlijk gebonden
0%
beleidsmatig gereserveerd
35,3%
nog niet ingevuld/vrij te besteden
0%
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De geraamde verplichtingen op artikel 3 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.
Uitgaven
Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 64,7% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 35,3% van dit artikel is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.
Verwerving landmaterieel
Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving van landmaterieel. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP-proces. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de landprojecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit (commercieel) vertrouwelijke informatie is.
Figuur 4 Land materieel
De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489). Een wijziging binnen het project ‘Combat General Purpose Vehicle (CGPV)’ is dat het budget is verhoogd als gevolg van een projectuitbreiding (commercieel vertrouwelijk). Defensie schaft meer gepantserde ondersteunende voertuigen aan als ondersteunende capaciteit van de zware gemechaniseerde brigade (HIB) en de medium infanterie brigade (MIB). De verwervingsvoorbereidingsfase wordt afgerond waarna een D-brief volgt. Daarnaast is het projectbudget van het project ‘Licht Indirect Vurend Systeem (LIVS)’ verhoogd als gevolg van een projectuitbreiding (commercieel vertrouwelijk). Tevens wordt er gezocht naar een geschikt platform voor de mortieroplossing voor zowel de zware gemechaniseerde brigade (HIB) en de medium infanterie brigade (MIB).
Instandhouding landmaterieel
De instandhouding van het landmaterieel omvat de ramingen voor de uitgaven die het operationeel houden van de (wapen-)systemen voor het landoptreden met zich meebrengt. Deze worden vooral door het Materieel Logistiek Commando gedaan. Het betreft zowel de uitbesteding van instandhoudingswerk als de aanschaf van materieel ten behoeve van de logistieke keten voor reservedelen. Dat geldt zowel voor de grondgebonden A-, B-, en C-systemen als voor overige assortimenten, zoals onder andere tenten, werken op hoogte, fysieke inzetbaarheid, geografisch kaartmateriaal, gereedschap en werkplaatsuitrusting.
Over-/onderprogrammering landmaterieel
In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.
In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.
Ontvangsten land materieel
De ontvangsten bestaan uit de verkoopopbrengsten van materieel en overige ontvangsten. Dit betreft onder andere ontvangsten voortkomend uit verkoop van reservedelen aan NAVO-partners. Ook de ontvangsten die voortkomen uit retour ontvangen BTW worden op dit artikel verantwoord.
3.4 Artikel 4: Lucht materieel
A. Algemene Doelstelling
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van het luchtmaterieel en het instandhouden van materieel door CLRS. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding is gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 4 (Koninklijke Luchtmacht) van de Begroting Hoofdstuk X. Ook vallen de over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van lucht materieel onder dit artikel.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van luchtmaterieel en het instandhouden van materieel uitgevoerd door de luchtmacht.
C. Beleidswijzigingen
Nederland levert vanuit het luchtdomein een belangrijke bijdrage aan collectieve afschrikking en verdediging. Defensie investeert hiervoor, ook samen met onze bondgenoten, in robuust en geavanceerd materieel. Sinds de ontwerpbegroting van vorig jaar is hiertoe de DMP A-brief ‘Midlife Update Multi-Role Tanker Transport’ (MLU MRTT) verzonden (Kamerstuk 27 830, nr. 486).
Met het oog op de Defensienota 2026 zet Defensie zich in om de operationele capaciteiten in het luchtdomein verder te versterken. Hierbij ligt de focus op het vergaren van inlichtingen en het sneller verwerken en analyseren van data, zodat beslissingen in de luchtdomein sneller en effectiever kunnen worden genomen. Ook de materiële slagkracht wordt versterkt, de tankervloot groeit bijvoorbeeld met een extra MRTT-toestel. Verder wordt gestart met de voorbereidingen op de aanschaf van een aantal F-35's.
Met het DPO geeft Defensie uw Kamer jaarlijks integraal inzicht in de lopende DMP-projecten. Een overzicht van de lopende luchtprojecten is met uw Kamer gedeeld in het meest recente DPO (Kamerstuk 27 830, nr. 489).
D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit
Artikel 4 Lucht materieel (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Art.
Verplichtingen
2.919.927
2.591.973
1.602.375
1.502.970
1.698.436
2.038.105
1.789.120
Uitgaven
2.142.253
2.134.915
2.227.552
3.201.202
2.889.955
2.494.456
2.101.581
4.11
Verwerving
1.457.217
1.909.205
2.377.879
3.056.519
2.774.263
2.876.698
2.278.115
Opdrachten
1.457.217
1.909.205
2.377.879
3.056.519
2.774.263
2.876.698
2.278.115
Verwerving: voorbereidingsfase
0
0
48.480
232.476
535.173
713.357
742.565
Verwerving: realisatie
1.457.217
1.909.205
2.329.399
2.824.043
2.239.090
2.163.341
1.535.550
4.12
Instandhouding
685.036
619.084
748.032
665.658
690.955
693.867
674.964
Opdrachten
685.036
619.084
748.032
665.658
690.955
693.867
674.964
Instandhouding Materieel
685.036
619.084
748.032
665.658
690.955
693.867
674.964
4.16
Over-/ onderprogrammering
0
‒ 393.374
‒ 898.359
‒ 520.975
‒ 575.263
‒ 1.076.109
‒ 851.498
Fonds
0
‒ 393.374
‒ 898.359
‒ 520.975
‒ 575.263
‒ 1.076.109
‒ 851.498
Fonds
0
‒ 393.374
‒ 898.359
‒ 520.975
‒ 575.263
‒ 1.076.109
‒ 851.498
Ontvangsten
12.870
9.840
11.480
13.369
13.469
14.140
7.769
Artikel 4 Lucht materieel (bedragen x € 1.000)
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
Art.
Verplichtingen
1.816.464
1.930.219
1.648.015
1.607.723
2.784.099
2.566.546
2.618.844
2.323.021
2.516.868
2.726.252
Uitgaven
2.689.193
3.257.456
2.541.596
2.441.317
2.936.427
2.554.633
2.779.440
3.089.010
2.953.297
1.251.343
4.11
Verwerving
2.018.006
1.838.740
1.524.805
1.312.432
1.627.549
1.377.263
1.478.871
1.335.794
1.519.131
1.773.735
Opdrachten
2.018.006
1.838.740
1.524.805
1.312.432
1.627.549
1.377.263
1.478.871
1.335.794
1.519.131
1.773.735
Verwerving: voorbereidingsfase
970.061
1.016.217
782.539
772.552
1.010.524
859.521
854.895
715.251
794.446
793.051
Verwerving: realisatie
1.047.945
822.523
742.266
539.880
617.025
517.742
623.976
620.543
724.685
980.684
4.12
Instandhouding
661.831
651.615
651.474
647.576
650.655
632.594
609.494
621.667
622.451
622.451
Opdrachten
661.831
651.615
651.474
647.576
650.655
632.594
609.494
621.667
622.451
622.451
Instandhouding Materieel
661.831
651.615
651.474
647.576
650.655
632.594
609.494
621.667
622.451
622.451
4.16
Over-/ onderprogrammering
9.356
767.101
365.317
481.309
658.223
544.776
691.075
1.131.549
811.715
‒ 1.144.843
Fonds
9.356
767.101
365.317
481.309
658.223
544.776
691.075
1.131.549
811.715
‒ 1.144.843
Fonds
9.356
767.101
365.317
481.309
658.223
544.776
691.075
1.131.549
811.715
‒ 1.144.843
Ontvangsten
‒ 8.007
‒ 900
‒ 1.000
‒ 1.000
‒ 1.000
‒ 1.000
‒ 1.000
‒ 1.000
‒ 1.000
‒ 1.000
Tabel 6 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
juridisch verplicht
75,6%
bestuurlijk gebonden
0%
beleidsmatig gereserveerd
24,4%
nog niet ingevuld/vrij te besteden
0%
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De geraamde verplichtingen op artikel 4 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.
Uitgaven
Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 75,6% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 24,4% van dit artikel, is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.
Verwerving lucht materieel
Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving van lucht materieel. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP-proces. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de luchtprojecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit (commercieel) vertrouwelijke informatie is.
Figuur 5 Lucht materieel
De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489).
Instandhouding lucht materieel
De geraamde uitgaven voor instandhouding van lucht materieel betreffen de instandhoudingsuitgaven van de luchtmacht. In de instandhoudingsfase wordt het wapensysteem door de luchtmacht in gebruik genomen en in stand gehouden tot en met het einde van de levensduur van het wapensysteem. Naast de (vliegende) hoofdwapensystemen is de luchtmacht ook integraal verantwoordelijk voor gebruik en instandhouding van alle Land- en Grondgebonden wapen- en missie ondersteunend lucht materieel. Het betreft onder andere de instandhoudingsuitgaven voor de jachtvliegtuigen, de gevechts- en transporthelikopters, MQ-9's, C-130's, maar ook de Patriots als Grondgebonden materieel.
Over-/onderprogrammering lucht materieel
In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.
In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.
Ontvangsten lucht materieel
De geraamde ontvangsten bestaan voornamelijk uit de recoupment ontvangsten voor de verkoop van nieuwe F-35 toestellen door de Verenigde Staten. Zo ontvangt Nederland een deel van de bijgedragen F-35 ontwikkelingskosten terug als toeslag van de landen die vallen buiten de groep van oorspronkelijke ontwikkelingspartners.
3.5 Artikel 5: Infrastructuur en Vastgoed
A. Doelstelling
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven en instandhouden van alle infrastructuur en vastgoed van Defensie. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding wordt daarbij ingezet om het vastgoed in de gewenste kwaliteit en staat te krijgen en behouden. Ook vallen over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van infrastructuur en vastgoed onder dit artikel. Naast de infrastructuur en vastgoed van Defensie wordt ook NAVO-vastgoed in Nederland begroot binnen dit artikel.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en instandhouding van infrastructuur en vastgoed van Defensie en de afstoting van overtollige infrastructuur en vastgoed. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is de opdrachtnemer voor het uitvoeren van de door Defensie uitgegeven opdrachten.
C. Beleidswijzigingen
Vastgoed is randvoorwaardelijk om de krijgsmacht optimaal te ondersteunen om te groeien en de gereedstelling versneld te bewerkstelligen. Voor vastgoed heeft Defensie een omvangrijke opgave. Een aanzienlijk deel is verouderd en past niet bij een toekomstbestendige krijgsmacht. Een deel is aangewezen als monument op basis van Erfgoedwetgeving, waarbij het doel is dat het wordt behouden zonder dat het een beperking vormt voor de operationele inzet.
In 2025 is de Commandopost Vastgoed opgericht om benodigde versnelling te realiseren. Defensie werkt met onder meer andere ministeries en omgevingspartners samen. Dit heeft tot doel om zo slim mogelijk om te gaan met beperkende omgevingsfactoren, zoals stikstofproblematiek en netcongestie.
Om te versnellen, wordt ingezet op gestandaardiseerd en industrieel bouwen. Legeringsgebouwen zijn al op deze manier aanbesteed en worden gerealiseerd. Bij de vernieuwing van onder andere kantoren, leslokalen en magazijnen wordt deze methode eveneens gevolgd. Om het vastgoed te verduurzamen, wil Defensie dat alle kantoorgebouwen in 2027 minimaal energielabel C hebben en in 2029 aan de energiebesparingsplicht voldoen. Over ontwikkelingen op het gebied van vastgoed, leefomgeving en ruimtelijke ordening wordt uw Kamer geïnformeerd via de Stand van Defensie en/of via een verzamelbrief.
Met de Defensienota 2026 gaat Defensie veel extra investeringen doen in vastgoed en infrastructuur. Daarnaast worden er ook extra investeringen in de energiezekerheid van kritieke infrastructuur van Defensie gedaan.
D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit
Artikel 5 Infrastructuur en vastgoed (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Art.
Verplichtingen
1.559.286
2.133.525
2.407.504
2.336.986
2.128.901
1.862.290
1.748.172
Uitgaven
1.355.180
1.811.767
1.508.817
2.102.610
1.871.361
1.554.749
2.016.559
5.11
Verwerving
706.566
1.767.635
1.406.889
1.825.239
1.529.813
1.809.048
1.175.612
Opdrachten
706.566
1.767.635
1.406.889
1.825.239
1.529.813
1.809.048
1.175.612
Verwerving: voorbereidingsfase
0
0
501
165.204
304.577
350.940
474.208
Verwerving: realisatie
706.566
1.767.635
1.406.388
1.660.035
1.225.236
1.458.108
701.404
5.12
Instandhouding
648.614
745.739
724.541
634.779
642.613
656.573
655.882
Opdrachten
648.614
745.739
724.541
634.779
642.613
656.573
655.882
Instandhouding Infrastructuur
648.614
745.739
724.541
634.779
642.613
656.573
655.882
5.16
Over-/ onderprogrammering
0
‒ 701.607
‒ 622.613
‒ 357.408
‒ 301.065
‒ 910.872
185.065
Fonds
0
‒ 701.607
‒ 622.613
‒ 357.408
‒ 301.065
‒ 910.872
185.065
Fonds
0
‒ 701.607
‒ 622.613
‒ 357.408
‒ 301.065
‒ 910.872
185.065
Ontvangsten
29.144
20.270
20.270
20.270
20.270
20.270
20.270
Artikel 5 Infrastructuur en vastgoed (bedragen x € 1.000)
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
Art.
Verplichtingen
1.707.466
1.845.895
2.104.852
2.391.587
2.557.866
2.006.087
1.741.511
1.674.825
1.640.309
1.768.104
Uitgaven
1.842.627
2.576.539
1.977.425
1.768.163
1.911.480
1.687.160
1.692.326
1.766.343
1.808.319
5.348.529
5.11
Verwerving
1.122.561
1.244.401
1.505.303
1.787.973
1.960.397
1.411.128
1.129.856
1.069.722
1.001.071
1.235.136
Opdrachten
1.122.561
1.244.401
1.505.303
1.787.973
1.960.397
1.411.128
1.129.856
1.069.722
1.001.071
1.235.136
Verwerving: voorbereidingsfase
514.176
770.620
1.027.894
1.399.806
1.546.784
1.143.581
869.829
814.421
751.372
986.763
Verwerving: realisatie
608.385
473.781
477.409
388.167
413.613
267.547
260.027
255.301
249.699
248.373
5.12
Instandhouding
660.389
660.116
643.510
649.750
607.562
604.961
604.305
596.163
590.541
585.566
Opdrachten
660.389
660.116
643.510
649.750
607.562
604.961
604.305
596.163
590.541
585.566
Instandhouding Materieel
660.389
660.116
643.510
649.750
607.562
604.961
604.305
596.163
590.541
585.566
5.16
Over-/ onderprogrammering
59.677
672.022
‒ 171.388
‒ 669.560
‒ 656.479
‒ 328.929
‒ 41.835
100.458
216.707
3.527.827
Fonds
59.677
672.022
‒ 171.388
‒ 669.560
‒ 656.479
‒ 328.929
‒ 41.835
100.458
216.707
3.527.827
Fonds
59.677
672.022
‒ 171.388
‒ 669.560
‒ 656.479
‒ 328.929
‒ 41.835
100.458
216.707
3.527.827
Ontvangsten
‒ 20.270
‒ 20.270
‒ 20.270
‒ 20.270
‒ 20.270
‒ 20.270
‒ 20.270
‒ 20.270
‒ 20.270
‒ 20.270
Tabel 7 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
juridisch verplicht
62,0%
bestuurlijk gebonden
0%
beleidsmatig gereserveerd
38,0%
nog niet ingevuld/vrij te besteden
0%
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De geraamde verplichtingen op artikel 5 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.
Uitgaven
Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 62,0% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 38,0% van dit artikel, is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.
Verwerving infrastructuur en vastgoed
Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving en afstoting van infrastructuur en vastgoed. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.
De toelichtingen op de reeds bestaande projecten zijn te lezen in de Stand van Defensie en/of verzamelbrieven die met uw Kamer zijn gedeeld. Hier kunnen ook de projecten gevonden worden die origineel in de tabel stonden die bijgevoegd was in dit artikel. Dit is gedaan om informatie te condenseren in zo min mogelijk verschillende bronnen, zoals uw kamer verzocht heeft.
Instandhouding infrastructuur en vastgoed
De geraamde uitgaven dienen voor de instandhouding van het vastgoed en de infrastructuur van Defensie. De omvang van de vastgoedportefeuille van Defensie is bijna 6 miljoen m2 bebouwd vloeroppervlak verdeeld circa 447 locaties in binnen- en buitenland. De portefeuille omvat circa 11.000 gebouwen. Daarnaast bezit Defensie circa 342 miljoen m2 terrein, waarvan circa 260 miljoen m2 aan oefen- en schietterreinen. Defensie gebruikt bovendien ook indirect ruimte: geluidsruimte om te kunnen vliegen en veiligheidszones rondom bijvoorbeeld munitieopslag.
Over-/onderprogrammering infrastructuur en vastgoed
In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.
In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.
Ontvangsten
De verkoopopbrengsten infrastructuur en vastgoed hebben betrekking op de opbrengsten van de af te stoten objecten. Het overtollig vastgoed wordt in vrijwel alle gevallen eerst op basis van het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) door het RVB ingekocht.
3.6 Artikel 6: IT
A. Algemene doelstelling
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven en instandhouden van de IT van Defensie. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. Ook vallen over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van IT onder dit artikel.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en instandhouding van IT materieel binnen Defensie en de afstoting van overtollig IT-materieel.
C. Beleidswijzigingen
Digitalisering speelt een sleutelrol bij de ontwikkeling van militair vermogen. De ingezette digitale transformatie stelt Defensie in staat om – beter dan de tegenstander – geïntegreerde effecten te bereiken, informatie- en beslisdominantie te bereiken en continue nieuwe en huidige technologieën om te zetten in gevechtskracht. De Kamer is op 3 juli 2025 geïnformeerd over deze Digitale Transformatie Strategie (Kamerstuk 36 592, nr. 23). In de Defensienota heeft digitalisering een centrale rol gekregen binnen de versterking en vernieuwing van de Krijgsmacht, inclusief passende investeringen. Daarmee wordt er een versnelling ingezet op het gebied van de Digitale Transformatie. Uw Kamer wordt jaarlijks in de Stand van Defensie geïnformeerd over de voortgang van de strategie.
Het programma Grensverleggende IT (GrIT) vervangt de IT-infrastructuur van Defensie en vormt daarmee een belangrijke basis hierbij. Het programma valt onder de Regeling Grote Projecten (RPG). Defensie verstuurt halfjaarlijkse voortgangsrapportages over het programma. De achtste rapportage is verzonden op 1 april 2026 (Kamerstuk 35728, nr. 25). Het programma is herijkt, waardoor de focus ligt op snel implementeren van IT die direct waarde toevoegt voor de operationele eenheden. Zo wordt er met prioriteit gewerkt aan de modules ontplooid binnen het programma, om deze zo snel mogelijk op te leveren.
D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit
Artikel 6 IT (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Art.
Verplichtingen
2.580.548
2.275.516
2.231.534
2.233.517
2.195.250
2.634.218
2.733.357
Uitgaven
1.768.753
2.387.687
1.994.922
1.793.926
1.832.012
2.204.946
2.661.756
6.11
Verwerving
817.533
1.959.103
1.907.463
1.724.693
1.486.229
1.874.893
2.049.516
Opdrachten
817.533
1.959.103
1.907.463
1.724.693
1.486.229
1.874.893
2.049.516
Verwerving: voorbereidingsfase
0
29.407
57.497
879.358
1.052.937
1.322.090
1.712.655
Verwerving: onderzoeksfase
0
0
7.963
4.057
4.057
822
822
Verwerving: realisatie
817.533
1.929.696
1.842.003
841.278
429.235
551.981
336.039
6.12
Instandhouding
951.220
1.016.980
891.999
929.564
996.247
1.035.745
741.697
Opdrachten
951.220
1.016.980
891.999
929.564
996.247
1.035.745
741.697
Instandhouding IT
951.220
1.016.980
891.999
929.564
996.247
1.035.745
741.697
6.16
Over-/ onderprogrammering
0
‒ 588.396
‒ 804.540
‒ 860.331
‒ 650.464
‒ 705.692
‒ 129.457
Fonds
0
‒ 588.396
‒ 804.540
‒ 860.331
‒ 650.464
‒ 705.692
‒ 129.457
Fonds
0
‒ 588.396
‒ 804.540
‒ 860.331
‒ 650.464
‒ 705.692
‒ 129.457
Ontvangsten
15.634
16.769
16.769
16.769
16.769
16.769
16.769
Artikel 6 IT (bedragen x € 1.000)
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
Art.
Verplichtingen
3.238.752
2.999.878
3.066.925
3.339.302
3.867.865
3.735.859
3.540.661
3.388.051
3.293.018
3.697.876
Uitgaven
3.089.024
2.584.225
3.586.227
3.663.775
4.181.668
4.029.793
4.065.088
4.064.755
4.369.853
4.417.532
6.11
Verwerving
2.482.372
2.303.344
2.362.185
2.613.869
3.177.211
3.028.058
2.874.323
2.695.874
2.661.951
2.763.315
Opdrachten
2.482.372
2.303.344
2.362.185
2.613.869
3.177.211
3.028.058
2.874.323
2.695.874
2.661.951
2.763.315
Verwerving: voorbereidingsfase
2.249.647
2.078.919
2.193.363
2.446.440
3.031.078
2.869.750
2.739.497
2.553.111
2.518.826
2.629.146
Verwerving: onderzoeksfase
822
822
822
1.028
1.028
1.028
1.131
1.131
1.131
1.131
Verwerving: realisatie
231.903
223.603
168.000
166.401
145.105
157.280
133.695
141.632
141.994
133.038
6.12
Instandhouding
739.622
729.911
757.364
752.792
725.522
728.768
726.137
747.000
753.583
689.859
Opdrachten
739.622
729.911
757.364
752.792
725.522
728.768
726.137
747.000
753.583
689.859
Instandhouding Materieel
739.622
729.911
757.364
752.792
725.522
728.768
726.137
747.000
753.583
689.859
6.16
Over-/ onderprogrammering
‒ 132.970
‒ 449.030
466.678
297.114
278.935
272.967
464.628
621.881
954.319
964.358
Fonds
‒ 132.970
‒ 449.030
466.678
297.114
278.935
272.967
464.628
621.881
954.319
964.358
Fonds
‒ 132.970
‒ 449.030
466.678
297.114
278.935
272.967
464.628
621.881
954.319
964.358
Ontvangsten
‒ 16.769
‒ 16.769
‒ 16.769
‒ 16.769
‒ 16.769
‒ 16.769
‒ 16.621
‒ 16.621
‒ 16.621
‒ 16.621
Tabel 8 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
juridisch verplicht
60,4%
bestuurlijk gebonden
0%
beleidsmatig gereserveerd
39,6%
nog niet ingevuld/vrij te besteden
0%
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De geraamde verplichtingen op artikel 6 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.
Uitgaven
Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 60,4% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 39,6% van dit artikel, is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.
Verwerving IT
Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving en afstoting van IT. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP-proces. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de IT-projecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit commercieel vertrouwelijke informatie is.
Figuur 6 IT
De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489).
Een wijziging van de reeds bestaande projecten ‘Vervanging ESM-capaciteiten KL EOV-systeem’ (electronische oorlogsvoering) en ‘Joint Electronic Attack (EOV)’ is dat het budget is verhoogd als gevolg van een projectuitbreiding (commercieel vertrouwelijk). Defensie breidt hiermee haar defensieve en offensieve elektronische oorlogsvoering (EOV) capaciteit uit in het elektromagnetisch spectrum (EMS). Tevens heeft Defensie in juni 2026 een contract getekend voor het project ‘Joint Electronic Attack’. Defensie schaft bij de Nederlandse tak van Duitse leverancier Hensoldt de EOV-middelen aan. Onderdeel van het project is ook de aanschaf bij de Duitse leverancier General Dynamics Land Systems (GDELS) van het nieuwe pantserwielvoertuig ‘Piranha-5’ als platform voor de EOV-systemen. Daarnaast heeft Defensie een additionele bestelling geplaatst bij het Amerikaanse L3Harris voor de verwerving van radio’s binnen het deelproject ‘Militaire Transmissie Bouwblok (MTBB)’ van het programma Foxtrot (commercieel vertrouwelijk).
Instandhouding IT
De geraamde uitgaven dienen voor instandhouding van de IT van Defensie. Informatie sneller en slimmer verkrijgen, verwerken en verspreiden, om zo gericht te sturen en succesvol te kunnen zijn in moderne conflicten en crises vormt de kern van informatiegestuurd optreden. Met de Defensienota wordt een aantal gerichte maatregelen van moderne IT toegepast. Dit draagt bij aan een hogere materiële gereedheid, compliance en veiligheid en zicht voor snellere en betere besluitvorming.
Over-/en onderprogrammering IT
In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen ontstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.
In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.
Ontvangsten
Dit zijn de ontvangsten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan IT, bijvoorbeeld als het Joint Informatievoorziening Commando (JIVC) van Defensie diensten levert aan derden.
3.8 Artikel 8: Overige uitgaven en ontvangsten
Budgettaire gevolgen van beleid
Artikel 8: Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Art.
Verplichtingen
0
1.488
182.494
1.747.720
2.690.713
3.628.874
5.216.896
Uitgaven
0
1.488
182.494
1.747.720
2.690.713
3.628.874
5.216.896
8.18
Nader te wijzen uitgaven
0
1.488
182.494
1.747.720
2.690.713
3.628.874
5.216.896
Fonds
0
1.488
182.494
1.747.720
2.690.713
3.628.874
5.216.896
Fonds
0
1.488
182.494
1.747.720
2.690.713
3.628.874
5.216.896
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
Artikel 8: Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
Art.
Verplichtingen
4.367.387
3.872.728
3.445.224
3.317.243
2.799.449
3.204.075
3.743.075
3.930.048
3.783.006
4.050.001
Uitgaven
4.367.387
3.872.728
3.445.224
3.317.243
2.799.449
3.204.075
3.743.075
3.930.048
3.783.006
4.048.113
8.18
Nader te wijzen uitgaven
4.367.387
3.872.728
3.445.224
3.317.243
2.799.449
3.204.075
3.743.075
3.930.048
3.783.006
4.048.113
Fonds
4.367.387
3.872.728
3.445.224
3.317.243
2.799.449
3.204.075
3.743.075
3.930.048
3.783.006
4.048.113
Fonds
4.367.387
3.872.728
3.445.224
3.317.243
2.799.449
3.204.075
3.743.075
3.930.048
3.783.006
4.048.113
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Op dit artikel worden de overige uitgaven en ontvangsten opgenomen. Het betreft uitgaven en/of ontvangsten die op een later moment toegedeeld moeten worden aan de beleidsartikelen van het DMF.
4. BIJLAGEN
4.1 Bijlage instandhouding vastgoed
In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de instandhouding van het vastgoed van Defensie.
1. Instandhouding van het vastgoed
Scope van instandhouding
Onder instandhouding vallen alle activiteiten op het vlak van het onderhouden van het vastgoed in eigendom, de huur van vastgoed en de inrichting van ruimten. Daarnaast vallen ook de Commandanten Voorzieningen (COVO) voor kleine aanpassingen binnen de scope, net als adviesuren van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Aanpassingen aan nieuwe wetgeving en verduurzaming van vastgoed vallen onder investeringen, tenzij deze bij onderhoud gelijk mee te nemen zijn. Door de ruimere definitie van instandhouding is de budgetreeks in onderstaande tabel groter dan die opgenomen in het strategisch vastgoedplan.
Aanpak instandhouding
Voor het onderhoud van het vastgoed wordt onderscheid gemaakt tussen planbaar en niet-planbaar onderhoud. Planbaar onderhoud (PO) wordt gepland op basis van inspecties die worden verzorgd door het RVB. Niet-planbaar onderhoud (NPO) vindt plaats op moment dat storingen optreden. Periodiek worden gebouwen geïnspecteerd om de staat van het vastgoed vast te stellen. Het streven is om gemiddeld genomen een gebouw een keer in de zes jaar te inspecteren.
De bevindingen uit de inspecties worden afgezet ten opzichte van het gevraagde kwaliteitsniveau en worden daarna via het Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) geprioriteerd en afgestemd met de Defensieonderdelen. Hierbij wordt gekeken naar criteria zoals veiligheid, wettelijke verplichting en operationele noodzaak. NPO betreft de herstelwerkzaamheden en reparaties die niet zijn voorzien en niet kunnen wachten om opgenomen te worden in het MJOP. Ook het opheffen van mankementen naar aanleiding van keuringen wordt vanuit het NPO betaald. Voor een gezonde portefeuille zou een verhouding tussen PO en NPO van 80 / 20 verwacht worden. In werkelijkheid is door de achterstanden in onderhoud die verhouding 38 / 62.
Binnen instandhouding kan onderscheid gemaakt worden in de volgende activiteiten die het RVB voor Defensie uitvoert:
– Instandhouding Gebouwen
– Instandhouding Start & Rolbanen
– Instandhouding ECT (ondergrondse infra, wegen, havens)
– Instandhouding Schietbanen
– Cyclisch Terrein Technisch onderhoud (bos- en groenvoorziening)
– Vastgoedinformatie
– Juridisch- en omgevingsbeheer
– Keuringen
De scope van het project Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem (DBBS) is beperkt en het project DBBS is in 2025 beëindigd. Defensie stabiliseert in samenwerking met het RVB nu en voor de komende jaren de huidige beveiligingssystemen, met als uiteindelijk doel voor alle locaties een elektronisch beveiligingssysteem (EBS) op basis van een ‘proven concept’. De instandhouding van beveiligingssystemen voor defensielocaties blijft een taak van het RVB en de continuïteit van huidige en toekomstige beveiligingssystemen blijft geborgd.
Defensie wil modern vastgoed dat optimaal bijdraagt aan de gereedstelling en inzet van de krijgsmacht en heeft daarom behoefte aan kazernes die aantrekkelijk zijn om in te werken en wonen, die duurzaam en betaalbaar zijn en op logische plekken staan in Nederland. Om de vastgoedportefeuille in balans te krijgen zijn ingrijpende keuzes nodig. In de kamerbrief ‘Strategisch Vastgoedplan 2022’ (Kamerstukken II, 2022/23, 36124, nr. 12) zijn de kaders, doelstellingen en aanpak voor het Defensievastgoed nader toegelicht.
Met het RVB worden in een jaaropdracht afspraken gemaakt over de te leveren prestaties en de hiervoor beschikbare middelen. Het RVB is verantwoordelijk voor de uitvoering van de daarbij horende beheer- en onderhoudsregimes. De prestaties van vastgoed en infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. De indicatoren leggen de verbinding tussen de sturing op en verantwoording over de prestaties.
Kengetallen
Defensie heeft met het RVB een afspraak gemaakt over de hoeveelheid te beheren vastgoed en om tenminste 90 procent van de wettelijke keuringen voor installaties tijdig goedgekeurd te hebben. Defensie is met het RVB in overleg over het verbeteren van de informatievoorziening, rapportagesystematiek en meetindicatoren, zoals hersteltijd storingen, projecttevredenheid, inspecties en doelmatigheid.
Tabel 9 Kengetallen per 01-01-2026
Kengetal
Indicator
Hoeveelheid
Bruto Vloer Oppervlakte (x 1.000)
Aantal m2 kantoren, lesgebouwen, restaurants en recreatie
2.006
Aantal m2 legering
817
Aantal m2 magazijnen, stallingen en bunkers
1.911
Aantal m2 werkplaatsen, installaties en facilitair
1.064
Aantal m2 overige gebouwen
284
Aantal m2 totaal
6.083
Keuringen
% installaties
90%
2. Budgettaire aspecten
In de Kamerbrief ‘Strategisch Vastgoedplan 2022’ (Kamerstukken II, 2022/23, 36124, nr. 12) die in december 2022 met de Kamer is gedeeld, worden de kaders en doelstellingen van het Strategisch Vastgoedplan uiteengezet. Doel is om een vastgoedportefeuille te realiseren die de taakuitvoering optimaal ondersteunt en toekomstbestendig is. Om de transformatie van het vastgoed te kunnen realiseren, is in de Defensienota 2026 het budget voor vastgoed structureel verhoogd.
4.2 Bijlage afkortingen
Tabel 10 Afkortingen
Afkorting
Omschrijving
AGW
Assortimentsgewijs werken
AWR
Afwijkingsrapportage
BTW
Belasting Toegevoegde Waarde
C-130
transportvliegtuig
CEMA
Cyber Electromagnetic Activities
CLAS
Commando Landstrijdkrachten
CLSK
Commando Luchtstrijdkrachten
CODEMA
Commissie Ontwikkeling Defensie Materieel
CODEMO
Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling
COMMIT
Commando Materieel en IT
COTS/MOTS
Commercial/Military Off The Shelf
COVO
Commandanten Voorzieningen
C-RAM
Counter Rockters, Artillery & Mortars
CSS
Combat Support Ship
CV-90
Infanterie Gevechtsvoertuig
CZSK
Commando ZeeStrijdKrachten
DBBS
Defensie Bewaking- en Beveiligingssysteem
DLP
Defensie Lifecycle Plan
DMF
DefensieMaterieelbegrotingsFonds
DMI
Directie Materiele Instandhouding
DMP
Defensie Materieel Proces
DmunB
Defensie Munitiebedrijf
DOKS
Defensie Operationeel Kledingsysteem
DOSCO
Defensie OndersteuningsCommando
DPO
Defensieprojectenoverzicht
DVOW
Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen
EDA
European Defence Agency
EDF
Europees Defensie Fonds
ELOT
End Life of Type
EOV
Elektronische Oorlogsvoering
EU
Europese Unie
EZK
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
F-16
Jachtvliegtuig
F-35
Vijfde generatie jachtvliegtuig
FIN
Ministerie van Financiën
FMS
Foreign Military Sales
FOXTROT
Draadloze IT infrastructuur en command- en controlsystemen
FTP
Fast Track Procurement
GPW
Groot Pantserwielvoertuig
GrIT
Grensverleggende Informatie Technologie
HR
Human Resources
IBO
Interdepartementaal Beleidsonderzoek
IGO
Informatie Gestuurd Optreden
IGV
Infanterie Gevechtsvoertuig
IP
Instandhoudingsprogramma
IT
Informatietechnologie (incl communicatie)
JenV
Ministerie van Justitie en Veiligheid
JIVC
Joint Informatievoorzieningscommando
JSS
Joint Support Ship
KMar
Koninklijke Marechaussee
KORV
Kader Overname Rijksvastgoed
KPU
Kleding en Persoonlijke Uitrusting
LCF
Luchtverdedigings- en Commandofregatten
LPD
Landing Platform Dock
MALE UAV
Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle
MARIN
Maritime Research Institute Netherlands
MILSATCOM
Militaire Satelliet Communicatie
MJOP
Meerjarig Onderhoudsplan
MKB
Midden- en KleinBedrijf
MLU
Midlife Update
MMR
Multi MIssie Radar
MQ-9
Male UAV
MRAD
Medium Range Air Defence
NATO
North Atlantic Treaty Organization
NAVO
Noord Atlantische VerdragsOrganisatie
NH-90
Helikopter
NLR
Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum
NPO
Niet-planbaar onderhoud
OMS
Onderhoudsmanagementsysteem
OPV
Oceangoing Patrol Vessel
PO
Planbaar onderhoud
RVB
Rijksvastgoedbedrijf
SHORAD).
Short Range Air Defence
SKIA
Strategische Kennis en Innovatie Agenda
SVP
Strategisch Vastgoedplan
TNO
Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek
UAV
Unmanned Aerial Vehicle
US
United States
VOSS
Verbeterd Operationeel Systeem Soldaat
Ondertekenaars
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.