Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
Tweede Kamer der Staten-Generaal
InhoudsopgaveGeraamde uitgaven en ontvangstenA. Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstelB. Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen1. Leeswijzer2. BeleidsagendaBeleidsprioriteitenBelangrijkste beleidsmatige mutatiesOpenbaarheidsparagraafStrategische Evaluatie AgendaOverzicht risicoregelingenSlagvaardige Overheid3. Beleidsartikelen Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en marktenA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumentenBeleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroeiA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumentenBeleidsartikel 3 ToekomstfondsA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumentenBeleidsartikel 9 Digitaliseringsbeleid samenleving en overheidA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidswijzigingenD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumenten4. Niet-beleidsartikelenArtikel 40 ApparaatArtikel 41 Nog onverdeeld5. Begroting agentschappenDienst ICT Uitvoering (DICTU)Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)6. BijlagenBijlage 1: ZBO's en RWT'sBijlage 2: Specifieke uitkeringen Ministerie van EZKBijlage 3: SubsidieoverzichtBijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie AgendaLijst van afkortingen
37 020 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2027
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING
Vergaderjaar 2026–2027
GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 3.485,5 mln.
Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 243,3 mln.
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G.Herbert
B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft twee begrotingen:
1. de beleidsbegroting (Hoofdstuk XIII van de Rijksbegroting) en
2. de fondsbegroting van het Nationaal Groeifonds (NGF) (Hoofdstuk L van de Rijksbegroting).
Voor u ligt de beleidsbegroting Hoofdstuk XIII.
1. Leeswijzer
De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:
1. Begrotingsstructuur;
2. Prestatiegegevens;
3. Groeiparagraaf;
4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s..
1. Begrotingsstructuur
Beleidsagenda
De beleidsagenda begint met het onderdeel beleidsprioriteiten. Aansluitend bij de missie van EZK hebben de beleidsprioriteiten de volgende opbouw:
– Inleiding;
– Macro-economisch beeld;
– Acties voor een productieve economie;
• Innoveren;
• Financieren en investeren;
• Ruimte voor ondernemers;
– Acties voor een weerbare economie en samenleving;
• Economische veiligheid en weerbaarheid;
• Digitale soevereiniteit, autonomie en weerbaarheid;
• Versterken en beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in onze digitale samenleving;
• Digitale overheid;
– Europese en internationale samenwerking;
– Slotparagraaf.
Na het onderdeel beleidsprioriteiten volgen: de belangrijkste begrotingsmutaties voor de uitgaven en de ontvangsten, de openbaarheidsparagraaf, de Strategische Evaluatie Agenda, het overzicht van de risicoregelingen en de paragraaf Slagvaardige Overheid.
Beleidsartikelen
Aansluitend op de beleidsagenda volgt de toelichting op de beleidsartikelen. Per beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersonen opgenomen. Voor elk beleidsartikel zijn de belangrijkste beleidswijzigingen apart opgenomen onder het kopje «beleidswijzigingen». De financiële instrumenten zijn voorzien van een korte toelichting. Waar mogelijk wordt, voor een meer inhoudelijke en gedetailleerde beleidstoelichting, verwezen naar de relevante beleidsnota’s of brieven die al naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.
In de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen zijn de financiële instrumenten onderverdeeld naar de volgende categorieën: subsidies, leningen, garanties, opdrachten, bijdrage aan agentschappen, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s, bijdrage aan medeoverheden, bijdrage aan (inter-)nationale organisaties, storting begrotingsreserve en ontvangsten. Deze onderverdeling komt ook, indien relevant, terug in de structuur van het beleidsartikel.
In de begroting zijn verder de volgende bijlagen opgenomen: (bijlage 1) een overzicht van de ZBO’s/RWT’s vallend onder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, (bijlage 2) een overzicht met de specifieke uitkeringen van EZK, (bijlage 3) het subsidieoverzicht met hyperlinks naar de betreffende subsidie, de meest recent uitgevoerde evaluatie en geprogrammeerde eerstvolgende evaluatie en de geplande einddatum van de subsidie en (bijlage 4) een nadere uitwerking van de Strategische Evaluatie Agenda en de meest recent uitgevoerde en geprogrammeerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties met hyperlinks naar de betreffende rapporten.
Informatievoorziening
EZK hecht aan hoogwaardige, betrouwbare informatievoorziening om de impact van haar beleid en de voortgang op doelen te monitoren. Uitvoeringsorganisaties worden aangestuurd om relevante monitoringsinformatie te verzamelen over de voortgang en impact van beleid voor burgers en bedrijven. Daarnaast zet EZK in op gebruik van onafhankelijke voortgangsinformatie zoals van het Planbureau voor de Leefomgeving, het Centraal Planbureau, de EU en de OESO. EZK communiceert thematisch over beleidsvoortgang op websites als www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl, dashboardklimaatbeleid.nl en dashboardgroningen.nl. Voor voortgang op brede welvaart publiceert het CBS de Monitor Brede Welvaart en Sustainable Development Goals. Daarnaast is informatie, zoals ook genoemd in de toelichting bij de beleidsartikelen, te vinden op websites van betreffende uitvoeringsorganisaties. Tot slot wordt op rijksfinancien.nl alle budgettaire data verzameld. Deze website biedt ook de mogelijkheid om gerelateerde informatie toe te voegen aan de reguliere begrotingsinformatie. Dat zijn bijvoorbeeld beleidsevaluaties, visualisaties van financiële tabellen, bijbehorende officiële stukken, en links naar aanvullende beleidsinformatie.
Begrotingsreserves
De EZK-begroting kent zeven reserves, specifiek voor garanties die worden afgegeven vanuit EZK onder de verschillende garantieregelingen. In de toelichting op de financiële instrumenten, onder onderdeel E van beleidsartikel 2 wordt verder ingegaan op de aard van deze instrumenten.
2. Prestatiegegevens
In de beleidsartikelen wordt onder de algemene doelstelling aangegeven waar de Minister van EZK voor verantwoordelijk is. Indien voor deze doelstellingen een directe relatie gelegd kan worden tussen het gevoerde beleid en de gewenste (maatschappelijke) uitkomst, zijn prestatie-indicatoren opgenomen. De voorwaarde voor het opnemen van een indicator is een (doen) uitvoerende rol van de Minister. Bij de doelstellingen waarbij EZK een belangrijke bijdrage kan leveren door de juiste randvoorwaarden te creëren en het resultaat afhankelijk is van externe factoren, is het niet of beperkt mogelijk om prestatie-indicatoren op te nemen en wordt volstaan met kengetallen over ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein. Daarnaast zijn, waar mogelijk, prestatie-indicatoren en kengetallen opgenomen op instrumentniveau, die inzicht geven in het bereiken van specifieke resultaten.
3. Groeiparagraaf
Met ingang van de Ontwerpbegroting 2027 zijn in de beleidsagenda, in het onderdeel beleidsprioriteiten, de hoofddoelen van het Ministerie van EZK voor het jaar 2027 opgenomen en waar mogelijk wordt ook ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. Inzicht in en aandacht voor doelen, resultaten en risico’s is van belang om weloverwogen beleidskeuzes te kunnen maken. De belangrijkste budgettaire mutaties die samenhangen met de keuzes van kabinet zijn opgenomen in tabel 1 en 2 van deze begroting. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36 740, nr. 7), Hoogeveen (Kamerstuk 36 945, nr. 17) en Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36 740, nr. 8) over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken. De hoofddoelen en risico’s zijn nader uitgewerkt in de beleidsartikelen, met daarbij ook nadere toelichting op de voornemens op dat specifieke beleidsterrein.
Daarnaast wordt de beleidsagenda van de departementale begrotingen aangevuld met een paragraaf Slagvaardige Overheid. Dit mede tegen de achtergrond van motie Van der Maas c.s. (Kamerstuk 36 945, nr. 16) en de motie Van Dijck (Kamerstuk 36 945, nr. 27). In deze paragraaf wordt zoveel mogelijk ingegaan op de concrete maatregelen en resultaten gericht op een eenvoudiger, productiever en slagvaardiger functionerende overheid.
Met ingang van het begrotingsjaar 2027 worden de organisatorische aanpassingen effectief die het gevolg zijn van de portefeuilleverdeling tussen de Staatssecretaris van EZK en de Staatssecretaris van BZK, zoals vastgelegd in de koninklijke besluiten horende bij de start van kabinet Jetten I. In deze begroting zijn vooruitlopend daarop de voor EZK beoogde budgetten overgeheveld vanuit de begroting van BZK. Deze middelen worden verwerkt op beleidsartikel 9 Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid van de EZK-begroting.
In lijn met de Comptabiliteitswet (artikel 2.6), waarin is opgenomen dat de begrotingsstaat van een agentschap opgenomen dient te worden bij de begrotingsstaat van de departementale begroting van het ministerie waaronder het agentschap ressorteert, is het agentschap NEa vanaf de ontwerpbegroting 2027 opgenomen op de begroting van EZK en niet meer op de begroting van KGG. Voor begrotingsjaar 2026 staat de begrotingsstaat van de NEa nog opgenomen op de begroting van KGG, omdat deze begroting pas na de start van het kabinet Jetten is omgezet naar een programmabegroting.
4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.
Motie Schouw
In juni 2011 is de motie Schouw c.s. ingediend en aangenomen (Kamerstuk 2010-2011, 21 501-20, nr. 537). Deze motie zorgt ervoor dat de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland op grond van het Nederlands Nationaal Hervormingsprogramma een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen.
In de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland in 2026-2027 (COM(2026) 219 final) is in relatie tot de beleidsartikelen 1 en 2 van de EZK-begroting aanbevolen:
– Zorgen voor continuïteit van de hervormingen en investeringen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden uitgevoerd.
– De uitvoeringsdynamiek in het kader van de cohesiebeleidsprogramma’s vasthouden, in voorkomend geval voortbouwend op de heroriëntatie naar strategische prioriteiten en de flexibiliteit in de tussentijdse evaluatie van het kader voor het cohesiebeleid.
– De publieke en particuliere onderzoeks- en ontwikkelingsintensiteit vergroten door de steun te richten op investeringen in belangrijke strategische technologieën en op regionale innovatie ecosystemen. De financieringskloof aanpakken voor start-ups en scale-ups, onder meer door stimulansen te bieden om institutionele beleggers aan te trekken. Kleine en middelgrote ondernemingen ondersteunen met het oog op innovatie en toepassing van nieuwe technologieën, onder meer via rechtstreekse subsidies en fiscale stimulansen.
Landspecifieke afspraken Herstel- en Veerkrachtplan (HVP)
De uitvoering van het Nationaal Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) bevindt zich in de eindfase (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2187). Binnen de beleidsartikelen 1 en 2 is het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verantwoordelijk voor de volgende vier investeringsmaatregelen uit het Nederlandse HVP:
– 2.1I1 Quantum Delta NL
– 2.1I2 AiNed
– 4.2I1 Nationaal Onderwijslab AI
– 5.1I4 Health RI
Dit zijn Nationaal Groeifondsprojecten die (gedeeltelijk) onder het HVP zijn opgenomen. De HVP-mijlpalen die onder deze Groeifondsprojecten vallen zijn inmiddels afgerond en ook inhoudelijk beoordeeld door de Europese Commissie. Het project Health R&I loopt in 2028 af. De overige drie projecten lopen langer door, met daarvoor beschikbare middelen op de artikelen 1 en 2 van de EZK-begroting t/m 2030 en voorts een voorwaardelijke toekenning aan het project Nationaal Onderwijslab AI voor de jaren t/m 2034 op de begroting van het Nationaal Groeifonds.
Hiermee wordt invulling gegeven aan de landspecifieke aanbeveling om investeringen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden uitgevoerd te continueren. Er zijn geen hervormingsmaatregelen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit gerelateerd aan de beleidsartikelen 1 en 2.
In de beleidsartikelen 1 en 2 wordt aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de andere landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie.
Motie Hachchi c.s.
Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven op de EZK-begroting voor Caribisch Nederland in 2027 bedragen € 13,7 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 1, 2 en 9.
2. Beleidsagenda
Beleidsprioriteiten
Inleiding
Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) staat voor een productieve, weerbare economie die brede welvaart creëert, kansen biedt en onze vrijheid beschermt – vandaag en morgen. Dat doen we door in te zetten op een sterke economie die structureel met 1,5% per jaar groeit door innovatie en digitalisering, ondernemerschap en weerbaarheid. Een economie die niet alleen onze welvaart, maar ook ons welzijn veiligstelt. Die zorgt voor goede banen en bestaanszekerheid, en voor de mogelijkheid om samen te blijven investeren in belangrijke publieke voorzieningen zoals gezondheidszorg, veiligheid, onderwijs en een sociaal zekerheidsstelsel.
Nederland staat voor grote uitdagingen. Door vergrijzing, geopolitieke spanningen, technologische versnelling en digitalisering, en klimaatverandering moeten we slimmer werken om met minder mensen hetzelfde of meer te doen. Alleen met een productieve én weerbare economie, een sterke digitale overheid en een sterk Europa houden we onze welvaart en vrijheid, voor de huidige én toekomstige generatie.
Met ingang van de Ontwerpbegroting 2027 worden in de begroting de hoofddoelen en de daarbij ingeschatte risico's van het Ministerie van EZK opgenomen.1Door het opnemen van de hoofddoelen geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen prioriteit zijn.
Daarom werkt het kabinet hard aan de volgende doelen:
– Een structurele economische groei van 1,5%. Om dit te bereiken zet het kabinet onder andere in op de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling, gericht innovatiebeleid, groei van de domeinen van het strategisch industriebeleid, reductie van regeldruk voor ondernemers en het op orde brengen van belangrijke randvoorwaarden voor economische groei.
Risico: structurele economische groei komt voort uit productiever werken. Dat is geen knop waar de overheid direct aan kan draaien, maar vereist een structurele aanpak op verschillende terreinen. Daarnaast is de groei ook sterk afhankelijk van ontwikkelingen bij onze handelspartners en de wereldeconomie.
– 3% van de Nederlandse economie (het bruto binnenlands product, bbp) in 2030 investeren in onderzoek en ontwikkeling (R&D). Daarvan moet het grootste deel van het bedrijfsleven komen, maar de overheid kan met publieke investeringen ook private investeringen aanjagen.
Risico: randvoorwaarden, zoals ruimte, toegang tot het energienet, passende financiering, fiscale regels en voldoende talent, moeten op orde zijn om deze investeringen mogelijk te maken.
– Het verhogen van de weerbaarheid van de digitale samenleving en overheid door innovatie en technologische ontwikkeling te stimuleren en digitale soevereiniteit en autonomie te versterken.
Risico: onzekerheid wat betreft de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van digitale voorzieningen door geopolitieke ontwikkelingen, een digitale transitie kent hoge investeringskosten en vraagt om schaars technische expertise.
– Het verminderen van afhankelijkheden en het vergroten van leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en (half)producten door het versneld uitvoeren van de Nationale Grondstoffenstrategie. Het kabinet ondersteunt de ontwikkeling van strategische projecten voor leveringszekerheid, zoals de opzet van raffinage en recycling van kritieke grondstoffen.
Risico: de opbouw van nieuwe projecten vergt aanzienlijke investeringen, tijd en samenwerking. Samenwerking met Europese en internationale partners is vereist om de afhankelijkheden af te bouwen.
Dit doen we gezamenlijk met het bedrijfsleven, regio’s, publieke dienstverleners (uitvoering en toezicht), medeoverheden en internationale partners.
Macro-economisch beeld
De wereldwijde economie bevindt zich in een periode van onzekerheid, waarbij geopolitieke spanningen en de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten de economische vooruitzichten direct beïnvloeden. De hogere olie- en gasprijzen drijven de inflatie op en vertragen de economische groei.
In 2025 liet de Nederlandse economie ondanks internationale handelsspanningen en geopolitieke onrust een groei van 1,8 procent zien, wat wijst op veerkracht.2De wereldhandel groeide, mede door anticipatie op handelstarieven en handelsverlegging naar alternatieve routes.3Voor 2026 wordt een economische groei van 1,4 procent verwacht en voor 2027 1,2 procent, terwijl de inflatie naar verwachting stijgt tot 3,3 procent in 2026 en 2,7 procent in 2027.4De doorsnee koopkracht zal in 2026 naar verwachting stijgen met 0,6 procent en in 2027 dalen met 0,1 procent. Het conflict in het Midden-Oosten zorgt echter voor grote onzekerheid over de ontwikkeling van olie- en gasprijzen, en daarmee over inflatie, koopkracht en economische groei.
In 2025 was de groei van de arbeidsproductiviteit – de toegevoegde waarde per gewerkt uur – met 2,4 procent onverwachts hoog.5Over de afgelopen tien jaar steeg de arbeidsproductiviteit gemiddeld slechts met 0,3 procent, zelfs inclusief de hoge gemeten groei van 2025. Het CPB raamt voor 2026 productiviteitsgroei van 2,5 procent en voor 2027 1,2 procent. Hoewel de Nederlandse economie veerkrachtig is, staat onze toekomstige welvaart onder druk. Door de vergrijzing zullen relatief steeds minder mensen werken, terwijl we onze publieke voorzieningen zoals onderwijs en zorg betaalbaar en van goede kwaliteit willen houden. Om het welvaartsniveau te behouden of te verhogen, is een stijging van de arbeidsproductiviteit noodzakelijk.
Het concurrentievermogen van Nederlandse bedrijven is onder druk komen te staan door een combinatie van factoren. Relatief hoge energie- en loonkosten verzwakken de positie ten opzichte van andere landen. Daarnaast vormen belemmeringen in de fysieke leefomgeving, zoals een tekort aan ruimte op het elektriciteitsnet en beperkte milieuruimte, een rem op bedrijfsgroei en investeringen. Hoewel de spanning op de arbeidsmarkt afneemt, blijft deze hoog: in het eerste kwartaal van 2026 waren er voor elke 100 werklozen 91 vacatures.6
De stand van de Nederlandse economie is sterk afhankelijk van internationale ontwikkelingen. De geopolitieke onzekerheid leidt tot afnemend vertrouwen van bedrijven en consumenten zoals blijkt uit de laatste DNB Voorjaarsraming.7Omdat Nederland via handel en investeringen nauw verbonden is met het buitenland, is de economie gevoelig voor wereldwijde schokken inclusief geopolitieke ontwikkelingen. Het is daarom van belang te blijven investeren in een weerbare economie en samenleving, om strategische afhankelijkheid van het buitenland te verminderen en beter bestand te zijn tegen geopolitieke schokken.
Acties voor een productieve economie
Innoveren
Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)
In navolging van het succes van buitenlandse innovatie-agentschappen zoals DARPA (Defence Advanced Research Agency) in de Verenigde Staten kiest dit kabinet voor de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). NADI richt zich op het realiseren van oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen. Dit gebeurt via tijdelijke, probleemgedreven programma’s onder leiding van onafhankelijke programmamanagers, die parallelle R&D-teams aansturen op basis van scherpe mijlpalen, met een duidelijk transitiepunt richting toepassing of opschaling.
Strategisch industriebeleid
Met gericht industriebeleid zet het kabinet in op de verdere versterking van de Nederlandse positie op strategische markten. De Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat gaat daarbij, vergelijkbaar met de Beethoven aanpak, vanuit de overheid integraal oplossingen bieden voor de geïdentificeerde knelpunten indien de markt dat niet zelf kan. Denk hierbij aan regelgeving en marktcreatie. Voor digitale diensten en AI wordt in 2027 publiek privaat uitvoering gegeven aan het later dit jaar vast te stellen industrieprogramma.
Nationale Technologiestrategie (NTS)
Met de NTS kiest het kabinet voor tien prioritaire sleuteltechnologieën waar Nederland goed op gepositioneerd is om bij te dragen aan het toekomstig verdienvermogen, maatschappelijke uitdagingen en strategische autonomie. Met NTS wordt focus aangebracht in waar Nederland een technologische positie wil verkrijgen of versterken. Dit doet het kabinet door instrumenten goed aan te laten sluiten op de NTS en het veld te activeren met de gepubliceerde actieagenda's per technologie. De betrokken partijen gaan nu door als innovatiecoalities om opvolging te geven aan de actieagenda's. De sleuteltechnologieën moeten toegepast worden in de strategische markten van het industriebeleid.
Digitale infrastructuur en digitale innovaties
Nederland heeft een hoogwaardige en weerbare digitale infrastructuur, maar de positie als digitaal knooppunt staat onder druk door technologische vernieuwing en de opkomst van AI, (hybride) dreigingen en achterblijvende investeringen. In 2027 wordt verder ingezet op een meer geïntegreerde aanpak en een sterkere regierol voor de Rijksoverheid. Dit betreft het ontwikkelen van datacentercapaciteit, onderzoek naar de randvoorwaarden voor aanlanding van nieuwe strategische zeekabelroutes en de uitvoering van de gigabiteinfrastructuurverordening. Daarnaast vinden er Europese onderhandelingen plaats over de Digital Networks Act en de Cloud & AI development Act.
Het Ministerie van EZK continueert in 2027, in lijn met de Strategie Digitale Economie, de stimulatie van kennisontwikkeling op dit gebied zodat we alle kansen die digitale innovatie biedt ook benutten. Die kansen zitten op terreinen als AI, data, cloud, 6G en cybersecurity, via de Nationale Technologie Agenda’s. Zo realiseert het kabinet een AI-fabriek in Groningen, bestaande uit een AI-supercomputer en een expertisecentrum. Dit centrum richt zich op het ontwikkelen en testen van geavanceerde AI-modellen, waaronder op het gebied van veiligheid/defensie, zorg, landbouw, technische industrie, onderzoek/onderwijs en de (maak)industrie. Daarbij is speciale aandacht voor het mkb, de doorgroei van start-ups naar scale-ups, evenals het versterken van het AI-ecosysteem en de AI-infrastructuur. Het kabinet onderstreept het belang van een deelname aan de IPCEI AI waarmee het Nederlandse bedrijfsleven onderdeel gaat worden van een Europees ecosysteem van AI-innovatie.
Productiviteitsagenda
In juli 2026 heeft het kabinet de tweede Productiviteitsagenda gepresenteerd, een pakket aan maatregelen om de arbeidsproductiviteitgroei te verhogen. De Productiviteitsagenda laat zien hoe het kabinet stap voor stap werkt aan de structurele groeidoelstelling van 1,5% uit het coalitieakkoord. In de agenda staan acties gericht op het stimuleren van innovaties, voldoende bedrijfsfinanciering, een goed functionerende arbeidsmarkt, en goed functionerende markten. Deze acties worden samengebracht met beleid voor sterke kennis en vaardigheden van mensen, zoals goed onderwijs, goede basisvaardigheden en een leven lang ontwikkelen. Om de Productiviteitsagenda kracht bij te zetten is afgelopen jaar de Productiviteitsraad opgericht, met de wettelijke taak om het kabinet jaarlijks te adviseren over concrete maatregelen om de productiviteit te verhogen. Dit advies zal de basis vormen voor de jaarlijkse Productiviteitsagenda.
Actualisering mededingingsinstrumentarium
Mededingingsbeleid heeft als doel eerlijke concurrentie te bevorderen. Dit leidt tot transparante prijzen, meer efficiëntie en innovatie voor consumenten en bedrijven. Omdat concurrentie innovatie stimuleert, leidt het op de korte termijn tot voordelen in de vorm van consumentenwelvaart (eerlijke en transparante prijzen). Tegelijkertijd leidt het op de lange termijn tot voordelen in de vorm van toegenomen productiviteit door innovatie en technologische vooruitgang. Mededingingsbeleid en -toezicht is er daarnaast op gericht om marktmacht te voorkomen of negatieve effecten zoals kartels en machtsmisbruik aan te pakken.
Om het mededingingsinstrumentarium actueel en toekomstbestendig te houden wordt gewerkt aan de uitbreiding van het instrumentarium voor toezichthouder ACM. Met de inroepbevoegdheid kan de ACM fusies en overnames die de omzetdrempels voor verplichte melding bij de ACM niet overschrijden inroepen en zo toch beoordelen. Er zijn namelijk fusies en overnames die weldegelijk tot een significante belemmering van de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan kunnen leiden, ondanks dat deze niet verplicht gemeld hoeven te worden bij de ACM. Hiervoor is een initiatiefwetsvoorstel ingediend door Bushoff (PRO). MEZK heeft hier voor het zomerreces namens het kabinet positief op gereageerd, maar daarbij wel een aantal aandachtspunten rondom het verminderen van de regeldruk en het verbeteren van de rechtszekerheid genoemd. De plenaire behandeling van het initiatiefwetsvoorstel vond plaats op 2 en 3 september.
Financieren en investeren
Nationale Investeringsinstelling / Invest-NL
EZK is beleidsverantwoordelijk voor Invest-NL waarmee de financiering en ontwikkeling van de Nederlandse economie wordt versterkt. Vanuit EZK wordt een subsidie gegeven aan de business development tak van Invest-NL ter bevordering van de financiering markt, doet marktonderzoek en ontwikkelt financieringsinstrumenten.
Als opvolger van Invest-NL richt het kabinet een Nationale Investeringsinstelling (NII) op om financiering te verstrekken aan projecten en bedrijven die deze financiering niet zelfstandig op de private financieringsmarkt kunnen ophalen, bijvoorbeeld door hogere risico’s of gebrek aan beschikbaar durfkapitaal. De NII werkt op afstand van de politiek en opereert additioneel aan de markt door te investeren in projecten waarvan financiering nu niet tot stand komt maar die wel maatschappelijk gewenst en ook financieel rendabel zijn door hun positieve business case. De NII kan hier onder meer een rol spelen door privaat kapitaal te mobiliseren.
Ruimte voor ondernemers
Vereenvoudiging en vermindering van regels
Het kabinet blijft zich de komende jaren inzetten voor het verminderen van regeldruk, met name voor ondernemers en voor burgers, professionals en medeoverheden, onder coördinatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De ambitie van dit kabinet om 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen is dan ook geen eenmalige actie. Het kabinet brengt het aantal regels voor burgers en bedrijven terug en maakt ze eenvoudiger. Er wordt niet alleen naar afzonderlijke regels gekeken, maar ook naar hun uitwerking als geheel. Het kabinet werkt hierbij nauw samen met medeoverheden, publieke dienstverleners, toezichthouders en andere betrokken organisaties.
Start- en scale-ups en academische spin-offs
Start- en scale-ups zijn jonge innovatieve technologiebedrijven met groeiambitie. Met het start-up- en scale-up-beleid werken wij middels een integrale ecosysteemaanpak aan het verbeteren van het ondernemingsklimaat voor jonge innovatieve techbedrijven. Het vorige kabinet heeft hiervoor de actieagenda start-up- en scale-up-beleid gepresenteerd. Een onderdeel van deze agenda is de verlenging van het Techleap-programma als aanjager voor het ecosysteem. Het kabinet zet de aanpak uit deze agenda voort en voert deze agenda uit.
Daarbovenop zal het kabinet een impuls realiseren om valorisatie te versnellen, zodat er meer academische spin-offs op basis van publieke kennis worden opgericht. Daartoe zal het kabinet financiering voor academische-spin-off-creatie bieden en dit koppelen aan ondernemersvriendelijke randvoorwaarden.
Voldoende ruimte voor economie
De fysieke ruimte voor bedrijven en economische activiteiten, waar het merendeel van ons geld wordt verdiend, is schaars. Wanneer we geen actie ondernemen zullen er in de nabije toekomst in verschillende provincies geen vrij uitgeefbare bedrijventerreinen meer zijn. Dit terwijl er wordt verwacht dat richting 2050, 3,5 procent van ons grondverbruik aan economie besteed zal worden.8Als dit niet gerealiseerd wordt belemmert dit startende bedrijven en het lokale mkb. Samen met decentrale overheden werkt het Ministerie van EZK via het lopende uitvoeringsprogramma Ruimte voor Economie aan deze opgave.
Verzilveren economische kansen in Nederlandse regio’s
Elke regio telt. In alle Nederlandse regio’s zien we unieke kenmerken die maken dat bedrijven en mensen zich er vestigen en dagelijks werken aan een sterke Nederlandse economie. Met een gebiedsgerichte aanpak wil het kabinet kansen voor het regionale verdienvermogen verzilveren die van nationaal belang zijn. Het Ministerie van EZK wil daarbij interventies doen in regionale innovatieclusters. Dat vraagt naast het stimuleren van innovatie óók om het zorgen voor de juiste (fysieke) randvoorwaarden in onderlinge samenhang.
Stabiel, voorspelbaar en gunstig fiscaal vestigingsklimaat
Het kabinet kiest voor een stabiel, voorspelbaar en aantrekkelijk fiscaal vestigingsklimaat, in het bijzonder ten aanzien van fiscale regelingen zoals de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) en de innovatiebox. De voorspelbaarheid van de WBSO is onmisbaar voor een doeltreffende en doelmatige regeling en vormt tegelijkertijd een belangrijk instrument voor het stimuleren van R&D-uitgaven ten behoeve van de 3%-R&D-doelstelling. Het kabinet onderzoekt momenteel hoe de doeltreffendheid van de regeling verhoogd kan worden en hoe de administratieve lasten verlaagd kunnen worden.
Dienstverlening vanuit de overheid richting ondernemers
Het is belangrijk om de continuïteit van publieke dienstverlening goed te borgen. Er wordt de komende periode ingezet op vier leidende principes. Dit zijn 1) het centraal stellen van de maatschappelijke opgave bij beleidsontwikkeling, 2) vereenvoudiging van wet- en regelgeving, 3) het borgen van wendbaarheid en weerbaarheid van publieke organisaties en 4) benadering van vraagstukken vanuit één ICT-ecosysteem. Dit alles is ook nodig om, tegen de achtergrond van taakstellingen, heldere beleidskeuzes te maken en deze ook uitvoerbaar te maken en houden voor publieke dienstverleners.
Acties voor een weerbare economie en samenleving
Economische veiligheid en weerbaarheid
Economische veiligheid
Het kabinet wil risicovolle strategische afhankelijkheden verminderen en strategische posities in hoogtechnologische sectoren behouden en verder opbouwen. Om onze economische veiligheid te verhogen hanteert het kabinet de strategie ‘protect, promote, partner’: bescherming via wetgeving (zoals Wet vifo en Cyberbeveiligingswet), versterking door investeringen in sleutelsectoren, en samenwerking met bedrijven en internationale partners. Op 24 april jl. bood het kabinet een voortgangsbrief over economische veiligheid aan de Kamer aan. In het tweede kwartaal van 2026 biedt het kabinet een voortgangsbrief over economische veiligheid aan de Kamer aan.9Ook legde het kabinet op 9 juni jl. een Algemene Maatregel van Bestuur over het toepassingsbereik van de Wet vifo voor.10In het najaar van 2026 volgt een verkenning naar economische veiligheidsrisico’s bij subsidieverlening.
Kritieke grondstoffen
Het kabinet zet in op leveringszekerheid van kritieke grondstoffen onder de Nationale Grondstoffenstrategie en de Europese Critical Raw Materials Act.11Het kabinet brengt een scherpere focus aan op basis van een nationale grondstoffenlijst en concentratie op leveringszekerheid van permanente magneten, batterijen en de defensie-industrie. Daarnaast zet het kabinet in op een omslag naar meer uitvoering via het ondersteunen van de ontwikkeling van strategische projecten voor leveringszekerheid, zoals de opzet van raffinage en recycling van kritieke grondstoffen. De verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven zelf voor meer weerbare ketens blijft hierbij ook essentieel voor succes.
Europees voorkeursprincipe
Het kabinet wil als innovatief en stimulerend opdrachtgever gaan optreden. Het EU voorkeursprincipe kan worden ingezet om de weerbaarheid van de EU te versterken en, wanneer minder ingrijpende maatregelen of inzet van bestaande handelsinstrumenten ontoereikend zijn, om strategische markten te stimuleren die essentieel zijn voor de lange termijn weerbaarheid van de Unie. Daarbij hecht het kabinet eraan dat een eventuele inzet tijdelijk, proportioneel en in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de EU is. Vormgeving van een dergelijk principe zal gebeuren binnen de aankomende wettelijke kaders die momenteel in EU-verband worden opgesteld. Denk hierbij aan bundeling van inkoop van projecten waar de overheid nu al behoefte aan heeft, zoals AI-rekenkracht, en aan innovatieve digitale toepassingen voor scale-ups passend bij onze Europese waarden. Nederland heeft baat bij een sterke en onafhankelijke Europese technologiesector.
Digitale soevereiniteit, autonomie en weerbaarheid
Met de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille binnen het nieuwe kabinet heeft het Ministerie van EZK een centrale coördinerende en kaderstellende rol gekregen in het digitaliseringsbeleid, waarbij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verantwoordelijk is voor de realisatie daarvan. Naast de verantwoordelijkheid die zij dragen voor de slagvaardige overheid en de daarmee samenhangende digitalisering. Dit betekent dus dat naast de eerder al bestaande verantwoordelijkheid voor de digitale economie het Ministerie van EZK ook een belangrijkere rol heeft bij het versterken van de digitale soevereiniteit en autonomie van Nederland, inclusief het beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in de digitale samenleving en het bevorderen van een goed functionerende digitale overheid.
Vanuit deze rol in het versterken van de digitale soevereiniteit zet het kabinet in op het verminderen van afhankelijkheden van niet-Europese digitale technologie en infrastructuur. Deze afhankelijkheden raken onze economie, samenleving en overheid en maken ons kwetsbaar. Geopolitieke ontwikkelingen zorgen voor meer onzekerheid voor wat betreft de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van digitale voorzieningen. Om deze strategische afhankelijkheden zo veel mogelijk tegen te gaan, zeggenschap te houden over onze digitale infrastructuur en democratische waarden te borgen is het nodig het versterken van onze digitale weerbaarheid en autonomie centraal te stellen.
Dat doet het Ministerie van EZK bijvoorbeeld door met de uitvoeringswet voor de Cyber Resilience Act (CRA) te regelen dat fabrikanten producten met digitale elementen cybersecure-by-design produceren, en deze de hele verwachte gebruiksduur veilig houden. We stellen onderzoeks- en onderwijsinstellingen en innovatieve bedrijven in staat om een bijdrage te leveren om in Nederland producten cybersecure-by-design te maken. Verder zet het Ministerie van EZK zich bij de Europese onderhandelingen over de herziening van de Cyber Security Act (CSA) in voor het verbeteren van het het Europese stelsel voor cybersecuritycertificering van ICT-producten, -diensten, processen en entiteiten, en een risico-gebaseerd Europees kader om cybersecurityrisico’s in ICT-toeleveringsketens effectief en proportioneel te kunnen adresseren. Daarnaast ontwikkelen we digitale gemeenschapsgoederen in Europees verband. Nederland is als voorzitter van de Digital Commons EDIC (Europees Consortium voor digitale infrastructuur) goed gepositioneerd om gezamenlijke alternatieven te ontwikkelen.
In 2026 is het rijksbrede cloudbeleid herzien met als doel de strategische afhankelijkheid van clouddiensten waarbij ook een risico van buitenlandse inmenging mogelijk is, te verminderen. Op basis daarvan gaan we met provincies, gemeente en waterschappen in gesprek om te komen tot een overkoepelend overheidsbreed cloudbeleid. Naast het verminderen van deze risico’s, biedt een dergelijk beleid ook meer kansen voor Nederlandse en Europese oplossingen. Ook verkent het kabinet de mogelijkheden voor het vergroten van de keuzemogelijkheden in het aanbod van AI via het Important Project of Common European Interest (IPCEI) AI. Als onderdeel van de NDS-prioriteit digitale weerbaarheid en autonomie wordt gewerkt aan een overheidsbrede routekaart en een referentiekader voor digitale autonomie, met vervolgactiviteiten voorzien in 2027.
Versterken en beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in onze digitale samenleving
Het kabinet heeft als doel een veilige en gezonde digitale samenleving waarin publieke waarden, grondrechten en digitale veiligheid centraal staan. Daarbij is specifieke aandacht voor de bescherming van kinderen en jongeren tegen online risico’s, zoals verslavende algoritmes, schadelijke content en gebrekkige moderatie. In dit kader wordt het bestaande online kinderrechtenbeleid geïntensiveerd, onder meer door de invoering van een minimumleeftijd van 15 jaar voor het gebruik van sociale media, zolang deze platforms als onveilig worden beschouwd.
Daarnaast acht het kabinet het van belang dat iedereen veilig en volwaardig kan deelnemen aan de digitale samenleving. Daarom wordt ingezet op digitaal burgerschap: de kennis en vaardigheden die nodig zijn om actief, kritisch en verantwoordelijk te participeren in de digitale omgeving. De ontwikkeling van digitale competenties in Nederland wordt gemonitord via de DigiQ2.0-monitor, die deze vaardigheden sinds 2025 in kaart brengt. In 2026 is tevens het onderzoek Grip op digitaal burgerschap van de Universiteit van Amsterdam opgeleverd, waarin wordt verkend hoe digitaal burgerschapsbeleid effectief kan worden vormgegeven. Op basis van de uitkomsten van de DigiQ2.0-monitor en het UvA-onderzoek wordt de Kamer begin 2027 geïnformeerd over nieuwe beleidsmaatregelen. Verder wordt het plan van aanpak tegen online discriminatie onverkort uitgevoerd. Daarvoor starten onder meer deze zomer met een landelijk gesprek over online discriminatie, zowel online als op fysieke locaties. Daarnaast laat het kabinet onderzoeken wat de juridische mogelijkheden zijn voor een concrete normstelling met betrekking tot platformontwerp en de daarbij behorende algoritmen.
Tot slot zet het kabinet in op het tegengaan van schadelijke content. De huidige inrichting van de online omgeving, met algoritmische aanbevelingssystemen en contentmoderatie, kan door kwaadwillende actoren worden benut om democratische processen te beïnvloeden, het vertrouwen in instituties te ondermijnen en maatschappelijke schade te veroorzaken. Daarom neemt het kabinet binnen Europa een actieve rol in de totstandkoming van de Digital Fairness Act, onder meer op het gebied van regulering van handelspraktijken in games en verslavend ontwerp, zoals in-game aankopen en buy-now-pay-latermechanismen.
Digitale overheid
De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) vormt de leidraad voor de versterking van de digitale overheid en de interbestuurlijke samenwerking die daaraan ten grondslag ligt. Om digitalisering effectief in te zetten, met digitale autonomie als centraal uitgangspunt, blijft de overheid als één geheel samenwerken.
Voor cloudbeleid wordt gewerkt aan de uitwerking van een koers richting meer soevereine overheidscloudvoorzieningen. In 2027 wordt beoogd binnen een federatief datastelsel bindende afspraken te maken over het delen van data, ten behoeve van betere dienstverlening aan burgers en ondernemers. Daarnaast wordt ingezet op het verhogen van de datavolwassenheid van overheidsorganisaties, het ontwikkelen van een systematiek om knelpunten in gegevensdeling structureel op te lossen, en het concreet maken hiervan via praktijkcasussen.
Ook ontwikkelt het kabinet kaders en richtlijnen voor een verantwoorde inzet van AI, zowel binnen de overheid als in de samenleving. Doel is de kansen van AI voor publieke dienstverlening, maatschappelijke opgaven en economische ontwikkeling te benutten, terwijl risico’s worden beheerst en publieke waarden, grondrechten en veiligheid worden gewaarborgd. Verder wordt gewerkt aan Europese digitale identiteitswallets. Burgers krijgen hiermee meer regie over hun eigen gegevens, indien zij dat wensen. Met de Europese Digitale Identiteitswallet kunnen gebruikers in de toekomst inloggen, zich authenticeren, gegevens delen en elektronische handtekeningen zetten bij publieke en private dienstverleners.
Ten slotte wordt in 2027 verder gewerkt aan de ontwikkeling van de Nederlandse Digitale Dienst (NDD), gericht op het leveren van meerwaarde voor burgers en ondernemers langs drie sporen: (1) een doorbraakfunctie voor prioritaire projecten, (2) het vaststellen van standaarden om de overheid als één geheel te laten opereren, en (3) het introduceren van richtlijnen voor moderne IT-ontwikkeling. Daarbij wordt gekozen voor een test- en leeraanpak met focus op concrete resultaten, op basis waarvan wordt bezien welke verdere taken de NDD zal oppakken. De startpositie van de NDD wordt geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.
Europese en internationale samenwerking
Het beleid van het Ministerie van EZK speelt zich af op een internationaal speelveld, waar geopolitieke onrust direct gevolgen kan hebben voor onze bedrijven en economie. In dit kader is het cruciaal om met Europese en internationale partners in gesprek te blijven en de samenwerking te blijven zoeken.
Een modern Meerjarig Financieel Kader met een ambitieus en gericht Europees Concurrentievermogen Fonds
Het Ministerie van EZK spant zich in voor een gemoderniseerd Meerjarig Financieel Kader (MFK) met een sterk Europees Concurrentievermogenfonds (ECF) en Horizon Europe waar selectie plaatsvindt in open en competitieve selectie op basis van excellentie en impact. Deze EU-programma’s moeten bijdragen aan het versterken van onderzoek, innovatie en concurrentievermogen in de EU. Waar Horizon Europe zich richt op onderzoek en innovatie, richt het ECF zich op de opschaling, valorisatie en commercialisatie van veelbelovende innovaties en technologieën.
De interne markt versterken en een industriebeleid gericht op verduurzaming
Het kabinet jaagt concrete acties voor versterking van de interne markt aan, zoals het harmoniseren van etikettering en één regime voor grensoverschrijdende detacheringen. Op industrie wil het kabinet de Nederlandse industrie in strategische markten versterken en de industrie verduurzamen onder andere door het stimuleren van lead markets, mede door effectieve, gebalanceerde instrumenten op te nemen in de Industrial Accelorator Act.
Het Ministerie van EZK levert een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de concurrentiekracht en interne markt van Europa, voor zowel burgers als bedrijven. Zo blijft het Ministerie van EZK inzetten op uitvoering van de geactualiseerde actieagenda voor de interne markt (Kamerstuk 22 112, nr. 4361). De focus ligt op het wegnemen van belemmeringen die ondernemers ervaren, het verbeteren van de toepassing van interne marktregels en het versterken van de weerbaarheid van de interne markt. Het Ministerie van EZK trekt voor het verbeteren van de interne markt samen op met andere departementen en lidstaten. Ondernemers worden ook betrokken. Het kabinet jaagt daarnaast de snelle uitvoering van het Draghi-, Letta- en Wennink rapport aan, met focus op acties uit de Europese interne-marktstrategie en de One Europe One Market roadmap, zoals de European Product Act (EPA). Ook is de aanstaande Circular Economy Act (CEA), onder de verantwoordelijkheid van en toegelicht in de beleidsbrief van de Minister van Klimaat en Groene Groei, in dit kader relevant.
Geïntegreerd Europees technologiebeleid
Het Ministerie van EZK zet in op een geïntegreerd EU-technologiebeleid. Het Tech Sovereignty Package en initiatieven rond innovatie en kwantum moeten in samenhang de Europese weerbaarheid versterken. Nederland streeft naar een integrale benadering waarin vraag- en aanbodmaatregelen binnen de technologiestack hand in hand gaan. Aan de aanbodzijde verbindt EZK Commissievoorstellen zoals de Chips Act 2.0 en de Cloud & AI Development Act om risicovolle afhankelijkheden te verminderen. Aan de vraagzijde zet EZK in op het stimuleren van Europese afzetmarkten voor deze kritieke technologieën. Tenslotte zet EZK in op internationale samenwerking op het gebied van AI via coalities van gelijkgezinde landen.
Tot slot
Met een sterke uitgangspositie leggen we de basis voor een toekomstbestendig Nederland. Door te investeren in productiviteit, innovatie, digitalisering en een weerbare economie en samenleving, bouwen we aan een land dat niet alleen welvarend, maar ook veerkrachtig is. Met gerichte acties zorgen we ervoor dat onze economie wendbaar blijft in een wereld vol geopolitieke onzekerheden. Samen met het bedrijfsleven, regio’s, publieke dienstverleners (uitvoering en toezicht), medeoverheden en internationale partners werken we aan een productieve en weerbare economie die onze welvaart en welzijn veiligstelt.
Belangrijkste beleidsmatige mutaties
Totaaloverzicht belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar
In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven van de belangrijkste mutaties die zijn opgetreden tussen de begroting 2026 (incl. amendementen en Nota’s van Wijziging) en de begroting 2027.
Tabel 1 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
Art.
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Stand ontwerpbegroting 2026 (inclusief NvW en amendementen)
3.320.871
2.884.890
2.702.605
2.554.948
2.490.199
Belangrijkste mutaties
CA 22. Toekomstfonds
3
‒ 72.000
‒ 7.000
‒ 50.000
‒ 41.000
CA 61. Efficiencytaakstelling
alle
‒ 4.025
‒ 7.710
‒ 13.638
‒ 19.828
‒ 18.884
CA 62. Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid
40
‒ 22.214
‒ 56.023
‒ 53.355
CA 63. Subsidietaakstelling
2
‒ 6.257
‒ 6.257
‒ 6.257
‒ 6.257
‒ 2.464
Extrapolatie
alle
1.956.501
NGF - project 6G
1
25.120
43.000
35.000
29.000
11.750
250
NGF - project QuantumDeltaNL
2
38.893
6.354
‒ 11.282
‒ 31.355
‒ 55.992
74.553
NGF - project Oncode-PACT
2
37.000
9.000
‒ 8.000
‒ 18.000
‒ 20.000
NGF - project NXTGEN HIGH TECH
2
39.835
3.509
‒ 21.400
‒ 13.398
‒ 3.824
NWO-TTW
2
‒ 14.441
2.031
‒ 1.769
‒ 3.569
‒ 3.617
‒ 7.100
Ruimtevaart
2
18.825
20.000
20.000
25.000
Fund to Fund
3
‒ 11.905
‒ 11.905
‒ 11.905
‒ 132.844
ROM's
3
19.378
Eigen vermogen agentschappen
40
61.932
Loon- en prijsbijstelling
41
58.428
52.210
44.667
42.312
42.670
37.904
Kasschuiven
alle
‒ 89.545
52.076
97.546
‒ 46.189
‒ 10.081
‒ 20.402
Overige mutaties
alle
217.042
54.042
43.366
103.961
22.905
169.710
Totaal mutaties eerste suppletoire begroting 2026
400.562
220.035
100.256
‒ 94.191
‒ 148.297
2.095.713
Overboeking KF
2
1.000
4.000
4.000
3.000
3.000
Kasschuif
2
‒ 1.000
3.500
3.500
‒ 3.000
‒ 3.000
Mutaties Nota van Wijziging eerste suppletoire begroting 2026
0
7.500
7.500
0
0
0
IPCEI-AI
1
61.398
36.448
12.348
3.324
3.316
Europese & Internationale programma’s
2
31.000
29.113
56.072
74.532
74.532
Ruimte voor economie
2
6.650
12.650
24.650
24.650
24.650
Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent
2
52.322
71.542
13.625
PEGA - Ruimte voor economie
2
‒ 40.851
‒ 8.068
‒ 10.240
‒ 9.162
Stimulering academische spin-offcreatie
2
15.451
31.122
31.122
31.122
31.122
PEGA econonomische bedrijvigheid (lening)
2
40.851
8.068
10.240
9.162
Bijdrage aan TNO
2
39.943
4.573
3.752
1.598
1.524
870
Bijdrage aan TNO
2
26.061
PPS-Innovatieregeling
2
9.092
10.908
Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI)
2
10.000
25.000
75.000
75.000
75.000
Herverkaveling BZK
9
35.932
35.763
35.754
35.747
32.570
Versnellen taakstelling Slagvaardige Overheid en aanvullende taakstelling Rijk
40
‒ 11.292
‒ 10.954
‒ 10.654
Kasschuiven
alle
‒ 655.518
112.486
214.781
192.749
42.741
88.350
Overige mutaties
alle
94.721
32.399
38.621
28.382
20.397
12.557
Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027
‒ 485.701
373.119
487.500
460.346
309.037
332.313
Stand ontwerpbegroting 2027
3.235.732
3.485.544
3.297.861
2.921.103
2.650.939
2.428.026
Toelichting
Mutaties eerste suppletoire begroting
CA 22. ToekomstfondsIn het Coalitieakkoord is vastgelegd dat er taakstellend op het Toekomstfonds wordt omgebogen. Dit leidt tot een structurele verlaging van de uitgaven op het Innovatiekrediet, SEED-Capital, en Vroegefasefinanciering.
CA 61. EfficiencytaakstellingIn het Coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van EZK betekent dit een ombuiging van circa € 4,0 mln in 2027, oplopend tot € 18,8 mln in 2031.
CA 62. Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid
In het Coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van EZK betekent dit een ombuiging van circa € 22,2 mln in 2029, oplopend tot € 53,4 mln in 2031.
CA 63. SubsidietaakstellingIn het Coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van EZK betekent dit een ombuiging van circa € 2,5 mln in 2031.
ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingshorizon 1 jaar uitgebreid.
NGF - project 6GDeze mutatie betreft de omzetting van de reservering voor het NGF-project op de NGF-begroting, naar een toekenning aan de EZK begroting. De focus van het project 6G Future Network Services ligt op intelligente radiocomponenten en antennes, intelligente netwerken en leidende toepassingen in maatschappelijk belangrijke sectoren. Het project werkt met verschillende lijnen, waarin verschillende onderdelen worden ontwikkeld waaronder de hardware voor de ontwikkeling van 6G, de benodigde software, specifieke toepassingen en een human capital agenda.
NGF - project QuantumDeltaNLDeze mutatie betreft het opvragen van de eindejaarsmarge (€ 21,2 mln) en het actualiseren van de raming waarbij budget naar voren wordt gehaald (€ 17,7 mln).
NGF - project Oncode-PACTOp basis van uitvoeringsinformatie wordt de kasraming geactualiseerd.
NGF - project NXTGEN HIGH TECHDeze mutatie betreft het opvragen van de eindejaarsmarge (€ 4,7 mln) en het actualiseren van de raming waarbij budget naar voren wordt gehaald.
NWO-TTWDe NWO-TTW Perspectief is een subsidieregeling die publiek-private consortia ondersteunt die onderzoeksprojecten rondom nieuwe technologie uitvoeren op laag tot middel TRL-niveau. In de overkoepelende afweging van de instrumenten op de EZK-begroting is gekozen om deze regeling volledig om te buigen. Dit was een zeer lastig te nemen besluit, maar hiervoor is gekozen omdat bij de evaluatie van het instrument in 2022 nog geen duidelijke effecten geconstateerd konden worden. Hierom wordt de bijdrage na 2027 stopgezet en ingezet voor de onvermijdelijke en urgentie problematiek bij de 1e suppletoire begroting 2026. Bij de herziening van de PPS-innovatieregeling, waarbij de vernieuwde regeling in 2028 van start gaat, zal het effect van het stopzetten van het Perspectief programma worden meegewogen.
RuimtevaartDeze mutatie is het gevolg van de hogere inschrijving op de ESA-conferentie 2025. De dekking is gevonden in de latere jaren op Faciliteiten Toegepast Onderzoek.
Fund to FundDeze mutatie betreft dekking voor maatregel 22 uit het Coalitieakkoord van dit jaar over het Toekomstfonds.
ROM'sEr is een desaldering geboekt op ROM's (€ 19,4 mln) voor de herstructurering van ROM Impuls Zeeland door middel van eenaandelenswap met gesloten beurs. Momenteel is de Staat (EZK) aandeelhouder in de dochtermaatschappij van ROM Impuls Zeeland en heeft zij geen formele zeggenschap over bijvoorbeeld de benoeming van directieleden en commissarissen en over belangrijke strategische besluiten die de gehele ROM aangaan. De herstructurering heeft als doel om het aandeelhouderschap van EZK in de dochtermaatschappij over te hevelen naar de moedermaatschappij, zodat EZK formele zeggenschap in de moedermaatschappij verkrijgt en daarmee – zoals in de Nota Deelnemingenbeleid 2022 bepaald – als aandeelhouder het meest slagvaardig kan opereren en richting kan geven aan de borging van de publieke belangen. Bij de herstructurering worden de aandelen van EZK in de dochteronderneming volledig verkocht op basis van een fair market value van de aandelen per ultimo 2025, waarna de aandelen worden ingeleverd bij de moederonderneming. Hierbij wordt de koopprijs voor de aandelen in de dochteronderneming door de moederonderneming schuldig gebleven. De koopprijs van de aandelen wordt vervolgens verrekend met de door EZK verschuldigde volstortingsplicht op de aandelen die nieuw worden uitgegeven door de moederonderneming. Hierdoor is er sprake van een swap met gesloten beurs. Middels een ontvangstenmutatie van € 19,4 mln voor de verkoop van de aandelen in de dochteronderneming en corresponderende mutaties aan de uitgavenkant (verplichtingen en kas) voor de storting voor de aankoop van de aandelen in moederonderneming, wordt deze technische transactie verwerkt.
Eigen vermogen agentschappenOnder deze post wordt bovenmatig eigen vermogen van de agentschappen RVO, RDI en DICTU afgeroomd conform de regeling agentschappen. Deze middelen komen binnen aan de ontvangstenkant van de begroting en worden naar de uitgavenkant overgeheveld middels een desaldering.
Loon- en prijsbijstellingJaarlijks worden de middelen op de EZK-begroting gecorrigeerd voor de stijging in lonen en prijzen.
Kasschuiven
Deze mutatie betreft het actualiseren van de raming op diverse instrumenten.
Mutaties 1e Nota van Wijziging eerste suppletoire begroting 2026
In de Kamerbrief «Acties Weerbaarheid Energieschok» (d.d. 20 april 2026) worden enkele maatregelen aangekondigd, waarvoor onder andere middelen uit het Klimaatfonds worden ingezet. Voor duurzaamheidsleningen via Qredits voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) wordt € 15 mln versneld beschikbaar gesteld bovenop de reeds beschikbare € 10 mln. Via Qredits kunnen mkb-ondernemers een zakelijke lening afsluiten tegen een verlaagd rentetarief om te investeren in verduurzaming van hun bedrijf.
Mutaties ontwerpbegroting 2027
IPCEI-AI
In het Coalitieakkoord zijn additionele middelen aangekondigd voor EZK voor de uitvoering van de Nationale Technologiestrategie. Hiervan stelt het kabinet vanaf 2027 incidenteel € 120 mln ter beschikking voor deelname van bedrijven aan de door Duitsland geleide IPCEI-AI (Important Projects of Common European Interest). De IPCEI-AI vormt een geïntegreerd raamwerk dat innovatie, veiligheid, onafhankelijkheid en economische groei combineert. De IPCEI-AI bouwt voort op de eerdere IPCEI voor Clouddiensten en cloudinfrastructuur (CIS) en het daaruit voortkomende 8ra-initiatief. Hierover zal uw Kamer later conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet nader worden geïnformeerd.
Europese & Internationale programma’s
In het Coalitieakkoord zijn additionele middelen aangekondigd voor EZK om maximaal gebruik te maken van in Europa beschikbare middelen. Via deze mutatie worden deze middelen toegevoegd aan de EZK-begroting. Daarnaast wordt een eerdere taakstelling op onderzoek en wetenschapsmiddelen bij OCW teruggedraaid waardoor ook de korting op de middelen op de EZK-begroting voor onderzoek en wetenschap weer worden toegevoegd. Deze middelen worden toegevoegd voor Europese en Internationale samenwerkingen instrument. Vanuit dit instrument wordt onder andere Europese partnerschappen en nationale cofinanciering voor Europese programma’s betaald.
Ruimte voor economie
In lijn met de Nationale Technologiestrategie is in het Coalitieakkoord structureel € 100 mln toegezegd voor de versterking van regionale innovatieclusters. Een deel van dit budget wordt opgevraagd van de Aanvullende Post ten behoeve van de verdere ontwikkeling van innovatieclusters. Bij deze regeling wordt nauw samengewerkt met regionale overheden en ingezet op publieke cofinanciering. Hierover zal uw Kamer later conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet nader worden geïnformeerd.
Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent
Betreft een Aanvullende Post (AP) opvraag van € 137 mln voor fase 2 (2027-2028) van het Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent. Deze middelen worden in de vorm van subsidies verstrekt aan onderwijsinstellingen in de regio's Eindhoven, Twente, Noord-Nederland, Delft en Arnhem-Nijmegen met als doel het opleiden van extra technici voor de semicon-industrie.
PEGA - Ruimte voor economie / PEGA econonomische bedrijvigheid (lening)
Betreft een mutatie voor de overheveling van Budget Strategische Acquisitie (BSA), onderdeel van Nij Begun, van het subsidie- naar het leninginstrument om verschillende marktconforme leningen aan te kunnen gaan. Deze leningen richten zich op het aantrekken van strategische internationale en buiten-regionale acquisities en dragen op deze manier bij aan het lange termijn verdienvermogen van de regio Groningen en Noord-Drenthe.
Stimulering academische spin-offcreatie
In lijn met de Nationale Technologiestrategie is in het Coalitieakkoord structureel € 100 mln toegezegd voor de versterking van regionale innovatieclusters en Nationale Technologiestrategie. Een deel van dit budget wordt opgevraagd van de Aanvullende Post ten behoeve van een nieuwe subsidieregeling voor de stimulering van academische spin-offs. Academische spin-offs zijn de ontbrekende schakel tussen Nederlandse kennisexcellentie en een gezonde economische dynamiek. Het beoogde doel is het dichten van de kloof tussen excellente kenniscreatie en suboptimale economische valorisatie. Hierover zal uw Kamer later conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet nader worden geïnformeerd.
Bijdrage aan TNO
Als eigenaar en stelselverantwoordelijke voor de toegepaste onderzoeksinstellingen verstrekt EZK de Rijksbijdrage aan TNO. Deze mutaties bestaan o.a. uit bijdragen van andere departementen in het kader van de opdrachten die zij aan TNO verstrekken. De budgetten lopen via de begroting van EZK en worden vervolgens aan TNO beschikbaar gesteld.
Tot slot is er ook een technische mutatie om de Rijksbijdrage aan TNO op te schonen van infrastructuur subsidie, conform de afspraken die in 2021 met TNO zijn gemaakt. De middelen worden via een meerjarige beschikking aan TNO ter beschikking gesteld.
PPS-Innovatieregeling
Betreft bijdrage van Defensie aan EZK ten behoeve van de ontwikkeling, uitvoering en financiering van calls for proposals door de TKI's waaronder HTSM, Dinalog, ChemistryNL en Digital Holland in het kader van Kennis en Innovatie Agenda (KIA) Veiligheid. Voor 2027 gaat het om € 10,9 mln.
Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)
Met het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) wordt beoogd de innovatiekracht van Nederland te versterken. Door gericht te investeren in veelbelovende innovaties vanuit onze excellente wetenschappelijke kennisbasis kunnen maatschappelijke problemen worden aangepakt. Daarom richt het kabinet NADI op: een organisatie die gericht R&D financiert en coördineert via tijdelijke, probleem gedreven programma's. De ambitie is om vanaf 2028 een wendbare organisatie die high-risk ontwikkeling kan financieren en naar de markt begeleidt op te richten. Vooruitlopend op de volledige start van NADI in 2028 wordt in 2027 gestart met een pilot programma.
Herverkaveling BZK
Dit betreft het overhevelen van middelen naar EZK in het kader van de portefeuilleverdeling die is vastgesteld in het constituerend beraad van het kabinet Jetten. Het betreft middelen die samenhangen met de overgedragen dossiers.
Versnellen taakstelling Slagvaardige Overheid en aanvullende taakstelling Rijk
In de augustusbesluitvorming is besloten de taakstelling Slagvaardige Overheid uit het Coalitieakkoord te versnellen in 2028 en 2029 en vanaf 2031 een aanvullende taakstelling Rijk door te voeren.
Kasschuiven
Deze mutatie betreft het actualiseren van de raming op diverse instrumenten.
Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
Art.
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Stand ontwerpbegroting 2026 (inclusief NvW en amendementen)
472.320
250.934
266.298
447.797
238.582
Belangrijkste mutaties
Extrapolatie
alle
240.812
Fund to Fund
3
43.500
‒ 95.327
ROM's
3
19.378
ROM's
3
‒ 17.991
Eigen vermogen agentschappen
40
61.932
Overige mutaties
alle
‒ 473
‒ 7.646
4.674
7.318
7.436
11.002
Totaal mutaties eerste suppletoire begroting 2026
106.346
‒ 7.646
4.674
‒ 88.009
7.436
251.814
Diverse ontvangsten
2
26.061
Overige mutaties
alle
8.497
Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027
34.558
0
0
0
0
0
Stand ontwerpbegroting 2027
613.224
243.288
270.972
359.788
246.018
251.814
Toelichting
Mutaties eerste suppletoire begroting
ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingshorizon 1 jaar uitgebreid.
Fund to Fund
Betreft een actualisatie van de ontvangstenraming voor DVI. Dit bedrag stond oorspronkelijk voor 2029 geraamd. De DVI fondsen bij het EIF gaan richting het einde van hun investeringsperiode, waardoor de verhouding tussen aanvullende stortingen en terugkerende ontvangsten is verschoven en er per saldo meer uitbetalingen zijn dan stortingen. Hierdoor komen in 2026 de eerste ontvangsten binnen á € 43,5 mln. Deze middelen worden uit 2029 naar 2026 geschoven. Hiernaast wordt er in 2029 € 51,8 mln afgeboekt omdat deze ontvangsten niet meer gerealiseerd worden doordat er is gesaldeerd bij het EIF en OostNL. Hierdoor zal er in totaal minder worden ontvangen, doordat ontvangsten bij het EIF en OostNL zijn ingezet voor stortingen in de fondsen. De totale investering van € 230 mln voor DVI I en II is hiermee alsnog voldaan, er zullen alleen minder ontvangsten terugvloeien naar de EZ-begroting omdat er ook minder uitgaven gedaan zijn.
ROM's
Er is een desaldering geboekt op ROM's (€ 19,4 mln) voor de herstructurering van ROM Impuls Zeeland door middel van eenaandelenswap met gesloten beurs. Momenteel is de Staat (EZK) aandeelhouder in de dochtermaatschappij van ROM Impuls Zeeland en heeft zij geen formele zeggenschap over bijvoorbeeld de benoeming van directieleden en commissarissen en over belangrijke strategische besluiten die de gehele ROM aangaan. De herstructurering heeft als doel om het aandeelhouder schap van EZK in de dochtermaatschappij over te hevelen naar de moeder maatschappij, zodat EZK formele zeggenschap in de moedermaatschappij verkrijgt en daarmee – zoals in de Nota Deelnemingenbeleid 2022 bepaald - als aandeelhouder het meest slagvaardig kan opereren en richting kan geven aan de borging van de publieke belangen. Bij de herstructurering worden de aandelen van EZK in de dochteronderneming volledig verkocht op basis van een fair market value van de aandelen per ultimo 2025, waarna de aandelen worden ingeleverd bij de moederonderneming. Hierbij wordt de koopprijs voor de aandelen in de dochteronderneming door de moeder onderneming schuldig gebleven. De koopprijs van de aandelen wordt vervolgens verrekend met de door EZK verschuldigde volstortingsplicht op de aandelen die nieuw worden uitgegeven door de moederonderneming. Hierdoor is er sprake van een swap met gesloten beurs. Middels een ontvangstenmutatie van € 19,4 mln voor de verkoop van de aandelen in de dochteronderneming en corresponderende mutaties aan de uitgavenkant (verplichtingen en kas) voor de storting voor de aankoop van de aandelen in moederonderneming, wordt deze technische transactie verwerkt.
ROM's
De ontvangstenraming voor de Corona Overbrugingsleningen (COL's) wordt met € 18,0 mln verlaagd. De afgelopen jaren zijn de ontvangsten vanuit de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) op deze leningen eerder teruggekomen naar de EZK-begroting dan initieel was geraamd. In 2025 waren de gerealiseerde ontvangsten daardoor€ 18,0 mln hoger dan geraamd. Aangezien er een vast totaalbedrag terugkomt, wordt de raming nu met hetzelfde bedrag naar beneden bijgesteld.
Eigen vermogen agentschappen
Onder deze post wordt bovenmatig eigen vermogen van de agentschappen RVO, RDI en DICTU afgeroomd conform de regeling agentschappen. Deze middelen komen binnen aan de ontvangstenkant van de begroting en worden naar de uitgavenkant overgeheveld middels een desaldering.
Mutaties ontwerpbegroting 2027
Diverse ontvangsten
Dit betreft een technische mutatie om de Rijksbijdrage aan TNO op te schonen van infrastructuur subsidie, conform de afspraken die in 2021 met TNO zijn gemaakt. De middelen worden via een meerjarige beschikking aan TNO ter beschikking gesteld.
Openbaarheidsparagraaf
Dit is de openbaarheidsparagraaf bij de begroting van 2027 van het Ministerie van EZK en de bijbehorende dienstonderdelen.12De Wet open overheid (Woo) ziet op openbaarmaking op verzoek en openbaarmaking uit eigen beweging. Om dit goed te kunnen doen, is een toegankelijke, betrouwbare en duurzaam beheerde informatiehuishouding randvoorwaardelijk. In deze paragraaf wordt weergegeven hoe EZK en LVVN hier in 2027 invulling aan geven.
De urgentie voor een transparante overheid blijft in 2027 onverminderd hoog. Zoals opgenomen in de ambtseed ligt er een sterkte nadruk op het werken in het algemeen belang van de samenleving met aandacht voor het zorgvuldig en open werken als ambtenaren. Het zorgvuldig omgaan met informatie en het bijdragen aan een open overheid zijn kernwaarden die ook doorklinken in de vormgeving van het beleid op openbaarheid en de bredere bewustwording hiervan bij de professionals binnen de Rijksoverheid.
Openbaarmaking
Vanaf 2027 stopt de programmaorganisatie van het programma Transparantie in Informatie (PTiI) en worden de taken ten aanzien van openbaarheid geborgd binnen een centrale directie Open Overheid (DOO). Hierdoor ontstaat binnen EZK een structurele openbaarmakingsvoorziening voor het kerndepartement. Deze directie wordt verantwoordelijk voor de operationele uitvoering van openbaarmaking op verzoek, actieve openbaarmaking, openbaarmaking van beslisnota’s en aanverwante openbaarheidsprocessen. Met de centralisatie wordt beoogd versnippering terug te brengen, eigenaarschap duidelijker te beleggen, werkprocessen te uniformeren en beter te sturen op voortgang, kwaliteit, prioriteiten en termijnen. Door de beschikbare mensuren en expertise uit de voorgaande jaren centraal te bundelen, kunnen piekbelastingen beter worden verdeeld en kan capaciteit gerichter worden ingezet op gezamenlijke prioriteiten van EZK en LVVN.
In 2027 werken we concreet aan de volgende activiteiten:
– Passieve openbaarmaking. Voor het sneller en beter afhandelen van Woo-verzoeken zetten we in op verdere centralisatie van het proces in de organisatie. Een belangrijk onderdeel hiervan is het centraal zoeken en lakken door middel van informatiespecialisten. Daarnaast zetten we in op verdere automatisering (waar mogelijk en verantwoord met AI) en gerichter contact met de verzoeker om goed in te spelen op de informatiebehoefte. Tevens geven we uitvoering aan de uitkomsten van de interdepartementale werkgroepen m.b.t. een uniform Woo-proces, omvangrijke Woo-verzoeken, de Woo-contactpersoon en misbruik van de Woo.
– Resultaatsverplichting actieve openbaarmaking met 17 informatiecategorieën. Afhankelijk van de ontwikkelingen en tijdspaden rondom het landelijke publicatieplatform wordt in 2027 verder gewerkt aan de openbaarmaking van de verplichte informatie categorieën. Binnen onze departementen doorlopen we hiervoor een zorgvuldig implementatieproces, met goede ondersteuning voor medewerkers, zodat wordt voldaan aan de Woo publicatie-eisen en standaarden. De inzet van de Generieke Woo-voorziening als aanlevermethode richting de centrale portal open.overheid.nl is uitgesteld tot 2029. Als tijdelijke oplossing worden de verplicht openbaar te maken documenten (met uitzondering van beschikkingen) vanaf medio 2027 verplicht op een eigen website of platform gepubliceerd, waarbij vrijwillige parallelpublicatie naar
open.overheid.nl zoveel mogelijk in stand blijft als centrale vindplaats voor burger en maatschappij.
– Inspanningsverplichting actieve openbaarmaking. In 2027 geven we verder vorm aan onze inspanningsverplichting op actieve openbaarmaking vanuit het principe van betekenisvolle actieve openbaarmaking. Daarbij kijken we naar welke informatie, in welke context, relevant en van toegevoegde waarde is om openbaar te maken. Op basis van een Rijksbrede richtlijn en de uitkomsten van de interdepartementale werkgroep op de inspanningsverplichting wordt afgewogen welke informatie in welke vorm in aanmerking komt voor proactieve openbaarmaking. EZK streeft ernaar om per DG op minimaal één topdossier waar veel maatschappelijke belangstelling voor is, informatie proactief openbaar te maken.
Informatiehuishouding als randvoorwaardeHet op orde zijn van de informatiehuishouding is randvoorwaardelijk om te kunnen voldoen aan de wettelijke openbaarmakings- en archiveringsverplichtingen. EZK heeft de ambitie om in 2027 informatie volledig, betrouwbaar en duurzaam toegankelijk te krijgen en te houden. Sinds 2024 werken we binnen het kerndepartement aan het verbeteren van de informatiehuishouding, waar middels het Groeiplan integraal op wordt gestuurd. Het Groeiplan loopt eind 2026 af, en het merendeel van de projecten is dan in de lijn belegd. De verwachting is dat er nog een aantal projecten doorlopen in 2027 en dat er nog coördinatie en regie op een aantal activiteiten nodig is. Het gaat hier onder andere om:
– Chatarchivering
– Emailarchivering
– Sociale media archivering
– Informatiebeheerplannen
Opleiding, bewustwording en professionele ontwikkeling De uitvoering van openbaarmaking vraagt juridische, bestuurlijke, documentaire, technische en communicatieve vaardigheden. Daarom wordt in 2027 verder gewerkt aan opleiding, kennisdeling en ondersteuning In 2026 is gestart met de organisatiebrede implementatie van het strategisch opleidingsplan. De eerste focus daarbij was het opleiden van beleidsmedewerkers zodat zij goed geëquipeerd zijn om openbaarheidsprocessen in de basis uit te voeren, onder meer via schrijven voor openbaarheid, onboarding en het breder aanbieden van trainingen. Inmiddels is het opleidingsplan verbreed door opleidingskansen buiten de beleidsmedewerkers te verkennen. Ook is gewerkt aan de ondersteuning van de Woo-unit bij het verbeteren van hun processen zoals het startgesprek en de brede werkwijze, het meetbaar maken van de Woo, het verbeteren van contact met de verzoeker en het onderzoeken van de inzet van AI in het Woo-proces. In 2027 wordt deze lijn voortgezet en verder uitgebouwd.
Financiële toelichting
Bovenstaande activiteiten die worden deels programmatisch uitgevoerd door het kerndepartement en de concernonderdelen en gefinancierd uit de POK-gelden en Woo-gelden. Naast deze gelden zijn er eigen/reguliere middelen en capaciteit vanuit de lijnorganisatie en ICT-investeringen. Het totale budget aan POK- en Woo-gelden voor 2027 bedraagt € 21,7 mln, waarvan € 7,9 mln reeds gealloceerd voor de inrichting van een structurele directie open overheid in oprichting. Daarnaast is een structurele reeks voor van € 0,81 mln voor informatiehuishouding ingeregeld.
Tabel 3 Financieel overzicht (bedragen x € 1.000)1
Totaal
POK-middelen
8.710
WOO-middelen
13.008
Totaal
21.718
X Noot
1
De bovenstaande bedragen zijn totaalbedragen voor de ministeries van EZ, KGG en LVVN. Deze ministeries worden op de thema’s IHH en openbaarmaking bediend door één werkorganisatie.
Strategische Evaluatie Agenda
Conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek 2022 (RPE 2022) is het overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). Voorheen waren beleidsdoorlichtingen primair gericht op de doorlichting van afzonderlijke begrotingsartikelen; in de SEA staan tegenwoordig de beleidsthema’s van de missie van EZK centraal. Daarmee komt het vizier meer te liggen op de integrale en samenhangende beleidsaanpak van een beleidsthema (zoals ondernemerschap of innovatie) en minder op de afzonderlijke beleidsonderdelen. Vanwege de overkomst van «Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid» van BZK naar EZK is ook hiervoor een nieuwe Periodieke Rapportage opgenomen. Met de SEA wordt tevens beoogd onderzoeken beter te laten aansluiten op de beleidscyclus en wordt meer recht gedaan aan ontwikkelingen op een beleidsveld. Op deze wijze kunnen ook leerervaringen benut worden om het beleid tussentijds bij te sturen als dat nodig blijkt.
Strategische Evaluatie Agenda (SEA)
De SEA is gericht op onderstaande beleidsthema’s waarbij in onderstaande tabel wordt aangegeven op welke beleidsartikelen dit betrekking heeft. In bijlage 4 wordt toegelicht welke onderliggende evaluatieplanning hiermee samenhangt.
Tabel 4 Strategische Evaluatie Agenda
Thema/Periodieke rapportage
Eerstvolgende Periodieke rapportage
Begrotingsartikelen
1
2
3
9
Goed functionerende (digitale) economie en markten
2027
x
Steun- en herstelbeleid Corona
geen
x
x
Ondernemerschap
2031
x
x
Innovatiebeleid
2031
x
x
Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid
2032
x
Beschrijving SEA-thema's/budgettaire en beleidsmatige afbakening/inzichtbehoefteGoed functionerende (digitale) economie en marktenDe beleidsdoorlichting inzake beleidsartikel 1 goed functionerende economie en goed functionerende markten is in 2022 afgerond (Kamerstuk 30 991, nr. 37). Inmiddels is een groot deel van het digitale economie beleid samengebracht op artikel 1 van de EZK-begroting en is de evaluatieplanning aangepast. Daarnaast is de beleidsdoelstelling van het artikel opgesplitst in 3 doelstellingen (scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten, scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie en voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken). Beoogd is dat de eerstvolgende periodieke rapportage in 2027 onder andere antwoord geeft op de vraag in hoeverre het beleid doeltreffend en doelmatig is geweest in het bijdragen aan één of meerdere kenmerken van goed functionerende markten en een goed functionerende digitale economie, bijvoorbeeld op het gebied transparantie, consumentenbescherming- en vertrouwen, efficiëntie, weerbaarheid of toegankelijkheid. Voor de periodieke rapportage kan gebruik worden gemaakt van de afzonderlijke evaluaties in voorgaande jaren. In bijlage 4 wordt ingegaan op de evaluatieplanning en de stand van zaken van de afzonderlijke evaluaties.
Steun- en herstelbeleid CoronaDe overheid heeft meer dan 200 financiële steunmaatregelen getroffen om werkenden en bedrijven door de coronacrisis te helpen. De ministeries FIN, EZK en SZW hebben in 2025 een gezamenlijke synthesestudie afgerond op basis van het uitgevoerde (evaluatie)onderzoek. Omdat het tijdelijke steunmaatregelen betreft, wordt er geen nieuwe Periodieke Rapportage ingepland.
Het steunpakket was als geheel doeltreffend omdat doelen dankzij de maatregelen overwegend bereikt zijn. De maatregelen hebben bijgedragen aan het beperken van liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen bij bedrijven en zelfstandigen, waarmee banen en waardeketens zijn behouden en armoede in grote mate is voorkomen. De indirecte gevolgen hiervan zijn dat vraaguitval en aanboduitval in grote mate zijn voorkomen, waarmee economische groei snel is teruggebracht tot het groeipad van voor het uitbreken van de coronacrisis.
De steun was deels doelmatig door de omvangrijke budgettaire kosten en het optreden van neveneffecten. De maatregelen zijn goed uitvoerbaar, met weinig gesignaleerd misbruik. Wel heeft er waarschijnlijk oneigenlijk gebruik plaatsgevonden. De kosteneffectiviteit was echter beperkt omdat de steun niet altijd in verhouding stond tot de geleden schade of noodzakelijk was om de pandemie door te komen. Ook heeft de steun de arbeidsdynamiek en bedrijvendynamiek tijdelijk verlaagd. Vanuit macro-economisch perspectief is de steun te lang voortgezet. De noodzaak om de economie te stabiliseren en om liquiditeitssteun te verlenen nam namelijk af, terwijl de verstorende werking van steun toenam.
OndernemerschapHet ondernemerschapsbeleid richt zich op het creëren van randvoorwaarden die bedrijven en ondernemers in staat stellen om te investeren, werkgelegenheid te creëren en nieuwe producten, diensten en processen te ontwikkelen. In 2025 is een Periodieke Rapportage uitgevoerd naar de thema's op het gebied van ondernemerschap, in samenhang met een Periodieke Rapportage van het Innovatiebeleid. De hoofdconclusie is dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen effectief en legitiem is. Het gevoerde beleid draagt bij aan een sterk verdienvermogen van Nederland, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie.
Het ondernemerschapsbeleid specifiek kent sterke punten ten aanzien van toegang tot financiering, kennisbescherming- en veiligheid, het beperken van regeldruk en leveren van goede en toegankelijke dienstverlening aan ondernemers. Verbeterpunten zijn er bij fiscale ondernemerschapsregelingen, die deels niet doeltreffend en doelmatig zijn. Dit geldt ook voor regelingen op het terrein van menselijk kapitaal, die te klein zijn voor macro-economische impact en concurreren met beleid van andere ministeries.
In 2026 wordt een evaluatie van de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) uitgevoerd. Een volgende Periodieke Rapportage wordt gepland in 2031.
InnovatiebeleidHet innovatiebeleid heeft als doel bij te dragen aan innovatie en economische vernieuwing, wat op de lange termijn cruciaal wordt geacht voor duurzame economische groei en welvaart. In 2025 is een Periodieke Rapportage uitgevoerd naar de thema's op het gebied van Innovatiebeleid, in samenhang met een Periodieke Rapportage van het Ondernemerschapsbeleid. De hoofdconclusie is dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen effectief en legitiem is. Het gevoerde beleid draagt bij aan een sterk verdienvermogen van Nederland, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie.
Innovatiebeleid is succesvol bij generieke regelingen gericht op het bevorderen van innovatie in het bedrijfsleven, het in stand houden van een hoogwaardig toegepast kennisstelsel en het vergroten van valorisatie van kennis en onderzoek. Missiegedreven innovatiebeleid adresseert systeem- en transitiefalen door innovatie te richten op maatschappelijke opgaven en past bij de noodzaak tot scherpere keuzes bij toenemende schaarsten. Aandachtspunten zijn, aldus de onderzoekers, schaal en samenhang voor het beleid gericht op valorisatie, startups en scale-ups, en de digitale transitie. Ook dient sectorspecifieke steun beter onderbouwd te worden. Deze kan vanuit strategische autonomie overigens verdedigbaar zijn, aldus de onderzoekers.
In 2026 wordt een evaluatie van het Missiegedreven Innovatiebeleid uitgevoerd. Een volgende Periodieke Rapportage wordt gepland in 2031.
Digitaliseringsbeleid samenleving en overheidMet de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille binnen het nieuwe kabinet heeft het Ministerie van EZK een centrale coördinerende rol gekregen in het digitaliseringsbeleid, terwijl het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verantwoordelijk is voor de realisatie van digitalisering onder andere in het kader van de slagvaardige overheid. De onderwerpen die EZK sinds dit jaar op haar begroting heeft staan, worden ondergebracht op het begrotingsartikel 9 EZK. Omdat het gaat om een nieuw begrotingsartikel is hierop nog niet eerder een Periodieke Rapportage uitgevoerd. De eerste wordt gepland in 2032 en zal als doel hebben het evalueren van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op het gebied van digitale samenleving en digitale overheid en de nieuwe coördinerende rol op digitalisering. Omdat deze onderwerpen eerst op de begroting van BZK stonden, zijn deze wel geëvalueerd in de Periodieke Rapportage van het betreffende begrotingsartikel (6.2) van BZK. Deze Periodieke Rapportage in 2026 van BZK heeft als status lopend.
Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda.
Voor het meest recente overzicht van afgeronde evaluaties en doorlichtingen, zie: Jaarverslag EZ 2025, bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek. Een interactieve weergave van de SEA is beschikbaar op www.rijksfinanciën.nl.
Overzicht risicoregelingen
Tabel 5 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
Uitstaande Garanties 2025
Geraamd te verlenen 2026
Geraamd te vervallen 2026
Uitstaande garanties 2026
Geraamd te verlenen 2027
Geraamd te vervallen 2027
Uitstaande Garanties 2027
Garantieplafond
Totaal plafond
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
BMKB
1.091.830
758.900
25.000
1.825.730
758.900
25.000
2.559.630
758.900
BMKB-Corona
4.980
4.980
0
0
0
735.000
Garantie Ondernemingsfinanciering
141.530
300.000
70.000
371.530
300.000
5.000
666.530
300.000
Garantie Ondernemingsfinanciering Corona
3.108
3.108
0
0
0
2.100.000
Groeifaciliteit
65.031
29.028
500
93.559
26.112
1.500
118.171
30.000
Klein Krediet Corona garantieregeling
1.504
1.200
304
260
44
250.000
Microkredieten
70.661
10.000
60.661
10.000
50.661
153.000
Garantie MKB financiering
24.500
4.500
20.000
5.000
15.000
268.200
Maatwerk garanties
70.000
0
70.000
0
70.000
70.000
Totaal
1.473.144
1.087.928
119.288
2.441.784
1.085.012
46.760
3.480.036
1.088.900
3.576.200
Tabel 6 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
Uitgaven 2025
Ontvangsten 2025
Stand risicovoorziening 2025
Saldo 2025
Uitgaven 2026
Ontvangsten 2026
Stand risicovoorziening 2026
Saldo 2026
Uitgaven 2027
Ontvangsten 2027
Stand risicovoorziening 2027
Saldo 2027
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
BMKB
13.078
18.083
195.250
5.005
38.567
33.000
195.250
‒ 5.567
36.917
33.000
195.250
‒ 3.917
BMKB-Corona
933
187
14.264
‒ 746
14.264
0
14.264
0
Garantie Ondernemingsfinanciering
6.080
53.560
6.080
11.825
13.000
53.560
1.175
11.745
13.000
53.560
1.255
Garantie Ondernemingsfinanciering Corona
123
19.914
123
5.000
19.914
‒ 5.000
19.914
0
Groeifaciliteit
2.481
1.724
57.798
‒ 757
8.000
8.000
57.798
0
8.000
8.000
57.798
0
Klein Krediet Corona garantieregeling
392
53
11.641
‒ 339
11.641
0
11.641
0
Microkredieten
282
0
282
0
0
0
0
MKB financiering
325
291
23.051
‒ 34
23.051
0
23.051
0
Maatwerk garanties
30.000
0
920
1.000
30.000
80
1.000
1.000
30.000
0
Totaal
17.209
26.823
9.614
64.312
55.000
‒ 9.312
57.662
55.000
‒ 2.662
Toelichting
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)
De BMKB biedt zowel banken als niet-bancaire financiers een borgstelling voor leningen aan midden- en kleinbedrijven (≤ 250 werknemers) voor zover deze bedrijven onvoldoende zekerheden kunnen bieden aan de bank. Het knelpunt dat met de BMKB wordt bestreden is het verschijnsel dat in de kern gezond mkb – met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit – niet of onvoldoende in een kredietbehoefte kan voorzien door een tekort aan zekerheden (onderpand).
Er is een begrotingsreserve (risicovoorziening) voor de BMKB waardoor een verevening mogelijk is van premie-inkomsten en schade-uitgaven over een reeks van jaren. De regeling is conjunctuurgevoelig (in tijden van krimp en recessie hogere verliezen) waardoor uitgaven en inkomsten kunnen fluctueren.
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)
De garantieregeling GO is bestemd voor ondernemers die financiering willen aantrekken bij banken en is gericht op (middel)grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en met bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven. De GO is voor nieuwe bankleningen en/of bankgaranties van minimaal € 1,5 mln en maximaal € 150 mln met een garantie van 50% door de overheid. De overheid deelt mee in de opbrengsten uit zekerheden. De GO kent een jaarlijks garantieplafond van € 300 mln.
Er is een begrotingsreserve (risicovoorziening) voor de GO waardoor een verevening mogelijk is van premie-inkomsten en schade-uitgaven over een reeks van jaren. De regeling is conjunctuurgevoelig (in tijden van krimp en recessie hogere verliezen) waardoor uitgaven en inkomsten kunnen fluctueren.
Covid-regelingen (BMKB-C, GO-C, KKC).
Naast de BMKB en de GO zijn gedurende de COVID-crisis de BMKB-C, GO-C en KKC regelingen geopend. Deze zijn inmiddels gesloten en op deze posten resteert enkel nog uitfinanciering van bestaande garanties.
Groeifaciliteit
De regeling Groeifaciliteit hielp bedrijven bij het aantrekken van risicodragend vermogen door garanties te geven op achtergestelde leningen verstrekt door banken en op aandelen verstrekt door participatiemaatschappijen aan ondernemingen. De groeifaciliteit verliep 1 januari 2025 en er resteert alleen de uitfinanciering van de resterende garanties.
MKB-financiering
In het kader van het aanvullend actieplan mkb-financiering van 8 juli 2014 heeft het kabinet inmiddels € 268,2 mln aan garanties verstrekt om de funding van nieuwe aanbieders van mkb-financiering mogelijk te maken. Er is een begrotingsreserve voor de verevening van premie-inkomsten en schade-uitgaven.
Qredits
In het verleden heeft de Staat een garantie afgegeven op een lening van de EIB aan Qredits van € 20 mln (inclusief overige kosten totaal € 23 mln). Dit komt naast een eerdere garantie verstrekt aan de Europese Investeringsbank van € 86,7 mln op de funding van Qredits. Met deze middelen verstrekt Qredits kredieten aan het micro- en mkb-krediet. Voor deze garantie ontvangt de Staat een premie. Daarnaast is een garantie van € 13,3 mln verstrekt aan de Council of Europe Bank (CEB) voor de funding van Qredits met een bedrag van € 16,6 mln. Een garantie van € 25 mln is verstrekt aan het BNG voor € 50 mln funding van Qredits.
Maatwerkgaranties
De Staat heeft een maatwerkgarantie van € 70 mln afgegeven. Premieontvangsten worden in rekening gebracht ter compensatie voor het risico dat de Staat middels de afgifte van de garantie loopt. De premieontvangsten worden na aftrek van de uitvoeringskosten toegevoegd aan een risicovoorziening op de EZ-begroting.
Tabel 7 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)
Nummer
Artikel omschrijving
Leningnemer
Saldo 1-7-2026
Einddatum
1
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Microkrediet Ned (Qredits)
44.630
1-4-2045
2
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Microkrediet Ned (SZW)
270
onbepaald
3
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Qredits
1.765
1-2-2026
4
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
MARIN
6.807
1-1-2500
5
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Provincie Limburg (voorheen LIOF Swentibold)
15.882
31-12-2023
6
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Stichting Qredits Microfinanciering
47.500
15-6-2030
7
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
B.V. Finance Continuïteit IHC
5.000
1-1-2500
8
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Stichting Garantiefonds Reisgelden
61.662
8-4-2028
9
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Stichting Qredits Microfinanciering Nederland
10.000
21-5-2028
10
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A.
150
15-12-2026
11
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Stichting Qredits Microfinanciering Nederland
5.000
1-4-2030
12
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Smart Photonics Holding B.V.
60.000
20-2-2033
13
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
PhiX B.V.
4.549
31-12-2033
14
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter B.V.
3.500
1-1-2500
15
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
NOM MCPV
3.000
31-12-2030
16
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
NOM GDI
5.000
31-12-2031
17
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen
INNL Publiek-Private Product Structurering B.V.
6.000
31-12-2033
18
Artikel 3 Toekomstfonds
NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen)
10.080
31-12-2032
19
Artikel 3 Toekomstfonds
Participatiemij Oost Nederland NV DVI-I
64.073
1-1-2030
20
Artikel 3 Toekomstfonds
Participatiemij Oost Nederland NV DVI-2
51.000
1-1-2035
21
Artikel 3 Toekomstfonds
StW 2014-2015
2.902
1-1-2500
22
Artikel 3 Toekomstfonds
StW 2016-2017
6.114
1-1-2500
23
Artikel 3 Toekomstfonds
Nedermaas Hightech Ventures
5.542
31-12-2028
24
Artikel 3 Toekomstfonds
LIOF (COL1/2)
9.691
31-12-2026
25
Artikel 3 Toekomstfonds
NOM (COL1/2)
13.668
31-12-2026
26
Artikel 3 Toekomstfonds
InnovationQuarter (COL1/2)
25.094
31-12-2026
27
Artikel 3 Toekomstfonds
NH Inwest (COL1/2)
16.089
31-12-2026
28
Artikel 3 Toekomstfonds
BOM Capital I B.V. (COL1/2)
10.063
31-12-2026
29
Artikel 3 Toekomstfonds
ROM Utrecht Region (COL1/2)
3.055
31-12-2026
30
Artikel 3 Toekomstfonds
Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland N.V. (COL1/2)
17.822
31-12-2026
31
Artikel 3 Toekomstfonds
Impuls Zeeland (COL1/2)
167
31-12-2026
32
Artikel 3 Toekomstfonds
Horizon Flevoland (Col1/2)
4.567
31-12-2026
33
Artikel 3 Toekomstfonds
BOM Capital I B.V. (Smart Photonics)
20.000
30-6-2030
34
Artikel 3 Toekomstfonds
NWO-TTW 2018
6.709
31-12-2030
35
Artikel 3 Toekomstfonds
Innovation Quarter
6.700
31-12-2026
36
Artikel 3 Toekomstfonds
Invest-NL Capital N.V. DACI
50.000
31-12-2042
37
Artikel 3 Toekomstfonds
Invest-NL Capital N.V. Dutch Future Fund
24.970
31-12-2038
38
Artikel 3 Toekomstfonds
NWO 2022/2023/2024
9.700
31-12-2035
39
Artikel 3 Toekomstfonds
Invest-NL Deeptechfonds
155.000
15-8-2035
40
Artikel 3 Toekomstfonds
EIF European Investment Fund / ETCI
56.900
31-12-2043
41
Artikel 3 Toekomstfonds
Invest-NL BEV
122.735
31-12-2034
42
Artikel 3 Toekomstfonds
NWO VFF
3.000
31-12-2032
43
Artikel 3 Toekomstfonds
SecFund B.V.
100.000
31-12-2039
44
Artikel 3 Toekomstfonds
NWO VFF 2025
7.920
31-12-2035
45
Artikel 3 Toekomstfonds
NWO VFF 2026-2027
1.650
31-12-2037
Toelichting
1 Microkrediet Nederland (Qredits)
Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van micro- en mkbkrediet aan ondernemers.
2 Microkrediet Nederland (Qredits SZW)
Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van microkrediet aan ondernemers.
3 Qredits (pilot achtergestelde leningen fonds)
Dit betreft een subsidie met terugbetaalverplichting in het kader van de pilot achtergestelde leningenfonds van Qredits.
4 MARIN
De lening van € 6,8 mln is in 2003 tussen de Staat en MARIN vastgelegd in een aangepaste overeenkomst van geldlening, in verband met de in 2003 opgerichte MARIN Stakeholders Association (MSA). In deze overeenkomst is bepaald dat MARIN is vrijgesteld van aflossingsverplichting voor zover de MSA voor ten minste het bedrag van de lening deelnemersovereenkomsten heeft gesloten.
5 Provincie Limburg
Dit betreft een lening aan de Provincie Limburg in het kader van Industriepark Swentibold.
6 Stichting Qredits microfinanciering
Dit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van overbruggingskredieten aan ondernemers.
7 B.V. Financiering Continuïteit IHC
Dit betreft een vergoeding aan de Staat van € 5 mln voor een overbruggingslening voor de continuiteit van Koninklijke IHC. Deze vergoeding staat voor onbepaalde tijd uit als lening aan B.V. Financiering Continuiteit IHC.
8 Stichting Garantiefonds Reisgelden Voucherfonds
Het kabinet heeft in 2021 een faciliteit van € 400 mln aan SGR beschikbaar gesteld voor de verstrekking van liquiditeitsleningen (voucherkredieten) aan reisorganisaties, die tijdelijk onvoldoende middelen hebben om vouchers terug te betalen aan consumenten.
9 Stichting Qredits Microfinanciering Nederland Corona overbruggingskrediet starters
Dit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van overbruggingskredieten aan startende ondernemers ten tijde van de Coronacrisis.
10 VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A.
Dit betreft een lening aan VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A. in verband met verwacht extra beroep dat bedrijven in de reissector zullen doen op deze verzekering ten gevolge van de coronacrisis.
11 Stichting Qredits Microfinanciering Nederland TOA-krediet
Dit betreft een lening aan Qredits voor de uitvoering van de TOA-faciliteit. Dit is een faciliteit voor mkb-ondernemers die met gebruikmaking van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA), hun bedrijf willen doorstarten in de periode 2021-2024.
12 Smart Photonics Holding b.v.
Dit betreft een lening aan Smart Photonics als onderdeel van het NGF-project PhotonDelta.
13 PhiX B.V.
Dit betreft een lening aan Phix B.V. als onderdeel van het NGF-project PhotonDelta.
14 Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter B.V.
Dit betreft een lening aan InnovationQuarter ten behoeve van Airborne.
15 NOM MCPV
Dit betreft een lening aan de NOM voor MCPV Nederland BV. Het betreft een eenmalige bijdrage van maximaal € 3 mln uit het strategische acquisitiebudget Nij Begun Groningen (Economische Bedrijvigheid). MCPV Nederland BV heeft lening aangevraagd en ontvangen voor de voorbereidende fase van de realisatie van zonnecel- en moduleproductie in Veendam Groningen.
16 NOM GDI
Dit betreft een lening aan de NOM ten behoeve van Graphenix Development B.V.
17 INNL Publiek-Private Product Structurering B.V.
Dit betreft een lening aan Invest-nl waarmee gerichte bedrijfsleningen worden afgegeven.
18 NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2019, 2020 en 2021
Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroegefase-financiering.
19 Participatiemij Oost NL N.V. DVI
Dit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative.
20 Participatiemij Oost NL N.V. DVI-2
Dit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative II.
21 STW 2014-2015
Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase-financiering.
22 STW 2016-2017
Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase-financiering.
23 Nedermaas Hightech Ventures
Dit betreft een in 2009 aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF verstrekte lening ten behoeve van Nedermaas Hightech Ventures, een nieuw venture-capital fonds dat zich richt op de vroege financiering van hightech start up's in de Provincie Limburg.
24 LIOF (COL 1/2)
Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.
25 NOM (COL 1/2)
Dit betreft een lening aan de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM B.V.) ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.
26 Innovation Quarter (COL 1/2)
Dit betreft een lening aan Innovation Quarter voor de investering in Innogenerics B.V. ten behoeve van de overname van de geneesmiddelen fabrikant Apotex.
27 Noord Holland Inwest (COL 1/2)
Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Noord-Holland.
28 BOM Capital I B.V. (COL 1/2)
Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.
29 Corona OverbruggingsLening Regio Utrecht B.V. (COL 1/2)
Dit betreft een lening aan COL RU ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.
30 Oost NL N.V. (COL 1/2)
Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Oost. N.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.
31 Investeringsfonds Zeeland B.V. (COL 1/2)
Dit betreffen leningen aan Investeringsfonds Zeeland B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.
32 Horizon de Aanjager (COL 2)
Dit betreft een lening aan Horizon de Aanjager ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Flevoland.
33 BOM Capital I B.V. Smart Photonics
Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) ten behoeve van de investering in Smart Photonics, een Eindhovense scale-up voor de productie van fotonische chips.
34 NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2018
Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroegefase-financiering.
35 Innovation Quarter
Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.
36 Invest-NL Capital N.V.
Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Dutch Alternative Credit Instrument (DACI).
37 Invest-NL Capital N.V. Dutch Future Fund
Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Dutch Future Fund.
38 NWO 2022/2023/2024
Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroege fase financiering.
39 Invest-NL Capital N.V. Deeptechfonds
Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Deeptechfonds.
40 EIF European Investment Fund / ETCI
Dit betreft een lening aan EIF ten behoeve van European Tech Champions Initiative.
41 Invest-NL BEV
Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid (BEV).
42 NWO VFF
Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroege fase financiering.
43 SecFund B.V.
Dit betreft een lening aan de Brabantse Onwikkelingsmaatschappij (BOM) ten behoeve van Security Fund (SecFund).
44 NWO VFF 2025
Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroege fase financiering.
45 NWO VFF 2026-2027
Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroege fase financiering
Slagvaardige Overheid
Tabel 8 Overzicht Slagvaardige Overheid (bedragen x € 1 mln)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord
Efficiencytaakstelling
‒ 5.126
‒ 9.891
‒ 16.538
‒ 23.668
‒ 23.668
Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid
‒ 25.663
‒ 64.687
‒ 64.687
Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor EZK gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat structureel oploopt tot circa € 88,4 mln. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.
Om te komen tot een efficiëntere en effectievere overheid, neemt EZK uiteenlopende maatregelen. Zo zijn diverse AI-initiatieven gestart, waarmee onder andere het schrijven en redigeren van stukken vereenvoudigd wordt, maar waarmee bijvoorbeeld ook direct specifieke informatie verkregen kan worden over de Beatrixmijnen in Limburg. Ook is een dashboard ontwikkeld waarmee managementinformatie eenvoudig te vinden is.
Verder wordt binnen EZK gewerkt aan uniformering en het verminderen van regeldruk. Hierbij kan gedacht worden aan het samenvoegen van secretariaten en het gelijktrekken van inkoopprocessen binnen het concern. Zo worden verschillende interne onderhandse drempelbedragen gelijkgetrokken voor elke enkelvoudige inkoopaanvraag. Ook wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om omzetdrempels voor concentratiemeldingen te indexeren en te verhogen, wat naar verwachting zal leiden tot een aanzienlijke afname van het aantal verplichte meldingen.
Ook op personeelsvlak neemt EZK een aantal gerichte maatregelen. Een voorbeeld hiervan is gerichte vacaturesturing waarbij vacatures alleen worden ingevuld als deze bijdragen aan de prioritaire opgaven van EZK en binnen de taakstelling passen. Er wordt gewerkt aan een stevigere inrichting van de interne controleprocessen gericht op apparaatsuitgaven, waarmee de personeelsuitgaven van het kerndepartement beter beheerst en gestuurd kunnen worden. Daarbij hoort onder andere dat personele mutaties als onderdeel van de budgettaire besluitvorming expliciet worden besproken in de Bestuursraad. Daarnaast wordt ingezet op rijksbrede samenwerking, onder meer binnen de Interdepartementale Commisie Organisatie en Personeelsbeleid (ICOP), zodat niet ieder departement zelf het wiel uit hoeft te vinden.
Voor wat betreft de invulling van de taakstelling ‘Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid’ wordt vooralsnog gewacht op nadere concretisering van de te nemen maatregelen vanuit de Taskforce Slagvaardige Overheid.
3. Beleidsartikelen
Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten
A. Algemene doelstelling
Goed functionerende markten zijn een motor voor economische ontwikkeling, innovatie en brede welvaart. Dit geldt voor zowel de Nederlandse markt als de Europese interne markt. De Europese interne markt levert door de schaalgrootte nieuwe afzetmogelijkheden, de mogelijkheid om meer te specialiseren en voor nieuwe uitdagers de ruimte om snel op te schalen. Het kabinet zet zich daarom nationaal, Europees en internationaal in voor regels en afspraken die ervoor zorgen dat: (1) consumenten keuzevrijheid hebben, (2) bedrijven op een gelijk speelveld opereren en (3) markten open, eerlijk en transparant zijn. Hiermee wordt voorzien in belangrijke voorwaarden voor de in de beleidsagenda beschreven hoofddoelen van EZK.
Om dit te realiseren zet het Ministerie van EZK in op de volgende doelen:
1. Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten;
2. Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie;
3. Het voorzien in maatschappelijke behoeften aan statistieken.
1. Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten
Het Ministerie van EZK zet zich in Europees verband sterk in voor het competitief houden van markten en voor eerlijke onderlinge verhoudingen in markten. Hierdoor wordt de concurrentie tussen bedrijven geborgd, het vrije verkeer van diensten en goederen bevorderd en consumenten beschermd. De Europese interne markt, met inbegrip van vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal, vormt een kernonderdeel van de Europese Unie en is cruciaal voor het Nederlandse verdienvermogen. Goed functionerende markten die concurrentie stimuleren en waar de consument goed wordt beschermd, leveren een belangrijke bijdrage aan economische groei en innovatie. Moderne en toekomstbestendig consumentenbeleid draagt bij aan een sterke positie van consumenten, gezonde concurrentie, keuzevrijheid en kwalitatief goede producten en diensten. Goedwerkend mededingingsbeleid is een belangrijke randvoorwaarde voor de economie als geheel en het generieke vestigingsklimaat in Nederland. Het hangt nauw samen met de rest van ons economische beleid en kan een belangrijke bijdrage leveren aan het mogelijk maken van de complexe transities waar bijvoorbeeld klimaat, energie en digitalisering om vragen. Daarnaast werkt EZK aan goede kaders om de toekomstbestendigheid van het aanbestedingsbeleid te verbeteren en in te zetten als strategisch beleidsinstrument om doelen als strategische autonomie en duurzaamheid te bevorderen.
2. Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende economie
Nederland moet koploper worden in digitalisering en verantwoorde innovatie. Dit is geen doel op zich, maar een belangrijke voorwaarde voor het vergroten van onze strategische autonomie, concurrentiekracht en duurzame economische groei (1,5%). Nederland heeft hiervoor een goede basis met een hoogwaardige digitale infrastructuur en een digitaal opgeleide bevolking, maar is tegelijkertijd ook kwetsbaar door hybride dreigingen. Derhalve is het noodzakelijk om onze hoogwaardige digitale infrastructuur te behouden en versterken in een geopolitieke turbulent wereld. Digitalisering versterkt onze welvaart, maar raakt ook aan onze kwetsbaarheid door afhankelijkheid van buitenlandse digitale technologie en infrastructuur. Onze strategische afhankelijkheid van niet-Europese digitale technologie brengt risico's met zich mee. Digitale soevereiniteit is een belangrijke voorwaarde om onze democratische waarden in het digitale tijdperk te beschermen. Dit vergt het creëren van de randvoorwaarden voor het opbouwen van Nederlandse en Europese digitale alternatieven en het versterken van de concurrentiekracht van de Nederlandse en Europese techsector.
De ambities, doelstellingen en acties van EZK op het gebied van de digitale economie richting 2030, staan beschreven in de Strategie Digitale Economie (Kamerstuk 26 643, nr. 941) en de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie (Kamerstuk 30 821, nr 228). Dit beleid is in lijn met het beleid van de Europese Commissie rond het digitaal decennium.
In lijn met de Beleidsbrief EZK werkt het kabinet in 2027 aan de volgende prioriteiten binnen artikel 1:
– Digitale weerbaarheid en autonomie van Nederland versterken door meer overheidsregie;
– Hoogwaardige en weerbare digitale infrastructuur als strategische voorziening behouden en uitbreiden;
– Verdere bevordering van het AI-ecosysteem in Nederland en het bouwen aan een industrieprogramma voor digitale diensten en AI.
Voor nadere beleidsambities en -prioriteiten zal de staatssecretaris na Prinsjesdag een brief over haar strategische inzet sturen.
3. Het voorzien in maatschappelijke behoeften aan statistieken
Het Ministerie van EZK is systeemverantwoordelijk voor het in stand houden van de onafhankelijke productie van goede en betrouwbare statistieken, en voor rechtmatige en doelmatige besteding van publieke gelden die daarmee gemoeid zijn. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft als onafhankelijk kennisinstituut de taak om betrouwbare statistische informatie te leveren. Onafhankelijke en betrouwbare statistieken zijn van belang om meer inzicht te krijgen in de samenleving en maatschappelijke fenomenen. Deze informatie draagt bij aan het voeren van becijferde maatschappelijke debatten en inzichten voor beleid.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister van EZK heeft als taak belemmeringen voor het goed functioneren van markten te verminderen of weg te nemen en innovatie te stimuleren. In dat verband is de minister systeemverantwoordelijk voor de Mededingingswet, de Aanbestedingswet en voor het functioneren van de Autoriteit Consument en Markt. Ook is de minister systeemverantwoordelijk voor de Dienstenwet, de Wet EU-beroepskwalificaties, de Metrologiewet, de Waarborgwet, de Postwet en het stelsel van normalisatie en accreditatie. Tot slot heeft de Minister van EZK een systeemverantwoordelijkheid voor de statistische informatievoorziening van rijkswege.
De Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit is onder andere verantwoordelijk voor het stellen van regels voor vaste en mobiele communicatienetwerken (Telecommunicatiewet) en voor de uitvoeringswetten voor EU-regelgeving die digitale markten reguleren zoals de Digitale dienstenverordening en de Dataverordening. De staatssecretaris is daarnaast beleidsverantwoordelijk voor de digitale infrastructuur. Onder de digitale infrastructuur verstaan we de hele keten die zorgt voor connectiviteit, van de telecomnetwerken, zee- en landkabels, datacenters, hosting en internet exchanges tot en met toegang tot de cloud.
Tabel 9 Kengetallen
Kengetallen
2022
2023
2024
2025
Ambitie 2030
Bron
1. Connectiviteit – beschikbaarheid vast breedband (1Gbps)
97,8%
98,3%
98,4%
98,8%
100%
DESI
2. Connectiviteit – beschikbaarheid mobiel breedband via 5G
99+%
100%
100%
100%
100%
DESI
3. Digitale intensiteit: %mkb met een basisniveau aan digitalisering
79,0%
82,7%
82,7%
88,8%
95,0%
DESI
4. ICT specialisten (% vd beroepsbevolking)
7,2%
6,9%
7,0%
7,2%
9,2%
DESI
In bovenstaande tabel staan kengetallen uit de recente gegevens van de Europese Commissie t.a.v. de beschikbaarheid van de digitale infrastructuur en economie. De cijfers tonen de beschikbaarheid voor het betreffende jaar. In de kolom ambitie 2030 staan de streefwaarden van EZK voor de genoemde indicatoren voor 2030. In het jaarlijkse landenrapport voor Nederland van het Digitaal Decennium constateert de Europese Commissie dat Nederland een sterke bijdrage levert aan de Digital Decade doelstellingen. De Europese Commissie wijst op een goede staat van connectiviteit in Nederland en het hoge niveau van digitale vaardigheden van de Nederlandse bevolking. Tegelijkertijd benoemt zij ook dat er belangrijke uitdagingen bestaan als het gaat om het tekort aan ICT-specialisten en dalende publieke investeringen in digitale innovatie.
C. Beleidswijzigingen
IPCEI-AI
De sleuteltechnologie AI heeft de potentie om het toekomstig verdienvermogen van Nederland te vergroten en 1,5% economische groei dichterbij te brengen. Zolang wij structureel blijven innoveren en toepassingen van AI mogelijk maken die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke en economische vraagstukken. Het kabinet stelt na een interessepeiling vanaf 2027 € 120 mln ter beschikking voor deelname van bedrijven aan de door Duitsland geleide IPCEI-AI (Important Projects of Common European Interest). De IPCEI-AI vormt een geïntegreerd raamwerk dat innovatie, veiligheid, onafhankelijkheid en economische groei combineert. De IPCEI-AI bouwt voort op de eerdere IPCEI voor Clouddiensten en cloudinfrastructuur (CIS) en het daaruit voortkomende 8ra-initiatief. In combinatie met integratie van de bestaande initiatieven draagt deze inzet bij aan het versterken van de Europese waardeketen voor AI. Ook draagt het bij aan de opbouw van een Europees ecosysteem van bedrijven, overheden en kennisinstellingen met grensoverschrijdende samenwerking op het terrein van innovatie van geavanceerde AI-technologie.
Pan-arctische zeekabel
Zeekabels zijn cruciaal voor de onafhankelijkheidspositie van Nederland en leveren op digitaal- en economisch vlak een belangrijke bijdrage aan Europese autonomie. Daarmee dragen nieuwe zeekabelaanlandingen bij aan veiligheid en weerbaarheid met routediversiteit en redundantie en een strategische verbinding om Nederland als digitaal knooppunt aantrekkelijk te houden. Het kabinet stelt € 18 mln ter beschikking voor het mogelijk maken van de Nederlandse aanlanding van de Pan-Arctische zeekabel. De financiering is voor zeebodemonderzoek naar de Nederlandse aanlanding van deze kabel en dragen in samenwerking met de Zeekabel Coalitie bij aan de werking van de business case voor een Nederlandse aanlanding.
Versterken randvoorwaarden digitale economie
EU digitale regels hebben de afgelopen jaren een stevig fundament geplaatst voor het realiseren van een weerbare en concurrerende digitale economie. In 2027 wordt verder geschaafd aan het optimaliseren van de regels in de digitale waardeketen. Dit is onder meer met de uitvoeringswet van de AI-verordening, de onderhandelingen over de Cloud and AI Development Act (CADA verordening), de positiebepaling van de toepassing van het Europees voorkeursprincipe en de uitwerking van de Digital Networks Act (DNA verordening).
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
518.601
473.022
573.647
431.454
358.445
353.717
354.287
Uitgaven
437.338
444.968
581.874
519.349
472.245
446.041
405.222
Subsidies (regelingen)
114.445
107.568
234.036
154.242
119.272
96.467
54.851
Cyber security
6.967
1.345
1.250
Subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland
4.772
7.680
8.420
3.500
3.500
3.500
3.500
EU-cofinanciering Digital Europe
6.131
8.047
8.826
11.115
1.031
Beter aanbesteden
9
AI-fabriek
5.600
481
351
17.330
18.294
30.257
PEGA - AI-fabriek
1.396
38.109
15.410
2.397
2.688
Kennisbasis beleidseconomie
172
172
172
172
IPCEI-AI
61.398
36.448
12.348
3.324
3.316
NGF - project AINED
16.911
22.777
37.231
29.974
27.889
16.175
3.387
NGF - project Nationaal Onderwijslab
7.695
10.258
6.310
7.443
14.312
31.857
NGF - project 6G Future Network Services
24.608
34.700
42.840
34.840
28.840
11.692
250
NGF - projecten subsidie route
22.067
20.831
20.201
15.340
11.453
11.453
11.453
Inkoopdomein
213
53
Digitale veiligheid
19.472
8.928
Opdrachten
20.313
27.387
42.837
59.185
50.064
50.647
50.890
Onderzoek & opdrachten
3.180
4.814
7.321
6.258
6.343
6.907
7.150
Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en Frequenties
4.088
5.258
4.463
7.370
5.282
5.282
5.282
Digital trust centre
610
380
4.105
3.536
3.744
3.744
3.744
Cyber security
5.279
6.464
11.196
12.117
12.410
12.347
12.347
ICT beleid
4.354
7.931
5.826
8.185
8.756
8.838
8.838
Terugbetaling boetes ACM
2.721
CSIRT - DSP
4
1.682
1.031
13.529
13.529
13.529
13.529
Nationaal Groeifonds
77
858
300
Arctische zeekabel
8.595
8.190
Bijdrage aan agentschappen
72.843
84.827
80.871
84.261
84.581
85.711
86.654
Bijdrage RVO
23.896
24.593
15.895
13.425
13.302
13.238
13.227
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)
48.947
60.234
64.976
70.836
71.279
72.473
73.427
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
225.468
219.534
219.175
216.764
213.426
208.312
207.923
Bijdrage Metrologie
19.332
13.801
14.101
13.918
13.920
13.919
13.608
Raad voor de Accreditatie
640
1.437
907
1.223
1.452
493
493
Bijdrage ACM
798
954
949
943
938
932
932
Bijdrage aan het CBS
204.698
203.342
203.218
200.680
197.116
192.968
192.890
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
4.269
5.652
4.955
4.897
4.902
4.904
4.904
Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut
1.390
1.538
1.538
1.538
1.538
1.538
1.538
Bijdrage aan internationale organisaties
2.879
4.114
3.417
3.359
3.364
3.366
3.366
Ontvangsten
13.880
44.848
45.923
47.174
48.235
48.235
48.235
Ontvangsten ACM
162
162
162
162
162
162
162
Ontvangsten High Trust
2.194
42.450
43.575
44.700
44.700
44.700
44.700
Diverse ontvangsten
10.984
2.236
2.186
2.312
3.373
3.373
3.373
NGF ontvangsten
540
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
Juridisch verplicht
84%
Bestuurlijk gebonden
12%
Beleidsmatig gereserveerd
4%
Vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
– Subsidies (regelingen): Een groot deel van de subsidie-instrumenten is volledig juridisch verplicht; voorbeelden zijn NGF-project AlNed AI-fabriek.
– Opdrachten: Een aantal opdrachten is reeds voor meerdere jaren aangegaan en daarmee juridisch verplicht. Dit geldt voor o.a. de bemiddelingsdienst voor doven en slechthorenden.
– Bijdragen aan agentschappen: De opdrachten worden voorafgaand aan het begrotingsjaar verstrekt en zijn daarmee 100% juridisch verplicht. Dit geldt bijvoorbeeld voor opdrachten aan RDI en RVO.
– Bijdragen aan ZBO's en RWT's: Betreft wettelijke taken van o.a. VSL, RvA en CBS.
– Bijdragen aan (Inter)nationale Organisaties: Betreft o.a. de bijdrage aan de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) en Commissie voor Aanbestedingsexperts.
Bestuurlijk gebonden
– Betreft onder andere deelname aan de IPCEI AI vanaf 2027 en het zeebodemonderzoek voor de Arctische zeekabel.
E. Toelichting op de financiële instrumenten
Subsidies
Cybersecurity
Er wordt subsidie verstrekt aan groepen van bedrijven in niet-vitale sectoren die op cybersecurityterrein willen samenwerken, in hun keten, regio of sector. Met het Cybersecurity Innovation Fund (CIF-NL) wordt innovatie van cyber security gestimuleerd door mkb'ers in staat te stellen om te werken aan innovatievecybersecurity-oplossingen.
Telecom Caribisch Nederland
De vaste lasten van essentiële diensten, zoals telecommunicatie en vast internet, zijn op Caribisch Nederland relatief hoog. Een beschikbaar, betaalbaar en betrouwbaar internet is noodzakelijk om volwaardig mee te kunnen doen in de (digitale) maatschappij. Daarom neemt het kabinet maatregelen om deze kosten te verlagen. Voor telecommunicatie stelt het kabinet 25 USD per aansluiting per maand beschikbaar op Bonaire en 35 USD per aansluiting per maand voor Saba en Sint Eustatius. Hiervoor is vanaf 2028 in totaal € 3,5 mln per jaar beschikbaar. Additioneel heeft het kabinet 15 USD per aansluiting per maand voor de BES eilanden in 2027 ter beschikking gesteld. Daarnaast wordt er incidenteel een investeringssubsidie beschikbaar gesteld voor de aanleg van snel en betrouwbaar (glasvezel)internet op Sint Eustatius.
EU-cofinanciering Digital Europe
Het Digital Europe Programme (DEP) is een programma binnen het huidige MFK (Meerjarig Financieel Kader van de EU) om het innovatie- en concurrentievermogen van de EU te verhogen en de strategische digitale capaciteiten te versterken. Dit is aanvullend op het Horizon Europe Programma, dat zich meer richt op onderzoek en innovatie. De voorgestelde prioriteiten binnen het programma zijn onder meer: artificiële intelligentie, cybersecurity en vertrouwen, digitale vaardigheden voor gevorderden, cloud data en European Digital Innovation Hubs.
(PEGA) AI-Fabriek
Met de realisatie van een nationale AI-fabriek kunnen bedrijven en onderzoekers gebruik maken van rekenkracht bij een AI-supercomputer, expertise en data. Dit vergroot de basis voor kennis, innovatie en talent voor de verantwoorde toepassing van AI in het bedrijfsleven, de wetenschap, het onderwijs en de overheid en draagt bij aan de concurrentiepositie van Nederland en Europa. De locatiekeuze voor Groningen draagt bij aan de Economische Agenda voor Groningen en Noord-Drenthe van Nij Begun. Ook sluit het aan bij de wens voor de aanwezigheid van een innovatief ecosysteem voor AI-onderzoek en innovatie, en beschikbare energie en ruimte. Hiervoor draagt de regio Groningen en Noord-Drenthe ook bij aan de realisatie van de AI-faciliteit. De investering komt deels voort uit de Economische Agenda Nij Begun.
Kennisbasis beleidseconomie
Dit instrument heeft als doel om de kennisbasis over beleidseconomie te ontwikkelen om de beleidskwaliteit te verhogen. Onder deze post valt een subsidie aan de stichting Instituut Financieel Economisch Beleid (IFEB). De stichting IFEB verzorgt BOFEB-traineeship waarmee financieel economische beleidsmedewerkers voor de Rijksoverheid worden opgeleid.
IPCEI-AI
De IPCEI-AI (Important Project of Common European Interest Artificial Intelligence) heeft als kerndoel om een Europees ecosysteem van bedrijven, overheden en kennisinstellingen met grensoverschrijdende samenwerking op het terrein van innovatie van geavanceerde AI-technologie op te bouwen. Inzet van de projecten is de ontwikkeling van een soeverein AI-continuüm met open en concurrerende basis-AI-modellen, efficiënte training- en inferentie-infrastructuur en energiezuinige AI-toepassingen. Daarnaast wordt gestandaardiseerde toegang tot industriële data binnen het kader van de Europese regelgeving gefaciliteerd. Tevens is het doel om AI-as-a-Service-oplossingen, open-source-oplossingen en brede integratie van AI in sectoren zoals energie, telecom, defensie, lucht- en ruimtevaart, maakindustrie en transport te stimuleren.
NGF-project AiNed
Het AiNed-programma wil de concurrentiepositie en strategische autonomie van Nederland op het gebied van AI versterken. AiNed versnelt de ontwikkeling en toepassing van AI in Nederland, zodat Nederland economisch en maatschappelijk kan blijven profiteren van AI en internationaal met de koplopers mee kan doen. Dankzij het AiNed-programma wordt Nederland gepositioneerd als een sterke AI-hub voor kennis en innovatie in Europa. Het programma pakt knelpunten aan voor de terreinen innovatie, kennisbasis, arbeidsmarkt, maatschappij en data delen. De focus ligt op sectoroverstijgende vraagstukken van groot gemeenschappelijk belang die veel overloop hebben naar verschillende toepassingsgebieden, zoals embedded AI en hybride AI-systemen.
NGF-project Nationaal Onderwijslab
Het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI) stimuleert de verantwoorde inzet van kunstmatige intelligentie (AI) in het onderwijs. Het programma richt zich op innovatie, onderzoek en opschaling van AI-oplossingen die het leren en lesgeven verbeteren.
Het programma heeft 2 doelen:
1. Het ontwikkelen van digitale intelligente onderwijsinnovaties, gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs.
2. Het inzichtelijk maken van de pedagogische, maatschappelijke en sociale gevolgen van digitale onderwijsinnovaties.
Het lab ontwikkelt prototypes voor concrete AI-toepassingen in het onderwijs. Zowel om het leerproces zelf te ondersteunen, als om leerkrachten te ondersteunen in hun werkzaamheden. Het project draagt bij aan het duurzaam verdienvermogen van Nederland door de kwaliteit en doelmatigheid van het funderend onderwijs te verbeteren.
NGF-project 6G Future Network Services
Dit programma streeft naar een toppositie voor Nederland in de ontwikkeling van 6G, de volgende generatie mobiele communicatie. Met een publiekprivate investering in onderzoek, innovatie en onderwijs (human capital) ontstaat in de periode 2024-2030 een sterk Nederlands 6G-ecosysteem. Het project vergroot de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven in de mondiale 6G-waardeketen. Ook versnelt het toepassingen in maatschappelijk belangrijke sectoren. In 2026 heeft het kabinet op advies van de adviescommissie NGF besloten om € 142 mln toe te kennen voor de uitvoering van de tweede fase van dit programma.
NGF-project Subsidieroute
Er zijn twee manieren waarop geld uit het NGF aan voorstellen kan worden verstrekt. Via een aanvraag bij de subsidieregeling en door overheveling van beleidsgeld naar een departementale begroting. De twee projecten die via de subsidieroute zijn goedgekeurd, worden rechtstreeks gefinancierd via de Subsidieregeling Nationaal Groeifonds, uitgevoerd door RVO, zonder eigenaarschap van een ministerie. Dit betreft middelen voor de uitfinanciering van deze NGF-projecten via de subsidieroute.
Opdrachten
Onderzoek en opdrachten
Dit betreft onderzoeksopdrachten die worden uitgevoerd ter ondersteuning van het beleid op het gebied van onder andere marktordening, mededinging, consumenten, aanbestedingen, Europese zaken, digitaal en de werking van de economie.
Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en Frequenties
De Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en Frequenties betreft opdrachten die gericht zijn op het bestemmen en verdelen van frequentiebanden, lokaal beleid en digitale connectiviteit, straling en gezondheid, regulering telecommarkt/telecomcode en nummerbeleid. Dit is allemaal gericht op een hoogwaardige digitale communicatie-infrastructuur die weerbaar is tegen diverse dreigingen voor de nationale veiligheid. Onder het laatste vallen sabotage of verstoring van vitale infrastructuur, weglekken van sensitieve technologie en kennis, en het ontstaan van risicovolle strategische afhankelijkheden binnen vitale infrastructuur of sensitieve technologie.
Cybersecurity
Om te zorgen dat bedrijven en consumenten de vruchten kunnen plukken van de digitale samenleving en economie is blijvende inzet nodig op het gebied van digitale weerbaarheid. Zo wordt blijvend ingezet op publieksvoorlichting via veiliginternetten.nl en in oktober de cybersecuritymaand. Door EU wet- en regelgeving zoals de Cyber Resilience Act te implementeren kunnen consumenten en bedrijven vertrouwen op digitale veilige producten. Ook wordt nationaal en Europees verder geïnvesteerd in cybersecurity kennisontwikkeling en innovatie via het Nationaal Coördinatiecentrum (NCC-NL) en de cybersecurityagenda onder de Nationale Technoglogiestrategie.
Digital Trust Center
Het Digital Trust Center (DTC) is er om het niet-vitale bedrijfsleven beter in staat te stellen hun eigen cyberweerbaarheid te organiseren (op basis van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven). Sinds 2026 is het DTC met het Nationaal Cyber Security Centrum geïntegreerd (NCSC) en is er één nationaal loket voor bedrijven. De structurele middelen voor onder andere het personeel, het beheer, de doorontwikkeling en gebruik van een online platform/community, kennisopbouw over cyberrisico's en kennisdeling met de doelgroep niet-vitaal bedrijfsleven zijnovergeheveld naar het NCSC. De middelen op de EZK-begroting zijn bestemd voor het organiseren, vormgeven en uitvoeren van de jaarlijkse activiteiten van het DTC.
ICT-beleid
Werkzaamheden met betrekking tot ICT-beleid bestaan onder meer uit het uitzetten van concrete kennis- en innovatie calls, die voortvloeien uit de Kennis- en Innovatie Agenda en Human Capital Agenda. Deze innovatie- en onderzoekscalls zullen mede worden vormgegeven door de (vak)departementen. Het in te zetten instrumentarium zal onder meer bestaan uit calls in samenwerking met NWO. Daarnaast heeft het kabinet als doel om in 2030 één miljoen geschoolde mensen werkzaam te hebben op de arbeidsmarkt t.b.v. ICT voor de digitale transitie van Nederland (Actieplan Groene en Digitale banen). Ter ondersteuning hiervan worden voor de jaren 2024-2027 middelen beschikbaar gesteld voor publiek en private samenwerking in de regio.
CSIRT - DSP
Het CSIRT voor digitale diensten (Computer Security Incident Response Team) is een gespecialiseerd team van professionals die snel kunnen handelen bij een computer of netwerk beveiligingsincident. Het CSIRT geeft, naast het nemen van maatregelen, advies bij incidenten en zorgt voor het opsporen en analyseren van dreigingen. Het CSIRT-DSP verzorgt de informatievoorziening voor clouddiensten, onlinezoekmachines en online-marktplaatsen en is met het NCSC geïntegreerd om één nationaal loket voor bedrijven te verwezenlijken. Het NCSC verricht in opdracht van EZK de sectorale CSIRT-taken in het kader van de Cyberbeveiligingswet.
Nationaal Groeifonds
Het opdracht- en onderzoeksbudget NGF is het budget voor de ondersteuning van de Adviescommissie Nationaal Groeifonds. Hieronder vallen onder andere de onkostenvergoedingen van de commissieleden, het uitvoeren van onderzoek en inhuur van expertise ter ondersteuning van en communicatie ten behoeve van de adviescommissie.
Arctische zeekabel
Bij amendement van het lid Dassen c.s. ter vervanging van nr. 5 over middelen voor zeebodem-onderzoek (Kamerstuk 36 915, XIII nr. 7) heeft de Tweede Kamer middelen vrijgemaakt voor zeebodem-onderzoek ten behoeve van de Nederlandse aftakking van de intercontinentale zeekabels die tussen Europa en Japan via het Arctisch gebied in Noord-Amerika moet lopen. De in de tabel opgenomen bedragen betreffen de middelen voor de uitvoering van dit zeebodemonderzoek
Bijdrage aan agentschappen
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is als uitvoerende dienst van het Ministerie van EZK onder meer verantwoordelijk voor de voorlichting van ondernemers over de aanbestedingsregelgeving. Hieronder vallen ook de taken van PIANOo als expertisecentrum voor aanbestedende diensten en het daarbij behorende TenderNed, het systeem voor het elektronisch aanbesteden. Daarnaast is RVO verantwoordelijk voor o.a. opdrachten op het gebied van digitalisering en cybersecurity, zoals het National Contact Point Digital EU en National Coordination Centre voor digitale veiligheid. Ook voert RVO ondersteunende taken uit voor het NGF.
Rijksinspectie Digitale Infrastuctuur
De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) draagt onder meer zorg voor de toelating tot het frequentie spectrum en ziet toe op het juiste gebruik daarvan. De toezichtstaken hebben betrekking op onder meer toezicht op ondergrondse netten (WIBON), Metrologiewet, Waarborgwet, bevoegd aftappen en dataretentie. De RDI voert het toezicht uit op de Europese eIDAS-Verordening, de Cyber Security Act (CSA) en de NIS2- en CER-richtlijnen. De voornaamste uitvoeringstaken zijn voorlichting in het kader van het antennebeleid, juridische procedures en een bijdrage voor werkzaamheden in het kader van vergunningvrije toepassingen. Daarnaast draagt RDI bij aan het voorbereiden bij uitvoering van nieuw beleid, met name op technische onderwerpen.
Bijdrage aan ZBO's/ RWT's
Metrologie
Met de Metrologiewet worden nationale meetstandaarden beschikbaar gesteld, die de basis vormen voor een internationaal herleidbare metrologische infrastructuur. Het gebruik van gecontroleerde meetinstrumenten bij het leveren van goederen draagt onder andere bij aan eerlijke handel- en consumentenbescherming. VSL B.V. is het nationaal metrologisch instituut (NMI) van Nederland. VSL B.V. ontwikkelt, beheert en onderhoudt de nationale meetstandaarden in opdracht van EZK op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd.
Raad voor Accreditatie
De Raad voor Accrediatie (RvA) is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat controleert of een laboratorium, keurings-, certificerings-, of inspectie-instantie aan de accreditatienormen voldoet. De taken van de RvA zijn vastgelegd in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie. De RvA ontvangt jaarlijks een bijdrage van de Staat voor Europese en internationale activiteiten die relevant zijn voor de accreditatiesector als geheel.
Autoriteit Consument en Markt
De Autoriteit Consumenten en Markt (ACM) voert wettelijke taken uit als het gaat om generieke mededingingstoezicht en consumentenbescherming via de Mededingingswet Wet handhaving consumentenbescherming. Daarnaast is ACM ook belast met de regulering van de telecommarkt en het sectorspecifieke markttoezicht in de sectoren energie, telecommunicatie, post en vervoer. De apparaatsuitgaven van de ACM staan op artikel 40 van de EZK-begroting, net als de kosten van de ACM die worden doorbelast naar marktorganisaties die onder het ACM-toezicht vallen. Het bedrag op artikel 1 betreft de geraamde kosten van de leden van het bestuur van de ACM.
Centraal Bureau voor de Statistiek
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is opgericht vanuit de behoefte aan onafhankelijke, betrouwbare informatie om maatschappelijke vraagstukken te begrijpen. Het CBS heeft als onafhankelijk kennisinstituut dan ook tot wettelijke taak het publiceren van betrouwbare en samenhangende statistische informatie, waardoor becijferde maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden. Informatie over het CBS en Caribisch Nederland treft u onder meer aan op Statline, de databank van het CBS.
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties
Nederlands Normalisatie Instituut
Het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) ontvangt een bijdrage van de Staat voor het uitvoeren van werkzaamheden die voortvloeien uit de Europese Verordening voor normalisatie en de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen die gaat over het verstrekken van informatie over normen. Tevens is de bijdrage bedoeld voor het informeren van Nederlandse belanghebbenden over initiatieven van de Europese en mondiale normalisatie-instellingen. Daarnaast gebruikt het NEN een deel van de bijdrage voor haar verschuldigde contributies aan de Europese en mondiale normalisatie-instellingen voor de controle op actualiteit van verwijzingen naar normen in regel- en kennisgeving aan ministeries.
Internationale organisaties
De bijdragen aan internationale organisaties betreffen onder andere:
– Universal Postal Union (UPU): een internationale organisatie die de verschillende postovergangen tussen UPU-lidstaten controleert. Elke lidstaat gaat dan ook akkoord met de regels voor het internationaal postverkeer. Het is formeel een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties. De UPU speelt een belangrijke rol in het optimaliseren van postdiensten. De hoofddoelen van de UPU zijn de promotie van het mondiale postverkeer, toename van het aantal verwerkte poststukken door te voorzien in moderne producten en diensten, en een hoge servicekwaliteit voor de consument.
– International Telecommunication Union (ITU): binnen de ITU worden o.a. internationale afspraken gemaakt over wereldwijde toewijzing van radiofrequenties aan categorieën van diensten en over de toewijzing van (schaarse) ruimteposities aan satellietsystemen.
– European Conference of Postal and Telecommunications Administrations (CEPT): De inzet in de UPU en ITU wordt regionaal voorbereid. Voor landen in Europa is daarvoor CEPT het aangewezen kanaal. EZK draagt jaarlijks bij aan de kosten van het permanente ondersteunende bureau (ERO) in Kopenhagen.
– Internationale organisaties metrologie: Dit betreft bijdragen aan Organisation Internationale de Métrologie Légale (OIML), WELMEC en Bureau International des Poids et Mesures (BIPM). De bijdragen liggen vast in internationale verdragen.
– European Telecommunications Standards Institute (ETSI): een onafhankelijke, niet-commerciële organisatie die standaarden ontwikkelt voor telecommunicatie, elektronica en netwerken die wereldwijd worden gebruikt.
Toelichting op de ontvangsten
High Trust
De Hight Trust ontvangsten hebben betrekking op boetes die toezichthouders van EZK opleggen en waar – in het kader van het zogenaamde High Trust-beleid – een meerjarige raming voor wordt aangehouden. Verreweg het grootste deel van de ontvangsten betreft boetes die opgelegd worden door de ACM.
Diverse ontvangsten
De post diverse ontvangsten betreft de ontvangsten voor de bemiddelingsdiensten voor eindgebruikers met een hoor- of spraakbeperking welke het Ministerie van EZK jaarlijks voorfinancieert. De geregistreerde aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken- en diensten dragen uiteindelijk de kosten.
Extracomptabele fiscale regelingen
Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de Btw-vrijstelling post. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen.
Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar het hoofdstuk ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota.
Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
A. Algemene doelstelling
Met het bedrijvenbeleid bouwt het Ministerie van EZK mee aan een sterke, productieve en weerbare economie die duurzame welvaart creëert en onze vrijheid en veiligheid waarborgt nu en in de toekomst. Bedrijven staan daarbij centraal. Zij dragen op een essentiële manier bij door werkgelegenheid te bieden, te innoveren en oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken. Ze spelen een cruciale rol in het vervullen van basisbehoeften zoals voedsel, medische zorg, huisvesting en mobiliteit, en dragen bij aan verduurzaming door investeringen in alternatieve energie en technologieën van de toekomst. Dit maakt bedrijven onmisbaar voor maatschappelijk vooruitgang en onze kwaliteit van leven.
Door ruimte te geven aan nieuwe ideeën ontstaan kansen voor bestaande en nieuwe bedrijvigheid. Dat gebeurt in partnerschap tussen bedrijven, Rijk, regionale overheden, Europa en met bilaterale internationale samenwerking. De overheid zorgt voor de randvoorwaarden van een sterk vestigingsklimaat en ondernemingsklimaat (hierna: ondernemingsklimaat). Onder andere door letterlijk ruimte te scheppen, op bedrijventerreinen en in de stad, door lastenluwe regelgeving te bewerkstelligen en te zorgen voor voldoende talent.
Dit kabinet heeft de ambitie om de sterkste economie van Europa te zijn en weer tot de top-5 van meest concurrerende landen wereldwijd te horen. In lijn met de in de beleidsagenda gestelde hoofddoelen van EZK streeft EZK daarvoor naar een structurele economische groei van 1,5%; naar investering in onderzoek en ontwikkeling (R&D) conform de 3%-doelstelling, naar verhoging van de weerbaarheid van de samenleving en naar vermindering van afhankelijkheden van kritieke grondstoffen.
Om dit te realiseren zet het Ministerie van EZK in op de volgende drie strategische doelen op het terrein van bedrijfsleven en innovatie:
1. Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomst.
2. Een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap.
3. Het vergroten van economische veiligheid en het voorbereiden op crises, terwijl Nederland een open economie blijft.
1. Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomst
Innovatie is één van de belangrijkste bronnen voor economische groei, welvaart en vooruitgang op tal van maatschappelijke terreinen. Succesvolle innovaties creëren niet alleen toegevoegde waarde, maar bieden ook (deel)oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken, zoals op het gebied van veiligheid, energietransitie, zorg en landbouw. Door een combinatie van generiek beleid en specifiek industrie- en innovatiebeleid stimuleert het kabinet (private) investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D). Voor een innovatieve economie hanteert het kabinet de doelstelling om in 2030 3% van het bruto binnenlands product uit te geven aan publieke en private investeringen in R&D. In 2025 is een 3%-R&D-actieplan opgesteld om die doelstelling te kunnen realiseren (Kamerstuk 33 009, nr. 165). Investeren in R&D is een van de fundamenten voor ons innovatief vermogen, naast randvoorwaarden als een goed ondernemingsklimaat, een goede kennisinfrastructuur, kennissamenwerking, een goed werkende financieringsmarkt (zie hiervoor ook beleidsartikel 3 van deze begroting) en het beschikbaar zijn van bekwaam personeel. Het benutten van (publieke) kennis door bedrijven voor het ontwikkelen van producten en diensten en het vermogen van bedrijven daarin op te schalen wordt valorisatie genoemd. Het kabinet zet in op valorisatie van kennis bij publieke instellingen, het vergroten van innovatieve toepassingen door effectieve samenwerking in innovatie-ecosystemen, het versterken van het ecosysteem voor startups en scale-ups en het realiseren van een excellent toepassingsgericht kennisstelsel gericht op maatschappelijke en economische vooruitgang.
Met het missiegedreven innovatiebeleid worden R&D-investeringen van publieke en private partijen gericht op het vinden van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Dat gebeurt mede met behulp van inzet op sleuteltechnologieën en digitalisering, die een belangrijke rol vervullen bij het adresseren van maatschappelijke uitdagingen en voorts van groot belang zijn voor het economisch verdienvermogen van Nederland. Met de uitvoering van de Kennis- en Innovatieagenda’s en het daaraan gerelateerde Kennis- en Innovatieconvenant voor de periode 2024-2027 wordt invulling gegeven aan dit beleid door bedrijven, kennisinstellingen en overheids partijen (Kamerstuk 33 009, nr. 135).
De Nationale Technologiestrategie, NTS, (Kamerstuk 33 009, nr. 140) geeft bouwstenen voor een strategisch technologiebeleid door tien prioritaire sleuteltechnologieën te identificeren waar het Nederlandse kennisveld en het Nederlandse bedrijfsleven een positieve impact mee kunnen maken en waarin een unieke Nederlandse positie mogelijk is. Door de richting en focus die de NTS geeft, biedt deze een basis voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland en een autonome positie in technologische waardeketens. Het kabinet stimuleert uitvoering van de NTS; het instrumentarium van EZK wordt – waar opportuun – op de NTS toegespitst. In de context van de Kennis- en Innovatieagenda Sleuteltechnologieën zijn door het veld actieagenda’s opgesteld op de tien kansrijke technologieën uit de NTS (website ‘Actieagenda's (NTS)’).
In de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland in 2026-2027 (COM(2026) 219 final) zijn in relatie tot het bedrijvenbeleid van EZK aanbevelingen opgenomen. Hieronder worden deze toegelicht en wordt aangegeven hoe hier invulling aan wordt gegeven binnen het beleid op de artikelen 2 en 3 van de EZK-begroting.
De aanbevelingen zijn:
– De uitvoeringsdynamiek in het kader van de cohesiebeleidsprogramma’s vasthouden, in voorkomend geval voortbouwend op de heroriëntatie naar strategische prioriteiten en de flexibiliteit in de tussentijdse evaluatie van het kader voor het cohesiebeleid.
– De publieke en particuliere onderzoeks- en ontwikkelingsintensiteit vergroten door de steun te richten op investeringen in belangrijke strategische technologieën en op regionale innovatie ecosystemen. De financieringskloof aanpakken voor start-ups en scale-ups, onder meer door stimulansen te bieden om institutionele beleggers aan te trekken. Kleine en middelgrote ondernemingen ondersteunen met het oog op innovatie en toepassing van nieuwe technologieën, onder meer via rechtstreekse subsidies en fiscale stimulansen.
De implementatie van de cohesieprogramma’s verloopt goed en nagenoeg het gehele beschikbare budget is reeds aan projecten toegewezen. Hoewel de ruimte voor herschikking en herprioritering van middelen beperkt is, worden bestaande kansen maximaal benut. Zo zijn de beheerautoriteiten van de cohesieprogramma’s gewezen op de mogelijkheden die de tussentijdse evaluatie/herziening biedt voor projecten met een focus op defensie en veiligheid. In april 2026 heeft het EFRO Zuid programma een specifieke call geopend voor projecten die de industriële capaciteit voor dual-use toepassingen en strategische dual-use technologieën versterken. Voorts is binnen het Just Transition Fund een deel van het budget geherprioriteerd naar projecten die passen binnen de doelstellingen van het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP-prioriteiten) (Staatscourant 2026, nr. 20470).
Middels de Nationale Technologiestrategie werkt het kabinet aan het gericht versterken van innovatie in Nederland, door in te zetten op specifieke sleuteltechnologieën (Kamerstuk 29 826, nr. 277). In het coalitieakkoord is er speciale aandacht voor beleid gericht op regionale innovatieclusters, onder andere met het aanwijzen van fysieke ruimte die van strategisch belang is rondom regionale innovatieclusters. Verder wordt met de EFRO-programma’s geïnvesteerd in regionale innovatie-ecosystemen. Het kabinet werkt aan verschillende initiatieven om financieringsknelpunten voor startups en scale-ups aan te pakken. Daarbij wordt ook ingezet op het mobiliseren van institutioneel kapitaal, zoals is beschreven in het 3%-R&D-actieplan (Kamerstuk 33 009, nr. 165) en in het coalitieakkoord. Technologie- en innovatiesteun aan mkb-bedrijven vindt structureel in sterke mate plaats met diverse subsidie- en financieringsregelingen en met de fiscale faciliteit WBSO. Ook co-financiert het kabinet de Smart Industry Productiviteitsagenda 2026-2028 van de FME, de Metaalunie en TNO, waarin onder andere innovatieve methodieken ontwikkeld worden om de productiviteit in de maakindustrie te verhogen.
2. Een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap
Hoewel het Nederlandse ondernemingsklimaat positief wordt beoordeeld in internationale ranglijsten, zijn er steeds meer zorgen over het ondernemings- en vestigingsklimaat. Het kabinet versterkt het verdienvermogen, het ondernemingsklimaat en de bestaanszekerheid. Knelpunten die ondernemers ervaren moeten worden aangepakt en opgelost, bijvoorbeeld via het terugdringen van regeldruk en het beter benutten van bedrijfsruimte. Een goed ondernemingsklimaat is essentieel voor het verdienvermogen in Nederland.
Bij het ontwikkelen van wet- en regelgeving is toetsing op werkbaarheid en uitvoerbaarheid voor met name het mkb steeds vaker de norm. Dit is belangrijk, aangezien regeldruk een veelgehoord knelpunt is voor ondernemers. In opschaling en uitrol van bijvoorbeeld nieuwe technologieën ondersteunt EZK enerzijds het bedrijfsleven onder andere door standaardisatie en het vastleggen van voorwaarden. Andere knelpunten waar ondernemers tegenaan lopen zien bijvoorbeeld toe op fiscaliteit en de energie-infrastructuur. Anderzijds helpt EZK bedrijven in het vernieuwen en toekomstbestendig maken van hun businessmodel door middel van wet- en regelgeving, onder meer ten aanzien van zaken als bescherming van intellectueel eigendom en het merkenrecht.
Ons concurrentievermogen valt of staat met voldoende talentvolle mensen met de juiste vaardigheden die willen en kunnen werken. Met name in kraptesectoren zoals de techniek, ‘groene’ banen en digitale banen. Toegang tot talent is cruciaal voor bedrijven om te kunnen ondernemen. Daartoe zet dit kabinet het Actieplan Groene en Digitale Banen voort, verkent het kabinet de opschaling van initiatieven, zoals het beleidsexperiment FRAIM en presenteert het kabinet binnenkort de Talentagenda.
EZK werkt verder aan een betere toegang tot financiering voor ondernemers, zodat zij kansen kunnen benutten om publieke en private middelen aan te trekken, waarmee zij kunnen ondernemen, groeien, vernieuwen, investeren in transities en periodes van tegenspoed kunnen overbruggen of daarvan herstellen.
Bovendien moet er voldoende fysieke ruimte komen voor bedrijven. Het nationaal programma Ruimte voor Economie en de Ruimtelijke Economische Visie13hebben een eerste fundament gelegd die nu wordt vertaald in een gezamenlijke uitvoeringsagenda van Rijk, decentrale overheden en bedrijfsleven. Om ook in de toekomst in de ruimtevraag van bedrijven te kunnen voorzien verwachten we dat richting 2050 zo’n 3,5% van het bodemgebruik voor economie nodig zal zijn tegen 2,8% in 2022.
Daarnaast stimuleert EZK duurzaam ondernemerschap door bedrijven, samen met het MVO-steunpunt bij RVO, te ondersteunen bij gepaste zorgvuldigheid en rapportage volgens de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), en bij het omgaan met wetgeving op het vlak van IMVO. Ook draagt EZK als adviserend lid van het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen bij aan toepassing van internationale normen voor verantwoord ondernemen.
3. Het vergroten van economische veiligheid en het voorbereiden op crises, terwijl Nederland een open economie blijft.
Het Nederlandse bedrijfsleven en specifiek onze industrie spelen een cruciale rol in het versterken van de weerbaarheid en het concurrentievermogen van Nederland. De ambitie is het behouden van een open, veilige en weerbare economie, met een sterk technologisch hoogwaardige industrie als belangrijk onderdeel daarvan. Hiervoor is naast het stimuleren van strategische markten en technologieën, ook het beschermen van onze economische veiligheid van belang.
Het economische veiligheidsbeleid heeft drie hoofddoelen: 1) het tegengaan van ongewenste kennis- en technologieoverdracht; 2) het verminderen en voorkomen van risicovolle strategische afhankelijkheden (inclusief de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen) en 3) het borgen van vitale processen. Hier wordt uitvoering aan gegeven in drie lijnen: Protect, Promote en Partner. Naast de drie doelen van het economisch veiligheidsbeleid werkt EZK ook aan het voorbereiden van het bedrijfsleven op crises.
Verder ontwikkelt en draagt EZK actief bij aan een strategisch, industriebeleid op nationaal, Europees en internationaal niveau. EZK zet met gericht industriebeleid in op de verdere versterking van de Nederlandse positie op halfgeleiders,14biotechnologie, aan de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (DSII) gerelateerde groeimarkten, digitale diensten (met name AI), machinebouw en innovatieve chemie (Kamerstuk 29 826, nr. 278). Ook wordt invulling gegeven aan het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden en het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, halffabricaten, (eind)producten en componenten die dergelijke grondstoffen bevatten.
De industrie vervult een centrale rol in de realisatie van een circulaire Nederlandse economie. In 2050 moet de industrie circulair zijn en worden er geen primaire grondstoffen (van niet-biogene oorsprong) meer gebruikt. De bijdrage die EZK levert aan de circulaire maakindustrie in het kader van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030 draagt hier mede aan bij. EZK is daarnaast verantwoordelijk voor beleid gericht op de circulaire maakindustrie en circulariteit van kritieke grondstoffen, waaronder hergebruik, recycling en toepassing van substituten. Daarnaast versterkt het kabinet de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen via de Nationale Grondstoffenstrategie. De inzet op hergebruik van kritieke grondstoffen en de grondstoffentransitie is hier onderdeel van, in samenhang met het NPCE. Als randvoorwaarde wil het kabinet de concurrentiepositie van de industrie behouden en versterken, ook voor de weerbaarheid van Nederland. Verduurzaming en circulaire economie biedt immers grote kansen voor bedrijven die vooroplopen in de transitie.
Meer specifiek moeten we ons mkb en grootbedrijf beschermen en weerbaarder maken tegen buitenlandse dreigingen. Onze kenniseconomie maakt Nederland tot een aantrekkelijk doelwit voor landen die kennis en technologie willen vergaren ten gunste van hun eigen (technologische) positie. Geopolitieke spanningen verhogen de risico’s voor onze economische veiligheid. Dit vraagt om een aanpak van het versterken van het ondernemingsklimaat die óók deze risico’s adequaat ondervangt en de weerbaarheid van Nederland versterkt.
Kengetallen bedrijvenbeleid
In de aansluitende tabel staan de voornaamste kengetallen voor het bedrijvenbeleid. Het kabinet heeft de ambitie dat Nederland wereldwijd moet behoren tot de top 5 van de landen met een goede concurrentiepositie. Op basis van de meest recente World Competitiveness Ranking staat Nederland achtste. Verder wordt met het bedrijvenbeleid gestreefd naar een koppositie voor Nederland op de internationale ranglijsten van de arbeidsproductiviteitsniveau en het European Innovation Scoreboard.
Om – aanvullend op de begroting – het parlement te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website bedrijvenbeleidinbeeld.nl verdere informatie aan over de indicatoren en kengetallen.
Tabel 12 Kengetallen
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
1. Arbeidsproductiviteitsniveau (positie NL)
9
9
10
10
10
10
10
11
n.n.b.
2. Global Competitiveness index / World Competitiveness Ranking (positie NL)
6
4
4
4
6
5
9
10
8
3. European Innovation Scoreboard (positie NL)
4
4
4
5
4
4
4
3
3
4. R&D intensiteit (in % van BBP)
2,10
2,14
2,27
2,22
2,18
2,23
2,29
n.n.b.
n.n.b.
5. Rapportcijfer ondernemingsklimaat door bedrijven
6,7
6,4
6,0
6,1
n.n.b.
6. Aandeel industrie in bbp (in %)
11,9
11,7
11,8
12,1
11,6
11,6
11,7
11,7
n.n.b.
B. Rol en verantwoordelijkheid
Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de rollen en verantwoordelijkheden die de Minister van EZK heeft in het bedrijvenbeleid. In de tekst onder de tabel wordt verder toegelicht wat deze rollen en verantwoordelijkheden behelzen en op welke van de drie hierboven onderscheiden strategische doelen ze betrekking hebben.
Tabel 13 Rol en verantwoordelijkheid
Stimuleren
Financieren
Regisseren
(Doen) uitvoeren
Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomst
√
√
√
Een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap
√
√
√
Het vergroten van economische veiligheid en het voorbereiden op crises, terwijl Nederland een open economie blijft
√
√
1. Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomst
Stimuleren
De minister stimuleert innovaties die bijdragen aan een innovatieve, concurrerende economie door private investeringen in R&D te bevorderen via onder meer de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Voor het stimuleren van private deelname aan publiek-private onderzoeksinitiatieven wordt onder meer de PPS Innovatieregeling ingezet vanuit de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s).
Financieren/regisseren
De minister is verantwoordelijk voor toegepast onderzoek en innovatie en werkt nauw samen met de Minister van OCW, die verantwoordelijk is voor het stelsel van (fundamenteel) onderzoek en wetenschap en de verwevenheid met onderwijs. De Minister van EZK coördineert en ontwikkelt het industriebeleid en het missiegedreven innovatiebeleid en financiert het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking. Dit doet de minister onder meer door:
– de TO2-instituten TNO, Deltares, MARIN en NLR te financieren;
– gezamenlijke regie met OCW op de publiek-private samenwerking via NWO;
– cofinanciering van de EFRO-programma’s (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling) en het Fonds voor Rechtvaardige Transitie. Voor de EFRO- programma’s binnen Nederland draagt de minister systeemverantwoordelijkheid;
– het bevorderen van innovatiegericht inkopen door overheden;
– het stimuleren van strategische markten en technologieën met o.a. sectoragenda’s;
– het bevorderen van de start en groei van startups naar scale-ups, o.a. door de inzet van TechLeap;
– het ontwikkelen van strategisch industriebeleid op nationaal, Europees en internationaal niveau;
– het versterken van het concurrentievermogen, waardecreatie en modernisering van strategische sectoren en industriële waardeketens.
2. Een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap
Stimuleren
De minister stimuleert een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat door onder meer:
– het aanbieden van een pakket van fiscale ondernemersstimulering gericht op zelfstandig ondernemerschap, bedrijfsoverdrachten en bedrijfsinvesteringen;
– daarnaast biedt het bedrijvenbeleid een samenhangend aanbod van financieringsinstrumenten om gewenste investeringen in bedrijven en projecten mogelijk te maken die onvoldoende financiering in de markt kunnen aantrekken (zie ook beleidsartikel 3 van deze begroting);
– het inrichten van een effectief en efficiënt werkend stelsel van intellectueel eigendom.
Regisseren
De minister regisseert en coördineert de randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap:
– samenwerking met de relevante regionale netwerken en partners. Met ingang van 2027 versterken we deze samenwerking met een gebiedsgerichte aanpak gericht op interventies in regionale innovatieclusters;
– informeren en ondersteunen van ondernemers (van het starten van een bedrijf tot het vinden van een opvolger) via de Kamer van Koophandel (KvK);
– mkb-ondernemers meer bij wet- en regelgeving betrekken via de mkb-toets;
– het regisseren en uitvoeren van het nieuwe ‘programma vermindering regeldruk ondernemers’.
(Doen) uitvoeren
De minister biedt overheids- en informatiediensten aan ter ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau door onder meer toegang tot overheidsdiensten (financieel en/of door middel van kennis) via:
– de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
– het aansturen van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van hoogwaardige buitenlandse investeerders, samen met de Minister voor BHOS;
– het Innovatie Attaché Netwerk ter ondersteuning van sectoren, ondernemers en kennisinstellingen uit binnen- en buitenland bij hun internationale R&D- en innovatie-ambities.
3. Het vergroten van economische veiligheid en het voorbereiden op crises, terwijl Nederland een open economie blijft
Stimuleren
De minister stimuleert economische weerbaarheid van het brede bedrijfsleven tegen militaire en hybride dreigingen. De minister werkt daarnaast samen met Defensie aan het versterken, beschermen en internationaal positioneren van de Nederlandse Defensie Technologische & Industriële Basis. Dit gebeurt onder meer via het Commissariaat Militaire Productie en de uitvoering van het industriële participatiebeleid.
Regisseren
De minister bevordert de economische veiligheid door bij te dragen aan het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden en het beschermen van vitale belangen van bedrijven en sectoren. Ook draagt de minister zorg voor beleidsvorming en wetgeving op dit terrein (waaronder de Wet Vifo), en vervult een coördinerende rol bij de EZK-inbreng in bredere veiligheidsvraagstukken. Dit doet de minister onder meer door:
– het beschermen van de economische veiligheid o.a. met de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid en het ondernemersloket Economische Veiligheid;
– het verminderen van risicovolle afhankelijkheden en het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, (eind)producten, halffabricaten en componenten die deze kritieke grondstoffen bevatten.
C. Beleidswijzigingen
Bedrijfsfinanciering
Met de actieagenda voor startups en scale-ups zet het kabinet in op beleidsinterventies die het verschil maken voor deze bedrijven (gamechangers) en wordt gewerkt aan verbinding van het technologie- en innovatiebeleid aan innovatief ondernemerschap. Een goed voorbeeld hiervan is de aangekondigde fiscale regeling voor medewerkersparticipatie en uitzondering voor aandelen in startups en scale-ups in box 3 (Kamerstuk 32 637, nr. 709).
Nationale talentstrategie
Het kabinet zet samen met werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen, studentenorganisaties, publieke dienstverleners en andere belanghebbenden in op het beter benutten van talent. Hiervoor heeft het kabinet een brede Talentstrategie opgezet, die beleid op het terrein van arbeidsmarkt, onderwijs, fiscaliteit en migratie met elkaar verbindt. Hiermee is de stap gezet om van losse sectorale aanpakken naar een samenhangende inzet voor een productievere, wendbare en weerbare beroepsbevolking, in lijn met het advies van de Staatscommissie Demografie en het rapport Wennink, te gaan. De strategie is opgebouwd langs de volgende lijnen: (1) Het kabinet zet erop in dat mensen relevante vaardigheden opdoen en sneller een baan vinden via opleidingen, om- en bijscholing en begeleiding naar (beter) werk; (2) dat meer mensen beschikbaar komen voor sectoren die cruciaal zijn voor onze brede welvaart via het beter benutten van onbenut arbeidspotentieel en gerichte werving van internationaal talent; (3) sectoren ondersteund worden in de uitdaging om meer met minder mensen te doen door investeringen in innovatie en productiviteitsgroei, het slimmer organiseren van werk en het verlagen van onwenselijke of onnodige arbeidsvraag.
Toegang mkb financiering
Voor het mkb dat wil starten, vernieuwen en groeien is de toegang tot mkb financiering cruciaal. Voor ondernemers die financiering nodig hebben tot € 1 mln is het relatief lastig en duur om die financiering te verkrijgen.15Om de toegang tot financiering onder de € 1 mln te verbeteren, breiden we de financiers die gebruik kunnen maken van de BMKB uit door ook crowdfunders toe te laten. Daarnaast zal de BMKB in 2027, in samenspraak met financiers, worden versimpeld om zo beter aan te sluiten op moderne kredietverlening. Deze stichting heeft tot doel non-bancaire mkb-financiers verder te professionaliseren en zal zorgen voor meer en strengere audits, kwaliteitscontroles en meer transparantie richting ondernemers. De impuls van de overheid moet de sector in staat stellen de zelfregulering duurzaam zelfstandig voort te zetten. De toegang tot financiering is ook cruciaal als bedrijven willen investeren in transities zoals verduurzaming en als ze periodes van tegenspoed moeten overbruggen. Om ondernemers tegemoet te komen die in de knel raken door de gestegen prijzen ten gevolge van de situatie in het Midden-Oosten is er een uitbreiding gekomen van de BMKB die onder andere voorziet in werkkapitaal. Verder zullen investeringen in duurzaamheid meer worden gestimuleerd door allereerst de rentekorting op duurzaamheidsleningen van Qredits verder te verhogen en komen er in 2027 extra middelen (€ 15 mln) uit het Klimaatfonds beschikbaar voor deze duurzaamheidsleningen.
Voldoende ruimte voor economie
De fysieke ruimte voor bedrijven en economische activiteiten, waar het merendeel van ons geld wordt verdiend, is schaars. Uit onderzoek blijkt dat als we geen actie ondernemen er in de nabije toekomst in verschillende provincies geen vrij uitgeefbare bedrijventerreinen meer zijn. We verwachten dat richting 2050 3,5% van ons grondverbruik voor economie nodig zal zijn. Daarom geven we voldoende ruimte aan de fysieke uitbreiding van bedrijven en tekenen we voldoende ruimte in voor bedrijventerreinen. Gemeenten die bedrijventerreinen opheffen of transformeren naar bijvoorbeeld woningbouw worden verzocht deze ruimte te compenseren met nieuwe ruimte voor bedrijven. Samen met decentrale overheden werk ik via het Uitvoeringsprogramma Ruimte voor Economie aan deze opgave. Uw Kamer wordt in het najaar van 2026 geïnformeerd over de stand van zaken van de Uitvoeringsagenda Ruimte voor Economie.
Verzilveren economische kansen in Nederlandse regio’s
Elke regio telt. In alle Nederlandse regio’s zien we unieke kenmerken die maken dat bedrijven en mensen zich er vestigen en dagelijks werken aan een sterke Nederlandse economie. Tegelijkertijd is het voor de lange termijn ook noodzakelijk de economische ontwikkeling door te zetten zodat we in de toekomst ook welvarend zijn. Met een integrale aanpak wil ik kansen voor het regionale verdienvermogen verzilveren en de randvoorwaarden hiervoor op orde te krijgen. Het kabinet stelt zich op als partner voor regionale stakeholders om zo oog te hebben voor de bevoegdheden, instrumenten en ideeën over de toekomst die leven buiten Den Haag. Als Minister van EZK ga ik aan de slag met een gebiedsgerichte aanpak en interventies in regionale innovatieclusters. Dat vraagt naast het stimuleren van innovatie óók om het zorgen voor de juiste (fysieke) randvoorwaarden. En dat in onderlinge samenhang te doen. Ik zet daar vanaf 2027 structureel middelen voor in, die oplopen tot € 25 mln. Hiermee herneemt EZK een regierol op het regionaal economisch beleid.
Ook neemt EZK een trekkende rol in regionale programma’s en ecosystemen die het verdienvermogen, en de randvoorwaarden daarvoor, versterken, zoals investeringen via de Economische Agenda Groningen, ontwikkeling van high-tech brandpunten, de Einstein Telescoop in Zuid-Limburg en de fotonicafabriek in Brainport. In het Caribisch deel van het Koninkrijk richt EZK zich op het versterken, diversifiëren en verduurzamen van de economie met gerichte keuzes en uitvoerbare investeringen. Recente uitspraken rondom het klimaatbeleid vergroten de urgentie om economische ontwikkeling en verduurzaming te verbinden in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het op te richten Economisch Groeiplatform Carib zal hierin een cruciale rol vervullen.
Herstructurering winkelgebieden
Met de Regeling specifieke uitkering Impulsaanpak winkelgebieden konden gemeenten tussen 2022 en 2024 een specifieke uitkering ontvangen voor de gebiedsgerichte en integrale herstructurering en transformatie van (delen van) centrale winkel gebieden en binnenstedelijke winkelstraten. Het kabinet heeft in 4 openstellingsronden € 100 mln geïnvesteerd om het realiseren van toekomstbestendige winkelgebieden in vitale binnensteden mogelijk te maken. Bij de 2e suppletoire begroting 2025 van Economische Zaken is aanvullend € 6 mln beschikbaar gesteld voor de Impulsaanpak Winkelgebieden. Tenslotte heeft de Tweede Kamer in 2026 een amendement van lid Kisteman C.S. aangenomen om het bestaande budget incidenteel met € 4,7 mln te verhogen. Hierdoor kunnen tot 2034 in totaal 47 projecten worden gerealiseerd.
Pilot programma’s Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)
Veelbelovende innovaties komen in Nederland niet tot wasdom bij gebrek aan een wendbare organisatie die high-risk ontwikkeling kan financieren en naar de markt begeleiden. Daarom richt het kabinet NADI op: een organisatie die gericht R&D financiert en coördineert via tijdelijke, probleem gedreven programma's. Vooruitlopend op de volledige start van NADI begin 2028 worden in 2027 drie pilotprogramma's uitgevoerd. Elk programma is € 30–50 mln en gericht op een van de prioritaire domeinen uit het coalitieakkoord: Digitalisering & AI, Veiligheid & Weerbaarheid, en Life Sciences & Biotech.
Stimuleringsprogramma academische spin-offs
Het aantal academische spin-offs is in Nederland laag vergeleken met andere landen, zoals ook in rapport Wennink staat. Om het aantal spin-offs vanuit academische instellingen te verhogen start het kabinet met structurele financiering voor academische spin-offcreatie gekoppeld aan ondernemersvriendelijke voorwaarden. Hiermee kunnen universiteiten een vijfjarige subsidie aanvragen om valorisatie-activiteiten uit te voeren, waarbij ook een cofinanciering vanuit de universiteit wordt gevraagd. Hiervoor stelt het kabinet oplopend tot € 30 mln structureel beschikbaar.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
2.339.684
3.178.963
2.808.560
2.143.484
2.233.830
2.321.893
2.294.460
Uitgaven
1.816.563
1.978.482
1.872.279
1.755.996
1.572.411
1.520.544
1.453.400
Subsidies (regelingen)
533.031
664.655
628.248
577.936
437.087
434.906
390.014
MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)
4.640
2.999
8.577
11.300
18.783
19.440
19.440
Europese & Internationale programma’s
49.229
58.854
77.863
72.017
102.845
128.348
120.582
Bevorderen ondernemerschap
16.027
13.968
17.110
11.487
13.978
13.541
13.761
Bijdrage aan Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs)
12.710
13.941
13.924
11.184
11.247
11.248
11.248
Startup-beleid
6.053
6.025
4.911
4.901
3.790
Invest-NL
12.740
10.881
9.407
9.066
9.132
9.132
9.132
Tegemoetkoming vaste lasten
10.326
7.002
Europees Defensie Fonds cofinanciering
138
2.058
Herstructurering winkelgebieden
15.537
12.939
13.755
20.788
8.739
775
R&D mobiliteitssectoren
24.664
8.216
4.700
NGF - project Health-RI
11.000
11.000
8.467
5.000
NGF - project RegMed XB
5.959
2.271
821
1.661
2.292
NGF - project QuantumDeltaNL
54.780
70.000
70.409
59.928
30.148
42.980
74.553
NGF - project Oncode-PACT
58.543
31.875
31.000
31.000
29.000
0
NGF - project NXTGEN HIGH TECH
58.235
76.392
42.019
5.353
5.353
56.054
NGF - project PhotonDelta
47.993
86.964
50.000
35.720
10.000
10.000
10.263
NGF - project Opschaling PPS beroepsonderwijs
33.366
34.877
23.480
16.520
19.140
7.399
2.350
NGF - project Material Independence & Circular Batteries
17.120
45.851
32.241
36.927
16.858
8.776
IPCEI Cloudinfrastructuur en services
9.735
10.784
11.693
11.987
7.823
4.279
4.250
IPCEI Micro elektronica
20.660
81.378
21.637
44.951
17.053
525
975
Tegemoetkoming Energiekosten
341
2.703
Qredits
4.000
7.500
10.500
Actieplan Groene en Digitale Banen
4.932
253
4.188
4.188
4.188
4.188
7.995
Ruimte voor economie
587
929
16.503
13.650
24.650
24.650
24.650
Maritieme Maakindustrie
2.065
4.764
5.731
5.673
5.698
4.898
1.072
Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent
41.357
56.550
67.728
71.316
16.346
905
2.259
PEGA - Ruimte voor economie
1.700
2.100
21.600
1.600
1.200
1.300
IPCEI Advanced Semiconductor Technologies
22.500
32.500
32.500
32.500
40.000
Leveringszekerheid Kritieke Grondstoffen
1.060
3.120
9.890
7.640
7.107
6.510
6.510
Economische Veiligheid
1.385
1.330
6.203
4.250
3.716
2.392
642
TSH Vliegtuigmaakindustrie
4.044
5.975
6.114
5.290
3.960
13.525
8.791
Stimulering academische spin-offcreatie
15.451
31.122
31.122
31.122
31.122
Overig
2.105
714
768
417
419
419
419
Leningen
11.000
33.200
53.719
8.640
8.162
0
0
Bedrijfssteun
6.000
NGF - project PhotonDelta
14.200
14.200
PEGA - economische bedrijvigheid
5.000
19.000
39.519
8.640
8.162
Garanties
17.209
64.312
57.662
56.373
56.373
55.373
55.373
BMKB
14.011
38.567
36.917
35.628
35.628
35.628
35.628
Klein Krediet Corona garantieregeling
392
Groeifaciliteit
2.481
8.000
8.000
8.000
8.000
8.000
8.000
Garantie Ondernemersfinanciering
11.825
11.745
11.745
11.745
11.745
11.745
Garantie Ondernemersfinanciering Corona
5.000
Maatwerk garanties
920
1.000
1.000
1.000
MKB Financiering
325
Opdrachten
8.857
9.806
14.398
27.404
12.393
12.389
11.388
Onderzoek en opdrachten
6.748
6.786
6.976
6.382
6.257
6.253
6.253
Caribisch Nederland
391
639
1.020
1.020
1.020
1.020
1.020
Regeldruk
962
936
3.736
2.336
2.450
2.450
2.450
Budget Samenwerking regio
756
1.445
2.666
17.666
2.666
2.666
1.665
Bijdrage aan agentschappen
149.105
146.629
112.125
105.130
103.778
102.082
102.016
Bijdrage RVO
148.457
145.815
111.322
104.338
102.994
101.302
101.237
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)
648
814
803
792
784
780
779
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
554.951
535.505
449.854
414.217
372.994
379.990
373.373
Bijdrage aan TNO
345.506
348.559
260.661
250.474
224.958
214.407
211.434
Kamer van Koophandel
187.115
170.628
165.753
143.986
127.693
145.438
145.292
Bijdrage aan NWO-TTW
22.330
16.318
23.440
19.757
20.343
20.145
16.647
Bijdrage aan medeoverheden
30.649
17.753
8.664
0
0
0
0
MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)
30.649
17.753
8.664
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
469.704
506.622
547.609
566.296
581.624
535.804
521.236
Internationaal Innoveren
51.861
66.132
72.448
75.295
83.613
71.312
77.194
PPS Innovatieregeling
191.229
200.732
192.389
190.761
187.367
187.013
149.883
TO2 (excl. TNO)
76.010
83.499
94.845
84.877
75.017
69.089
69.043
Topsectoren overig
1.344
1.896
732
600
600
600
600
Ruimtevaart (ESA)
94.933
117.491
115.007
117.328
112.537
82.693
80.668
Bijdrage NBTC
11.569
11.287
10.097
9.577
9.475
9.475
9.475
Overige bijdragen aan organisaties
10.953
12.170
12.586
7.967
7.797
8.797
8.797
Economische ontwikkeling en technologie
141
2.737
7.894
8.598
8.394
14.281
20.074
EU-cofinanciering JTF
14.232
3.825
4.156
156
156
156
156
Faciliteiten toegepast onderzoek TO2 en RKI
9.143
21.951
42.454
21.668
17.388
30.346
Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI)
10.000
25.000
75.000
75.000
75.000
NGF - project NXTGEN Ruimtevaart
8.289
6.853
5.504
3.683
Storting begrotingsreserve
42.057
0
0
0
0
0
0
Storting begrotingsreserve
42.057
Ontvangsten
416.078
251.359
127.744
153.624
128.401
127.401
130.045
Rijksoctrooiwet
53.885
48.235
49.347
51.040
51.040
51.040
51.040
Europese & Internationale programma’s
4.514
5.250
5.250
5.250
5.250
5.250
5.250
F-35
13.220
15.864
15.864
18.508
Diverse ontvangsten
60.455
92.641
1.247
1.247
1.247
1.247
1.247
Bedrijfssteun
33.653
39.033
5.700
16.667
BMKB
18.270
33.000
33.000
33.000
33.000
33.000
33.000
Onttrekking begrotingsreserves
216.300
Groeifaciliteit
1.724
8.000
8.000
8.000
8.000
8.000
8.000
NGF ontvangsten
1.789
Garantie Ondernemingsfinanciering
6.203
13.000
13.000
13.000
13.000
13.000
13.000
Maatwerkgaranties
1.000
1.000
1.000
1.000
Tegemoetkoming Energiekosten
19.285
11.200
11.200
11.200
Tabel 15 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
2.339.684
3.178.963
2.808.560
2.143.484
2.233.830
2.321.893
2.294.460
waarvan garantieverplichtingen
402.671
1.188.928
1.086.012
1.059.900
1.059.900
1.065.000
1.065.000
waarvan overige verplichtingen
1.937.013
1.990.035
1.722.548
1.083.584
1.173.930
1.256.893
1.229.460
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 16 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
Juridisch verplicht
91%
Bestuurlijk gebonden
6%
Beleidsmatig gereserveerd
3%
Vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
– Subsidies: Een groot deel van de subsidie-instrumenten is juridisch verplicht; voorbeelden zijn bijdrages aan de ROM’s, Economische Bedrijvigheid en een aantal NGF-projecten.
– Bijdragen aan ZBO's/RWT's: De bijdragen aan TNO en Kamer van Koophandel zijn juridisch verplicht.
– Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: De budgetten voor bijdragen aan (inter)nationale organisaties zijn grotendeels juridisch verplicht. Voorbeelden van juridisch verplichte instrumenten zijn bijdragen aan Marin, Deltares en NLR.
Bestuurlijk gebonden
– Subsidies: Een deel van de subsidies is bestuurlijk gebonden. Voorbeelden zijn Bevorderen Ondernemerschap en Qredits duurzaamheid.
– Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Een deel van deze budgetten is bestuurlijk gebonden, zoals het budget voor het Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI) en Nationaal Programma Ruimtevaart.
Beleidsmatig gereserveerd
– Subsidies: Een deel van subsidies is beleidsmatig gereserveerd. Voorbeelden zijn Pilots Verduurzaming Bedrijventerreinen en het budget gereserveerd voor co-financiering aan Europese partnerschappen.
– Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Enkele van deze kasbudgetten zijn beleidsmatig gereserveerd, zoals het budget gereserveerd voor de Faciliteiten Toegepast Onderzoek (FTO).
E. Toelichting op de financiële instrumenten
Subsidies
MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren
De regeling MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) richt zich op het bevorderen van innovatie bij het mkb. Ook stelt de regeling het mkb beter in staat zich via de Topsectoren aan te sluiten bij de door de Topsectoren opgestelde innovatieagenda’s, het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en de regionale innovatiestrategieën. Dit krijgt onder andere vorm door het stimuleren van samenwerking tussen MKB-bedrijven op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie en het gebruik van publiek gefinancierde kennis door het mkb. De regeling wordt in samenwerking met de provincies uitgevoerd en gefinancierd. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op de website van RVO.
Europese & Internationale programma's
Binnen het instrument Europese & Internationale programma's worden gezamenlijke projecten gefinancierd door de deelnemende landen en de EU. De regelingen op de EZK-begroting zijn onder andere Eurostars ter bevordering van grensoverstijgende samenwerking door het (innovatief) mkb. Daarnaast zijn er ook gerichte programma’s op specifieke industrieën zoals EuroHPC en EuroQCI waarmee Nederland participeert in Europese programma’s ter bevordering van de High Performance Computing en Quantum Communication Infrastructure. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op de website van RVO.
Bevorderen ondernemerschap
Deze middelen zijn gereserveerd voor diverse initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap, zoals de ondersteuning van de digitalisering van het mkb, het stimuleren van ondernemerschapsonderwijs en maatregelen ten behoeve van het programma Actieplan digitale en groene banen.
Bijdrage aan Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs)
Met deze middelen worden de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) ondersteund: NOM (Noord-Nederland), BOM (Noord-Brabant), LIOF (Limburg), Oost NL (Gelderland en Overijssel), Innovation Quarter (Zuid-Holland), Impuls Zeeland (Zeeland), ROM Regio Utrecht (Utrecht), Horizon Flevoland (Flevoland) en ROM InWest (Noord-Holland).
Deze middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken en te bundelen met sectorale initiatieven en ander generiek beleid en daarnaast om de samenwerking tussen het (innovatieve) mkb en kennisinstellingen in de regio te bevorderen. In juli 2022 is de evaluatie van de ROM’s over de periode 2016-2020 aangeboden aan de Kamer (Kamerstuk 32 637, nr. 502, bijlage 1). In algemene zin schetst de evaluatie een positief beeld van de toegevoegde waarde van de ROM’s, waarbij de meerwaarde vooral zit in de geïntegreerde aanpak van investeren, innoveren en internationaliseren in de regio, waarbij verbindingen met landelijk beleid worden georganiseerd. In de Kamerbrief (Kamerstuk 32 637, nr. 502) is aangegeven hoe de aanbevelingen uit de evaluatie worden opgevolgd.
Startup-beleid
De Rijksoverheid helpt ambitieuze ondernemers en startups die snel willen doorgroeien. Startups zijn jonge innovatieve, technologiegedreven bedrijven. Ze werken aan een schaalbaar verdienmodel en hebben internationale groeiambitie. Als onderdeel van de startup en scale-up agenda wordt voor de periode van 2026 t/m 2029 € 14,8 mln beschikbaar gesteld aan Stichting Dutch StartHub voor de uitvoering van het Techleap-programma.
Het Ministerie van EZK heeft samen met Techleap en andere publieke en private stakeholders een verkenning uitgevoerd hoe de taken en rollen van Techleap na medio 2026 structureel ingevuld kunnen worden. Hieruit blijkt dat met name voor de deeptech activiteiten nog publieke financiering nodig is, omdat daar systeemveranderingen nodig zijn. Middels de beschikbaar gestelde middelen blijft Techleap haar rol als onafhankelijke aanjager voor deeptech-startups en scale-ups vervullen. Techleap zal zich daarbij expliciet richten op 1) meer succesvolle startups uit kennisinstellingen en 2) startups en scale-ups die prioritaire sleuteltechnologieën toepassen in groeimarkten.
Invest-NL
In 2027 is € 9,4 mln beschikbaar voor projectontwikkeling door de Business Development dochter van Invest-NL. Naast het verstrekken van financiering aan ondernemingen, heeft Invest-NL ook als taak het ontplooien van ontwikkelactiviteiten en het aangaan van samenwerking met nationale en internationale promotionele instellingen. Deze activiteiten dienen marktfalen te bestrijden, zodat er meer rendabele financieringsmogelijkheden ontstaan voor marktpartijen.
Europees Defensie Fonds cofinanciering
Het Europees Defensie Fonds stimuleert innovatie en samenwerking in de defensie-industrie. De Europese Commissie (EC) wil met het Europees Defensie Fonds (EDF) onderzoek en ontwikkeling voor het defensie-domein verder stimuleren. Het EDF staat ook open voor technologieën die voor andere doeleinden geschikt zijn (dual-use). Het programma loopt van 2021 tot 2027.
Herstructurering winkelgebieden
Het kabinet investeert hiermee in het realiseren van toekomstbestendige winkelgebieden en in vitale binnensteden. Met de Regeling specifieke uitkering Impulsaanpak winkelgebieden kunnen gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor de gebiedsgerichte en integrale herstructurering en transformatie van (delen van) centrale winkelgebieden en binnenstedelijke winkelstraten. Er zijn vier openstellingen geweest en in totaal nemen 47 gemeenten deel aan het programma. Komende jaren vindt de uitfinanciering plaatst.
R&D Mobiliteitssectoren
DR&D mobiliteitsectoren is bedoeld voor deelnemers van een samenwerkingsverband uit de luchtvaart, maritieme en automotive sectoren. Via publiek-private samenwerking kunnen bedrijven kennisinstellingen, zoals TO2-instellingen en universiteiten, betrekken. Deze regeling heeft acht R&D samenwerkingsverbanden gehonoreerd die bestaan uit 214 unieke organisaties.
NGF-project Health-RI
Het project Health-RI heeft in totaal € 69 mln toegekend gekregen. Dit project investeert in (1) de ontwikkeling van een geïntegreerde, nationale gezondheidsdata- en onderzoeksinfrastructuur, (2) het wegnemen van sociale en organisatorische belemmeringen door middel van een afsprakenstelsel, en (3) een centraal punt voor data-uitgifte. Het doel is om innovatie in de life sciences and health-sector te stimuleren door data van Nederlandse ziekenhuizen en zorgorganisaties, kennisinstellingen, organisaties in de publieke gezondheid, patiëntenorganisaties, gezondheidsfondsen en bedrijven te standaardiseren en met elkaar te verbinden. Het voorstel richt zich op het delen en gebruiken van (onderzoeks)data.
NGF-project RegMed XB
Het project RegMed XB investeert in de bouw van een landelijke regenera tieve geneeskunde-pilotfabriek met gespecialiseerde locaties (pilotlijnen) voor de verdere ontwikkeling van regeneratieve gezondheidszorg. Regeneratieve geneeskunde is erop gericht nieuwe behandelingen te ontwikkelen die slim gebruik maken van het zelf-herstellend vermogen van ons lichaam. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van gen-, cel- en weefseltherapieproducten. Het doel van RegMed XB is enerzijds om op lange termijn chronische ziekten te kunnen voorkomen of genezen, en anderzijds het Nederlandse bedrijfsleven in staat te stellen om innovatieve producten en processen te ontwikkelen en in te spelen op een sterk groeiende buitenlandse markt. In totaal is voor dit NGF-project 56 mln toegekend.
NGF-project QuantumDeltaNL
Het project Quantum Delta NL (QDNL) heeft € 615,2 mln toegekend gekregen en richt zich op het versterken van het Nederlands quantum ecosysteem. Quantumtechnologie is een sleuteltechnologie die radicaal nieuwe producten en diensten mogelijk maakt. Quantumcomputers, quantumsimulators, quantumnetwerken en quantumsensoren kunnen straks dingen die «klassieke» apparaten niet kunnen. En kunnen voor nieuwe verdienmodellen en oplossingen voor maatschappelijke problemen zorgen. Nederland staat hiermee aan het begin van een technologierevolutie.
NGF-project Oncode-PACT
Het doel van Oncode-PACT is om een infrastructuur op te zetten met innovatieve modellen en methoden waarmee effectieve kandidaat-kankermedicijnen sneller en goedkoper ontwikkeld worden voor specifieke patiëntengroepen. Hierdoor trekt het project investeringen aan en brengt het nieuwe medicijnen die preciezer en eerder werken bij de juiste patiënt. Dit verbetert de kwaliteit van het leven van kankerpatiënten en versterkt het toekomstige verdienvermogen van Nederland. In totaal is voor dit NGF-project € 284 mln toegekend.
NGF-project NXTGEN HIGH TECH
NXTGEN HIGHTECH ontwikkelt een nieuwe generatie high tech equipment binnen zes toepassingsdomeinen: lasersatellietcommunicatie, biomedische productietechnologie, semiconductors, composieten, energie en agrifood. Daarnaast draagt het voorstel bij aan de versterking van het innovatie-ecosysteem, dat samenwerkt over wetenschappelijke disciplines en sectoren heen en heeft het voorstel een verdiepingsprogramma voor de doorontwikkeling van hightech apparatuur in nieuwe domeinen zoals plasmatechnologie en ‘thin films’. Voor dit programma is in totaal € 450 mln toegekend voor een periode van 7 jaar.
NGF-project PhotonDelta
Het doel van PhotonDelta is versnelling van de ontwikkeling van het Nederlandse fotonica-ecosysteem. Het voorstel bouwt voort op het Nationaal Plan Geïntegreerde Fotonica. Geïntegreerde fotonica houdt in dat chips met optische signalen werken in plaats van elektrische signalen. Communicatie via optische signalen kan meer informatie tegelijk versturen en ook over een langere afstand. In totaal is € 421 mln toegekend aan dit NGF-project waarvan € 50 mln voorwaardelijk.
NGF-project Opschaling PPS beroepsonderwijs
Het project Opschaling van succesvolle publiek private samenwerkingen in het beroepsonderwijs overbrugt de kloof tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt, met name het midden- en klein bedrijf, in relatie tot de klimaat- en digitale transitie. Dit gebeurt door talentontwikkeling van huidige en aankomende werknemers en door het versterken van het innovatievermogen van bedrijven. Het budget van € 68,9 mln voor 2027 t/m 2031 wordt besteed aan de opschaling van een kopgroep van 18 publiek private samenwerkingen (tussen vmbo, mbo, hbo, ondernemersverenigingen en bedrijven) in het beroepsonderwijs. Om de voortgang te monitoren en de kennis en ontwikkelingen van de pps’en te waarborgen, voert van Platform Bèta Techniek (via Katapult) een kennis- en ontwikkelingsprogramma uit.
NGF-project Material Independence & Circular Batteries
Material Independence & Circular Batteries richt zich op het versterken van de positie van de Nederlandse maakindustrie in de mondiale batterijketen, waarbij duurzaamheid en circulariteit centraal staan. Hierdoor wordt Nederland minder afhankelijk van internationale toeleveranciers van benodigde grondstoffen die niet altijd beschikbaar zijn en batterijonderdelen. Dit is essentieel om de klimaatdoelstellingen te behalen en draagt bij aan het duurzaam economisch verdienvermogen in Nederland. In totaal is € 157,9 mln toegekend.
IPCEI Cloudinfrastructuur en services
De Important Project of Common European Interest Cloud Infrastructure and Services (IPCEI CIS) heeft als doel om uiteindelijk een volledig nieuwe Europese gedecentraliseerde software-infrastructuur voor het geavanceerde gebruik van computerbronnen op het gebied van cloud en edge te bouwen. Drie aan het Europese IPCEI CIS ecosysteem deelnemende Nederlandse projecten krijgen op grond van de Nederlandse IPCEI subsidieregeling subsidie verstrekt.
IPCEI Micro-elektronica
De Important Project of Common European Interest Micro-elektronica (IPCEI ME/CT) is een grootschalig Europees consortium met als doel de Europese industrie toegang te garanderen tot moderne en duurzame micro/nano-elektronica, inclusief de benodigde software, door de huidige waardeketen verder te versterken en uit te bouwen. Bij IPCEI ME/CT gaat het om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten rond micro-elektronica en communicatietechnologie in de volledige waardeketen – van materialen en tools tot chipsontwerp en productieprocessen.
Inzet van deze projecten is het faciliteren van digitale en groene transformatie door innovatieve micro-elektronica- en communicatieoplossingen te creëren en energie-efficiënte en materiaalbesparende elektronicasystemen en productiemethoden te ontwikkelen. Deze projecten zullen bijdragen aan de technologische vooruitgang in diverse sectoren, zoals communicatie (5G en 6G), autonoom rijden, kunstmatige intelligentie en quantumcomputers. Ook ondernemingen die actief zijn in energieopwekking, -distributie en -gebruik, zullen steun krijgen bij het maken van hun groene transitie.
Qredits
Qredits verstrekt duurzaamheidsleningen aan het mkb. Het Klimaat- en energiefonds heeft additioneel € 15 mln aan middelen beschikbaar gesteld zodat Qredits duurzaamheidsleningen tot max. € 50.000 kan verstrekken. De € 15 mln van het Klimaat- en energiefonds wordt ingezet om een lening met een lage rente aan te kunnen bieden. Qredits zal hiermee ca. 1.700 leningen kunnen verstrekken aan ondernemers.
Actieplan Groene en Digitale Banen
Het Actieplan Groene en Digitale Banen zet in op het aanpakken van de tekorten aan technici en digitale professionals. Dit is randvoorwaardelijk voor de doelen van de groene en digitale transities, en voor een concurrerende weerbare economie. In het kader van het actieplan worden er middelen vrijgemaakt voor de opschaling van de omscholingstrajecten Twin Transition. Het doel van deze maatregel is om bestaande omscholingstrajecten van de netbeheerders op te schalen en uit te breiden. Een aparte focus ligt op statushouders, waarvoor een specifiek voorschakeltraject is ontwikkeld.
Ruimte voor Economie
Het Ministerie van EZK werkt aan een nationaal programma Ruimte voor Economie dat in de zomer van 2023 is gepubliceerd. Doel van het programma is het borgen van voldoende fysieke ruimte voor bedrijven op de juiste plek in kwantitatief en kwalitatief opzicht.
Het doel is om verduurzaming en herontwikkeling van bedrijventerreinen een impuls te geven en ervaring opdoen met het anders organiseren en financieren van het verduurzamen, toekomstbestendig maken en herontwikkelen van bestaande terreinen.
In 2025 is gestart met het ontwikkelen van 12 investeringsplannen om in kaart te brengen aan welke opgaven gewerkt moet worden om de bedrijventerreinen te verduurzamen en toekomstbestendig te maken en welke investeringen dat vraagt van zowel publieke als private partijen.
Onder Ruimte voor Economie valt tevens een nieuwe subsidieregeling voor de versterking van regionale innovatieclusters. Bij deze regeling wordt nauw samengewerkt met regionale overheden en ingezet op publieke cofinanciering. De regeling wordt de komende periode verder uitgewerkt.
Maritieme Maakindustrie
De Maritieme Maakindustrie richt zich op het ondersteunen maar de Maritieme sector via het maritiem innovatieprogramma (in samenwerking met het Ministerie van Defensie en Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) en de Duurzame innovatieve Scheepsbouw (SDS). Het doel van de SDS is het stimuleren van innovatieve, duurzaamheid bevorderende experimentele technologieën binnen de scheepsnieuwbouw- en ombouw.
Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent
De microchipindustrie is een van de belangrijkste pijlers van het huidige en het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Voor de verbetering van het vestigingsklimaat voor de microchipindustrie in Nederland is ruim € 2 mld beschikbaar vanuit de Rijksoverheid. Het doel van het Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent is om te zorgen voor een groei van technici voor de microchipindustrie. Voor deze sector wordt op korte termijn - tot en met 2030 - een groeiende talentvraag verwacht van 38.000 extra technisch opgeleide mensen. Specifiek voor de talentopgave is tot en met 2030 in totaal incidenteel € 450 mln beschikbaar gesteld voor EZK en OCW gezamenlijk. De middelen op de EZK-begroting worden ingezet in de regio's Eindhoven, Enschede Groningen, Delft en Arnhem-Nijmegen voor initieel bekostigd onderwijs, onderwijs top-ups en voorinvesteringen, institutionele randvoorwaarden (t.b.v. verbetering samenwerking tussen onderwijssectoren) om- en bijscholingsactiviteiten en activiteiten als kennisdeling, wervingsactiviteiten, beurzen etc.
PEGA: Ruimte voor economie
Het Ministerie van EZK heeft binnen het maatregelenpakket Nij Begun Groningen een budget van € 100 mln beschikbaar gesteld voor strategische (internationale) acquisities. Dit budget is specifiek gericht op het versterken van het lange termijn verdienvermogen van de regio Groningen en Noord-Drenthe door het aantrekken van strategische internationale en buitenregionale investeringen.
Het Budget Strategische Acquisitie (BSA) biedt een breed scala aan financiële instrumenten, waaronder subsidies in de vorm van marktconforme lening (achtergesteld en/of converteerbaar naar deelnemingen) en subsidies. Deze flexibiliteit maakt het mogelijk om maatwerk te bieden in situaties waar de markt zelf niet toereikend is, maar ondersteuning wel gewenst is.
Deze aanpak creëert een unieke kans voor zowel de regio als het Rijk. Het BSA fungeert als een krachtige hefboom om kapitaal en internationale bedrijven aan te trekken, met een specifieke focus op de proces- en maakindustrie. Zo draagt dit initiatief bij aan een duurzame en innovatieve economische groei in Groningen en Noord-Drenthe.
IPCEI Advanced Semiconductor Technologies
Via het Important Projects of Common European Interest (IPCEI) mechanisme biedt de Europese Commissie de mogelijkheid om tot maximaal 100% van de onrendabele top van een project te financieren in een strategische belangrijke sector of markt. De IPCEI Advanced Semiconductor Technologies (AST) heeft als doel om de Europese positie in de wereldwijde halfgeleiderindustrie te versterken door de Europese positie in de wereldwijde halfgeleidersector te versterken door middel van innovatie en schaalvergroting. IPCEI AST ondersteunt onderzoek, ontwikkeling en eerste toepassing in een productieomgeving van nieuwe generaties halfgeleiders, ontwerptechnieken, productietechnologieën en toepassingen. Het initiatief bevordert de samenwerking tussen verschillende Europese landen om gezamenlijk complexe technologische uitdagingen aan te pakken met als doel versterking van de industriële infrastructuur in Europa. Voor de Nederlandse deelname aan de IPCEI AST is er in totaal € 230 mln gereserveerd op de EZK-begroting waarvan € 200 mln op artikel 2.
Leveringszekerheid Kritieke Grondstoffen
Leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en materialen is belangrijk voor de Nederlandse welvaart en veiligheid. De middelen onder dit instrument zijn bedoeld voor initiatieven en instrumenten die hogere leveringszekerheid bevorderen of faciliteren, hoofdzakelijk in het kader van de Nationale Grondstoffenstrategie en de Europese Critical Raw Materials Act (CRMA). Dit instrument behelst onder meer de financiering van het Nederlands Materialen Observatorium (NMO) en overheidsondersteuning van ontwikkeling van strategische projecten.
Economische Veiligheid
De bedrijfslevenaanpak op het gebied van economische veiligheid heeft als doel het bedrijfsleven weerbaar te maken tegen dreigingen en de exclusiviteit van kennis en technologie te beschermen. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het Ondernemersloket Economische Veiligheid, dat een centrale rol speelt in het vergroten van de bewustwording bij bedrijven en fungeert als vraagbaak en adviespunt. Daarnaast zetten we in 2027 in op het continueren van de communicatie en outreach naar het bedrijfsleven over de thema’s economische veiligheid en weerbaarheid. Hiermee willen we enerzijds de bewustwording vergroten en anderzijds praktische en weerbaarheidsverhogende middelen aanbieden. Daarnaast worden handelingsopties voor bedrijven in kaart gebracht, zodat bedrijven zich beter kunnen voorbereiden op grootschalige verstoringen, zoals langdurige stroomuitval of een cyberaanval. Verder wordt het distributiesysteem voor noodsituaties vernieuwd, dat bijdraagt aan de weerbaarheid van Nederland en essentieel is om bij grote schaarste op grond van de Distributiewet goederen evenwichtig te verdelen onder de maatschappij.
TSH Vliegtuigmaakindustrie
Het doel van de subsidiemodule TSH Vliegtuigmaakindustrie is om onderzoeksprojecten te stimuleren die bijdragen aan verduurzaming van de luchtvaart en daarmee de relatie tussen Europees onderzoek en innovatie en nationale onderzoeksactiviteiten op het terrein van civiele vliegtuigontwikkeling te versterken. Door de TSH (TopSector High Tech)-regeling draagt Nederland hier aan bij en wordt er gewerkt aan het verdienvermogen van de maakindustrie, samen met de kennisinstellingen en belangrijke ketenpartners. Met deze regeling wordt de internationale positie van het Nederlandse luchtvaartecosysteem versterkt en vergroot daarmee de kans op Nederlandse deelname aan de ontwikkeling en bouw van een nieuwe generatie duurzame vliegtuigen.
Stimulering academische spin-offcreatie
Het kabinet wil met dit instrument investeren in de versterking van academische spin-offcreatie vanuit Nederlandse kennisinstellingen. Het doel is om meer wetenschappelijke kennis en technologie om te zetten in nieuwe innovatieve bedrijven en hoogwaardige werkgelegenheid. Hiermee wordt het verdienvermogen van Nederland versterkt en wordt bijgedragen aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. De maatregel geeft uitvoering aan de ambitie uit het coalitieakkoord om kennisvalorisatie en ondernemerschap vanuit de wetenschap te versnellen.
Overige
Deze post bevat onder andere het beleidsondersteunend budget voor de teams in het kader van het Topsectorenbeleid.
Leningen
PEGA econonomische bedrijvigheid (lening)
Het Budget Strategische Acquisitie (BSA), onderdeel van herstlplan Nij Begun, wordt onder andere ingezet in de vorm van marktconforme lening (achtergesteld en/of converteerbaar naar deelnemingen).
Garanties
Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)
De BMKB maakt mogelijk dat bedrijven met te weinig zekerheden (onderpand) toch financiering kunnen krijgen, doordat de overheid borg staat voor het deel van de lening waar het bedrijf geen onderpand voor heeft. De overheidsborg bedraagt 90% van het borgstellingskrediet van 50% van het totaal verstrekte krediet (voor starters en innovatieve bedrijven gelden in verhouding hogere borgstellingskredieten ten opzichte van het totaal verstrekte krediet).
Groeifaciliteit
De groeifaciliteit is per 1 januari 2025 beëindigd en er volgt in de komende jaren nog een uitfinanciering van bestaande verplichtingen. De Groeifaciliteit richtte zich op buffervermogen – zoals aandelenkapitaal van participatiemaatschappijen en achtergestelde leningen door banken – en is vooral gericht op de groei- en expansiefase van een bedrijf of voor opvolging/overnames.
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)
De GO geeft financiers de mogelijkheid om een garantie van 50% van de overheid te verkrijgen, indien zij vanwege het risicoprofiel niet zelfstandig of onvoldoende in staat zijn in de kerngezonde bedrijven te financieren. Jaarlijks kan voor maximaal € 300 mln aan garanties worden verleend, waarbij het gebruik afhankelijk is van de conjuncturele ontwikkeling. Het geraamde bedrag betreft de verwachte schades op de regeling. Tegenover de schades staan premieontvangsten en ontvangsten bij uitwinning van faillissementen. De GO is kostendekkend. Het totale garantieplafond voor de GO in 2027 bedraagt € 300 mln. De GO-corona (GO-C) module is vervallen op 30 juni 2022. Wel is er nog een kasbuffer aangehouden voor eventuele schades.
Maatwerk garanties
In het geval van maatwerkgaranties wordt een marktconforme premie in rekening gebracht, en worden uitvoeringskosten betaald. Deze worden op het maatwerkgaranties instrument geregistreerd. Premieontvangsten worden in rekening gebracht ter compensatie voor het risico dat de Staat middels de afgifte van de garantie loopt. De premieontvangsten worden na aftrek van de uitvoeringskosten toegevoegd aan een risicovoorziening op de EZK-begroting.
Opdrachten
Onderzoek en opdrachten
De middelen zijn gereserveerd ten behoeve van de monitoring, effectmeting en feitelijke onderbouwing van beleid (evidence based policy making), beleidsgerichte data-ontwikkeling, beleidsexperimenten en proefprojecten.
Caribisch Nederland
Het budget betreft onder meer de uitgaven voor de Rijksdienst Caribisch Nederland en de kosten van statistisch en beleidsonderzoek door onder andere het CBS voor Caribisch Nederland.
Regeldruk
Werkbaarheid, proportionaliteit en het zoveel mogelijk beperken van regeldruk van zowel voorgenomen als bestaande regelgeving staan centraal. Er is een regeldrukreductieprogramma dat gericht is op het merkbaar en meetbaar aanpakken van knellende wet- en regelgeving voor bedrijven, die met de mkb-indicatorbedrijvenaanpak voor verschillende sectoren in kaart zijn en worden gebracht. Met de aanpassing van de Bedrijfseffectentoets, de uitbreiding van het mandaat voor het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR), de bouw van het prototype WetWijzer voor bedrijven en aandacht voor regeldruk als gevolg van lokale en Europese regelgeving wordt aan de hand van de vier pijlers werkbaar, merkbaar, meetbaar en vindbaar het regeldrukprogramma verder vormgegeven.
Budget samenwerking regio
Dit budget heeft als doel de uitwisseling van ervaringen en kennis tussen Rijk en regio te stimuleren, en verbindingen te realiseren door partijen samen te brengen rondom EZK-thema’s als innovatie, ondernemerschap, digitalisering en ruimte voor economische activiteiten.
Bijdrage aan agentschappen
Bijdrage RVO
Deze middelen zijn grotendeels voor de uitvoering van de financierings- en innovatie-instrumenten (zoals MKB Innovatiestimulering Topsectoren, Eurostars, Internationaal Innoveren, PPS-toeslag, WBSO, BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering). Dit betreft activiteiten als beoordeling van aanvragen, bedrijfscontroles, voorlichting over de instrumenten, de organisatie van innovatiemissies en het terugontvangen van kredieten.
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)
Met deze bijdrage verzorgt de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de bepalingen uit de Wet ruimtevaartactiviteiten. Het gaat om werkzaamheden die voortkomen uit aanvragen, toetsen en eventueel afgifte van een ruimtevaartvergunning, registreren van ruimtevaartvoorwerpen, deelname aan internationale gremia, en adviseren en voorlichting geven over ruimtevaartactiviteiten. Het wettelijke toezicht heeft betrekking op de afgifte van ruimtevaartvergunningen.
Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s
Bijdrage aan TNO
De Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) werkt samen met MARIN, Deltares, Wageningen Research en Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) in de federatie Toegepaste Onderzoek Organisaties (TO2). EZK investeert samen met een aantal andere ministeries in deze instituten, omdat hier onafhankelijk onderzoek in Nederland plaatsvindt dat kansen kan creëren voor innovatie en economische groei en dat een bijdrage levert aan de publieke kennis op terreinen van maatschappelijk belang. TNO bestrijkt een breed onderzoeksgebied op het terrein van meerdere topsectoren, met name HTSM en energie. Daarnaast ontwikkelt TNO-kennis op een aantal maatschappelijke thema’s, met name defensie, maatschappelijke veiligheid, arbeid en gezondheid. Tevens voert TNO wettelijke onderzoekstaken uit op het terrein van de mijnbouwwet en basisregistratie ondergrond.
Kamer van Koophandel
De Kamer van Koophandel (KVK) voert wettelijke taken uit in het kader van ondernemerschapsbeleid: beheren van het Handelsregister, voorlichting en regiostimulering, innovatiestimulering en de ontwikkeling en het beheer van het digitale en de fysieke ondernemersplein(en). Daarnaast beheert KVK in het kader van het Wwft-beleid de registers van uiteindelijk belanghebbenden van juridische entiteiten en constructies zoals trusts.
Bijdrage aan NWO-TTW
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financiert binnen het domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) technisch-wetenschappelijk onderzoek aan Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen. Met de bijdrage van EZK wordt met name het Perspectiefprogramma gefinancierd, dat is gericht op technologieontwikkeling binnen het Missiegedreven Innovatiebeleid.
In de overkoepelende afweging van de instrumenten op de EZK-begroting is gekozen om op deze regeling volledig om te buigen. Dit omdat de uitkomst van de evaluatie van het instrument in 2022 diffuus was. Hierom wordt de bijdrage na 2027 stopgezet en ingezet voor onvermijdelijke en urgente problematiek. Bij de herziening van de PPS innovatieregeling, waarbij de vernieuwde regeling in 2028 van start gaat, zal het effect van het stopzetten van het Perspectief programma worden meegewogen.
Bijdrage aan medeoverheden
MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)
Dit betreft middelen voor de decentrale MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren regeling (MIT). De decentrale MIT-regeling wordt uitgevoerd door de provincies. Er is een apart instrument voor de decentrale MIT-regeling. De landelijke MIT wordt uitgevoerd door RVO.
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties
Internationaal Innoveren
In het kader van het beleid voor Internationaal Innoveren is voor Nederlandse deelname aan publiek-private onderzoeksprogramma’s in Europees verband cofinanciering beschikbaar. Deze middelen worden ingezet voor Eureka (Eurostars, Global Stars, Eureka-clusters) en de Chips Joint Undertaking, dat is gelieerd aan Horizon Europe. Beide initiatieven ondersteunen innovatiesamenwerking van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen met partners uit de EU-lidstaten en EU-geassocieerde landen als partners buiten de EU. Op Volginnovatie.nl vindt u meer informatie over de ondersteunde projecten van Joint Technology Initiatives, Horizon Europe en Eureka.
PPS-innovatieregeling
In 2013 zijn de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) gestart met het bundelen en stroomlijnen van de onderzoeksprogrammering in de gehele kennisketen. Het doel hiervan is om meer privaat-publieke samen werkingsprogramma’s (PPS) vanuit de onderzoekagenda’s van de Topsectoren te genereren, die zich daarbij richten op economische kansen van de maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën onder het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid (MTIB). De TKI’s zijn daarbij programmerend en regisserend.
Na een grondige evaluatie in 2021 is de PPS-toeslagregeling in 2022 verlengd met vijf jaar (Kamerstuk 33 009, nr. 116). Tevens is de regeling in 2023 herzien en heeft het een nieuwe naam, de ‘PPS-Innovatieregeling’ (Staatscourant 2023, 28651). Hierin is de oude grondslag-systematiek vervangen door een vast budgetplafond per TKI op basis van de private inzet uit het verleden. Dit is noodzakelijk gebleken voor de budgettaire beheersbaarheid van de regeling. ‘Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op www.rvo.nl/onderwerpen/volg-innovatie’.
TO2 (excl.TNO)
De middelen zijn gereserveerd voor de financiering van onderzoek en onderzoeksfaciliteiten in het kader van de Topsectoren, maatschappelijke thema’s en de daarbij behorende missies, sleuteltechnologieën, en voor onderzoek ten behoeve van (wettelijke) taken van de overheid. Met de subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Staatscourant 2018, 5475) wordt bereikt dat het merendeel van de TO2-instellingen onder dezelfde voorwaarden de rijksbijdrage ontvangen. Naast TNO (zie "Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s") omvat TO2 de volgende instituten:
– Deltares (Delta Research): Instituut op het gebied van deltatechnologie. Deltares levert ten behoeve van de overheid en de topsector Water en Maritiem bijdragen aan innovatieve oplossingen voor water-, ondergrond- en deltavraagstukken die het leven in delta’s, kust- en riviergebieden veilig, schoon en duurzaam maken. De bijdrage aan Deltares bedraagt in 2027 ruim € 36,04 mln.
– MARIN (Maritiem Research Instituut Nederland): Instituut op het gebied van hydrodynamisch en nautisch onderzoek ten behoeve van schone, slimme en veilige schepen en een duurzaam gebruik van de zee. Het onderzoek van MARIN draagt bij aan de ambities van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Defensie en Economische Zaken en Klimaat en van de topsector Water en Maritiem. De bijdrage aan MARIN bedraagt in 2027 ruim € 16,2 mln.
– NLR (Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum): Instituut op het gebied van militaire en civiele lucht- en ruimtevaart ten behoeve van de ministeries van Defensie, Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat en de topsectoren HTSM en Water en Maritiem. De bijdrage aan NLR bedraagt in 2027 ruim € 42,25 mln.
– Wageningen-Research: De middelen voor deze TO2 zijn opgenomen in de begroting van het Ministerie van LVVN.
Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)
Met het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) wordt beoogd de innovatiekracht van Nederland te versterken. Door gericht te investeren in veelbelovende innovaties vanuit onze excellente wetenschappelijke kennisbasis kunnen maatschappelijke problemen worden aangepakt. Daarom richt het kabinet NADI op: een organisatie die gericht R&D financiert en coördineert via tijdelijke, probleem gedreven programma's. De ambitie is om vanaf 2028 een wendbare organisatie die high-risk ontwikkeling kan financieren en naar de markt begeleidt op te richten. Vooruitlopend op de volledige start van NADI in 2028 wordt in 2027 gestart met een pilot programma.
Topsectoren overig
Onder dit instrument valt voornamelijk de bijdrage aan de Venture Challenge (VC) regeling die door NWO-TTW wordt uitgevoerd. De regeling is in 2024 positief geëvalueerd waarna deze met 5 jaar is verlengd tot 1 januari 2030.
De VC-regeling richt zich op valorisatie van kennis in de Life Sciences & Health (LSH) sector. Het VC-programma coacht ondernemende onderzoekers die een bedrijf starten om onderzoeksresultaten sneller naar de markt te brengen.
Ruimtevaart (ESA)
Het ruimtevaartprogramma bestaat uit bijdragen aan verplichte programma’s en inschrijvingen in optionele programma’s van het Europese Ruimtevaartagentschap (ESA). Tijdens de Ministeriële Conferentie 2025 is de inzet van Nederland voor de periode 2026-2028 bepaald. Daarnaast vindt nog uitfinanciering van de eerdere projecten plaats. Deze middelen vloeien terug naar Nederland via opdrachten aan Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ter realisatie van de onderscheiden ruimtevaartprogramma’s ("Geo Return"- systeem). Daarnaast kent het ruimtevaartprogramma een (beperkt) nationaal flankerend programma, waarin onder andere de interactie van bedrijven en kennisinstellingen met ESTEC wordt bevorderd. Ook wordt daarmee technologieontwikkeling en de benutting van satellietdata door overheden gestimuleerd. Uitvoering van het beleid is opgedragen aan het Netherlands Space Agency (NLSA).
Bijdrage NBTC
EZK stelt op basis van meerjarenafspraken budget beschikbaar voor het Nederlands Bureau van Toerisme en Congressen (NBTC) voor bestemmingsmanagement, waaronder internationale «branding», ontwikkeling van aanbod, kennis en data, spreiding van toeristen en congressenwerving.
Overige bijdragen aan organisaties
Dit betreft onder meer de bijdrage aan het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de Staat van het mkb en de Koning Willem I Stichting (€ 0,37 mln, waarvan € 0,07 mln wordt bijgedragen door IenW), bijdragen aan Holst Centre en Wetsus uit hoofde van de SBO-regeling en een bijdrage ten behoeve van het eengemaakt octrooigerecht (Unified Patent Court, UPC).
Economische ontwikkeling en technologie
De veranderende geopolitieke omstandigheden vragen om keuzes in het innovatiebeleid om zo sterke, internationaal onderscheidende posities in het bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur te creëren. Deze post bevat meerdere incidentele en structurele middelen ter bevordering van gerichte economische ontwikkeling en bevordering van economische groei door innovatie.
EU-Cofinanciering JTF
Dit fonds zal zich vooral richten op de economische diversificatie van de, door de klimaattransitie, zwaarst getroffen gebieden en op de omscholing en actieve inclusie van de werknemers en werkzoekenden in deze gebieden. De middelen zijn toebedeeld op COROP-niveau. EZK neemt de voor JTF vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en de energietransitie, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid (MTIB) en het nationale Klimaatakkoord. De in 2027 geraamde kasuitgaven bedragen ca. € 4 mln. Ook decentrale overheden en private partijen zullen bijdragen aan cofinanciering van JTF-projecten.
Faciliteiten toegepast onderzoek TO2 en RKI
Met een financieringsimpuls van ruim € 400 mln voor de periode tot 2031 beoogt dit instrument de achterstand in te lopen die in Nederland is ontstaan rond nieuwe onderzoeksfaciliteiten en de modernisering van bestaande faciliteiten. Het gaat hier om unieke en strategische, zowel instituutsgebonden (bijv. het onderzoek naar dierziektes of nieuwe zonnecellen) als ecosysteemdienende faciliteiten (bijv. voor testen en opschalen gericht op marktintroducties), en ook om nieuwe digitale onderzoeksmogelijkheden (Augmented Reality, Virtual Reality, Digital Twins) met de bijbehorende dataopslag en rekencapaciteit. Vanuit OCW is er in de periode 2027-2031 additioneel budget hiervoor vrijgemaakt. Vanaf 2032 komen er structurele middelen beschikbaar. De budgetten hiervoor zijn opgenomen in de begrotingen voor de komende jaren van EZK en de betreffende vakdepartementen.
NGF-project NXTGEN Ruimtevaart
Als onderdeel van het NXTGEN Hightech NGF-project worden ook onderdelen via de ESA besteed. Dit gaat om programma's op het gebied van de ontwikkeling van next-generation satelliettechnologie en aardobservatie.
Toelichting op de ontvangsten
Rijksoctrooiwet
De ontvangsten Rijksoctrooiwet 1995 betreffen de ontvangsten van Octrooicentrum NL, uit hoofde van procedure- en instandhoudingtaksen op basis van de Rijksoctrooiwet 1995. Daarin zijn begrepen de instandhoudingstaksen voor Europese octrooien, waarvoor geldt dat de hiervoor geraamde ontvangsten de helft zijn van de feitelijke ontvangsten uit taksen. De andere helft wordt afgedragen aan het Europees Octrooibureau.
Europese & Internationale programma's
De ontvangsten Eurostars betreft de Europese bijdrage aan Eurostars-projecten. De bijdrage bedraagt 25% van de nationale bijdrage.
Joint Strike Fighter
De ontvangsten F-35 betreffen de geraamde afdrachten door de defensie-industrie aan de Staat. Op basis van de medefinancieringsovereenkomst over de deelname van Nederland aan de ontwikkeling van de F-35 draagt de industrie 2% over de gerealiseerde omzet voor ontwikkeling en onderhoud van de F-35 af aan EZK.
Diverse ontvangsten
De post diverse ontvangsten betreft de ontvangsten voor diverse regelingen binnen Bedrijfsleven en Innovatie. De geraamde ontvangsten voor 2027 is € 1,3 mln.
Bedrijfsteun
De ontvangsten betreft de aflossing op een leningsfaciliteit van € 150 mln die in 2020 beschikbaar is gesteld aan Stichting Garantiefons Reisgelden (SGR). Door deze leningsfaciliteit kan SGR consumenten schadeloos blijven stellen bij faillissement van aangesloten reisorganisaties. Onder de Bedrijfssteun vallen tevens de ontvangsten op de leningsfaciliteiten VZR Garant, voor kleinere garantiefondsen, en het Garantiefonds voor Gespecialiseerde Touroperators (GGTO).
BMKB, Groeifaciliteit, GO en maatwerkgaranties
De ontvangsten voor de BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en Maatwerkgaranties betreffen de premie-inkomsten in het kader van de verstrekte garanties. Bij de BMKB is daarnaast ook sprake van ontvangsten als gevolg van uitbetaalde maar later afgewezen verliesdeclaraties.
Tegemoetkoming Energiekosten
De geraamde ontvangsten voor de TEK betreffen € 11,2 mln in 2027. De TEK is vastgesteld in 2024 waarbij een deel van de uitgekeerde subsidie terugbetaald dient te worden.
Toelichting op de begrotingsreserves
De begrotingsreserves zijn bedoeld om inkomsten uit premies en uitgaven voor schades, die over de jaren kunnen fluctueren, te verevenen. De reserve wordt aangehouden om als buffer te dienen voor uitgaven door EZK indien bedrijven niet aan hun terugbetalingsverplichtingen kunnen voldoen inzake leningen bij financieringsinstellingen waarop EZK een borgstelling heeft afgegeven. Voor meer informatie over de ontwikkeling van de garanties en het verloop van de reserves wordt verwezen naar het overzicht van de risicoregelingen in het hoofdstuk Beleidsagenda van deze begroting.
Er zijn begrotingsreserves voor de BMKB (inclusief de BMKB-C), de BMKB-Groen, de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) (inclusief de GO-C), de Groeifaciliteit (GF) en de garanties voor nieuwe aanbieders van mkb-financiering. De BMKB, BMKB-G, GO, GF en de garanties voor alternatieve aanbieders van mkb-financiering betreffen kostendekkende garanties, waarvan de te realiseren premieontvangsten in principe toereikend zijn voor het afdekken van eventuele verliesdeclaraties. Ultimo 2027 wordt op basis van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven vastgesteld of een onttrekking of storting dient plaats te vinden.
Tabel 17 Juridisch verplicht begrotingsreserves per 31 december 2025 (bedragen x € 1 mln)
Waarvan juridisch verplicht
Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)
100%
Borgstelling MKB-kredieten Groen (BMKB Groen)
100%
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)
100%
Groeifaciliteit
100%
Garantie MKB-faciliteiten
100%
Klein Krediet Corona (KKC)
13%
Maatwerkgaranties
100%
Budgetflexibiliteit begrotingsreserves
BMKB
De begrotingsreserve dient ertoe om een discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen en als buffer voor het niet-kostendekkende deel van de regeling. Het uitstaand obligo van de BMKB was ultimo 2025 circa € 1,1 mld, waarmee de volledige begrotingsreserve juridisch verplicht is.
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en de Groeifaciliteit (GF)
Bij de Garantie Ondernemingsfinanciering en de Groeifaciliteit is sprake van in opzet kostendekkende regelingen. Bij deze regelingen dient de begrotingsreserve ertoe de discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen. Bij deze regelingen kunnen relatief grote verliesdeclaraties worden ingediend, die de omvang van de in enig jaar te ontvangen provisies te boven gaan. Het uitstaande obligo voor deze regelingen was ultimo 2025 € 141 mln (GO) en € 71 mln (GF), de volledige reserves voor de GO en GF regeling is juridisch verplicht.
MKB-faciliteiten
Dit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de fundinggaranties in het kader van het Aanvullend actieplan MKB-financiering. De begrotingsreserve dient ertoe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2025 van deze garanties is € 24 mln, waarmee de volledige voorziening juridisch is verplicht.
Klein Krediet Corona
Dit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC). De begrotingsreserve dient ertoe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2025 van deze garanties is € 1,5 mln. Deze is 13% juridisch verplicht.
Maatwerkgaranties
Dit betreft de begrotingsreserve voor maatwerkgaranties afgegeven door EZK. Op dit moment is de reserve € 30 mln tegenover een garantie van € 70 mln, waardoor deze 100% is juridisch verplicht.
Voorgenomen stortingen of onttrekkingen begrotingsreserves
Tabel 18 Overzicht geraamd verloop Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) (bedragen x € 1 mln)
Stand per 1/1/2026
Verwachte toevoegingen 2026
Verwachte onttrekkingen 2026
Verwachte stand per 1/1/2027
Verwachte toevoegingen 2027
Verwachte onttrekkingen 2027
Verwachte stand per 31/12/2027
196,5
196,5
196,5
Tabel 19 Overzicht geraamd verloop Borgstelling MKB-kredieten Groen (BMKB Groen) (bedragen x € 1 mln)
Stand per 1/1/2026
Verwachte toevoegingen 2026
Verwachte onttrekkingen 2026
Verwachte stand per 1/1/2027
Verwachte toevoegingen 2027
Verwachte onttrekkingen 2027
Verwachte stand per 31/12/2027
13,1
13,1
13,1
Tabel 20 Overzicht geraamd verloop Garantie Ondernemersfinanciering(GO) (bedragen x € 1 mln)
Stand per 1/1/2026
Verwachte toevoegingen 2026
Verwachte onttrekkingen 2026
Verwachte stand per 1/1/2027
Verwachte toevoegingen 2027
Verwachte onttrekkingen 2027
Verwachte stand per 31/12/2027
73,5
73,5
73,5
Tabel 21 Overzicht geraamd verloop Groeifaciliteit (GF) (bedragen x € 1 mln)
Stand per 1/1/2026
Verwachte toevoegingen 2026
Verwachte onttrekkingen 2026
Verwachte stand per 1/1/2027
Verwachte toevoegingen 2027
Verwachte onttrekkingen 2027
Verwachte stand per 31/12/2027
57,8
57,8
57,8
Tabel 22 Overzicht geraamd verloop MKB-faciliteiten (bedragen x € 1 mln)
Stand per 1/1/2026
Verwachte toevoegingen 2026
Verwachte onttrekkingen 2026
Verwachte stand per 1/1/2027
Verwachte toevoegingen 2027
Verwachte onttrekkingen 2027
Verwachte stand per 31/12/2027
23,1
23,1
23,1
Tabel 23 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Klein Krediet Corona (KKC) (bedragen x € 1 mln)
Stand per 1/1/2026
Verwachte toevoegingen 2026
Verwachte onttrekkingen 2026
Verwachte stand per 1/1/2027
Verwachte toevoegingen 2027
Verwachte onttrekkingen 2027
Verwachte stand per 31/12/2027
11,6
11,6
11,6
Tabel 24 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Maatwerk garanties (bedragen x € 1 mln)
Stand per 1/1/2026
Verwachte toevoegingen 2026
Verwachte onttrekkingen 2026
Verwachte stand per 1/1/2027
Verwachte toevoegingen 2027
Verwachte onttrekkingen 2027
Verwachte stand per 31/12/2027
30,0
30,0
30,0
Op basis van de daadwerkelijke verliesdeclaraties en premieontvangsten wordt ultimo boekjaar bepaald of voor deze reserves een aanvullende onttrekking of storting aan de reserves dient plaats te vinden. Dit geldt voor de begrotingsreserves van de BMKB, BMKB Groen, GO, GF, MKB-faciliteiten,KKC en Maatwerkgaranties.
Kengetallen
De financiële beleidsinstrumenten van het bedrijvenbeleid richten zich op het realiseren van de geformuleerde strategische doelen. Hieronder worden de kengetallen gepresenteerd behorend bij de beleidsinstrumenten. Een meer uitgebreide rapportage van kengetallen en indicatoren is te vinden op Bedrijvenbeleid in beeld.
Tabel 25 Kengetallen
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Bron
MIT
RVO
Aantal bedrijven dat deelneemt aan MIT
1.422
1.693
1.846
1.576
1.498
1.589
1.411
n.n.b.
Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met MIT (x € 1 mln)
106
112
119
114
111
109
100
n.n.b.
Eurostars
RVO
Aantal Nederlandse deelnemers aan Eurostars
72
68
74
87
81
82
79
72
waarvan bedrijven
55
43
48
64
67
67
60
61
waarvan hightech MKB (%)
93%
88%
94%
95%
91%
90%
97%
93%
Door Eurostars ondersteunde private R&D-uitgaven van Nederlandse deelnemers (x € 1 mln)
36
30
33
40
39
41
38
40
PPS-Innovatieregeling1
RVO
Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met PPS-toeslag (x € 1 mln)
164,4
83,4
126,9
118,5
120,3
139,6
132,4
n.n.b.
Aantal unieke organisaties dat deelneemt aan samenwerkingsprojecten binnen de PPS-toeslagregeling
721
861
957
1.225
1.051
990
1.145
n.n.b.
waarvan bedrijven (aantal)
554
610
710
905
780
720
923
n.n.b.
waarvan mkb (% van totaal aantal unieke organisaties)
50%
45%
38%
42%
44%
36%
58%
n.n.b.
Horizon Europe
RVO
Aantal Nederlandse deelnemers aan Horizon Europe
39
806
1.267
1.638
1.793
waarvan bedrijven
8
527
871
1.150
1.264
Omvang Horizon EU-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro)
34,5
1.365
3.124
4.307
4.963
waarvan aan bedrijven (%)
5%
19,7%
26,5%
25,8%
25,4%
Retourpercentage voor Nederland (%)
5,9%
9,0%
9,4%
9,0%
8,6%
WBSO
RVO
Aantal bedrijven (met S&O verklaring) dat gebruik maakt van WBSO
20.279
20.046
20.340
20.339
19.484
19.392
18.979
18.941
Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O-loon, x € 1 mln)
4.042
4.291
4.396
4.611
4.728
5.017
5.036
5.164
Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O- NIET-loonuitgaven, x € 1 mln)
2.746
2.831
2.857
3.150
3.494
3.689
3.331
3.494
TO2
Klanttevredenheid Deltares
8,7
9,2
9,1
8,7
9,1
9
9,1
9,2
Deltares
Klanttevredenheid MARIN
9
8,9
9,2
9,1
9,6
9,1
9,6
9,7
Marin
Klanttevredenheid NLR
8,7
8,7
8,7
8,9
8,9
8,9
8,8
8,8
NLR
Klanttevredenheid TNO
8,8
8,7
8,9
8,9
8,9
8,9
8,8
9
TNO
Kennisbenutting Deltares
95%
88%
82%
96%
93%
100%
100%
100%
Deltares
Kennisbenutting Marin
100%
97%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Marin
Kennisbenutting NLR
96%
97%
98%
96%
98%
97%
98%
98%
NLR
Kennisbenutting TNO
99%
96%
97%
97%
97%
98%
96%
n.n.b.
TNO
Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA)
ESA
Aantal Nederlandse bedrijven dat deelneemt aan ruimtevaartprogramma’s ESA
160
179
193
208
218
218
241
257
Ruimtevaart geo-return/retour (%)
1,11
1,13
1,07
1,09
1,08
1,08
1,04
1,07
BMKB
RVO
Verstrekte garanties BMKB, x € 1 mln (90%)
527
538
380
301
326
311
268
291
Totaal aantal verstrekte garanties
3.094
2.751
1.962
1.138
1.042
975
858
941
Groeifaciliteit
RVO
Verstrekte garanties Groeifaciliteit, x € 1 mln
19
10
3
10
8
6
25
4
Totaal aantal verstrekte garanties
10
9
7
7
7
6
23
6
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)
RVO
Verstrekte garanties GO, x € 1 mln
56
45
158
34
11
41
36
8
Totaal aantal verstrekte garanties
54
31
15
6
6
11
33
15
Qredits
Qredits
Aantal verstrekte kredieten
3.557
4.277
4.988
4.155
3.835
4.546
3.800
3.954
Innovatie Attaché Netwerk
IAN/RVO
Geformaliseerde samenwerkingsverbanden
57
37
15
21
51
69
114
79
Klanttevredenheid
8
8,6
8,2
8,2
8,4
8,7
8,5
8,7
Netherlands Foreign Investment Agency
NFIA/RVO
Projecten
248
268
180
265
211
174
171
164
Werkgelegenheid (arbeidsplaatsen)
8.475
10.866
6.397
9.905
7.943
4.230
4.302
3.845
KvK2
KvK
Klanttevredenheid Kamer van Koophandel
80%
82%
82%
X Noot
1
Cijfers van 2018 tot en met 2023 zijn met terugwerkende kracht aangepast in verband met een nieuwe wijze van berekenen van deze indicator.
X Noot
2
De KvK houdt vanaf 2023 de ”Waardering Kamer van Koophandel” niet meer bij. Customer Satisfaction (CSAT) is in plaats gekomen. Dit is een score van 0 tot 100%, die aangeeft hoe tevreden klanten waren met een product, dienst, of kanaal.
Extracomptabele fiscale regelingen
Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:
– Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
– Dividendbelasting vrijstelling inkoop van eigen aandelen
– Fiscale regeling aandelenoptierechten
Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de paragraaf ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’.
Tabel 26 Fiscale regelingen 2025–2027, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln)
2025
2026
2027
Zelfstandigenaftrek
655
306
234
Extra zelfstandigenaftrek starters
119
117
3
Meewerkaftrek
7
7
2
Stakingsaftrek
17
17
4
Aftrek speur- en ontwikkelingswerk
4
4
4
Willekeurige afschrijving starters
1
1
1
Doorschuifregelingen IB-ondernemers
156
134
136
Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit
732
739
747
Innovatiebox
2.694
2.985
3.198
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
762
783
801
Dividendbelasting dooruitdelingskorting DB1
90
90
92
Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO
1.491
1.817
1.959
Btw Verlaagd tarief Logiesverstrekking
1.422
217
227
MRB Verlaagd tarief bestelauto ondernemers2
1.251
1.393
1.270
OVB Vrijstelling bedrijfsoverdracht in familiesfeer3
30
30
30
X Noot
1
Dividendbelasting
X Noot
2
MRB = Motorrijtuigenbelasting
X Noot
3
OVB = Overdrachtsbelasting
Beleidsartikel 3 Toekomstfonds
A. Algemene doelstelling
Het Toekomstfonds maakt deel uit van het bedrijvenbeleid, zoals beschreven in artikel 2. Het Toekomstfonds heeft als doel het toekomstig verdienvermogen te versterken door de innovatieve kracht van Nederland te vergroten. Dit gebeurt door het beschikbaar stellen van (revolverende) middelen voor valorisatie en financiering voor het innovatief en snelgroeiend mkb.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister van EZK is rijksbreed verantwoordelijk voor de versterking van het innovatievermogen, in het bijzonder gericht op het bedrijfsleven, en voor het scheppen van voorwaarden voor een excellent ondernemings- en vestigingsklimaat.
Sinds de integratie (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97) heeft de Minister van EZK formeel, volledige zeggenschap over het Toekomstfonds. Beslissingen over investeringen in valorisatie en fundamenteel en toegepast onderzoek worden gezamenlijk genomen met de Minister van OCW (zie artikel 2). Vanuit deze verantwoordelijkheden heeft de Minister van EZK een financierende en faciliterende rol, zoals vermeld in artikel 2 van deze begroting.
Financieren/faciliteren
– Het medefinancieren van investeringen in R&D en innovatie, waaronder investeringen gericht op kennisbenutting (valorisatie). Zie ook artikel 2;
– Het faciliteren van de toegang tot financiering en (risico)kapitaal voor bedrijven.
Om – aanvullend op de begroting – het parlement te informeren over de voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen.
C. Beleidswijzigingen
Budgettaire systematiek
Om de revolverendheid van het Toekomstfonds te borgen heeft het kabinet besloten tot een aantal aanvullende maatregelen die de budgettaire systematiek van het Toekomstfonds raken. Zo worden onverwachte meerontvangsten op de regelingen SEED, Innovatiekrediet, Vroegefasefinanciering en het leningdeel van de TTT na Miljoenennota 100% doorgeschoven naar het volgende begrotingsjaar middels een specifieke 100% eindejaarsmarge. Daarnaast worden de ramingen van het Toekomstfonds herzien om het risico op onderuitputting in het lopende jaar te beperken. Deze herzieningen worden in de (suppletoire) begrotingen verwerkt. De afspraken gelden in de periode 2026-2029.
Deep Tech Fonds
In 2023 werd het Deep Tech Fonds (DTF) opgericht door EZK en Invest-NL. Dit fonds biedt, additioneel aan de markt, durfkapitaal aan en richt zich daarbij op sleuteltechnologieën zoals fotonica, halfgeleiders, quantumtechnologie en kunstmatige intelligentie. Bij de oprichting heeft het kabinet € 175 mln vanuit het Toekomstfonds beschikbaar gesteld aan het DTF. Dit is aangevuld door Invest-NL met € 75 mln, voor een totale omvang van € 250 mln. Om te kunnen blijven investeren in deze belangrijke sector is in 2026 € 130 mln aanvullend beschikbaar gesteld vanuit de EZK-begroting voor de versterking van het DTF bij Invest-NL. Met een inleg van Invest-NL van € 230 mln groeit het totale fondsvermogen met € 360 mln naar € 610 mln.
Taakstelling kabinet
Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota de taakstelling op het Toekomstfonds verwerkt. Dit leidt er toe dat voor de regelingen Innovatiekrediet, SEED Capital en Vroege Fase Financiering er met ingang van 2030 cumulatief € 41 mln structureel minder budget beschikbaar is. In de periode 2027 ‒ 2029 is de taakstelling verwerkt door incidentele flexibele ruimte binnen het Toekomstfonds in te zetten.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 27 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
359.315
330.527
657.907
165.790
152.053
152.644
119.595
Uitgaven
308.373
193.632
382.706
422.075
331.198
179.238
128.297
Subsidies (regelingen)
2.387
4.571
5.432
4.347
4.353
4.219
2.658
Thematisch Technology Transfer
2.387
4.571
5.432
4.347
4.353
4.219
2.658
Leningen
294.913
177.491
365.187
405.608
314.785
163.283
113.911
ROM's
2.247
33.857
2.800
Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbeh
113
Onco research
4.423
4.189
5.715
2.899
2.521
3.065
2.604
Thematische Technology Transfer
3.800
6.813
7.942
9.764
9.455
10.712
4.869
Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten
221
437
3.559
5.573
6.475
5.485
4.410
Dutch Future Fund
1.999
Deep Tech Fund
50.000
20.000
50.000
45.000
35.000
Fonds Alternatieve Financiering
10.000
Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid
22.735
European Tech Champions Initiative (ETCI)
35.000
98.100
105.000
40.000
Secfund
75.000
Innovatiekrediet
40.457
60.642
51.550
55.000
61.500
61.500
40.659
Risicokapitaal Seed
31.564
36.361
41.325
46.170
52.438
52.583
41.694
Vroegefasefinanciering (VFF)
17.354
15.192
20.696
27.702
23.896
21.438
18.675
Start ups/MKB
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
Blended finance faciliteit Invest-NL
75.000
100.000
75.000
IPCEI Advanced Semiconductor Technologies
7.500
7.500
7.500
7.500
Bijdrage aan agentschappen
11.073
11.570
12.087
12.120
12.060
11.736
11.728
Bijdrage RVO
11.073
11.570
12.087
12.120
12.060
11.736
11.728
Ontvangsten
86.276
221.043
36.387
36.372
152.171
40.125
43.277
ROM's
33.495
134.504
Dutch Venture Initiative (DVI)
43.500
115.073
Investeringen fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud)
642
651
471
360
380
405
740
Thematische Technology Transfer
952
200
300
400
106
2.108
2.925
Smart industry
116
116
116
112
112
112
112
Innovatiekredieten
24.337
21.000
21.000
21.000
22.000
23.000
25.000
Risicokapitaal Seed
24.049
13.000
13.000
13.000
13.000
13.000
13.000
Vroegefasefinanciering (VFF)
2.685
8.072
1.500
1.500
1.500
1.500
1.500
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 28 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
Juridisch verplicht
96%
Bestuurlijk gebonden
0%
Beleidsmatig gereserveerd
4%
Vrij te besteden
0%
Juridisch Verplicht
– Subsidies: Het subsidiebudget is in 2027 juridisch verplicht. Dit betreft de uitfinanciering van de verplichtingen in het kader van de regeling Thematische Technology Transfer (TTT).
– Leningen: De verschillende leningen zijn grotendeels juridisch verplicht. Dit betreft onder andere het budget voor de SEED-Regeling en het Deep Tech Fund.
Beleidsmatig gereserveerd
– Leningen: Een deel van de leningen is beleidsmatig gereserveerd. Dit betreft o.a. de uitgaven voor Vroegefasefinanciering (VFF) en IPCEI Advanced Semiconductor Technologies (AST).
Revolverendheid
Opbrengsten van succesvolle innovaties vloeien terug in het Toekomstfonds, zodat ze weer opnieuw kunnen worden ingezet. Het fonds is daarmee additioneel aan de markt: de overheid neemt het grootste risico, waardoor private investeerders kunnen mee-investeren in innovatieve ondernemingen. De overheid deelt mee in de opbrengsten van geslaagde innovaties, waardoor deze middelen opnieuw kunnen worden ingezet voor het vergroten van het beschikbare risicokapitaal voor innovatieve bedrijven.
Figuur 3 Verhouding uitgaven en ontvangsten Toekomstfonds (x € 1 mln)
In bovenstaande grafieken is voor de verschillende onderdelen van het Toekomstfonds weergegeven wat de verhouding is tussen de gerealiseerde en geraamde uitgaven van de diverse regelingen en de gerealiseerde en geraamde ontvangsten op verstrekte kredieten. Op basis van deze verhoudingen wordt de mate van revolverendheid van het Toekomstfonds inzichtelijk gemaakt. Doordat ontvangsten op de geïnvesteerde bedragen na verloop van een aantal jaar gerealiseerd worden, lopen deze in vergelijking tot de uitgaven achter, zoals ook te zien in de tabel. Deze ontvangsten komen echter over een langere tijdsperiode terug binnen het Toekomstfonds - gemiddeld over een looptijd tussen de 6 en 15 jaar. Bij instrumenten die relatief kort bestaan zijn hierdoor nog geen of nauwelijks ontvangsten gerealiseerd. In de komende jaren zullen naar verwachting de ontvangsten relatief gaan toenemen op de uitgaven wanneer grotere investeringen uit eerdere jaren uitgeïnvesteerd zijn en de eerste exits plaatsvinden.
De mate van revolverendheid verschilt per regeling. Ingeschat wordt dat de regelingen die zien op valorisatie (met name de Thematische Technology Transfer) uiteindelijk 48% tot 60% zullen revolveren (Kamerstuk 36 200-XIII, nr. 127). Enkele regelingen gefocust op de vroegere fase van mkb-financiering, zoals het Innovatiekrediet en de Vroege fase financiering (VFF) revolveren tussen de 35% en 60% (Kamerstuk 36410-XIII-100). De regelingen en fondsen gericht op mkb-financiering bij onder andere Invest-NL en EIF (zoals het Dutch Venture Initiative en Deep Tech Fund) revolveren volgens de laatste prognose informatie tussen de 100% en 157%.
E. Toelichting op de financiële instrumenten
De middelen in het Toekomstfonds worden revolverend ingezet voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven. Voorheen was het Toekomstfonds opgedeeld in een bedrijvendeel en een onderzoeksdeel. Met de Kamerbrief uit juni 2024 (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97) is het onderzoeksdeel geïntegreerd met het bedrijvendeel. Hierdoor vallen alle instrumenten onder de verantwoordelijkheid van de Minister van EZK. Tot en met 2024 had de Minister van OCW een gedeelde verantwoordelijkheid over het onderzoeksdeel.
De ramingen van het Toekomstfonds worden periodiek geactualiseerd in overleg met het Ministerie van Financiën en de uitvoering. Alle uitgaven en ontvangstenramingen zijn indien nodig geactualiseerd op basis van de meest recente uitvoeringsinformatie en beleidsdoelen.
Subsidies
Thematische Technology Transfer
De TTT-regeling heeft als doel het vergroten van de beschikbaarheid van risicofinanciering voor kennisstarters. Het subsidie-gedeelte van de TTT richt zich op de genoemde activiteiten van de thematische samenwerkingsverbanden gericht op kennisoverdrachtsactiviteiten op een bepaald thema, met als doel het helpen oprichten van kennisstarters.
Leningen
ROM's
De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) versterken het ecosysteem in hun regio door het delen van kennis en het samenbrengen van ondernemers, kennisinstellingen en overheden. Ze investeren (additioneel aan de markt) in innovatieve en snelgroeiende bedrijven en stimuleren innovatie in het mkb dat een bijdrage levert aan maatschappelijke vraagstukken. De ROM’s zijn aanjager van innovatief ondernemerschap, gericht op startups én op het innovatieve mkb. Deze bedrijven worden geholpen in hun groei door de taken innoveren, investeren en internationaliseren.
De ROM’s zijn een beleidsdeelneming van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK is medeaandeelhouder naast regionale aandeelhouders, zoals provincies) vanwege marktfalen in de vroege fase: private investeerders mijden risicovolle investeringen door asymmetrische informatie en hoge risico's, waardoor marktfinanciering uitblijft. De ROM's vervullen een bredere systeemrol als verbindende schakel tussen risicokapitaal, subsidie en andere publieke dienstverlening aan startups, scale-ups en innovatief mkb. In de vroege fase bouwen zij voort op instrumenten zoals de VFF, het Innovatiekrediet, de TTT-regeling en later begeleiden zij bedrijven richting vervolginstrumenten zoals Invest-NL of private groeifondsen. Sinds de oprichting van de negende ROM InWest in 2021 is er een landsdekkend netwerk van regionale ontwikkelingsmaatschappijen ontstaan. Onder dit instrument worden de kapitaalstortingen aan de ROM’s verantwoord.
Voor 2027 is een storting á € 2,7 mln aan de ROM Utrecht voorzien, welke onderdeel is van een grotere kapitaalstorting van in totaal € 12,8 mln waarmee in 2026 is gestart.
Oncode Research
Oncode Institute wordt mede gefinancierd uit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds, gericht op excellent onderzoek en Thematische Technology Transfer. Oncode Institute is een pilot die zich richt op de toepassing van wetenschappelijk oncologisch onderzoek voor betaalbare oplossingen voor de patiënt.
Thematische Technology Transfer
Dit betreft het leningencomponent van de TTT. De TTT-regeling heeft als doel het vergroten van de beschikbaarheid van risicofinanciering voor kennisstarters. De investeringen van de fondsen hebben een looptijd van maximaal 9 jaar en na vervreemding vloeien de opbrengsten daarvan terug naar het Toekomstfonds.
Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten
Het instrument Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten financiert publiek-private samenwerkingen op het gebied van Regeneratieve geneeskunde. Met een revolverend financieel instrument worden deze middelen ingezet voor de financiering van projecten om innovatie en bottom-up samenwerking en valorisatie tussen het mkb en kennisinstellingen te stimuleren. Die projecten richten zich op het ontwikkelen van medische oplossingen op het gebied van regeneratieve geneeskunde, waarmee ook wordt bijgedragen aan de beheersing van zorgkosten. Van de beschikbare € 30 mln is € 15 mln afkomstig van de begroting van het Ministerie van VWS.
Deep Tech Fund
Het Deep Tech Fonds (DTF) betreft een fonds dat investeringen in bedrijven met innovatieve complexe technologie mogelijk kan maken. Voor innovatieve ondernemingen die zowel kennis- als kapitaalintensief zijn, is het vaak moeilijk om financiering te vinden. Vaak gaat het om nieuwe technologieën die zich nog niet hebben bewezen en waar relatief grote risico’s aan kleven. Het fonds is uitgewerkt als co-investeringsfonds en als separaat fonds ondergebracht bij Invest-NL. Bij oprichting van het fonds bedroeg de omvang € 250 mln, waarvan in 2022 € 175 mln door EZK is ingebracht en € 75 mln door Invest-NL. Om deze belangrijke sector te blijven ondersteunen leggen het Ministerie van EZK en financieringsinstelling Invest-NL € 360 mln extra in, waarvan € 130 mln van EZK. Het DTF groeit daarmee naar een fondsvermogen van € 610 mln.
European Tech Champions Initative (ETCI)
Het European Tech Champions Initiative (ETCI) heeft als doel het vergroten van de slagkracht van Europese risicokapitaalfondsen waardoor Europese innovatieve scale-ups minder afhankelijk worden van niet-Europees risicokapitaal. Het ETCI is belegd bij het Europees Investeringsfonds (EIF), Nederland neemt sinds 2023 deel aan ETCI voor in totaal € 100 mln.
Daarnaast heeft Nederland zich gecommitteerd om ook aan ETCI 2 mee te doen voor een totaalbedrag van € 200 mln. Deze middelen zullen vanaf 2027 worden ingezet via EIF.
Innovatiekrediet
Het Innovatiekrediet biedt toegang tot financiering voor met name het innovatieve mkb en startups, en helpt bij het aantrekken van risicokapitaal. In een fase waarin bancaire financiering niet of nauwelijks beschikbaar is, maakt het Innovatiekrediet onder voorwaarde van 50-75% eigen middelen innovatieprojecten mogelijk met een maximale ondersteuning van € 10 mln voor technische ontwikkelingsprojecten en € 5 mln voor klinische projecten.
Risicokapitaal SEED
Onder het instrument Risicokapitaal SEED valt de SEED Capital regeling en de SEED Business Angel regeling. De SEED Capital regeling ondersteunt innovatieve start-ups bij het verkrijgen van risicokapitaal door het verstrekken van een renteloze geldlening van maximaal € 10 mln per fonds aan investeringsfondsen om het ingebrachte private kapitaal te verdubbelen. De SEED Business Angel regeling faciliteert private investeringen in technische- en/of creatieve start-ups door renteloze geldleningen te verstrekken welke gelijk is aan het private inlegbedrag tot maximaal € 1 mln.
Vroege fase / informal investors
De regeling Vroegefasefinanciering (VFF) biedt financiering in de vorm van een geldlening aan academische en innovatieve starters in een vroege ontwikkelingsfase: van validatie en onderbouwing van een business case, van idee naar concept. Hierdoor wordt de toegang tot vervolgfinanciering gefaciliteerd. Dit initiatief wordt door RVO.nl en door NWO-TTW uitgevoerd. Ook bevat de regeling een regionale module, waarmee regionale financiers cofinanciering kunnen verkrijgen ten behoeve van het verstrekken van vroegefasefinanciering.
Startups / MKB
Het Startup/MKB instrument dient om aflopende instrumenten op het Toekomstfonds te financieren en voorspelbaar overheidsbeleid te kunnen realiseren. Revolverende ontvangsten van aflopende regelingen en investeringen keren terug op dit instrument en worden daarna opnieuw ingezet binnen het Toekomstfonds om zo de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven en voor fundamenteel en toegepast onderzoek te faciliteren.
Blended finance faciliteit Invest-NL
Uit het IBO bedrijfsfinanciering is gebleken dat er kansen zijn voor Invest-NL om haar huidige taak breder te in te vullen om hiermee beter knelpunten in de bedrijfsfinanciering te kunnen adresseren, in het bijzonder bij hoog-risico-projecten met hoge maatschappelijke baten waar de rendementsdoelstelling van Invest-NL knellend kan werken. Met deze blended finance faciliteit krijgt Invest-NL de mogelijkheid om effectiever te investeren in de doorgroei van risicovolle startups en scaleups en daarmee de opschaling van belangrijke innovaties. Hiermee nemen bovendien de mogelijkheden tot het mobiliseren van privaat kapitaal toe en wordt de slagkracht en maatschappelijke impact van Invest-NL vergroot.
IPCEI Advanced Semiconductor Technologies
Via het Important Projects of Common European Interest (IPCEI) mechanisme biedt de Europese Commissie de mogelijkheid om tot maximaal 100% van de onrendabele top van een project te financieren in een strategische belangrijke sector of markt. De IPCEI Advanced Semiconductor Technologies (AST) heeft als doel om de Europese positie in de wereldwijde halfgeleiderindustrie te versterken door de Europese positie in de wereldwijde halfgeleidersector te versterken door middel van innovatie en schaalvergroting. IPCEI AST ondersteunt onderzoek, ontwikkeling en eerste toepassing in een productieomgeving van nieuwe generaties halfgeleiders, ontwerptechnieken, productietechnologieën en toepassingen. Het initiatief bevordert de samenwerking tussen verschillende Europese landen om gezamenlijk complexe technologische uitdagingen aan te pakken met als doel versterking van de industriële infrastructuur in Europa. Onder de vlag van IPCEI AST wordt het innovatieve mkb (inclusief startups en scale-ups) nadrukkelijk de ruimte gegeven om ook met kleinere projecten mee te doen. Hiervoor is in totaal € 230 mln gereserveerd, waarvan € 30 mln binnen het Toekomstfonds.
Bijdrage aan agentschappen
Bijdrage RVO
Dit betreft de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de uitvoering van diverse regelingen van het Toekomstfonds, zoals het Innovatiekrediet, de SEED Capital en SEED Bussiness Angels regeling, de regeling Vroegefasefinanciering, en de TTT-regeling.
Toelichting op de ontvangsten
De ontvangsten van het Toekomstfonds betreffen de op de EZK-begroting geraamde terugbetalingen van kredieten (hoofdsom en rente indien van toepassing) in het kader van het Innovatiekrediet en Vroegefasefinanciering. Daarnaast worden de terugontvangsten van het Dutch Venture Initiative (DVI) en de SEED Capital en SEED Business Angels regelingen verantwoord. Deze ontvangsten bestaan uit de opbrengsten van rente, dividend en de verkoopwaarde van ondernemingen op het moment dat een fonds haar belangen daarin verkoopt.
Ook worden de ontvangsten in het kader van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen in het Toekomstfonds verantwoord. Dit betreft eventuele dividenden en opbrengsten van aandelenverkoop. Ook hebben de ontvangsten betrekking op de terugontvangst van de middelen die aan de ROM's ter beschikking zijn gesteld voor het verstrekken van de Corona-overbruggingsleningen (COL) aan bedrijven tussen 2020 en 2022.
Kengetallen
De financiële beleidsinstrumenten van het bedrijvenbeleid richten zich op het realiseren van de geformuleerde strategische doelen. Hieronder worden de kengetallen gepresenteerd behorend bij de beleidsinstrumenten. Een meer uitgebreide rapportage van kengetallen en indicatoren is te vinden op Bedrijvenbeleid in beeld.
Figuur 4
Tabel 29 Kengetallen
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Bron
Innovatiekrediet
RVO
Aantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt
31
29
27
19
16
22
26
23
Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met een Innovatiekrediet (x € 1 mln)
173
139
167
97
116
134
105
153
Seed Capital en Fund of funds
RVO
Aantal participaties via SEED (vanaf 2018 incl. SEED Business Angels)
58
77
51
42
108
110
94
104
Omvang gestimuleerd risicokapitaal voor innovatieve bedrijven door SEED (x € 1 mln) (vanaf 2018 incl. SEED Business Angels)
47
54,6
52,8
69,6
79,4
88,3
74,1
63,8
Vroegefasefinanciering1
RVO
Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt
20
19
17
22
7
1
0
2
Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt bij de regionale fondsen
3
24
47
33
55
ROM's
Aantal Academische, HBO en TO2 starters dat Vroege Fase Financiering gebruikt
18
18
18
18
19
20
24
22
NWO
Thematische Technology Transfer (TTT) regeling
RVO
Het aantal nieuwe (initiële) participaties in het afgelopen kalenderjaar van TTT-fondsen
10
13
13
15
18
n.n.b.
Aantal startende bedrijven ten gevolgen van de valorisatieactiviteiten door een TTT-samenwerkingsverband
6
24
59
60
44
n.n.b.
X Noot
1
Een deel van de uitvoering van de Vroege Fase Financiering loopt via TTW. TTW levert dit cijfer rechtstreeks aan het Ministerie van EZK. Het cijfer dat RVO aanlevert is dus alleen van RVO en de regionale loketten.
Beleidsartikel 9 Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid
A. Algemene doelstelling
Met de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille binnen het nieuwe kabinet heeft het Ministerie van EZK een centrale coördinerende en kaderstellende rol gekregen in het digitaliseringsbeleid voor de samenleving en de overheid en digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de realisatie van het digitaliseringsbeleid van de rijksoverheid, naast de verantwoordelijkheid die het draagt voor de slagvaardige overheid en de daarmee samenhangende digitalisering. Dit betekent dat, naast de eerder al bestaande verantwoordelijkheid voor de digitale economie, het Ministerie van EZK nu ook verantwoordelijk is voor het beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in de digitale samenleving en het bevorderen van een goed functionerende digitale overheid.
Het Ministerie van EZK zet hierbij in op het realiseren van de volgende strategische doelen:
1. Iedereen kan rekenen op een veilige, verantwoorde en inclusieve digitale samenleving;
2. Iedereen kan vertrouwen op een samenhangende, toekomstbestendige en soevereine digitale overheid die werkt.
1. Iedereen kan rekenen op een veilige, verantwoorde en inclusieve digitale samenleving.
Er wordt ingezet op het borgen van een veilige, betrouwbare en inclusieve digitale samenleving in de digitale publieke ruimte. Deze opgave omvat onder meer het borgen van de grondrechten in de online omgeving, privacy, non‑discriminatie, verantwoorde inzet van AI, digitale weerbaarheid van de overheid en burgers en het beschermen van burgers tegen digitale risico’s.
2. Iedereen kan vertrouwen op een samenhangende, toekomstbestendige en soevereine digitale overheid die werkt.
Voor een samenhangende, toekomstbestendige en soevereine digitale overheid is het nodig om digitaal autonomer en minder afhankelijk te worden. Om dit doel te bereiken wordt ingezet op interoperabiliteit van digitale voorzieningen, veilige en efficiënte gegevensuitwisseling, digitale identiteit, autonome cloud-infrastructuur en modernisering van ketens. Bij het vergroten van digitale autonomie van de overheid gaat het om het vermogen van de Nederlandse overheid om (in Europees verband) eigen keuzes te maken over digitale infrastructuren, datastromen en technologie. Ook gaat het om het vaststellen van de beleidsmatige en technische randvoorwaarden die nodig zijn om die keuzes daadwerkelijk te kunnen maken. Tevens stimuleren we innovatie en samenwerking tussen markt en overheid door als overheid een rol als launching customer in te vullen.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister van EZK is verantwoordelijk voor het maken van beleid en het opstellen van kaders voor een veilige digitale samenleving en een soevereine digitale overheid.
Stimuleren
De Minister van EZK:
– stimuleert innovatie in de markt ter versterking van de concurrentiepositie van Nederland en de EU vanuit het kader van digitaliseringsbeleid samenleving en overheid;
– stimuleert het gebruik van standaarden binnen de overheid door middel van het opstellen, beheren en actualiseren van overheidsbrede regelgeving en standaarden, architectuurprincipes en kwaliteitskaders en vormgeven van het toezicht daarop;
– stimuleert internationale samenwerking voor het realiseren van overheidsdiensten over de grenzen heen met wet- en regelgeving die zowel recht doet aan de Nederlandse situatie als in Caribisch Nederland.
Regisseren
De Minister van EZK:
– ontwikkelt strategisch digitaliseringsbeleid van overheid en samenleving en voert de interbestuurlijke coördinatie hierop inclusief periodieke herijking van de digitale beleidsagenda;
– ontwikkelt de beleidskaders voor digitale overheid en de digitale samenleving (data, AI, cloud, digitaal burgerschap en nieuwe digitale ontwikkelingen) en voor de digitale autonomie en digitale soevereiniteit van de overheid;
– borgt de naleving van beleidskaders en afspraken over de digitale publieke ruimte (waarin publieke waarden worden geborgd), interoperabiliteit, open standaarden en veilige gegevensuitwisseling;
– draagt zorg voor het positioneren en strategisch aansturen van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en de strategische prioriteiten die daaruit voortkomen;
– geeft de Nederlandse Digitale Dienst (NDD) vorm als overheidsbreed instrument voor kwaliteitsborging, standaarden en doorbraakprojecten;
– ontwikkelt beleidsmatige kaders op het gebied van digitaliseringsbeleid voor privacy, de digitale publieke ruimte en grondrechten, inclusief de Nederlandse inzet in Europese onderhandelingen;
– coördineert het AI-beleid en heeft een kaderstellende rol voor inzet van AI bij de overheid en ziet toe op een verantwoorde inzet van deze technologie.
C. Beleidswijzigingen
Met ingang van het begrotingsjaar 2027 worden de organisatorische aanpassingen effectief die het gevolg zijn van de portefeuilleverdeling tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken – Digitale Economie en Soevereiniteit en de Staatssecretaris van BZK. In deze begroting zijn vooruitlopend daarop reeds de voor EZK beoogde budgetten overgeheveld vanuit de begroting van BZK.
Voor de beleidsambities- en prioriteiten die samenhangen met de budgetten van dit beleidsartikel wordt verwezen naar de kamerbrief 'Strategische inzet SEZ'. De brief wordt naar verwachting eind september aan uw Kamer gestuurd. Een deel van het beleid en de acties die in de brief worden uiteengezet komen nu of in de toekomst in enige vorm terug in dit beleidsartikel.
Niet alle ambities en beleidsdoelen zijn op dit moment direct herkenbaar in de budgettaire tabel van dit beleidsartikel. Dat wordt deels verklaard door het feit dat de verantwoordelijkheid voor coördinatie en kaderstelling relatief in mindere mate beleidsmiddelen vereist; veel van de digitaliseringsbudgetten op de begroting van BZK zijn bedoeld voor uitvoering en realisatie en beheer van infrastructuur en passen daarom bij de BZK-verantwoordelijkheid voor uitvoering en realisatie van een digitale, slagvaardige overheid. Een ander deel van de verklaring is dat de herverkaveling van verantwoordelijkheden en budgetten onvermijdelijk herijking van beleidsinzet en werkwijzen vereist. Dit wordt op dit moment concreet zichtbaar in de vorm van een nieuw Directoraat-Generaal Digitaliseringsbeleid Samenleving en Overheid. EZK werkt komend jaar toe naar een samenhangende beleidsinzet voor digitalisering en de bij dit artikel horende (sub)doelen en prestatie-indicatoren.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
0
0
35.932
35.763
35.754
35.747
32.570
Uitgaven
0
0
35.932
35.763
35.754
35.747
32.570
Subsidies (regelingen)
0
0
2.032
2.029
2.029
2.029
2.028
Publieke waarden: Nieuwe technologie
477
476
476
476
476
Digitale weerbaarheid burgers
606
605
605
605
605
Digitale gemeenschapsgoederen
949
948
948
948
947
Opdrachten
0
0
15.753
15.601
15.598
15.597
12.423
Publieke waarden Kinderrechten online
2.693
2.672
2.672
2.671
2.668
Publieke waarden Online discriminatie
680
675
675
675
674
Caribisch Nederland
3.180
3.156
3.155
3.155
Weerbaarheidsbeleid overheid
9.200
9.098
9.096
9.096
9.081
Bijdrage aan agentschappen
0
0
172
171
167
160
160
Internationaal
172
171
167
160
160
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
0
0
17.975
17.962
17.960
17.961
17.959
ICTU
16.475
16.462
16.460
16.461
16.459
Wet- en regelgeving
1.500
1.500
1.500
1.500
1.500
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 31 Geschatte budgetflexibiliteit
2027
Juridisch verplicht
18%
Bestuurlijk gebonden
57%
Beleidsmatig gereserveerd
25%
Vrij te besteden
0%
Juridisch Verplicht
– Opdrachten: Een deel van het budget voor opdrachten is in 2027 juridisch verplicht om de digitale overheid in Caribisch Nederland te ontwikkelen vanuit WaU-middelen.
Bestuurlijk gebonden
– Opdrachten: Een deel van het budget voor opdrachten is in 2027 bestuurlijk gebonden om de digitale overheid in Caribisch Nederland te ontwikkelen vanuit WaU-middelen.
– Bijdrage aan ZBO's/RWT's: Een deel van het budget voor bijdrage aan ZBO's/RWT's is bestuurlijk gebonden in het kader van het realiseren van de ambitie en doelstellingen in de Interbestuurlijke Datastrategie en de doorontwikkeling van het Stelsel van Basisregistraties naar een Federatief Data Stelsel vanuit WaU-middelen.
Beleidsmatig gereserveerd
– Opdrachten: Een deel van de opdrachten is beleidsmatig gereserveerd om de De Nationale Cryptostrategie verder te ontwikkelen en de verdere uitwerking van (Europese) wet- en regelgeving.
E. Toelichting op de financiële instrumenten
Subsidies
Publieke waarden: nieuwe technologie
Digitalisering heeft effect op publieke waarden en fundamentele rechten. In 2027 worden subsidies verstrekt om beleidsinstrumenten voor online kinderrechten, online desinformatie, online discriminatie en digitale gemeenschapsgoederen te ontwikkelen.
Digitale weerbaarheid burgers
Digitale weerbaarheid en digitale gemeenschapsgoederen zijn de fundamenten van een veilige en eerlijke digitale samenleving. Waar weerbaarheid gaat over bescherming tegen cyberdreigingen, draait het bij gemeenschapsgoederen om open, gedeelde digitale infrastructuur en opensourcesoftware die voor iedereen toegankelijk is. In 2027 worden subsidies verstrekt om beleidsinstrumenten voor digitale weerbaarheid van burgers te verbeteren.
Digitale gemeenschapsgoederen
Digitale weerbaarheid en digitale gemeenschapsgoederen zijn de fundamenten van een veilige en eerlijke digitale samenleving. Waar weerbaarheid gaat over bescherming tegen cyberdreigingen, draait het bij gemeenschapsgoederen om open, gedeelde digitale infrastructuur en opensourcesoftware die voor iedereen toegankelijk is. In 2027 worden subsidies verstrekt om beleidsinstrumenten op het gebied van digitale gemeenschapsgoederen verder te ontwikkelen.
Opdrachten
Publieke waarden: Kinderrechten
Digitalisering heeft effect op publieke waarden en fundamentele rechten. In 2027 worden opdrachten verstrekt om beleidsinstrumenten voor online kinderrechten, online desinformatie, online discriminatie en digitale gemeenschapsgoederen te ontwikkelen.
Publieke waarden: Online discriminatie
Digitalisering heeft effect op publieke waarden en fundamentele rechten. In 2027 worden opdrachten verstrekt om beleidsinstrumenten voor online kinderrechten, online desinformatie, online discriminatie en digitale gemeenschapsgoederen te ontwikkelen.
Caribisch Nederland
Voor de gezamenlijke ambitie om de digitale overheid in Caribisch Nederland te ontwikkelen wordt een bijzondere uitkering verstrekt aan de openbare lichamen. Deze uitkering is bedoeld om CIO-offices in te richten en hun eigen digitaliseringsagenda's te ontwikkelen, in lijn met de implementatie van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) in Caribisch Nederland. Hiervoor is € 3,1 mln beschikbaar vanuit Werk aan Uitvoering (WaU) tot en met 2030. Daarnaast ontvangt ICTU een bijdrage voor het onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringstrategie. Deze wordt ingezet om de cyberweerbaarheid op Caribisch Nederland te verhogen
Weerbaarheidsbeleid overheid
De Nationale Cryptostrategie (NCS) is het beleid van de Rijksoverheid om de nationale crypto-industrie te stimuleren en te zorgen dat de overheid kan beschikken over veilige, hoogwaardige informatiebeveiligingsmiddelen. Dit programma, (vanaf 2027) gecoördineerd door het Ministerie van EZK en de AIVD, richt zich onder meer op de overgang naar quantumveilige cryptografie. (Hiervoor zijn vanuit de NLCS structureel middelen beschikbaar gesteld van € 12 mln. € 3,1 mln heeft de AIVD al structureel ontvangen voor de loonkosten). Voor het programma is structureel € 8,9 mln beschikbaar.
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
ICTU
Het EDI-stelsel (Europese Digitale Identiteit) is het nieuwe Europese raamwerk waarmee burgers en bedrijven zich veilig en eenvoudig digitaal kunnen identificeren en documenten kunnen delen. De NL-wallet is de Nederlandse publieke uitvoering hiervan. Hiervoor ontvangt ICTU in 2027 een bijdrage op het gebied van de Europese Digitale Identiteit. Deze bijdrage heeft betrekking op de implementatie van de herziene eIDAS verordening en de ontwikkeling van EDI-stelsel NL, zodat EDI-wallets in de praktijk veilig en betrouwbaar te gebruiken zijn.
Het Data Beleid binnen de overheid draait om de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en de praktische realisatie ervan via het Federatief Datastelsel (FDS). Dit beleid regelt hoe overheden veilig, ethisch en betekenisvol data delen en beheren volgens het principe van data bij de bron. In 2027 worden opdrachten verleend vanuit het programma Interbestuurlijke Datastrategie, onder andere onderzoeken en adviezen, waarmee de overheid de volle potentie van data op een verantwoorde wijze kan benutten voor de samenleving. Daarnaast wordt een bijdrage gegeven voor de ondersteuning bij programma-activiteiten in het kader van het realiseren van de ambitie en doelstellingen in de Interbestuurlijke Datastrategie en de doorontwikkeling van het Stelsel van Basisregistraties naar een Federatief Data Stelsel. In totaal is in 2027 € 10,5 mln beschikbaar voor opdrachten en bijdragen. Deze middelen zijn beschikbaar vanuit Werk aan Uitvoering (WaU) en zijn beschikbaar tot en met 2031.
Tevens ontvangt ICTU een bijdrage voor de Single Digital Gateway. De SDG maakt digitale dienstverlening van overheden binnen de Europese Unie toegankelijker voor burgers en bedrijven. Via het portaal Your Europe vinden gebruikers betrouwbare informatie over rechten, regels en procedures in andere EU-lidstaten. Hiervoor is in 2027 € 1,8 mln beschikbaar. Deze middelen zijn beschikbaar vanuit Werk aan Uitvoering (WaU) en zijn beschikbaar tot en met 2031.
Wet- en regelgeving
Dit betreft middelen voor werkzaamheden en activiteiten die noodzakelijk zijn voor de tijdige en zorgvuldige voorbereiding van nieuwe (Europese) wet- en regelgeving.
4. Niet-beleidsartikelen
Artikel 40 Apparaat
Op dit artikel zijn de personele uitgaven, materiële uitgaven en ontvangsten van EZK geraamd, voor zover die betrekking hebben op de kerndepartementen EZK (Directoraten-Generaal en stafdirecties) en de diensten van EZK (ACM16, SodM en CPB). Enkele stafdirecties werken als gemeenschappelijke dienst voor EZK en LVVN. In deze begroting is enkel het EZK-aandeel van deze gedeelde stafdirecties geraamd, te weten 57%. De overige 43% van het budget staat op de LVVN-begroting geraamd. De personele uitgaven zijn onderverdeeld in uitgaven voor eigen personeel, inhuuruitgaven en overige personele uitgaven. De materiële uitgaven zijn onderverdeeld in ICT-uitgaven, bijdragen aan shared service organisaties (SSO's), bijdrage aan agentschap DICTU en overige materiële uitgaven.
Tabel 32 Apparaatsuitgaven kerndepartement en diensten Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
555.203
618.650
612.753
564.678
509.495
469.369
408.537
Uitgaven
555.203
618.650
612.753
564.678
509.495
469.369
408.537
Personele uitgaven
eigen personeel
367.384
388.330
426.962
396.555
357.046
318.903
266.300
inhuur externen
48.182
36.424
24.412
23.220
16.799
16.321
15.139
overige personele uitgaven
5.938
18.425
23.541
18.734
17.526
17.333
13.977
Materiële uitgaven
ICT
8.349
20.455
26.057
13.977
14.233
14.253
13.727
bijdrage aan SSO's
10.901
28.107
28.013
27.883
7.238
7.189
35.404
bijdrage aan agentschap DICTU
46.003
37.268
35.174
35.327
31.988
31.116
31.116
overige materiële uitgaven
68.446
89.641
48.594
48.982
64.665
64.254
32.874
Ontvangsten
57.560
95.974
33.234
33.802
30.981
30.257
30.257
Overig
57.560
95.974
33.234
33.802
30.981
30.257
30.257
Toelichting op de uitgaven
Personele uitgaven
De personele uitgaven betreffen alle personeelsuitgaven voor het kerndepartement en de diensten. De ramingen voor eigen personeel en externe inhuur zijn afzonderlijk gespecificeerd. Ook de «overige personele uitgaven» zijn apart gespecificeerd. Hieronder vallen onder andere het sociaal plan, wachtgelduitgaven en kosten voor de landsadvocaat.
Van de totale begrote personele uitgaven in 2027 betreft ongeveer € 21,2 mln het CPB, € 107,4 mln de ACM en € 30,8 mln het SodM.
Materiële uitgavenMateriële uitgaven betreffen alle materiële uitgaven van het kerndepartement en de diensten in het kader van de bedrijfsvoering. Dit omvat onder andere huisvesting, communicatie, ICT en de bijdrage aan het Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) dat gepositioneerd is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Vanaf de begroting 2014 zijn de uitgaven voor ICT en bijdrage aan shared service organisaties (SSO’s) apart zichtbaar gemaakt. ICT bevat zowel de uitgaven voor projecten als structurele uitgaven (onderhoud, licenties en vervanging). De bijdragen aan SSO’s betreffen onder andere uitgaven voor O&P Rijk en FMHaaglanden. De bijdrage aan DICTU is bestemd voor ICT-dienstverlening aan het kerndepartement. Het betreft hier werkplekservices, infrabeheer en applicatieservices.
Van de totale begrote materiële uitgaven in 2027 betreft ongeveer € 4,2 mln het CPB, € 29,6 mln de ACM en € 5,0 mln het SodM.
Toelichting op de ontvangsten
Onder «Overig» vallen de ontvangsten van kerndepartement en de diensten van EZK. De ontvangsten betreffen bij de ACM de bijdragen uit de markt voor de sectoren energie, telecommunicatie, vervoer en post alsook de vergoedingen voor fusiemeldingen (begroot op € 24,3 mln in 2027). Het CPB ontvangt gelden van ministeries en de Europese Commissie (begroot op € 1,6 mln in 2027). De ontvangsten van het SodM zijn in 2026 begroot op circa € 1,4 mln en betreffen retributieontvangsten. De overige ontvangsten ter grootte van € 5,9 mln in 2027 betreffen ontvangsten van het kerndepartement. Het gaat onder andere om retributieontvangsten voor mijnbouwvergunningen.
Externe inhuur
Voor 2027 wordt voor het concern EZK een percentage externe inhuur voorzien dat boven de Roemer-norm ligt (maximaal 10% van de personeelskosten voor externe inhuur). Onderstaande tabel geeft de percentages externe inhuur weer voor het kerndepartement en voor de taakorganisaties van EZK.
Tabel 33 Percentage externe inhuur
2025
2026
2027
Kerndepartement
11,1%
10,0%
12,3%
Autoriteit Consument & Markt
11,4%
11,0%
9,2%
Centraal Planbureau
1,4%
1,0%
1,5%
Staatstoezicht op de Mijnen1
22,8%
10,0%
14,0%
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
23,1%
22,7%
22,2%
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
18,4%
21,9%
19,8%
Dienst ICT Uitvoering
46,3%
40,5%
22,4%
Nederlandse Emissieautoriteit
14,8%
13,2%
8,4%
Totaal
18,7%
16,3%
12,4%
X Noot
1
Door invoer van programmabegrotingen voor KGG is de NEa overgegaan naar de departementale begroting van EZK.
– De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voert opdrachten uit voor meer dan tien ministeries. Het opdrachtenpakket is sterk afhankelijk van de dynamiek in de politiek. Om te kunnen anticiperen op de vraag van opdrachtgevers is een flexibile schil noodzakelijk, bijvoorbeeld bij het onder politieke druk snel uitvoeren van een regeling. RVO heeft een personeelsbeleid waarbij wordt ingezet op het optimaliseren van deze flexibele schil. Hierbij wordt beoordeeld op welke functies wordt ingehuurd en waar mogelijk wordt ingezet op verambtelijking. Daarnaast speelt dat op sommige specialistische functies verambtelijking lastig is (bijvoorbeeld binnen het IV-domein).
– Rijksinspectie Digitale Infrastructuur heeft hoofdzakelijk externe inhuur op de IV-functies (IT en Data) naast een aantal zeer specialistische functies op de werkvelden die vanuit Europese wet- en regelgeving opgedragen zijn (NIS, AI, CER, CRA enz.). De concurrentie op de arbeidsmarkt is hoog voor deze functies waardoor inhuur in veel gevallen de enige optie is. In sommige gevallen leidt ook de uitstel van wetgeving ertoe dat er met inhuurcontracten moet worden gewerkt. Jaarlijks herijkt RDI de verwachting rondom de benodigde inzet van de externe inhuur. Ook zet RDI bij gebleken geschiktheid en waar dat kan altijd in op het omzetten van extern personeel naar ambtelijk personeel.
– DICTU is een IT-organisatie binnen de Rijksoverheid. Voor een IT-organisatie is de Roemer-norm van 10% niet realistisch.17Door structurele krapte op de arbeidsmarkt, complexiteit van rijks-IT en benodigde specialistische rollen, alsook projectmatige dynamiek maken dat een hogere externe inhuur onvermijdelijk is. Een meer genuanceerde, risicogestuurde norm past beter bij de realisateit en bij de ambities van digitale autonomie en continuïteit. Vanwege het huidige beeld is een fte-verhouding van 85/15 (intern/extern), oftewel een inhuurpercentage van 17,6%, bij DICTU als ultiem streven realistisch. Om de inhuur te beperken neemt DICTU de volgende maatregelen: actieve werving en branding, verscherpt toezicht op de duur van inhuur, verambtelijking en samenwerking met hogescholen en universiteiten en investeren in de kansen en ontwikkeling van medewerkers waarbij opleiding, omscholing en doorstroom worden bevorderd. Hiermee zet DICTU in op duurzame inzetbaarheid.
Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen, ZBO’s en RWT’s
De onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor EZK weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de diensten alsook de apparaatskosten van de agentschappen en de ZBO’s en RWT’s (voor zover deze via de Rijksbegroting gefinancierd worden) weergegeven.
Tabel 34 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
1. Totaal apparaatsuitgaven ministerie
555.203
618.650
612.753
564.678
509.495
469.369
408.537
Kerndepartement (beleid en staf)
377.804
419.304
414.697
387.383
344.763
310.492
258.318
Apparaatsuitgaven diensten
Centraal Planbureau (CPB)
25.082
24.947
25.347
22.946
21.488
20.133
19.633
Autoriteit Consument en Markten (ACM)
115.159
134.665
136.919
121.312
115.928
112.299
104.611
Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)1
37.158
39.734
35.790
33.037
27.316
26.445
25.975
2. Totaal apparaatskosten agentschappen
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)
98.652
107.238
121.144
125.364
119.984
120.410
121.646
Dienst ICT Uitvoering (DICTU)
271.113
343.374
253.258
258.323
263.490
268.760
274.135
Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)
28.984
35.048
38.798
41.347
42.456
45.668
43.963
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)
1.268.452
1.175.939
1.137.549
1.061.884
966.032
894.709
858.499
3. Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's
2025
2026
Centraal Bureau voor de Statistiek
273.098
277.466
Stichting COVA
2.1132
2.227
Raad voor Accreditatie
15.018
16.400
Bestuur Autoriteit Consument en Markt
798
954
TNO
734.461
744.732
Kamer van Koophandel
295.2353
304.300
X Noot
1
De ministeriële verantwoordelijkheid over de Staatstoezicht op de Mijnen is overgedragen aan de Minister van Klimaat en Groene Groei. In de begrotingsadministratie moet dit nog verwerkt worden.
X Noot
2
Bij het jaarverslag 2025 was €2.070 opgenomen, omdat de realisatie 2025 nog niet bekend was.
X Noot
3
Bij het jaarverslag 2025 was € 295.253 opgenomen, omdat de realisatie 2025 nog niet bekend was.
In de bovenstaande tabel zijn onder andere de personele en materiële apparaatskosten van de agentschappen, ZBO’s en RWT’s vermeld. Deze apparaatskosten worden niet alleen door EZK gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de betreffende agentschapsparagrafen en de bijlage ZBO’s en RWT’s wordt dit nader toegelicht.
Tabel 35 Tabel apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepartement en diensten (bedragen x € 1.000)
2027
Totaal apparaat
612.753
DG Klimaat en Energie
37.215
DG Bedrijfsleven en Innovatie
41.201
DG Realisatie Groene Groei
56.355
DG Economie en Digitalisering
22.593
DG Digitaliseringsbeleid Samenleving en Overheid
18.170
Raden en diensten CPB, ACM en SodM
203.999
Personele budgetten stafdirecties (incl. EZK-aandeel gezamenlijke onderdelen EZK/LVVN)
103.214
Materiele en centrale budgetten kerndepartement
130.006
Bovenstaande tabel maakt onderscheid naar de personele uitgaven van de directoraat-generalen en de stafdirecties. De materiële en centrale budgetten van het kerndepartement zijn apart inzichtelijk gemaakt en bestaan ondere andere uit kosten voor in- en uitbesteding en bijdragen aan SSO's. Ook de apparaatsuitgaven van de raden en diensten worden separaat weergegeven.
Artikel 41 Nog onverdeeld
Tabel 36 Budgettaire gevolgen artikel 41 (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen
0
0
0
0
0
0
0
Uitgaven
0
0
0
0
0
0
0
Loonbijstelling
0
0
0
0
0
0
0
Prijsbijstelling
0
0
0
0
0
0
0
Onverdeeld
0
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 41 worden gedaan. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats.
5. Begroting agentschappen
Dienst ICT Uitvoering (DICTU)
De Dienst ICT Uitvoering (DICTU) is een van de grotere ICT-dienstverleners binnen de Rijksoverheid. DICTU ondersteunt met name de primaire processen van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en gelieerde uitvoeringsorganisaties.
Tabel 37 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
412.218
436.873
440.221
443.752
447.467
451.368
waarvan Applicatie Services
172.602
168.095
171.457
174.886
178.384
181.952
waarvan Ontwikkelopdrachten
48.269
62.107
63.349
64.616
65.908
67.226
waarvan Generieke Diensten
62.649
66.759
68.094
69.456
70.845
72.262
waarvan Werkplekservices
116.890
129.723
126.928
124.194
121.518
118.900
waarvan Overig
1.557
1.938
1.977
2.016
2.057
2.098
waarvan Generieke eBS
10.250
8.251
8.416
8.584
8.756
8.931
- Baten als tegenprestatie voor levering van input
0
0
0
0
0
0
waarvan bijdrage aan A
0
0
0
0
0
0
waarvan bijdrage aan B
0
0
0
0
0
0
waarvan bijdrage aan C
0
0
0
0
0
0
Rentebaten
0
200
200
200
200
200
Vrijval voorzieningen
0
0
0
0
0
0
Bijzondere baten
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
412.218
437.073
440.421
443.952
447.667
451.568
0
0
0
0
0
0
Lasten
0
0
0
0
0
0
Apparaatskosten
343.374
253.258
258.323
263.490
268.760
274.135
- Personele kosten
238.793
216.740
221.075
225.496
230.006
234.606
waarvan eigen personeel
136.897
162.665
165.919
169.237
172.622
176.074
waarvan inhuur externen
96.616
48.574
49.546
50.537
51.547
52.578
waarvan overige personele kosten
5.281
5.500
5.610
5.723
5.837
5.954
- Materiële kosten
104.581
36.518
37.249
37.994
38.754
39.529
waarvan apparaat ICT
2.319
4.863
4.961
5.060
5.161
5.264
waarvan bijdrage aan SSO's
28.236
27.934
28.493
29.062
29.644
30.237
waarvan overige materiële kosten
74.027
3.721
3.795
3.871
3.949
4.028
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
52.656
160.104
158.386
156.751
155.196
153.722
Rentelasten
760
924
925
925
925
925
Afschrijvingskosten
14.928
22.276
22.276
22.276
22.276
22.276
- Materieel
11.346
14.427
14.427
14.427
14.427
14.427
waarvan apparaat ICT
11.346
14.427
14.427
14.427
14.427
14.427
waarvan overige materiële afschrijvingskosten
0
0
0
0
0
0
- Immaterieel
3.582
7.850
7.850
7.850
7.850
7.850
Overige lasten
500
510
510
510
510
510
waarvan dotaties voorzieningen
500
510
510
510
510
510
waarvan bijzondere lasten
0
0
0
0
0
0
Totaal lasten
412.218
437.073
440.421
443.952
447.667
451.568
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening
0
0
0
0
0
0
Agentschapsdeel Vpb-lasten
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting op de baten
Als gevolg van volume en prijseffecten is de omzet in 2027 hoger uitgekomen dan begroot in 2026. Vanaf 2028 wordt een daling verwacht van de werkplekservices door de afname van het aantal Rijksambtenaren als gevolg van het invullen van de taakstelling bij de afnemers van DICTU. De afname is in lijn met de besloten ontwikkeling van de personele budgetten binnen EZK.
Door een ingezette stijgende vraag naar ontwikkelopdrachten, onder andere naar ontwikkeling van websites, stijgt de post «Ontwikkelopdrachten» vanaf 2027. De post «Werkplekservices» neemt in 2027 nog toe doordat de verwachte daling naar de vraag van werkplekken door Rijksbrede taakstellingen nog niet is ingezet.
Als gevolg van bestuurlijke besluitvorming om de overstap van Generieke eBS naar de Cloud versie Fusion stop te zetten in het kader van soevereine overwegingen, is de post «Generieke EBS» verlaagd.
Tabel 38 Baten als tegenprestatie voor de levering van goederen en/of diensten (bedragen x € 1.000)
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten vanuit moederdepartement
260.722
279.484
281.626
283.885
286.262
288.758
Baten vanuit overige departementen
150.779
155.270
156.460
157.715
159.035
160.422
Baten vanuit partijen anders dan departementen
717
2.119
2.135
2.152
2.170
2.189
Totaal
412.218
436.873
440.221
443.752
447.467
451.368
Toelichting op de lasten
Personele Kosten
In 2027 zet DICTU onverminderd in op verambtelijking van het personeelsbestand, waardoor de bezetting uitkomt op de geplande formatie. De ambitie voor 2028 en verder komt uit op een verhouding intern/extern van 85/15 in FTE. De DICTU bedrijfsstrategie en de daarvan deel uitmakende sourcing strategie werkt toe naar een samenwerking met Rijkspartners en meer doen door en met marktpartijen. Dit leidt in 2027 en verder tot een verschuiving van uren (post «Inhuur externen») naar inkoop van diensten bij Rijkspartners dan wel marktpartijen (post «Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten»).
Materiele kosten
De taakstelling voor 2027 en verdere jaren is verwerkt in de post «Materiele kosten, waarvan bijdrage aan SSO’s».
Rentelasten
De hogere rentelasten worden veroorzaakt door hogere rentepercentages op leningen.
Afschrijvingskosten
De toename van de post «Immateriele Afschrijvingskosten» ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt door een grote investering in 2026 in soevereine platformen en Cloudoplossingen. De materiele afschrijvingskosten zijn met name hoger door hogere afschrijvingskosten servers.
Tabel 39 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
Stand Slotwet 2025
Vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
1.
Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen
31.361
15.407
15.407
15.407
15.407
15.407
15.407
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom
415.884
412.218
436.873
440.221
443.752
447.467
451.368
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom
‒ 392.184
‒ 397.290
‒ 414.796
‒ 418.144
‒ 421.676
‒ 425.391
‒ 429.292
2.
Totaal operationele kasstroom
23.700
14.928
22.076
22.076
22.076
22.076
22.076
-/- totaal investeringen
‒ 12.565
‒ 20.000
‒ 66.500
‒ 25.000
‒ 20.000
‒ 20.000
‒ 20.000
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen
29
0
0
0
0
0
0
3.
Totaal investeringskasstroom
‒ 12.536
‒ 20.000
‒ 66.500
‒ 25.000
‒ 20.000
‒ 20.000
‒ 20.000
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement
‒ 6.794
0
0
0
0
0
0
+/+ eenmalige storting door moederdepartement
135
0
0
0
0
0
0
-/- aflossingen op leningen
‒ 17.906
‒ 14.928
‒ 22.076
‒ 22.076
‒ 22.076
‒ 22.076
‒ 22.076
+/+ beroep op leenfaciliteit
14.861
20.000
66.500
25.000
20.000
20.000
20.000
4.
Totaal financieringskasstroom
‒ 9.704
5.072
44.424
2.924
‒ 2.076
‒ 2.076
‒ 2.076
5.
Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)
32.821
15.407
15.407
15.407
15.407
15.407
15.407
Operationele kasstroom
De operationele kasstroom geeft de kasstroom weer uit de reguliere bedrijfsuitoefening.
Investeringskasstroom
In 2027 is er een hoger investeringsniveau dan aanvankelijk begroot, als gevolg van investeringen in soevereine nieuwe platformdiensten. Op langere termijn verwacht DICTU op een lager investeringsniveau uit te komen vanwege de implementatie van de nieuwe platformdiensten.
Financieringskasstroom
DICTU begroot een financieringskasstroom welke aansluit bij het begrote investeringsniveau en het beroep op de leenfaciliteit.
Tabel 40 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Stand Slotwet 2025
Vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Omschrijving generiek deel
Kostprijzen per product (groep)
a. Basistarief Cloud Werkplek (CW)
3.019
2.916
2.557
2.608
2.660
2.714
2.768
Tarieven/uur
a. Senior medewerker (ontwikkeling)
160
164
151
154
157
160
163
b. Medior medewerker (bouw)
126
129
119
122
124
127
129
c. Junior medewerker (test en beheer)
107
109
101
103
106
107
109
Indicatoren
Aantal Cloudwerkplekken
20.597
19.056
21.474
20.707
20.008
19.336
18.691
FTE-totaal (excl. externe inhuur)1
1.067
1.173
1.301
1.301
1.301
1.301
1.301
Aantal interne FTE’s in percentage van het totale aantal FTE’s
65,2%
71,6%
85,0%
85,0%
85,0%
85,0%
85,0%
Saldo van baten en lasten (%)
3,42%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Ziekteverzuim
5,8%
4,0%
4,0%
4,0%
4,0%
4,0%
4,0%
Klanttevredenheid
7,6
7
7
7
7
7
7
Beschikbaarheid applicaties
99,5%
98,0%
98,0%
98,0%
98,0%
98,0%
98,0%
Aantal grote verstoringen2
3
max 5
max 5
max 5
max 5
max 5
max 5
Eindgebruikerstevredenheid afhandeling incidenten
8,7
7,0 ‒ 7,5
7,0 ‒ 7,5
7,0 ‒ 7,5
7,0 ‒ 7,5
7,0 ‒ 7,5
7,0 ‒ 7,5
Oplospercentage 1e lijn helpdesk
82%
75%
75%
75%
75%
75%
75%
Servicedesk; in 1 keer geholpen
81%
80%
80%
80%
80%
80%
80%
Servicedesk; dienstverleningsniveau volgens afspraken
66%
85%
85%
85%
85%
85%
85%
Betalingen aan crediteuren: min. 95% cf. betaaltermijn
98,7%
95,0%
95,0%
95,0%
95,0%
95,0%
95,0%
X Noot
1
Gemiddeld aantal FTE over het jaar.
X Noot
2
Dit zijn nieuwe indicatoren. Een grote verstoring is minimaal een type C1 verstoring conform de prioriteitenmatrix Incidenten DICTU.
Basistarief Cloud Werkplek (CW)
In verband met een stelselwijziging in de doorrekening van de tarieven in combinatie met een besparingsdoelstelling, resulteert dit in een tariefsverlaging van de Cloud Werkplek van 12,3% in 2027.
Uurtarieven
In verband met een stelselwijziging in de doorrekening van de tarieven dalen de uurtarieven met gemiddeld 7,7% in 2027.
Aantal Cloudwerkplekken
Het aantal Cloud werkplekken is in 2025 en 2026 hoger dan vooraf ingeschat ondanks een verwachte daling van het aantal medewerkers van EZK en LVVN i.v.m. de Rijksbrede taakstellingen. Ook in 2027 zal de vraag naar het aantal werkplekken naar verwachting nog stijgen dan aanvankelijk begroot in de ontwerpbegroting 2027. Daarna zal de verwachte daling inzetten gezien ook de krimp in personele budgetten van EZK en LVVN.
Aantal interne FTE’s in percentage van het totale aantal FTE’s
Het percentage interne FTE’s stijgt vanaf 2026, dat heeft enerzijds te maken met de inzet op verambtelijking, anderzijds door de implementatie van een andere sourcingstrategie.
Ziekteverzuim
Het meerjarig streefgemiddelde ziekteverzuim is 4%.
Klanttevredenheid
Iedere maand ontvangt een aantal willekeurige eindgebruikers een vragenlijst, waarin een oordeel gegeven kan worden over de werkplek, kantoor applicaties en bedrijfsapplicaties.
Beschikbaarheid applicaties
De beschikbaarheid van frontend-applicaties wordt gemeten door middel van tooling (BSM). Er wordt per applicatie gemeten per maand over beschikbaarstellingsperiode, exclusief overeengekomen onderhoudsperioden. De in de doelmatigheidsindicatoren opgenomen percentages betreffen basis en basis 24, met als doel de beschikbaarheid van 98%. Bij basis gaat het om beschikbaarheid op werkdagen van 7.00 ‒ 18.00 uur. Bij basis 24 op alle dagen 00.00 ‒ 24.00 uur.
Aantal grote verstoringen
Een grote verstoring is minimaal een type C1 verstoring conform de prioriteitenmatrix Incidenten DICTU.
Eindgebruikerstevredenheid afhandeling incidenten
Iedere dag wordt aan een aantal willekeurig gekozen personen die een incident hebben ingediend dat de dag ervoor is opgelost, een uitnodiging voor een onderzoek gestuurd dat betrekking heeft op de afhandeling van incidenten. De respondent kan op een tienpuntschaal aangeven in hoeverre de respondent tevreden is over de afhandeling van het betreffende incident. De KPI wordt gemeten per kalendermaand.
Oplospercentage 1e lijn helpdesk
Geeft streefpercentage (75%) aan van de calls die worden opgelost door de 1e lijn.
In één keer geholpen
80% van elk contact van een gebruiker met de Servicedesk dient direct afgehandeld te worden.
Dienstverleningsniveau volgens afspraken
Percentage meldingen (85%) bij de Servicedesk van gebruikers die binnen afgesproken dienstverleningsniveaus afgehandeld moeten te worden.
Betalingen aan crediteuren
Minimaal 95% van de betalingen aan leveranciers dient binnen de wettelijke betaaltermijn te zijn voldaan.
Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is de onafhankelijke nationale autoriteit voor de uitvoering van en het toezicht op marktinstrumenten die bijdragen aan een klimaatneutrale samenleving. De NEa ondersteunt de uitvoering van het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) en de systematiek Energie voor Vervoer (EV) in Nederland en houdt daar toezicht op. Dat doet de NEa door bedrijven te informeren, te adviseren en door toezicht te houden.
Daarnaast is de NEa onder andere de uitvoerder van de nationale CO2-heffing en de Inframarginale Elektriciteitsheffing (IME) en ziet NEa toe op het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen. De uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap NEa valt onder de eindverantwoordelijkheid van het bestuur van de NEa dat een ZBO is.
Tabel 41 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten
- Baten als tegenprestatie voor de levering van input
38.202
42.683
44.517
45.357
48.393
46.594
waarvan Beprijzing uitstoot
19.480
20.320
18.985
18.705
19.446
18.566
waarvan Bevordering van de inzet van hernieuwbare energie
9.610
13.560
14.309
14.833
16.299
15.655
waarvan Tweedelijnstoezicht
1.869
2.752
3.635
4.092
4.560
4.609
waarvan reductiemaatregelen import
5.382
5.987
7.573
7.712
8.073
7.749
waarvan IME
1.861
64
15
15
15
15
Rentebaten
0
0
0
0
0
0
Vrijval voorzieningen
0
0
0
0
0
0
Bijzondere baten
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
38.202
42.683
44.517
45.357
48.393
46.594
Lasten
Apparaatskosten
35.048
38.798
41.347
42.456
45.568
43.963
- Personele kosten
27.611
27.596
30.205
30.985
31.838
31.934
waarvan eigen personeel
22.820
23.063
25.323
26.187
26.779
26.917
waarvan inhuur externen
3.653
2.306
2.532
2.619
2.678
2.692
waarvan overige personele kosten
1.138
2.227
2.350
2.179
2.381
2.325
- Materiële kosten
7.437
11.202
11.142
11.471
13.730
12.029
waarvan apparaat ICT
2.334
3.909
3.911
3.912
3.913
3.915
waarvan bijdrage aan SSO's
3.613
6.246
6.423
6.748
9.003
7.300
waarvan overige materiële kosten
1.490
1.046
809
811
813
814
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
1.571
1.769
1.860
1.809
1.891
2.020
Rentelasten
91
91
112
128
144
150
Afschrijvingskosten
1.492
2.025
1.198
963
790
461
- Materieel
0
0
0
0
0
0
waarvan apparaat ICT
0
0
0
0
0
0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten
0
0
0
0
0
0
- Immaterieel
1.492
2.025
1.198
963
790
461
Overige lasten
0
0
0
0
0
0
waarvan dotaties voorzieningen
0
0
0
0
0
0
waarvan bijzondere lasten
0
0
0
0
0
0
Totaal lasten
38.202
42.683
44.517
45.357
48.393
46.594
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening
0
0
0
0
0
0
Agentschapsdeel Vpb-lasten
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting op de baten
De baten van de NEa betreffen vergoedingen van drie ministeries voor gerealiseerde kosten voor de taken die de NEa uitvoert in opdracht van die drie ministeries.
De baten zijn verdeeld over activiteiten. De NEa voert 21 verschillende taken uit. Deze taken zijn in de begroting als volgt gebundeld in 5 soorten taken:
Tabel 42 Taken NEa
Soort taak
Taak
Beprijzing uitstoot
ETS1 stationair
ETS1 Zeevaart
ETS1 Luchtvaart / Corsia
ETS2 Gebouwen en vervoer
CO₂-heffing Industrie
CO₂-minimumprijs elektriciteit
CO₂-minimumprijs industrie
Bevordering van de inzet van hernieuwbare energie
RED2/RED3 vervoer
ReFuelEU Aviation
FuelEU Maritime
Bijmengverplichting groen gas
RED3 industrie (jaarverplichting hernieuwbare waterstof)
Tweedelijns toezicht
Toezicht duurzaamheidscertificering
Bij- en meestook biomassa
Carbon Removal Certification Framework
Duurzaamheidskader biogrondstoffen
Gasrichtlijn
Reductiemaatregelen import
Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)
Methaanverordening
Overige taken
Inframarginale electriciteitsheffing (IME)
Verbod kolenstook
Beprijzing uitstoot
Het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) is een marktinstrument waarmee de Europese Unie de uitstoot van broeikasgassen kosteneffectief wil verminderen om zo haar klimaatdoelstellingen te realiseren. De handel in emissierechten is de handel in emissieruimte: het recht om een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen uit te stoten. Doordat vragers en aanbieders handelen in emissierechten, krijgt broeikasgasuitstoot een prijs. ETS omvat industriële installaties, Luchtvaart, Zeevaart, gebouwde omgeving en transport. Er wordt voor deze taken in 2027 nog 1 extra medewerker aangenomen.
Bevordering van de inzet van hernieuwbare energie
Alle EU-lidstaten zijn verplicht om zich in te spannen voor een toenemend aandeel hernieuwbare energie in het vervoer met een oplopend percentage. Dit wordt uitgebreid van vervoer naar luchtvaart, zeevaart, binnenvaart en industrie. Ook volgt een bijmengverplichting voor groen gas. Deze uitbreidingen zorgen voor een stijging van de begroting.De groei volgt uit het aannemen van extra medewerkers, in 2027 4 extra fte, stijgend tot 15 extra fte in 2031. De uitbreiding van de fte is deels voor nieuwe wetgeving, waar nu de voorbereidende fase voor loopt, en deels voor bestaande taken. De doelgroep groeit jaarlijks nog steeds en dat vergt ook extra capaciteit.
Tweedelijnstoezicht
Voor een aantal taken voert NEa tweedelijnstoezicht uit of is NEa de beoogd toezichthouder. Dit betreft toezicht op duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen (de bijstookregeling), toezicht op certificeringsorganen voor de REDIII, Toezicht op duurzaamheidskader biogrondstoffen en toezicht op het certificeringskader voor koolstofverwijdering (het Carbon Removal Certification Framework) en de gasrichtlijn. De groei volgt uit het aannemen van extra medewerkers voor deze vier taken, in 2027 3 extra fte, stijgend tot 11 extra fte in 2031.
Reductiemaatregelen import
Om ervoor te zorgen dat er eerlijke concurrentie plaatsvindt tussen Europese bedrijven en bedrijven buiten de EU worden diverse maatregelen genomen, waaronder CBAM en de methaanverordening. Vanaf 1 januari 2026 moeten geregistreerde importeurs een prijs gaan betalen voor de CO2 die is uitgestoten bij de productie van de geïmporteerde CBAM-goederen. De Methaanverordening voorziet in verschillende verplichtingen voor importeurs, waaronder de rapportageverplichtingen en de verplichting om de methaanintensiteit van geïmporteerde goederen te rapporteren. De NEa is samen met de Douane verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regelingen. In 2027 en in 2028 worden in totaal 10 medewerkers aangenomen, om het team CBAM te versterken. Ook voor methaan wordt een extra medewerker aangenomen in 2027.
Overige taken
De overige taken betreffen met name de inframarginale elektriciteitsheffing (IME). De Europese Commissie heeft op 6 oktober 2022 — als gevolg van de destijds uitzonderlijk hoge energieprijzen — een noodverordening uitgevaardigd die de Europese lidstaten verplicht een pakket aan noodmaatregelen te nemen, waaronder een heffing op de marktinkomsten van elektriciteitsproducenten boven een vastgesteld bedrag. Deze taak is nagenoeg afgerond waardoor dit daalt naar bijna € 0, er is rekening gehouden met afrondende werkzaamheden.
Tabel 43 Baten als tegenprestatie voor de levering van input (x € 1.000)
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten vanuit moederdepartemen
24.965
27.055
27.009
27.402
29.077
28.028
Baten vanuit overige departementen
13.237
15.628
17.508
17.955
19.316
18.566
Baten vanuit partijen anders dan departementen
0
0
0
0
0
0
Totaal
38.202
42.683
44.517
45.357
48.393
46.594
Baten vanuit moederdepartement
De baten vanuit EZK zijn een vergoeding voor het leveren van producten en diensten betreffende wettelijke en niet wettelijke taken vanuit ETS, werkzaamheden voortkomend uit de Richtlijnen voor hernieuwbare energie en brandstoffenkwaliteit en werkzaamheden voor het project Inframarginale Elektriciteitsheffing (IME).
De baten zijn in 2026 aanzienlijk gestegen, als gevolg van nieuwe taken in het kader van beprijzing uitstoot. Vanaf 2027 stijgen de baten met name door stijging van werkzaamheden voor het tweedelijnstoezicht en de bevordering van inzet van hernieuwbare energie. De tijdelijke taak IME daalt bijna naar € 0, er is nog rekening gehouden met afrondende werkzaamheden.
Baten vanuit overige departementen
De baten vanuit overige departementen bestaan uit baten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het Ministerie van Financiën.
De baten vanuit IenW (€ 11 mln in 2027) betreffen de wettelijke of daarmee sterk verbonden taken op het gebied van Hernieuwbare Energie. De baten stijgen, als gevolg van het aannemen van extra medewerkers voor de drie taken van IenW: Red3 Vervoer, Fuel EU Maritime en Refuel EU Aviation.
De baten van het Ministerie van Financiën (€ 4,6 mln in 2027) betreffen de uitvoering van Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de Europese buitengrens. De uitvoering van deze taak is gestart in 2025. De kosten stijgen als het gevolg van het aannemen van 6 medewerkers in 2027 en 4 in 2028. Deze medewerkers zullen taken uitvoeren die zijn ontstaan met het in werking treden van de definitieve periode voor CBAM op 1 januari 2026. Deze medewerkers worden in de loop van 2027 en 2028 aangenomen en tellen pas het jaar erna volledig mee in de kosten.
Toelichting op de lasten
Personele kosten
De stijging van de kosten van fte komt doordat er extra personeel wordt aangenomen voor nieuwe taken die in uitvoering worden genomen of uitbreiding van bestaande taken. In de periode van 2027 tot en met 2031 betreft dit ongeveer 52 nieuwe medewerkers.
De kosten van inhuur dalen in 2027, omdat de inhuur voor het tijdelijke project IME niet meer nodig is. In de begroting is wel rekening gehouden met de kosten voor reguliere inhuur. Dit is 10% van de kosten eigen personeel. Het percentage komt overeen met de Roemernorm.
De overige personele kosten stijgen in 2027 ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 met € 1 mln, omdat in 2026 geen rekening is gehouden met de reservering vakantie- en IKB-uren. Verder stijgen de overige personele kosten mee in verhouding met de kosten van fte.
Materiele kosten
De ICT-kosten stijgen in 2027 met € 1,6 mln.
– Dit betreft voor € 1,2 mln een stijging van de kosten voor beheer van systemen doordat er voor de nieuwe taken veel nieuwe systemen (portalen) zijn gebouwd in de afgelopen jaren.
– Verder gaan de kosten voor de cloudserver € 0,3 mln omhoog, omdat NEa naar alle waarschijnlijkheid over gaat van een Amerikaanse naar een Europese provider.
– Tot slot worden er vanaf 2026 kosten voor laksoftware in rekening gebracht voor € 0,1 mln die niet in de ontwerpbegroting zijn opgenomen.
De kosten van SSO’s stijgen in 2027 met € 2,6 mln en blijven stijgen de jaren erna. Dit betreft onder meer kosten voor huisvesting, kantoorautomatisering en administratie. De stijging heeft drie hoofdoorzaken:
– Als gevolg van een noodgedwongen uitvaring van de ondersteuning van IenW op zowel inkoop, financieel als informatiehuishouding gebied, migreert de NEa in 2026 haar inkoopactiviteiten en document management systeem (DMS) en per 01-01-2027 haar financiële administratie. Dit veroorzaakt een structurele kostenstijging. Voor 2027 is dat van € 0,2 mln voor inkoop, € 0,8 mln voor het DMS en € 0,8 mln voor de administratie.
– De SSO’s brengen steeds meer kosten in rekening die voorheen niet werden doorbelast. EZK gaat bijvoorbeeld kosten doorbelasten voor P-Direkt (€ 0,1 mln) en O&P (€ 0,1 mln). Ook de door SSC-ICT doorbelaste kosten stijgen flink, door gestegen tarieven en door extra posten die doorbelast worden (€ 0,3 mln).
– De rest van de stijging is gerelateerd aan de stijging van fte bij de NEa.
In 2030 is een piek in de kosten. In dat jaar is de verhuizing van de NEa naar een nieuw pand gepland. Daaraan verbonden vindt in hetzelfde jaar een overstap plaats naar een andere SSO voor de kantoor gebonden ICT.
De overige materiele kosten dalen met name doordat een paar posten (met name bemonstering) uit de ontwerpbegroting voor in totaal € 0,4 ml. in 2027 zijn verplaatst naar kosten uitbesteed werk en overige externe kosten.
Kosten uitbesteed werk en overige externe kosten
Per saldo stijgen de kosten met € 0,2 mln.
– Deze kosten stijgen ten eerste met € 0,4 mln doordat een paar posten uit de ontwerpbegroting zijn verplaatst naar kosten uitbesteed werk en overige externe kosten, zoals hierboven ook aangegeven.
– Ten tweede stijgen de kosten voor uitbesteding van werkzaamheden voor beoordeling van de monitoringsplannen voor ETS2 en Zeevaart met € 0,1 mln.
– De stijging wordt getemperd door een daling van de kosten van € 0,3 mln in verband met minder uitbesteding van CBAM-werkzaamheden. Na het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 werd de wet- en regelgeving met betrekking tot CBAM aangepast, waardoor onder meer de uitbestedingskosten lager worden ingeschat dan waar in de ontwerpbegroting 2026 rekening mee werd gehouden. De kosten zijn lager geworden met name doordat minder bedrijven uiteindelijk onder de CBAM-regeling vallen dan oorspronkelijk was bedacht.
Rentelasten
Dit betreft kosten voor de leenfaciliteit.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten op immateriële activa zijn gebaseerd op de activering van kosten van de bouw van diverse portalen, zoals het Emissiehandel portaal (EHP), het CO2 Heffingsregister (CHeR) en het Register Energie voor Vervoer (REV). Vanwege ontwikkeling en ingebruikname van nieuwe portalen voor de nieuwe taken (o.a. ETS2 en ETS Lucht- en Zeevaart) nemen de afschrijvingskosten in 2026 tot en met 2028 toe, daarna dalen ze weer.
Tabel 44 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
Stand Slotwet 2025
Vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
1.
Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen
9.943
3.094
3.137
3.974
3.725
3.193
2.383
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom
37.080
38.202
42.683
44.517
45.357
48.393
46.594
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom
‒ 26.459
‒ 36.711
‒ 40.658
‒ 43.319
‒ 44.394
‒ 47.603
‒ 46.133
2.
Totaal operationele kasstroom
10.621
1.491
2.025
1.198
963
790
461
-/- totaal investeringen
‒ 1.340
‒ 500
‒ 2.000
‒ 2.000
‒ 2.000
‒ 2.000
‒ 2.000
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen
0
0
0
0
0
0
0
3.
Totaal investeringskasstroom
‒ 1.340
‒ 500
‒ 2.000
‒ 2.000
‒ 2.000
‒ 2.000
‒ 2.000
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement
‒ 1.007
0
0
0
0
0
0
+/+ eenmalige storting door moederdepartement
0
0
0
0
0
0
0
-/- aflossingen op leningen
‒ 1.348
‒ 1.448
‒ 1.188
‒ 1.447
‒ 1.495
‒ 1.600
‒ 2.000
+/+ beroep op leenfaciliteit
0
500
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
4.
Totaal financieringskasstroom
‒ 2.355
‒ 948
812
553
505
400
0
5.
Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)
16.869
3.137
3.974
3.725
3.193
2.383
845
De beginstand van de Rekening courant RHB in de ontwerpbegroting 2026 wijkt af van de eindstand in de verantwoording 2025. Dit kan gebeuren doordat de ontwerpbegroting 2026 in mei 2025 is opgesteld, ver voor het opstellen van de eindverantwoording 2025. Het hogere saldo eind 2025 wordt met name veroorzaakt doordat de NEa niet alle ontvangen bedragen heeft uitgegeven. Deze onderuitputting wordt in 2026 terugbetaald aan de opdrachtgevers.
Toelichting
Operationele kasstroom
De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen en vooruit ontvangen en vooruitbetaalde bedragen.
Investeringskasstroom
De investering betreft de (door)ontwikkeling van software en portalen voor diverse taken, waaronder Hernieuwbare energie, Red3-Industrie (hernieuwbare waterstof), CBAM, ETS2 en Fuel EU Maritime.
Financieringskasstroom
Het beroep op de leenfaciliteit wordt gedaan voor hierboven vermelde investeringen.
Tabel 45 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Stand Slotwet 2025
OB 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Algemeen
FTE-totaal (exclusief externe inhuur)
140,5
196,0
211,1
233,3
241,4
247,1
248,4
Financieel
Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming (%)
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Emissiehandel
Geaggregeerd % vergunningsaanvragen en -mutaties afgehandeld binnen wettelijke termijn
71%
≥80%
≥80%
≥80%
≥80%
≥80%
≥80%
Voortgang toezichtsprogramma Emissiehandel
86%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Hernieuwbare Energie voor Vervoer
Opleveringsdatum Rapportage Energie voor vervoer In Nederland jaar t-1
11-7-2025
< 15 juli
< 15 juli
< 15 juli
< 15 juli
< 15 juli
< 15 juli
Voortgang toezichtsprogramma Hernieuwbare Energie
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Toelichting
Uitgangspunt van de NEa is dat zij op een doelmatige wijze haar rol als bevoegd gezag voor emissiehandel, hernieuwbare energie voor vervoer en brandstofkwaliteit binnen Nederland vervult. In bovenstaande tabel zijn de indicatoren voor de komende jaren weergegeven.
FTE-totaal (exclusief externe inhuur)
Hier wordt de groei weergegeven van het aantal medewerkers, weergegeven in fte (full time equivalent, dus gecorrigeerd voor deeltijd werken). De groei is toegelicht bij de personele kosten.
Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming (%)
De NEa streeft ernaar om geen winst of verlies te maken en dus een resultaat van € 0 te halen. Hierbij is van belang om de bedragen in de opdrachtbevestiging vanuit de opdrachtgevers niet te overschrijden. Indien kosten boven of onder de bijdrage uit de opdrachtbevestiging uitkomen, dient de NEa dit tijdig, en voorzien van een goede onderbouwing, te communiceren richting de opdrachtgever zodat een afwijkende/aanvullende opdracht kan worden verstrekt.
Geaggregeerd % vergunningsaanvragen en -mutaties afgehandeld binnen wettelijke termijn
Het gaat hier om het percentage vergunningsaanvragen en -mutaties bij Emissiehandel dat binnen de wettelijke termijn van 4 maanden is afgehandeld. In 2025 is het streefpercentage niet gehaald, doordat twee vergunningsaanvragen en één intrekking de wettelijke termijn hebben overschreden. We merken dat de 4 maands-termijn krap is, aangezien de zienswijzeperiode hierbinnen valt en de vergunningszaken tegenwoordig vaak heel complex zijn. Dat betekent ook dat er wordt gekeken op welke punten de huidige norm moet worden aangepast op de gewenste praktijk.
Voortgang toezichtsprogramma Emissiehandel
Dit betreft de voortgang van het gepland toezicht, dat bestaat uit inspecties en bureautoezicht, voor de doelgroep van ETS1 stationair. Daarnaast voert het team handhavende interventies uit. Deze zijn van nature niet planbaar, maar hebben wel prioriteit. Hierdoor kan de voor toezicht beschikbare capaciteit variëren, wat kan leiden tot een aanpassing van de inspectieplanning.
Opleveringsdatum Rapportage Energie voor vervoer in Nederland jaar t-1
De NEa is wettelijk verplicht om jaarlijks de Rapportage Hernieuwbare Energie voor Vervoer in Nederland te publiceren. Deze rapportage bevat informatie over de totale hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie in het kader van Energie voor Vervoer in een kalenderjaar.
Voortgang toezichtsprogramma Hernieuwbare Energie
Dit betreft de voortgang van het gepland toezicht, dat bestaat uit inspecties en bureautoezicht.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)
Tabel 46 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
1.403.429
1.387.882
1.298.563
1.184.527
1.099.675
1.056.595
Omzet Lumpsumopdracht
395.378
667.500
644.938
613.502
563.572
550.435
Omzet Nacalculatieopdrachten
869.956
582.287
515.530
432.930
398.008
368.066
Omzet Gemeenschappelijke Informatievoorziening en Dienstverlening
138.095
138.095
138.095
138.095
138.095
138.095
- Baten als tegenprestatie voor levering van input
20.400
14.900
14.200
14.200
14.200
14.200
Waarvan bijdrage WaU en POK/Woo
20.400
14.900
14.200
14.200
14.200
14.200
Rentebaten
5.700
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
Vrijval voorzieningen
0
0
0
0
0
0
Bijzondere baten
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
1.429.529
1.407.782
1.317.763
1.203.727
1.118.875
1.075.795
Lasten
Apparaatskosten
1.175.939
1.159.436
1.083.771
987.919
916.596
880.386
- Personele kosten
910.137
897.364
838.803
764.617
709.415
681.390
waarvan eigen personeel
669.358
664.446
626.377
586.817
561.219
555.608
waarvan inhuur externen
206.167
199.437
181.171
149.366
121.861
100.513
waarvan overige personele kosten
34.612
33.482
31.255
28.434
26.334
25.269
- Materiële kosten
265.801
262.071
244.968
223.302
207.181
198.996
waarvan apparaat ICT
62.893
62.010
57.964
52.837
49.023
47.086
waarvan bijdrage aan SSO's
186.725
184.105
172.090
156.870
145.544
139.795
waarvan overige materiële kosten
16.183
15.956
14.915
13.596
12.614
12.116
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
223.076
219.945
205.592
187.408
173.879
167.009
Rentelasten
1.360
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
Afschrijvingskosten
11.400
11.400
11.400
11.400
11.400
11.400
- Materieel
100
100
100
100
100
100
waarvan apparaat ICT
0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten
100
100
100
100
100
100
- Immaterieel
11.300
11.300
11.300
11.300
11.300
11.300
Overige lasten
17.754
16.000
16.000
16.000
16.000
16.000
waarvan dotaties voorzieningen
17.754
16.000
16.000
16.000
16.000
16.000
waarvan bijzondere lasten
0
0
0
0
0
0
Totaal lasten
1.429.529
1.407.782
1.317.763
1.203.727
1.118.875
1.075.795
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening
0
0
0
0
0
0
Agentschapsdeel Vpb-lasten
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting op de baten
Tabel 47 Baten als tegenprestatie voor de levering van goederen en/of diensten (bedragen x € 1.000)
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten vanuit moederdepartemen
218.352
210.329
207.199
200.844
199.406
199.385
Baten vanuit overige departementen
1.153.638
1.150.610
1.061.655
945.612
861.852
816.988
Baten vanuit partijen anders dan departementen
31.439
26.943
29.709
38.071
38.416
40.223
Totaal
1.403.429
1.387.882
1.298.563
1.184.527
1.099.675
1.056.595
Tabel 48 Baten als tegenprestatie voor de levering van input (bedragen x €1.000)
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten vanuit moederdepartemen
20.400
14.900
14.200
14.200
14.200
14.200
Baten vanuit overige departementen
0
0
0
0
0
0
Baten vanuit partijen anders dan departementen
0
0
0
0
0
0
Totaal
20.400
14.900
14.200
14.200
14.200
14.200
Vanaf 2026 dient de omzetsegmentatie van een agentschap aan te sluiten bij de resultaatsturing. RVO heeft in de eerste suppletoire begroting 2026 na afstemming met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Financiën een wijziging doorgevoerd in de omzetsegmentatie.
Met ingang van de ontwerpbegroting 2027 is de toerekening van de omzet aan de verschillende segmenten nader aangescherpt, zodat deze beter aansluit bij de geldende definities en de beoogde segmentatie. Als gevolg hiervan verschuiven omzetbedragen tussen de segmenten ten opzichte van de presentatie in de eerste suppletoire begroting 2026. Deze verschuiving betreft uitsluitend een gewijzigde toerekening binnen de segmentering; de totale begrote omzet blijft ongewijzigd. Hierdoor zijn de cijfers op segmentniveau tussen 2026 en 2027 niet één-op-één vergelijkbaar.
RVO voert opdrachten uit voor verschillende opdrachtgevers. De onderstaande toelichtingen bevatten een algemene beschrijving van opdrachten per opdrachtgever. De omzet fluctueert per jaar als gevolg van veranderingen in de opdrachtenpakketten.
Moederdepartement (EZK)
Het opdrachtenpakket van EZK bestaat voornamelijk uit opdrachten vanuit Bedrijfsleven en Innovatie, Economie en Digitalisering.
DG Bedrijfsleven en Innovatie (DG B&I)
De begrote omzet 2027 voor DG B&I is € 155,9 mln. Nederland heeft een onverminderd hoge ambitie voor een toekomstbestendige en digitale economie. Speerpunten voor de komende tijd zijn beschreven in het coalitieakkoord: economische veiligheid en weerbaarheid, het terugdringen van regeldruk en administratieve lasten, inzetten op talent en het stimuleren van innovatie en investeringen, met name in domeinen en markten die belangrijke zijn voor de Nederlandse economie. Internationale en vooral Europese samenwerking blijft belangrijk en internationale waardeketens en grondstoffen zijn van wezenlijk belang voor de positie van het Nederlandse bedrijfsleven. De opdrachten die RVO uitvoert voor DG Bedrijfsleven en Innovatie richten zich dan ook op deze thema's.
DG Economie en Digitalisering (DG E&D)
De begrote omzet 2027 voor DG E&D is € 23,2 mln. Bouwen aan een toekomstbestendige digitale economie vraagt om strategische keuzes en gerichte investeringen die onze economie productiever en weerbaarder maken. Daarom zet het kabinet in op het versterken van onze strategische digitale autonomie met soevereine technologie. Dit vraagt om het versterken van cybersecurity en het afbouwen van risicovolle afhankelijkheden. Ook is het van belang onze productiviteit te vergroten en daarvoor integraal te sturen op onderzoek, innovatie, adoptie en opschaling. RVO draagt bij aan de realisatie van deze beleidsdoelen en bouwt mee aan de economie van de toekomst, zoals op het gebied van de sleuteltechnologieën Cyber, AI, Cloud en Quantum. Dat doen we bijvoorbeeld middels inzet vanuit Nederlands Cybersecurity Coördinatiecentrum (NCC-NL) voor cyberinnovatie, het Nationaal Groeifonds (NGF) ten behoeve van AI en Quantum, en Important Projects of Common European Interest, Cloud Infrastructuur en Services (IPCEI CIS) voor soevereine Cloud in Europa. Ook met inzet van RVO-expertise, netwerken en instrumenten voor financiële regelingen, zoals de Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk (WBSO) en innovatiekredieten, én op het gebied van inkoop, zoals Professioneel en Innovatief Aanbesteden Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers (PIANOo) en TenderNed, kunnen innovatie en adoptie van soevereine digitale technologie in onderlinge verbondenheid versterkt worden, waarbij de overheid desgewenst als launching customer kan optreden.
Overig
De begrote overige omzet 2027 vanuit het moederdepartement is € 31,2 mln. Het Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) EZK/LVVN is ondergebracht bij RVO en voert inkooptaken voor beide ministeries en hun dienstonderdelen uit. Daarnaast zijn de Rijksbrede categorieën ICT Werkplek Rijk (IWR), ICT Professionals (ICT Profs), en Consumptieve Dienstverlening bij het IUC ondergebracht. Informatievoorziening is een belangrijk onderdeel van goed bestuur. De Unit Omgevingskennis levert voor de Ministeries EZK inclusief KGG en LVVN op dagelijkse basis de actualiteit op de beleidsthema's van de ministeries.
Omzet overige departementen
De omzet van RVO bestaat sinds de herverkaveling voor een groot deel uit de omzet overige departementen. Er is begroot dat de totale omzet van RVO in 2027 voor 81,7% bestaat uit omzet overige departementen.
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)
De begrote omzet 2027 voor LVVN is € 366,8 mln. Vanuit een opgavegerichte houding voert RVO opdrachten uit voor LVVN in het kader van eerlijke en verantwoorde landbouw en visserij. Economisch perspectief, duurzaamheid en welzijn bij het produceren in verbondenheid door boeren, tuinders en vissers staan centraal. Belangrijk hierbij is het herstel en behoud van Nederlandse natuur. Een belangrijk doel is ook om de internationale koppositie van de agrarische sector te verstevigen met een nadruk op het benutten van kennis en innovatie. Daarmee draagt Nederland bij aan de aanpak van het wereldvoedselvraagstuk. Regelingen die worden uitgevoerd door RVO zijn onder andere het Europees Gemeenschappelijk Landbouw- en Visserijbeleid, de Mestwetgeving en het beleid met betrekking tot Visserij, Natuur en Dierenwelzijn & gezondheid. Samen met LVVN kijkt RVO dan ook vroegtijdig naar haalbaarheid, uitvoerbaarheid en doenbaarheid teneinde een zo groot mogelijk maatschappelijk effect te realiseren.
Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG)
De begrote omzet 2027 voor KGG is € 192,1 mln. In opdracht van het beleidsterrein Klimaat en Groene Groei (KGG) voert RVO opdrachten uit die bijdragen aan de ontwikkeling van een toekomstbestendig, duurzaam en robuust energiesysteem. Daarbij ligt de nadruk op betrouwbare en betaalbare energievoorziening, versterking en verduurzaming van de energie-infrastructuur, het bijdragen aan oplossingen van de netcongestieproblematiek, stimulering van energiebesparing, energie-innovatie en uitvoering van klimaatbeleid. De maatschappelijke opgaven zijn complex door de sterke verwevenheid van vraag stukken rondom energievoorziening, mobiliteit, gebouwde omgeving, industrie en regionale ontwikkeling. Goede communicatie en intensieve samenwerking met markt, mede-overheden en samenleving zijn essentieel om tot uitvoerbare en gedragen oplossingen te komen. RVO voert in dit kader voor KGG verschillende financiële regelingen uit, waaronder de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+), Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing (ISDE), de regelingen die voortvloeien uit het missiegedreven innovatiebeleid (Topsector Energie (TSE), Missie gedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) en Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI)) en de Energie-investeringsaftrek (EIA). Daarnaast voert RVO een breed palet aan opdrachten uit, waaronder de opdracht Mijnbouwschade Limburg. Ook zullen de opdrachten vallend onder de transitie naar een circulaire economie worden overgedragen vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ)
De begrote omzet 2027 voor BZ is € 140,0 mln. RVO voert activiteiten uit op de beleidsterreinen van BZ en Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Voor het DG Internationale Samenwerking (DGIS) is de expertise en inzet van RVO met name toegespitst op duurzame handel en investeringen, ontwikkeling van de private sector, duurzame productieketens, verbeterd waterbeheer, sanitatie en drinkwater, toegang tot duurzame energie en het tegengaan van klimaatverandering in ontwikkelingslanden. RVO voert voor het DG Buitenlandse Economische Betrekkingen (DG BEB) de opdracht Internationaal Ondernemen uit. Uitgangspunt bij deze opdracht is het bieden van een volledig pakket aan diensten (kennis & regelingen) aan ondernemers, hetgeen hen ondersteunt in alle opeenvolgende stappen die zij nemen bij het realiseren van omzet in dan wel met het buitenland.
Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)
De begrote omzet 2027 voor VRO is € 36,5 mln. RVO’s inzet is grotendeels toegespitst op twee grote deelonderwerpen: woningbouw en verduurzaming bestaande bouw. De focus ligt op het versnellen van de woningbouw door (her)ontwikkeling, (ver)bouwen en transformatie én op de verduurzaming van de gebouwde omgeving. RVO draagt bij aan het realiseren van deze doelen door het uitvoeren van regelingen, onderzoeken en verkenningen, het uitbrengen van adviezen of het aanreiken van data en monitoringsinformatie.
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
De begrote omzet 2027 voor BZK is € 341,5 mln. Digitaal zaken doen is voor ondernemers en overheid niet meer weg te denken. Met digitale diensten en platforms ondersteunt RVO ondernemend Nederland en medeoverheden rondom maatschappelijke beleidsthema's van het Ministerie van BZK. Dit speelt zich af in een landschap dat volop in beweging is, mede door de ontwikkeling van AI die nieuwe mogelijkheden en behoeften met zich meebrengt. RVO helpt bij informatievoorziening over wet- en regelgeving, en voorziet ondernemers van informatie over maatschappelijk verantwoord en veilig inkopen. Ook beheert RVO systemen en websites voor e-factureren en het Digitaal Ondernemers Plein. Ten behoeve van het Caribisch Gebied voert RVO opdrachten uit op beleidsdoelstellingen rondom openbaar bestuur en democratie. Ook verricht RVO werkzaamheden voor onder meer het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) en de Nationaal Coordinator Groningen (NCG).
De werkzaamheden voor Groningen en Ondergrond dragen bij aan het bereiken van de energietransitie. De grootste opdrachten zijn Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG), Ondersteuning Mijnbouwprojecten (OMP), Commissie Mijnbouwschade en Secretariaat Adviesorganen Mijnbouwwet (SAM).
De aanvragen tot schadevergoedingen door bodembeweging in het Groningse gasveld worden vanaf 1 juli 2020 afgehandeld door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Het IMG neemt hiertoe ondersteunende diensten af bij RVO. Deze ondersteunende diensten betreffen o.a. het voeren van de financiële administratie en het inlenen van personeel ten behoeve van de uitvoeringsorganisatie van het IMG. De uitvoeringskosten voor RVO ten behoeve van de ondersteuning van het (Bureau) IMG worden door het IMG jaarlijks in de begroting van het IMG opgenomen. RVO ontvangt van BZK de benodigde middelen voor het uitvoeren van deze opdracht. Voor het jaar 2027 is dit een raming die is omgeven met de nodige onzekerheden, aangezien er veel onzekere variabelen aanwezig zijn zoals het aantal binnenkomende schademeldingen. In lijn met de meerjarenbegroting van IMG verwacht RVO in 2028 minder werk, maar dit is wel sterk afhankelijk van de ontwikkelingen in de afhandelingen van de komende jaren.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)
De begrote omzet 2027 voor IenW is € 53,0 mln. De opdrachten die RVO voor IenW uitvoert zijn samen te vatten in drie maatschappelijke opgaven: (i) transitie naar een circulaire economie, (ii) slimme en groene mobiliteit en (iii) klimaatadaptatie. De opdrachten vallend onder de transitie naar een circulaire economie worden overgedragen naar EZK. Voor slimme en duurzame mobiliteit ondersteunt RVO IenW met kennis, instrumenten en netwerken op alle modaliteiten van fiets tot luchtvaart. Aan klimaatadaptatie werkt RVO via bijvoorbeeld het programma Water as Leverage of Ruimte voor de Rivier 2.0. Met het oog op de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord, de structurele stikstofaanpak, de strategie klimaatneutrale en circulaire infraprojecten en het Klimaatakkoord stimuleert RVO ook de aanschaf van schone mobiele werktuigen en bouwvoertuigen.
Ministerie van Defensie
De begrote omzet 2027 voor het Ministerie van Defensie is € 3,0 mln. In september 2025 is er een gezamenlijke Letter of Intent getekend door het Ministerie van Defensie en RVO. Sinds 2026 is het Ministerie van Defensie een nieuwe opdrachtgever voor RVO, met de toekenning van de eerste opdrachten. Het doel van het partnerschap is het versterken van het defensiegerichte ecosysteem door publieke instrumentatie, innovatiekracht, industriële capaciteit en ruimtelijke ontwikkelopgaven in samenhang op te pakken. Door zo veel mogelijk gebruik te maken van bestaande netwerken en infrastructuur wordt beoogd om effectief en efficiënt snelle stappen te zetten die ook op de lange termijn goed ingebed zullen zijn.
Daarnaast voert RVO voor een aantal andere ministeries opdrachten uit met een totale begrote omzet van € 16,8 mln.
Derden
De begrote omzet 2027 voor derden is € 26,9 mln. De omzet derden heeft betrekking op opdrachten voor de Europese Unie, de provincies en een aantal kleinere opdrachtgevers. De opdracht voor de provincies bevat onder andere de omzet voor het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer, de afronding van het Plattelands-ontwikkelingsprogramma 3 (POP3) en het Nationaal strategisch plan van provincies en het Ministerie van LVVN. Namens de Europese Unie en ministeries voert RVO verschillende opdrachten uit gericht op transities in lijn met de beleidsdoelen van departementen.
Toelichting op de lasten
Personele kosten
RVO zet actief in op verambtelijking van medewerkers. Daarnaast zal RVO bij een daling in de omvang van het opdrachtenpakket in eerste instantie streven naar een afname van inzet van externe inhuur.
Materiële kosten
De materiële kosten zijn onder te verdelen in directe en indirecte materiële kosten. De bijdragen aan Shared Service Organisaties (SSO’s) bestaan uit kosten voor producten en diensten van DICTU en het Rijksvastgoedbedrijf voor de huisvestingskosten. Daarnaast zijn automatiseringskosten (niet zijnde DICTU kosten) begroot onder apparaat ICT.
Tabel 49 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
Stand Slotwet 2025
1e suppletoire begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
1.
Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen
264.465
297.521
276.741
263.721
248.721
231.421
215.461
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom
1.309.292
1.429.529
1.407.782
1.317.763
1.203.727
1.118.875
1.075.795
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom
‒ 1.245.438
‒ 1.418.129
‒ 1.396.382
‒ 1.306.363
‒ 1.192.327
‒ 1.107.475
‒ 1.064.395
2.
Totaal operationele kasstroom
63.854
11.400
11.400
11.400
11.400
11.400
11.400
-/- totaal investeringen
‒ 26.063
‒ 34.200
‒ 34.200
‒ 34.200
‒ 34.200
‒ 34.200
‒ 34.200
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen
3.066
0
0
0
0
0
0
3.
Totaal investeringskasstroom
‒ 22.997
‒ 34.200
‒ 34.200
‒ 34.200
‒ 34.200
‒ 34.200
‒ 34.200
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement
‒ 7.221
‒ 37.000
0
0
0
0
0
+/+ eenmalige storting door moederdepartement
0
27.500
0
0
0
0
0
-/- aflossingen op leningen
‒ 21.480
‒ 22.680
‒ 24.420
‒ 26.400
‒ 28.700
‒ 27.360
‒ 34.200
+/+ beroep op leenfaciliteit
20.900
34.200
34.200
34.200
34.200
34.200
34.200
4.
Totaal financieringskasstroom
‒ 7.801
2.020
9.780
7.800
5.500
6.840
0
5.
Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)
297.521
276.741
263.721
248.721
231.421
215.461
192.661
De investeringen worden gefinancierd via de leenfaciliteit van Ministerie van Financiën. De aflossingen op leningen stijgen op termijn omdat RVO een hoger investeringsniveau verwacht in vergelijking met eerdere jaren. In 2027 wordt ook geen eenmalige uitkering aan moederdepartement of eenmalige storting door moederdepartement verwacht. Dit was eenmalig in 2026 ter afroming van het positieve resultaat van 2025 en ter vorming van een bestemmingsfonds.
Tabel 50 Overzicht doelmaigheidsindicatoren
Stand Slotwet 2025
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Inputindicatoren
88%
88%
88%
88%
88%
88%
88%
Verhouding direct/indirect personeel
Outputindicatoren
FTE-totaal (excl. externe inhuur)
6.116
5.950
5.900
5.600
5.250
5.050
5.000
Saldo van baten en lasten (%)
3,7%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Kwaliteitsindicatoren
Klanttevredenheid
7,9
7,7
7,7
7,7
7,7
7,7
7,7
Gehonoreerde bezwaarschriften
33%
25%
25%
25%
25%
25%
25%
RVO maakt zijn overhead inzichtelijk met de indicator die het percentage geeft van de directe personele kosten als onderdeel van de totale personele kosten. Hoe hoger dit percentage van directe personele kosten, hoe lager de overhead. RVO streeft voor het totaal van de organisatie naar een percentage van 88% (overhead: 12%). De ambtelijke bezetting zal afnemen in de komende jaren. De verwachting is dat het opdrachtenpakket zal dalen, en de ambtelijk bezetting deze trend zal volgen. De tariefindex en het saldo van baten en lasten zijn indicatoren die aangeven dat RVO werkt met een kostendekkende begroting. De klanttevredenheid van de afnemers van de diensten van RVO worden ieder kwartaal gemeten, waarbij gestreefd wordt naar het realiseren van een hoge klanttevredenheid over de jaren heen. RVO streeft er naar maximaal 25% van de ontvangen bezwaarschiften te honoreren.
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)
Tabel 51 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
111.794
128.514
134.210
130.370
130.733
131.730
waarvan Uitvoering Telecom en cybersecurity
10.413
9.087
9.087
9.087
9.087
9.087
waarvan Toezicht Telecom en cybersecurity
56.996
74.706
79.461
76.219
77.237
78.254
waarvan Uitvoering overige wetten
6.328
5.843
6.879
6.281
5.626
5.606
waarvan Toezicht overige wetten
7.086
7.919
7.919
7.919
7.919
7.919
waarvan Toezicht i.k.v. Regeling Vergoedingen
30.971
30.959
30.864
30.864
30.864
30.864
- Baten als tegenprestatie voor levering van input
0
0
0
0
0
0
Rentebaten
770
710
830
960
1.060
1.190
Vrijval voorzieningen
0
0
0
0
0
0
Bijzondere baten
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
112.564
129.224
135.040
131.330
131.793
132.920
Lasten
Apparaatskosten
107.238
121.144
125.364
119.984
120.410
121.646
- Personele kosten
73.916
83.819
83.804
83.804
83.803
83.804
waarvan eigen personeel
54.148
63.482
63.482
63.482
63.482
63.482
waarvan inhuur externen
15.228
15.551
15.551
15.551
15.551
15.551
waarvan overige personele kosten
4.540
4.786
4.771
4.771
4.770
4.771
- Materiële kosten
33.321
37.325
41.560
36.180
36.607
37.842
waarvan apparaat ICT
1.523
2.754
2.754
2.754
2.754
2.754
waarvan bijdrage aan SSO's
16.968
20.298
20.298
20.298
20.298
20.298
waarvan overige materiële kosten
14.829
14.273
18.508
13.128
13.555
14.790
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
0
0
0
0
0
0
Rentelasten
301
301
366
457
457
457
Afschrijvingskosten
4.950
7.704
9.235
10.814
10.851
10.743
- Materieel
2.600
2.600
2.600
2.600
2.600
2.600
waarvan apparaat ICT
650
650
650
650
650
650
waarvan overige materiële afschrijvingskosten
1.950
1.950
1.950
1.950
1.950
1.950
- Immaterieel
2.350
5.104
6.635
8.214
8.251
8.143
Overige lasten
75
75
75
75
75
75
waarvan dotaties voorzieningen
75
75
75
75
75
75
waarvan bijzondere lasten
0
0
0
0
0
0
Totaal lasten
112.564
129.224
135.040
131.330
131.793
132.920
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening
0
0
0
0
0
0
Agentschapsdeel Vpb-lasten
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Het saldo baten en lasten geeft het beeld van een kostendekkende (meerjarige) agentschapsbegroting.
Om dit resultaat te realiseren is het een randvoorwaarde om het uurtarief 2027 nominaal te laten stijgen met 0,27%. Daarmee komt het uurtarief gemiddeld uit op €172,03. De prijsstijging volgens de CPB-raming van maart 2027 zit op 3,13%. Tezamen met de stijging van het uurtarief komt de gewogen loon- en prijsstijging neer op 1,74%. In de agentschapsparagraaf is de efficiencykorting van kabinet-Schoof, de aanvullende taakstelling OCW en de efficiencytaakstelling van kabinet-Jetten verwerkt. Dit is gerealiseerd door de externe inhuur te verlagen met 2%, niet uit te breiden op huisvesting en een nieuwe visie op extern vergaderen waardoor de RDI optimaler gebruik maakt van interne vergaderfaciliteiten.
Toelichting op de baten
Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)
De structurele bijdragen moederdepartement zijn in overeenstemming met de opdrachtverstrekkingen.
De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur gaat ervan uit dat de budgetten zoals beschikbaar bij de opdrachtgever(s), met inachtneming van de nominale loon- en prijsstijging, hierop aansluiten.
De omzet toezichttaken neemt in 2027 toe in verband met het intensiveren van toezicht op de NIS2 en de Cyber Resilience Act (CRA) en door de nieuwe opdrachten AI-act en toezicht aan de grens.
Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)
De omzet overige departementen geeft inzicht in de bijdrage die de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur ontvangt voor de uit te voeren opdrachten vanuit overige departementen. In 2027 is de omzet vanuit het Ministerie van KGG hoger als gevolg van intensivering Energiemeterwissel (EMW) en de nieuwe taak Energiewet metrologie.
Omzet derden (bedragen x € 1.000)
Onder Omzet derden staan alle opbrengsten die voortvloeien uit de werkzaamheden in het kader van de Telecommunicatiewet en overige opbrengsten uit de markt. Bij de vaststelling van de tarieven voor de Markt voor 2027 kijkt RDI naar de meerjarige kostendekking per categorie en maakt op basis daarvan een keuze voor de tariefmutatie.
Tabel 52 Baten als tegenprestatie voor de levering van goederen en/of diensten (bedragen x € 1.000)
Laatste vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Baten vanuit moederdepartement
57.734
69.138
74.939
75.358
75.721
76.718
Baten vanuit overige departementen
26.896
32.291
32.281
28.022
28.022
28.022
Baten vanuit partijen anders dan departementen
27.164
27.085
26.990
26.990
26.990
26.990
Totaal
111.794
128.514
134.210
130.370
130.733
131.730
Toelichting op de lasten
Personele kosten
De verwachte bezetting voor 2027 is 608,9 fte (incl. externe inhuur). De gemiddelde loonkosten per FTE worden voor ambtelijk en niet-ambtelijk personeel begroot op €129.805. Het percentage externe inhuur is financieel meerjarig begroot op 20% als gevolg van inbedding van nieuwe gespecialiseerde taken en de huidige krappe arbeidsmarkt. Dit is een verlaging van 2% ten opzichte van 2026.
Materiële kosten
De bijdrage aan SSO’s wordt grotendeels gevormd door de bijdrage aan Dienst ICT en Uitvoering (DICTU) en Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor de jaarlijkse dienstverleningsovereenkomst en onze huisvestingskosten. De bijdrage aan DICTU is voor kosten werkplekservices, infraservices, regulier beheer en licenties.
Rentelasten
De rente betreft de vergoeding die de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur betaalt voor leningen bij het Ministerie van Financiën om investeringen in vaste activa, zoals elektronische apparatuur, voertuigen en antennes, te financieren.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten nemen toe als gevolg van ICT-ontwikkelingen, aanschaf van meetapparatuur en installaties.
Dotaties voorzieningen
Voor 2027 is de dotatie voorzieningen dubieuze debiteuren begroot op € 75.000.
Tabel 53 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
Stand Slotwet 2025
Vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
1.
Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen
28.227
27.455
36.429
39.810
43.347
47.138
52.314
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom
91.272
112.564
129.224
135.040
131.330
131.793
132.920
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom
‒ 79.875
‒ 98.965
‒ 121.445
‒ 125.730
‒ 120.441
‒ 120.867
‒ 122.102
2.
Totaal operationele kasstroom
11.397
13.599
7.779
9.310
10.889
10.925
10.817
-/- totaal investeringen
‒ 472
‒ 8.000
‒ 10.922
‒ 10.592
‒ 10.592
‒ 10.592
‒ 10.592
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen
0
0
0
0
0
0
0
3.
Totaal investeringskasstroom
‒ 472
‒ 8.000
‒ 10.922
‒ 10.592
‒ 10.592
‒ 10.592
‒ 10.592
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement
0
0
0
0
0
0
+/+ eenmalige storting door moederdepartement
0
0
0
0
0
0
-/- aflossingen op leningen
‒ 4.372
‒ 4.727
‒ 4.398
‒ 5.773
‒ 7.098
‒ 5.750
‒ 5.750
+/+ beroep op leenfaciliteit
0
8.000
10.922
10.592
10.592
10.592
10.592
4.
Totaal financieringskasstroom
‒ 4.372
3.273
6.525
4.820
3.494
4.842
4.842
5.
Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)
34.780
36.327
39.810
43.347
47.138
52.314
57.381
Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.
Operationele kasstroom
De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.
Investeringskasstroom
De investeringskasstroom bestaat uit investeringen in materiële vaste activa zoals elektronische apparatuur, (elektrische) auto’s, antennes en ICT-projecten.
Financieringsstroom
Voor de financiering van de begrote investeringen wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën.
Tabel 54 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Stand Slotwet 2025
Vastgestelde begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
Omschrijving Generiek Deel
Kostprijzen per product (reële stijging Regeling Vergoedingen)
‒ 2,67%
‒ 2,67%
‒ 2,14%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Tarieven/uur (reële stijging)
‒ 2,51%
‒ 2,51%
‒ 2,87%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
FTE-totaal (excl. externe inhuur)
466,2
440,0
544,9
544,9
544,9
544,9
544,9
Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming (%)
4,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Loonkosten per fte
€ 123.842
€ 127.741
€ 129.805
€ 129.805
€ 129.805
€ 129.805
€ 129.805
Een randvoorwaarde voor een kostendekkende begroting is het nominaal stijgen van de loon-prijs in 2027 van 1,74%. Ten opzichte van de loon- en prijsbijstelling van 3,13% volgens CPB-raming maart 2026. De reële stijging van het uurtarief voor 2027 is daarmee ‒ 2,87%.
De personeelskosten per FTE bedragen € 129.805. Doordat de nieuwe opdrachten van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur zeer specialistisch (soms extern) personeel vergen, stijgen de kosten per FTE. Het percentage externe inhuur bedraagt 20%. Dit is 2% lager dan in 2026. De RDI blijft de ambitie behouden om, waar dit verantwoord en uitvoerbaar is, in te zetten op verambtelijking van inhuur met als doel het betreffende percentage te verlagen.
6. Bijlagen
Bijlage 1: ZBO's en RWT's
Tabel 55 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) (bedragen x € 1.000)
Naam organisatie
RWT/ZBO
Begrotingsartikel
Begrotingsramingen
Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet
Volgende evaluatie ZBO
Centraal Bureau voor de Statistiek
RWT/ZBO
1
203.218
Kamerstuk 25 268, nr. 209
2026
Edelmetaal Waarborg Nederland
RWT/ZBO
1
Geen bijdrage
Kamerstuk 27 879, nr. 89
2027
Examinerende instanties als bedoeld in artikel 19 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008
RWT
1
Geen bijdrage
Evaluatieplicht niet van toepassing
nvt
Keuringsinstanties als bedoeld in artikel 10.3 Telecommunicatiewet
ZBO
1
Geen bijdrage
Evaluatieplicht niet van toepassing
nvt
Raad voor de Accreditatie
RWT/ZBO
1
907
Kamerstuk 25 268, nr. 203
2026
Bestuur Autoriteit Consument en Markt
ZBO
1
949
Kamerstuk 25 268, nr. 195
PM
VSL
RWT
1
14.101
Evaluatieplicht niet van toepassing
nvt
De in het kader van de Metrologiewet art. 11 en 12 aangewezen instanties en erkende keurders
ZBO
1
Geen bijdrage
Kamerstuk 33 159, nr. 7
2027
WaarborgHolland
RWT/ZBO
1
Geen bijdrage
Kamerstuk 27 879, nr. 89
2027
Kamer van Koophandel
ZBO
2
159.4931
Kamerstuk 32 637, nr. 302
PM
TNO
RWT/ZBO
2
260.661
Evaluatieplicht niet van toepassing
nvt
X Noot
1
Dit bedrag is exclusief budgetfinanciering van het Handelsregister groot € 6.260.000.
Tabel 56 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries) (bedragen x € 1.000)
Naam organisatie
Ministerie
RWT/ZBO
Begrotingsartikel
Begrotingsramingen
NWO-TTW
OCW
ZBO
2
23.440
Bijlage 2: Specifieke uitkeringen Ministerie van EZK
Als het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. In deze bijlage is voor het Ministerie van Economische Zaken (XIII) aangegeven welke specifieke uitkeringen uitgekeerd worden en welke voornemens er zijn voor specifieke uitkeringen. De voornemens worden aangeduid met een «V» onder het kopje SiSa nummer (Single information Single audit). Indien nodig wordt er onder de tabel een toelichting gegeven.
Tabel 57 Overzicht specifieke uitkeringen (SPUKS) (bedragen x € 1 mln)
SiSa nr.
Onderdeel
Toelichting
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Naam
Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)
8,90
8,90
Korte duiding
De MIT stimuleert innovatie bij het midden- en kleinbedrijf (mkb) over regiogrenzen heen. Bovendien stimuleert de MIT dat het mkb bijdraagt aan de kennis- en innovatie-agenda's van de Missies voor de toekomst. De MIT kent verschillende instrumenten: R&D-samenwerkingsprojecten, haalbaarheidsstudies en kennisvouchers. Daarnaast is er geld beschikbaar voor TKI-Netwerkactiviteiten en TKI-Innovatiemakelaars.
Juridische grondslag
Ministriele regeling: Stcrt. 2023, 8117
Maatschappelijke effecten
Het doel van de MIT-regelingen is om het mkb aan te laten sluiten bij één of meer maatschappelijke thema’s. Vanaf 2021 gaat de MIT niet meer op basis van de innovatieagenda’s van de topsectoren, maar op basis van de KIA’s (Kennis Innovatie Agenda’s). De thema’s zijn opgedeeld in zes maatschappelijke Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s):Energie & DuurzaamheidGezondheid & ZorgVeiligheidSleuteltechnologieënLandbouw, Water en VoedselMaatschappelijk Verdienvermogen
Ontvangende partijen
Provincie Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Utrecht, Overijssel, Gelderland, Groningen (in de vorm van SNN als vertegenwoordiging van de 3 noorderlijke provincies) en de provincie Noord-Brabant (in de vorm van Stimulus als vertegenwoordiger van de 3 zuidelijke provincies).
Artikel
Beleidsartikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
Naam
Impulsaanpak winkelgebieden
7,40
2,10
Korte duiding
De Impulsaanpak Winkelgebieden (IW) ondersteunt gemeenten bij het toekomstbestendig maken van binnenstedelijke winkelgebieden. Het programma stimuleert integrale gebiedsgerichte projecten door het delen van kennis en expertise en biedt financiële ondersteuning aan gemeenten die samenwerken met maatschappelijke partners en private investeerders. De aanpak richt zich op het aantrekkelijker maken van winkelgebieden voor bewoners, ondernemers en bezoekers, met aandacht voor het terugdringen van leegstand, het toevoegen van woningen, het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en het creëren van meer groen. Door gezamenlijke investeringen worden winkelstraten en -gebieden duurzaam vernieuwd en versterkt.
Juridische grondslag
Ministriele regeling: Stcrt. 2023, 8117
Maatschappelijke effecten
Het doel van de Impulsaanpak Winkelgebieden (IW) is om binnenstedelijke winkelgebieden toekomstbestendig te maken en de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van deze gebieden te vergroten. De regeling ondersteunt integrale gebiedsgerichte projecten waarbij gemeenten samenwerken met maatschappelijke partners en private investeerders. De maatschappelijke effecten richten zich op het versterken van de lokale economie, het verminderen van leegstand, het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het creëren van aantrekkelijke winkelgebieden voor bewoners, ondernemers en bezoekers. De effecten zijn gericht op:- Vitale en toekomstbestendige winkelgebieden- Versterking van lokale economie en ondernemerschap- Vermindering van leegstand en verloedering- Verbetering van de leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit- Aantrekkelijke en bereikbare binnensteden en dorpscentra
Ontvangende partijen
47 gemeenten
Artikel
Beleidsartikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
Totaal
8,90
16,30
2,10
0,00
0,00
0,00
Bijlage 3: Subsidieoverzicht
In deze bijlage zijn de subsidies van EZK opgenomen. De subsidiedefinitie van de Algemene wet bestuursrecht wordt hierin gebruikt. Deze wet definieert een subsidie als volgt (artikel 4.21 Awb):
"De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten".
Per beleidsartikel zijn de subsidie(-regelingen) opgenomen. Het subsidieoverzicht sluit zoveel mogelijk aan op de Verantwoord Begroten-categorie «subsidies» in de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen uit de begroting.
In lijn met Verantwoord Begroten zijn de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s niet vermeld als subsidies. De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn terug te vinden in de bijlage «ZBO’s en RWT’s».
Voor een aantal subsidies is (nog) geen volgende evaluatie gepland. In veel gevallen gaat het om nieuwe subsidies die nog worden vormgegeven of subsidies die al enige tijd geleden zijn gestopt, waardoor alleen nog sprake is van uitfinanciering.
De einddatum geeft het moment aan dat de laatste verlening plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Voor een aantal subsidies, waarbij sprake is van een structurele subsidierelatie met een jaarlijkse verlening, is als einddatum ‘Jaarlijks’ opgenomen. Als periodiek besluitvorming plaatsvindt over de verlening, bijvoorbeeld over een volgende programmaperiode, is dit aangeduid als ‘Periodiek’.
Tabel 58 Subsidies (bedragen x € 1.000)
Art.
Naam Subsidie (regeling)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Laatste evaluatie
Volgende evaluatie (jaartal)
Einddatum Subsidie- (regeling) (jaartal)
Artikel 1 Goed functionerende economie en markten
1
Cybersecurity
6.967
1.345
1.250
0
0
0
0
Geen
Geen
2027
1
Subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland (Corona)
4.772
7.680
8.420
3.500
3.500
3.500
3.500
Geen
2026
Jaarlijks
1
EU-cofinanciering Digital Europe
6.131
8.047
8.826
11.115
1.031
0
0
Geen
2026
2027
1
Beter aanbesteden
9
2023
Geen
2024
1
AI-fabriek
5.600
481
351
0
17.330
18.294
30.257
Geen
2029
2031
1
PEGA - AI-fabriek
0
1.396
38.109
15.410
2.397
0
2.688
Geen
2029
2031
1
Kennisbasis beleidseconomie
0
0
172
172
172
172
0
Geen
Jaarlijks
1
IPCEI-AI
0
0
61.398
36.448
12.348
3.324
3.316
Geen
1
NGF - project AiNed
16.911
22.777
37.231
29.974
27.889
16.175
3.387
Geen
2027
2027
1
NGF - project Nationaal Onderwijslab
7.695
10.258
6.310
7.443
14.312
31.857
0
Geen
2026
2028
1
NGF - project 6G Future Network Services
24.608
34.700
42.840
34.840
28.840
11.692
250
Geen
2031
2025
1
NGF - projecten subsidieroute
22.067
20.831
20.201
15.340
11.453
11.453
11.453
Geen
2030
2031
1
Inkoopdomein
213
53
Geen
Geen
Geen
1
Digitale veiligheid
19.472
8.928
Geen
Geen
Geen
1
Subtotaal
114.445
107.568
234.036
154.242
119.272
96.467
54.851
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
2
MKB Innovatieregeling Topsectoren (MIT)
4.640
2.999
8.577
11.300
18.783
19.440
19.440
2023
2028
2025
2
Europese & Internationale programma's
20.140
58.854
77.863
72.017
102.845
128.348
120.582
2025
2030
Jaarlijks
2
Bevorderen ondernemerschap
18.472
12.711
17.110
11.487
13.978
13.541
13.761
2025
2030
Jaarlijks
2
Bijdrage aan ROM's
12.710
13.941
13.924
11.184
11.247
11.248
11.248
2022
2026
Periodiek
2
Startup-beleid
6.053
6.025
4.911
4.901
3.790
0
0
2023
2028
2028
2
Invest NL
12.740
10.881
9.407
9.066
9.132
9.132
9.132
2022
2027
Periodiek
2
Tegemoetkoming vaste lasten
10.326
6.902
0
0
0
0
0
2025
Geen
2022
2
Europees Defensie Fonds cofinanciering
138
100
2.058
0
0
0
0
Geen
2026
2024
2
Herstructurering winkelgebieden
15.537
12.939
13.755
20.788
8.739
775
0
Geen
2027
2024
2
R&D mobiliteitssectoren
24.664
8.216
4.700
0
0
0
0
Geen
2026
2022
2
NGF - project Health RI
11.000
11.000
8.467
5.000
0
0
0
Geen
2029
2028
2
NGF - project RegMed XB
5.959
2.271
821
1.661
2.292
0
0
Geen
2029
2028
2
NGF - project QuantumDeltaNL
54.780
70.000
70.409
59.928
30.148
42.980
74.553
Geen
2029
2033
2
NGF - project Oncode-PACT
58.543
31.875
31.000
31.000
29.000
0
Geen
2033
2025
2
NGF - project NXTGEN HIGH TECH
58.235
76.392
42.019
5.353
5.353
56.054
0
Geen
2031
2029
2
NGF - project PhotonDelta
47.993
86.964
50.000
35.720
10.000
10.000
10.263
Geen
2029
2027
2
NGF - project Opschaling PPS beroepsonderwijs
33.366
34.877
23.480
16.520
19.140
7.399
2.350
2025
2031
2027
2
NGF - project Material Independence & Circular Batteries
17.120
45.851
32.241
36.927
16.858
8.776
Geen
2032
2032
2
IPCEI Cloudinfrastructuur en services
9.735
10.784
11.693
11.987
7.823
4.279
4.250
Geen
2029
Jaarlijks
2
IPCEI Micro elektronica
20.660
81.378
21.637
44.951
17.053
525
975
Geen
2027
Jaarlijks
2
Tegemoetkoming Energiekosten
341
2.703
2025
Geen
2023
2
Qredits
4000
7500
10500
2016
Geen
2028
2
Actieplan Groene en Digitale Banen
4.932
253
4.188
4.188
4.188
4.188
7.995
2025
2031
2030
2
Ruimte voor economie
87
929
16.503
13.650
24.650
24.650
24.650
Geen
2028
2027
2
Maritieme Maakindustrie
2.065
4.764
5.731
5.673
5.698
4.898
1.072
Geen
2028
2029
2
Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent
41.357
56.550
67.728
71.316
16.346
905
2.259
Geen
2026
periodiek
2
PEGA - Ruimte voor economie
2.200
2.100
21.600
1.600
1.200
1.300
Geen
2031
2030
2
IPCEI Advanced Semiconductor Technologies
22.500
32.500
32.500
32.500
40.000
Geen
2031
Jaarlijks
2
Leveringszekerheid Kritieke Grondstoffen
1.060
4.370
9.890
7.640
7.107
6.510
6.510
Geen
2030
Jaarlijks
2
Economische Veiligheid
1.385
1.337
6.203
4.250
3.716
2.392
642
Geen
2030
Jaarlijks
2
TSH Vliegtuigmaakindustrie
4.044
5.975
6.114
5.290
3.960
13.525
8.791
Geen
2026
Jaarlijks
2
Stimulering academische spin-offcreatie
15.451
31.122
31.122
31.122
31.122
Geen
2031
Jaarlijks
2
Overige subsidies
2.105
714
768
417
419
419
419
Geen
2
waarvan: Bijdrage NML
215
535
350
Geen
Geen
2027
2
Bijdrage aan overige instituten
1.890
179
418
417
419
419
419
Geen
Geen
Jaarlijks
Subtotaal
506.387
664.655
628.248
577.936
437.087
434.906
390.014
Artikel 3 Toekomstfonds
3
Thematische Technology Transfer
2.387
4.571
5.432
4.347
4.353
4.219
2.658
2023
2028
2026
Subtotaal
2.387
4.571
5.432
4.347
4.353
4.219
2.658
Totaal
623.219
776.794
867.716
736.525
560.712
535.592
447.523
Tabel 59 Subsidies geraamd onder categorie bijdrage aan (inter) nationale organisaties (bedragen x € 1.000)
Art.
Naam Subsidie (regeling)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Laatste evaluatie
Volgende evaluatie (jaartal)
Einddatum Subsidie- (regeling) (jaartal)
2
Internationaal Innoveren
51.861
66.132
72.448
75.295
83.613
71.312
77.194
2020
2029
2024
2
PPS-Innovatieregeling
191.229
200.732
192.389
190.761
187.367
187.013
149.883
2021
2026
2025
Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda
Conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek 2022 (RPE 2022) is het overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). In de afgelopen jaren is dat proces bij EZK tot stand gebracht. De overgang naar een SEA is nader toegelicht in de beleidsagenda, onderdeel ‘Strategische Evaluatieagenda’.
In deze ‘Bijlage Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda’ worden de beleidsthema’s in de SEA toegelicht en nader uitgewerkt met onderliggende instrumentevaluaties. Aanvullend volgt een overzicht met overige evaluaties die niet direct onder een beleidsthema zijn te plaatsen.
Strategische Evaluatie Agenda (SEA)
De SEA is gericht op onderstaande beleidsthema’s die de EZK-begroting afdekken. Deels gaat het om het opzetten van monitors en deels om het verkrijgen van inzicht in effecten van belangrijke beleidsmaatregelen. Vanwege de overkomst van «Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid» van BZK naar EZK is ook hiervoor een nieuwe Periodieke Rapportage opgenomen. In deze evaluatiebijlage wordt toegelicht welke onderliggende evaluatieplanning hiermee samenhangt. Indien in de kolom «toelichting onderzoek» geen toelichting wordt vermeld, gaat het om reguliere periodieke evaluaties. In de kolom «vindplaats» staan bij afgeronde onderzoeken Kamerbrieven of relevante monitors die input vormen voor vervolgonderzoek en voor de «Periodieke Rapportage» (syntheseonderzoek) van het beleidsthema.
Tabel 60 SEA-uitwerking: Goed functionerende markten voor bedrijven en consumenten
Thema/instrumentevaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Toelichting onderzoek
Begrotings-artikel
Vindplaats
Goed functionerende (digitale) economie en markten
Periodieke Rapportage
2027
Te starten
1
Toelichting met stand van inzicht:
De beleidsdoorlichting inzake beleidsartikel 1 goed functionerende economie en goed functionerende markten is in 2022 afgerond (Kamerstuk 30 991, nr. 37). Inmiddels is een groot deel van het digitale economie beleid samengebracht op artikel 1 van de EZ-begroting en is de evaluatieplanning aangepast. Daarnaast is de beleidsdoelstelling van het artikel opgesplitst in 3 doelstellingen (scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten, scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie en voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken). Beoogd is dat de eerstvolgende periodieke rapportage in 2027 onder andere antwoord geeft op de vraag in hoeverre het beleid doeltreffend en doelmatig is geweest in het bijdragen aan één of meerdere kenmerken van goed functionerende markten en een goed functionerende digitale economie, bijvoorbeeld op het gebied transparantie, consumentenbescherming- en vertrouwen, efficiëntie, weerbaarheid of toegankelijkheid. Voor de periodieke rapportage kan gebruik worden gemaakt van de afzonderlijke evaluaties in voorgaande jaren. Onderstaand wordt ingegaan op de evaluatieplanning en de stand van zaken van de afzonderlijke evaluaties.
Instrumentevaluatie / monitor:
Evaluatie roadmap digitaal veilige hard- en software
ex-post
2022
Afgerond
1
Kamerstuk 26 643, nr. 867
Evaluatie subsidie ECP (DE-breed)
ex-post
2023
Afgerond
1
Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 92
Evaluatie bemiddelingsdienst doven en slechthorenden
ex-post
2027
Te starten
1
Nulmeting Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS, coordinatie JenV, WODC)
ex-ante
2023/2024
Afgerond
JenV neemt het voortouw.
1
Kamerstuk 26 643, nr. 1128
Tussentijdse Evaluatie Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS, coördinatie JenV, WODC)
ex-durante
2026
Lopend
JenV neemt het voortouw.
1
Evaluatie Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS, coördinatie JenV, WODC)
ex-post
2028
Te starten
JenV neemt het voortouw.
1
Evaluatie Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON)
ex-post
2023
Afgerond
1
Kamerstuk 34 739, nr. 12
Evaluatie Wet Ongewenste Zeggenschap Telecom (WOZT)
ex-post
2026
Afgerond
Evaluatie WOZT samen met Wet Vifo (zie thema ondernemerschap)
1
Kamerstuk 35 153, nr. 31
Evaluatie Nota Mobiele Communicatie. multibandveiling 2020 en 3,5 GHz-band veiling (2024)
ex-post
2026
Afgerond
1
Evaluatie Nota Frequentiebeleid 2016, Nota Mobiele Communicatie 2019, Multibandveiling 2020 en 3,5 GHz-veiling 2024
Evaluatie nota frequentiebeleid
ex-post
2026
Afgerond
1
Evaluatie Nota Frequentiebeleid 2016, Nota Mobiele Communicatie 2019, Multibandveiling 2020 en 3,5 GHz-veiling 2024
Evaluatie radiobeleid
ex-post
2026
Lopend
In deze evaluatie ligt de focus op de veiling van radiofrequenties in het licht van de opkomst van DAB+.
1
Evaluatie subsidie telecom Caribisch Nederland
ex-post
2026
Lopend
1
Evaluatie methodiek Regeling veiligheid en integriteit telecommunicatie
ex-post
2025
Afgerond1
1
n.v.t.
Evaluatie van de aangewezen instanties metrologiewet
ex-post
2024
Afgerond
1
Kamerstuk 33 159, nr. 7
Evaluatie van de aangewezen instanties metrologiewet
ex-post
2027
Te starten
1
Evaluatie van de instellingen onder de waarborgwet
ex-post
2027
Te starten
Betreft de vijfjaarlijkse ZBO-evaluatie.
1
Evaluatie Raad voor Accreditatie
ex-post
2026
Lopend
Betreft de vijfjaarlijkse ZBO-evaluatie.
1
Evaluatie Autoriteit Consument en Markt (ACM)
ex-post
2026
Lopend
1
Evaluatie Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)
ex-post
2024
Afgerond
1
Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 94
Evaluatie Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)
ex-post
2027/2028
Te starten
1
Evaluatie Ministeriële Regeling en beleidsregel CBS
ex-post
2023
Afgerond
1
Kamerstuk 36 200 XIII, nr. 131
Evaluatie doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het CBS
ex-post
2026
Lopend
Betreft de evaluatie van het CBS in de periode 2021-2025.
1
Evaluatie Gids Proportionaliteit
ex-post
2026
Lopend
1
Evaluatie PIANOo
ex-post
2026
Afgerond
1
Kamerstuk 26 485, nr. 461
Evaluatie digitaal PPS kennis en innovatie
ex-post
2025
Afgerond
Dutch Blockchain Coalitie, Commit2Data, Data Sharing Coalition, Taskforce diversiteit en Inclusie, Nederlandse AI Coalitie
1
Evaluatie PPS’en Kennis en Innovatie
Evaluatie Universele Postdienst
ex-post
2025
Afgerond
1
Kamerstuk 29 502, nr. 198
Evaluatie EU-cofinanciering Digital Europe
ex-post
2026
Lopend
1
Evaluatie Winkeltijdenwet
ex-post
2026
Lopend
1
NGF - Evaluatie project Nationaal onderwijslab
ex-durante
2026
Te starten
Midterm review met ook aandacht voor doeltreffendheid en doelmatigheid.
1
NGF - Evaluatie project Nationaal onderwijslab
ex-post
2033
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
1
NGF - Evaluatie project AiNed
ex-durante
2027
Te starten
Tussenevaluatie omdat de tijd tussen start en verwachte einddatum van het project langer dan zeven jaar bedraagt.
1
NGF - Evaluatie project AiNed
ex-post
2030
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
1
NGF - Evaluatie project 6G Future Network Services
ex-post
2031
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
1
IPCEI Cloud Infrastructuur en Services (CIS)
ex-post
2029
Te starten
2
X Noot
1
Deze evaluatie wordt niet gepubliceerd omdat het rapport vertrouwelijke informatie bevat.
Tabel 61 SEA-uitwerking: Steun- en herstelbeleid Corona
Thema/instrumentevaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Toelichting onderzoek
Begrotings-artikel
Vindplaats
Steun- en herstelbeleid Corona
Periodieke Rapportage
2025
Afgerond
Dit beleid diende ter ondersteuning en herstel van het bedrijfsleven tijdens en na Covid-19. Hierbij is samen opgetrokken met FIN en SZW. Ieder departement heeft de verantwoordelijkheid voor de eigen maatregelen.
2 en 3
Kamerstuk 35 420, nr. 541
Toelichting met stand van inzicht:
De overheid heeft meer dan 200 financiële steunmaatregelen getroffen om werkenden en bedrijven door de coronacrisis te helpen. De ministeries FIN, EZK en SZW hebben in 2025 een gezamenlijke synthesestudie afgerond op basis van het uitgevoerde (evaluatie)onderzoek. Omdat het tijdelijke steunmaatregelen betreft, wordt er geen nieuwe Periodieke Rapportage ingepland.Het steunpakket was als geheel doeltreffend omdat doelen dankzij de maatregelen overwegend bereikt zijn. De maatregelen hebben bijgedragen aan het beperken van liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen bij bedrijven en zelfstandigen, waarmee banen en waardeketens zijn behouden en armoede in grote mate is voorkomen. De indirecte gevolgen hiervan zijn dat vraaguitval en aanboduitval in grote mate zijn voorkomen, waarmee economische groei snel is teruggebracht tot het groeipad van voor het uitbreken van de coronacrisis.De steun was deels doelmatig door de omvangrijke budgettaire kosten en het optreden van neveneffecten. De maatregelen zijn goed uitvoerbaar, met weinig gesignaleerd misbruik. Wel heeft er waarschijnlijk oneigenlijk gebruik plaatsgevonden. De kosteneffectiviteit was echter beperkt omdat de steun niet altijd in verhouding stond tot de geleden schade of noodzakelijk was om de pandemie door te komen. Ook heeft de steun de arbeidsdynamiek en bedrijvendynamiek tijdelijk verlaagd. Vanuit macro-economisch perspectief is de steun te lang voortgezet. De noodzaak om de economie te stabiliseren en om liquiditeitssteun te verlenen nam namelijk af, terwijl de verstorende werking van steun toenam.
Instrumentevaluatie / monitor:
BMKB-C
ex-post
2026
Lopend
Ondersteunen ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de reguliere BMKB.
2
GO-coronamodule
ex-post
2025
Afgerond
Ondersteunen ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de reguliere GO-evaluatie.
2
Kamerstuk 32 637, nr. 702
Overbruggingskredieten en aflossing met rentekorting verschaft door Qredits
ex-post
2026
Lopend
Ondersteunen ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de Qredits evaluatie.
2
Corona Overbruggingslening (COL) verschaft door Regionale ontwikkelingsmaatschappijen
ex-post
2026
Lopend
Ondersteunen (innovatieve) ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de ROM's evaluatie.
2
Garantieregeling Kleine Kredieten Corona
ex-post
2026
Lopend
Ondersteunen kleine ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de reguliere BMKB.
2
TVL/TOGS
ex-post
2025
Afgerond
Ondersteunen ondernemers MKB en later ook voor grote bedrijven. Zal tezamen met NOW-evaluatie van SZW geëvalueerd worden. Betreft een kwantitatief onderzoek naar de doeltreffendheid van de NOW-regeling en TVL/TOGS-regeling. Vanwege de grote overlap in gebruik van de regelingen, de doelstellingen en de doelgroep, worden de regelingen in samenhang bezien. Naast deze kwantitatieve evaluatie naar doeltreffendheid, worden de doelmatigheid van de NOW-regeling en TVL-regeling in separate evaluaties onderzocht.
2
Kamerstuk 35 420, nr. 540
Garantieregeling evenementen/tijdelijke subsidieregeling evenementen (TRSEC/SEG)
ex-post
2025
Afgerond
Ondersteunen specifieke doelgroep
2
Kamerstuk 35 420, nr. 542
TOA (Time Out Arrangement)
ex-post
2026
Lopend
Betreft een lening voor een doorstart die wordt verstrekt via Qredits. Gezien het beperkte gebruik wordt deze meegenomen in de evaluatie van Qredits (2026), uitvoerder van dit instrument.
2
Subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren
ex-post
2027
Te starten
Ondersteunen specifieke doelgroep
2
Voucherkredietfaciliteit
ex-post
2027
Te starten
Ondersteunen specifieke doelgroep (via SGR)
2
Leningsfaciliteiten reissector
ex-post
2027
Te starten
Ondersteunen specifieke doelgroep (via SGR)
2
Tabel 62 SEA-uitwerking: Ondernemerschap
Thema/instrumentevaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Toelichting onderzoek
Begrotings-artikel
Vindplaats
Ondernemerschap
Periodieke Rapportage
2025
Afgerond
2 en 3
Kamerstuk 33 009, nr. 176
Kamerstuk 33 009, nr. 180
Ondernemerschap
Periodieke Rapportage
2031
Te starten
Nieuw ingeplande PR
2 en 3
Toelichting met stand van inzicht:
Het ondernemerschapsbeleid richt zich op het creëren van randvoorwaarden die bedrijven en ondernemers in staat stellen om te investeren, werkgelegenheid te creëren en nieuwe producten, diensten en processen te ontwikkelen. In 2025 is een Periodieke Rapportage uitgevoerd naar de thema's op het gebied van ondernemerschap, in samenhang met een Periodieke Rapportage van het Innovatiebeleid. De hoofdconclusie is dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen effectief en legitiem is. Het gevoerde beleid draagt bij aan een sterk verdienvermogen van Nederland, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie.Het ondernemerschapsbeleid specifiek kent sterke punten ten aanzien van toegang tot financiering, kennisbescherming- en veiligheid, het beperken van regeldruk en leveren van goede en toegankelijke dienstverlening aan ondernemers. Verbeterpunten zijn er bij fiscale ondernemerschapsregelingen, die deels niet doeltreffend en doelmatig zijn. Dit geldt ook voor regelingen op het terrein van menselijk kapitaal, die te klein zijn voor macro-economische impact en concurreren met beleid van andere ministeries.In 2026 wordt een evaluatie van de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) uitgevoerd. Een volgende Periodieke Rapportage wordt gepland in 2031.
Instrumentevaluatie / monitor:
Aanpak toekomstigbestendige bedrijventerreinen
ex-durante
2029
Te starten
Tussenevaluatie van twaalf pilots (één per provincie) die zijn gestart in 2024 en een looptijd van zeker 8 jaar hebben, met mogelijk verdere uitloop. De middelen zijn opengesteld van 2024 tot en met 2027. Eindevaluatie voorzien voor 2034.
2
Project Beethoven
ex-durante
2027
Te starten
Tussentijdse evaluatie met een focus op dat deel van de projecten waar dit al relevant voor is en met aandacht voor de governance en de vraag of processen zodanig zijn ingericht dat het aannemelijk is dat de gestelde doelen doeltreffend en doelmatig gerealiseerd worden.
2
Beleidsexperiment Shaping the Future of Physical Work in SME’s
ex-post
2026
Lopend
Evaluatie volgens aanpak zoals opgenomen in de subsidieaanvraag. TNO voert deze monitoring en evaluatie uit als onderdeel van de projectgroep die dit beleidsexperiment uitvoert.
2
Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)
ex-post
2026
Lopend
Zal geëvalueerd worden tezamen met BMKB-C en het Kleine Krediet Corona (KKC)
2
Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)
ex-post
2031
Te starten
2
Garantiefaciliteit Ondernemersfinanciering
ex-post
2025
Afgerond
Zal geëvalueerd worden tezamen met GO-C
2
Kamerstuk 32 637, nr. 702
Garantiefaciliteit Ondernemersfinanciering
ex-post
2030
Te starten
2
Toerisme / NBTC
ex-post
2027
Te starten
2
Evaluatie NFIA
ex-post
2025
Afgerond
2
Kamerstuk 32 637, nr. 719
Evaluatie NFIA
ex-post
2030
Te starten
2
Fiscale regelingen gericht op bedrijfsopvolging
ex-post
2030
Te starten
Inclusief Vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in familiesfeer. Er zijn nog aanpassingen aan de wetgeving geïmplementeerd die vanaf 2025 gelden. Vijf jaar vanaf dat moment is een goed evaluatiemoment.
2
Funding Garantie
ex-post
2026
Lopend
Kleinschalige, kwalitatieve evaluatie door EZ met ondersteuning van een onafhankelijke referent.
2
Maritieme Innovatie Impulsprojecten
ex-post
2028
Te starten
2
MIT-NL Program Fund
ex-durante
2029
Te starten
2
Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)
ex-post
2026
Lopend
Zal geëvalueerd worden tezamen met COL.
2
Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)
ex-post
2031
Te starten
2
Qredits
ex-post
2026
Lopend
Zal geëvalueerd worden tezamen met corona overbruggingskrediet starters, bestaande ondernemers en uitstel van aflossing met rentekorting en de Time Out Arrangement (TOA).
2
Qredits
ex-post
2031
Te starten
2
Regeldruk (ATR)
ex-durante
2027
Te starten
Tussenevaluatie twee jaar na de voorziene inwerkingtreding van de Instellingswet ATR. Inclusief Mkb-toets regeldruk.
2
Regeldruk (ATR)
ex-post
2029
Te starten
Eerste van de reeks reguliere vierjaarlijkse evaluaties. Inclusief Mkb-toets regeldruk.
2
MKB-!dee
ex-post
2025
Afgerond
2
Kamerstuk 36800-XIII, nr. 15
Evaluatie MKB-(digi)werkplaatsen
ex-post
2025
Afgerond
2
Kamerstuk 26 643, nr. 1309
Evaluatie Techleap
ex-post
2028
Te starten
2
Wet op KvK /ZBO KvK
ex-post
2026
Lopend
2
Wet op KvK /ZBO KvK
ex-post
2031
Te starten
2
Fiscale ondernemersregelingen
ex-post
2029
Te starten
2
Seed Capital regeling
ex-post
2029
Te starten
Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van Seed Capital, VFF en IK.
3
Vroege Fase Financiering (VFF)
ex-post
2029
Te starten
Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van Seed Capital, VFF en IK.
3
Meta-analyse risico-kapitaalinstrumenten
overig
2029
Te starten
2 en 3
Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief MKB (TEK)
ex-post
2025
Afgerond
2
Kamerstuk 36800-XIII, nr. 15
ADR-rapport evaluatie TEK
Evaluatie Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
ex-post
2026
Te starten
In samenwerking met FIN; EZ heeft het voortouw.
2
Evaluatie Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
ex-post
2031
Te starten
In samenwerking met FIN; EZ heeft het voortouw.
2
Evaluatie Kleine Ondernemersregeling (KOR)
ex-post
2026
Te starten
Interne evaluatie door FIN.
2
Evaluatie Kleine Ondernemersregeling (KOR)
ex-post
2031
Te starten
Interne evaluatie door FIN.
2
Impulsaanpak winkelgebieden
ex-durante
2027
Te starten
Verplaatst vanaf 2024 aangezien de subsidieontvangers op dit moment nog in de voorbereidende fase zitten en er nog geen (tussentijdse) resultaten zijn om te evalueren.
2
Invest-NL
overig
2027
Te starten
Deze evaluatie zal samen met Deeptech Fund en Dutch Future Fund plaatsvinden.
2
Dutch Alternative Credit Instrument (DACI)
ex-post
2026
Lopend
3
Dutch Future Fund (DFF)
ex-post
2027
Te starten
Deze evaluatie zal samen met InvestNL en Deeptech Fund plaatsvinden.
3
Evaluatie vrijstellingen OVB in de ondernemingssfeer en vrijstellingen van technische aard
ex-post
2028
Te starten
In samenwerking met FIN; FIN heeft het voortouw.
2
NGF-Midterm Review project Opschaling PPS in het beroepsonderwijs
ex-durante
2025
Afgerond
Midterm review met ook aandacht voor doeltreffendheid en doelmatigheid.
2
Midterm-review van het NGF-programma ‘Opschaling PPS'en’ | Rapport | Rijksoverheid.nl
NGF-Evaluatie project Opschaling PPS in het beroepsonderwijs
ex-post
2031
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
2
Wet Vifo
ex-post
2026
Afgerond
Evaluatie van de Wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames samen met de evaluatie van de Wet Ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Wozt) door directie Digitale Economie (DE) bij DG E&D.
2
Kamerstuk 35 153, nr. 31
Wet Vifo
ex-post
2031
Te starten
Evaluatie van de Wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames samen met de evaluatie van de Wet Ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Wozt) door directie Digitale Economie (DE) bij DG E&D.
2
Tabel 63 SEA-uitwerking: Innovatiebeleid
Thema/instrumentevaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Toelichting onderzoek
Begrotings-artikel
Vindplaats
Innovatiebeleid
Periodieke Rapportage
2025
Afgerond
2 en 3
Kamerstuk 33 009, nr. 176
Kamerstuk 33 009, nr. 180
Innovatiebeleid
Periodieke Rapportage
2031
Te starten
Nieuw ingeplande PR
2 en 3
Toelichting met stand van inzicht:
Het innovatiebeleid heeft als doel bij te dragen aan innovatie en economische vernieuwing, wat op de lange termijn cruciaal wordt geacht voor duurzame economische groei en welvaart. In 2025 is een Periodieke Rapportage uitgevoerd naar de thema's op het gebied van Innovatiebeleid, in samenhang met een Periodieke Rapportage van het Ondernemerschapsbeleid. De hoofdconclusie is dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen effectief en legitiem is. Het gevoerde beleid draagt bij aan een sterk verdienvermogen van Nederland, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie.Innovatiebeleid is succesvol bij generieke regelingen gericht op het bevorderen van innovatie in het bedrijfsleven, het in stand houden van een hoogwaardig toegepast kennisstelsel en het vergroten van valorisatie van kennis en onderzoek. Missiegedreven innovatiebeleid adresseert systeem- en transitiefalen door innovatie te richten op maatschappelijke opgaven en past bij de noodzaak tot scherpere keuzes bij toenemende schaarsten. Aandachtspunten zijn, aldus de onderzoekers schaal en samenhang voor het beleid gericht op valorisatie, startups en scale-ups, en de digitale transitie. Ook dient sectorspecifieke steun beter onderbouwd te worden. Deze kan vanuit strategische autonomie overigens verdedigbaar zijn, aldus de onderzoekers.In 2026 wordt een evaluatie van het Missiegedreven Innovatiebeleid uitgevoerd. Een volgende Periodieke Rapportage wordt gepland in 2031.
Instrumentevaluatie / monitor:
Monitor Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid
ex-durante
Eerste resultaten in 2021
Lopend
De Monitoring en effectmeting (M&E) van het innovatiebeleid (Innovatiehelix, voorheen het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid) is in opbouw. Op deze wijze zullen eerste data verzameld worden. Zie de voortgangsrapportage van het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid in de afgelopen jaren (Kamerstuk 33 009, nr. 102). Dit kan later input vormen voor de evaluatie-aanpak die in de «Expertcommissie Evaluatiemethoden» wordt uitgewerkt.
2
zie: Monitor Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid
Eureka / Eurostars / JTI’s
ex-post
2025
Afgerond
2
Kamerstuk 21 501-07, nr. 2145
Eureka / Eurostars / JTI’s
ex-post
2030
Te starten
2
Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid
ex-durante
2025
Afgerond1
Een tussentijdse evaluatie twee jaar na de start van dit instrument is toegezegd aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 30 821, nr. 199).
2
n.v.t.
Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid
ex-post
2029
Te starten
2
Europees Defensiefonds (EDF)
ex-post
2026
Te starten
Europees instrument met Nederlandse cofinanciering
2
Brexit adjustment reserve
ex-post
2026
Lopend
2
European High Performance Computing (EuroHPC)
ex-post
2028
Te starten
In samenhang met EuroQCI evalueren
2
European Quantum Communication Infrastructure (EuroQCI)
ex-post
2028
Te starten
In samenhang met EuroHPC evalueren
2
Ruimtevaart
ex-post
2025
Afgerond
Inclusief Rijksdienst voor Digitale Infrastructuur (RDI).
2
Kamerstuk 24 446, nr. 101
Evaluatie Netherlands Space Agency (NLSA)
ex-post
2027
Te starten
2
Intellectueel Eigendomsbeleid
ex-post
2026
Afgerond
2
Kamerstuk 30 635, nr. 14
Intellectueel Eigendomsbeleid
ex-post
2030
Te starten
2
Evaluatie Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid
ex-post
2026
Lopend
2
Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research)
ex-post
2025
Afgerond
2
Kamerstuk 32 637, nr. 694
Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research)
ex-post
2029
Te starten
2
Strategisch Belangrijke Onderzoeksprogramma's (SBO)
ex-post
2027
Te starten
Subsidieregeling is inmiddels gesloten, maar looptijd subsidies is van 2023 tot 2027.
2
Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO)
ex-post
2029
Te starten
Regeling loopt van 2024 tot 2029
2
TSH Vliegtuigmaakindustrie
ex-post
2026
Lopend
2
Innovatiebox
ex-post
2030
Te starten
In samenwerking met FIN; FIN heeft het voortouw.
2
Thematische Technology Transfer (TTT)
ex-post
2028
Te starten
3
Oncode Research
ex-post
2028
Te starten
Evaluatie uit te voeren in combinatie met Thematische Technology Transfer, waar Oncode research een pilot van is.
3
Innovatiekrediet (IK)
ex-post
2024
Afgerond
Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van GF, Seed Capital, DVI, VFF en IK.
3
Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97
Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 53
Innovatiekrediet (IK)
ex-post
2029
Te starten
Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van Seed Capital, VFF en IK.
3
PPS-innovatieregeling (voorheen PPS-toeslag)
ex-post
2026
Lopend
Als onderdeel van de evaluatie van het Missiegedreven Innovatiebeleid.
2
NWO-TTW
ex-post
2027
Te starten
Betreft specifiek het EZ-gefinancierde deel NWO-TTW
2
Evaluatie MIT
ex-post
2028
Te starten
2
Evaluatie Rijkscofinanciering EFRO/Interreg (2014-2020)
ex-post
2025
Afgerond
2
Kamerstuk 27 813, nr. 37
Evaluatie Rijkscofinanciering EFRO/Interreg (2014-2020)
ex-post
2031
Te starten
2
WBSO
ex-post
2025
Afgerond
2
Kamerstuk 32 637, nr. 670
WBSO
ex-post
2030
Te starten
2
SBIR
overig
2026
Afgerond
2
Kamerstuk 33 009, nr. 177
Evaluatie Regeling Duurzame Scheepsbouw
overig
2024
Afgerond
42
Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 96
Evaluatie Regeling Duurzame Scheepsbouw
overig
2029
Te starten
2
Venture Challenge
ex-post
2029
Te starten
2
Midterm evaluatie Just Transition Fund (JTF)
ex-durante
2025
Afgerond
SZW heeft het voortouw.
2
Mid-term evaluatie JTF-programma Nederland: Procesevaluatie implementatie en uitvoering
Evaluatie Just Transition Fund (JTF)
ex-post
2029
Te starten
SZW heeft het voortouw.
2
Deep Tech Fund
ex-post
2027
Te starten
Deze evaluatie zal samen met InvestNL en Dutch Future Fund plaatsvinden.
3
IPCEI Microelektronica II (ME2)
ex-post
2028
Te starten
2
NGF - Evaluatie project RegMed XB
ex-post
2029
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
2
NGF - Evaluatie project Health RI
ex-post
2029
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
2
NGF - Evaluatie project QuantumDeltaNL
ex-post
2029
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
2
NGF - MTR project Oncode-PACT
ex-durante
2025
Afgerond
Midterm review met ook aandacht voor doeltreffendheid en doelmatigheid.
2
Midterm Evaluation Oncode Accelerator NGF 2025
NGF - Evaluatie project Oncode-PACT
ex-post
2033
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
2
NGF - Material Independence & Circular Batteries
ex-post
2032
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
2
NGF - MTR project NXTGEN HIGHTECH
ex-durante
2025
Afgerond
Midterm review met ook aandacht voor doeltreffendheid en doelmatigheid.
2
Nextgen Hightech Mid-term Rapportage 2025
NGF - Evaluatie project NXTGEN HIGHTECH
ex-post
2031
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
2
NGF - Evaluatie project Photon Delta
ex-post
2029
Te starten
Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)
2
X Noot
1
Deze evaluatie wordt niet gepubliceerd, omdat het rapport vertrouwelijke informatie bevat over de werking van het instrument waarvan het niet wenselijk is dat deze openbaar wordt.
X Noot
2
Dit betrof artikel 4 van de 'oude' EZK-begroting.
Tabel 64 Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid
Thema/ instrumentevaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Toelichting onderzoek
Begrotings-artikel
Vindplaats
Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid
Periodieke Rapportage
2032
Te starten
9
Toelichting met stand van inzicht:
Met de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille binnen het nieuwe kabinet heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een centrale coördinerende rol gekregen in het digitaliseringsbeleid, terwijl het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verantwoordelijk is voor de realisatie van digitalisering onder andere in het kader van de slagvaardige overheid. De onderwerpen die EZK sinds dit jaar op haar begroting heeft staan, worden ondergebracht op het begrotingsartikel 9 EZK. Omdat het gaat om een nieuw begrotingsartikel is hierop nog niet eerder een Periodieke Rapportage uitgevoerd. De eerste wordt gepland in 2032 en zal als doel hebben het evalueren van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op het gebied van digitale samenleving en de digitale overheid en de nieuwe coördinerende rol op digitalisering. Omdat deze onderwerpen eerst op de begroting van BZK stonden, zijn deze wel geëvalueerd in de Periodieke Rapportage van het betreffende begrotingsartikel (6.2) van BZK. Deze Periodieke Rapportage in 2026 van BZK heeft als status lopend.
Instrumentevaluatie / monitor:
Ervaren kwaliteit dienstverlening data.overheid.nl
Ex durante
2026
Lopend
9
Evaluatie Europese Digitale Identiteit
Ex post
2030
Te starten
De evaluatie wordt uitgevoerd als zowel de uitvoeringswet als de wijziging WDO in werking zijn getreden.
9
ECP Begeleidingsethieksessies
Ex durante
2026
Afgerond
9
Beleidsevaluatie inzet Aanpak Begeleidingsethiek
SIDN Fonds
Ex post
2026
Afgerond
9
Beleidsevaluatie inzet SIDN fonds Digitale Gemeenschapsgoederen
Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn
Ex durante
2026
Afgerond
9
Beleidsevaluatie inzet Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn
Meerjarenplanning van overige geplande evaluaties/doorlichtingen die niet of deels onder voornoemde thema's vallen:
Tabel 65 SEA-uitwerking: Overige evaluaties/doorlichtingen
Thema/overige evaluaties
Type onderzoek
Afronding
Status
Toelichting onderzoek
Begrotings-artikel
Vindplaats
Doorlichting Agentschap RDI
overig
2027
Lopend1
1
Doorlichting Agentschap DICTU
overig
2027
Te starten
40
Doorlichting Agentschap RVO
overig
2027
Te starten
1,2 en 3
X Noot
1
In afwachting van enkele interne onderzoeken is in overleg met FIN besloten om deze doorlichting in 2026 van start te laten gaan.
Lijst van afkortingen
ACM
Autoriteit Consument en Markt
ACVG
Adviescollege Veiligheid Groningen
AI
Kunstmatige intelligentie
AP
Autoriteit Persoonsgegevens
AST
Advanced Semiconductor Technologies
ATR
Adviescollege toetsing regeldruk
BAR
Brexit Adjustment Reserve
BBP
Bruto Binnenlands Product
BES
Bonaire, Sint Eustatius, Saba
BEV
Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid
BHO
Ministerie voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingshulp
BIPM
Bureau International des Poids en Mesures
BMKB
Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf
BMKB-C
Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf-Corona
BMKB-Groen
Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf-Groen
BOM
Brabantse Ontwikkelings Maatschappij
BPM
Belasting van personenauto's en motorrijwielen
BSA
Budget Strategische Acquisitie
BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
BZ
Ministerie van Buitenlandse Zaken
BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
CADA
Cloud & AI Development Act
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
CCS
Carbon Capture and Storage
CEB
Council of Europe Bank
CEPT
Europese Conferentie van administraties voor Post en Telecommunicatie
CIF-NL
Cybersecurity Innovation Fund
COL
Corona Overbruggingslening
COVA
Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten
CPB
Centraal Planbureau
CRA
Europese cyberweerbaarheidsverordening
CRMA
Critical Raw Materials Act
CSA
Cyber Security Act
CSDDD
Corporate Sustainability Due Diligence Directive
CSIRT
Computer Security Incident Response Team
CSRD
Corporate Sustainability Reporting Directive
CvAE
Commissie van Aanbestedingsexperts
CW
Cloud Werkplek
DACI
Dutch Alternative Credit Instrument
DEI
Demonstratieregeling Energie-innovatie
DEP
Digital Europe Programme
DESI
Index Digitale Economie en Samenleving
DFF
Dutch Future Fund
DG B&I
Directoraat-Generaal Bedrijfsleven en Innovatie
DG E&D
Directoraat-Generaal Economie en Digitalisering
DG K&E
Directoraat-Generaal Klimaat en Energie
DGA
Datagovernanceverordening
DICTU
Dienst ICT Uitvoering
DMA
Digital Markets Act
DSA
Digital Services Act
DTC
Digitaal Trust Centre
DTF
Deep Tech Fund
DUKs
Directe Uitvoeringskosten
DUTO
Duurzame Toegankelijkheid van Overheidsinformatie
DVI
Dutch Venture Initiative
EBN
Energie beheer Nederland
EC
Europese Commissie
ECN
Energieonderzoek Centrum Nederland
EDIH's
European Digital Innovation Hubs
EFRO
Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling
EIA
Energie- investeringsaftrek
EIB
Europese Investeringsbank
EIF
Europees Investeringsfonds
ESA
European Space Agency
ESTEC
European Space Research and Technology Centre
ETCI
European Tech Champions Initiative
ETS
Emission Trading Scheme/System
EU
Europese Unie
EZ
Ministerie van Economische Zaken
EZK
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
FIN
Ministerie van Financiën
FTE
Fulltime-equivalent
GF
Groeifaciliteit
GGTO
Stichting Garantiefonds Gespecialiseerde Touroperators
GHz
Gigahertz
GIA
Gigabit Infrastructure Act
GID
Gemeenschappelijke Informatievoorziening en Dienstverlening
GO
Garantie Ondernemingsfinanciering
GO-C
Garantie Ondernemingsfinanciering-Corona
HBO
Hoger Beroeps Onderwijs
HER+
Hernieuwbare Energietransitie
HTSM
HighTech Systems & Materials
HVF
Nederlandse Herstel- en Veerkracht Faciliteit
HVP
Herstel- en Veerkrachtplan
IA
Innovatie Attachés
IAN
Innovatie Attaché Netwerk
IBO
Interdepartementaal Beleidsonderzoek
ICT
Informatie- en communicatietechnologie
IE
Intellectueel Eigendom
IenW
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
IHH
Informatiehuishouding
IMVO
Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
INTERREG
Europese Territoriale Samenwerking
IPC
Innovatieprestatiecontracten
IPCEI
Important Project of Common European Interest
IPCEI AST
Important Project of Common European Interest Advanced Semiconductor Technologies
IPCEI CIS
Important Projects of Common European Interest Cloud Infrastructuur en Services
ISB
Incidentele Suppletoire Begroting
ISDE
Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing
ITU
International Telecommunications Union
IUC
Inkoop Uitvoeringscentrum
J&V
Ministerie van Justitie en Veiligheid
JTF
Just Transition Fund
JTI
Joint Technology Initiatives
KGG
Ministerie van Klimaat en Groene Groei
KIA
Kennis- en Innovatieagenda's
KKC
Garantieregeling Klein Krediet Corona
KNMI
Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
KvK
Kamer van Koophandel
LIOF
De Limburgse industrie- en investeringsbank
LTR
Lange termijn Ruimtevaartagenda
LVVN
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
MARIN
Maritime Research Institute Netherlands
MBO
Middelbaar beroepsonderwijs
MFK
Meerjarig Financieel Kader
MHz
Megahertz
MIT
MKB Innovatiestimulering Topsectoren
MKB
Midden- en Kleinbedrijf
MOOI
Missie gedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie
MRB
Motorrijtuigenbelasting
MSA
MARIN Stakeholders Association
MTIB
Missiegedreven (Topsectoren- en) Innovatiebeleid
MVO
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
NBTC
Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen
NCG
Nationaal Coördinator Groningen
NCC-NL
Nationaal Coördinatiecentrum
NCSC
Nationaal Cyber Security Centrum
NEa
Nederlandse Emissieautoriteit
NEN
Nederlands Normalisatie Instituut
NFIA
Netherlands Foreign Investment Agency
NGF
Nationaal Groeifonds
NIS2
Europese Richtlijn voor Netwerk-en informatiebeveiliging
NLR
Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium
NMI
Nationaal Metrologisch Instituut
NML
Nederland Maritiem Land
NOLAI
Nationaal Onderwijslab AI
NOM
Investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord - Nederland
NPB
National Productivity Board
NPCE
Nationaal Programma Circulaire Economie
NRG
Nuclear Research and consultancy Group
NSO
Netherlands Space Office
NTS
Nationale Technologie Strategie
NVWA
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
NWA Lijn 2
Nationale Wetenschapsagenda lijn 2
NWO
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
OCW
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
OESO
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OIML
Organisation Internationale de Métrologie Légale
OLEV
Ondernemersloket Economische Veiligheid
O&O
Onderzoek & Ontwikkeling
Oost NL
De ontwikkelingsmaatschappij van Oost-Nederland
OVB
Overdrachtsbelasting
PIANOo
Professioneel en Innovatief Aanbesteden Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers
POK
Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag
PPS
Publiek- Private Samenwerking
QDNL
Quantum Delta NL
RDI
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
R&D
Research and Development
RED
Europese Richtlijn Radioapparaten
REV
Ruimtelijk Economische Verkenning
RHB
Rijks Hoofdboekhouding
RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
ROM
Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen
RvA
Raad voor de Accreditatie
RVB
Rijksvastgoedbedrijf
RVO.nl
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
RWS
Rijkswaterstaat
RWT
Rechtspersonen met een Wettelijke taak
SBA
Seed Business Angel
SBIR
Small Business Innovation Research
SDE+
Stimulering Duurzame Energieproductie
SEA
Strategische Evaluatie Agenda
SDS
Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw
SGR
Stichting Garantiefonds Reisgelden
S&O
Speur- en Ontwikkelingswerk
SodM
Staatstoezicht op de Mijnen
SRGO
Subsidiemodule Regeneratief Geneeskundig Onderzoek
SSO
Shared Service Organisatie
STEP
Platform voor strategische technologieën
STT
Stichting Toekomstbeeld der Techniek
STW
Stichting voor de Technische Wetenschappen
SZW
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
TEK
Tegemoetkoming energiekosten mkb
TKI's
Topconsortia voor Kennis en Innovatie
TNO
Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek
TO2
Toegepast Onderzoek Organisaties
TOGS
Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19
TSE
Tenderregeling Energie-innovatie
TTT
Thematische Technology Transfer
TTW
Toegepaste en Technische Wetenshappen
TVL
Tegemoetkoming vaste lasten
UPC
Unified Patent Court
UPU
Universal Postal Union
VFF
Vroegefasefinanciering
VN
Verenigde Naties
VRO
Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
VSL
Van Swinden Laboratorium
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WaU
Werk aan Uitvoering
WBSO
Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk
WELMEC
Europese samenwerking op wettelijke Metrologie
WHOA
Wet Homologatie Onderhands Akkoord
WIBON
Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken
WODC
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Woo
Wet open overheid
WOZT
Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie
ZBO
Zelfstandig Bestuursorgaan
Ondertekenaars
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.