Stenogram : Hernieuwbare energie
16 Hernieuwbare energie
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 77
Te raadplegen sinds
2026-07-31Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier31239Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 77
Hernieuwbare energie
Aan de orde is het tweeminutendebat Hernieuwbare energie (CD d.d. 15/04).
De voorzitter:
We gaan direct door met het laatste tweeminutendebat in de rij van vandaag: het tweeminutendebat Hernieuwbare energie. Dat is een goede titel voor dit tijdstip. De eerste spreker is mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Wederom drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een snelle uitrol van windenergie op zee cruciaal is voor de energieonafhankelijkheid, de economische weerbaarheid en het verdienvermogen van Nederland;
overwegende dat een goede coördinatie tussen de verschillende betrokken partijen middels een Noordzeepact de totale kosten voor nieuwe windenergie op zee verlaagt;
verzoekt de regering om alle betrokken partijen, zoals netbeheerders, bedrijven uit de windenergieketen, potentiële industriële afnemers en natuurverenigingen, rond de tafel samen te brengen om te spreken over de mogelijke invulling van een Noordzeepact, om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen;
verzoekt de regering de Kamer voor Prinsjesdag van de voortgang van die gesprekken te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout, Jumelet en Klos.
Zij krijgt nr. 447 (31239).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat circulaire criteria ertoe bijdragen geopolitieke afhankelijkheden te verminderen;
constaterende dat ecologische criteria het mariene leven in de Nederlandse Noordzee versterken zonder de businesscase te ondermijnen;
verzoekt de regering vast te houden aan ambitieuze ecologische en circulaire criteria en deze structureel, doelmatig en realistisch te verankeren in toekomstige tenders voor wind op zee;
verzoekt de regering zich in EU- en NSEC-verband in te zetten voor ecologische en circulaire criteria, zodat alle lidstaten die structureel, doelmatig en realistisch verankeren in toekomstige tenders voor wind op zee,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout, Teunissen en Klos.
Zij krijgt nr. 448 (31239).
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
En tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat efficiënter energieverbruik helpt bij het oplossen van netcongestie;
constaterende dat het doel voor energiebesparing volgens de KEV niet gehaald wordt;
constaterende dat in oktober jongstleden meer dan 60.000 maatregelen met een gunstige terugverdientijd nog openstonden;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht structureel verstevigd kunnen worden, en de Kamer daar voor Prinsjesdag over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 449 (31239).
Dank u wel. De tweede spreker op mijn lijst is mevrouw Müller. Zij ziet af van de spre… Zij ziet niet af van de spreektijd. Daarna bent u aan de beurt, meneer Boomsma. U was te snel.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Tijdens het debat hebben we uitgebreid stilgestaan bij trage vergunningverlening, die ook hernieuwbare-energieprojecten in de weg zit. Het is goed dat de minister en de staatssecretaris hier gezamenlijk in optrekken. Ik maan hen hierbij tot spoed.
Dat doe ik ook nogmaals bij de toezegging die ik van de minister heb gekregen over de "wind op land"-afstandsnormen. Haar collega op IenW zou die voor de zomer sturen. Lokale partijen blijven hier — terecht — naar vragen, en ik verwacht voor hen ook echt snel duidelijkheid hierover.
Gezien de toezeggingen heb ik verder geen moties, maar ik heb nog één technische vraag, die ziet op wind op zee. Mij bereikten zorgen over de tender van 2026. Bieders moeten rekening houden met een invoeringstarief, maar de ACM verwacht die pas in Q1 2027 te kunnen vaststellen. Kan de minister kijken of zij toch eerder zekerheid hierop kan bieden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boomsma, aan u het woord.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel. Twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de energietransitie de komende jaren nog afhankelijk is van regelbaar elektrisch vermogen opgewekt door fossiele brandstoffen als kolen en gas;
overwegende dat is besloten tot het uitfaseren van de resterende Nederlandse kolencentrales per 2030, maar dat gascentrales daarna noodzakelijk blijven voor systeemstabiliteit en leveringszekerheid;
overwegende dat dit gas grotendeels bestaat uit geïmporteerd lng, gewonnen als schaliegas;
overwegende dat sommige studies suggereren dat de broeikaseffecten van steenkolen vergelijkbaar of zelfs lager zijn dan die van schaliegas wanneer methaanlekkages en de kosten van koeling en transport worden meegenomen;
verzoekt de regering:
-een realistische vergelijking te maken tussen de totale emissies en broeikaseffecten over de komende vijftien jaar van elektriciteitsproductie met steenkolen in de bestaande Nederlandse centrales en met lng op basis van (geïmporteerd) schaliegas;
-op basis daarvan een overzicht te geven van de kosten en baten van het eventueel langer openhouden van de kolencentrales, gelet op broeikaseffecten, leveringszekerheid, betaalbaarheid en systeemstabiliteit;
-de Kamer hierover te informeren om te komen tot een zorgvuldige afweging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 450 (31239).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet voorstelt om nieuwe windparken op zee te realiseren, maar dat veel zonne- en windparken nu al gedurende vele uren moeten worden afgeschakeld omdat er dan te veel stroom is;
overwegende dat de stroomvraag niet of nauwelijks toeneemt terwijl er de komende jaren ook veel zon- en windproductie wordt toegevoegd in en buiten Nederland;
overwegende dat daarmee het aantal uren afschakeling verder zal toenemen, en dat het belangrijk is dat Kamer en samenleving een realistisch beeld hebben van de kosten van extra windstroom;
verzoekt het kabinet om op basis van onder andere het aantal afschakeluren van zon- en windinstallaties (wanneer de stroomprijs of de passieve onbalansprijs negatief is) van de afgelopen drie jaar met een aantal realistische scenario's te komen voor de periode 2030-2035 met daarin worstcase-aannames en bestcase-aannames voor:
-de verwachte stroomvraag in Nederland;
-de totale verwachte Nederlandse capaciteit aan zon- en windopwek;
-de capaciteit van de voorgestelde nieuwe windparken;
-het aantal uren dat (nieuwe of bestaande) windparken jaarlijks moeten worden afgeschakeld in die periode, met het oog op het toerekenen van die afschakeluren aan de nieuwe windparken, om zo het netto aantal draaiuren aan de capaciteitsfactor toe te rekenen;
-de totale maatschappelijke stroomkosten van de nieuwe windparken per kilowattuur in die periode, op basis van de netto verwachte draaiuren, een realistische inschatting van de bouwkosten en onderhoudskosten inclusief de verwachte kosten voor de aanleg van de netaansluiting (trafo's op land en zee en kabels),
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 451 (31239).
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
voorzitter. Twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat "energie uit water"-projecten vanwege de voorspelbare elektriciteitsproductie op duurzame wijze kunnen bijdragen aan verlaging van de kosten van het energiesysteem;
overwegende dat de DEI+- en de SDE++-regeling onvoldoende aansluiten bij de ondersteuning die deze projecten in het stadium tussen demonstratie en grootschalige productie nodig hebben;
verzoekt de regering samen met betrokken partijen een strategische agenda voor uitrol van energie uit water op te stellen, te bezien wat de mogelijkheden zijn voor gerichte steun ten behoeve van opschaling, en de Kamer hierover te informeren voor het begrotingsdebat in het najaar,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Grinwis.
Zij krijgt nr. 452 (31239).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering via de nucleaire enveloppe in het Klimaatfonds of anderszins een significante bijdrage te leveren aan IPCEI Nucleair ten behoeve van het creëren van een innovatief Europees ecosysteem voor nucleaire toepassingen en versterking van de Nederlandse betrokkenheid daarbij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 453 (31239).
Dank u wel. De heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Tegen nucleaire enveloppen kan ik niet op, denk ik, dus we gaan kijken wat we wel kunnen regelen. Sinds november 2024 wordt al netto elektriciteit geëxporteerd. In 2025 was dat al 14 TWh. Het invoeringstarief, waarover we het net ook hebben gehad, is pas in 2027 duidelijk. Netcongestie wordt mede veroorzaakt door weersafhankelijke opwekking van stroom. Burgers worden geconfronteerd met extra belastingen en bezuinigingen op het sociale stelsel. Daar gaan we morgen verder over praten.
Ik heb de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er aanstaande september een nieuwe aanbesteding start voor wind op zee;
overwegende dat de businesscase voor wind op zee de laatste jaren niet altijd winstgevend is gebleken;
overwegende dat bij de laatste aanbesteding voor wind op zee geen enkele aanbieder wilde inschrijven zonder miljarden aan aanvullende staatssteun;
verzoekt de regering bij de komende aanbestedingen voor wind op zee geen aanvullende middelen ter beschikking te stellen aan (mogelijke) aanbieders van wind op zee,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 454 (31239).
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Klos nodig ik uit voor zijn bijdrage. Hij is de laatste spreker.
De heer Klos (D66):
Voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de uitrol van windenergie op zee cruciaal is voor de Nederlandse energiezekerheid, het behalen van de klimaatdoelen en een betaalbare energierekening;
constaterende dat een prijszekerheidsmechanisme essentieel is voor toekomstige "wind op zee"-projecten;
constaterende dat Contracts for Difference (CfD's) kunnen bijdragen aan lagere financieringskosten voor hernieuwbare elektriciteitsprojecten en daarmee een kosteneffectieve verdere uitrol van wind op zee mogelijk maken;
overwegende dat het kabinet heeft aangegeven een voortvarende behandeling van het wetsvoorstel Tweezijdige contracten ter verrekening van verschillen wenselijk te achten;
verzoekt de regering om het wetsvoorstel Tweezijdige contracten ter verrekening van verschillen nog vóór het zomerreces naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos, Van Oosterhout en Grinwis.
Zij krijgt nr. 455 (31239).
De heer Klos (D66):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het beëindigen van de salderingsregeling leidt tot een langere terugverdientijd voor investeringen in zonnepanelen;
overwegende dat een hoger eigen verbruik van opgewekte zonnestroom de terugverdientijd kan verkorten en tegelijkertijd kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie;
overwegende dat het van belang blijft dat mensen die investeren in duurzame energieopwekking worden beloond;
verzoekt de regering een brede verkenning te doen naar maatregelen die bijdragen aan het aantrekkelijk houden van investeringen in zonnepanelen, waaronder stimulering van thuis- en buurtopslag en het beter belonen van huishoudens die hun verbruik afstemmen op momenten van veel duurzame opwek, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos, Müller, Jumelet en Grinwis.
Zij krijgt nr. 456 (31239).
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ja, ik heb toch nog een vraag daarover. Als ik de motie lees, zijn de voorbeelden die de heer Klos noemt vooral aantrekkelijk voor woningeigenaren en mensen met een relatief hoog inkomen. Mag ik de motie interpreteren als een bredere oproep aan de minister om ook te kijken hoe zonnepanelen aantrekkelijk kunnen blijven voor huurders en mensen met lagere inkomens?
De heer Klos (D66):
Wat mij betreft wel. Dus de verkenning mag zo breed mogelijk zijn.
De voorzitter:
Daarmee bent u aan het einde gekomen van uw inbreng. Ik schors de vergadering voor vijf minuten, waarna we gaan luisteren naar de reactie van de minister. Om 23.35 uur gaan we verder met dit debat.
De vergadering wordt van 23.29 uur tot 23.38 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat en geef het woord aan de minister voor de reactie op de moties en een enkele vraag.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 447 van de leden Van Oosterhout, Jumelet en Klos krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 448 van de leden Van Oosterhout, Teunissen en Klos krijgt oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 449 van mevrouw Van Oosterhout. Voor Prinsjesdag is het niet haalbaar, maar we willen het wel zo spoedig mogelijk doen. We zijn daarbij afhankelijk van informatie van omgevingsdiensten. Voor het einde van het jaar is wel mogelijk, maar niet voor Prinsjesdag.
De voorzitter:
Dus met die toelichting krijgt de motie oordeel Kamer?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als de motie wordt gewijzigd in "zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor het einde van het jaar", dan laat ik het oordeel aan de Kamer.
De voorzitter:
Met die toelichting krijgt de motie op stuk nr. 449 oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja.
De voorzitter:
Mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 448.
De voorzitter:
Die motie is niet van u.
Mevrouw Müller (VVD):
We hebben daar in het debat best even bij stilgestaan. Dit soort grote eisen kunnen wind-op-zee tenders juist bemoeilijken. Volgens mij deelde de minister die zorg ook. Ik vraag haar daarom om met die blik naar deze motie te kijken en daarop te reflecteren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We gaan het hebben over ecologische en circulaire criteria, zodat alle lidstaten die kunnen toepassen. Bij de afweging om tot die criteria te komen, moeten natuurlijk ook de punten die mevrouw Müller noemt worden meegenomen. Hoe zorg je ervoor dat het stimuleert en niet blokkeert? Over de hoogte van die criteria doe ik nu geen uitspraak, maar het zijn belangrijke aspecten. Het is ook belangrijk dat dit in heel Europa op dezelfde manier gebeurt. De aandachtspunten die mevrouw Müller noemt, namelijk dat de uitrol van de energietransitie niet onmogelijk wordt gemaakt, zullen uiteraard onderdeel zijn van die afweging. Die balans hebben we ook tijdens het debat besproken.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik vind het fijn om dat van de minister te horen. Ik kan me ook voorstellen dat de indieners van deze motie ook niet willen dat tenders zo ingewikkeld worden dat er uiteindelijk niet meer op ingeschreven kan worden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Met deze toelichting kan de Kamer hier volgens mij mee uit de voeten. Dan de motie op stuk nr. 450. Die ontraad ik. De motie op stuk nr. 451 ontraad ik eveneens.
De heer Boomsma (JA21):
Het is toch meestal wel sympathiek en ook een goed idee om daarbij enige uitleg te geven.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat is ook zo. Het is laat, dus ik dacht: ik probeer zo snel mogelijk te zijn. De drie moderne kolencentrales in Nederland kunnen nog volop draaien tot en met 31 december. Op grond van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie moeten zij daarna stoppen met elektriciteitsproductie op basis van kolen. Zij zijn natuurlijk vrij om meer elektriciteit op te wekken als zij dat goedkoper kunnen doen dan bijvoorbeeld gascentrales. Zo werkt de markt. Ook kunnen zij besluiten een andere brandstof te gebruiken, waardoor zij langer beschikbaar zouden kunnen blijven. Een onderzoek naar de kosten en baten van het langer beschikbaar houden van de centrales op basis van kolen vind ik echter niet opportuun. Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat van 15 april kom ik nog met een schriftelijke reactie over de klimaatimpact van steenkool, aardgas en lng. Die volgt uiterlijk in Q3. Laat ik het daarbij houden.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 452.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 452 van de heer Flach en de heer Grinwis. Ik kan hier niet voor het begrotingsdebat in het najaar over informeren, maar wel volgend jaar. Dat heeft te maken met de timing van de innovatietrajecten, die in bepaalde tranches lopen. Als ik de Kamer hier volgend jaar over kan informeren, kan ik de motie oordeel Kamer geven. Dat loopt in de tijd synchroon met de instrumenten waar we aan denken.
De heer Flach (SGP):
"Volgend jaar" is wel heel ruim geformuleerd. Is er een nadere precisering te noemen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik snap 'm. "Zo snel mogelijk in 2028", laat ik het zo zeggen. Ik heb nog wat meer tekst. We gaan binnenkort starten met de opstelling van een nieuwe integrale kennis- en innovatieagenda, die ingaat vanaf 2028. Daar krijgt u in de loop van volgend jaar informatie over, zodat die per begin 2028 echt kan ingaan. Dan start de tranche die hiervoor relevant is.
De heer Flach (SGP):
Ik probeer een beetje scherp te zijn. 2028 is nog weer een jaar verder. Ik heb het gevoel dat als ik nu niet oplet, het wel heel ver weg lijkt te zijn.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat is niet mijn bedoeling. Ik heb mij laten informeren dat het voor deze technologie belangrijk is om onderdeel uit te maken van zo'n kennis- en innovatieagenda, omdat die de gestructureerde ondersteuning biedt die nodig is voor dit soort technologie. Daar kan ik dus niet voor het begrotingsdebat in het najaar over informeren, maar wel redelijk spoedig daarna. Dat valt dus in het volgend jaar, is mij verteld. Zo spoedig mogelijk in 2027.
De heer Flach (SGP):
Ik moet over een andere motie toch nog contact hebben met het ministerie, dus ik kom wel tot een overeenstemming. Daar kom ik dan bij de minister op terug.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 452 zal dan langs deze lijn worden aangepast.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja.
De voorzitter:
Deze formulering is ontraden. Na aanpassing van de motie, waarover in dit debat is gewisseld, kan de motie oordeel Kamer krijgen. Die wijziging neemt de heer Flach op zich. De minister komt dan in een brief met een gewijzigde appreciatie.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik stel voor dat we één brief maken met de verschillende appreciaties van de moties die zijn ingediend in dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Ja.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan de motie op stuk nr. 453 van de heer Flach over IPCEI. Hartstikke interessant. De call for interest wordt binnenkort geopend. De verwachting is dat de Tweede Kamer op Prinsjesdag geïnformeerd wordt over de besluitvorming. Ik zou u dus willen vragen of u deze motie wilt aanhouden. Dit is ook onderdeel van de portefeuille van de staatssecretaris. U wordt erover geïnformeerd. Ik denk dat de strekking, in de geest van de motie, ook de heer Flach zal aanspreken.
De voorzitter:
Meneer Flach, houdt u de motie op stuk nr. 453 op verzoek van de minister aan? Dat is hij bereid te doen.
Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (31239, nr. 453) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 454 wordt ontraden. Die is ook in strijd met een andere aangenomen motie om juist wel middelen beschikbaar te stellen.
In de motie op stuk nr. 455 wordt de regering verzocht het wetsvoorstel inzake tweezijdige contracten voor de zomer 2026 naar de Kamer te sturen. Deze motie krijgt oordeel Kamer.
Ook de motie op stuk nr. 456 krijgt oordeel Kamer.
Dan waren er nog een aantal vragen. Mevrouw Müller hecht aan de afstandsnormen. Zij vraagt wanneer ze komen en of ze echt voor de zomer komen. Dat is de planning. Dat is nog steeds de laatste informatie die ik heb. We weten dat iedereen daarop zit te wachten. De staatssecretaris van IenW is zich daar ook zeer van bewust en zij doet haar best om die planning te halen.
Dan de tenders voor wind op zee van dit jaar. We hechten natuurlijk sterk aan die tenders. We gaan dit jaar niet 1, maar 2 gigawatt vergunnen. Ik stuur binnen enkele weken een brief over de openstelling van deze tenders en over wat ik kan doen om de slagingskans daarvan te verhogen.
Mevrouw Müller refereerde ook aan de vraag welke zekerheid we nog van de ACM kunnen krijgen. De ACM is natuurlijk onafhankelijk, maar we kijken inderdaad met hen welke zekerheid er al te geven is, zodat partijen dat ook mee kunnen nemen in de appreciatie van de tenders en we zo veel mogelijk zekerheid geven op het moment dat die tenders opengaan. Ik snap het aandachtspunt van mevrouw Müller goed.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank u allen.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We hebben hiermee alle beraadslagingen voor vandaag afgerond. Ook over deze moties stemmen we aanstaande dinsdag. Ik wens u allen een hele goede nacht.