Stenogram : Rijksvastgoed en renovatie Binnenhof
10 Rijksvastgoed en renovatie Binnenhof
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 77
Te raadplegen sinds
2026-07-31Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier34293Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 77
Rijksvastgoed en renovatie Binnenhof
Aan de orde is het tweeminutendebat Rijksvastgoed en renovatie Binnenhof (CD d.d. 20/05).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en vraag de leden om plaats te nemen en de voor- of nagesprekken buiten deze zaal verder te voeren. Dank u wel. We spreken nu met elkaar over het rijksvastgoed en de renovatie van het Binnenhof. Dit is een tweeminutendebat naar aanleiding van een commissiedebat dat eerder is gevoerd. We hebben zes sprekers.
Ik zou de heer Mooiman … Nee, dat doe ik niet voordat ik de minister van VRO hartelijk welkom heb geheten in onze Kamer. Dan wil ik nu de heer Mooiman het woord geven voor zijn bijdrage in dit tweeminutendebat.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De renovatie van het Binnenhof is ontzettend uit de hand gelopen. In 2016 werd de Kamer een renovatie voorgehouden van 475 miljoen euro, waarbij de oplevering eind 2025 zou zijn. Van dat beeld is weinig meer over: de kosten zijn intussen verzesvoudigd, naar bijna 3 miljard euro, en de oplevering is vertraagd tot de zomer van 2031. Tegelijkertijd is er ook geen enkele garantie dat de kosten en vertraging niet nog verder zullen oplopen. Uit opeenvolgende rapportages blijkt dat de Kamer met de rug tegen de muur staat, en dat de reeds ingezette renovatie moeilijk is bij te sturen. Gelet op het voorgaande, rijst dan ook de vraag hoe men ooit is gekomen tot die originele raming van 475 miljoen euro. De Rekenkamer trok vorig jaar in haar verantwoordingsonderzoek al de conclusie dat dat bedrag onrealistisch was.
Voorzitter. Alhoewel de PVV het Binnenhof een warm hart toedraagt, is duidelijk dat in ieder geval het financiële aspect van de renovatie volledig is mislukt. Vragen als hoe ooit bij het oorspronkelijke bedrag is gekomen, of de informatie ter besluitvorming en de risico-inschatting wel volledig waren, en waar het proces anders had moeten en kunnen lopen, zijn vooralsnog niet beantwoord. Wat onze fractie betreft is het belangrijk dat we die antwoorden wel krijgen en lering kunnen trekken uit de renovatie, zodat andere projecten in de toekomst niet opnieuw op dezelfde manier uit de hand lopen.
Daarom heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de renovatie van het Binnenhof oorspronkelijk werd geraamd op 475 miljoen euro, maar dat de kosten inmiddels zijn verzesvoudigd naar bijna 3 miljard euro;
constaterende dat de renovatie van het Binnenhof afgerond zou worden in 2026, maar de oplevering inmiddels is vertraagd naar 2031;
overwegende dat het overduidelijk is geworden dat de originele ramingen in geen verhouding stonden tot de daadwerkelijke kosten en tijdlijn;
overwegende dat het van groot belang is dat er onderzoek wordt gedaan naar en lessen worden getrokken uit de renovatie van het Binnenhof;
verzoekt het Presidium uit de Kamer een commissie samen te stellen die voorbereidingen treft voor een parlementaire enquête naar de renovatie van het Binnenhof en de besluitvorming daaromtrent,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 151 (34293).
Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Zalinyan aan dit debat. Gaat uw gang.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik heb vier moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Rijksvastgoedbedrijf met ruim 83.000 hectare grond een sleutelpositie heeft;
overwegende dat maatschappelijke meerwaarde leidend zou moeten zijn bij de inzet van rijksgrond;
verzoekt de regering om maatschappelijke opgaven als woningbouw, energietransitie, defensie en natuur leidend te laten zijn bij de strategische inzet van rijksgrond, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 152 (34293).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vaste budgetindexatie voor de renovatie van het Binnenhof structureel achterblijft bij de werkelijke kostenontwikkeling;
overwegende dat een realistische indexatie bijdraagt aan een realistische begroting;
verzoekt de regering voor de renovatie van het Binnenhof een realistische, projectspecifieke norm te hanteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 153 (34293).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Rijksvastgoedbedrijf het voormalige SoZa-gebouw in 2016 heeft verkocht onder de voorwaarde van herontwikkeling in plaats van sloop, vastgelegd via een derdenbeding;
overwegende dat met de voorgenomen sloop deze verkoopvoorwaarde dreigt te worden geschonden, terwijl het derdenbeding juist is opgenomen om de verplichting tot herontwikkeling ook bij doorverkoop van het gebouw te waarborgen;
verzoekt de regering om sloop van het SoZa-gebouw te voorkomen, en de Kamer hierover zo snel mogelijk te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 154 (34293).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat bij de gebiedsontwikkeling Valkenhorst in de gemeente Katwijk 5.600 woningen worden gerealiseerd en de gemeente minstens 50% betaalbaar wil bouwen;
constaterende dat de Kamer eerder, namelijk in de motie-Grinwis c.s. (35925, nr. 94), heeft uitgesproken dat het Rijksvastgoedbedrijf zich in moet zetten voor het realiseren van 50% betaalbare woningbouw binnen bouwprojecten op haar gronden;
overwegende dat er voor slechts 36% in betaalbare woningen wordt voorzien in de huidige plannen vanwege de huidige aanpak van het Rijksvastgoedbedrijf bij dit project;
verzoekt de regering om zich te committeren aan het behalen van minimaal 50% betaalbare nieuwbouw bij de gebiedsontwikkeling Valkenhorst, en met de gemeente Katwijk te bezien hoe dit gerealiseerd kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 155 (34293).
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker in dit debat is de heer Nobel namens de VVD. De heer Nobel ziet af van zijn bijdrage. Dan nodig ik de volgende spreker uit. Dat is de heer Flach namens de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. We hebben twee weken geleden een goed debat gehad over onder andere de renovatie van het Binnenhof. De kosten daarvan zijn enorm opgelopen. Ik heb toen de vinger gelegd bij de nogal globale en algemene toelichting op de kostenoverschrijdingen. Neem de budgetoverschrijding van 420 miljoen onder het labeltje "marktspanning". Gelukkig gaf de minister in het debat aan dat ze onze bedenkingen deelt. Ik denk dat we de komende tijd samen moeten zoeken naar een route om de financiële informatievoorziening te verbeteren. Kan de minister toezeggen dat ze dit wil oppakken en dat ze er alles aan doet om de Kamer op dit punt beter te informeren?
Voorzitter. Ook de Grafelijke Zalen worden gerenoveerd. De SGP is blij dat deze zalen, waaronder de Ridderzaal, gelijktijdig met het Binnenhof zelf gerenoveerd worden. Dank voor de toezegging om in de komende voortgangsrapportage ook dit deel van de renovatie mee te nemen.
Er is 250 miljoen gereserveerd, met 2031 als prijspeil. De minister gaf aan dat dit bedrag zeer waarschijnlijk een maximumbedrag wordt. Twee jaar geleden werd het budget nog op maximaal 141 miljoen euro geschat. Daarom lijkt 250 miljoen euro ruim voldoende. Ik wil er echter voor waken dat we hetzelfde gaan zien als bij de renovatie, namelijk een verzesvoudiging van de kosten. Ook wil ik voorkomen dat dit bedrag wordt gezien als het beschikbare budget. Vandaar de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ook de Grafelijke Zalen gerenoveerd worden, waarvoor een bedrag is gereserveerd van maximaal 225 miljoen euro, uitgaande van prijspeil 2031;
overwegende dat dit gezien kan worden als een budget dat volledig benut kan worden, waardoor het risico ontstaat op ondoelmatige besteding en het toevoegen van extra wensen, zeker bij dit soort omvangrijke renovatieprojecten;
verzoekt de regering ervoor te waken dat het gereserveerde budget van 225 miljoen euro niet overschreden wordt, ondoelmatige besteding te voorkomen en actief te sturen op zo laag mogelijke kosten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 156 (34293).
Dank u wel. Ik nodig graag de volgende spreker uit. Dat is de heer ... Sorry: mevrouw Wiersma namens de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Nou word ik alweer gemisgenderd hier! Vorige week ook, maar goed.
Ik denk dat er al veel gezegd is, en genoeg ook, over het exorbitant uit de hand lopen van de renovatie van het Binnenhof. Ik ben ook heel erg benieuwd naar de hopelijk toekomstige analyse van hoe dat zo heeft kunnen gebeuren. Omdat er lokaal echt impact is van dat dit maar voortduurt en voortduurt — hopelijk gaat het nu niet nóg langer duren — heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de binnenstad van Den Haag langdurig overlast en economische schade ondervindt als gevolg van de renovatie van het Binnenhof;
verzoekt de regering om verkennende gesprekken te starten met de gemeente Den Haag over een eventuele bijdrage van de Rijksoverheid aan gemeentelijke projecten die de economie en/of de leefbaarheid van de binnenstad van Den Haag kunnen versterken, zoals het ondergronds maken van de fietsenstalling aan het Buitenhof en het vergroeningsplan Haagse Lanen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 157 (34293).
Dank u wel. De heer Clemminck ziet ook af van zijn bijdrage. Dan komen we bij mevrouw Steen. Zij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer en spreekt namens het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Willen we een vitaal land, dan moeten we heel snel aan de slag met een effectieve en gerichte ruimtelijke ordening. Daarvoor moeten keuzes gemaakt worden. Er is sprake van behoefte, schaarste en een heel aantal opgaves. Als we anderen vragen om die ruimtelijke puzzel te leggen, dan moeten we daar zelf het goede voorbeeld in geven. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft daarin een sleutelpositie. Ik vroeg in het debat om een strategie en de minister verwees naar een brief van haar ambtsvoorganger. Die brief beschrijft hoe het Rijkssturingskompas gemeenten ondersteunt in hun grondbeleid en de realisatie van de woningbouwopgave. Dat is een mooi instrument dat laat zien hoe het Rijk keuzes maakt in specifieke opgaven, maar ik ben op zoek naar een waarom. Waarom maakt het Rijksvastgoedbedrijf bepaalde keuzes? Hoe wordt een integrale afweging gemaakt tussen conflicterende maatschappelijke opgaven?
Voorzitter. Daarom heb ik de volgende vragen. Op basis van welke langetermijnstrategie besluit het Rijksvastgoedbedrijf gronden aan te houden, te verkopen of actief te ontwikkelen? Hoe worden daarbij publieke belangen als woningbouw, energietransitie, natuurherstel, waterveiligheid en defensie integraal tegen elkaar afgewogen?
Ik had een motie willen indienen, maar ik hoop eigenlijk dat we het met een toezegging af kunnen. Kan de minister toezeggen dat zij de Kamer een integrale grond- en ruimtelijke strategie voor het Rijksvastgoedbedrijf zal toesturen, waarin expliciet wordt gemaakt hoe schaarse rijksgrond wordt ingezet voor brede maatschappelijke doelen en welke publieke afwegingskaders daarbij gelden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik begreep dat de minister vijf minuten nodig heeft om de beantwoording voor te bereiden. Ik schors dit debat dus tot 20.05 uur.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. Ik vraag de leden om plaats te nemen. De minister staat al klaar. Ik wil haar het woord geven voor de beantwoording van een enkele vraag en voor de reactie op de moties. Aan u het woord.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Dan begin ik met de motie op stuk nr. 151 van de heer Mooiman. Die motie is een vraag aan het Presidium. Die moet ik ook aan het Presidium overlaten.
De motie op stuk nr. 152 van mevrouw Zalinyan geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 153 van mevrouw Zalinyan moet ik ontraden. Ik begrijp deze motie uiteraard goed, maar ik ga er niet over. Dit is iets wat ik met de minister van Financiën moet bespreken. Ik kan wel toezeggen dat ik dat gesprek aanga en dat ik ga onderzoeken wat er wel kan. Meer dan dat kan ik u niet toezeggen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 153 wordt ontraden. Dat leidt tot een vraag van mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Hoe is de minister van plan om er voor de rest, los van het gesprek, voor te zorgen dat er een realistische raming van de kosten komt en dat we bij de volgende rapportage niet opnieuw verrast worden?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
In het debat heb ik aangegeven dat ik uw zorgen deel over wat er is gebeurd met de kosten van de renovatie van het Binnenhof. Daar sta ik ook echt voor. We moeten daarop sturen. We moeten daar goed naar kijken. We hebben nu ook vooruitgekeken. We hebben gewerkt met kostenprijspeilingen van 2031. Er is dus al een heleboel geleerd ten opzichte van het verleden, maar over het echt wezenlijk anders doen heb ik me te verhouden tot de minister van Financiën. Ik kan dat gesprek met hem aangaan, maar ik kan u vooral toezeggen dat we er heel goed naar kijken, dat we het bewaken en monitoren en dat we u daar ook tijdig over rapporteren. Daarnaast heb ik tijdens het debat ook gezegd dat als ik zie dat als er met de ontwikkelingen binnen het Binnenhof iets gebeurt wat tot overschrijdingen zou gaan leiden, dus voordat het besluit wordt genomen, ik dat met uw Kamer bespreek.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 153 wordt ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ook de motie op stuk nr. 154 van mevrouw Zalinyan moet ik ontraden. Het pand is verkocht. Ik ga daar niet meer over. Ik kan er ook niet meer bij. Dit proces is in gang gezet en er is geen weg terug.
De voorzitter:
Ook hierover is er een vraag van mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik kan me heel goed voorstellen dat het verkocht is, maar volgens mij staat heel duidelijk in de motie dat het om een derdenbeding gaat. In de essentie van een derdenbeding zit dat je juist geen partij hoeft te zijn bij de overeenkomst. Klopt dat?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het derdenbeding kan niet gebruikt worden om privaatrechtelijke eigendom terug te krijgen naar het Rijk of om te slopen of te verbouwen. Daar moet ik het in de regelgeving mee doen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Het gaat niet om het terugkrijgen van het pand. Het verzoek is om het derdenbeding in werking te laten treden. Het derdenbeding gaat over renovatie en sloop. Volgens mij wordt daar niet aan voldaan. Er wordt dus niet voldaan aan de overeenkomst. Waarom nemen we derdenbedingen op als we vervolgens zeggen dat we daar niet zoveel mee kunnen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan kom ik terug op mijn eerder gegeven antwoord: het is verkocht en het is nu van de projectontwikkelaar. Daarom is het geen eigendom meer van het Rijk.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 154 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 155.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 155 is van mevrouw Zalinyan. Als ik in het verzoek "zich te committeren aan" mag wijzigen in "te verkennen en te streven naar", kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Zalinyan knikken. Ik neem aan dat zij de motie aanpast. Dan wordt de gewijzigde motie rondgestuurd voordat we gaan stemmen. Ja, dan moet er een nieuwe tekst in de motie komen. Dat doen we hierna. Met die wijziging krijgt de motie dus oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 156 van de heer Flach. Die krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 156 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 157 van mevrouw Wiersma moet ik ontraden. Dit is niet aan mij. Het is aan de gemeente Den Haag om hier verder invulling aan te geven. Ik compenseer het wel met groen, met bomen die op de Hofweg worden geplaatst. In lijn met het initiatief Haagse Lanen, waar ik denk dat u in uw motie op doelt, komt er met de nieuwe publieksentree echt een mooie, groene Hofplaats. Uiteraard blijf ik heirover in gesprek, maar ik moet deze motie ontraden.
Dan heb ik nog twee vragen gekregen. Eén vraag was van mevrouw Steen en die ging over de langetermijnvisie. Daarin verwijst u ook naar de brief van 13 juni 2024. Er zijn inmiddels ontwikkelingen geweest. U vroeg al of ik niet wilde verwijzen naar de brief van juni 2024. Dat doe ik niet, maar wat ik wel ga doen, is die brief actualiseren met wat we de afgelopen periode hebben gedaan, ook in het kader van de landelijke integrale grondbank. Die heeft namelijk ook impact op hoe we het doen. U krijgt van mij dus een brief met een antwoord op uw vraag.
De voorzitter:
Dat lijkt me een toezegging.
Mevrouw Steen (CDA):
Toch even ter verduidelijking: u zegt dat u de brief gaat actualiseren met wat er is gedaan, maar ik vraag juist om een langetermijnvisie over wat u gaat doen. Ik zoek naar kaders en een waarom. Als daar een visie onder ligt, is het wat mij betreft akkoord.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Mevrouw Steen, onder de brief van 13 juni ligt een visie. Uiteraard schrijf ik graag stukken over wat ik ga doen. Ik kan bevestigen dat we in deze brief opschrijven wat we gaan doen.
Tot slot heb ik nog de vraag van de heer Flach. Ik kan toezeggen dat ik in de zestiende voortgangsrapportage een uitgebreidere toelichting ga geven. Tijdens het debat heb ik ook gezegd dat we daar van tevoren misschien even over moeten spreken om te kijken hoe we daar verder invulling aan geven. Ik begrijp namelijk heel goed dat u meer inzicht wilt hebben. Op die manier zou ik u dat graag toezeggen.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over deze moties gaan we dinsdag stemmen. Ik schors de vergadering voor een enkel moment.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.