Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Diederik van Dijk aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over het bericht "Optredens Kanye West in GelreDome kunnen doorgaan: vergunning is verleend".
2 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 76
Te raadplegen sinds
2026-07-30Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 76
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Diederik van Dijk
Vragen van het lid Diederik van Dijk aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over het bericht "Optredens Kanye West in GelreDome kunnen doorgaan: vergunning is verleend".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef daarvoor als eerste het woord aan de heer Diederik van Dijk voor zijn vragen namens de fractie van de Staatkundig Gereformeerde Partij aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Asiel en Migratie. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom in het parlement. Meneer Van Dijk, u heeft het woord.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Het is nauwelijks voor te stellen dat het echt waar is: terwijl onze Joodse gemeenschap steeds meer bedreigd wordt in Nederland, laten wij hier de antisemitische rapper Ye West optreden. Welke boodschap geven we daarmee af? Ye verkocht T-shirts met hakenkruizen, deed antisemitische uitspraken, prees Hitler en bracht zelfs een liedje uit met als titel Heil Hitler. De burgemeester en het kabinet mompelen wat en doen de deur voor hem open.
Voorzitter. Dit is de omgekeerde wereld. Terwijl Joodse artiesten al verschillende keren een podium werd geweigerd, beklimt Jodenhaat wél het podium in Nederland. Engeland, Frankrijk, Australië, Polen en Italië wezen deze rapper resoluut de deur, maar Nederland zet de voordeur open. Hoe kan het dat andere landen wél ingrijpen en dat Nederland lijdzaam toekijkt? Voelt het kabinet zich werkelijk meer thuis bij Turkije, dat Ye wel toeliet, dan bij de verenigde coalitie van landen tegen het antisemitisme?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank u wel. En ook hartelijk dank aan de vraagsteller. Uiteraard begin ik met iets wat heel belangrijk is, namelijk dat die uitspraken die in het verleden zijn gedaan door Ye, verwerpelijk zijn. Dat is iets wat we met elkaar erkennen, als Kamer maar ook als kabinet. Dit is natuurlijk iets wat totaal onacceptabel is en waarbij we dan ook tot het uiterste zijn gegaan om te onderzoeken welke gronden er zijn om te voorkomen dat deze artiest naar Nederland komt. Dan is er dus de juridische ladder, die ook al door de spreker wordt aangegeven, met mogelijkheden om zowel vanuit nationaal veiligheidsbelang als vanuit overwegingen van lokale openbare orde en gezag te kijken of er gronden zijn om de komst te verbieden en om daar met elkaar een standpunt over in te nemen. Dit is heel moeilijk gebleken. Sterker nog, die mogelijkheden zijn er niet. Dat is de conclusie.
Wij trekken die conclusie op basis van het gesprek dat we gevoerd hebben met de AIVD en met de NCTV en juist ook gezien de mogelijkheden om vanuit het lokaal gezag erop te anticiperen; dat is natuurlijk de grond die de burgemeester van Arnhem zelf aanhaalt. We zien dat er daar geen ruimte is. Daarom de conclusie van de minister van Asiel en Migratie, namens wie ik hier vandaag sta. Namens hem maar vooral namens het kabinet zeg ik dat dit het maximaal haalbare is wat we kunnen doen binnen de grenzen van de wet in onze rechtsstaat. De conclusie is dus ook dat het optreden in beginsel gewoon door kan gaan, daarbij gezegd hebbende dat natuurlijk alle opmerkingen, alle gesprekken, alle acties en uitingen die in Nederland worden gedaan door Ye, ook ten tijde van de aanwezigheid van Ye, op hun merites zullen worden beoordeeld, tijdens een concert, daarvoor en daarna, door het OM en de politie. Het is belangrijk om dat hier te markeren. Wat strafrechtelijk niet mag, zullen we ook daadwerkelijk strafrechtelijk vervolgen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Voorzitter. Het kan wél. Eerder werd de antisemitische haatprediker Khatib de toegang tot ons land ontzegd. Het kabinet verschuilt zich nu achter regels. Dat klinkt prachtig, maar toen kon het wél. Ik citeer Jaap Smit, de voorzitter van de Taskforce Antisemitismebestrijding, die treffend zei: "Soms moet je als bestuurder, ook als het juridisch misschien niet helemaal duidelijk is, lef tonen en zeggen 'ik vind dit gewoon niet goed'." Dat is wat ik van dit kabinet vraag: toon lef voor onze Joodse gemeenschap. Waarom gaan we op voorhand op onze handen zitten, uit angst voor de consequenties? Waarom kiest het kabinet er niet voor om hem de toegang te weigeren en nemen we voor mijn part niet het risico dat we misschien achteraf een tikje op de vingers krijgen van de rechter?
Staatssecretaris Van Bruggen:
De uitingen zijn verwerpelijk. Het kabinet wil dat steeds blijven benadrukken. Tegelijkertijd hebben we in Nederland een rechtsstaat en houden we ons hier aan de wet. We hebben tot het maximale uitgezocht wat er mogelijk is om hierover een standpunt in te kunnen nemen dat verder gaat dan het standpunt tot nu toe en dat meer recht doet aan de wens die niet alleen politiek maar vooral maatschappelijk geuit wordt. We hebben dat tot het uiterste uitgezocht. We hebben gekeken of er mogelijkheden zijn. Die zijn er niet. We bekijken natuurlijk wel doorlopend, ook in het heden, of er strafrechtelijke gronden zijn waarop we alsnog actie kunnen ondernemen als de heer Ye in Nederland is. Die zullen we dan te zijner tijd op hun merites beoordelen. Dat is nu niet het geval en op basis daarvan nemen we dan ook dit besluit.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Het huis staat in brand — dat hebben we in deze zaal al heel vaak geconstateerd — en die brand laait steeds verder op. De kans bestaat nu zelfs dat een pyromaan olie op het vuur gooit. Het kabinet verschuilt zich achter regels. Je zou verwachten dat die uitslaande brand van toenemend antisemitisme wordt geblust en dat elke vorm van brandstof hiervoor wordt verwijderd. Maar niets is minder waar: Joodse Nederlanders voelen zich bedreigd en in de hoek gedrukt. Maar omdat er geen verstoring van de openbare orde op handen is, lijkt alles te moeten kunnen. Dat klopt, want die Joden gaan niet de straat op. Die steken de boel niet in de fik en die gaan de boel niet in elkaar slaan. Maar dat betekent toch niet dat deze bedreigde groep nog meer moet worden bedreigd? Kan de staatssecretaris nader toelichten of iedereen inderdaad op scherp staat, en hoe dan precies, zodat die Ye in ieder geval alsnog wordt opgepakt en uitgezet zodra hij uitlatingen doet die niet te tolereren zijn?
Ik heb ook een belangrijke vraag voor de toekomst: wordt er daarnaast gewerkt aan wetgeving die elke juridische onduidelijkheid wegneemt en die het mogelijk maakt om dergelijke onwelgevallige sprekers daadwerkelijk de toegang tot Nederland te ontzeggen, in navolging, nogmaals, van andere Europese landen die aan dezelfde verdragen zijn gebonden als Nederland?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat zijn twee duidelijke vragen, die ook duidelijk te beantwoorden zijn. De eerste vraag beantwoordde ik al in het eerste gedeelte. Het antwoord is namelijk als volgt. Op het moment dat er tijdens het evenement of tijdens het verblijf van de heer Ye in Nederland strafbare uitingen worden gedaan, zal daar ook meteen door de politie en het OM op geacteerd worden. Wees daar dus zeker van. Iedereen staat daarbij natuurlijk op scherp, omdat we weten dat dit ongemak geeft. Dit is de ruimte die we wettelijk hebben. Zo hebben we het getoetst op basis van het veiligheidsbeleid dat wij hebben, en het advies van de AIVD en de NCTV. Het allerbelangrijkste is dat we het blijven monitoren. Op het moment dat het aan de orde is, kunnen en zullen de politie en het OM ingrijpen.
De tweede vraag is, denk ik, naar aanleiding van iets dat al eerder is teruggekomen in een motie van mevrouw Bikker en de heer Ellian. De vraag is welke mogelijkheden er nou precies zijn binnen de wet die we nu hebben om te zien of die regelgeving wel echt passend en toereikend is. Ik kan in ieder geval aangeven dat daar eind van de week een inhoudelijke reactie over zal komen in een brief aan uw Kamer, waarin wordt aangegeven welke ruimte we wel of niet zouden willen of zelfs zouden moeten onderzoeken. Dat is dus een toezegging die ik hier namens het kabinet kan doen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Voorzitter, tot slot. Het is om te huilen dat we de Joodse artieste Lenny Kuhr laten vertrekken en dat we iemand als Ye hier binnenlaten om zijn antisemitische uitspraken te kunnen spuien. Als dit werkelijk het antwoord vanuit vak K richting Joods Nederland is, dan moeten we ons gewoon kapot schamen.
De voorzitter:
Wenst de staatssecretaris daar nog op te reageren? Dat is niet het geval. Het woord is aan de heer Tijs van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
De CDA-fractie is teleurgesteld dat het niet is gelukt om Ye West te weren uit ons land. Hij heeft dermate schokkende en antisemitische uitspraken gedaan dat wij vinden dat er in ons land geen plaats is voor iemand als hij. Tegelijkertijd willen we graag de rechtsstaat respecteren. Het interessante is natuurlijk dat andere Europese landen dat ook willen maar kennelijk wél de gelegenheid zien om hem tegen te houden. Is de staatssecretaris bereid om bij Italië, Polen en Frankrijk na te gaan op welke gronden zij het wel voor elkaar gekregen hebben om Ye te weren? En bent u bereid om dat dan ook zo snel mogelijk aan ons te laten weten?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Zeker. Dat zal ik ook mee laten nemen in de brief die uiterlijk aanstaande vrijdag naar uw Kamer gaat. In een aantal genoemde landen is niet zo zeer de toegang tot het grondgebied geweigerd, maar heeft de heer Ye zelf om allerlei redenen besloten om het concert te annuleren. Er zitten dus verschillen tussen allerlei landen. Dan heb ik het over de UK, Frankrijk en Italië, maar er werd ook nog een aantal andere landen genoemd. De interpretatie van die afweging zal ik mee laten nemen in die Kamerbrief.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Als er een aanleiding is om te denken dat zij een grond gevonden hebben die u niet had bedacht of gezien, bent u dan bereid om die afweging te heroverwegen en hem dus alsnog tegen te houden?
De voorzitter:
"Is de staatssecretaris dan bereid …"
Staatssecretaris Van Bruggen:
We zijn ervan overtuigd dat we binnen alle mogelijkheden die de Nederlandse wet biedt, hebben onderzocht of we op een bepaalde grond vreemdelingrechtelijke maatregelen kunnen treffen om deze man de toegang tot Nederland te kunnen ontzeggen. Dat is maximaal gebeurd. Zoals ik ook in mijn inleiding al probeerde aan te geven, kijken we ook naar het heden, naar alle actualiteiten en alle uitingen. We gebruiken alle mogelijkheden die er zijn om te onderzoeken of we dit concert toch kunnen verbieden. Dan bedoel ik niet zozeer het concert verbieden als wel de toegang van deze meneer tot Nederland weigeren. We zullen dit de komende periode, de komende dagen, nauwlettend volgen.
De heer Mathlouti (D66):
De uitspraken van Ye zijn natuurlijk verwerpelijk en onsmakelijk. Daar nemen we volgens mij Kamerbreed afstand van. Maar we zien nu in de praktijk dat de burgemeester van Arnhem alle risico's heeft afgewogen en een vergunning heeft afgegeven, waarmee het concert, zoals het er nu naar uitziet, gewoon doorgaat. Sterker nog: het is uitverkocht. Ik hoorde dit net al tussen de regels van de staatssecretaris doorklinken, maar ik stel toch expliciet de vraag welke middelen het kabinet ziet om hier toch nog een stokje voor te steken.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Zoals ik net al zei, hebben we de mogelijkheden binnen de Nederlandse wet tot het uiterste benut. Ik zal maar even de drietrapsraket weergeven. We doen dat op landelijk niveau. We zien dat op lokaal niveau de burgemeester hierin ook een eigen afweging maakt. Maar ook de organisatie en de uitbater hebben hier een afweging in gemaakt. Op verschillende momenten heeft iedereen, binnen zijn eigen verantwoordelijkheden en op alle mogelijke manieren, gekeken of er een grond is om de toegang tot Nederland te weigeren, de vergunning in te trekken ofwel, bijvoorbeeld vanuit het uitbaterperspectief, uiteindelijk het concert niet mogelijk te maken. Op dit moment is het antwoord op die vraag alle drie de keren "nee" gebleken. Dat is hoe het beoordeeld wordt, binnen de wettelijke maatregelen die er zijn, binnen de kaders van de wet in Nederland. Tegelijkertijd moeten we steeds de actualiteit blijven bekijken, vanaf dit moment tot aan het moment dat de concerten zijn geweest. Wat zegt de actualiteit ons? Welke beoordeling maken we in het heden, binnen de kaders van wet en rechtsstaat zoals we die in Nederland hebben, om ervoor te zorgen dat we uiteindelijk daadwerkelijk met elkaar kunnen besluiten of er een goede afweging is gemaakt?"
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
David Icke werd wel de toegang ontzegd en deze man niet. Mij bekruipt toch het gevoel dat er met twee maten gemeten wordt, al naargelang de boodschap die je uit. Maar goed, ik geef het voordeel van de twijfel. Deze staatssecretaris zegt dat het kabinet op scherp staat. Mag ik ervan uitgaan dat als naziverheerlijking en antisemitische vullis, waar het hier over gaat, op het podium klinken, de stekker er ter plekke uit gaat en er een einde komt aan dit optreden?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Meteen. Dat is ook een vraag die ik gesteld heb, meteen toen ik wist dat ik dit vragenuur met u zou hebben: wat gebeurt er en welke verantwoordelijkheid is er als bij een optreden sprake is van uitingen die absoluut onacceptabel zijn en die strafrechtelijk vervolgd zouden moeten worden? Dan kan door de politie en het OM meteen worden ingegrepen.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ten eerste dank aan de heer Diederik van Dijk van de SGP voor het agenderen van dit onderwerp. Onze fractie sluit zich geheel aan bij zijn woorden. Wat moet de Joodse gemeenschap hier nou van denken? In Amsterdam is een grote afstand ingesteld tussen demonstranten voor een abortuskliniek. Demonstreren mag, maar er is een hele grote afstandsnorm ingesteld door de burgemeester, om vrouwen die naar die kliniek gaan te beschermen tegen demonstranten. Dat heeft het niet gehaald; dat is door de Raad van State teruggefloten. Waarom kon in dit geval nergens de bestuurlijke moed gevonden worden om deze verschrikkelijke meneer de toegang tot ons land te weigeren, niet bij de regering en niet bij de burgemeester? Waarom is het nou zo ingewikkeld geweest om dit proactief te verbieden, om de hele kleine groep Joden in Nederland, die al zo onder druk staan, te beschermen of hun in ieder geval het signaal te geven dat wij onze nek voor hen uitsteken? Want dat is het gevoel dat nu leeft: niemand steekt zijn nek voor ons uit.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Natuurlijk is dat een hele terechte vraag en constatering. Ik hoor vragen welke ruimte er is. Tegelijkertijd werken we in Nederland niet alleen binnen de wet, maar hebben we ook een bevoegdheidsverdeling. Die bevoegdheidsverdeling betekent dat de burgemeester op zijn eigen gronden een afweging maakt op basis van de verschillende interpretaties. Ik denk dat het belangrijk is dat we er heel duidelijk over zijn dat wij daar als Rijk niet in treden. Dit is dus een afweging die gemaakt is door de burgemeester van Arnhem; dit is een afweging die gemaakt is door de organisator en door de uitbater. Wat wij kunnen doen, is kijken naar de gronden op basis waarvan iemand de toegang tot Nederland geweigerd zou kunnen worden. Natuurlijk neem je die afwegingen dan in de breedte mee. Wij hebben gezegd dat we op basis van het professionele advies van de AIVD en de NCTV en de inschatting die gemaakt wordt, nu niet kunnen zeggen dat dit concert niet door kan gaan of de toegang tot Nederland geweigerd wordt.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik krijg weer een teleurstellend formeel antwoord op een morele vraag. Dan de openbare orde. Ik hoorde de staatssecretaris tegen mevrouw Keijzer zeggen dat er kán worden ingegrepen als er sprake is van antisemitische of onwettige uitingen. Ik vind dat weinig geruststellend. Kan deze staatssecretaris toezeggen dat er wórdt ingrepen, punt? Die stekker gaat er dan gewoon uit, het licht gaat uit en de mensen gaan naar huis als die meneer daar dingen gaat roepen die niet mogen van de Nederlandse wet. Dat moet — dus niet "kan" — gebeuren.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Absoluut. Dat is ook wat we met elkaar hebben afgesproken in Nederland: op het moment dat er geconstateerd wordt dat er strafrechtelijke feiten worden gepleegd, wordt er ingegrepen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Deze Kamer was glashelder bij het aannemen van de motie die ik heb ingediend met collega Ellian: doe er alles aan om te voorkomen dat deze meneer naar Nederland komt, aangezien hij zich antisemitisch en extremistisch heeft geuit. Ik vind het uitermate teleurstellend dat dat volgens de regering binnen de huidige regelgeving kennelijk niet kan. Ik hoop dat de regering, ook gezien de eerdere beantwoording, alles in het werk stelt om te blijven kijken of er aanleiding is om dat wél voor elkaar te krijgen, te meer omdat de Joodse gemeenschap zegt dat het antisemitisme al zó toeneemt in Nederland. Moeten we deze meneer nou een nog groter podium geven? Ik ben ook benieuwd welke maatregelen het kabinet, ook als die meneer komt — ik mag hopen van niet, maar stel dat dat gebeurt — verder inzet om te voorkomen dat het antisemitisme wordt aangewakkerd en om juist heel helder aan te geven dat er in Nederland geen plek is voor antisemitisme.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ook hier: natuurlijk roept dit ook ongemak op, ook voor het kabinet. Daar zijn we ook heel eerlijk over. De ruimte die we hebben om dit binnen de wet te doen, hebben we ten volle benut. Tegelijkertijd zullen we ook kijken welke actualiteit en welke overwegingen nog meer kunnen bijdragen aan het maken van een andere overweging; daar riep de motie die u samen met de heer Ellian heeft ingediend volgens mij ook toe op. Ik heb ook al toegezegd dat daar uiterlijk eind deze week een reactie op komt. Die gronden zijn er op dit moment niet.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Tegelijkertijd geeft het kabinet in antwoord op schriftelijke vragen die ik hier eerder over stelde aan: "Extremisme ondermijnt onze rechtsstaat en onze manier van samenleven. Het kabinet is er dan ook alles aan gelegen om de verspreiding van extremistisch gedachtegoed tegen te gaan." Vervolgens wordt in deze beantwoording gezegd dat antisemitisme een fenomeen is en dat dat weer iets anders is dan een extremistische ideologie. Ik hecht eraan om te zeggen dat of antisemitisme nou in een extremistische ideologie voorkomt of op zichzelf staat, de gevolgen hetzelfde zijn voor de Joodse gemeenschap in ons land. Ik zou het kabinet dus echt willen waarschuwen: blijf niet hangen in teksten die op zich wetenschappelijk fantastisch zijn, maar die eigenlijk niet de erkenning geven aan de Joodse gemeenschap op dit moment, de grote zorgen die zij hebben. Kan de staatssecretaris daarom toezeggen dat er ook met degene die het podium verleent en de organisator wel het gesprek wordt gevoerd over wat je in beweging brengt in ons land? Ik snap heel goed dat we vrijheid van meningsuiting hebben en dat het kabinet niet gaat over wie een organisator uitnodigt, maar het gaat wel over de gevolgen voor de samenleving. Ik zou die morele oproep ook aan het kabinet willen doen.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De woorden die mevrouw Bikker gebruikt zijn heel terecht. Er is ons alles aan gelegen om juist hier de orde en de rust te bewaren en het ongemak weg te halen en om hier heel duidelijk en helder over te zijn. Dit blijft voor iedereen ontzettend verwerpelijk. Wat er in het verleden door de heer Ye is gezegd, is verwerpelijk. Dat moeten we met elkaar niet accepteren. Tegelijkertijd is dit als je naar de wet kijkt en de mogelijkheden van de wet — daar heb ik net natuurlijk al duidelijk iets over gezegd — het maximaal haalbare. Waar de motie toe heeft opgeroepen, is om te onderzoeken welke mogelijkheden er aanvullend zouden kunnen zijn — dat heb ik net al toegezegd — en naar andere landen te kijken om te zien of daar gronden zijn die ons zouden kunnen inspireren en waar we ook binnen onze eigen wet- en regelgeving nog een vorm voor zouden kunnen vinden. We hebben natuurlijk wel te maken met die wet- en regelgeving; gelukkig maar, want we wonen in een rechtsstaat. Dat is de actualiteit die we steeds in ogenschouw willen nemen, tot aan en ten tijde van het concert, de concerten.
De heer Ellian (VVD):
Wat me ontgaat in dit geheel, is waarom de aanwezigheid van iemand die heeft gezegd "ik ga DEFCON 3 op Joden", die een nummer over Hitler heeft uitgebracht en die T-shirts met een swastika's erop heeft verkocht, op zichzelf niet een gevaar voor de openbare orde constitueert. Als één persoon alleen al uiting geeft en uitvoering geeft aan wat Ye heeft gezegd, is de openbare orde immers in het geding, want we moeten de gemeenschap beschermen.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik denk dat dat een terechte en herkenbare zorg is. Daarom is het een vraag die we niet zomaar even op een namiddag beantwoorden, maar die we ook bij de professionals van de AIVD en de NCTV neerleggen om te adviseren aan de IND of er gronden denkbaar zijn om nu te zeggen, op basis van de vreemdelingenrechtelijke wetten die er zijn: we kunnen de heer Ye de toegang tot Nederland ontzeggen. Die zijn er niet op basis van de wetten die wij nu hebben met elkaar. We onderzoeken of er ruimte is. Dat is waar de Kamerbrief die richting het einde van de week verstuurd zal worden op terug zal komen. Tegelijkertijd zal, zoals ik u zei, de actualiteit ons steeds heel scherp houden en zal ten tijde van het concert ingegrepen worden als dat noodzakelijk is.
De heer Vermeer (BBB):
Bij mij wordt toch de indruk gewekt dat hier sprake is van te veel juridische haarkloverij. In de beantwoording gaat het over antisemitisme als fenomeen en over extremistische ideologieën. Daar wordt dan weer onderscheid tussen gemaakt. De staatssecretaris kan toch gewoon de rechter laten beslissen? Het kabinet kan gewoon een inreisverbod instellen en dan moet de rechter toch maar beoordelen welke van die twee het is in plaats van dat nu al als een risico zien? Waarom neemt de staatssecretaris gewoon niet dat risico en doet ze eigenlijk niets?
Staatssecretaris Van Bruggen:
We hebben heel veel gedaan, kan ik in ieder geval hier zeggen. De afweging die wij formeel hebben moeten maken, hebben we gemaakt op basis van alle gronden die we tot onze beschikking hadden. Er is ook een juridische procedure aangekondigd door het CJO. Daar vertel ik u ook niks nieuws mee. Die procedure loopt. Volgens mij moeten we daar als kabinet helemaal niet in gaan treden en is het allerbelangrijkste dat wij de mogelijkheden die er zijn om wat te doen ten volle hebben benut. Ik denk dat dat voor nu het belangrijkste is dat we met elkaar kunnen delen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dat niet. We laten het over aan een derde partij, terwijl het kabinet verantwoordelijk is voor de veiligheid. We hebben hier vorige week met Kamer en kabinet over gedebatteerd. Op alle manieren werd extremistisch gedrag veroordeeld. Nu kunnen we een keer een punt maken en overgaan tot daden, en dan krijgen we als antwoord: er wordt 12 juni over gestemd en aan het eind van de week komt er ergens een keer een brief. Dat kan toch niet waar zijn? Wat zijn al die woorden in de debatten waard als die niet gevolgd worden door acties van dit kabinet?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik begrijp het ongemak en de boosheid die hieronder kunnen zitten. Die voelen we volgens mij allemaal. We willen de ruimte ten optimale benutten. Dat is wat we tot nu toe hebben gedaan. Dat is ook wat het kabinet tot nu toe als verantwoordelijkheid naar zich toe heeft getrokken. Er is ontzettend veel gebeurd. Er gebeurt nog steeds ontzettend veel. Het is natuurlijk een actuele casus. We kijken dus niet alleen naar het verleden, maar ook naar het heden. We kijken in het heden naar welke mogelijkheden er steeds zijn. Dat is ook wat in de brief zal komen te staan. Ik denk dat dat voor nu ook het enige is wat ik u kan meegeven. We zullen met elkaar de actualiteit blijven volgen. Gelukkig wonen we in een rechtsstaat, dus op het moment dat er strafrechtelijke feiten worden gepleegd, wordt er ingegrepen.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen.